Zegge, O.L. Vrouw 'van de Zeg'

Cultusobject: O.L. Vrouw 'van de Zeg'
Datum: mei; gehele jaar
Periode: Begin 17e eeuw - heden
Locatie: Mariakapel, behorend tot de parochie Maria Boodschap
Adres: O.L. Vrouwestraat 105, 4735 AA Zegge
Gemeente: Rucphen
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: Breda
Samenvatting: Reeds in 1459 wordt een Mariakapel onder Roosendaal genoemd. Er bestaan duidelijke aanwijzingen dat hier de kapel van Zegge werd bedoeld. In de 17e eeuw stond de kapel bekend als een geliefde bedevaartplaats. In de 19e eeuw wordt deze bedevaarttraditie onderbouwd met een tot dan toe onbekende in de middeleeuwen gesitueerde schipperslegende. Zegge ontwikkelde zich sindsdien tot een van de meest vitale Mariabedevaartoorden in de West-Brabantse regio.
Auteur: Paul van Geest & Hans de Jong; Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie - Zowel de kapel als de parochiekerk van Zegge liggen aan de zuidzijde van het tegenwoordige dorp dat zich langs de Onze Lieve Vrouwestraat in noordelijke richting ontwikkeld heeft, ten noorden van de A 58 op ongeveer drie kilometer afstand van Roosendaal.
- De kapel te Zegge wordt voor het eerst genoemd in een beschrijving van het landdekenaat Hilvarenbeek van het bisdom Luik, waaronder het huidige Noord-Brabant tot 1559 kerkelijk ressorteerde. De aantekening bij de parochie van Roosendaal luidt: '1459, Capella S. Mariae noviter fundata' ('1459, een kapel van de H. Maria, onlangs opgericht'). In de 19e eeuw heeft men boven de ingang van de kapel een steen gevonden waarop het jaartal '14..' stond. Dit gegeven kan worden beschouwd als een tweede aanwijzing voor de 15e-eeuwse oorsprong van de kapel. De steen is bij de restauratie in 1875 verdwenen.
- De eerste, 15e-eeuwse kapel was gelegen op de plaats van de huidige kapel. Toen de kapel in 1648 aan de katholieke eredienst onttrokken werd kreeg de ruimte verschillende bestemmingen. Zij werd een enkele maal gebruikt door de hervormde predikant van Oudenbosch en diende, soms tegelijkertijd, als school en gevangenis.
- De kapel werd in 1810 opnieuw voor de katholieke eredienst in gebruik genomen en in 1818 vergroot. Op 9 september 1833 verhief apostolisch vicaris Joannes van Hooydonk van Breda de kapel tot parochiekerk. In 1848 kwam onder bouwpastoor A. Bierwagen een nieuwe parochiekerk gereed, recht tegenover de kapel. De kerk werd in hetzelfde jaar geconsacreerd door Van Hooydonk. De kapel werd daarop in 1848/1849 tot haar oorspronkelijke grootte teruggebracht. In 1875 werd de kapel in romaanse stijl gerestaureerd; in 1885 bekostigde de Roosendaalse processie de beschildering van de kapel en in 1894 volgde een vergroting van de kapel aan de kant van het priesterkoor, uitgevoerd door het aannemersbedrijf van de gebroeders Petrus en Cornelis Suykerbuyk te Zegge.
- In 1911 is de parochiekerk tegenover de kapel gesloopt en vervangen door een neogotisch gebouw naar ontwerp van architect Jacques van Groenendael te Breda. Bisschop P. Leyten van Breda consacreerde deze kerk op 11 mei 1912. De kerk werd in 1944 zwaar beschadigd door het opblazen van de toren, maar werd na de Tweede Wereldoorlog weer herbouwd in de oorspronkelijke stijl.
- In 1921-1922 werd de kapel gesloopt en in neogotische stijl herbouwd, wederom naar ontwerp van Van Groenendael. In 1969 vond er een ingrijpende restauratie van de kapel plaats; in de jaren 1997-1998 is de kapel opnieuw gerestaureerd.
