HomeDatabankenBedevaarten

Ulicoten, H. Bernardus van Clairvaux

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Bernardus van Clairvaux
Datum: 20 augustus (+octaaf)
Periode: Ca. 1550 - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Bernardus; St. Bernarduskapel in De Bollekens (B)
Adres: Dorpsstraat 44, 5113 TE Ulicoten
Gemeente: Baarle-Nassau
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: Breda
Samenvatting: Sinds de late middeleeuwen wordt in Ulicoten de H. Bernardus vereerd. Bernardus wordt er vooral aangeroepen tegen jicht en ziekten van het vee. Na 1648 werd de katholieke godsdienstuitoefening in Ulicoten verboden en verplaatste de cultus zich naar een kapel vlak over de grens. Toen in 1803 de middeleeuwse kapel te Ulicoten tot parochiekerk werd verheven, breidde de cultus zich weer uit. In de tijd van de liturgische veranderingen na het Tweede Vaticaans Concilie verdwenen de meeste processies te en de bedevaarten naar Ulicoten, maar sinds 1990 is er sprake van een herleving van de Bernardusverering.
Auteur: Marcel Gielis
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie De parochie- en bedevaartkerk van Ulicoten
- De St. Bernarduskerk staat in het centrum van Ulicoten, een kerkdorp dat deel uitmaakt van de gemeente Baarle-Nassau, langs de weg van Baarle naar Meerle (B), vijf kilometer vanaf het plein van Loveren (een wijk van Baarle-Nassau) en vier kilometer van Meerle, ongeveer op dezelfde plaats waar in de late middeleeuwen de kapel van Ulicoten stond. In 1978 telde het dorp ongeveer 1100 inwoners.
- De middeleeuwse kapel van Ulicoten, gewijd aan O.L. Vrouw en St. Antonius Abt, wordt voor het eerst vermeld in 1444; in dat jaar bouwden de inwoners van dit gehucht een 'steenen huys', waarin zij een altaar voor beide heiligen stichtten. In 1469 werd de kapel herbouwd en kreeg ze een toren; ze was toen 40 voet lang en 10 voet breed. Waarschijnlijk in het midden van de 16e eeuw werd deze kapel nogmaals vergroot door er een schip aan te bouwen; dit schip was ongeveer even lang als, maar breder dan de vroegere kapel die bij deze verbouwing werd omgevormd tot het koor van de nieuwe kapel. Deze kapel, die in 1803 de aan St. Bernardus gewijde parochiekerk geworden is, kennen we uit tekeningen van Maas van Altena (einde 18e eeuw) en H. Verhees (1809); ze is blijven bestaan tot in 1870.
- In 1870 werd door P. Soffers vlak naast het middeleeuwse kerkje een ruime kerk met twee torens gebouwd die op 3 augustus 1870 door de Ginnekense deken C. de Wilde werd ingewijd; op dezelfde dag werd begonnen met de afbraak van de middeleeuwse parochiekerk. De nieuwe kerk werd op 20 september 1875 door de Bredase bisschop H. van Beek geconsacreerd. Ze werd in 1930-1931 nog met twee zijbeuken uitgebreid. Bij de bevrijding in 1944 lag Ulicoten van 3 tot 28 oktober in de vuurlijn; tijdens de gevechten werd de spits van een der torens door de geallieerden weggeschoten en werd de andere toren door de Duitsers vlak voor hun aftocht opgeblazen, zodat de hele kerk in puin lag. Onder het puin werd het middeleeuwse Bernardusbeeld ongeschonden teruggevonden.
- Herbouw van de verwoeste kerk bleek onmogelijk en in december 1944 werd onder leiding van architect Jan Oomen begonnen met de afbraak en de opruiming van de ruïne. De opdracht voor de nieuwbouw van de kerk werd eveneens aan Oomen gegeven, maar die gaf ze met goedvinden van de bouwheren door aan zijn neef Bernard Oomen, eveneens architect in Oosterhout. Pastoor P. van Steen legde op 1 maart 1949 de eerste steen van de nieuwe kerk. Binnen het jaar was de ruwbouw klaar en op 13 februari 1950 werden 2 nieuwe klokken gewijd, die 's anderdaags samen met het uit de middeleeuwse kapel afkomstige Mariaklokje (1515) in de toren werden opgehangen. Tot de voltooiing van de nieuwe kerk deed de nabijgelegen parochiezaal als noodkerk dienst. Op 13 juni 1950 werd de nieuwe kerk door J. Baeten, bisschop-coadjutor van Breda, gewijd. Met de inzegening van het door de gebroeders Vermeulen te Weert gebouwde orgel op 27 augustus 1950 was de kerk van Ulicoten voltooid.

