Werkwijze op het Meertens Instituut

Na het instellen van de eerder omschreven playback curve worden de geluidsdragers 1:1 overgespeeld naar de HD van een DAW (digital audio workstation). De opnamen worden gedurende dit overspelen in zijn geheel beluisterd en de tekortkomingen van de analoge opnamen worden in een databank geregistreerd. Op verzoek is het mogelijk om klankcorrecties of zelfs restauratie van een opname te laten uitvoeren middels speciale de-noise apparatuur. Deze de-noise apparatuur betreft hardware uitvoeringen die krachtiger zijn dan de meeste de-noise software.

De gedigitaliseerde audio is PCM (Pulse Code Modulatie = ongecomprimeerd) en als uiteindelijk geluidsformaat, bij opslag op bijvoorbeeld CD-rom, kan er een keuze uit WAV, AIFF, enz worden gemaakt met een minimale sampling frequentie van 44.1 khz, 16 bit tot maximaal 192khz, 24 bit. Compressie van audio naar bijvoorbeeld MP3 en streaming audio zal alleen gebruikt moeten worden voor het maken van afluisterkopieën of voor het aanbieden van geluidsfragmenten via internet omdat het verlies aan geluidskwaliteit, ondanks de mooie verhalen, te groot is.
 
Voor archivering slaan wij de geluidsbestanden uiteindelijk op als CDA (audioCD) of CD-rom (digitale opslag op een andere drager is natuurlijk ook mogelijk).
Het branden van de CDR's gebeurt op een snelheid van max. 4X, het op een hogere snelheid branden heeft een slechte invloed op de kwaliteit en dus op de betrouwbaarheid van de CDR. Door gebruik te maken van CD analyseapparatuur worden er bij het Meertens Instituut uitsluitend CDR's gearchiveerd die binnen de internationaal gestelde standaard van o.a. het red en orangebook blijven.Ons geluidsarchief staat mede door deze apparatuur onder constante controle. Voor het herkenbaar archiveren worden de CDR's voorzien van een bedrukking met minimaal een archiefnummer en een omschrijving van de inhoud.
We maken hiervoor gebruik van speciale CD printers en printable CDR's.
(Plak op de CD's  a.u.b. geen stickers maar beschrijf ze eventueel met een speciale pen.)

De afgelopen jaren zijn er in de Meertens studio's veel soorten geluidsdragers gedigitaliseerd, geconserveerd en gerestaureerd. Al deze soorten zijn hieronder samengevat en vertegenwoordigen een mooi, maar nog net niet compleet overzicht van de historie en ontwikkeling van de geluidsdragers.


  1. Wasrollen / Cylinders, periode 1920 - 1930
  2. Draadopnamen, 1946 - 1955
  3. Verschillende soorten "vintage" grammofoonplaten, periode 1934 - 1955
  4. Gesproken post (grammofoonplaten), periode 1947 - 1950
  5. Vinyl grammofoonplaten, periode 1955 - 1990
  6. Papieren geluidsbanden, periode 1947 - 1955
  7. Acetaat geluidsbanden, periode 1955 -1965
  8. Polyester geluidsbanden, periode 1960 - 1996
  9. Muziek cassettes (MC), periode 1966 - heden
10. Microcassettes, periode 1990 - heden
11. DCC (Digitale Compact Cassette), periode 1993 - 1999
12. DAT (Digital Audio Tape), periode 1995 - heden
13. CDR's periode 1998 - heden
14. SD card, periode 2006 - heden