Wittem, H. Gerardus Maria Majella

Cultusobject: H. Gerardus Maria Majella
Datum: 16 oktober (+ octaaf); negen zondagen; gehele jaar
Periode: 1893 - heden
Locatie: Kloosterkerk van St. Alfonsius en St. Joannes Nepomucenus
Adres: Wittemer Allee 32, 6286 AB Wittem
Gemeente: Wittem
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De zaligverklaring van de redemptorist Gerardus Majella in 1893 was de start van een met name door de redemptoristen gepropageerde en verspreide verering. Door de introductie van zijn verering in Wittem ontwikkelde de plaats zich tot een belangrijk bedevaartoord. Groepen uit Midden- en Zuid-Nederland en grensgebieden in België en Duitsland kwamen en komen volgens een jaarlijks rooster in de periode van mei tot einde oktober vooral op zondag per openbaar vervoer en touringcar naar Wittem voor een dagprogramma van gezamenlijke vieringen, individuele devotie en ontspanning. Het kwantitatieve hoogtepunt van de groepsgewijze bedevaart lag in de periode 1950-1970. Na 1970 nam het individuele bezoek en het bezoek in kleine (familie-)kring sterk toe.
Auteur: Hans Evers
Illustraties:
Topografie - Het grondgebied met de naam Wittem wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1125. Via verkoop kwam Wittem, dat in 1520 verheven was tot vrije rijksheerlijkheid, in 1722 in bezit van graaf Ferdinand Adolf von Plettenberg (1690-1737). Hij was erfmaarschalk van het prinsbisdom Münster en eerste minister van het prinsbisdom Keulen, toen in personele unie verbonden onder Clemens August von Wittelsbach. In 1732 werden deze gebieden, verenigd met gebieden in Mechelen, Epen, Wahlwiller en Nijswiller, verheven tot rijksgraafschap. In dat jaar kocht Von Plettenberg ook de in Staats territoir gelegen heerlijkheden Gulpen en Margraten. Von Plettenberg was aldus heer geworden van een groot gebied in Zuid-Limburg.
- Von Plettenberg gaf in 1729 de aanzet tot het bouwen van een capucijnenklooster schuin tegenover het te restaureren kasteel van Wittem. De kloosterkapel moest tevens fungeren als slotkapel. De Westfaalse architect Johann Conrad Schlaun werd belast met het ontwerp. Schlaun ontwierp een barokkerk, waarbij boven de ingang een beeld was aangebracht van Johannes Nepomucenus en engelen (later in de Gerarduskapel geplaatst). Via deze ingang kwam men in een voorportaal dat toegang verschafte tot een nagenoeg vierkante kerkruimte. Boven dit portaal lag de galerij voor de familie Von Plettenberg, die van daar uitzicht had op het hoofdaltaar in het priesterkoor en de twee schuin geplaatste zijaltaren. Voor een capucijnenkerk was het interieur rijk. Tegen de kerk aan lag het twee verdiepingen hoge, in carré-vorm gebouwde klooster, dat woonruimte verschafte aan twintig monniken.
- In 1732 waren kerk en klooster gereed. De kerk werd overigens pas in 1770 geconsacreerd en bij die gelegenheid toegewijd aan Nepomucenus. Op 16 mei 1733 ondertekende Von Plettenberg de stichtingsoorkonde van het klooster, dat geschonken werd aan de capucijnen van de Keulse provincie. Als slotkapel heeft de kerk nauwelijks gefunctioneerd, aangezien Von Plettenberg na de koop van Gulpen het daar gelegen kasteel Neubourg ging bewonen. Na Ferdinand von Plettenbergs dood viel het bezit uiteen. Wittem echter bleef in handen van de familie Von Plettenberg. Ferdinand werd begraven in Wenen, maar zijn hart werd bijgezet in de grafkelder van Wittem.
- De kerk fungeerde als openbare kapel en gedurende enige tijd officieus als parochiekerk van de in Staats gebied gelegen parochies Mechelen en Gulpen. De capucijnen assisteerden in nabijgelegen parochies. Zij voerden ook enige devoties in zoals de maandelijkse kruisweg en de verering voor ⟶ Antonius van Padua te Wittem. Op last van de Franse autoriteiten vertrokken de capucijnen in 1797 en werd het klooster opgeheven. In 1802 of 1803 werd de kerk een bijkerk van de parochie Mechelen en ging het klooster in 1806 in particuliere handen over. Via de families Van Palant en Van Veldhoven ging het klooster over in handen van de kerkfabriek van Mechelen, die het op haar beurt op 30 juli 1836 weer overdroeg aan de redemptoristen.
- De redemptoristen handhaafden bij hun komst de door de capucijnen geïntroduceerde devoties zoals die van Antonius, Nepomuk, Franciscus en Jozef. Tevens voegden zij nieuwe devoties toe zoals van Alfonsus van Liguori, Theresia van Avila, Aloysius van Gonzaga, het H. Hart van Jezus, Clemens Hofbauer, de H. Familie, ⟶ O.L. Vrouw van Wittem, O.L. Vrouw van Zeven Smarten, ⟶ O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, Philomena, Apollonia en ten slotte van Gerardus Majella. Een aantal van deze devoties verwierf een bedevaartkarakter. Er is in Wittem sprake van een sterke cultuscumulatie. De diverse cultussen hadden vanwege hun intensiteit ook een grote invloed op de bouwactiviteiten en inrichting van het kloostercomplex.
- Vanaf 1845 volgden diverse verbouwingen van kerk en klooster en ook het kerkinterieur onderging wijzigingen. Onder leiding van pater J.P. Ritzinger kreeg het klooster een tweede binnenplaats (1845-1848), werd het koor verlengd (1845), werd rechts van het schip de neoclassicistische Ronde Kapel gebouwd (ca.1845), verrees de neoclassicistische Theresiakapel (thans Smartenkapel) naast het koor (1845-1847) en kregen kerk, kapel en koor nieuwe marmervloeren (1848, 1852). In de jaren 1892-1895 zijn de façades van kerk en klooster afgebroken en vernieuwd onder leiding van architect Johannes Kayser. De kerk kreeg toen een neogotische voorgevel. Het klooster werd met een verdieping verhoogd. Stuwende kracht achter deze verbouwing was pater W.M. van Rossum, de latere kardinaal-prefect van de Congregatio de Propaganda Fide. In 1939 werd in de kloosterkerk een grafmonument onthuld voor kardinaal-prefect Van Rossum.
- De kerk werd in 1902 voorzien van gebrandschilderd glas. Het interieur van de kloosterkerk kreeg enkele decennia later geheel nieuwe dimensies en verwijzingen door de schilderingen die Charles Eyck in 1939-1940 maakte in de koepel, het priesterkoor, op de triomfboog en de pilaren. Centraal motief was daarbij de missionaire verkondiging van de Blijde Boodschap. In de koepel schilderde hij Paulus, Johannes Chrysostomos, Alphonsus en Franciscus Xaverius. Op de wanden van het priesterkoor schilderde hij Mozes, Elia, Jesaja en Jeremia. Richting hoofdaltaar bracht Eyck zinnebeelden aan van Jezus Christus en de eucharistie. In de koepel van het priesterkoor schilderde hij de symbolen van de vier evangelisten. Op de boog boven het zangkoor werden de wapens met verklarende teksten aangebracht van bouwheer Ferdinand von Plettenberg, paus Pius XII en de redemptoristen.
- De sterk groeiende Gerardusverering leidde ertoe, dat in 1931 een houten noodkapel van 12 x 12 meter tegen de Smartenkapel werd aangebouwd. Vanwege het grote aantal biechtstoelen werd zij ook 'biechtkapel' genoemd. In 1936 werd deze uitgebreid en verbonden met de Ronde Kapel. Plannen uit 1935 voor een ingrijpende verandering van de kloosterkerk door architect E. Cuypers werden niet gerealiseerd. In 1937 werd aan de Wittemer Allee, ter linkerzijde van de kerk en voor de noodkapel, een stenen gebouw geplaatst, dat Mariazaal werd genoemd en met name door de broederschap van de H. Familie en daaraan verbonden groeperingen werd gebruikt. Bedevaartgroepen voor Gerardus Majella benutten de zaal eveneens.
- Al in de jaren dertig ontstond het gebruik dat Gerardusbedevaarders op de zondagmiddag door de kloostertuin een processie hielden met een prediking in de openlucht. Hiertoe werd in 1948 een geluidsinstallatie aangelegd en het jaar daarop werd een houten tuinkapel gebouwd. In 1960 verrees in de tuin een overdekt priesterkoor. In 1961 werd de huidige Gerarduskapel, tegen de noordkant van de kerk en om de Ronde Kapel heen, gebouwd. De nieuwe kapel was een ontwerp van de Heerlense architect J. Petit. Vanaf dat moment beschikte het complex over twee volwaardige liturgische ruimten.
- In 1967 verdween de laan met bomen voor het klooster. Ze maakte plaats voor een brede weg en grote parkeerplaats. De beleving van de tevoren omsloten entourage van het cultuscomplex veranderde daarmee sterk. In 1978 werd een deel van de voormalige timmerwerkplaats in gebruik genomen als kaarsenkapel. Grote veranderingen vonden plaats in 1994-1996 toen het klooster intern werd verbouwd en de ingang verruimd; een boekwinkel kreeg een ruime plaats bij deze ingang, vergaderlokalen en kantoren werden gecreëerd aan de voorzijde van het klooster en de huisvesting voor de inmiddels geslonken communiteit werd aangepast. De Gerarduskapel werd geheel gerenoveerd en aan de straatzijde werd een afzonderlijke devotieruimte voor de verering van Gerardus Majella ingericht. Het Gerardusbeeld werd uit de kerkruimte gehaald en hierin geplaatst en er ontstond een scheiding tussen de lichte, open liturgische ruimte en de donkere, meer besloten plaats voor devotie.
- Gebrandschilderde medaillons in de Gerarduskapel geven symbolisch de loop van het liturgisch jaar weer. De medaillons tonen van links naar rechts: Advent, Kerstmis, Veertigdagentijd, Goede Vrijdag, Pasen en Pinksteren. Het laatste medaillon toont het Christusmonogram. Zij werden ontworpen door prof. J. Stassen, voormalig directeur van de Jan van Eyckacademie voor Bouwkunst te Maastricht en van het Bisschoppelijk Centrum Rolduc. De uitvoering was in handen van atelier Gerard Felix te Maastricht.
