HomeDatabankenBedevaarten

Stein, Heilig Kruis / Theresia Neumann

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Heilig Kruis / Theresia Neumann
Datum: Goede Vrijdag; 22 september; gehele jaar
Periode: 1970 - heden
Locatie: Kapel van 'Het Bitter Lijden van Jezus en Maria', toegewijd aan Theresia Neumann
Adres: Vaart 1, 6171 CW Stein
Gemeente: Stein
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Het bloeden van een kruisbeeld op Goede Vrijdag 1970 in een particuliere woning te Stein leidde tot een cultus die uitgroeide tot een bedevaart naar het huis en vervolgens naar de Bitter-Lijdenkapel. Deze kapel werd in 1973 gebouwd ter ere van de gestigmatiseerde Thérèse Neumann en vanwege een gedane belofte naar aanleiding van de genezing van de zieneres op voorspraak van Neumann.
Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Het dorp Stein is gelegen tussen de Maas in het westen en Geleen in het oosten, direct ten westen van het knooppunt Kerensheide van de autosnelwegen A2 en A76. Binnen Stein is de Bitter-Lijdenkapel gesitueerd in de dorpskom, in een woonbuurt op de hoek van Vaart en de Begijnenstraat. Op 28 mei 1971 hechtte de gemeenteraad goedkeuring aan het verzoek van mevrouw Meuleberg voor de verkoop van grond (ca. 1100 m2; kadastraalnr. B 3490) ten behoeve van een kapel. De Stichting 'Meuleberg' (gevestigd in het woonhuis aan de Steeg 14) wenste een kapel met een oppervlakte van circa 240 m2 te bouwen. Het aanvankelijke ontwerp vormde een open carré van kruisgangen, van 12 x 12 meter met daarin de kruiswegstaties en met op een hoek van het carré een vierkante kapel. In september 1973 werd het gebouw, nadat het ontwerp gedurende het bouwproces nog enigszins was uitgebreid, in gebruik genomen (totale bouwkosten ca. ⨍200.000,-). Het ontwerp was van de Steinder wethouder (1946-1962) en architect Geurt Pepels. De kapel werd opgetrokken uit gele bakstenen en delen van glassteen. In de buitenmuren zijn kruisjes (als van de kruisweg) aangebracht. De kapel heeft een plat dak waarop drie kruisen van neonlicht staan. Van binnen is de ruimte afgewerkt met een natuurstenen vloer en een plafond van houten delen. De kapel kan circa 200 personen bevatten.
- Voor de ingang is een tuin aangelegd, omgeven door een laag hek. In het najaar van 1973 werd in de tuin op een stenen voet een houten kruis met metalen corpus geplaatst, voorzien van een plaquette met de tekst: 'Freund wo gehst Du hin! Vergiß nicht daß ich Dein Erlöser bin. Daß ich soviel gelitten hab für Dich. Daher bleib stehn und gruße mich.'
- Het woonhuis van de familie Meuleberg, een oude boerderij, is gelegen aan Steeg 14, waar de zieneres tot aan haar dood in 1995 heeft gewoond, in de nabijheid van 'haar' kapel.
In de woonkamer, waar het kruisbeeld opgesteld is geweest, zijn gedurende enige tijd vereerders tezamen gekomen.
- Het kerkhof waar Bertha Meuleberg ligt begraven, ligt aan de Zwartdriesstraat. Op de grafsteen van roze graniet staat de tekst:

'Bertha Meijers / * 1917 † 1995 / 00 [= verbonden trouwringen] / Sjeng Meuleberg / Een bloem van het geluk moet je zelf planten.'
Cultusobject - In Stein is de Christus- of kruisverering verbonden met die van Thérèse Neumann. Deze in 1868 in Konnersreuth (D) geboren vrouw ontving na een zwaar lijden en een wonderbaarlijke genezing op Goede Vrijdag 1926 de stigmata. Sindsdien had zij meer dan 700 visioenen en talrijke extasen en mystieke ervaringen. Zij is in 1962 gestorven en op 22 september van dat jaar begraven. Mede dankzij de uitgave van haar opgetekende visioenen en andere ervaringen van haar is de verering van Neumann wijd verspreid. Een zwartwit-foto van haar is links van het altaar tegen de muur en tussen votiefgeschenken opgehangen.