- In de kapel bevinden zich vijftien gebrandschilderde glas-in-loodramen die de geheimen van de rozenkrans uitbeelden. Een zestiende raam is gewijd aan Maria en haar zoon. Op de muren staan voorstellingen geschilderd, geïnspireerd op de litanie van Loreto. Aan weerszijden van de kapel hangt een zestal wandtableaus met een gebed ter intentie van O.L. Vrouw van Zegge. Achter het eikenhouten neogotische altaar staat het beeld van O.L. Vrouw van Zegge op een console onder een glazen stolp. Aan weerszijden van het Maria-altaar hangt een kast met ex-voto's.
- In de tegenover de kapel gelegen parochiekerk herinneren nog twee uit 1986 daterende grote fresco's van Zeef Zevenbergen aan sleutelmomenten uit de geschiedenis van O.L. Vrouw van Zegge. In de linkerzijbeuk is de stichtingslegende van de kapel afgebeeld. In de rechterzijbeuk wordt, in een fictief landschap, de overbrenging van het beeld uit de brandende woning van boer Franken naar de kapel weergegeven, een gebeurtenis die plaatsvond in het begin van de 19e eeuw (zie hierna onder 'Bedevaarten'). Van het afgebeelde gezelschap kon alleen de koster, M. van Overveld, worden geïdentificeerd.
Cultusobject - Het houten Mariabeeld wordt door Kronenburg als volgt omschreven: 'Dit miraculeus beeld stamt, naar getuigenis van vorm en lijnen van het laatst der 17e eeuw; het is een karakteristiek snijwerk uit den vollen renaissancetijd en stelt Maria voor in zeer bewogen voorwaarts gaande houding; in de rechterhand een scepter dragend, op de linker het goddelijk Kind, niet minder levendig en bewegingsvol dan de Moeder'.
- Merkelbach (1957) stelt terecht dat als dit beeld uit de late 17e eeuw dateert, het niet in relatie kan hebben gestaan tot de bedevaarten die reeds voor 1648 naar Zegge trokken. De kapel beschikte dus voor 1648 over een ander cultusobject (een middeleeuws Mariabeeld?).
- In 1907 ontdeed pastoor Martens het beeld van zijn pyramidevormige 'Spaanse' mantels en liet de oorspronkelijke kleuren bijwerken. Anno 1998 is de glazen stolp waarin het beeld staat, weer omhangen met een aan Maria gewijde mantel van roodfluweel en brokaat en omgeven met kaarsenstandaards. Enige decennia geleden stond het beeld op een neogotische console onder een dito baldakijn voor een fluwelen gordijn.
Verering Legenden
- De devotie van Maria in Zegge begon in de 15e eeuw met de stichting van een Mariakapel, maar daarmee was er nog geen bedevaart. In de literatuur worden twee legenden vermeld die aan het ontstaan van de Mariabedevaart ten grondslag zouden liggen. Volgens de oudste (19e-eeuwse) versie zou de stichting van de kapel teruggaan op een belofte van een schipper, die in de 14e eeuw tijdens een storm schipbreuk leed. Hij beloofde dat indien hij gered zou worden, hij op de plaats waar hij aan land zou komen een kapel ter ere van Maria zou bouwen. Deze legende deelt Zegge met het nabijgelegen Mariaoord ⟶ Kapelberg, gesitueerd tussen Roosendaal en Oud Gastel. De legende is afgebeeld in de rechterzijbeuk van de parochiekerk. Merkelbach (1957) merkt op dat noch Wichmans noch Gramaye deze legende vermelden. Kronenburg maakt er in 1914 voor het eerst melding van. Zijn versie is gebaseerd op de optekening van een 'volksoverlevering' door pastoor Lambrechts (1882-1907) omstreeks 1885. Deze legende zou de pastoor dikwijls aan kinderen van Zegge in de katechismusles hebben verteld. Ofschoon Lambrechts en Kronenburg spreken over de 14e eeuw, suggereerde Merkelbach dat de betreffende storm mogelijk ook de 15e-eeuwse St. Elisabethsvloed (1421) zou kunnen zijn. Deze laatste datering is in het jubileumboek uit 1983 overgenomen en sindsdien min of meer 'gecanoniseerd'.