- De commerciële economische aspecten rond de bedevaartlocatie Wittem waren en zijn in relatie tot het jaarlijkse aantal bedevaartgangers beperkt in vergelijking tot andere locaties: er zijn enkele hotelaccommodaties en café-restaurants en twee souvenir- annex devotionaliawinkels. Omdat de meeste pelgrims met een touringcar reizen, keren ze doorgaans dezelfde dag huiswaarts. In 1999 was men bezig om een gedeelte van het klooster in te richten als gasthuis (men gebruikt de naam Pelgrimshuis; gastenpater: H. Peters, vgl. ⟶ Dokkum), waar bedevaartgangers en degenen die voor bezinning in Wittem willen verblijven, kunnen overnachten.

Localisering van het beeld van Gerardus Majella
- In 1893 werd een Gerardusbeeld in de kloosterkerk geïntroduceerd. Het beeld had een prominente plaats tijdens de introductie, maar werd vervolgens op een meer bescheiden plaats in de kloosterkerk gezet, op een sokkel links van de doorgang van de kerk naar de Ronde Kapel. Er werden een kaarsenbak en een offerblok geplaatst. De heiligverklaring in 1904 leidde aanvankelijk niet tot een intensivering van de aandacht voor Gerardus, en de ruimtelijke situering veranderde evenmin.
- In 1920 werden aan de Gerardusverering te Wittem echter nieuwe impulsen gegeven. De hernieuwde belangstelling vertaalde zich in verplaatsing van het beeld richting hoofdaltaar, op het zij-altaar, waar tevoren het Heilig Hartbeeld had gestaan. In 1925 werd een eigen Gerardusaltaar op die plaats ingezegend, dat vervaardigd was door de firma Van Bokhoven uit 's-Hertogenbosch. De schildering van de altaaropstand door Van Bokhoven beviel echter niet en werd in 1926 vervangen door een nieuwe, uit geelkoper en goudkleurig marmer vervaardigde opstand (hoogte ca. 225 cm) naar een ontwerp van Lourijssen. Vanwege de toestroom van bedevaartgroepen werden plannen ontworpen voor verbouwing en vergroting van de kerk. Deze werden niet gerealiseerd.
- In 1931 werd de houten noodkapel geplaatst naast de Ronde Kapel. Afbeeldingen van Gerardus en O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand vormden de voornaamste cultusobjecten. Ook daar werd een Gerardusaltaar geplaatst.
- In 1961 werd de grote nieuwe Gerarduskapel in gebruik genomen. Deze nieuwbouw leidde tot meerdere veranderingen van het interieur van het cultuscomplex en tot verplaatsingen van cultusbeelden. Het Gerardusbeeld uit de kloosterkerk kreeg nu een prominente plaats in deze grote, lichte kerkruimte. In een ronding, tegen de Ronde Kapel aan, stond nu op een verhoging het Gerardusbeeld boven een altaar. De goudkleurige achtergrond werd gevormd door de altaaropstand van 1926. Een extra dimensie ontstond, toen in 1978 het gerestaureerde 16e-eeuwse eikenhouten crucifix (missiekruis) op een nieuw kruis in de absis van de Gerarduskapel werd gehangen. Gerardus en Christus aan het kruis vormden sindsdien een symbolische spil in de grote ruimte. Op de plaats in de kloosterkerk waar eerst het Gerardusbeeld stond, werd in 1961 een schilderij van Gerardus geplaatst, van de hand van Cor van Geleuken (vgl. ⟶ Nederweert-Eind). Boven de ingang van de Gerarduskapel was in 1962 een mozaïek van Gerardus geplaatst, gemaakt door de amateur-kunstenaar W. Wolfs uit St. Michielsgestel, naar een oude tekening van Maris.
- Aan het geheel van ruimten waar bezoekers konden bidden en een kaars opsteken, voegde men in 1977-1978 een deel van de voormalige brouwerij toe. Deze was te bereiken via een buitendeur van de Gerarduskapel richting tuin. In deze kaarsenkapel werden beelden van Gerardus en O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand geplaatst.
- De Gerarduskapel werd in 1995 verbouwd. Er kwamen nieuwe ramen met gebrandschilderde motieven. De communiebanken werden verwijderd. De voormalige Mariazaal werd bij de kapelruimte getrokken - hoewel die met enkele pilaren en traptreden daarvan toch gescheiden bleef - om te gaan functioneren als devotieruimte annex kaarsenkapel voor Gerardus. Het Gerardusbeeld werd verplaatst naar deze devotieruimte. Gezamenlijke liturgie en individuele devotie tot Gerardus werden hierdoor ruimtelijk gescheiden. De symbolische spil tussen het Gerardusbeeld en het missiekruis verdween. De voormalige plaats van het Gerarduscultusbeeld werd 'geneutraliseerd' door er een plant neer te zetten. In de devotieruimte, die vrij donker is, werden ter weerszijden van het Gerardusbeeld grote kaarsenbakken geplaatst. Het bovenste deel van het altaar waarop het beeld staat, heeft de vorm van een trap, waardoor het mogelijk is om er meerdere boeketten en bloemstukken te plaatsen. Voor het altaar staan twee halfronde houten knielbanken.
- De wisselende ruimtelijke opstellingen en de veranderingen in de loop van de tijd weerspiegelen de veranderende inzichten omtrent hoofdaccenten in het vieren van de liturgie, de verhouding tussen devotie en liturgie, de pastorale betekenis die men aan de verering van Gerardus Majella toekent en andere accenten die men momenteel in het gehele pastorale aanbod te Wittem legt. Het houten beeld van de H. Clemens Hofbauer, dat tevoren in de doorgang van de Gerarduskapel naar de Smartenkapel stond, kreeg aan de zijkant een nieuwe plek in deze devotieruimte.
Cultusobject - Zie voor St. Gerardus ⟶ Nederweert-Eind.
- Sinds 1893 beschikt men in Wittem over een Gerardusreliek en een beschilderd gipsen Gerardusbeeld. Deze twee objecten vormen de centrale cultusobjecten. De botreliek had men gekregen van het generalaat te Rome en werd ter verering gekust aansluitend aan vieringen op de feestdag en tijdens de bedevaartzondagen. Soms nam een pater de relikwie mee naar een zieke. Na 1920 kwam een productie op gang van kleine 'aangestreken' relikwieën die werden uitgereikt aan propagandisten en abonnees van het Gerardustijdschrift.
- In de kluis van de sacristie bevinden zich drie reliekhouders met relikwieën van Gerardus: een neogotisch, verguld koperen reliekostensorium uit 1891 van het atelier Rh. Voss en Zonen te Roermond (hoogte 40,5 cm, breedte 15 cm) bevat een later toegevoegde Gerardusreliek; een geelkoper reliekostensorium (hoogte 34 cm, breedte 16,5 cm) van omstreeks 1950-1960 heeft in de ronde theca een botreliek; een 20e-eeuws geelkoperen, ovaal ostensorium (hoogte 12 x 10 cm) bevat vier relieken.
- In het klooster bevindt zich een serie van zes verguld zilveren reliekhouders (1922, atelier Brom te Utrecht; hoogte 34 cm, breedte ca. 20 cm). Deze reliekhouders (H. Kruis, Maria, Jozef, Clemens Hofbauer, Alfonsus en Gerardus) zijn in de vorm van twee opgezette, gekruiste takken die een ronde theca omsluiten met een randtekst in email. De relieken zijn verzegeld met het zegel van kardinaal Van Rossum. De reliekhouder van Gerardus bestaat uit een lelietak en enkele bloemtakken. De theca bevat een botreliek. De randtekst luidt: 'S. Ger. Maj. Innocentia et passione Christi imago o.p.n.' ('deze beeltenis [is er] door de onschuld van de H. Gerardus Majella en het lijden van Christus, bidt voor ons').
- Het gepolychromeerd gipsen Gerardusbeeld (106 cm hoog) werd in 1893 aangeschaft. Het toont Gerardus in een lichte contraposthouding staande in een met goud afgebiesde zwarte redemptoristentoog met rozenkrans. In zijn linkerhand houdt hij een kruis met corpus. Zijn rechterhand ligt op zijn borst. Het beeld is in 1952 na een vernieling gerestaureerd. De andere beeltenissen van Gerardus in de kloosterkerk en elders in Wittem zijn secundaire cultusobjecten.
Verering - De Gerardusverering te Wittem is globaal in drieën te periodiseren, waarbij er van een wisselwerking sprake is tussen enerzijds stimulansen en ontwikkeling van een organisatie door de redemptoristen en anderzijds respons, deelname en verspreiding door Gerardusvereerders en overige bezoekers. Tevens is er sprake van reacties op en aanpassingen aan de wijze waarop bezoekers zich de Gerardusdevotie en bedevaart toe-eigenden.
Uiteraard was Gerardus bekend bij de kloosterbewoners te Wittem en volgden zij de stadia in het canonisatieproces. De kloosterkroniek meldt dat al tijdens de tyfusepidemie van 1847 de belofte gedaan werd om een Gerardusbeeld te plaatsen, indien men gespaard zou blijven. Of deze belofte gestand gedaan werd, is uit de kroniek niet op te maken. Duidelijk is echter wel dat er omstreeks die tijd reeds een interne Gerardusdevotie bestond. In 1878 werd in de kloostertuin een eerste Gerardusbeeld geplaatst, dat echter geen belangrijk cultusobject werd voor de latere bezoekers.

1893 - 1919
- De verering van Gerardus Majella in Wittem startte in 1893 met de viering van een triduum van 13 tot en met 15 augustus om de nieuwe zaligverklaarde publiekelijk te introduceren en de liturgische cultus te starten. Midden in de kerk hing een groot schilderij onder een vergulde kroon, dat de verheerlijking van Gerardus voorstelde. Voor deze introductie was het nieuw aangeschafte Gerardusbeeld op een voetstuk geplaatst boven het tabernakel. De beeldengroep van Alfonsus de Liguori was voor de gelegenheid afgedekt met geel-wit doek. Aan de buitenkant van de kerk waren lichtpuntjes bevestigd en er hing een vaandel met als opschrift: 'Aan den Gelukzaligen Gerardus Majella Leekebroeder van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers / Den grooten Wonderdoener / den vriend der lijdenden en armen / het toonbeeld der arbeidenden, wordt met liefde en vertrouwen deze feestviering gewijd'.