- Het kruisbeeld bestaat uit een zilverkleurig metalen corpus (ca. 20 cm hoog) dat op een houten kruis is bevestigd. Sinds het bloedwonder (zie Verering), dat een 'roestkleurige weerschijn' achterliet, werd het onder een stolp op een kast in de keuken bewaard. Het kruis was afkomstig van de doodskist van de moeder van de zieneres, die in 1941 was overleden. Het kruis wordt bewaard in het woonhuis aan de Steeg. Het was in 1974 verzegeld met het zegel van een bisschop, zijnde niet die van Roermond.
- Het Bitter Lijden van Jezus en Maria wordt gesymboliseerd door een kruis met corpus van A. Taeckens uit 1933 en door een in 1973 vanuit Fatima geschonken gipsen Mariabeeld (ca. 1,25 m hoog), dat links van het altaar onder een lichtboog staat.
- Als mogelijk secundair cultusobject kan zieneres Bertha Meuleberg zelf worden genoemd; een kleurenfoto van haar is in een lijstje in de kapel geplaatst.
Verering Verschijning en genezing
- Loonwerker P.J. (Sjeng) Meuleberg en zijn vrouw B.A. (Bertha) Meuleberg-Meijers (1917 - †22 februari 1995) kregen twee dochters en drie zonen (Annie, Cor, Ria, Lo en Jan). Zij woonden in een oude, in de dorpskom gelegen, boerderij. Bertha Meuleberg leed vanaf 1961 aan gewrichtsreuma en via een vriendin kreeg zij in 1965 ter geestelijke ondersteuning een boekje over de kort tevoren overleden Thérèse Neumann en haar stigmata. Daarop hield mevrouw Meuleberg een noveen. Op de vierde dag van het noveen hoorde zij klopgeluiden, op de vijfde dag heeft Thérèse met haar gesproken en op de zesde dag kreeg ze van haar de opdracht om een kapel te bouwen. Aan het einde van het noveen, op vrijdag 3 september 1965, had zij tenslotte een verschijning van Thérèse Neumann, stond op uit bed en was genezen: de reumaknobbels op de handen waren weg en ze kon haar knieën weer buigen. Als boete besloot ze haar grote eetlust te matigen en het vele roken op te geven.
- Neumann had haar in Steinder dialect toegesproken en gevraagd na haar genezing eerst een bedevaart naar haar geboorteplaats Konnersreuth te maken en vervolgens in Stein een kapel te stichten ('Je moet hier in Stein een kapel bouwen'), gewijd aan het lijden van Christus en Maria. Sindsdien ging de zieneres in de regel elk jaar naar Konnersreuth op bedevaart. Hoewel Meuleberg zich vanaf het begin voor steun ook wendde tot de eveneens gestigmatiseerde Padre Pio en zijn uitleggingen propageerde, is zij nimmer naar zijn cultusoord in Italië op bedevaart gegaan.
- Op 10 januari 1968 schreef ze een verzoekschrift aan de gemeente om te komen tot de bouw van een kapel. De gemeente reageerde door Meuleberg te wijzen op de vereiste toestemming van de bisschop voor het stichten van een openbare kapel.

Het bloedende kruis
- Op Goede Vrijdag (27 maart) 1970 om 13.00 uur had de 25-jarige zoon Lo W.J. Meuleberg voor het eerst bloed gezien aan het kruisbeeld in de gang van het huis. Zijn vader vertelde hierover (in de woorden van een verslaggever): 'vanaf de lendedoek tot de voetjes van de metalen corpus was het bloed al geronnen, doch vanaf de doornenkroon stroomde het nog steeds vers naar beneden'. Hij en zijn zoon hielden het voorval drie weken geheim totdat mevrouw Meuleberg, die op dat moment weer ziek was, zich sterk genoeg voelde om uit bed op te staan en van de bijzondere gebeurtenis kennis te nemen. Sjeng Meuleberg voelde zich verplicht tegenover 'O.L. Heer' om het wonder in zijn omgeving bekend te maken. Later, in 1974, vertelde Bertha dat men de zaak van het Bloedend Kruis niet verder openbaar had willen maken, maar dat een kennis uit Schinveld de kwestie naar buiten zou hebben gebracht. Sindsdien raakte het gebeurde via de familie en vrienden verder bekend. Vanaf dat moment kreeg het kruis een prominentere plaats in huis: het werd in de eetkeuken gehangen en vervolgens, ter bescherming, daar onder een stolp op een keukenkast geplaatst. Een rozenkrans werd om het kruis gehangen en een foto van Padre Pio ervoor geplaatst.