De St. Bernarduskapel in De Bollekens
- De St. Bernarduskapel staat in een parkje bij het riviertje de Bollekensloop, op circa anderhalve kilometer van de kerk van Ulicoten (via de Bosstraat), op de plaats van de vroegere houten 'veldkapel', die van 1655 tot 1797 dienst deed als kerk voor de Ulicotense katholieken. Bij deze grenskerk, die stond in een uitstulping van het grondgebied van de Zuidelijke Nederlanden in dat van de Nederlandse Republiek ten noordoosten van Ulicoten, ontstond omstreeks 1700 het gehucht De Bollekens.
- Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Ulicotense pastoor P. van Steen de belofte gedaan een kapel te laten bouwen als zijn parochie ongedeerd uit de oorlog kwam. Weliswaar kwam Ulicoten niet ongeschonden uit de strijd, maar toch kwam er een kapel tot stand. De Meerlenaar Fons van Tongerlo zou (mede) aan de basis staan van het initiatief om een kapel te bouwen op de plaats van de vroegere grenskerk. De huidige kapel werd daar opgetrokken in de maanden van mei tot augustus 1945 met stenen van de in 1944 verwoeste parochiekerk en naar een ontwerp van architect Jan Oomen uit Oosterhout. De kapel meet 3,5 bij 4 meter en wordt aan de buitenkant geschraagd door 6 steunberen; ze is bedekt met een zadeldak dat aan de voorzijde een stuk voor de muur uitsteekt; de ingang heeft de vorm van een spitsboog. Op 20 augustus 1945 werd de kapel van De Bollekens ingezegend door pastoor Van Steen.
- Het parkje waarin de kapel staat, kan men betreden via een bruggetje. Een ander bruggetje geeft toegang tot een particulier bosperceel, waar sinds 1949 de veertien staties van de kruisweg aan bomen zijn opgehangen. Deze staties werden geschonken door ouders wier zonen behouden uit Nederlands-Indië waren teruggekeerd. De kruisweg in terracotta is van Matthieu Doesborg ( -> Chaam en -> Nijhoven) en vervaardigd door Tiglia in Tegelen.
- Kapel en park zijn dus weliswaar gelegen op Belgisch grondgebied, meer bepaald in het gehucht Heerle van de gemeente Meerle, maar zijn eigendom van het kerkbestuur van Ulicoten.
Cultusobject - Zie voor St. Bernardus -> Bergeijk.
- De parochie verwierf op 3 mei 1875 door toedoen van de Bredase bisschop H. van Beek een reliek van de H. Bernardus. Thans bezit de parochie twee Bernardusrelieken die bewaard worden in een kluis.
- Het houten beeld stelt de H. Bernardus voor in monnikspij, blootshoofds en met monastieke ton-suur; hij draagt de abtsstaf in de rechter- en een boek in de linkerhand. Het beeld zou uit de 15e eeuw dateren. De polychromie in zwart en goud is uit later tijd. Het beeld is 62 centimeter hoog; de staf 71 centimeter.
- In de na de Tweede Wereldoorlog gebouwde kapel in De Bollekens werd een kopie van het laatmiddeleeuwse beeld geplaatst, die vervaardigd is door de franciscaan G. Kamerbeek. Deze kopie is een geglazuurd keramisch beeld.
Verering De verering tot 1648

- De Bernardusdevotie in de streek onder Breda zou haar oorsprong kunnen hebben bij de tempeliers, wier regel door de H. Bernardus werd geschreven en die in Alphen de commanderij van Ter Braeke bezaten (? Alphen, Jan de Doper). Maar mogelijk heeft ook de St. Bernardusabdij aan de Schelde te Hemiksem, die tienden bezat in het westen van het huidige Noord-Brabant, een rol gespeeld bij de verspreiding van de devotie.