- Na elke viering was er relikwieverering. Het Gerardusbeeld verhuisde na deze introductie naar een meer bescheiden plaats bij de ingang vanuit de kerk naar de Ronde Kapel. Tijdens deze dagen vond ook reeds de oprichting van een Gerardusbroederschap plaats. Meerdere gebedsgenezingen die in de regio plaatsvonden op voorspraak van Gerardus, werden opgetekend in de kloosterkronieken. Een aparte kroniek van de Gerardusverering werd gestart. Voor deze gelegenheid werd een 'Loflied' van Gerardus gemaakt. Het werd op pamfletbriefjes gedrukt en uitgedeeld. Een vrouw uit Meerssen bestelde maar liefst 2000 exemplaren van de Gerarduslitanie teneinde die door de kapelaan in de parochie te laten uitdelen om de verering van Gerardus meer bekendheid te geven. Tijdens het triduum werd het loflied meerdere malen gezongen en ook nadien was het lange tijd het meest gebruikte en karakteristieke Gerarduslied te Wittem. De devotie concentreerde zich direct op het Gerardusbeeld en de relikwie. De reliek werd gekust aansluitend aan de vieringen op de feestdag en tijdens de bedevaartzondagen. Ook werd de reliek door paters meegenomen naar zieken. Enkele jaren na de introductie daalde de publieke aandacht en verminderde de pastorale activiteit dienaangaande.
- Op 11 december 1904 werd Gerardus heiligverklaard. Te Wittem hield men opnieuw een triduum, van 10 tot en met 13 juni 1905. Het beeld werd ook ditmaal boven het tabernakel geplaatst. De publieke aandacht was echter aanmerkelijk geringer dan bij de zaligverklaring. Daarna keerde het beeld weer terug naar de meer bescheiden plaats bij de Ronde Kapel. Er was een offerblok bij geplaatst en men kon er kaarsen opsteken. Speciale versiering was er op de feestdag 16 oktober. De aandacht van de kloosterbewoners en bezoekers voor Gerardus nam vervolgens weer sterk af. De Mariadevotie, Sacramentsdevotie en activiteiten van de broederschap van de Heilige Familie en neven-organisaties op het terrein van moreel besef voerden de boventoon. Omstreeks 1915 bestond de Gerardusbroederschap nog slechts op papier.
- In ⟶ Barger-Oosterveld en ⟶ Overdinkel en rond enkele redemptoristenkerken en -kloosters in België en in Brazilië, waar sinds 1893 redemptoristen uit Nederland werkten, groeide de Gerardusverering daarentegen wel. Volgens mondelinge overlevering was het vooral één broeder-koster te Wittem die de aandacht voor Gerardus gaande hield en bezoekers op de heilige bleef wijzen. Verder waren er de verschillende boekjes en andere devotionalia die de devotie indirect onder de aandacht hielden, zoals in het repertoire van gebeden en gezangen voor de bijeenkomsten van de broederschap van de populaire Heilige Familie.

1920 - 1965
- In 1919-1920 werd de Gerardusverering in Wittem wel met succes gestimuleerd. Onduidelijk blijft waarom de redemptoristen te Wittem juist toen deze devotie op grote schaal wilden propageren. Sedert 1893 had de Gerardusdevotie namelijk al regionale bekendheid gekregen. Er was wellicht de verwachting dat de devotie voor Gerardus als 'voorbeeldheilige' onder de gelovigen in een breder gebied zou aanslaan. De redemptoristen waren bovendien op de hoogte van de succesvolle aanpak in België en Brazilië en de Gerardusverering in de genoemde bedevaartplaatsen Barger-Oosterveld en Overdinkel. De Gerardusdevotie werd verder verbreid via de bestaande netwerken van andere pastorale activiteiten. Het initiatief uitsluitend toeschrijven aan de toenmalige kloosterrector (L. Wouters), zoals de kloosterkronieken doen, was toen gebruikelijk, maar is geen afdoende verklaring.
- De belangrijkste stimulansen kwamen van het nieuwe maandblad Het Sint Gerardusklokje en een landelijk netwerk van zelatrices en zelateurs voor dit tijdschrift. De aanpak was nu direct grootschalig, terwijl in 1893 de bekendheid binnen de regio bleef. Aan de zelateurs en zelatrices en aan de abonnees werden ook op grote schaal relieken van Gerardus verstrekt. De publieke reliekverering in de kerk raakte daardoor wat op de achtergrond. De hoogmis op 16 oktober werd ter intentie van de nieuwe abonnees gevierd, hetgeen veel bezoekers aantrok. De redemptoristen breidden de viering van de feestdag uit tot een triduum, vervolgens tot een octaaf en daarna tot negen zondagen voorafgaand aan het feest. In het Het Sint Gerardusklokje werd een expliciete verbinding gelegd tussen de Gerardusdevotie en de ondersteuning van het werk van redemptoristen in missiegebieden.
- Een Gerardusbroederschap werd op 23 juni 1920 opgericht. Deze is op 2 februari 1925 geaggregeerd aan de aartsbroederschap van St. Gerardus te Camposele (It). De veronderstelling dat de broederschap in 1920 werd 'heropgericht', omdat er in 1915 reeds sprake zou zijn van een eerdere broederschap, berust op een misverstand.
- Door tuinprocessies en vieringen in de openlucht werd een ruimtelijke dimensie toegevoegd aan het bezoek van Wittem als Gerardusoord. De meeste bezoekende groepen kwamen met speciale treinen of bussen. De ervaring van het gezamenlijk lopend bidden en zingen deed men op in de kloostertuin en door in processie de weg vanaf het treinstation te Eys heuvel op en af naar het klooster te gaan. In 1951 werd deze heuveltop gemarkeerd door plaatsing van een oorlogsmonument, ontworpen door de redemptorist G. Mathot en mede bekostigd door bedevaartgangers. In 1960 werd in de tuin een grote openluchtkapel (overdekt priesterkoor) gebouwd, overigens zonder beeldende verwijzing naar Gerardus, speciaal voor de bedevaartgroepen.
- In de periode 1920-1930 werd het aantal vieringen en de daarmee gepaard gaande pastorale begeleiding steeds verder uitgebreid. De toeloop vanuit geheel Nederland nam snel toe. Er onstond een rooster van zondagen waarop bepaalde groepen jaarlijks hun bezoek brachten aan Wittem. Vanaf 1923 was er een wekelijkse Gerardusmis en vanaf 1925 gebeurde dat aan een eigen Gerardusaltaar. Tijdens het octaaf van 1924 was de toeloop zo groot, dat bij de communie de mannelijke Gerardusvereerders vanaf de preekstoel naar andere delen van de kerk werden gedirigeerd om opstoppingen en overbezetting te vermijden. De administratie van het Het Sint Gerardusklokje groeide verder uit tot een organisatiecentrum en contactpunt voor zelatrices en organisatoren van groepsbedevaarten. De redemptoristen waren ook betrokken bij de Gerardusverering te ⟶ Overdinkel en ⟶ Barger-Oosterveld. In 1931 nam men de abonnees van De Gerardusbode van Overdinkel over. De productie van noveenboekjes en ander devotioneel drukwerk nam toe.
- De periode 1930-1940 werd gekenschetst door stabilisering en versterking van de centrale organisatie van de bedevaart vanuit Wittem. De Gerardusdevotie had een eigen plaats in het pastorale aanbod te Wittem verworven en was niet langer ondergeschikt aan de Mariadevoties. Na uitbreiding van het pastorale programma in de vorige fase volgde nu een ruimtelijke uitbreiding door de bouw van de noodkapel. De kapellen tezamen hadden circa 800 zitplaatsen, maar omdat veel groepsbedevaarten 1200 deelnemers en meer kenden, waren missen in de openlucht noodzakelijk geworden. Het repertoire van gebeden en gezangen dat onderweg en in Wittem werd gebruikt, groeide naar uniformiteit. De nadruk op biecht, sacramentsdevotie en Mariadevotie werd sterker. Gerardus werd steeds meer gepresenteerd als moreel voorbeeld en model-katholiek, terwijl Gerardusvereerders hem vooral als wonderdoener aanriepen, zoals blijkt uit opgetekende gebedsintenties. Het tijdschrift was enerzijds informatie- en contactblad voor de Gerardusvereerders, maar de moreel-vormende bijdragen namen toe. Het model van heiligheid dat men via verhalen over Gerardus presenteerde, wisselde al naargelang de veranderingen van pastorale en theologische inzichten.
- De verbinding van bedevaart en recreatie (toerisme) die meerdere groepen legden, werd door de pastorale leiding te Wittem vermeden en ingedamd. Voor bedevaartgroepen waren de eendaagse reis naar Wittem en het verblijf aldaar een feestelijke en recreatieve jaarlijkse gebeurtenis. Voor veel huisvrouwen was dit een van de weinige uitstapjes. In de jaren dertig van de 20e eeuw werd het bezoek aan Wittem regelmatig gecombineerd met religieus-toeristische uitstapjes per bus in de omgeving. Deze invulling van het dagprogramma werd door busmaatschappijen en regionale organisatoren mede gemaakt om deelname aan georganiseerde groepsbedevaarten aantrekkelijk te maken en de bussen beter bezet te krijgen. Vanaf de jaren twintig pelgrimeerde het bisschoppelijk college Sint Jozef te Sittard elk jaar naar Wittem en de Lourdesgrot op de ⟶ Cauberg te Valkenburg (vgl. ook ⟶ Meerssen). De pastorale leiding te Wittem was gekant tegen deze vorm van bedevaart, mede vanwege enkele incidenten die het religieuze dagprogramma verstoorden. De regeling van extra-treinen vanaf 1937 kwam er ondermeer om het exclusief-toeristische karakter te vermijden en de bedevaarttocht geheel in het kader van gezamenlijk en individueel gebed te plaatsen. Er werden liturgische momenten toegevoegd aan het dagprogramma (dienst tussen de middag, lof en processie om 15.00 uur, slotviering met zegening van voorwerpen omstreeks 17.00 uur) opdat er geen tijd voor tochten in de regio zou zijn. Toch bleven er ter plaatse mogelijkheden over voor recreatie. Door de treinbedevaarten ontstonden zowel een ordening in de jaarkalender, een uitbreiding van het bedevaartseizoen (van mei tot na het Gerardusfeest), als een processie vanuit het spoorwegstation Eijs naar het klooster.
- De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte een onderbreking in de jaarlijkse bezoekcyclus van groepen uit het land. Groepen uit de directe regio konden echter wel blijven komen. In 1943 vierde men het 50-jarig jubileum van de zaligverklaring. Hiertoe werd nog een speciale liedtekst uitgegeven. Vanwege de papierschaarste moest Het Sint Gerardusklokje stoppen. De administratie hield zoveel mogelijk contact met abonnees en zelatrices door 'contactkaarten'. Spoedig na de bevrijding van Zuid-Limburg in 1944 startte men weer met de uitgave van het tijdschrift, de verspreiding van brochures en de wederopbouw van het netwerk en het jaarlijkse bezoekrooster.
