Waarom heten ongeloofwaardige verhalen ook wel indianenverhalen?

Mevr. Y Kramer

Het antwoord wordt gegeven door Theo Meder, senior onderzoeker Orale Cultuur, in het bijzonder van het volksverhaal

Een jong begrip


Historische kranten en woordenboeken wijzen uit dat het begrip ‘indianenverhalen’ in de negatieve betekenis betrekkelijk jong is. We vinden de term ‘indianenverhalen’ pas in de jaren zeventig van de twintigste eeuw voor het eerst terug als ongeloofwaardige, sterke verhalen. Als een minister in 1973 een complot in Suriname vermoedt en de politie er de vrije hand geeft om op te treden, dan verwijt dagblad De Tijd hem dat hij zich baseert op ‘indianen-verhalen’. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw heeft het begrip dan zo’n vlucht genomen dat het in de dikke Van Dale wordt opgenomen. In de ons omringende landen, in Frankrijk, Duitsland of Engeland, komt het als negatief bedoelde woord ‘indianenverhalen’ niet voor.

Romantiek


Vóór de jaren zeventig kwam het begrip ‘indianenverhalen’ ook wel voor in kranten, maar toen nog louter in de neutrale of positieve betekenis van ‘romantische verhalen over indianen’, of desnoods gewoon ‘verhalen van indianen’. Feit is dat verhalen over cowboys en indianen bijna een eeuw lang een buitengewoon populair genre hebben gevormd. Van de tweede helft van de negentiende eeuw tot de eerste helft van de twintigste eeuw. Belangrijkste vertegenwoordiger van het genre was natuurlijk de Duitse schrijver Karl May (1842-1912) met zijn populaire avonturenromans over de indiaan Winnetou en zijn blanke bloedbroeder Old Shatterhand. In Nederland kwamen daar vanaf het begin van de twintigste eeuw ook nog de romans van vader en zoon Nowee bij, over de avonturen van cowboy Arendsoog en indiaan Witte Veder. Hele generaties hebben deze verhalen verslonden. En ook in Hollywood werd een tijdlang een eindeloze reeks films geschoten over cowboys en indianen – de zogenaamde Westerns.

Omslag


Na de Tweede Wereldoorlog heeft het genre nog maar een korte periode van populariteit gekend. In de kritische jaren zestig moet er een begin van een omslag hebben plaatsgevonden. Men had het wel gehad met het genre vol onwaarschijnlijke heldenstukjes, blank superioriteitsgevoel en dito godsvertrouwen. Zo ook met het veelal sterk vertekende beeld dat werd geschetst van de oorspronkelijke bewoners van Noord- en Zuid-Amerika. In de romans en films zijn de indianen steeds roodhuiden, die oorlogszuchtig en wild zijn, wel af en toe een vredespijp roken, maar ook vaak de strijdbijl opgraven. Ze voeren rituele dansen met de tomahawk uit rond de totempaal onder het slaken van vervaarlijke “oewoewoe”-kreten, rijden op mustangs door de prairie en verkeren regelmatig in stammenstrijd. Ze scalperen tegenstanders en beginnen en eindigen met een beetje pech iedere zin met een vervaarlijk “ugh”. Uiteindelijk raakt het genre van de indianenverhalen als etnocentrisch en ongeloofwaardig in ongenade.

Racisme


Toen de communistische krant De Waarheid in 1982 wat al te vaak het woord ‘indianenverhalen’ in negatieve zin had gebruikt, kwam er een boze ingezonden reactie binnen: “Het is mij de laatste tijd opgevallen dat in De Waarheid regelmatig de term “indianenverhalen” gebezigd wordt om aan te geven dat door derden verstrekte spectaculaire informatie schromelijk overdreven of onjuist is. […] Door het gebruik van deze term draagt De Waarheid mijns inziens bij tot het in stand houden van het door slechte en racistische boeken en films gecreëerde clichébeeld van “de indianen” als nobele maar oorlogszuchtige wilden.” De brief eindigt met het verzoek om – conform de boeken en films – bij voorkeur over ‘wild-west-verhalen’ te spreken.

Broodje aap


Het begrip ‘indianenverhalen’ bestaat nog altijd in de negatieve betekenis, maar wel worden sterke verhalen tegenwoordig vaak aangeduid als ‘broodjeaapverhalen’ naar het boek Broodje Aap (1978) van Ethel Portnoy over moderne sagen.

________________________________________________

Ook een vraag voor het Meertens Instituut? Mail de redactie.

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut (maart 2012). Ook abonnee worden? Klik hier
 

Afbeeldingen

Boven: Het goud van Winnetou / Karl May ; bewerkt naar de Engelse opvatting door Jan van Henegouwen. Antwerpen : Van Gelder, 1948, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag.
Onder: Native American drumming at the Century of Progress Indian Village. Century of Progress Records, 1927-1952, University of Illinois at Chicago Library.