- in 1444 werd een stenen kapel opgetrokken, gewijd aan O.L. Vrouw en St. Antonius Abt, waarin een beneficie werd gesticht met missen op maandag en vrijdag. Een tweede beneficie werd gesticht in 1479 ter ere van O.L. Vrouw en de heilige maagden Catharina, Barbara, Lucia en Dymphna. Uit deze stichting, die maakte dat de Ulicotenaren in hun eigen gehucht de zondagsplicht konden vervullen, blijkt de tendens om van Ulicoten een afzonderlijke parochie te maken.
- Het is mogelijk dat de verering van St. Bernardus in deze tijd al bestond in Ulicoten en dat de Antoniuskapel reeds in het bezit was van het 15e-eeuwse beeld dat tot op de dag van vandaag voorwerp van verering is. De eerste geschreven getuigenis van de Ulicotense verering van St. Bernardus dateert evenwel uit 1553 of 1554 toen het feest van St. Bernardus (20 augustus) speciaal werd gevierd. De pastoor van Baarle moest een dag in Ulicoten aanwezig zijn: op St. Bernardus moest hij tegen een vergoeding van 12 stuivers een gezongen mis met preek opdragen in de kapel.
- De verering van Bernardus in Ulicoten was omstreeks 1600 zo belangrijk geworden dat deze heilige in visitatieverslagen en door Gramaye steevast genoemd wordt als patroon van de kapel, terwijl die in werkelijkheid de H. Antonius was.
- Sinds 1618 woonde de kapelaan in een kapelaanshuis naast de kapel. Op zon- en feestdagen deed hij een hoogmis in de Ulicotense kapel.
- Uit getuigenissen over de Ulicotense Bernardusdevotie die door het bisdom verzameld werden met het oog op maatregelen die na het sluiten van de kapel in 1648 moesten worden genomen, blijkt dat het beeld in de kapel van Ulicoten de naam had mirakelen te bewerken en een grote toeloop van bedevaartgangers uit de nabije en verre omtrek kende. Kapelaan Petrus van der Aa van Ulicoten zei in november 1648 dat 'het beelt oft miraculeuse statuwe van den H. Abt en de vrient Gods Ste Bernart is van veele katholieke persoonen besocht geweest tot groot solaes ende genoegen, soo van verre als oock bygelegene plaetsen'. De pelgrims kwamen toen Bernardus vereren op de twee dagen na Pasen, op de twee dagen na Pinksteren en op Bernardus' feestdag, 20 augustus; een enkele bron spreekt zelfs over honderden en duizenden pelgrims, die van heinde en verre St. Bernardus met Pasen en op zijn feestdag kwamen vereren. Volgens de toenmalige Baarlese onderpastoor en latere pastoor Gerardus van Herdegom (eveneens in 1648) 'compt op de princepaelste dach van de beganckenisse, den 2en en 3en Paaschdach, een grooten toeloop van de gansche Majorye en omliggende plaetsen'. Uit wat de pastoor van Meerle korte tijd later, namelijk in 1654, in verband met een conflict over de grenskapel zegt, kunnen we veronderstellen dat op dezelfde dagen ook vele pelgrims uit de Baronie van Breda naar Ulicoten kwamen.

Onder de Republiek

- Nadat calvinisten op 2 juli 1648 de kapel van Ulicoten op last van de Staatse overheid in beslag hadden genomen, werd gepoogd om de verering over te brengen naar de parochiekerk van Baarle (-Hertog), die in een enclave van de Spaanse Nederlanden stond. Op aandringen van de parochiegeestelijkheid van de St. Remigiusparochie, pastoor Laurentius Leppens en kapelaan-onderpastoor Gerardus van Herdegom, en van de deken, besliste de bisschop van Antwerpen op 26 augustus dat het beeld van St. Bernardus naar de parochiekerk zou worden overgebracht. Deze beslissing lokte te Ulicoten negatieve reacties uit en leidde tot onderhandelingen die enige tijd aansleepten. Nadat de bisschop uitdrukkelijk bepaald had dat het beeld naar Ulicoten terug zou keren zodra de godsdienstuitoefening daar weer vrij zou worden, en kapelaan Petrus van der Aa en de notabelen van Ulicoten met de Baarlese parochiegeestelijkheid afspraken gemaakt hadden over de opbrengsten van de verering van Bernardus (die gedeeltelijk moesten dienen voor de bezoldiging van de Ulicotense priester), werd het Bernardusbeeld in januari 1649 door kapelaan Van der Aa op het altaar van de H. Anna in de St. Remigiuskerk geplaatst. Doch enkele dagen later, op 17 januari, merkte kapelaan Van Herdegom dat het beeld verdwenen was; op het altaar waren slijksporen van voetstappen te zien. Op last van de pastoor liet Van Herdegom te Antwerpen een zo getrouw mogelijke kopie van het verdwenen beeld maken. De bisschop gaf dispensatie opdat allen die een gelofte hadden gedaan om Bernardus in Ulicoten te gaan vereren, dit zouden kunnen doen in Baarle. Later werd een veer-tig-urengebed ter ere van St. Bernardus op de twee dagen na Pasen ingesteld in de Baarlese kerk en hieraan werd een volle aflaat verbonden, zodat de toeloop van pelgrims nog groter werd dan voorheen. De inkomsten van de devotie bleven echter bestemd voor de Ulicotense kapelaan Van der Aa, die zijn beneficies verloren had.