- In de na-oorlogse periode 1945-1965 groeide de bedevaart naar een kwantitatief hoogtepunt in aantal en omvang van de groepen, in het aantal abonnees van het tijdschrift en in de verkoop van boekjes en kalenders. Wittem presenteerde zich nadrukkelijk als nationaal Gerardusheiligdom. Aan de vooravond van de feestdag (16 oktober) 1952 werd het Gerardusbeeld echter door vandalen vernield. Van het redemptoristenklooster te Roermond werd tijdelijk een ander beeld geleend. De vernieling bewerkte een versterkte binding van de bezoekers aan Wittem en 'hun' Gerardusbeeld. De leiders van de groepsbedevaarten hielden een inzamelingsaktie om het beeld te restaureren. In 1953 werd door de eerste uitgave van een eigen Pelgrimsboekje het repertoire en het dagprogramma van groepen geuniformeerd. Sinds 1955, toen het 200e sterfjaar van Gerardus werd herdacht, organiseerde men ook bedevaartreizen naar Caposele (It), de bakermat van de Gerardusdevotie. Bij de opening van het Gerardusoctaaf op 14 oktober 1956 kwamen er zeer veel pelgrims uit Brabant en Limburg. 's Middags kwamen ouders om hun kinderen te laten zegenen, waarna aansluitend een smeekprocessie door de tuin volgde. Op de feestdag van Gerardus, dinsdag 16 oktober, was er wederom kinderzegening met lof en feestpredikatie. 's Woensdag brachten de kinderen een bloemenhulde. De volgende twee dagen waren gereserveerd voor respectievelijk zieken en moeders. In 1964 kwamen zo'n 100.000 bezoekers.
- De verandering en uitbreiding van de ruimten voor de Gerardusverering in de jaren zestig speelden in op de veranderende liturgische inzichten en bepalingen, die vooraf, tijdens en na het Tweede Vaticaans Concilie hun beslag kregen. De nieuwe Gerarduskapel droeg in zijn ruimtelijke ordening de tekenen van een overgangstijd met vaste communiebanken, zijaltaren, een naar het volk gericht hoofdaltaar en een prominente plaats voor het Gerardusbeeld. Voor het overige was de iconografie sober. Het Gerardusaltaar functioneerde niet langer als zijaltaar. Er waren geen specifieke broederschapsbijeenkomsten meer. De reliekverering raakte geheel in onbruik. Het tijdschrift Het Sint Gerardusklokje profileerde zich als informant over de veranderende inzichten omtrent geloven en kerkbeleving. De voorheen ook prominente sacraments- en Mariaverering verdwenen naar de marge.
- De redemptoristen van andere kloosters in Nederland (Roosendaal, Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Amersfoort, 's-Hertogenbosch, Zenderen, Roermond) begeleidden meerdere groepsbedevaarten tijdens hun reis naar Wittem. Bij uitzondering fungeerden parochiepriesters of andere kloosterlingen als geestelijk begeleider bij de grote groepen. Tijdens de reis per bus of trein werd samen gebeden en gezongen. Het pelgrimsboekje reikte hiervoor een ordening en materiaal aan. Sommige groepen kwamen ook doorheen het jaar voor gebed bijeen.

1965 - heden
- 'Aanpassing' was het sleutelwoord voor de periode van 1965 tot heden (1999). De pastorale leiding werkte die vooral uit door enerzijds uiterlijke vormgeving te behouden en anderzijds de inhoud van prediking en vieringen te veranderen. Theologisch geschoolde paters gingen zich meer met het pastoraat rond de Gerardusbedevaart bezighouden. In het Gerardusklokje bestonden geruime tijd verschillende geloofsvisies en -belevingen naast elkaar. Dit werd veroorzaakt door de inbreng van theologisch geschoolden en van oudere broeders en paters, die vooral ervaring in het volksmissie-werk hadden opgedaan. Het studiehuis werd in 1966 gesloten, omdat er nauwelijks studenten meer waren. De communiteit vergrijsde. Enkele broeders en paters die terugkeerden uit missiegebieden kwamen naar Wittem en gingen daar taken vervullen in het pastoraat rond de bedevaart en de streekkerkfunctie van Wittem. Voor de communiteit werd de Gerardusdevotie gezichtsbepalend. Het tijdschrift kreeg een andere naam, Sint Gerardusklok en men experimenteerde zodanig met de lay-out, dat niet langer Gerardus beeldbepalend was, maar het gebouwencomplex, de bedevaartgangers of liturgische momenten. Er kwamen bijbeltheologische, katechetische en diakonaal-missionaire bijdragen in het tijdschrift. Er werd gestart met een jaarlijkse geldinzameling voor een bepaald missionair project, veelal van redemptoristen in Brazilië of Suriname, waarover informatie werd geboden in het tijdschrift. In de pelgrimsboekjes werden liturgische veranderingen verwerkt. Jaarlijks werd een bepaald motto (gebedsintentie) gekozen door de pastorale leiding voor het bedevaartseizoen. Enkele voorbeelden geven de ontwikkelingen aan.
- Wees in 1950 de intentie nog op het Heilig Jaar, in 1951 hanteerde men de intenties 'Voor vernieuwing van het verzwakte geloofsleven' en 'Behoud van de bedreigde wereldvrede' en in 1954 op het Maria-jaar, sinds de jaren zeventig meer op rechtvaardigheid en medemenselijkheid: in 1970 'dat wij, in navolging van Sint Gerardus oog mogen krijgen voor de zorgen en de noden van onze medemensen, dichtbij en veraf'; 1975 'Gerechtigheid en verzoening overal waar mensen zijn, dichtbij en veraf, in kerk en wereld'; 1980 'Voor wie in onze maatschappij geen kansen krijgen'; 1985 'Dat vrede en veiligheid in onze wereld gewaarborgd mogen worden door de wijsheid van internationale verdragen'; 1990 'Moge God de landen en de volkeren van Oost- en West-Europa steunen in het streven naar onderlinge vriendschap en steun'; 1997 jaarthema 'Waar is ons thuis?'.
- In april 1966 trokken circa 700 jongeren uit Heerlen en omgeving via Ubachsberg, Trintelen en Eijs ter bedevaart naar Wittem in het kader van de actie 'Jongeren van nu, mensen van morgen'. De diverse groepen, die onderweg niet alleen gebeden opzegden, maar ook discussieerden over vooraf opgegeven onderwerpen, verzamelden zich bij het oorlogsmonument op de heuvel voor Wittem. Van daaruit trokken zij, liederen zingend als 'Land of hope and glory', naar Wittem, waar in de kerk een eucharistiedienst werd bijgewoond. Rond 1970 kwamen jaarlijks nog 60 à 80.000 bezoekers naar Wittem. Na de missen waren diverse broeders bezig met het opschrijven van de misintenties, die uiteenliepen van slagen voor het (rij)examen tot genezing van kanker. Elke zondag in het bedevaartseizoen (mei-oktober) werden tussen de 200 à 250 missen opgegeven.
- Het noveenboekje uit 1970 gaf een andere betekenis aan Gerardus en aan heiligenverering: als meebidder verwijzend naar Christus. De verkoop van de missie-almanak was sterk gedaald en in 1967 verscheen deze voor het laatst als gezinsboek. Het abonneebestand van het tijdschrift daalde sterk in deze periode. De toeloop van bedevaartgroepen verminderde. Groepen werden kleiner en de gemiddelde leeftijd van de bezoekers steeg. Steeds meer bezoekers kwamen in kleine (familie-)kring met auto's. Men ontdekte dat er steeds meer individuele bezoekers naar Wittem kwamen, die niet aan het gezamenlijke liturgische aanbod deelnamen. Het netwerk van zelatrices werd kleiner. Regionale organisatiecomités en broederschappen kregen geen aanwas en dunden uit. De leiding te Wittem dacht enige tijd dat de Gerardusbedevaart geleidelijk zou verlopen.
- Na 1980 werden initiatieven genomen om de Gerardusdevotie en -bedevaart tot onderdeel te maken van een vernieuwd pastoraat. Sociaalwetenschappelijke peilingen naar onder meer motivaties van pelgrims en effecten van de verering uit de jaren tachtig en negentig gaven inzicht in het sociale en religieuze profiel van de overwegend vrouwelijke deelnemers aan georganiseerde bedevaartgroepen. Door dit grootschalige onderzoek behoort deze heilige plaats tot de best onderzochte en gedocumenteerde bedevaartplaatsen van Nederland. De meeste bedevaartgangers bleken trouwe kerkgangers te zijn die doorgaans niet tot het bestuurlijk en projectkader van hun parochie behoorden. Het was een vergrijzende groep katholieken, die sterk vanuit de tradities van de volkskerkelijke structuur hun geloof beleefden in het voltrekken van devotionele en rituele handelingen.Velen van hen namen al jaren deel aan de bedevaart naar Wittem. Het aantal groepen en de omvang ervan bleven geleidelijk afnemen. Er vonden samenvoegingen plaats en de jaarkalender wijzigde dienovereenkomstig. De administratie van het tijdschrift stelde geregeld programmaboekjes en stencils samen voor groepen, die zelf niet meer over voldoende leiding en middelen beschikten. Het netwerk van zelatrices, propagandisten en organisatoren van groepsbedevaarten dunde verder uit. De regionale organisatie gebeurde veelal door mannen, soms broederschapsmeesters genoemd, en het was vaak een taak die van vader op zoon werd overgedragen.
- In de prioriteitenkeuze van de Nederlandse provincie van redemptoristen was Wittem aangemerkt als locatie voor pastoraat en kloosterleven. De Gerardusdevotie en de groei van de streekkerkfunctie, dit laatste onder meer vanwege de gepolariseerde kerkelijke verhoudingen in het bisdom Roermond en de gastvrije plaats die Wittem bood, waren enkele argumenten hiervoor. In dit kader stelde men een pastoraal werker aan om mee te werken aan vernieuwing van het pastoraat. Er rezen vragen ten aanzien van de beschikbaarheid van pastoraal personeel om de taken te Wittem ook in de toekomst te kunnen blijven doen. Er werden aanzetten voor een nieuwe opzet van het pastoraat en de pastorale organisatie gegeven, waarbij men ook keek naar de betekenis die het klooster kon hebben voor de geloofsvorming in de regio. Niet onvermeld mag blijven dat ten tijde van het episcopaat van Gijsen het klooster een soort 'oase-functie' vervulde in de regio, waar 'tegengeluiden' te horen waren over moderne theologie en liturgie.
