Binderen, Heilig Bloed

Cultusobject: Heilig Bloed
Datum: Onbekend
Periode: 16e eeuw - 1571
Locatie: Cisterciënzerinnenabdij Sancta Maria de Vale Imperatricis
Adres: Binderen, 5702 NT Helmond (kapel O.L. Vrouw van Binderen)
Gemeente: Helmond
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: In de 16e eeuw ontstond een verering van H. Bloeddoeken in de abdij van Binderen, die in elk geval geëindigd is in 1571, toen de doeken verloren gingen bij een plundering door Staatse troepen. De 17e-eeuwse beschrijving door Wichmans is in feite de enige getuigenis over deze cultus.
Auteur: Henk Roosenboom
Illustraties:
Topografie - De abdij van Binderen, officieel Sancta Maria de Valle Imperatricis of ook Locus Imperatricis, werd in de jaren 1237-1246 ten noordwesten van de stad gesticht door Maria van Leuven, dochter van hertog Hendrik I van Brabant en weduwe van keizer Otto IV en graaf Willem I van Holland. Het was een kloostergemeenschap van adellijke dames, die in 1246 definitief werd geïncorporeerd in de cisterciënzerorde en onder geestelijk toezicht kwam te staan van de abt van Villers.
- Na de Vrede van Münster (1648) werd de abdij van Binderen in 1650 ontbonden. Acht jaar later werden de kloostergoederen publiekelijk verkocht. Het abdijterrein is tegenwoordig een open, parkachtige ruimte in de wijk Helmond-Noord, waar zich de kapel bevindt van ⟶ O.L. Vrouw van Binderen.
Cultusobject - Tijdens de late middeleeuwen werd in de Nederlanden veelvuldig melding gemaakt van eucharistische wonderen. Sommige van deze wonderen - waarbij de wijn of de hostie zichtbaar van substantie veranderde - golden als een vermaning aan leken (vgl. ⟶ Middelburg) of aan priesters, zoals in Boxmeer, om niet te twijfelen aan de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament. In Boxmeer, maar ook in andere Brabantse plaatsen (⟶ Breda, ⟶ Stiphout, ⟶ Boxtel, ⟶ Standdaarbuiten, ⟶ Uden) leidde een eucharistisch wonder tot een cultus, een zogenoemd Sacrament van Mirakel.
- In de abdij werden een koorkleed en een corporale vereerd waarop het bloed van Christus zichtbaar zou zijn.
Verering - Over de verering van het Heilig Bloed in Binderen wordt voor het eerst geschreven door de 17e-eeuwse auteur Augustinus Wichmans, Norbertijner kanunnik van Tongerlo en pastoor te Mierlo bij Helmond. Alle latere vermeldingen van de cultus gaan terug op deze bron. Wichmans verhaalt dat een priester tijdens het celebreren van de mis in de kloosterkerk de kelk met de geconsacreerde wijn omstootte, met als gevolg dat het Heilig Bloed over zijn koorkleed en het corporale vloeide. De bloedkleur verdween niet, zelfs niet na zes weken dagelijks wassen. Tengevolge van dit wonder kwamen velen naar de abdij om deze wondertekenen te vereren.
- In 1566, het jaar van de beeldenstorm, werd ook Binderen door beeldenstormers uit Helmond aangevallen. Zij namen onder andere de geconsacreerde hosties mee naar de stad en wierpen ze in een herberg, geheten 'Agter de Mey', bij de stadsgracht in een gloeiende beddepan, die direct rood kleurde van het Heilig Bloed. Het dienstmeisje in de herberg greep de hosties en verborg ze aan de waterkant. Zij vertelde het verhaal vervolgens aan de abdis en de priorin.
- In 1571 werd de abdij opnieuw geplunderd, nu door Staatse huurtroepen, voornamelijk Engelsen en Schotten. Bij die gelegenheid gingen ook de wonderbare doeken verloren, alsmede de oorkonde waarop de hele wondergeschiedenis was beschreven.

Bronnen en literatuur Archivalia: Helmond, gemeentearchief.
Literatuur: Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 654-655; J.F. Foppens, Historia episcopatus Silvaeducensis etc. (Brussel: F. Foppens, 1721) p. 285-286; [S.J. van de Velde, gezegd Honselaer], Oudheden en gestichten van de bisschoppelyke stadt en Meyerye van 's Hertogenbosch (Leiden: Joh. Arnold Langerak, 1742) p. 590-591; L.G. Swaving, Galerij van Roomsche beelden of beeldendienst der XIX eeuw (Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1824) p. 11-15; J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch: J.F. Demelinne, 1843) p. 365; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, dl. 4 (St. Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1873) p. 135; ‘Het wonder van het H. Bloed te Binderen bij Helmond’, in: De Volksmissionaris 4 (1883) p. 25-27; ‘Het H. Sacrament in de veertiende eeuw’, in: Het Offer, maandschrift van het Aartsbroederschap der H. Mis van Eerherstel 5 (1896) p. 213-217; A.M. Frenken, ‘De abdij van Binderen onder Helmond’, in: Bossche Bijdragen 11 (1932) p. 102-148; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: ‘Eigen Volk’, [1933]) p. 162, 164; P. Browe, Die eucharistischen Wunder des Mittelalters (Breslau: Müller & Seiffert, 1938) p. 174; Michael Schoengen, Monasticon Batavum, dl. 3 (Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Mij., 1942) p. 62-63; J.J. Heeren, Oorsprong van de devotie tot O.L. Vrouw van Binderen en beknopte geschiedenis van de abdij van Binderen onder Helmond (Helmond: L.J. Geeris-Roxs, 1944), in het bijzonder p. 10; A.M. Frenken, ‘De cisterciënzerinnenabdij Binderen bij Helmond’, in: Citeaux in de Nederlanden 7 (1956) p. 190-214; G.J. van Bussel, ‘Het ontstaan van een Cisterciënzerinnenabdij in de dertiende eeuw. Reconstructie van het stichtingsproces van de abdij Locus Imperatricis bij Helmond, 1231-1246’, in: Vlasbloem, historisch jaarboek voor Helmond 5 (1984) p. 93-133; G.J. van Bussel, ‘Het stichtings- en incorporatieproces van de Cisterciënzerinnenabdij Locus Imperatricis (Binderen) bij Helmond, 1237-1246’, in: Citeaux (1987) p. 165-192.
Overige bronnen: PJMI BiN-dossier Binderen-H. Bloed.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<