- Sindsdien kwamen tientallen vereerders uit de wijde omgeving 's avond in de huiskamer tezamen. Toen ook de genezing van Bertha Meuleberg, die vijf jaar eerder was gebeurd, bekendheid kreeg, plaatsten zij tevens afbeeldingen van Thérèse Neumann bij het kruis. Op Goede Vrijdag (9 april) 1971 waren honderden bedevaartgangers uit Limburg, Brabant en Duitsland naar de boerderij gekomen, in de hoop die dag opnieuw wondertekenen aan het beeld te kunnen zien, zoals het jaar tevoren was gebeurd. Velen waren reeds donderdagnacht met het bidden van de rozenkrans begonnen. De mensen bevonden zich in het huis, op het erf en de volgende dag ook tot op straat. Ter geestelijke begeleiding en organisatorische ondersteuning waren ook twee paters van conservatieve signatuur aanwezig. Pater Paulus Brouwers (1900-1990), een passionist uit Maria-Hoop (Koningsbosch) riep de aanwezigen op om te bidden in verband met het 'einde der tijden' en vanwege 'theologen die ons naar de verdommenis helpen'. Tussen de gebeden door scandeerde hij 'red de priesters, red de bisschoppen, bescherm de paus'. Ook de Nijmeegse jezuïet drs. Ed. Krekelberg (1914-1978) was aanwezig. Een loep was naast het beeld gelegd om eventuele veranderingen aan de vlekken te bestuderen. Een herhaling van het bloedwonder van 1970 vond echter niet plaats.
- De voortdurende toestroom van mensen legde een sterk beslag op het gezinsleven. De familie had last van een gebrek aan privacy en kwam soms niet meer aan eten toe. 's Avonds was men dikwijls met 30 à 40 personen in huis of op het erf om te bidden. De familie wenste geen contact te hebben met de eigen pastoor, die zou te modernistisch zijn en 'niet deugen'. Men zocht heil bij behoudende katholieken, zoals genoemde paters, maar ook leden van de Clemenskerk en aanhangers van pater Kotte. Foto's van het kruis met een handgeschreven tekst van Bertha Meuleberg werden opgenomen in rondzendbrieven van het conservatieve Maria Centrum uit Den Haag, waarin de tekenen van Stein werden verbonden met de boodschappen uit onder meer San Damiano en van de Vrouwe van Alle Volkeren te ⟶ Amsterdam (dl. 1). Politiek engagement was echter uit den boze. Toen op 9 april 1971 ook de Heerlense, conservatief-katholieke mevrouw Tinie Cuypers van de 'Nationale Roomse Partij' (naderhand de partij 'God met ons') met pamfletten in de weer was ('dit zijn mijn mensen'), werd zij geweerd.
- Een nader onderzoek naar de verschijnselen aan het kruis werd uit de weg gegaan nadat een chemisch analist uit Maastricht zou hebben gezegd dat het bloed van Christus toch niet iets was om te onderzoeken. Bertha Meuleberg heeft het zelf ook nooit willen laten onderzoeken: 'dit is ons Kruis en ons geval'. Niettemin circuleerden er geruchten dat het om konijnen- of varkensbloed zou gaan. Anderen waren overtuigd van het wonderlijke van de bloedvlekken. Een vereerster, genaamd Truus Ottenheym, zou een keer wat bloed van het kruis hebben afgenomen, deed het vervolgens in een bakje wijwater, waarop het gehele bakje in bloed veranderde. Kort daarna kreeg deze vrouw zelf stigmata. Er zijn verhalen dat Sjeng Meuleberg zelf ook stigmata en visioenen zou hebben ontvangen.