- In deze periode werden meerdere jubilea gevierd. In 1982 vierde men het 250-jarig bestaan van de congregatie; in 1983 het 250-jarig bestaan kerk en klooster in Wittem. In 1986 vierde men het 150-jarig verblijf van de redemptoristen in Nederland. In 1987 herdacht men de 200e sterfdag van de stichter Alfonsus van Liguori. Het monumentale en cultureel waardevolle verleden stond sterk in de aandacht. Onder de bedevaartgangers en abonnees van de Gerardusklok werden steunacties opgezet voor het herhaaldelijk door aardbevingen getroffen Caposele. In 1982 werd gestart met een boekwinkel voor de religieus geïnteresseerde lezer, in een ruimte tegen de Gerarduskapel, aan de straatkant. Het klankbeeld voor bezoekers werd vernieuwd, waarbij meer accent kwam te liggen op de bezoekers en hun gebedsintenties. Het gastenboek van de boekwinkel eigenden de bezoekers zich toe als gebedsintentieboek (diverse groepen kenden het gebruik om intenties op te schrijven en voor de slotviering aan de voorganger te overhandigen ter verwerking in een gezamenlijke voorbede) en na enkele jaren werd het ook als zodanig in vieringen en tijdschrift als bron gebruikt. Een nieuwe uitgave van het Pelgrimsboekje verruimde het repertoire van gebeden en gezangen en richtte het meer op de gangbare parochiële gebruiken.
- De aanzetten in de jaren tachtig werden na 1990 uitgebouwd. Een pastoraal team werd aangesteld bestaande uit twee pastoraal werksters en twee jongere paters om de ontwikkeling van een regionaal pastoraal centrum mogelijk te maken en tevens om de Gerardusdevotie en -bedevaart te begeleiden. Ook oudere paters en broeders bleven hierin functioneren. Enkele hiervoor geschoolde leken werden ingeschakeld bij de verzorging en organisatie van vieringen. Het aantal groepsbedevaarten nam verder af en het bedevaartseizoen werd minder intensief. Het pastoraal team speelde met het aanbod nadrukkelijk in op de mentaliteitsverschuiving die reeds langer bezig was bij bezoekers en die te typeren valt als verandering van collectieve geloofsijver naar individuele (religieuze) behoefte, van nadruk op groep, uiterlijk en kwantiteit naar een gerichtheid op individu, innerlijkheid en kwalitatieve bijdrage aan levensgeluk.
- In 1994 werd het klooster ingrijpend verbouwd met het oog op een verdere ontwikkeling van de regionale pastorale en geloofsvormende functie. Het dagprogramma voor bedevaartgroepen onderging al met al weinig wijzigingen. Men hield vast aan de traditionele vieringen en bedieningen met gewijde voorgangers. Een poging om de geslonken bedevaartgroepen hun jaarlijks bezoek op zaterdagen te doen houden, bleek niet naar ieders tevredenheid en men ging weer terug naar een (ingekrompen) rooster van zondagen. In 1995 werd de Gerarduskapel verbouwd. De Gerardusdevotie behield daarin haar plaats, maar minder prominent dan tevoren.
- Ook de nadruk op de verbinding van de Gerardusverering met de traditie van de redemptoristen is afgenomen in Wittem. Nochtans bezoeken jaarlijks nog ruim 200.000 mensen Wittem, waarvan er ongeveer 10.000 in georganiseerd groepsverband komen. Hoeveel bezoekers specifiek voor Gerardus naar Wittem komen, is niet bekend.
- In het klooster te Wittem woonden in 1999 nog twaalf, deels bejaarde kloosterlingen. Indien er geen kloosterlingen meer in Wittem zijn, zal de Nederlandse Redemptoristenvereniging - een aan de redemptoristen gelieerde lekenvereniging - het pelgrimsoord in stand houden.

Cultuurhistorie
- Het is van belang de cultuurhistorische invloed op de cultus nog te vermelden. Sinds de jaren zestig viel bij de pastorale leiding een veranderende houding te bespeuren ten aanzien van de verbinding tussen bedevaart, religieus toerisme en kunsthistorische interesse. Dit bleek ondermeer uit de uitgave van een brochure, die wees op cultuurhistorische aspecten, op artikelen in tijdschriften die religieuze en cultuurhistorische elementen uit de omgeving als bezienswaardig meldden (Mariabeeld te ⟶ Gulpen; wegkruisen in de omgeving; oorlogsmonument bij de Eyserlinde, door Aad de Haas geschilderde kruiswegstaties in Wahlwiller) en nadrukkelijk uit een wervingsfolder uit de jaren zestig, waarin het recreatieve toeristische aspect van het Zuid-Limburgse landschap (met Maastricht en Aken als nabije grote steden) werd aangeprezen. Brochures over klooster en cultuscomplex met kunsthistorische informatie volgden elkaar op. In 1982 was Wittem twee zaterdagen opgenomen in de religieus-toeristische Kerkepad-route van de NCRV-televisie. In de jaren negentig startte men met 'vakantievespers' die werden verbonden met de bezichtiging van het klooster en het cultuscomplex. Hier kwamen niet alleen toeristen naartoe, maar ook veel bewoners van plaatsen in de regio, die de gebouwen wel eens van binnen wilden zien. Een verdere stap van de verbinding van recreatie en geloofsexpressie was de oprichting van de Stichting Pelgrimswegen en Voetpaden, die in 1997 een brochure uitgaf met 'eigen' wandelsuggesties door Zuid-Limburg en de Voerstreek. Deze brochure, die was geschreven door een van de leden (H. Erinkveld) van het pastorale team, werd opgenomen in het assortiment van de boekwinkel in het klooster. Bedevaart en religieuze interesse werden verbonden met sportieve prestatie en ontspanning. Deze verbinding legden ook enkele groepen jongeren die jaarlijks een door hun school of parochie georganiseerde voettocht naar Wittem aflegden.
Materiële cultuur - Beelden: in de kaarsenkapel staat een 160 cm hoog gepolychromeerd houten Gerardusbeeld. Het toont Gerardus staande in het habijt van de redemptoristen. Het beeld is afkomstig uit het voormalig redemptoristenklooster van Rotterdam; 2 op 23 mei 1878 werd een stenen Gerardusbeeld in de kloostertuin geplaatst en later door een kapelvormige nis omgeven. Het was een geschenk van de Vlaamse redemptorist A. Lambert en vervaardigd in atelier Trombé te Luik. Toen na 1920 bedevaartgroepen tijdens hun jaarlijkse bezoek aan Wittem in de namiddag een processie hielden in de kloostertuin, was dit Gerardusbeeld een van de rustpunten in de processieroute; 3 in de tuin staat in een circa twee meter hoge bakstenen nis een ongepolychromeerd, maar wel gedeeltelijk verguld stenen Gerardusbeeld van 128 cm hoogte. Dit beeld was in 1931 door de redemptoristen geschonken aan de redemptoristinnen van Partij-Wittem. De zusters gaven het beeld in 1965 terug. Het geschonken beeld verving het in 1878 door Trombé vervaardigde Gerardusbeeld. Het beeld toont Gerardus in ordekleed met rozenkrans aan de ceintuur. Met beide handen houdt hij een kruis voor de borst. Aan zijn voeten bevinden zich een geselkoord en een doodshoofd; 4 in de cour van het klooster staat tegen de buitenmuur van de kerk een monochroom beschilderd stenen Gerardusbeeld. Het beeld staat op enige meters hoogte op een console. Boven het beeld bevindt zich een uurwerk. Het toont Gerardus staande met in zijn gevouwen handen een kruis, dat echter niet meer aanwezig is. Rechts aan zijn voeten knielt een putto met lelietak en zegekrans.
- Ramen: in de tuinkapel bevindt zich sedert enige jaren achter het altaar een drietal gebrandschilderde glas-in-loodramen die in de jaren 1938-1939 vervaardigd werden door glazenier Frans Balendong. Van links naar rechts zijn staande op wolken Gerardus, Maria en Alfonsus afgebeeld. Onder hen bevindt zich het klooster van Wittem. De ramen waren een schenking van de H. Familie en het rectoraat Wittem. Het Gerardusvenster is 180 cm hoog en 108 cm breed. Gerardus staat op een wolk met boven hem een engel. De wolk is omgeven door cherubijntjes. In de hoek links onder is het wapen van Wittem aangebracht. Tevens is daar een landweg zichtbaar waarop pelgrims richting Wittem trekken. Oorspronkelijk stond dit venster in de houten noodkapel die tussen 1931 en 1961 naast de kloosterkerk lag.
- Speelklok: bij de administratie van de Gerardusklok hangt een speelklok, als devotioneel souvenir, met een afbeelding van Gerardus. De klok heeft de vorm van een reliëf achter glas. De goudkleurige houten lijst meet 41 x 51,5 cm. Het binnenwerk is 25 x 35 cm. Achter het glas is, op een achtergrond van gekreukeld satijn, een gepolychromeerd reliëf van Gerardus aangebracht. Aan de voorzijde kan met behulp van een sleuteltje de speelklok opgewonden worden, waarna de melodie weerklinkt van: 'O, Gerardus, vriend van Jezus' (tekst en melodie door pater J. Haag c.ss.r.). De klok was eigendom van de familie Hoevenaars uit Rotterdam, maar is al jaren in bruikleen bij de redemptoristen van Wittem.
- Wandbord: de administratie van de Gerardusklok beschikt over een delftsblauw wandbord (ø 29,5 cm) met een afbeelding van het klooster en de moderne kerk. Het bord moet dus van na 1963 dateren. Het opschrift op de achterzijde luidt: 'Delfts blauw. Redemptoristenklooster Wittem'.
- Schilderijen: 1 olieverf op doek van omstreeks 1893 (140 x 100 cm) toont het eerherstel van Gerardus door Alfonsus van Liguori. Gerardus staat voor de tafel waaraan Alfonsus gezeten is. Beide hebben een nimbus rond het hoofd. Alfonsus wijst op het opengeslagen regelboek van de congregatie; 2 olieverf op doek (10 x 40 cm) gemaakt circa 1951, toont Gerardus Majella in aanschouwing voor een kruisbeeld. Gerardus staat met gevouwen handen voor een kruisbeeld dat schuin van achter afgebeeld is en een sterk licht uitstraalt. Op het tafeltje tussen Gerardus en het crucifix staat een vaasje met bloemen, tevens liggen er een doodshoofd en een gesel. Het schilderij diende als voorbeeld voor een bidprentje (1951) en voor de Gerarduskalender van 1952; 3 triptiek, olieverf op paneel gemaakt door Harry Kranen in 1963 (143,5 x 100 cm). Het linkerpaneel toont de jonge Gerardus die geknield de communie ontvangt uit de handen van een engel, alsmede Gerardus die knielt voor Maria met Kind staande op de maansikkel. Het middenpaneel toont Gerardus en buste met een kruisbeeld in zijn handen. Om zijn hoofd heeft hij een nimbus. Lichtstralen schijnen van rechts op hem neer. Het rechterpaneel toont Gerardus terwijl hij brood uitdeelt aan de armen, alsmede Gerardus' sterfbed met de verschijning van Maria met Kind; 4 in het Gerardusaltaar van de kloosterkerk is in 1961 een schilderij geplaatst van Cor van Geleuken. Het stelt Gerardus voor die naast de aan het kruis geslagen Christus staat. In de verte ziet men tussen de glooiende hellingen het klooster van Wittem. De uit crème, zwart, grijs en roodmarmer vervaardigde onderbouw van dit altaar dateert van 1925 en is geleverd door de firma Van Bokhoven uit 's-Hertogenbosch.