- In 1654 kregen de inwoners van Ulicoten van een van hen, Aert Adriaen de Clerck of Clerckx, een stuk grond in erfpacht, dat juist over de grens gelegen was in de bossen op het grondgebied van Meerle, dus binnen de Spaanse Nederlanden. Zij vroegen aan het bisdom toelating om daar een houten grenskerk te bouwen. De deken kreeg de opdracht een onderzoek in te stellen. Gerardus van Herdegom, die in 1649 pastoor van Baarle was geworden, maakte van de gelegenheid gebruik om zich te beklagen over de diefstal van het beeld van St. Bernardus. Ook de pastoor van Meerle had bezwaren; hij vreesde dat er onder zijn parochianen zouden zijn die naar de grenskerk zouden gaan mishoren zodat hij inkomsten zou moeten derven. De bisschop gaf evenwel op 31 oktober 1654 toestemming tot de bouw. Nadat de nieuwe kerk op last van de deken aan een deskundige inspectie was onderworpen, gaf de bisschop op 20 maart van het volgende jaar toestemming om liturgische diensten in de grenskerk te voltrekken. De landdeken van Hoogstraten kwam de grenskerk inzegenen.
- Uit het verslag dat de deken op 17 maart 1655 maakte voor het bisdom, weten we hoe de Ulicotense grens- en bedevaartkerk op Meerles grondgebied eruit zag: de kerk had een stenen vloer en ze bestond uit een eikenhouten balkenskelet, dat aan de zijkanten bekleed was met takkenbossen die met potaarde bedekt waren, en dat bovenaan afgedekt was met een rieten dak, waarop nog een bedekking van gedorst stro, belegd met heideplaggen, aangebracht was. Het interieur bestond uit een houten altaar met een losse altaarsteen en met als retabel een schilderij dat tot aan de gebindten reikte, het oorspronkelijke beeld van St. Bernardus (dat kennelijk door de Ulicotenaren uit Baarle-Hertog was ontvreemd), een preekstoel, een biechtstoel, een nieuwe kelk, die nog in het rectoraat stond, en een wijwateremmer met kwast. In een klein huisje naast de grenskerk woonde de koster. Er werd overigens ook school gehouden bij de kapel.
- De twist tussen Ulicoten en de Baarlese moederkerk over de vraag waar nu eigenlijk de H. Bernardus mocht worden vereerd, was echter blijven bestaan. Na op 31 maart 1656 eerst een voor Baarle gunstige beslissing te hebben genomen, besloot de Antwerpse bisschop Ambrosius Capello op 20 juli 1656 bij zijn visitatie van de parochie van Baarle niettemin 'dat men alleenelijck sal vuytstellen in de veltcappelle het out belt van H. Bernardus ende het nieuw belt gestelt in de parochiekercke met de schilderijen representerende eenige historien ende miracelen desselfs hijligen wech nemen'. De pastoor van Baarle werd verplicht op de preekstoel af te kondigen 'dat alle Christi geloovige, die voorgenomen hebben te besoecken het belt van den H. Bernardus hun devotie ende voornemen sullen moeten doen ende volbrenghen alleen aen het oudt belt in de veltcappelle'.
