HomeDatabankenBedevaarten

Best, H. Odulphus

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Odulphus
Datum: 12 juni (zondag na)
Periode: 1150 - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Odulphus
Adres: Hoofdstraat 35, 5683 AC Best
Gemeente: Best
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Vanaf ongeveer 1150, misschien nog eerder, zal Odulphus in Best vereerd zijn. Mogelijk is toen reeds op de plaats van zijn geboortehuis een (houten) kapel gebouwd. Ondanks ups en downs heeft de verering tot heden enige continuïteit gekend. Met uitzondering van de georganiseerde bedevaart vanuit Oirschot naar Best vóór 1553 en weer (gedurende korte tijd) na 1626, kwamen de bedevaartgangers voornamelijk op eigen gelegenheid naar Best. Zij kwamen en komen vooral vanuit Best en Oirschot en in mindere mate uit plaatsen in de omgeving. Sinds 1979 wordt elk jaar op de zondag na 12 juni een Odulphusprocessie gehouden, gevolgd door een openluchtmis
Auteur: J. Lijten
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De huidige Odulphuskerk is, net als haar voorgangers, gelegen aan de weg van Oirschot naar Sint-Oedenrode onder Verrenbest, dichtbij Naastenbest, in het centrum van de tegenwoordige gemeente Best.
- Omstreeks 1300, maar mogelijk eerder, zal er te Best op de plaats waar men meende dat het geboortehuis van Odulphus zich had bevonden, een (houten) kapel hebben gestaan, want vanaf 1340 bespeuren we een familie 'van der Capel-le' en in 1380 hebben bepaalde gronden de naam 'ter Capelle'. In 1437 werd deze kapel vervangen door een stenen kerk (van circa 40 bij 15 meter in eenvoudige gotische stijl, met een toren) als hulpkerk van de parochie Oirschot. In 1553 kreeg deze kerk parochiale rechten, zij het in afhankelijkheid van het Oirschotse kapittel.
- Vlak ten noorden van de Bestse parochiekerk lag de St. Oels- of Odulphusput. Deze put zou oorspronkelijk hebben toebehoord aan de boerderij waar Odul-phus is opgegroeid. Omstreeks 1800 is de put, vanwege verzakking van de noordelijke kerkmuur, gedempt. De put was toen al geruime tijd dichtgemetseld en van een pomp voorzien. In het recente verleden heeft de heemkundekring, 'Dye van Best', enkele keren opgravingen verricht naar de put, zonder resultaat.
- In 1794 namen de Bestse parochianen de oude parochiekerk, die in 1648 door de Staten-Generaal aan de gereformeerden ter beschikking was gesteld maar door deze slechts sporadisch gebruikt werd, op eigen initiatief in bezit; deze naasting werd later de facto erkend.
- In 1880-1882 (toren 1884-1885) werd, volgens het ontwerp van architect K. Weber, de huidige, neogotische St. Odulphus paro-chie-kerk (een kruiskerk met driebeukig schip, circa 60 bij 30 meter) gebouwd achter de oude kerk, die daarna vanwege bouwval-ligheid werd afgebro-ken. Het interieur van de kerk heeft nog altijd de oorspronkelijke, rijke decorering in neogotische stijl. Veel beelden, schilderijen, koper- en zilverwerk en het orgel zijn afkomstig uit de oude kerk. Met beleid werden ook beelden uit opgeheven kerken aangekocht.
- In de kerk bevindt zich een Odulphusaltaar in de gelijknamige kapel. Op dit altaar (gemaakt door Hendrik van der Geld in 1890) zijn enkele taferelen uitgebeeld, onder meer het afscheid van Odulphus van zijn moeder en zijn vader Bodgesus.
- Na zware beschadigingen in de Tweede Wereldoorlog werd de kerk aanvankelijk provisorisch hersteld, waarna zij in 1973 ingrijpend bouwkundig gerestaureerd werd en in de jaren 1988-1991 in haar oorspronkelijke staat is teruggebracht.
- In 1991 werden door de heemkundige kring de fundamenten van de oude kerk opgegraven en daarna in het plaveisel voor de huidige kerk zichtbaar gemaakt.
- In 1840 wordt er melding gemaakt van een Odul-phus-akker buiten Best, waar de heilige een engel zou hebben ontmoet.
Cultusobject - Odulphus werd in de achtste eeuw bij Oirschot in de herdgang Verrenbest geboren. Deze buurtschap maakt sinds 1821 deel uit van de gemeente Best. Uit zijn vita kunnen we concluderen dat hij zijn opleiding ontving te Oirschot bij 'vrome mannen', vermoedelijk een college van priesters en geestelijken dat de zielzorg uitoefende in Oirschot en (verre) omgeving. Na zijn priesterwijding bleef hij op verzoek van zijn ouders nog enige jaren in het Oirschotse college werkzaam, maar begaf zich al spoedig naar Utrecht, vanwaar hij zich samen met bisschop Frederik ging wijden aan de bekering der Friezen. Het onderzoek door Van Buijtenen doet vermoeden dat Odulphus hulpbisschop is geweest voor het noordelijk deel van het Utrechtse bisdom en dat hij, bij afwezigheid van bisschop Frederik, tijdelijk het bestuur van het bisdom heeft waargenomen. Odulphus stierf op hoge leeftijd in de 9e eeuw (circa 865) en werd in de St. Victorkapel van de Salvatorkerk te Utrecht begraven. In 1300 opende de deken van het Utrechtse kapittel van de Sint Salvator het graf van Odulphus en plaatste diens schedel in een zilveren buste. Deze erkenning van de heilige leidde tot een versterking van de verering in en buiten Utrecht.
Andere Nederlandse bedevaartplaatsen van Odulphus waren: -> Assendelft (dl. 1), Staveren (dl. 1) en Wormer (dl. 1).
- In de St. Odulphuskerk wordt als reliek een vingerkootje van Odulphus bewaard, geplaatst in een zilveren reliekhouder uit 1620 in de vorm van een rechterhand (hoogte 10 cm). In dat jaar had de kerk van Best deze reliek verworven. Zij is afkomstig van het skelet van Odulphus dat apostolisch vicaris Sabout Vosmeer omstreeks 1600 had laten opgraven bij de genoemde St. Victorkapel. De zilveren reliekhouder was vervaardigd in opdracht van de toenmalige pastoor van Best, Willem Heerbeeck. Rond de druppelvormige theca staat de tekst 'Reliquiae S. Odulphi 162[?]'. De handvormige reliekhouder kon in zijn geheel geplaatst worden in een grotere verguld-koperen reliekhouder (hoogte 40 cm) in de vorm van een stralenmonstrans uit de tweede helft van de 19e eeuw
- Het neogotische beeld (circa 1 meter hoog) van St. Odulphus en het bijbehorende altaar (links vooraan in de kerk, na de laatste kruiswegstatie) zijn, evenals andere beelden, afkomstig uit het atelier van H. van der Geld te 's-Hertogenbosch. Beeld en altaar dateren uit 1890. Odulphus is afgebeeld met ontbloot hoofd en gekleed als priester; in zijn rechterhand draagt hij een appel en met zijn linkerhand houdt hij een monstrans vast.
- Ook in de St. Pieterskerk van Oirschot wordt een reliek van Odulphus bewaard, die door het Oirschotse kapittel circa 1480 in Utrecht is aangevraagd. In deze kerk staat ook een neogotisch Odulphusaltaar met een beeld van de heilige (circa 1 meter hoog) met als attributen een boek en een appel. Het altaar staat in het noorder transept en is vermoedelijk omstreeks 1890 uitgevoerd door de Eindhovense beeldhouwer Jan Custers, naar een tekening van L.C. Hezemans.
- Tot omstreeks 1800 bevond zich naast de kerk van Best een Odulphusput waar vereerders water uithaalden.
Verering Ontstaan

