Velp, O.L. Vrouw van Velp (van Scherpenheuvel)

Cultusobject: O.L. Vrouw van Velp (van Scherpenheuvel)
Datum: Mariale feestdagen
Periode: 1652 - 19e eeuw / 1934 - heden
Locatie: Kerk van het capucijnenklooster Emmaus
Adres: Basislius van Bruggelaan 4, 5363 VA Velp
Gemeente: Grave
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Omstreeks 1651 kwam pater Basilius van Brugge, missionaris in Grave, in het bezit van een Mariabeeldje dat gemaakt was uit het hout van de boom waarin het beeld van O.L. Vrouw van Scherpenheuvel was gevonden. Hij plaatste het beeldje eerst in de kerk van Escharen en later in de parochiekerk van Velp. Na een brand in 1674 werd het overgebracht naar de kerk van het capucijnenklooster. Tot in de 18e eeuw werd het beeld bijzonder vereerd. In de 19e eeuw werd het in tijden van droogte aangeroepen ter verkrijging van regen. Daarna raakte het in de vergetelheid tot het in 1934 weer een meer nadrukkelijke plaats in de kerk kreeg.
Auteur: Joost Rosendaal
Illustraties:
Topografie - Het beeldje van O.L. Vrouw werd omstreeks 1651 geplaatst in de parochiekerk van Escharen (⟶ Escharen, H. Machutus, Topografie) door de capucijn Basilius van Brugge (Casper Melinck). Enige tijd voor het overlijden van Basilius (7 september 1664) werd het beeldje overgebracht naar de parochiekerk van Velp in de autonome, katholieke heerlijkheid Ravenstein. Al bij zijn vestiging in Velp had Basilius voor zijn levensonderhoud van de pastoor het beneficie van het O.L. Vrouwealtaar in de parochiekerk gekregen. Op 29 juli 1674 werd de kerk van Velp in brand gestoken door Staatse troepen die op deze wijze een zestal Franse officieren die zich in de kerk verschanst hadden, tot overgave wilden dwingen. Wederom werd het beeld verplaatst, ditmaal naar de nabijgelegen kloosterkerk van de capucijnen.
- Het capucijnenklooster Emmaus is gelegen aan een oude arm van de Maas even buiten de bebouwde kom van Velp vlakbij de voormalige parochiekerk.
Omstreeks 1634 vestigde de capucijner missionaris Basilius van Brugge (Casper Melinck) zich in Velp. In 1645 kocht hij een huis, Emmaus genaamd, waar hij zich met enkele andere capucijnen vestigde. De gemeenschap groeide langzaam uit tot een convent. In 1662 werd het complex aanzienlijk uitgebreid en werd er een kapel gebouwd. Vanaf dat jaar was er sprake van een officiële kloostergemeenschap. Mede door veel giften van katholieken uit onder meer Grave kon in 1717-1719 een nieuw gebouwencomplex in gebruik worden genomen. Vooral dankzij de begunstiging van de heer van Ravenstein, Karel Philip van Neuburg, keurvorst van de Palts, kon in de jaren 1732-1733 een nieuwe kerk worden gebouwd die in 1735 werd geconsacreerd. Vrijwel ongewijzigd doet deze kerk anno 1998 nog steeds dienst.
- De kleine barokke kerk beschikt over een hoogaltaar dat wordt gedomineerd door een schilderij waarop de ontmoeting van het kindje Jezus met de kleine Johannes de Doper staat afgebeeld. Naast dit altaar zijn er drie kleinere altaren in de kerk: een altaar voor de H. Franciscus links van het hoogaltaar (gezien vanaf de ingang), een gewijd aan de H. Antonius van Padua ter rechterzijde van het hoogaltaar en een Maria-altaar links achter in de kerk.
Cultusobject - Zie voor O.L. Vrouw van Scherpenheuvel ⟶ Breda.