De oprichting van de kapel

- Om de door Meuleberg gedane gelofte gestand te doen en om de familie in huis van de vele vereerders en bedevaartgangers te vrijwaren, werden snel plannen voor de bouw van een kapel gemaakt. De eerste tekeningen lagen er al in juli 1971. De familie kreeg toestemming om de aangekochte grond deze bestemming te geven. Tijdens de beraadslaging hierover in de gemeenteraad stelde het raadslid Van Mölken dat het een goede zaak was en dat Stein met deze bijzondere devotiekapel geschiedenis zou gaan maken. Bisschop J. Gijsen was echter tegen de bouw en ook pastoor Scheepers van de Martinusparochie stelde: 'Wij distantiëren ons volledig en zwijgen de zaak liever dood. Dat lijkt ons de beste opstelling'. De kerk kon echter de bouw van deze particuliere kapel niet verbieden. Gijsen wilde de ruimte evenmin inzegenen, omdat dat als een kerkelijke bevestiging zou kunnen worden opgevat van de genezing van de zieneres, van het bloedende kruis en van de stigmata.
- De opening van de kapel was op zaterdag 22 september 1973. Dit gebeuren stimuleerde een grootschaliger bezoek van bedevaartgangers, men kwam nu met bussen uit Limburg, West-Brabant, maar ook uit Utrecht, Groningen en Friesland. In het intentieboek hebben in de eerste dagen na de opening zo'n 2000 vereerders hun noden of geloften geschreven. Het aantal bezoekers werd in september 1973 reeds op zo'n 5000 geschat. Omdat de bisschop het opdragen van missen verbood, werden er slechts 'gebedsdiensten' gehouden. Deze werden door Bertha zelf geleid, waarin zij het verhaal van haar genezing meestal een centrale plaats gaf. Voortdurend waren er gebedsdiensten (5 à 6 per dag); de ene groep volgde de andere op. 's Avonds was er een extra bidstonde voor 'behoud van geloof en goede zeden'. Hoewel de relatie evident is, stond voor Bertha Meuleberg de kapel geheel los van het bloedende kruis. De kapel is ter ere van Thérèse Neumann en daarom heeft zij het wonderkruis er nooit neergezet.
- Vanwege het voortduren van de cultus en de contacten met conservatief-kerkelijke personen liet het bisdom Roermond in 1974 een onderzoek uitvoeren naar de persoon en relevante activiteiten van Bertha Meuleberg. Een door het bisdom aangewezen onderzoeker bracht op 12 juni 1974 eveneens een bezoek aan de kapel. Deze stond toen reeds vol heiligenbeelden, waaronder een van Padre Pio. Op die doordeweekse dag waren er voortdurend mensen in de kapel en de dochters Meuleberg verzorgden er de vele geofferde bloemen. In die tijd was er elke zondag om 15.00 uur een kruisweg (30-50 bezoekers) in de kapel en vrijwel iedere avond het rozenkransgebed (25-30 deelnemers).
- Door de realisatie van de kapel was de devotie voor het bloedende kruis (dat immers elders stond) verminderd. Het kruis kon op verzoek in het huis van de Meulebergs worden vereerd. Destijds kwamen er dagelijks nog wel mensen naar de Steeg; tijdens het genoemde onderzoek op 12 juni 1974 zes, van wie twee uit Venlo.
- Mede vanwege het gebrek aan steun vanuit het bisdom Roermond kwam Meuleberg in contact met de schismatieke en gesuspendeerde Franse aartsbisschop Marcel Lefèbvre (eerst van Dakar in Senegal en later van Tulle in Frankrijk), die een seminarie leidde in het Zwitserse Econe. Nadat een eerste bezoek om het vormsel toe te dienen in september 1976 - vanwege een aan Meuleberg persoonlijk gericht verbod van bisschop Gijsen en de negatieve publiciteit daaromheen - niet was doorgegaan, kwam Lefèbvre op 25 april 1977 toch in Stein. Ondanks een nieuw verbod van Gijsen, wijdde hij er de kapel in en diende hij, na een mis volgens de Tridentijnse ritus, 21 katholieken alsnog het vormsel toe. Hij zei daarbij dat in heel Nederland kapellen zoals in Stein zouden moeten worden gebouwd: 'de kerk heeft dringend behoefte aan deze gebedshuizen'. De bisschop werd begeleid door twee lijfwachten en er waren politierechercheurs op straat om de orde te bewaken. Het conflict tussen beide bisschoppen was voor verschillende volgelingen van Meuleberg aanleiding zich van haar af te keren en de bisschop van Roermond trouw te blijven. Naar verloop van tijd keerde ook Meuleberg zich weer van de Franse bisschop af. De Meulebergs voelden zich aanhangers van de 'enige echte traditionele kerk'. De uit Eindhoven afkomstige kapelaan W.J. Kouwenberg leidde in die jaren de eucharistievieringen.