- Het vroegste jaartal dat in verband kan worden gebracht met de verering van Odulphus is 1150. In een ongedateerde, vermoedelijk omstreeks 1480 geschreven brief van het Oirschotse kapittel aan het kapittel van Oudmunster in Utrecht is sprake van de plaatsing van de relieken- van Bodgesus, de vader van Odulphus. De brief vermeldt dat de relieken in 1150 in een nieuw reliekschrijn werden geplaatst. Dit zal gebeurd zijn naar aanleiding van de verheffing van zijn zoon. Schutjes verwijst naar een korte aantekening uit hetzelfde jaar waaruit zou blijken dat Bodgesus toen 'reeds vele eeuwen [samen met zijn zoon?] in de kerk van Oirschot in vereering stond'.
- Uit een testament van 1421 blijkt, dat er toen reeds in Best een groep mensen bezig was met de voorbereiding van de bouw van een stenen kerk ter ere van Odulphus. In 1428 en 1431 blijkt deze groep een eigen bestuur te hebben, dat erin slaagde om in 1437 de kapel te realiseren. Uit deze groep kan het St. Odul-phusgilde (pas veel later een handboogschuttersgilde) gegroeid zijn, dat blijkens zijn gildekaart van 1531 zeer nauw met de 'Sunte-Odulphuscapelle' verbonden was. Het leverde belangrijke financiële bijdragen aan de kapel en speelde een rol in de processies, die gehouden werden 'opten kermis-dach van Best en op Sunte-Odulphusdach'.
- Op 7 december 1553 willigde de bisschop van Luik, Georgius van Oostenrijk, het verzoek van de inwoners van de Oirschotse buurtschappen Aarle, Naastenbest en Verrenbest in om de kapel te verheffen tot parochiekerk. Tevens verleende hij een aflaat van veertig dagen, te verdienen door hen die op de dag van de wijding van de kapel, op de eerste zondag na het feest van St. Dionysius, en op de feestdag van St. Odulphus de kapel bezochten om daar een onzevader en drie weesgegroeten te bidden en een bijdrage te schenken voor het herstel van de kapel.