- Reliëfs: in de kapel op de eerste verdieping bevinden zich twee gepolychromeerd lindehouten reliëfs die mogelijk onderdeel waren van het in 1925 bij de firma Van Bokhoven te 's-Hertogenbosch bestelde Gerardusaltaar. Dit altaar beviel niet en werd in 1926 door een ander vervangen. Het eerste reliëf (56 x 48 cm) toont een jonge redemptorist (Gerardus?) samen met een non geknield voor een monstrans op het altaar. Op de rand staat in gotische letters: 'mihi hanc animam'. Het tweede reliëf (50 x 49 cm) toont een sterfbedscène. Een man ligt op zijn sterfbed met links van hem een geraamte met zeis en de duivel in de gedaante van een gehoornde beer. Rechts knielt Gerardus (?). Onder op de rand staat: 'mi Jesu dona'.
- Kelk: 1 neogotische verguld zilveren kelk (h. 22 cm) omstreeks 1880-1890 gemaakt door edelsmid L.J.H. Loven uit Roermond. Op de welving van de zeslobbige voet staan gravures van Gerardus, Alfonsus van Liguori, Maria, Christus aan het kruis, Johannes de Doper en Aloysius.
- Vaandel: van de Gerardusbroederschap die in 1920 werd heropgericht, in gebruik bij tuinprocessies.
- Wandkleed: in 1986 werd een groot smyrnawandkleed met Gerardusvoorstelling aangeboden door de bedevaart van Tilburg. Dit kleed is een ontwerp van frater Paschalius uit Goirle. Het wordt bij vieringen opgehangen in de tuinkapel, waardoor deze toch een beeldende verwijzing naar Gerardus krijgt. Het kleed toont Gerardus in het habijt der redemptoristen. Rond zijn hoofd is een aureool. In zijn armen houdt hij een crucifix. Op de achtergrond zijn de zon, een bergtop, een poortgebouw, een kerk en een opengeslagen intentieboek zichtbaar.

Devotionalia
- Algemeen: de hoeveelheid devotionalia die voor Wittem is vervaardigd en van andere redemptoristenkloosters, met name uit Italië en België, is aangetrokken, is haast onafzienbaar. Het is dan ook niet doenlijk om deze hier allemaal te beschrijven, slechts enkele worden aangeroerd. Als voorbeeld van een dergelijk devotionaliarepertoire, maar dan voor een aanzienlijk kleinere Gerardusheiligdom met een beperkt aanbod, mag niettemin de uitvoerige beschrijving van de materiële cultuur bij ⟶ Weebosch, gelden. Wittem zelf fungeerde fungeerde overigens ook als (tussen-)leverancier van devotionalia aan diverse kleinere Gerardusbedevaartplaatsen in Nederland (⟶ Barger-Oosterveld; ⟶ Overdinkel; ⟶ Hulten; ⟶ Weebosch; ⟶ Nederweert-Eind).
- Relieken: vanaf 1920 werden kleine, vierkante zakjes met daarin een relikwie ter beloning gegeven aan propagandisten van de verering. Later werden deze ook te koop aan de kloosterpoort aangeboden.
- Kaarsen: 1 in de kerk zijn kleine kaarsen en noveenkaarsen te koop om op te steken bij het Gerardusbeeld; 2 in de devotionaliawinkels zijn ook (noveen)kaarsen te koop met opdruk van Gerardus; 3 grote bedevaartgroepen brachten jaarlijks een nieuwe processiekaars mee, ter grootte van een paaskaars, met opdruk van jaartal en herkomst van de groep. Deze kaarsen werden in de tuinprocessie meegedragen en vervolgens in de Gerarduskapel opgesteld. De processiekaars werd tijdens het jaar aangestoken als daar een verzoek toe werd gedaan.
- Medailles, speldjes: aan de kloosterpoort werden vroeger medailles en speldjes verkocht. Anno 1999 is de verkoop van zulke devotionalia geheel in handen van de twee devotionaliawinkels aan de Plettenbergweg.
- Beeldjes: in de devotionaliawinkels zijn (on-)gepolychromeerde Gerardusbeeldjes te koop in diverse maten en materialen. Het betreft replica's van het beeld dat in 1893 in de kerk werd geplaatst. Sommige beeldjes staan onder een stolp.

Devotioneel drukwerk
- Liturgische teksten: 1 Ritus Servandus a Pio decimo Pontifice Maximo in canonizatione beatorum Alexandri Sauli (...) et Gerardi Majella (...) explenda in Basilica Vaticana III idibus Decembris anno Domini 1904 (Rome 1904) misformulier Gerardusfeest; 2 Missae propriae Congregationi Ssmi Redemptoris a Sede Apostolica concessae et approbatae (Turijn 1963); 3 Congregatio Ssmi Redemptoris, Missae propriae a Sede Apostolica concessae et approbatae (Rome 1975); 4 A. Blijlevens, Proprium CssR (Nederlandse Provincie van Redemptoristen 1980).
- Heiligenlevens: 1 V. Dechamps, Vie du vénérable Frère Gérard Majella, traduction de l'italien de A. Tannoja CssR, avec dissertation sur le merveilleux dans la vie des Saints (Luik 1845; 7e dr. Tongeren 1874); 2 E. Béthune, Vie du vénérable Gérard Majella (Tongeren 1878; 2e dr. 1893); 3 J. Kronenburg, Leven van den eerbiedwaardigen Gerardus Majella, leekebroeder van de Congregatie des Allerh. Verlossers, door een P. Redemptorist. Uit het Fransch vertaald door een Pater dierzelfde Congregatie (Roermond 1879; 2e dr. Gulpen 1883; 3e dr. Roermond 1895, 4e dr. 1905); 4 E. Saint-Omer, Le Thaumaturge du XVIIIe siècle ou la vie, les vertus et les miracles du Bienheureux Gérard Majella (Brugge 1892); 5 J.-B. Mievis, De Wonderdoener der XVIIIe eeuw (Brugge 1893); 6 C. Boomaars, Korte levensschets van den Zaligen Gerardus Majella (Roermond 1893); 7 A. Dedier, Kleine opgeluisterde levensschets van Gerardus Majella (Mönchen-Gladbach 1893); 8 J. Timmermans, Levensschets van den grooten Volksheiligen Gerardus Majella (Gulpen 1923); 9 J. Kronenburg, Een nieuwe Bloem in 's-Heeren Hof (Roermond 1928); 10 M. Stoks, De H. Gerardus in woord en beeld (Mönchen-Gladbach 1927); 11 A. Brinkman, H. Gerardus Majella. Korte levensschets (Leuven 1932; 3e dr. Wittem 1952); 12 C. van Horenbeeck, De Heilige Gerardus, Redder der zondaren. Helper der Lijdenden (Tielt 1938); 13 J. Boon, Gerardus Majella (Brugge 1941, 6e dr. Tielt 1944); 14 F. Wijnands, Wie was de H.Gerardus? (Amsterdam 1947; 2e dr.); 15 P. Vlassenbroek, Groot leven van den H.Gerardus Majella (z.p., z.n. 1952); 16 J. Nabben, Een dode die leeft. H. Gerardus Majella (Gulpen 1968, 2e dr. 1977); 17 M. van Delft, Miniaturen uit het leven van een wonderlijk man. Sint Gerardus Majella 1726-1755 (Wittem 1983).
- Noveenboekjes: 1 A. Scheepers, Novenen en gebeden ter eere van den Zalige Gerardus Majella (Roermond 1893; Rotterdam 1905); 2 A. Scheepers, Novenen voor kinderen die zich onder de bescherming van den H. Gerardus Majella tot een waardige eerste communie voorbereiden (Rotterdam 1904); 3 J. Pluijm, Korte Novene ter eere van den H. Gerardus (Gulpen: Alberts, 1920; 1930 5e dr.); 4 M. Stoks, Korte Novene, Gebeden en Litanie ter eere van den H. Gerardus Majella (Nijmegen 1932); 5 M. van Grinsven, Twee novenen ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand en den H. Gerardus Majella (Venray 1934); 6 W. Croonen, Redder in de Nood. Nieuw noveenboekje ter ere van den H. Gerardus Majella (Gulpen 1935); 7 Noveenboekje ter ere van de grote Wonderdoener, de H.Gerardus Majella (Wittem 1937, 7e dr.; 1955 13e dr.); 8 Noveenboekje. Bidden met Sint Gerardus (Wittem 1970, herdrukken 1985, 1996).
- Bedevaartvaantjes: 1 vaantje met afbeeldingen van het binnenaanzicht van de kerk, het Gerardusaltaar en een panorama en in een banderol 'Aandenken aan Wittem Limb.' (21,5 x 30,4 cm; Gulpen: A. Alberts, ca. 1920-1930); 2 vaantje waarop zijn afgebeeld het bedevaartcomplex en het klooster en Gerardus met kruisbeeld in de handen, en de tekst 'St. Gerardus Heiligdom' en 'Groeten uit Wittem' (16,5 x 28 cm; plasticdruk); 3 vaantje van de Laekense uitgever Hoyaux, door 'A.D.B.', met het hoofd van Gerardus in een lijst en daaronder het kloostercomplex en de tekst 'St. Gerardus heiligdom' (ca. 1930?).
- Gebedenboekjes: 1 A. Brinkman, H. Gerardus Majella. Man naar Gods Hart (Wittem 1931); 2 A. Brinkman, H. Gerardus. Heraut der Liefde (Wittem 1932); 3 A. Brinkman, H. Gerardus Majella. Vriend van Jezus (Wittem 1933); 4 A. Brinkman, H.Gerardus. Kind van God. Kerkboek voor kinderen ('s-Hertogenbosch 1935); 5 A. Grijpink, Met Gerardus tot Jezus. Godvruchtige oefeningen bij het bezoek van Gerardus-heiligdommen (Gulpen 1934); 6 A. Scheepers, De Ware Vereerder van den Zaligen Gerardus Majella (Roermond/Rotterdam 1898); 7 A. Scheepers, De Trouwe Vereerder van den H. Gerardus Majella (Rotterdam 1905); 8 M. Stoks, Sint Gerardus Ons Toonbeeld. Overwegingen, Gebeden en Korte Novene (Kevelaer 1932).
