Gebruikersadviezen voor de grammofoonplaat

Algemene informatie over de behandeling en het gebruik van grammofoonplaten:


1. Raak nooit met de hand het oppervlak aan, gebruik hiervoor schone pluisvrije handschoenen van katoen.
2. Stel de geluidsdragers niet onnodig bloot aan de open lucht.
3. Berg de dragers als ze niet worden gebruikt op in hun verpakking.
4. Laat de dragers niet achter op een stoffige plaats of bij papier.
5. Hou de werkruimte schoon en gebruik in de ruimte waar zich de dragers bevinden geen etenswaren, koffie,
   thee en frisdrank.
6. Hou deze ruimtes schoon en stofvrij.
7. De eventueel aanwezige airconditioning moet voorzien zijn van een stoffiltersysteem.
8. Plak labels zoveel mogelijk op de verpakking en gebruik voor het beschrijven van de labels conservation inkt.
9. Roken in deze ruimten is natuurlijk verboden.

Omgaan met de grammofoonplaten:

  • Verwijder de grammofoonplaat met de binnenhoes uit de verpakking door de buitenhoes iets bol te buigen. Pak de binnenhoes bij een van de hoeken en trek deze voorzichtig uit de verpakking. Raak het oppervlak van de grammofoonplaat onder geen beding aan.
  • Laat vervolgens de binnenhoes opengaan door enige druk op de zijkant uit te oefenen, steek een hand onder de grammofoonplaat, zonder de plaat te raken, in de hoes en laat deze met het label rusten op de middelvinger terwijl de zijkant steun heeft via de binnenkant van de duim en verwijder de grammofoonplaat.
  • Plaats de duim aan de buitenkant en de andere vinger op het label voor het verkrijgen van een goede balans.
  • Hou de grammofoonplaat vast door het plaatsen van beide handen aan de zijkant en plaats op deze manier de grammofoonplaat op een platenspeler.
  • Stop de binnenhoes met de opening naar boven terug in de buitenhoes.

Opslag , Omgeving  en Bewaaromstandigheden


Voor al deze platen geldt:
1. Sla geen grammofoonplaten op zonder binnenhoes maar gebruik hiervoor geen papieren of kartonnen
   binnenhoezen.
2. Gebruik hiervoor binnenhoezen van polyethyleen zoals Nagaoka nr.102 , gebruik geen binnenhoezen van
   PVC i.v.m. de statische eigenschappen.
3. Rechtop archiveren met genoeg tussenruimte voor luchtcirculatie.
4. Opslag temperatuur moet tussen 15°C en 20° C zijn.
5. De luchtvochtigheid in het archief moet tussen de 25% en 45% zijn.
6. Vinyl grammofoonplaten mogen zeker niet worden blootgesteld aan ultra violet licht.
7. Buiten de luchtvochtigheid en temperatuur heeft ook de hoeveelheid LICHT, VUIL en STOF invloed op de
   "houdbaarheid" van de geluidsdragers.

 
Samenstelling materiaal en te verwachten problemen

Vulcanite 7" (early Berliner recording uit 1889):
Is een mix van rubber en sulphur (zwavel), door deze mix word het rubber sterk en elastisch. Dezelfde samenstelling werd (toen) bijvoorbeeld ook gebruikt voor het maken zakkammetjes en knopen.

De vulcanite grammofoonplaat van Emile Berliner heeft een snelheid van 30RPM.


Emile Berliner met zijn "vulcanite" grammofoonplaat


Opslag en te verwachten problemen


Vulcanite moet in het donker worden bewaard. Licht en warmte maken deze substantie breekbaar en dof. Licht zorgt ook voor een versnelling van het oxidatie proces van het rubber, ook zal de zwavel gaan oxideren en bij een te hoge luchtvochtigheid zal er zwavelzuur ontstaan, dit zuur zorgt voor een vervorming van het oppervlak.
Het productie proces heeft ook bijgedragen aan de nodige problemen zoals:
- Ongelijk krimpen bij het afkoelen zorgde voor het kromtrekken van de platen.
- Gassen in het materiaal lieten blaren achter en harde stukken (niet geheel gesmolten materiaal) zorgde beiden
   voor zeer harde tikken en kraken.
- Tevens zorgde de samenstelling van dit materiaal voor een zeer harde achtergrondruis.