- De tweede oorsprongslegende ontstond pas omstreeks 1925 op het Juvenaat van de Broeders van Saint Louis te Oudenbosch. Hierin wordt verhaald van een herder die in een bos bij een waterput een Mariabeeld vond. Hij nam het mee naar huis; de volgende ochtend echter was het verdwenen en vond hij het in een boom. Naar aanleiding van deze gebeurtenis zou de kapel van Zegge gebouwd zijn.
- Een derde legende, evenwel niet in relatie tot de stichting, verhaalt van een ridder die de kapel binnentrad in de vurige hoop dat zijn dochter zou genezen. Bij thuiskomst trof hij haar in blakende gezondheid aan. Ook deze legende is afkomstig uit het milieu van het juvenaat.
- In 1938 werd nog een vierde legende aan het repertoire toegevoegd. De auteur van Lieve Vrouwkes van Brabant verzon een verhaal over een predikatie van een van de martelaren van Gorcum te Zegge (ca. 1566) en de genezing van een calvinist door O.L. Vrouw van Zegge.

Bedevaarten
- De eerste concrete vermeldingen van bedevaarten dateren uit het begin van de 17e-eeuw. In een visitatieverslag van het landdekenaat Bergen op Zoom van 1617 vermeldt deken Arnoldus Hesselius over de samenkomsten van het volk op Maria Boodschap (25 maart):

'Hic multis populus quotannis confluit ut vota exolvat; solet hic quoatannis concio haberi, verum haec ab uno atque altero anno praetermissa ob computationes et alias insolentias, quae etiam tempore sanctae concionis exerceri et a magistratu loci impune permitti solent'. ('Dit volk stroomt jaarlijks met velen samen om geloften te vervullen; het schijnt dat dit volk alle jaren een samenkomst heeft, maar dat deze al een paar jaar achterwege is gebleven vanwege de manipulaties en andere onbeschaamdheden, die zelfs op het moment van zo'n heilige bijeenkomst worden bedreven en door de plaatselijke magistraat ongestraft worden toegestaan').

In 1622 spreekt Hesselius over de Maria Boodschapkapel waar op 25 maart bedevaarten naar toe trokken ('capella Annuntiationis Beatae Mariae Virginis, ad quam in festo Annuntiationis fit peregrinatio'). Op Maria Boodschap in de namiddag ('tempore pomeridiano') was er jaarlijks een samenkomst ('concio'). Soortgelijke opmerkingen tekende hij ook in andere jaren op. De inwoners plachten nog steeds in de kapel op de zon- en feestdagen lofgezangen te zingen en in 1635 vermeldt de deken expliciet dat op het feest van Maria Boodschap in deze kapel een mis is gecelebreerd.
De laatste visitatie legde Hesselius in 1647 af waarna hij kon berichten dat de kapel 'sarta tecta est' ('hersteld en gedekt is') en dat er nog steeds een 'magnus concursus populi utriusque sexus' ('een grote toeloop van volk van beiderlei kunne') is. Na de Vrede van Munster in 1648 namen de protestanten de kapel in beslag maar volgens de overlevering bleef men het uit de kapel afkomstige Mariabeeld vereren gedurende opeenvolgende periodes in verschillende boerderijen.
- Volgens processtukken, opgemaakt door de drossaard van Zegge in 1802 naar aanleiding van de pogingen het beeld in de kapel terug te brengen, bevond het beeld zich volgens rentmeester E. van Mattenburgh op dat moment in de woning van Cornelis Franken in de Noordhoeksestraat. Er was een apart 'kaamerke alwaar Onze Lieve Vrouw beeld rust en geeerd word'. De kapel was toen nog als gemeenteschool in gebruik. Toen enkele jaren later de boerderij van Franken afbrandde, bleef het beeld 'op wonderbare wijze' ongeschonden in een hoek van de kamer en werd het naar de woning van een zekere Moerings overgebracht. Vandaaruit werd het beeld later naar de ondertussen leegstaande kapel teruggebracht en, volgens Kronenburg, gedurende enige tijd door een wacht van mannen dag en nacht bewaakt om te voorkomen dat het beeld weer uit de kapel zou worden gehaald. Dit leidde tot een herleving van de verering en 'deed Maria rijke gunsten over allen afdalen'. Nadat de kapel in 1810 zijn oude bestemming als bidhuis had herkregen, bleef het Mariabeeld er permanent staan. De missen werden sinds 1821 door een priester van het seminarie Hoeven verricht.
