Gebruikersadviezen voor magnetische geluidsdragers

Wirerecorder (draadrecorder):

Algemene informatie.
Men maakt gebruik van een roestvrij stalen draad met een diameter van 0,091mm die door middel van een magneetkop het elektrische signaal vastlegt.
De kop van de recorder beweegt tijdens het spelen en spoelen op en neer om de draad als een (nieuwe) kabelhaspel netjes op te winden. Op de machine zit geen capstan of aandrukrol en de motor drijft alleen de opwikkelspoel aan.


Webster model 80 wire-recorder, foto Webster Electric Co.

Problemen en tips:


  1. Alleen afspelen als er genoeg kennis en de juiste afspeelapparatuur aanwezig is.
  2. Draad kan erg snel in de war raken.


Recording tape (geluidsband):
Algemene informatie.
Er bestaan verschillende formaten tape zoals, 1/4", 1/2", 1" en 2".
Aangezien in archieven voor het grootste deel 1/4" zal voorkomen houden we ons hier alleen met dit formaat bezig. Een groot aantal problemen en oplossingen zoals beneden omschreven gelden echter ook voor de andere formaten.
Probeer voor je een band gaat af of overspelen genoeg informatie over de opname te vinden zoals:

 1. Tapesoort en merk?
 2. Op welk type machine is de opname gemaakt?
 3. Snelheid van de opname?
 4. Mono of stereo opname?
 5. Opname heeft hoeveel sporen?
 6. Heeft de opname een ccir (iec1), nab (iec2) of aes opname curve?
 7. Is er een ruisonderdrukkingsyteem gebruikt, zo ja welke?
 8. Is de band head of tail out* opgespoeld. (sla een band altijd tail out op)?
 9. Staat de opname op een haspel of is er gebruik gemaakt van een "pancake"** en is het mogelijk om deze
     zonder problemen af te spelen.
10.Controleer of de tape met de juiste kant langs de kop word afgespeeld, sommige tapes kunnen namelijk in het
     verleden op een tapedeck zijn afgespeeld waarvan de koppen aan de tegenover gestelde kant zijn
     gemonteerd zoals bij bepaalde Telefunke modellen het geval is.
* Tail out = band is afgespeeld/doorgespoeld tot het einde van de opname en is ook zo gearchieveerd, dit is de juiste manier voor  het archieveren van geluidsbanden.
** Pancake = geluidsband niet op een  haspel maar op een losse kern van kunsstof of metaal die alleen op een hiervoor geschikte machine kan worden afgespeeld.

Speel de tapes alleen af op een bandrecorder die goed is gekalibreerd en waarvan je als dit nodig is de Azimuth* met de hand kunt instellen, vooral voor volspoor mono en 1/2 spoor en volspoor stereo zal dit een merkbaar verschil geven in klank en kanaalscheiding.
(*Zie ook overspelen "vintage" geluidsdragers op de eerste pagina)

Materiaal en problemen.
We kunnen uitgaan van drie verschillende soorten tapes.
1. Papiertape met een breedte van 6.45mm       1932 – 1947.
2. Acetaattape met een breedte van 6.3mm       1935 – 1960.
3. Polyestertape met een breedte van 6.3mm     1960 – vandaag.

Mogelijke problemen.
Papiertape: kan aangetast zijn door zuur.
Acetaattape: kunnen aangetast zijn door het "vinegar syndrom".
Polyestertape (Amerikaans fabrikaat van 3M Scotch en Ampex): kunnen last hebben van het "sticky shed syndrom".
Polyestertape (meestal Europees fabrikaat BASF, AGFA): geen probleem.

Papiertape:
Het afspelen van papiertape kan door de breekbaarheid en de vorm, het bol staan van de tape, worden bemoeilijkt.
Laat een deskundige de trekkracht van het te gebruiken tapedeck controleren en eventueel opnieuw afstellen om deze papiertape te kunnen afspelen. Het is mogelijk om deze tapes, ondanks dat deze tapes iets breder zijn, door middel van een kleine aanpassing aan de bandrecorder af te spelen. (Hoe? hangt van de vorm en constructie van de bandgeleiders af.)