- De publiciteit bracht ook nieuwe vereerders naar Stein. De eigenaresse van het hotel Havenzicht zei dat in het weekeinde alle tien de kamers vol raakten: 'Het zijn bijna allemaal Hollanders die een bedevaart tegen een of andere krankheid maken'. Uit Stein zelf kwamen nauwelijks mensen, het waren voornamelijk Belgen, Duitsers en Hollanders. De aandacht gaat, getuige de votiefgeschenken (tegeltjes, borden, kruk), sterk uit naar Theresia Neumann, maar ook het Fatimabeeld en de vele andere heiligenbeelden genieten in meer of mindere mate verering.
- De kapel bleef door zijn devotionele achtergrond en zijn niet-erkende status in de belangstelling van conservatieve katholieken staan (een bordje in de kapel gebiedt: 'De H. Communie niet op de hand!'). Zo hield bijvoorbeeld de in 1981 in Tilburg opgerichte Katholieke Dogmatische Unie (o.l.v. Kouwenberg), die missen volgens het preconciliaire missaal voorstond en bij alles sterk de nadruk op het aanbreken van de eindtijd legde, rond 1984 vieringen in de kapel. Een van de zes 'kernen' van de Unie was namelijk in Stein gevestigd.
- In de jaren negentig van de 20e eeuw en vooral na het overlijden in 1995 van Bertha Meuleberg is de belangstelling voor de devotie wat teruggelopen. Dit had mogelijk ook te maken met het gegeven dat het kruisbeeld nooit publiek (in de kapel) te zien is geweest, en nog slechts bij uitzondering aan individuele vereerders werd getoond. De kapel zelf was verder dagelijks van 9.00 tot 18.00 uur voor bezoekers geopend, met op elke eerste zondag van de maand een mis. De verzorging van de openstelling en de vieringen is overgenomen door een dochter van de zieneres.
Materiële cultuur - Algemeen: in de kapel bevindt zich een veelheid aan (cultus-) objecten, waarvan een groot deel bestaat uit afbeeldingen van het H. Kruis. Daarnaast is er een prominente plaats voor Neumann met votiefgeschenken en een votief-'kruk'. Bij alle heiligen staan in de regel bloemen. Verder is de ruimte op een traditionele wijze voorzien van een altaar en communiebanken. Na binnenkomst in de ruimte wordt men langs de muurzijden geconfronteerd met een veelheid aan cultusfiliaties en devoties. Rondgaande tegen de klok in waren er in 1997 de volgende objecten aanwezig:
- Rechterzijde kapel: Antonius van Padua met kind, Pater Karel Houben (⟶ Munstergeleen) met een klein borstbeeld tegen de muur; O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand en gebed; gebed O.L. Vrouw van Banneux met een beeld van haar met kaarsenstandaard in de hoek; fotoportret van mevrouw Meuleberg (ca. 20 x 30 cm); afdruk van de geschilderde voorstelling O.L. Vrouw van Welberg (⟶ Welberg, dl. 2); een kruis (ca. 170 cm) met corpus; fotoportret van pater Pio; daaronder een beeld van redemptorist Gerardus Majella (met schedel aan rechtervoet en kind met brood; ⟶ Wittem); gipsen beeld van H. Michael met vlammend zwaard op sokkel (ca. 110 cm); in de sacristie (rechts van het altaar) een gipsen beeld van de Rosa Mystica (onderzijde voet: 4. Juli 1976, B 58, Pilgermadonna Montichiari; vgl. ? Klimmen); en twee olieverfschilderijen van Th. Neumann.