- Het oude beeld van Bernardus, dat volgens de Ulicotense bevolking uit zichzelf zou zijn teruggekeerd, maar blijkbaar gestolen was door inwoners van dit kerkdorp en onmiddellijk na de voltooiïng van de 'veldkapel' hierheen was overgebracht, werd daar dus vanaf 1656 wettelijk vereerd. Uit documenten betreffende de regeling die met de pastoor van Meerle getroffen moest worden over de inkomsten uit de Bernardusdevotie, die zich dus naar diens jurisdictiegebied had verplaatst, vernemen we het volgende: 'Te Paeschen ist hier beganckenisse te weten den 2 en 3 paesdags, dan komen die uyt de Baronie van Breda naar Ulikoten'. Bij de grenskerk werden huizen gebouwd waarin de pelgrims konden worden opgevangen.
- In de rekeningen voor de weeskinderen van Nicolaas Lemmens en Catharina Thys stond genoteerd dat in 1658 6,5 stuivers uitgekeerd werden aan Anton Lambrechts om vanuit Turnhout een bedevaart te doen naar Ulicoten. Hieruit blijkt dat ook vanuit de Spaanse Nederlanden bedevaarten naar de schuurkerk ondernomen werden.
- Na de dood van de Ulicotense kapelaan Van der Aa in 1661 poogde pastoor Van Herdegom nogmaals de Bernardusdevotie naar de parochiekerk te verplaatsen en meer greep te krijgen op de inkomsten van de kapel. De bisschop besliste op 18 februari 1662 echter dat de regeling die in 1656 was getroffen, gehandhaafd moest blijven, alhoewel hij er tegelijkertijd op wees dat de kapelaan van Ulicoten voor de pastorale taken in Ulicoten de vicarius van de pastoor van Baarle was en bleef en dat kapelmeesters aan de pastoor rekenschap moesten afleggen.
- Paus Benedictus XIII verleende op 8 juni 1726 op de gewone voorwaarden een volle aflaat aan degenen die St. Bernardus zouden komen vereren op zijn feestdag of op de zondag onder het octaaf.
- De capucijnen van Meerseldreef kwamen op drukke dagen te Ulicoten helpen en een derde mis lezen. Volgens kapelaan Martinus Wachmans (1706-1751) verspreidden zij de devotie tot de H. Bernardus in de dorpen in de omgeving, waar veepest heerste. Hieruit blijkt dat de H. Bernardus ook tegen ziekten van het vee werd vereerd.
- Na de Franse inval in de Zuidelijke Nederlanden in 1794 werd de grenskerk met sluiting bedreigd. De Ulicotenaren konden toen echter weer aanspraak maken op de oude kapel in het centrum van hun kerkdorp. Tijdens de Bataafse Republiek, meer bepaald op 5 oktober 1797, kregen ze toestemming om de middeleeuwse kapel in de dorpskom van Ulicoten opnieuw voor de katholieke eredienst in gebruik te nemen, zodat de Ulicotense Bernardusdevotie weer plaatsvond in de oorspronkelijke kerk. De houten grenskerk (die nog in 1781 was vergroot) werd afgebroken.

Van St. Antoniuskapel tot St. Bernarduskerk

- Nadat ze hun middeleeuwse kapel op Bataafs grondgebied teruggekregen hadden, streefden de inwoners van Ulicoten naar afscheiding van de parochie van Baarle-Hertog, die op het grondgebied van de Franse Republiek stond. In 1803 besliste de apostolisch vicaris van Breda dat Ulicoten een zelfstandige parochie zou worden. Bernardus werd de officiële patroon van de voormalige kapel die tot parochiekerk werd verheven.
- Op 1 mei 1805 werd de sterfdag van de H. Bernardus, 20 augustus, een verplichte feestdag voor de parochie van Ulicoten.
- De grond in De Bollekens waarop de grenskapel gestaan had, werd op 9 september 1808 door Adriana van Mechelen uit Meerle aan de parochiekerk van Ulicoten geschonken.

Het ontstaan van processiebedevaarten in de 19e eeuw

- De verering van Bernardus in Ulicoten nam in de 19e eeuw toe nadat in diverse Noord-Brabantse parochies broederschappen waren opgericht die een processiebedevaart naar de St. Bernarduskerk organiseerden. 'Hoewel gedurende een tijdverloop van honderde jaren het getal van bedevaartgangers altijd groot is geweest, schijnt er toch voor den jare 1821 geene geregelde bedevaart of processie te hebben bestaan', schrijft de Ulicotense pastoor Petrus Wilhelmus van Beysterveldt (1867-1892) in zijn memoriaal.