De audio op een  papiertape is, omdat er nog geen trackindeling was, over het algemeen opgenomen op het midden van de band, we kunnen hier spreken van een soort "centertrack" opname. Het zal daarom moeilijk zijn om de juiste machine te vinden voor het afspelen van deze banden omdat een gewone kwart of halfspoor afspeelkop een gedeelte van de audio zal missen tijdens het afspelen en bij het aftasten van de boven en onderkant van de band veel ruis en andere ongewenste geluiden zal weergeven.
De beste oplossing is het gebruik van de middelste twee sporen van een kwartspoor machine, maar dit zijn een heen en terug spoor en er zal dus aan de hand van de weergave gekozen moeten worden voor het best klinkende spoor.

Acetatetape:
Acetatetape is te herkennen door deze tegen het licht te houden, als de tape doorschijnend is heb je zeker te maken met een acetatetape. Het is ook mogelijk dat er al veel emultie is verdwenen en dat je hier en daar tegen een doorzichtige film aankijkt.


Opnameband met over het algemeen veel problemen, voor men met het afspelen van dergelijk opnamen begint deze eerst controleren op het vinegar syndrom (zure lucht, band zit aan elkaar geplakt.). Als er vinegar syndrom word geconstateerd moeten deze banden uit het archief worden verwijderd voor er andere banden worden aangetast.

Er is (nog) geen oplossing voor dit vinegar syndrom probleem, om het proces van verzuring te stoppen is er wel een veel gebruikte methode van "invriezen" van de geluidsbanden.

Afspelen van deze banden kan een probleem zijn door het loslaten van de oxide laag, ook bij deze banden is het afstellen van de bandspanning (in dit geval vaak een verhoging hiervan) op het tapedeck een hulpmiddel om de tape genoeg contact met de afspeelkop te laten krijgen.
Een ander probleem is dat deze tape vaak breekt tijdens het afspelen, een voordeel is dat dit meestal om mooie breuken gaat die makkelijk te repareren zijn.


In het ergste geval is het de laatste keer dat zo een band kan worden afgespeeld, laat dus voor de zekerheid een extra kopie (bijvoorbeeld op DAT) meelopen tijdens deze mogelijke laatste tocht.

Polyestertape:
Is over het algemeen zonder problemen af te spelen op de meeste tapedecks.
Controleer echter of er banden aanwezig zijn van de merken "Scotch 3M" en "Ampex". Banden van beide merken kunnen namelijk wel voor een probleem zorgen dat bekend staat als het sticky shed syndrom.
Dit sticky shed syndrom is ontstaan door een verandering in het productieproces begin jaren 70. De regering in de USA verbood toen het gebruik van carcinogeen en de vervanger hiervoor blijkt achteraf gezien bij geluidsbanden veel vocht aan te trekken met zeer vervelende gevolgen die gelukkig vrij gemakkelijk zijn op te lossen.

Deze tapes zijn buiten de merkaanduiding makkelijk te herkenen omdat er tijdens het afspelen van dit type band  na enige tijd gepiep is te horen en er blijft een kleverige substantie achter op de aandrukrol, de bandgeleiders en de afspeelkop. Stop onmiddellijk met afspelen en spoel de tape terug en begin met het  schoonmaken van de bandrecorder, wat een zeer intensieve klus zal zijn.
Om dit tijdrovende schoonmaken te voorkomen kunt u ook contact met hetThis email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.opnemen en kunnen wij middels de door u opgegeven bandsoort van 3M-Scotch of Ampex in onze administratie nakijken of er problemen te verwachten zijn.