- Midden van de kapel: een stenen altaar met daarop zes kaarsen, een bronzen tabernakel met twee engelen op de deurtjes met daar bovenop een kruisbeeld (in vorm vergelijkbaar met het bloedende kruis) met overhuiving en twee kaarsenstandaards. Onder het altaar staat een gekleurde pietà in gips en achter het altaar bevindt zich een glaswand met een kruisbeeld van ca. 1 meter; voor het altaar staan twee comuniebanken.
- Linkerzijde kapel: schilderij van Christus die aan het kruis wordt genageld; beeld van Jozef (?) met boek en palmtak; beeld van het kindje Jezus; foto van Th. Neumann en twaalf votiefborden (uit de jaren tachtig, vnl. uit West-Brabant: Nieuw-Vossemeer, Oud-Vossemeer, Etten-Leur, Steenbergen, Roosendaal), met bloemen en kaarsenstandaard; groot beeld van O.L. Vrouw van Fatima met planten en bloemen ervoor; ingelijste repro-afbeelding van Christus aan het kruis; H. Hartbeeld; facilitaire ruimten: biechtstoel, toilet met halletje, waarin een kruisafname in cement met als achtergrond glasmozaïek (ca. 2 x 1 m in trapeziumvorm); bij de ingang van de kapel een beeld van Theresia van Lisieux. In de kapel zijn kleine vierkante kruiswegstaties aangebracht.
Bronnen en literatuur Archivalia: Stein, gemeentearchief: archief gemeentewerken nr. 72-53. Roermond, bisdomarchief 1940-heden, codenr. 343.4, s.v. Stein, verslagen J. Heyman, 12 juni en 9 augustus 1974.
Tekstedities: Johannes Steiner ed., Visionen der Thérèse Neumann. Nach Protokollen, akustischen Aufzeichnungen und Augenzeugenberichten, 2 dln. (München: Schnell & Steiner, 1973-1977).
Literatuur: Johannes Steiner, Therese Neumann von Konnersreuth; ein Lebensbild nach Berichten, Tagebüchern und Dokumenten (München: Schnell & Steiner, 1963); Rogier van Aerde, 'Het "wonder" van Limburg', in: Katholieke Illustratie, 13 juli 1968, p. 11, 38-39; 'Wonder in Stein ging niet door', in: Limburgs Dagblad (?), 10 april 1971; Jules Kockelkoren, 'Bertha sticht kapel in Stein uit dank voor levensredding', in: Dagblad voor Noord-Limburg, 24 augustus 1971; Onno Reitsma, 'Nieuw pelgrimsoord in Limburg', in: Elseviers Magazine 8 september 1973, p. 21-23; Jan van Lieshout, 'De kapel van Bertha', in: Limburgs Dagblad, 15 september 1973; Max Paumen, 'De wondere wereld van Bertha Meuleberg', in: NRC Handelsblad, 22 september 1973; 'Wordt Stein tweede Banneux', in: Dagblad voor Noord-Limburg, ca. 25 september 1973; G.J.M. Verlinden, 'Pater Krekelberg sj blijft pessimistisch', in: Elsevier Magazine, 21 september 1974; 'Ik geef om ons hele bisdom geen cent meer', in: De Limburger, 26 augustus 1976; 'Stein is nieuwsgierig naar afloop kerktwist', in: Limburgs Dagblad, 27 augustus 1976; 'Lefèbvre zegent kapel Stein in', in: Limburgs Dagblad, 26 april 1977; Marcel Salari, 'Hoe meer ze Bertha afbreken, hoe beter het haar gaat', in: Limburgs Dagblad, 30 april 1977, p. 12; 'Dogmatische Unie ziet eindtijd bijna komen', in: Katholiek Nieuwsblad 1 (24 augustus 1984), diensten in Steinder kapel; Gottfried Hierzenberger & Otto Nedomansky, Erscheinungen und Botschaften der Gottesmutter Maria. Vollständige Dokumentation durch zwei Jahrtausende (Augsburg: Pattloch Verlag, 1993) p. 272-278, over Th. Neumann.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Stein-Kruis/Neumann; Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum, documentatiecollectie; Amsterdam, collectie P.J. Margry: fotoalbum genaamd 'Zeer moderne mystiek' inzake verschijningen en wonderen, 1970-1971, met foto's van en teksten over het kruis van Stein; Collectie 'Ariëns' van A.J. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012); Collectie 'Neumann' van A.J. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012).
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<