De inbreng van het kapittel te Oirschot

- Voor 1553 was St. Odulphus (12 juni) voor het Oirschotse kapittel reeds de voornaamste feestdag en trokken het kapittel en de parochie Oirschot met de reliek van Odulphus in processie naar Best. De verlening van parochiale rechten aan de kerk van Best was tegen de zin van het kapittel, dat daarom deze processie staakte.
- In het algemeen winterkapittel van 1 december 1626 besloot het Oirschotse kapittel om het feest van Odulphus weer te gaan vieren als een 'dekenaal feest', dat wil zeggen een feest van de hoogste categorie, waarbij de kapitteldeken de hoogmis celebreerde. In het oudste parochieregister van Best tekende pastoor Willem van Heerbeeck bij de jaren 1626/1627 deze beslissing aan, waarbij hij vermeldde van oude mensen gehoord te hebben, dat tot 1553 dit feest werd gevierd door in een omvangrijke processie met de reliek van Odulphus van Oirschot naar Best te trekken. In het zomerkapittel van 14 mei 1629 besloot het kapittel om voortaan het feest van Odulphus in het koor van de kerk te Oirschot te vieren op de eigenlijke dag, 12 juni, maar de processie en het openbare feest in Best te verplaatsen naar de volgende zondag.

De verering te Best in de 17e en 18e eeuw

- De verering te Best had enkele jaren eerder al een nieuwe impuls gekregen nadat pastoor Willem Heerbeeck in 1620 de reliek (een vingerkootje) van Odulphus had verworven. Na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 werden de processie en de publieke viering van het feest van Odulphus in Best nagenoeg onmogelijk gemaakt. Ofschoon er weinig bekend is over de verering in de 17e en de 18e eeuw, weten we uit schaarse gegevens dat deze tegen de verdrukking in is blijven voortbestaan. Zo wordt in een visitatieverslag uit 1686 van de classis Oirschot-Best gemeld:

'de paapse diensten sijn ook aldaar [Oirschot en Best] publijck als overal maar daarenboven is aldaar extraordinaris processie ende een seer groot besoeck van St. Anna capel [? Aarle] ende soo men abusivelijck seght van onse L. Vrouwe aan den Eijck [? Oirschot], alsmede van St. Odulph [Best] ende St. Anthonis [? Straten]'.

- In 1723 verleende de paus een volle aflaat aan degenen die op Odulphusdag, 12 juni, tussen de eerste vespers en zonsonder-gang op de feestdag de schuurkerk van Best bezochten.
- Naast de kerk bevond zich de Odulphusput, die blijkens Hanewinkel in 1802 nog bestond maar korte tijd later moet zijn gedempt. Schutjes merkt over deze put op dat 'die eeuwen lang een voorwerp van vereering was geweest'. Ook Van den Akker merkt op: '[...] in haar nabijheid [van de kerk] was eer-tijds een put die wegens de wonderdoende kracht die de Heilige aan het water zou hebben medegedeeld, zeer vermaard was'.
- Het Odulphusgilde, dat zich na zijn oprichting in de 16e eeuw ten dienste stelde van de Odulphuscultus, is in de 18e eeuw getransformeerd tot een handboogschuttersgilde. Het gilde laat in de 20e eeuw jaarlijks nog een mis opdragen.