(tijdelijke)Oplossing voor het sticky shed syndrom
Dit probleem kan worden opgelost door het "bakken van de banden". Gebruik hiervoor een oven* en zet de temperatuur op ± 60°C en laat de banden voor een periode van ± 4 uur "gaar" worden en laat hierna de banden in de oven rustig afkoelen tot ze op kamertemperatuur zijn.  (bij direct openen van de oven ontstaat en bij de botsing van warme en koude lucht direct weer vocht in de vorm van condens)
Na gebakken te zijn kunnen deze banden worden afgespeeld, de samenstelling van deze banden zorgt er echter voor dat deze als spons blijft werken en afhankelijk van de opslagcondities zal na een aantal weken of maanden het probleem opnieuw beginnen.
Het opnieuw bakken van de banden is echter geen probleem.
BAK ALLEEN POLYESTER TAPES, 
ACETATETAPES EN PAPERTAPES ZULLEN DEZE BEHANDELING NIET OVERLEVEN.
*Gebruik geen gasoven, geen magnetron  en geen inductieoven maar een oven (b.v. een laboratoriummodel) waarvan de temperatuur per graad te regelen en te vertrouwen is. Gebruik altijd een thermometer!!!

Meest voorkomend aantal sporen op een 1/4" band:


  • Full track mono
  • Two track mono
  • Two track stereo
  • 1/4 spoor stereo (met twee kanalen in beide richtingen)
  • 1/4 spoor mono (met vier opnamen, twee in elke richting)

Meest voorkomende bandsnelheid in inch en centimeter:


  • 1 7/8" per seconde (4,75cm per sec.)
  • 3,75" per seconde (9,5cm per sec.)
  • 7,5" per seconde (19cm per sec.)
  • 15" per seconde (38cm per sec.)
  • 30" per seconde (76cm per sec.)

Verschillende ruisonderdrukkingssystemen voor geluidsbanden:


  • Dolby A
  • Dolby SR
  • Dolby B
  • Dolby C    (bij Muziek Cassettes)
  • Dolby HX-pro
  • DBX type 1
  • DBX
  • Telcom

Algemene richtlijnen voor de behandeling en opslag van geluidsbanden:


  • Sla de banden op in een verticale positie.
  • Spoel de banden tail out en berg ze op deze manier op (voorkomt doordruk / pre echo) controleer hierbij gelijk de haspel op beschadigingen  en vervang deze desnoods. (Wel alle gegevens die op de haspel staan bewaren bij de opname.)
  • Spoel de banden (hangt ook van de conditie af) regelmatig door. (om de 4 a 5 jaar)
  • Gebruik niet veel kracht om een band in of uit een doos te krijgen.
  • Pak een haspel in het midden vast en niet aan de buitenkant om beschadigingen aan de tape tevoorkomen.
  • Stapel de banden niet op elkaar om beschadiging door de druk te voorkomen.
  • Plaats geen voorwerpen op een onbeschermde band.
  • Sla banden op in een klimaatruimte bij een temperatuur van ±19°C en een luchtvochtigheid van ±38%.
  • Als er geen klimaatruimte aanwezig is probeer dan in het archief zoveel mogelijk schommelingen van temperatuur en luchtvochtigheid te voorkomen.
  • Breng de banden een dag voor gebruik naar de afluisterruimte om te acclimatiseren.
  • Raak het oppervlak van de band niet aan met je handen.
  • Gebruik tijdens het afspelen aan beide kanten het zelfde formaat- en soort haspel voor een gelijke trek- en spoelkracht.
  • Plaats geen tapes in de nabijheid van bronnen met een magnetische veld.
  • Controleer na gebruik van de bandrecorder de toestand van de koppen en rollen en maak deze desnoods schoon.
  • Bandrecorders en cassette apparatuur regelmatig demagnetiseren.
  • Gebruik in de werkruimte en opslagruimte geen etenswaren, koffie, thee en frisdrank.
  • Stel geen opnamen bloot aan UV en zonlicht voor een lange periode.
  • Voorkom nicotine of rook aanslag op de geluidsdragers.