- In de 19e eeuw kwamen er groepsbedevaarten uit Roosendaal, Standdaarbuiten, Breda en Bergen op Zoom. De processie van Bergen op Zoom die sinds 1746 naar Berendrecht trok, heeft in de periode van 1830 tot 1836, toen de grens met België was gesloten, tijdelijk als alternatief heiligdom Zegge aangedaan. Krüger schreef in 1878 dat:

'nog ten huidigen dage de toeloop van godvruchtige Mariavereerders en bedevaartgangers processiegewijs of anderszins, inzonderheid op den feestdag van O.L. Vrouwe Boodschap den 25 Maart, mitsgaders op alle Zaturdagen in het jaar; maar wat nog meer is, op elken dag zonder uitneming, komen, niet slechts inwoners, maar ook vreemdelingen, deeze kapel bezoeken en O.L. Vrouw vereeren en aanroepen. [...] Dagelijks staat de Kapel van 's morgens tot 's avonds open en schier nooit zonder volk'.

- Toen Zegge in 1833 tot een zelfstandige parochie werd verheven, kreeg de kerk op 24 november van dat jaar van paus Gregorius XVI een eeuwigdurende volle aflaat onder bepaalde voorwaarden bij een bezoek aan de kapel. Op 6 januari 1834 maakte mgr. J. van Hooydonk de aflaat in het bisdom bekend. De aflaat was te verdienen op Maria Lichtmis (2 februari), Maria Boodschap (25 maart), op alle dagen in de periode van Maria Hemelvaart (15 augustus) tot en met Maria Geboorte (8 september) en op Maria Ontvangenis (8 december). Mede hierdoor nam in de tweede helft van de 19e eeuw het aantal bedevaartgangers verder toe.
- Het kerkbestuur klaagde in 1892 dat vanwege de intensivering van de Mariadevotie de kapel te klein was geworden. Daarom werd de kapel in 1894 vergroot. Middelen had de parochie daarvoor voldoende. Jaarlijks werd er circa ƒ500,- in de offerblokken van de kapel gestort en brachten de waskaarsen zo'n ƒ160,- op.
- In het archief van het bisdom van Breda wordt een brief bewaard van pastoor Lambrechts uit 1885, waarin hij verzoekt om op een afgesloten terrein ten noorden van de kerk processies te mogen houden met het H. Sacrament en wel op de feesten van Maria Lichtmis, Maria Boodschap, en Maria ten Hemelopneming. Daarnaast verzocht de pastoor ook processies te mogen houden als zich een bepaalde groep ter bedevaart aandiende. Voorts zijn lijsten overgeleverd van deelnemende groepen. De naar leeftijd, maatschappelijke klasse en sexe onderscheiden groepen zijn steeds uit West-Brabant afkomstig.
- In 1911 werd er een broederschap ter ere van O.L.Vrouw van Zegge opgericht met als doel de godsvrucht en gunsten op Maria's voorspraak te bevorderen. Verdere gegevens zijn er niet over bekend.

Na de Tweede Wereldoorlog
- Merkelbach (1957) meldt dat na de sluiting van de nabije spoorweghalte van Seppe het aantal georganiseerde bedevaarten gestaag afnam en dat na de Tweede Wereldoorlog, toen de parochiekerk grotendeels verwoest was, de georganiseerde bedevaarten verdwenen. Individuele bedevaartgangers en kleinere groepen bleven evenwel komen. Processies vonden voornamelijk plaats op de feestdagen van Maria en vooral in de meimaand.