19e en 20e eeuw

- In de 19e en 20e eeuw lijkt de verering van Odulphus in hoofdzaak een lokale aangelegenheid te zijn geweest. Omstreeks 1840 deed te Best over Odulphus de legende de ronde dat de heilige ooit een prijs was misgelopen toen hij te Oirschot op school zat. Dit bedroefde hem zo dat hij eraan twijfelde of hij zijn opleiding nog wel wilde afmaken. Op weg naar huis ontmoette hij echter een engel die hem een gouden appel (of, volgens een andere versie, drie gouden appels) schonk, waarna zijn vertrouwen in eigen kunnen terugkeerde. De akker waar deze ontmoeting had plaatsgevonden, werd de St. Odulphusakker genoemd.
- De parochie bezit twee vaandels met een afbeelding van Odulphus, waarvan de oudste uit de eerste helft van de 19e eeuw stamt, terwijl de jongste in 1853 is gemaakt. Of deze vaandels zijn gebruikt voor een specifieke Odulphusprocessie of dat zij slechts werden meegedragen in de sacramentsprocessie, is niet bekend. Wel geven zij blijk van een bijzondere lokale verering omstreeks 1850.
- Toen in september 1944 Best in de frontlinie kwam te liggen en een groep inwoners toevlucht had gevonden in de kelder van het pensionaat Nazareth, staken de zusters soms een kaars op bij de beelden van St. Odulphus, O.L. Vrouw van Fatima en het H. Hart.
- Enkele nog in Best verkrijgbare devotieprentjes geven uitdrukking aan verering voor Odulphus in Best en Oirschot en in het bisdom 's-Hertogenbosch. Een naoorlogs prentje heeft als onderschrift 'S. Odulphus Patroon van Bost [sic], b.v.o.'
- Sinds 1979 wordt op initiatief van pastoor H. Maas weer een Odulphusprocessie gehouden op de zondag na 12 juni. Hierbij worden onder meer enkele 19e-eeuwse processievaandels meegevoerd. Aanvankelijk trok de processie naar het H. Hartplein, thans naar het Vuurdoornplein, waar een openluchtmis wordt gevierd met enkele duizenden deelnemers uit Best, Oirschot en omgeving.
Materiële cultuur - De kerk is in het bezit van een tweetal Odulphusvaandels. 1 Op het oudste vaandel (ca. 1850 of ouder) is in olieverf een schildering van de heilige aangebracht: Odulphus staat in priesterkledij in een kerk, met zijn rechterhand heft hij een miskelk op; 2 het tweede vaandel (geborduurd), dat in 1853 werd aangeschaft, toont Odulphus die de toeschouwer aankijkt en een zegenend gebaar maakt, terwijl hij met zijn linkerhand een geopend boek voor zich houdt met daarop een appel; ook is de tekst aangebracht: 'H. Odulphus bid voor ons'. Dit tweede vaandel is onder meer te zien in de film 'Help de dokter verzuipt' van Toon Kortooms; 3 voorts bezit de kerk een koorman-tel waarop Odulphus is afgebeeld (als op het tweede vaandel, maar hier slechts tot aan zijn middel), in 1862 door de burgemeester van Best, J. van Abeelen, en zijn vrouw Anna Maria van de Sande geschonken.

Devotioneel drukwerk

- Prentjes: 1 lithografie met een afbeelding van Odulphus en twee scènes uit zijn leven en op de achterzijde een gebed (12 x 7 cm; Mönchen Gladbach: B. Kühlen; evulg. A.F.M. Sweens, Haaren 28 mei 1906); 2 prentje ter herinnering aan een priesterwijding te Oirschot in 1947 met op de voorzijde een reproductie van een 17e-eeuwse kopergravure van Odulphus door Cornelis Visscher (13 x 8 cm); 3 prent met een foto van een beeld van Odulphus en daaronder de tekst 'S. Odulphus Patroon van Bost [sic], b.v.o.' (11,5 x 7 cm), op de achterzijde twee gebedsteksten en een korte biografie; coll. D. Gooren.