- Pelgrimsboekjes: 1 Pelgrimsboekje St. Gerardus-Heiligdom Wittem (Wittem 1953); 2 Pelgrimage naar Wittem (Wittem 1955; herdrukken in 1961, 1965, 1971, 1977, 1986); 3 Op bedevaart naar Gerardus in Wittem (Wittem 1997).
- Liederen: Het liedrepertoire van Wittem is uitvoerig beschreven en getypeerd in: Evers, Pastoraat en Bedevaart (1993). Voor de viering van het Gerardusoctaaf stelde men een selectie van gezangen uit de pelgrimsboekjes samen en drukte deze op vouwbladen. Verder zijn Gerardusliederen opgenomen in de verschillende bundels van de broederschap van de Heilige Familie, boekjes voor parochieretraites en retraitehuizen. C. Bonten [broeder Anselmus], was verantwoordelijk voor de toonzetting en harmonisatie van meerdere Gerardusliederen en andere liederen die tijdens het Lof werden gezongen, manuscripta (muziekarchief Wittem); 1 pamfletbriefje met tekst en muziek van 'Lof en Smeeklied' (1893); 2 J. Haagh, Acht liederen ter eere van den H. Gerardus Majella op kerkelijke volksmelodieën ('s-Hertogenbosch 1913); 3 pamfletbriefje met tekst van jubileumlied (1943); 4 liedbundeltje bij het programma van de bedevaartgroep uit Roosendaal e.o. (1947); 5 liederen van de Bedevaart naar Wittem (Wittem: z.n., [ca.1948]); 6 St. Gerardus-Heiligdom te Wittem. Gezangen onder het Lof en de Processie (Wittem [ca. 1950]).
- Tijdschriften: 1 Het Sint Gerardusklokje. Maandschrift gewijd aan de vereering van den H.Gerardus Majella. Maandschrift tot ondersteuning van de missiën (1920-1965); 2 De Sint Gerardusklok (1965-heden), de Gerardusklok is de voortzetting van het Sint-Gerardusklokje; 3 Gerardusbode. Godsdienstig tijdschrift door eenige Belgische Redemptoristen verschijnende den 15en van elke maand (1897); 4 Gerardusbode en de Apostolische Werken der Paters Redemptoristen. Godsdienstig maandschrift (1908-1930); 5 St-Gerardusbode (1930); 6 De Gerardusbode. Godsdienstig Maandschrift ter eere van den H. Gerardus Majella (1916-1930, Overdinkel); 7 Gerardusbode. Godsdienstig tijdschrift toegewijd aan de vereering van den H. Gerardus Majella onder redactie van eenige eerw. heeren geestelijken (1930-1931).
- Religieus-toeristisch en kunsthistorische brochures: 1 J. Peters, Wittem, een hoekje vol schoonheid in Limburgs Zuiden (Wittem 1944); 2 J. Peters, Granaten suizen over Wittem (Wittem 1945); 3 J. van Liempd, Het genade-oord Wittem (Gulpen 1948); 4 Het aantrekkelijke beeld van St. Gerardus in zijn nationaal heiligdom te Wittem (Gulpen z.j. [ca. 1955]); 5 Wittem. Heiligdom van Sint Gerardus (Wittem: uitgave Sint Gerardusklok, z.j. [ca. 1968] (folder)); 6 W. Wijnen, Wittem. Een hoekje vol schoonheid in Limburg's zuiden (Gulpen 1976); 7 Korte beschrijving van de kloosterkerk te Wittem (vouwblad 1980); 8 Th. Claveaux, Wittem. Van rijk verleden naar levend heden (Gulpen 1983, herdruk 1990); 9 Kurze Beschreibung der Klosterkirche zu Wittem (vouwblad 1985); 10 St. de Smet, Klooster Redemptoristen. Klooster- en Bedevaartskerk Wittem (Regensburg: -Schnell & Steiner, 1995); 11 M. Huls, M. Brouwers & H. Erinkveld, Te voet naar Pelgrimsoorden Wittem, Noorbeek, Lorette en Sint Gerlach. Wandelsuggesties door Zuid-Limburg en de Voerstreek (Noorbeek: Stg. Pelgrimswegen en Voetpaden, 1997).
- Overig drukwerk: 1 Gerardus dagkalender, scheurkalender met schild van karton met foto-opdruk, sinds 1952 (tevoren waren er maandkalenders en enkele jaren na de oorlog beschikte men over een maand- en een dagkalender). In de jaren tachtig zijn de uitgave, verzending en administratie van de kalender uitbesteed aan de firma Gooi & Sticht. Samenstelling gebeurt onder verantwoordelijkheid van de redemptoristen; 2 Missie-almanak ter ere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand en Sint Gerardus (1927-1967) jaarlijks uitgegeven, de laatste jaren als Gezinsboek; 3 Missie-almanak van O.L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand en van den H. Gerardus (1932) redactie c.s.s.r. Wittem en Seppe - voortzetting van Missiekalender van O.L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand, uitgegeven tot steun der Missies van de Paters Redemptoristen in West-Indië, Belgisch Congo, Zuid-Amerika, Saskatchewan en Ukrainen (1927) redactie c.s.s.r. België; 4 Jaarboek ter ere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand en Sint Gerardus (Wittem 1957).
- Dia-klankbeeld Gerardus, video-klankbeeld Wittem: vervaardigd in de jaren 1965, 1975, 1985, 1995.
Bronnen en literatuur Archivalia: Wittem, huisarchief Wittem: inv.nrs. 1-7, 666-668; Chronicon Wittemiense a Saeculo XII ad annum 1836 (ca. 1860 geschreven); catalogi van bewoners in de loop van de jaren; liber necrologium; kroniek der Aartsbroederschap der Heilige Familie te Wittem opgericht in de kerk van den H. Joannes Nepomucenus en den H. Alfonsus (1851-1951); genummerde losse archiefstukken; archief van de administratie De Sint Gerardusklok; correspondentiemappen van de grote bedevaartgroepen; fotocollecties; kopieën van filmopnames voor diverse omroep-programma's; muziekarchief bevattende composities (manuscripta en gedrukte werken) van redemptoristen en muziekwerken die door docenten, studenten en zangkoor werden gebruikt; collectie van vele publicaties over devoties en Wittem door redemptoristen in huisbibliotheek, vgl. J. Vinkenburg, 'Onze archieven', in: Ter Informatie nr. 73, november 1997, 43-47, naar aanleiding van nieuwe ordening en beschrijving van het huisarchief. Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: archief W.M. van Rossum (1854-1932), redemptorist, kardinaal-prefect van de Congregatie voor de Voortplanting des Geloofs te Rome, 1861-1932; archivalia van M.C.Krinkels (1925-1990), rector van het klooster te Wittem en provinciaal overste; archivalia van H.G.J.R.Manders (1913-1996), docent te Wittem en hoogleraar aan de HTP/UTP te Heerlen. Münster (D), Archiv des Landesmuseums: archief van de familie Von Plettenberg; archief J.C. Schlaun.
Tekstedities: Kroniek der godsvrucht tot den gelukzaligen broeder Gerardus Majella, opgenomen in Register Sint Gerardusklokje.
Literatuur Algemeen Het Sint Gerardusklokje. Maandschrift gewijd aan de verering van den H. Gerardus Majella. Maandschrift tot ondersteuning van de missiën (1920-1965); De Sint Gerardusklok (1965-heden); Kerkbrief voor bezoekers van kerk en klooster Wittem, gestencilde uitgave te Wittem (onregelmatig verschijnend sinds 1987).