The image

Compact Cassette( De MC):
Algemeen:
Er word gebruik gemaakt van een tape van 3mm breed in een kunststof behuizing.
De snelheid van MC's is over het algemeen 4,76 cm per seconde, al is er afhankelijk van de gewenste kwaliteit  ook wel gebruik gemaakt van halve of dubbele snelheid.
Probeer ook hier zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de opname.

Materiaal.
Men kan de soorten tape die voor de fabricage van MC s' gebruikt is onderverdelen in:


  1. Type 0 – dit is de bijna niet meer voorkomende ferric oxide tape uit de begin periode.
  2. Type 1 – is de standard ferric oxide tape of Fe2O3 ook wel "normaal" genoemd
  3. Type 2 – de Chroomdioxydeband of Cr02 tape.
  4. Type 3 – de ferrochroomband, FeCr is een combinatie van materialen van type1 en type2.
  5. Type 4 – Metal tape

Er zijn cassettes met uiteenlopende speelduur te krijgen o.a.:
C10, C15, C30, C46, C60, C90, C120.
De speelduur is verdeeld over twee kanten.
Als indicatie, de lengte van de tape op een C90 cassette is 135 meter.

Afspelen en tips:
Voor het afspelen van een Compact Cassette deze controleren op de volgende punten.
1.Tapesoort (Type 1 –Type 2 –Type 3  of Type 4) en merk
2.Op wat voor machine is de opname gemaakt.
3.Speel je de opname af op het cassettedeck waar deze opname ook mee gemaakt is dan zal
   de "afspeelsnelheid" en de azimuth gelijk zijn.
4.Bandsnelheid van het opnemen en afspelen kan per machine verschillen.
   Als de opname is gemaakt met een portable deck op batterijen is het zelfs mogelijk dat deze tijdens
   de opname langzamer is gaan draaien doordat de batterijen  hun kracht verliezen.

Verschillende ruisonderdrukkingssystemen voor Compactcassettes:


  •  Dolby B
  •  Dolby C
  •  Dolby S
  •  Dolby Hxpro
  •  DBX
  •  Ook zijn er fabrikanten die een eigen ruisonderdrukkingssysteem hebben ontworpen en in hun cassettedeck hebben ingebouwd.(b.v. MPX van Nakamichi)

Algemene richtlijnen voor de opslag van Compact Cassettes:
Ook voor compact cassettes geldt dat ze rechtopstaand dienen te worden opgeslagen bij een temperatuur van ±19°C en een luchtvochtigheid van ±38%.


Andere niet besproken soorten en formaten:
Analoge band en cartridge formaten:


  • A08 12.5 mm analoog audio 8 sporen.
  • A16 25.4 mm analoog audio 16 sporen.
  • A32 25.4 mm analoog audio 32 sporen.
  • AS2 6.3 mm analoog audio 2 sporen l stereo.
  • AT2 6.3 mm analoog audio 2 sporen stereo & TC.
  • 8 track audio cartridge.
  • Microcassettes.

Digitale audio formaten


  • CDA Compact Disc Audio.
  • D24 25.4 mm digitale audio DASH 24 track.
  • D32 25.4 mm digitale audio PD 32 channel.
  • D48 25.4 mm digitale audio DASH 48 track.
  • DA2 DAT format digitale audio 2 channel.
  • DAT DAT format digitale audio Stereo.
  • DD2 6.3 mm digitale audio DASH 2 channel.
  • DP2 6.3 mm digitale audio PD 2 channel.
  • 3.5" data diskette - FD5.
  • 5.25" data diskette - FD8.
  • 8" data diskette - H8A.
  • Hi-8 digitale audio 8 channel.
  • MO disk 600 MBytes capaciteit.
  • M12 MO disk 1 200 Mbytes capaciteit.
  • M13 MO disk 1 300 Mbytes capaciteit.
  • NAB NAB audio cartridge -S16.
  • A-DAT digitale audio 8 channel.
  • U-Matic PCM 1610 en 1630.
  • Betamax PCM.
  • VHS PCM.
  • DCC.
  • Minidisc.
  •  Exabyte.