Edison diamond disc.


Samenstelling materiaal.
Deze Edison diamond disc is de eerste grammofoonplaat vervaardigd van een synthetisch materiaal met o.a. Phenol.
Phenol werd ook gebruikt voor de vervaardiging van Bakeliet. Deze platen worden dan ook wel bakeliet platen genoemd.

Opslag en te verwachten problemen.
Langdurige contact met vocht of opslag in een te hoge luchtvochtigheid kan schade veroorzaken aan het oppervlak door middel van vocht absorptie in de toplaag van dit type grammofoonplaat.
De Phenol zelf is een erg stabiel product en zal niet snel in kwaliteit achteruit gaan.
Door vocht in het verpakkingsmateriaal kan er echter toch een aanval plaatsvinden van schimmel die voor oppervlaktebeschadigingen kan zorgen.

De afspeelsnelheid word vaak aangegeven als 78RPM, maar dit kan men beter zien als een groepsaanduiding dan als de werkelijk afspeelsnelheid.
De afspeelsnelheid van "78RPM platen" zal tussen de 68 en 90 RPM bedragen.
Er zal een geoefend oor voor nodig zijn om de juiste afspeelsnelheid te kiezen.


Buiten Edison zijn er natuurlijk meerdere maatschappijen en personen geweest die zich op deze nieuwe vorm van entertainment hebben gestort.
Maar omdat er geen afspraken zijn gemaakt over de technische voorwaarde waar een plaat aan moest voldoen is er een wildgroei onstaan van afwijkende klank en toerental. Ook verschenen er van het merk Pathé platen die van binnen naar buiten moeten worden afgespeeld. (Inside-out of center start platen ) De naald moet dus aan de binnenkant worden opgezet om ze te kunnen afspelen. Er zijn ook van Pathé nog veel platen in omloop.

Veel producenten van grammofoonplaten brachten ook platenspelers op de markt waarop eigenlijk alleen maar het "eigen" merk plaat kan worden afgedraaid. Door al deze veschillende productieproccessen is er veel klankverschil mogelijk per merk en is het zelfs mogelijk dat er bij een label  een klankverschil per productie jaar is te horen.

Shellac discs


Samenstelling materiaal.
Dit is waarschijnlijk de enige geluidsdrager waarvan de samenstelling (in het begin van de introductie) bestaat uit  een "dierlijk product". 

Het basis materiaal komt van de Coccus lacca, dit is een schaalinsect dat voorkomt in India en Zuid- Azië. Na zich te goed hebben gedaan aan de vegetatie produceert dit insect een substantie die na dat deze is verhard een beschermend omhulsel vormt. Deze omhulsels (shell) van de lacca worden verzameld en na verschillende behandelingen onstaat er een dunne laag shellac.



Het verzamelen van de shell , Foto onbekend?, circa 1930

De periode dat deze Shellac discs uit een dierlijk product werd samengesteld heeft een aantal jaren geduurd.
Al snel werd deze vervangen door  kunststoffen zoals vinsol en vinyl chloride acetaat als het belangrijkste bestandsdeel, maar de platen blijven de naam Shellac dragen.

Het is moeilijk om i.v.m. het schoonmaken (wassen) van deze grammofoonplaten het verschil te zien tussen echte en naoorlogse shellacplaten.
Omdat de fabrikanten na 1945 allemaal eigen formules gebruikten voor het samenstellen van deze oppervlakte laag is het voorspellen van de houdbaarheid en de behandeling van deze platen eigenlijk alleen na materiaalonderzoek in een laboratorium vast te stellen.

Opslag en te verwachten problemen.
Een hoge luchtvochtigheid is voor Shellac het grootste probleem, bij een luchtvochtigheid hoger dan 50% zal er snel schimmel vorming plaatsvinden en zal de shellac beginnen te ontbinden en los te laten. Hierdoor zal de materiaalruis tijdens het afspelen toenemen. Afspelen kan ook worden bemoeilijkt door het onstaan van klein gaatjes in het oppervlak.