- De oudste bedevaartprocessie was die van Drunen die in 1821 werd opgericht door deken Coppens en Bernardusbedevaartgangers uit de omgeving. Jaarlijks zouden voortaan inwoners van een aantal dorpen in de Langstraat processiegewijs naar Ulicoten gaan; op 20 augustus 1822 gebeurde dit voor het eerst. In elke plaats waar leden van de broederschap woonden, waren er broedermeesters die onder meer het ophalen van de contributie tot taak hadden. Deze contributie bedroeg bij het aangaan van het lidmaatschap drie stuivers en vervolgens jaarlijks twee stuivers. De broederschap liet missen opdragen voor overleden en levende leden, zowel in de bedevaartkerk als in de plaatsen waar een broedermeester woonden.
- Sinds 1822 kwam ieder jaar twee keer uit Drunen en omgeving een processiebedevaart naar Ulicoten, de eerste keer in het voorjaar - aanvankelijk met Pasen, maar wegens het nog koude weer rond deze tijd van het jaar al spoedig met Pinksteren - en nog eens op de zaterdag na de feestdag van Bernardus, tenzij dit feest op een zondag viel, want dan kwamen zij daags ervoor. De bedevaart begon met een plechtige mis in de parochiekerk. De pelgrims uit Drunen trokken te voet via Riel naar Ulicoten. Deelname aan de bedevaart leverde een volle aflaat op als men, na gebiecht te hebben, te Ulicoten communiceerde.
- Deze bedevaart gaf aanleiding tot de uitdrukking ''t is lijk een processie van Drunen op Uilekoten', om aan te geven dat iets lang duurt. Volgens pastoor Van Beysterveldt duurde de voettocht van Drunen naar Ulicoten acht uren. De bedevaart nam twee dagen in beslag, een dag voor de heenweg en een dag voor de terugtocht, want pastoor Van Beysterveldt vermeldt dat de bedevaartgangers in Ulicoten bleven overnachten en dat 'processievaders' (= de broedermeesters) toezicht hielden over de slaapplaatsen. De Ulicotense pastoor deelt ook nog mee dat hij in een bepaald jaar 'het getal leden van deze processie, wat hier geweest is, [...] op 300' heeft horen schatten.
- Aanvankelijk waren bedevaartgangers uit Raamsdonk en Wagenberg aangesloten bij de Drunense broederschap. Zij gingen over Ginneken naar Ulicoten. In 1827 of 1828 scheidde de broederschap van de H. Bernardus van Wagenberg zich af van die van Drunen. De Wagenbergse processie kwam op eerste Pinksterdag naar Ulicoten.
- Na de Belgische opstand in 1830 konden tot 1838 de processiebedevaarten niet normaal doorgaan, omdat het verboden was vanuit Nederland de Belgische grenzen te naderen. Een klein aantal pelgrims kreeg evenwel van kroonprins Willem, de legerbevelhebber, paspoorten en politiebegeleiding om naar Ulicoten op bedevaart te gaan.
- Vanaf de regularisatie van de verhoudingen met België in 1839 verliep de Drunense processie steeds plechtiger en werd ze in verschillende parochies onderweg door de parochiegeestelijkheid ingehaald, vergezeld van 'maagdekens' of 'bruidjes', naar de kerk gebracht en terug uitgeleide gedaan.
- De weg die vanaf Kwaalburg (Alphen) naar Ulicoten liep, kreeg de naam van 'bedevaartpad' omdat hierlangs processiebedevaarten naar Ulicoten trokken.
- Na de antikatholieke Aprilbeweging van 1853 kwam de Wet op de Kerkgenootschappen van A.F. van Hall tot stand. Deze wet verbood processies in de parochies waar die niet conform de grondwet van 1848 waren toegelaten; de grondwet zelf had bepaald dat een processie voortaan alleen zou toegestaan zijn 'waar zij thans naar de wetten en reglementen is toegelaten'. In uitvoering van deze Wet op de Kerkgenootschappen liet Van Halls sterk antipapistische opvolger Van der Brugghen te Ulicoten, Ossendrecht en elders door de officieren van politie de processies beletten. Onder meer het verbod van processies in Ulicoten vormde de aanleiding tot een debat in de Tweede Kamer over de processies en andere openbare vroomheidsuitingen; de minister slaagde er echter in zijn standpunt door te drukken. Sinds 1856 was alleen de plechtige inhaling van de processies te Ulicoten op het kerkhof toegelaten; dit gebeurde dan onder het argwanende oog van de marechaussee.