- Wittem en klooster J. Habets, Geschiedenis van het tegenwoordige bisdom Roermond, 3 dln. (Roermond: Romen, 1875-1892); J. Habets, 'Costumen der vrije heerlijkheid Wittem', in: Publications S.H.A. Limbourg 19 (1882) p. 144-178; M. Lans, Het leven van Pater Bernard Hafkenscheid (Amsterdam: C.L. van Langenhuysen, 1905; 4e dr.); H. Mosmans, 'Het kasteel Wittem', in: De Nedermaas (1922/1923) p. 94-96; H. Mosmans, De Heeren van Wittem. Geschiedkundige bijdrage (Venlo: z.n., 1923); H. Mosmans, 'Het voormalig Capucijnenklooster te Wittem', in: Franciscana 6 (1923) p. 18-50; W. Goossens, Geschiedenis van het tegenwoordig bisdom Roermond, dl. 4 (Roermond: Romen, 1927); H. Mosmans, 'De Johannieter-Commanderij te Mechelen', in: Publications S.H.A. Limbourg 65 (1929) p. 1-70; W. Nolet, Katholiek Nederland, dl. 1 (Den Haag: Ten Hagen, 1930) p. 65-66; H. Mertens e.a. ed., Jaarboek Bisschoppelijk College St. Jozef Sittard 3 (1933) p. 7-8; Idem, Jaarboek Bisschoppelijk College St. Jozef Sittard 4 (1934) p. 7; H. Mosmans, Het Redemptoristenklooster Wittem. Een bijdrage tot onze vaderlandsche kerkgeschiedenis. 1836-1936 (Roermond/Maaseik: Romen, 1935); J. Drehmanns, Kardinaal Van Rossum. Korte Levensschets (Roermond/Maaseik: Romen, 1935); M. van Delft, Ontwikkelingen van de praktijk en de leer van de volksmissie. Een historisch-juridische studie op canon 1349 CIC (Nijmegen 1950); M. De Meulemeester, Bibliographie générale des écrivains Rédemptoristes, 3 dln. (Leuven 1933-1939); J. Peters, Wittem. Een hoekje vol schoonheid in Limburgs Zuiden (Gulpen: Alberts, 1944); M. De Meulemeester, Histoire Sommaire de la Congrégation du T.S. Rédempteur (Leuven 1950); M. Mulders, 'De inrichting van het Wittemse studentaat in de eerste tijd', in: Monumenta Historica [c.s.s.r.] 2 (1950) p. 161-177; M. Mulder, 'De typhus-epidemie te Wittem in 1847', in: Monumenta Historica [c.s.s.r.] 3 (1951) p. 12-18; M. De Meulemeester, 'Mgr Van Bommel en de Redemptoristen', in: Monumenta Historica [c.s.s.r.] 4 (1952) p. 129-139; K. van Wely, 'De uitwendige schoonheid van ons oude Wittem', in: Monumenta Historica [c.s.s.r.] 4 (1952) p. 97-120, 166-184, 5 (1953) p. 1-16; M. Mulders, 'De Redemptoristen en het herstel van de hiërarchie in Nederland', in: Monumenta Historica [c.s.s.r.] 5 (1953) p. 40-64; M. Mulder, 'Geschiedenis van de Redemptoristen-volksmissies in Nederland', in: Monumenta Historica [c.s.s.r.] 5 (1953) p. 131-186, 6 (1954) p. 73-88, 169-175, 7 (1955) p. 161-180; Em. Janssen, Kasteel Wittem. Eertijds zetel van een rijksgraafschap (z.p: Restauratiestichting Limburg, 1960); K van Wely, Gestalte en structuur van de missie bij S.Alfonsus. Een historisch-theologische studie van een pastorele praktijk (Amsterdam 1964); P.J. Meertens & Maurits de Meyer ed., Volkskunde-atlas voor Nederlands en Vlaams-België. Commentaar, dl. 2 (Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1965) p. 90, ingeroepen tegen reuma; K. Bussmann ed., J.C. Schlaun 1695-1773. Ausstellung zum 200. Todestag Landesmuseum Münster, 2 dln. (Münster 1973); J. Knipping, The Iconography of the Counter-Reformation in the Netherlands. Heaven on earth, 2 dln. (Leiden 1974, reprint); Th. Rey-Mermet, Le Saint du siècle des lumières (Paris 1982); Th. Claveaux, Wittem van rijk verleden naar levend heden (Wittem 1983); J.F. van Agt, De Monumenten van Geschiedenis en kunst. Zuid-Limburg. Vaals, Wittem en Slenaken (Den Haag: Staatsuitgeverij, 1983) p. 339-345; W. Wiertz & P. Post, Lijst Monumenten Klooster Wittem: aanzetten tot inventarisatie en beschrijving van monumenten in het redemptoristenklooster te Wittem, opgesteld in de periode van maart tot september 1985 (Heerlen: HTP, 1985); J.H.M. Evers & P.G.J. Post ed., Historisch repertorium met betrekking tot Wittem als bedevaartoord (Heerlen: UTP, 1986); Dieter P.J. Wynands, Geschichte der Wallfahrten im Bistum Aachen (Aken: Einhard Verlag, 1986) p. 403; M. Dickhaut, Kasteelhoeve 'De Heerenhof' te Mechelen (Beek/Mechelen 1986); J.W. Oosterwijk e.a., Rapport bedevaartonderzoek Wittem (Heerlen: HTP, 1986); Renaat van der Linden, Bedevaartvaantjes. Volksdevotie rond 200 heiligen op 1000 vaantjes (Brugge: Tabor, 1986) p. 107; Martina Friedrich, Grenzüberschreitende Wallfahrten in der Euregio Rhein-Maas (Bonn: scriptie Institut für Volkskunde, 1987); P. Post, 'Ruimtewerking: enkele notities over heilige plaatsen tussen sacraliteit en functionaliteit', in: Speling 40/3 (1988) p. 45-59; P. Post, 'Raum und Ritus. Perspektive für die Analyse des liturgischen Raums', in: Jaarboek voor liturgie-onderzoek 5 (1989) p. 301-331; H. Evers, 'Voorbeelden van de rijke en onvermoede inhoud van het kloosterarchief te Wittem', in: Ter Informatie van en over Nederlandse Redemptoristen nr. 30 (1989) p. 27-31; H. Evers, 'Portretten van Ferdinand von Plettenberg', in: De Maasgouw 109 (1990) k. 3-14; Leo Pierey, 150 Jaar redemptoristen in Wittem (Wittem 1990); H. Evers, Pastoraat en Bedevaart. Een onderzoek naar het pastorale aanbod in het kader van de devotie tot Sint Gerardus Majella en de bedevaart naar Wittem, met bijzondere aandacht voor het gezangrepertoire (Etten-Leur: eigen beheer, 1993); H. Evers,'Van buiten bekeken. Stukjes geschiedenis van het klooster Wittem', in: De Sint Gerardusklok 73 (1996) nr. 2, p. 11-13, nr. 3, p. 9-11, nr. 4, p. 9-11, nr. 5, p. 6-7, nr. 6, p. 12-13; St. de Smet, Klooster Redemptoristen. Klooster- en Bedevaartskerk Wittem (Regensburg: Schnell & Steiner, 1995).
- Gerardus Majella en bedevaart A.Tannoia, Vita del Servo di Dio Gerardo Majella (Napels(?) 1804(?), verdere edities Napels 1811, en elders in 1816, 1827, 1833, 1848, 1853, 1860 etc.) van dit boek zijn meerdere vertalingen verschenen; J.-B. Bouckaert, 'Heiligverklaring van den Gelukzaligen Gerardus Majella', in: Gerardusbode 9 (1906) p. 2-5, 18-20, 34-36, 49-50, 66-69; Cl. Henze, 'De cultu S. Gerardi in Germania Inferiore', in: Analecta CssR 6 (1927) p. 232-234; Cl. Henze, 'De cultu s.Gerardi in Neerlandia', in: Analecta CssR 10 (1931) p. 41-45; B. van den Eerenbeemt, 'De H. Gerardus Majella', in: J. Huyben e.a., Met de heiligen het jaar rond, dl. 4 (Bussum: P. Brand, 1949) p. 49-53; Cl. Henze, 'Brevis synopsis eorum quae nostri fecerint faciantque ad cultum s.Gerardi promovendum', in: Analecta CssR 23 (1951) p. 175-179, over associaties en broederschappen; M. De Meulemeester, Bibliographie Générale des écrivains Rédemptoristes (Leuven 1933-1939) dl. 2, p. 265-266 en dl. 3, p. 345; M. van Grinsven, 'De H.Gerardus Majella als Beschermer van Moeder en Kind', in: Moederschapszorg Roermond 10 (1933) p. 177-178, 284-287; 'Utrechtse bedevaart trok naar Wittem, Sint Gerardus' genade-oord. Schone processie werd hoogtepunt van devote pelgrimstocht', in: Katholiek Utrechts Dagblad, 23 juli 1951, p. 5; N. Ferrante, 'Le fonti storiche della vita di S. Gerardo Majella', in: Spicilegium Historicum [c.s.s.r.] 2 (1954) p. 125-149; M. de Meulemeester, 'Ons land en Sint Gerardus', in: Gerardusbode 59 (1955) p. 156-158, over de Gerardusdevotie in België; A. Sampers, 'Bibliographia Gerardiana', in: Spicilegium Historicum [c.s.s.r.] 3 (1955) p. 498-507; 'Vijfhonderd pelgrims uit Zuid-Holland in Wittem. Er zijn te weinig café's en er is geen parkeerruimte. Consumpties en souvenirs zijn goedkoop', in: Limburgs Dagblad, 19 mei 1965, p. 12; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 413--414; Dieter Pesch, Wallfahrtsfähnchen. Religiöse Druckgrafik (Köln: Rheinland-Verlag, 1983) p. 404; J. Oosterwijk, Rapportage bedevaartonderzoek Wittem (Heerlen: HTP, 1986); J.H.M. Evers & P.G.J. Post ed., Historisch repertorium met betrekking tot Wittem als bedevaartoord (Heerlen: UTP, 1986); H. Evers, Jubileumboekje Bedevaart Eindhoven en Omstreken, 1937-1986 (Wittem 1986); M. van Uden & J. Pieper, 'Waarom ter bedevaart? Motievenonderzoek bij bedevaartgangers naar Wittem', in: M. van Uden, P. Post ed., Christelijke bedevaarten: op weg naar heil en heling (Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1988) p. 145-158; F. Derks, 'Religieuze attituden van bedevaartgangers', in: M. van Uden, P. Post ed., Christelijke bedevaarten: op weg naar heil en heling (Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1988) p. 171-188; P. Post, 'Ruimtewerking: enkele notities over heilige plaatsen tussen sacraliteit en functionaliteit', in: Speling 40/3 (1988) p. 45-59; H. Evers, 'Bedevaart en zang. Een analyse van het liedgoed van twee bedevaartoorden', in: M. van Uden & P. Post ed., Christelijke bedevaarten: op weg naar heil en heling (Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1988) p. 111-144; H. Evers, 'Veranderend pastoraat in een bedevaartoord', in: E. Henau & T. van den Hoogen ed., Van katholiek Limburg naar katholieken in Limburg (Heerlen: UTP, 1988) p. 218-256; H. Evers, 'Bronnen voor liturgie-onderzoek. Voorbeelden van perspectiefverbreding', in: Jaarboek voor liturgie-onderzoek 5 (1989) p. 55-107; P. Post, 'Bedevaart zonder grenzen', in: Tijdschrift voor liturgie 73 (1989) p. 135-156; H. Evers, 'Een periodiek en geloofsvoorstellingen. Analyse van een devotie- en missieperiodiek van de redemptoristen: het Sint Gerardusklokje 1920-1987', in: Munire ecclesiam (Maastricht: LGOG/UTP, 1990) p. 288-315; F. Derks, J. Pieper & M. van Uden, 'Transformatie en confirmatie. Interviews met bedevaartgangers naar Wittem en Lourdes', in: M. van Uden, J. Pieper & E. Henau ed., Bij geloof. Over bedevaarten en andere uitingen van volksreligiositeit (Hilversum: UTP, 1991) p. 105-124; A. Toelen, Geloof in gips. Massaproducten van religieuze voorstellingen, 3 dln. (Nijmegen: doctoraalscriptie KUN, 1992), Gerardusbeeldjes; H. Evers, Pastoraat en bedevaart. Een onderzoek naar het pastorale aanbod in het kader van de devotie tot Sint Gerardus Majella en de bedevaart naar Witem, met bijzondere aandacht voor het gezangrepertoire (Etten-Leur: eigen beheer, 1993); H. Evers, '75 Jaar Sint Gerardusklok. Driekwart eeuw veranderende geluiden', in: De Sint Gerardusklok (1995) p. 144-149; P. Post, J. Pieper & M. van Uden, The Modern Pilgrim. Multidisciplinary explorations of Christian pilgrimage (Leuven: Peeters, 1998) p. 157-172; Sjef Kusters, 'Pelgrimsoord blijft, ook na uitsterven orde', in: Dagblad De Limburger, 9 december 1999.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Wittem-Gerardus Majella; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a+b (1993); Bonn, Amt für Rheinische Landeskunde: 'Wallfahrt (Prozession) im Rheinland-Umfrage' uit 1979, formulieren Langerwehe en Mechernich; internetsite: www.redemptoristen.nl; Hilversum, NOB beeldbandarchief: Van gewest tot gewest van 18 oktober 1968 (nr. G31535), aflevering Kerkepad van 27 augustus 1984 (nr. AR35582 BCN; M75103); Zwolle, Wittemdocumentatie H. Evers; mondelinge informatie van mevr. M. Németh-Sanders en pater H. Erinkveld c.s.s.r. in 1998.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<