Acetate en Transcription discs


Samenstelling materiaal.
Deze acetate platen worden vanaf 1930 gebruikt om zelf opnamen te maken (radio enz.), de basis bestaat uit een aluminium plaat die is voorzien van een laagje "nitrocellulose acetate" (later van een laagje cellulose acetate.)
Gedurende de oorlogsjaren bestond de basis door de schaarste van aluminium uit een glasplaat of zelfs uit karton.
Het formaat kan variëren, zo zijn er  7", 10", 12", 14" en 16" discs.
Door het krimpen van de onstabiele oppervlakte laag zijn er vaak barsten ontstaan, dit bemoeilijkt het afspelen van deze platen of maakt dit zelfs onmogelijk.


De acetates werden vroeger vaak gebruikt om thuis opnamen mee te maken, men gebruikte hiervoor blancs met een wit label waarop men zelf informatie over de opname kon invullen.

Opslag en mogelijke problemen.
Het bovengenoemde krimpen bij acetate en transcription discs wordt versneld bij een opslag op een te hoge temperatuur en een te hoge luchtvochtigheid.

Bij Transcription discs die zijn opgenomen door een radiostation kan het voorkomen dat de A kant "outside in"  en de B kant "inside out" moet worden afgespeeld. Dit werd gedaan om klank verschil voor de luisteraars verborgen te houden. Bij het afspelen met een platenspeler krijgt men namelijk te maken met het fenomeen "fouthoek correctie" dit betekend dat door de veranderende positie van de naald in de groef bij het naar het midden gaan van de naald er een verlies aan vooral hoge tonen optreed. Met bovengenoemde manier van afspelen probeerde men een hoorbaar klankverschil bij het wisselen van de kanten te voorkomen.

reisgrammofoon voor het opnemen op een grammofoonplaat, dit model is nog steeds aanwezig op het Meertens Instituut.




Foto van een stereomicrogroef

De groef van o.a. de Diamond disc van Edison heeft een zgn. "vertical" gesneden groef, dit is een op en neer gaande bewegingvan de groef en word ook wel een "Hill and Dale"groef genoemd, voor wasrollen werd dezelfde techniek toegepast.
Ook gebruikte men een "lateral" gesneden groef (groef beweegd van links naar rechts). Deze twee gebruikte methodes zorgde voor een mono weergave.
De groef van een stereo vinyl grammofoonplaat maakt eigenlijk gebruik van beide bewegingen (lateral en vertical) en maakt dus twee bewegingen tegelijk, de groef gaat op en neer en van links naar rechts.
Zie voor verduidelijking van dit onderwerp de volgende animaties van de "snijkop" en "snijbeitel" bij het snijden van deze diverse groef soorten. Gebruik de terugtoets op uw browser om hier terug te komen.


Vinyl


Vinyl discs bestaan voor  circa 75% uit polyvinyl chloride en voor 25 % uit stabilisatoren, kleurstof en een antistatische materiaal.
Opgeslagen onder de juiste omstandigheden zal de vinylplaat nog lang meegaan.

Algemene opmerkingen:
Snelheid en afmetingen:.
De vinyl grammofoonplaten komen voor in 3 maten nl. als 7" , 10" en 12" formaat.
De 7" (17cm) komt vanaf de introductie voor in zowel 45 als 331/3RPM.
De 10" (25cm) heeft meestal een snelheid van 331/3 RPM
De 12"(30cm) heeft een snelheid van 331/3, eind jaren 70 worden de eerste pogingen gedaan om de maxi single (heet nu 12"inch) te introduceren, deze komt voor op zowel 45RPM als 331/3RPM.
Ook zijn er veel platen geproduceerd met een toerental van 16 2/3 RPM, deze snelheid werd voornamelijk gebruikt voor grammofoonplaten met gesproken woord.

Te verwachten problemen bij het afspelen.
Gebruik voor het afspelen van grammofoonplaten die geproduceerd zijn voor 1959 niet zomaar een platenspeler en een versterker.
Bij de moderne vinylplaten werd vanaf ±1959, om de beschibare ruimte op de grammofoonplaat beter te gebruiken, een RIAA equalization toegepast. Dit houd in dat er meer hoge en minder lage tonen werden gesneden zodat de uitslag van de groef beperkt bleef. Deze RIAA correctie werd in de versterker achter de (phono) ingang weer gecorrigeerd.
Speel dus nooit pre 1959 grammofoonplaten af op deze manier. Gebruik voor het afspelen de juiste naalden en afspeelapparatuur.