- Het Mariabeeld werd omstreeks 1610 vervaardigd in opdracht van Johan de Schwardt, burger van de stad Rheinberg (Nordrhein-Westfalen). Het hout had hij gekregen van 'glaubhafften Leuthen', die het afgehakt hadden van de boom waarin het miraculeuze beeld van O.L. Vrouw te Scherpenheuvel was gevonden. Dit gepolychromeerde, eikenhouten beeld (ongeveer 13,5 cm hoog) uit de boom van Scherpenheuvel werd in 1650 als volgt omschreven: 'von den Fusz abzurechnen grosz funffhalben Holtz Daum, in ihr lincker Handt hebendt gegen Ihr Braust eine Drueff, und dasz Kindtlein Jesum uff ihr rechter Arm, hinder uff dasz Haer und rechter Scholder spindich und roedborstigh'.
- Aan het einde van de 19e eeuw lijkt het beeld in de vergetelheid te zijn geraakt. In 1934 werd het uit een 'verborgen schuilhoek' tussen andere beelden gehaald en kreeg het opnieuw een 'waardige plaats' in de kerk. Tegenwoordig hangt het beeldje boven een altaar linksachter in de kerk, vlakbij de ingang. Dit altaar is versierd met de letters 'maria' die tot een monogram zijn verweven. Op het altaar staan bloemen, kaarsen, een plaquette met de tekst 'O.L.V. van Velp bidt voor ons' en een gebed tot O.L. Vrouw van Scherpenheuvel. Het beeldje hangt tegen een witte stof met blauwe, oranje en gele steentjes, binnen een omlijsting die gekroond is met twee harten. Om het beeldje is een zilveren krans met zeven sterren en zestien vlammen aaneengebracht.
Verering - Over de verering van het beeld is weinig bekend. Na onder ede voor de schepenen van zijn stad de ontstaansgeschiedenis van het beeld vastgelegd te hebben, schonk bovengenoemde Johan de Schwardt het Mariabeeld op 26 november 1650 aan pater Mathias, de uit 's-Hertogenbosch afkomstige gardiaan van het capucijnenklooster van Geldern (Nordrhein-Westfalen). Deze schonk het beeld korte tijd later (1651-1652) aan pater Basilius van Brugge, die het een plaats gaf in de kerk van Escharen. Vanaf 1634 was deze capucijn pastoor ('missionaris') van Grave. Elf jaar later vestigde hij een capucijnengemeenschap in Velp. Mogelijk hangt de plaatsing van het beeld in de kerk van Escharen samen met de kerkgang van zijn Graafse parochianen. Vanaf 1602 was de publieke uitoefening van de katholieke godsdienst in Grave namelijk verboden. De protestantse autoriteiten maakten het de parochianen bovendien lastig om bij Basilius in Velp ter kerke te gaan. Zo werd op zon- en feestdagen de poort naar Velp gesloten. Via Escharen konden zij Velp langs een omweg alsnog bereiken, maar het is ook mogelijk dat zij in Escharen kerkten voor de bouw van de capucijnenkerk in Velp in 1662. Hoewel de parochiekerk van Escharen na de Vrede van Munster (1648) officieel aan de katholieken ontnomen werd, is het mogelijk dat katholieke godsdienstoefeningen hierin nog enige tijd voortgang konden vinden.
- Korte tijd later liet Basilius onder grote luister en verering van de bevolking het beeld overplaatsen naar de Mariakapel van de parochiekerk van Velp. In 1674 werd het beeld geplaatst in de kloosterkerk van de capucijnen, de vijfde verplaatsing in vijfentwintig jaar. Daar kwam de verering van het beeld in de 18e eeuw tot grote bloei. Volgens het Herschrevene Archiven-Boeck uit 1759 was er althans sprake van een grote verering. Vermoedelijk werd het beeld ook vereerd door de Bossche Broederschap van O.L. Vrouw van Bijstand tijdens haar bedevaart naar Kevelaer. Tot de Tweede Wereldoorlog bevond zich in de capucijnenkerk een gebrandschilderd raam dat omstreeks 1725 door de Bossche broederschap geschonken was. Dit werd in 1944 door granaatvuur vernield.