- Ondanks de ontkerkelijking vanaf de jaren zestig en de opmerking van de Bredase bisschop De Vet, die in 1962 de pastoors het organiseren van openbare processies ontraadde, bleef de bedevaart naar Zegge onverminderd populair. Terwijl er in de jaren zestig sprake was van een terugval in de devotie, hervonden vele katholieken uit de regio en België in de loop van de jaren zeventig hun gang naar Zegge als bedevaartplaats. In de Brabants Heem enquête van 1980 naar r.k. gebruiken komt Zegge als een van de populairste Mariaheiligdommen van West-Brabant naar voren. Illustratief voor deze ontwikkeling is bijvoorbeeld de uitnodiging van de Wandelclub van Groene Ster Atletiek, die sinds 1992 in mei een bedevaarttocht naar Zegge organiseerde. Het parochiejubileum in 1983 was aanleiding om een gedenkboek over het 'Maria oord Zegge' uit te geven.
Anno 1997 concentreerden de plechtigheden zich in de meimaand. Op iedere zondag in deze maand namen aan de eucharistievieringen (om 6.00, 8.00 en 10.00 uur) gezamenlijk ongeveer 2000 pelgrims deel. Het is een gebruik dat koren uit de omgeving de plechtigheden komen opluisteren. Elke avond in mei wordt om 18.45 uur het rozenhoedje gebeden. Op 31 mei wordt de meimaand in een plechtige viering afgesloten.
- Ontraadde bisschop De Vet in 1962 nog tevergeefs het houden van processies, in 2007 besloot de parochie unaniem dat de Mariaprocessie ter afsluiting van de Mariamaand (op 31 mei) moest worden afgeschaft. De reden was dat hoewel de bedevaart nog ruim voldoende belangstellenden trekt, het afsluitende ritueel in de voorafgaande jaren diverse malen onderwerp van spot is geweest. In het algemeen geniet de processie onvoldoende draging onder de bevolking van Zegge. Pastor Han Perry: 'sommigen vinden het eerder een stoorzender dan iets moois'. Zo ver kwam het echter niet. Vanwege de vele reacties op dit voornemen, besloot het kerkbestuur de processie toch te laten doorgaan. Dit keer zonder problemen.
Materiële cultuur - Ex-voto's: in twee eikenhouten vitrinekasten, opgehangen ter weerszijden van het altaar, zijn in totaal zo'n kleine zeventig zilveren en zilverachtige 19e-eeuwse votiefgeschenken tentoongesteld. Een deel hiervan heeft de vorm van een menselijk lichaamsdeel (ogen, oor, arm, benen, hoofden, longen) of van een lichaam van een kind of volwassene, andere beelden dieren uit (twaalf paarden, drie koeien, twee varkens en een hond). Verder zijn ook enkele harten en een kruisje in de kasten opgehangen. Dat deze ex-voto's slechts een fractie zijn van wat vereerders ooit aan 'O.L. Vrouw van de Zeg' hebben geschonken, kan worden opgemaakt uit de inventaris van voorwerpen die door de parochie Maria Boodschap in bruikleen zijn gegeven aan het Breda's Museum. In de inventaris worden tenminste 140 ex-voto's, meestal van zilver en zilverblik, beschreven die vanaf circa 1830 aan de kapel zijn geschonken. Ook deze hebben vaak de vorm van een menselijk lichaamsdeel, een menselijke gestalte of een dier, een enkele keer ook van een molen of een huis. Een ander deel van deze ex-voto's bestaat uit bedevaartinsignes en -penningen. Enkele met het opschrift 'Processie BoZ. Zegge. O.L.V. Van Zegge' zijn tussen 1901 en 1910 door de respectieve eigenaars, die allen 25 maal aan de processie hadden deelgenomen, aan de kapel geschonken.