Voor het schoonmaken van de meeste van deze grammofoonplaten zijn veel schoonmaakmiddelen en zelfs wasmachines (Nitty Gritty en Keith Monks) te koop.
Deze wasmachines zullen in combinatie met de juiste schoonmaakvloeistoffen tot een verrassend hoorbare verbetering resulteren.

Alhoewel CD's nog niet tot de vintage geluidsdragers behoren is opslag en behoud van de kwaliteit natuurlijk nu al van belang.
CD's.
Samenstelling materiaal.
CD's zijn opgebouwd uit drie lagen namelijk:
Polycarbonate (=transparant), aluminium reflectie laag (soms goudkleurig) en een beschermende laklaag.

Verschillende soorten en herkenning:
Normaal gesproken te herkennen aan de verpakking of de opdruk op de CD.
*  CD-DA discs door het  "Compact Disc Digital Audio" logo.
*  CD-ROM discs door de opdruk CD-ROM
*  CD+G discs aan de opdruk "CD Graphics" en door CD-EG
    "Extended Graphics" .
*  CD-i discs hebben een "Compact Disc Interactive" logo.
*  VideoCD discs hebben een "Compact Disc Digital Video" logo
    en/of het woord  "Video CD".
*  PhotoCD discs hebben meestal "Kodak PhotoCD"  als opdruk .
*  SVCD door het "Super Video CD" logo
*  HDCD (High Definition Compatible Digital) dragen een  "HDCD"
    logo. (audio in sampl. freq. van 176 tot 192 khz 24 bits
*  SACD (Super Audio Compact Disc).
*  DTS (Digital Theater Surround) CDs gebruiken een
    gecomprimeerd audio signaal.
*  CDR(W) - CD recordable
*  DVD-rom
*  DVD-ram
*  Blu-ray
"Door de constante veranderingen van deze dragers is het bijna niet mogelijk om deze lijst compleet te houden en zullen er in de tussentijd bij de bovenstaande soorten al producten zijn veranderd, verdwenen of toegevoegd. Op het ogenblik zijn van een aantal van de genoemde soorten dual en multilayer uitvoeringen verkrijgbaar.

Omgaan met de CD:
Omdat er geen direct contact is tussen speler en drager is de kans op beschadigingen tijdens het afspelen bijna nihil.
Maar probeer dit door middel van een juiste behandeling ook te voorkomen:
Open het cd doosje en pak met de duim en middelvinger de zijkant van de CD vast, als deze nog niet loskomt druk dan met de wijsvinger op het midden (klem) van het CDdoosje.

Mogelijke  problemen.
CD-rot.
De aantasting  van de CD door " CD-rot" kwam over het algemeen voor in de begin jaren van de CD. Na een aanpassing in het produktieproces is dit nagenoeg verdwenen.


Deze CD-rot onstond daardat het "zilveren laagje" aan de zijkant van de CD niet goed werd afgesloten door het polycarbonate en de laklaag, hierdoor kon er door het contact met de buitenlucht corrosie onstaan. Ook het gebruik van verkeerde bedrukkingsinkt zorgde voor beschadigingen aan het oppervlak omdat deze "agressieve inkt" zich door de laklaag heen vrat en zodoende de reflectielaag aantaste.

Het gebruik van stickers op een CD is door de soort lijm die hier in de meeste gevallen voor gebruikt word een groot risico. Het gebruik hiervan word dan ook door alle producenten van CD's (en CD recordables) afgeraden (Zie de CDR verpakking).
Scheef geplakte stickers kunnen zelfs beschadigingen aan de brander, speler en de CDR veroorzaken.

Opslag op de juiste temperatuur en luchtvochtigheid.
1. Aanbevolen opslag temperatuuris 18°Cen een (Relative Humidity) RH van 36%  tot 39%).
 
2. Als er geen klimaatruimte aanwezig is probeer dan grote schommelingen in temperatuur en RH in het archief te
    voorkomen.