Bronnen en literatuur Archivalia: Best, parochiearchief. Oirschot, streekarchief Regio Eindhoven, rayondepot Oirschot: parochiearchief Best, doop-, trouw- en begraafboeken; Best 1, charter 5-4-1723; rechterlijk archief Oirschot, schepenprotocol 1531. 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief van het kapittel van Oirschot, inv. nr. 3; archief Provinciaal Bestuur, inv. nr. 4410, circulaire met antwoorden over heilige putten in Noord-Brabant 1840, afschrift in Tilburg, Katholieke Universiteit Brabant: bibliotheek, hs. c36. Utrecht, Rijksarchief in Utrecht: archief van het kapittel van Oudmunster, inv. nr. 409. Brussel, Algemeen Rijksarchief: cijnsregisters der hertogen van Brabant van 1340 en 1380.
Tekstedities: Acta Sanctorum. Junii Tomus Tertius (Parijs-Rome: Victor Palmé, 1867) p. 87-92.
Literatuur: J.B. Gramaye, Taxandria in qua antiquitates etc. (Brussel: R. Velpius, 1610) p. 92-93; Levens van de voórnaemste heyligen en roemweérdige persoonen der Nederlanden, dl. 2 (Mechelen: Hanicq, 1827) p. 411-415; S. Hanewinkel, Geschied- en aardrijkskundige beschryving der stad en Meierije van 's Hertogenbossche etc. (Nijmegen: J.C. Vieweg, 1803) p. 375-376; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. 3 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1872) p. 261-271; J.A.F. Kronenburg, Neerlands heiligen in de Middeleeu-wen, dl. 1 (Amsterdam: Bekker, 1899) p. 43-54; 'Het St. Odulphusaltaar in de kerk Oorschot', in: Katholieke Illustratie 36 (1902-1903) p. 408; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 216-218; Van Sint Odulfs legenden uit vergeelde bladen. Uittreksel uit het leven van Sint Odulf (z.p., ca. 1920; coll. Heemkundekring Kempenland, streekarchief Eindhoven); W.L. van den Akker, Oirschot-Best 806-1945 (Barneveld: Barneveld-sche Boek-, Cou-rant- en Handelsdrukkerij, 1947) p. 75-78, kerk, 84-85, St. Odulphusgil-de; W.H.Th. Knippen-berg, Kultuur-histori-sche verken-ningen in de Kempen III. Oude pel-grimages vanuit Noord-Bra-bant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 67; P.G. Bins, Prisma toeristengids. Zeeland Brabant Limburg (Utrecht-Antwerpen: Spectrum, [1972]) p. 65; M.P. van Buijtenen, Langs de heiligenweg. Perspectief van enige vroeg-middeleeuwse verbindingen met Noord-Nederland (Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgeversmaatschappij, 1977) p. 30-38; H.J.J. Maas, Odulphushof Best (Best 1980); H. Maas, Een kerk wordt honderd (Best: Heemkundekring 'Dye van Best', 1980); Aad Jongbloed, Best in oorlogstijd (Best 1982) p. 65; J.P.J. Lijten, Onderzoek naar het ontstaan van het Christendom in Oirschot en omgeving (docto-raalscrip-tie; Oirschot 1983); J.P.J. Lijten, 'Een parochie in wording. Best 1437-1553', in: De Comme geopend (Eindhoven 1983) p. 34-59; Cultuurhisto-rische inventarisatie provincie Noord-Brabant. Gemeente Best ('s-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 1986) p. 13, 16-17; H.J.J. Maas e.a., In het midden van het dorp. De Sint Odulphuskerk te Best (Best: Van Beerendonk Publiciteit, 1991) p. 9-11; H. van Rooij, 'Fonds-werving voor kerk als monu-ment en als Godshuis. St. Odulphus-kerk Best langs tweesporenbeleid geres-taureerd', in: Bisdom-blad 69 (1991) nr. 43, p. 6-7; Ch. van Gerwen, De heilige Kempen. Cultuur en kunst uit de Nederlandse en Belgi-sche Kempen (Valkenswaard: Museum van Gerwen-Lemmens, 1992) p. 22; J. Lijten, 'Het ontstaan van de schuttersgilden op het platte-land van Noord-Brabant', in: Campinia 22 (1992) p. 119-141; M. Roscam-Abbing & E. Vink, '"De dominee, de drossaard en de paapse stoutigheden". Over een richtingenstrijd in Oirschot en Best', in: Noordbrabants histo-risch jaarboek 10 (1993) p. 99-121, vooral 104; Jeroen M.M. van de Ven, Over Brabant geschreven. Handschriften en archivalische bronnen in de Tilburgse Universiteitsbibliotheek, dl. 2. Jonge handschriften en archivalische bronnen (Leuven: Peeters, 1994) p. 305, nr. II, 297, sign. KHS D131, parochiebeschrijving Best, ca. 1791; Herman Strijbos, Kerken van heren en boeren. Bouwhistorisch verkenningen naar de middeleeuwse kerken in het kwartier Kempenland ('s-Hertogenbosch: Stichting Brabants Heem, 1995) p. 44-45; H.C. Walravens, 100 jaar boeren in Best met NCB (Best: Rabofacet, 1996) p. 28-29, 41-45; Ludo Jongen, Heiligenlevens in Nederland en Vlaanderen (Amsterdam: Bert Bakker, 1998) p. 83-86, over Odulphus.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Best; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland: dossier St. Odulphusparochie.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<