- In de 19e en 20e eeuw werd in tijden van droogte O.L. Vrouw van Velp door de plaatselijke bevolking aangeroepen ter verkrijging van regen. Hieraan zou zij de benaming 'Regen-Lieve-Vrouw' te danken hebben. Ter ere van Maria werden aan de kapel geschenken gegeven, zoals een zilveren lamp om voor het beeldje te hangen en een gouden kruisje dat op de voornaamste feesten aan het beeld bevestigd moest worden.
- Toch nam in de loop van de 19e eeuw de verering van het beeld af, mogelijk als gevolg van de toenemende aandacht voor het beeld van ⟶ Antonius van Padua in dezelfde kloosterkerk. Pas nadat het, zoals gezegd, in 1934 een nieuwe plaats had gekregen, kwam het Mariabeeld weer meer onder de aandacht van de gelovigen. Dat pater Vincentius zijn preek bij het derde eeuwfeest van het capucijnenklooster in Velp in 1962 afsloot met hulde en dank aan O.L. Vrouw van Velp, is tekenend voor deze toen reeds sinds enige decennia hernieuwde verering. In de jaren negentig worden nog wel kaarsjes gebrand bij het Mariabeeld, maar de bedevaart is afgenomen tot het bezoek van enkele individuele pelgrims.
Materiële cultuur - Ansichtkaarten: 1 kaart met een foto van het Mariabeeldje, op de achterzijde de tekst 'Mirakuleus Maria-beeldje (begin XVIIe eeuw) in de kerk der P.P. Minderbroeders-Capucijnen te Velp (bij Grave)', ca. 1940, 'Uitgave van "Franciscaansch Leven" Serie 1, no. 1'; 2 kaart met een foto van het Mariabeeldje voor een stralenkrans, op de achterzijde de tekst 'O.L. Vrouw van Velp (Grave). Mirakuleus beeldje (begin XVIIe eeuw) in de Capucijnenkerk te Velp (bij Grave)', ca. 1940, 'Uitgave van "Franciscaansch Leven" Serie 1, No. 2'; 3 kaart met een foto van het beeldje voor een stralenkrans, op de achterzijde de tekst 'Kapucijnerklooster "Emmaus" te Velp/Grave. Beeldje van De Lieve Vrouw van Velp, vóór 1650 gesneden uit de eik van Scherpenheuvel', ca. 1990, 'Uitgave van het "Emmausklooster" te Velp'.

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, archivum capucinorum hollandensis: archief klooster Velp, 'Herschrevene Archiven-Boeck' 1759, acte over de ontstaansgeschiedenis van het beeldje, 26-11-1650.
Literatuur: L. Kruyff, 'Eerste-steenlegging van het klooster der Capucijnen te Velp 15 november 1717', in: Bossche bijdragen 7 (1925/26) p. 299-306; Pater Gerlach, 'Onze Lieve Vrouwe van Velp', in: Franciscaansch Leven 18 (1935) p. 180-186, deels herdrukt in J.Fr. Pallemaerts, Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel, dl. 2. Beelden uit den eik (Mechelen: wed. Paul Ryckmans, 1936) p. 176-181; Pater Hildebrand, De kapucijnen in de Nederlanden en het prins-bisdom Luik, dl. 9 (Antwerpen 1954) p.715-716; [Pater Gerlach], Kapucijnenklooster Emmaus te Grave-Velp. 1662-1962 Derde eeuwfeest ([Grave-Velp], 1962); P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 287; L.C.B.M. van Liebergen ed., 'Waer een paradis'. Kloosterleven in Brabant na de Reformatie (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1987) p. 83-87, 11-121; M. Wingens, Over de grens. De bedevaart van katholieke Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw (Nijmegen: SUN, 1994) p. 52, 232-233 en 253.
- Twee studies over het capucijnenklooster maken geen melding van de cultus: Pater Cyrillus, De Minderbroeders-Kapucijnen en de stad grave. Een Geschiedkundige Schets (Grave: A.F.G. van Dieren, [1904]) en J. Wijnen, Emmaus-Velp, waar kapucijnen de eeuwen overleven ('s-Hertogenbosch: minderbroeders Kapucijnen, 1994).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Velp-O.L. Vrouw.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<