Devotioneel drukwerk
- Er zijn in de loop der tijd diverse devotionele drukwerkjes en vouwbladen in omloop geweest, waarop hetzij de geschiedenis van de verering van O.L. Vrouw van Zegge wordt verhaald, hetzij een gebed te harer ere is afgedrukt, voorzien van een afbeelding. Van het gebed op de wandtableaus in de kerk zijn stencils in omloop geweest, evenals van de zogenaamde 'afscheidsgroet van O.L. Vrouw van de Zeg'. Overigens toont het gebed op de wandtableaus treffende gelijkenis met het gebed tot O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand, zoals dat bijvoorbeeld in de aan Clemens Maria Hofbauer toegewijde kapel in het nabije ⟶ Bosschenhoofd aangetroffen kan worden. Alleen de slotregel heeft specifiek betrekking op O.L. Vrouw van Zegge. Elk jaar zijn ook tekstboekjes ter gelegenheid van de eucharistievieringen in de meimaand vervaardigd, voorzien van tekst en uitleg over de Mariaverering te Zegge.
- Anno 1998 was het de bedevaartganger mogelijk om bidprentjes en ansichtkaarten van O.L. Vrouw van Zegge te kopen evenals speciale tegeltjes en noveenkaarsen met haar beeltenis. Deze zijn evenals medailles verkrijgbaar in de kapel. In de meimaand worden voorts affiches verspreid met de dag en aanvangstijden van de onderscheiden activiteiten.
- In het Breda's Museum bevindt zich een speciaal te harer ere vervaardigd gebed (impr. Breda 12-4-1928, vicaris-generaal van Breda), en op de voorzijde een afbeelding van O.L. Vrouw van Zegge. Ook de lidmaatschapskaart van de Mariabroederschap (impr. Breda 13-6-1911, P. Hopmans, vicaris generaal), waarop doelstelling, lidmaatschapsvereisten, voordelen en de voornoemde aflaten worden beschreven, zijn speciaal ten behoeve van de verering van Maria te Zegge vervaardigd.
- Broederschapblaadje met doelstelling en aflaten (impr. P. Hopmans, Breda, 13 juni 1911; 3/4 p.; vgl. gedenkboek uit 1983).
- Prentjes: 1 prentje (11 x 7,2 cm) met op de voorzijde een foto van het beeld en de tekst 'O.L.V. van Zegge' en op de achterzijde een gebed (impr. J.M. van Oers, Breda 12 april 1928). Coll. D. Gooren; 2/3 twee fotoprentjes 'Echte foto' (11,5 x 7 cm en 10,5 x 7,5 cm) met ieder een verschillende foto van het beeld (met rozenkrans in de handen) en op de achterzijde een gebed (impr. Breda 18 maart 1957). Coll. D. Gooren; 4 in blauw gedrukt prentje (12,6 x 7,8 cm) uit een serie van Brabantse Lieve Vrouwen met een tekening van het cultusbeeld en de tekst 'O.L. Vrouw van Zegge' en de signatuur Jan Hul en het nummer 'E[rnest] v[an] A[elst] 101' (1938); 5 herdruk in offset van het fotoprentje 2/3 (ca. 1985?).
- Ansichtkaarten: 1 foto van de kapel (voor de sloop in 1921) rond 1900, met de in rood gedrukte tekst 'Zegge Kapel van O.L. Vrouw'; 2 'Echte foto' van het beeld met rozenkrans, op de achterzijde de tekst 'Miraculeus beeld van O.L. Vrouw van Zegge (N.Br.). Dateert uit de 17e eeuw' (15 x 10,5 cm); 3 compositiekaart met vijf kleurenfoto's van het beeld en het interieur van de kerk en de tekst 'Groeten uit Zegge' (Arnhem: Jos-Pé, [ca. 1980?]); 4 kaart met kleurenfoto van het beeld en het altaar in de kapel (Velp: Jos Pé, [ca. 1985?]).
- Fotoblad van het beeld met toelichtende historische tekst op de Mariakalender van 1954 (12,5 x 14 cm). Coll. D. Gooren.
Bronnen en literatuur Archivalia: Breda, bisdomarchief: parochiedossier Zegge. Zegge, parochiearchief. Breda, Breda's Museum: bruikleen parochie Maria Boodschap, Zegge, inv. nr. 3570-3702. Rucphen, gemeentearchief: oud-archief der gemeente Rucphen, dorpsrekening 1623, nr. 802; archief van het R.K. Kerk- en Armbestuur te Zegge (1800-1969) nr. 85, stukken betreffende de kapel en de bedevaarten. Eindhoven, Regioarchief: archief Stichting Brabants Heem, enquête r.k. gebruiken (1980).
