Utrecht, Heilig Kruis

Cultusobject: Heilig Kruis
Datum: 3 mei (?) / 14 september (?); gehele jaar
Periode: 15e eeuw - 17e eeuw
Locatie: H. Kruisgasthuis buiten de Wittevrouwenpoort
Adres: -
Gemeente: Utrecht
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: Slechts een Antwerpse vermelding van een aan drie mannen opgelegde bedevaart uit 1483 en een vermelding uit 1499 in het Utrechtse Buurspraakboek geven een indicatie dat zich in het H. Kruisgasthuis van Utrecht een bijzonder vereringscentrum voor het H. Kruis bevond. Het is de vraag of hier van een frequent bezocht bedevaartoord sprake is geweest, al vermeldt Jacobus de la Torre in 1638 en 1656 dat de verering nog in zijn dagen bestond
Auteur: Jan van Herwaarden
Illustraties:
Topografie - Het H. Kruisgasthuis bevond zich even buiten de Wittevrouwenpoort en herbergde een vereringsobject in verband met het H. Kruis, waarschijnlijk in de gasthuiskapel.
- Het gasthuis is gesloopt in 1834. Aan het gasthuis herinneren ter plekke enkele straatnamen: de Gasthuisstraat, Kruisstraat en Kruisdwarsstraat.
Cultusobject - Het cultusobject was waarschijnlijk een H. Kruisreliek of crucifix. (In de Utrechtse St. Maartenskerk werd eveneens een reliek van het kruis van Christus bewaard ⟶ Utrecht, Martinus, bij 'cultusobject' (onder Reliekenlijsten).
Verering - De stad Utrecht kende reeds sinds de vroege middeleeuwen een verering van het H. Kruis. Zo zou er op het huidige Domplein al aan het einde van de 7e eeuw een H. Kruiskapel hebben gestaan. In de Utrechtse Dom of St. Maartenskerk werd in de late middeleeuwen een H. Kruis vereerd dat in processies werd meegedragen en waarbij aflaten konden worden verworven. De Utrechtse Jacobikerk bezat een H. Kruisaltaar, terwijl in 1465 voor het eerst sprake is van een 'heylich cruus cappel' in deze kerk. Van bedevaarten naar deze kerken is echter niets bekend.
- De Utrechtse Jacobikerk kende tevens een H. Kruisbroederschap, die voor het eerst wordt vermeld in 1383. Deze broederschap richtte in 1412 het H. Kruisgasthuis op. Dit gasthuis was in eerste instantie speciaal bestemd voor pelgrims en andere armlastige reizigers, maar op den duur kreeg het evenals andere gelijksoortige stichtingen een functie als verzorgingshuis, in het bijzonder bestemd voor de eigen broederschapsleden.
- Het is dit gasthuis dat door Jacobus de la Torre wordt bedoeld als hij in 1656 de H. Kruisverering aanstipt, zonder het object als zodanig nader te omschrijven: 'In alio [xenodochio] vero Sanctae Crucis juxta civitatis moenia ab antiquo memoria et cultus maximus fuit ejusdem Sanctae Crucis, accurrentibus voti causa etiam hac tempestate undequaque Catholicis et Deo varia ibidem miracula operante' ('In dit H. Kruis [gasthuis] gelegen naast de muren van de stad hebben vanouds zelfs een speciale gedachtenis en een zeer grote verering van het H. Kruis bestaan, terwijl er ook in deze barre tijd katholieken van verschillende kanten naartoe blijven stromen uit vroomheid en God daar wonderen blijft verrichten'). De ligging van het gasthuis - vlak buiten de stad - rechtvaardigt het vermoeden dat dat ook het doel was van de bedevaart die op 1 september 1483 aan een drietal Antwerpenaren werd opgelegd. De veroordeelden moesten namelijk op bedevaart naar het H. Kruis bij Utrecht en zich daar vervolgens vervoegen in het leger van Maximiliaan van Oostenrijk die op dat moment bezig was Utrecht te belegeren. Van twee van de drie betrokkenen zijn bewijsbrieven bewaard gebleven dat zij zich inderdaad naar Utrecht hadden begeven, door de ene op 12 december 1483, door de ander pas op 10 juli 1495 aan de Antwerpse magistraat overhandigd.
Een laatste gegeven dat duidt op een H. Kruisverering in het gasthuis, is een vonnis in het Utrechtse buurspraakboek uit 1499, waarin een inwoner van Utrecht wordt opgedragen 'wollen ende bervoet ten Heylighen Cruys' te gaan.

Bronnen en literatuur Archivalia: Utrecht, gemeentearchief: stadsarchief I, nr. 13, buurspraakboek f. 43r, 1499.
Tekstedities: J. de la Torre, 'Relatio seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 10 (1882) p. 95-240, aldaar 167, in Utrecht een 'oratorium in memoriam Sanctissimae Domini Nostri Crucis' opgericht, p. 175, H. Kruisgasthuis; J. de la Torre e.a., 'Descriptio status', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 12 (1884) p. 192.
Literatuur: H.F. van Heussen, Historie ofte beschryving van 't Utrechtsche bisdom etc., dl. 1 (Leiden: Christiaan Vermey, 1719) p. 71-72, over de vroegste sporen van een H. Kruisverering, p. 581-584: H. Kruisgasthuis door de H. Kruisbroederschap gesticht in 1412, p. 583: met verwijzing naar de la Torre (ed. 1882; A2); Th.H.F. van Riemsdijk, Geschiedenis van de kerspelkerk van St. Jacob (Leiden: E.J. Brill, 1882) p. 173-174, H. Kruisgasthuis; p. 262-269, uittreksel rekeningen H. Kruisbroederschap; Th.H.F. van Riemsdijk, Bijdragen tot de geschiedenis van de kerspelkerk van St. Jacob (Leiden: E.J. Brill, 1888); S. Muller Fzn., Regesten van het archief der stad Utrecht. Bijdragen voor een oorkondenboek van het sticht van Utrecht (Utrecht: C.H.E. Breyer, 1892) p. 149-150, nr. 849, 14 nov. 1448, H. Kruisgasthuis genoemd (afschr. inv. nr. 672, 146r); W. Jappe Alberts, m.m.v. C.A. Rutgers en E. Roebroeck, Bronnen tot de bouwgeschiedenis van den Dom te Utrecht, dl. 2.2 ('s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1969) p. 253, 1488/1489: 'Item ontfangen van den gasthuys van den Heylighen Cruys van steen', p. 259: 493 wagens aarde weggevoerd uit de fundamenten van het Heilig Kruisgasthuis; J. van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten (Assen-Amsterdam: Van Gorcum, 1978) p. 701, 706 (nr. 71), vgl. p. 212 en 522, noten 183-184: drie Antwerpenaren veroordeeld tot een bedevaart naar het Heilige Kruis bij Utrecht.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Utrecht-H. Kruis

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<