Tekstedities: P.M. Toebak, Kerkelijk-godsdienstig leven in westelijk Noord-Brabant, 1580-1652: dekenale visitatieverslagen als bron, dl. 2 (Breda: gemeentearchief, 1995) p. 4, 9, 18, 23, 29, 50, 57, 65, 76.
Literatuur: J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het bisdom Breda, dl. 4 (Roosendaal: Van Leeuwen, 1878) p. 317-319; [J.A.F. Kronenburg], 'Onze Lieve Vrouw van Zegge', in: Volksmissionaris 22 (1901) p. 475-476; Jan Kalf, De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Noordbrabant, dl. 1. De monumenten in de voormalige Baronie van Breda (Utrecht: Oosthoek, 1912) p. 333-334; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland (Amsterdam: Bekker, 1907, 1914) dl. 5, p. 467, 469, dl. 8, p. 245-247; 'Bedevaartplaatsen in ons bisdom. Geschiedkundige byzonderheden', in: Sancta Maria 1(1923-1924) p. 28-29; J.W.A. Gommers, 'Folkloristische kalender voor westelijk Noord-Brabant', in: Sinte Geertruydtsbronne 7 (1930) p. 50-51, Bergense processie op Hemelvaart; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', 1933) p. 192; Jehan Kuypers, Lieve Vrouwkes van Brabant of eenen krans van Maria-legenden (Maastricht: Van Aelst, 1938) p. 93-99, met een niet eerder genoemde legende over de genezing van een calvinist ten tijde van de Opstand; L.M.W.J.N. Merkelbach van Enkhuizen, 'De Lande van Bergen boven den Nieuwenberch, alias de Zegge', in: Jaarboek De Ghulden Roos 17 (1947) p. 57-80; L.M.W.J.N. Merkelbach van Enkhuizen, 'Maria Boodschap: de titel der parochie Zegge', in: Jaarboek De Ghulden Roos 17 (1957) p. 134-157 (ook in een gele kaft als zelfstandige uitgave verschenen onder dezelfde titel Maria Boodschap: de titel der parochie Zegge, p. 1-24); Zo is dit land : facetten van het leven in Brabant en Zeeland bijeen gebracht bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Dagblad de Stem (Breda: De Stem, 1960) p. 28-29, foto van het beeld in de troon; H. Brabers e.a. ed., Onze Lieve Vrouwkes van Brabant ([Den Bosch: Noordbrabants Genootschap, 1977]) p. 68-69; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 364; P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 309-312, 349; A.H. Mol e.a., Het Maria Oord Zegge. Gedenkboek bij 150 jaar parochie (Zundert: Vorsselmans, 1983); Jac Heijer, 'Destijds was het een geheimzinnig donker hol. Zwerftocht door Nederland nr. 18: Zegge', in: NRC Handelsblad 6 augustus 1984; P.B.A. Melief, Joannes van Hooydonk: apostolisch administrator en vicaris van het vicariaat Breda, eerste bisschop van Breda: 1827-1853-1868 (Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1987) p. 186; Parochie H. Maria Boodschap Zegge (Zegge: Heemkundekring, 1988); Peter Vermeulen, Langs 's-Heren Wegen. Veldkapellengids voor Noord-Brabant (Eindhoven: Kempen uitgevers, [1996]) p. 163-165. Weekblad 'Het Midden', 30 april 1996; A.M. Garritsen ed., Pius jaarboek. Almanak katholiek Nederland 1996 (Houten: Bohn/Stafleu/Van Loghum, 1996) p. 351; Guido Elias & Bert Stienaers, Bedevaarten. Voor pelgrims en toerist (Roeselare/Baarn: Globe/De Fontein, 1997) p. 149.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Zegge; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a+b (1993); Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum-KliB: bedevaartfoto's Margry (1981).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<