- In 1865 of 1866 werd te Breda een broederschap opgericht met als doel een processiebedevaart te organiseren om in Ulicoten Bernardus te vereren. Deze processie kwam naar Ulicoten op Hemelvaartsdag; in 1867 gebeurde dit voor de eerste keer. Omstreeks 1870 werd een proces uitgelokt om duidelijk vastgesteld te krijgen of en in hoeverre een processiebedevaart naar Ulicoten wettelijk was. Het is onduidelijk of de eerste Bredase processie in 1867 hiervoor de aanleiding was of de veranderde vorm van het kerkhof na de bouw van de nieuwe kerk in 1869-1870. De zaak werd besloten met een brief van minister Van Lilaar aan bisschop Van Genk van Breda van 14 maart 1879 waarin werd vastgesteld dat alleen de processie van de Drunense broederschap wettig was, en wel op zaterdag en zondag na 20 augustus, en dat verder alle publieke godsdienstige manifestaties buiten kerk en kerkhof onwettig waren. Niettemin bleef Ulicoten een druk bezochte bedevaartplaats. Waarschijnlijk trokken vanaf 1879 andere processiebedevaarten dan de Drunense voortaan zonder uiterlijk vertoon naar Ulicoten.
Ulicoten als bedevaartplaats in de 19e eeuw

- Paus Gregorius XVI (1831-1846) breidde in 1841 de mogelijkheid om een volle aflaat te verdienen uit tot tweede Paasdag en tweede Pinksterdag (en ook tot de octaafdagen van de genoemde feesten).
- In de Ulicotense kerk werd links van het altaar tegen de muur een indrukwekkende praaltroon voor St. Bernardus opgesteld. Deze troon met een hoogte van meer dan 10 meter was gebouwd in neogotische stijl en leek op een sacramentstoren.
- Op een vouwblaadje uit 1850 met een 'Litanie ter ere van de H. Bernardus te Ulicoten den 20sten augustus plegtig gevierd' wordt gebeden 'dat wij door zijne voorspraak van kramp, jicht en andere ligchamelijke kwalen mogen bewaard en verlost worden'. In de litanie ter ere van de H. Bernardus op een Ulicotens devotieprentje uit 1881 komt praktisch dezelfde formulering voor. Bernardus werd bovendien aangeroepen als beschermheilige tegen veeziekten. Dit zou te maken hebben met het gegeven dat in de cisterciënzer-abdijen honden (de St. Bernardshonden) werden afgericht.
De processiebedevaarten in het begin van de 20e eeuw

- De oudste georganiseerde bedevaart naar Ulicoten, de Drunense processie, bestond in 1922 honderd jaar. In dat jaar werd een deelnemer aan deze bedevaart, C. Koks, onderscheiden omdat hij 100 keer naar Ulicoten was gekomen: 50 jaar lang tweemaal per jaar. De bedevaart uit Drunen had in deze tijd nog een ruime omvang; er waren toen 40 broedermeesters. De deelnemers aan de bedevaart waren in hoofdzaak boeren die de voorspraak van Bernardus gingen inroepen tegen veeziekten.
- In een brief van 14 oktober 1981 aan P.J. Margry getuigt J.A. Botermans over een bedevaart die in de tijd omstreeks 1905 vanuit Oosterhout en de Langstraat naar Ulicoten trok. Waarschijnlijk gaat het hier om de Wagenbergse processie. Op eerste Pinksterdag ging deze processiebedevaart van Oosterhout naar de rijksweg Breda-Tilburg en sloeg dan de stoffige grintweg in die van Rijen naar Gilze liep. De kinderen uit Gilze, onder wie Botermans, liepen de bedevaartgangers tegemoet, die ze de 'lelijke mensen' noemden omdat ze zo erg bezweet waren en helemaal onder het stof zaten. De bedevaart telde 30 à 40 mannen - onder wie er waren die ringetjes in de oren hadden en daarom door de kinderen van Gilze als schippers beschouwd werden - en werd gevolgd door een kar met proviand die tevens als bezemwagen dienst deed. Een capucijn met een stok was de leider van de processie. Meestal zongen de bedevaartgangers het weesgegroet. Ze rustten in Gilze en trokken in de middag over Chaam naar Ulicoten. Op tweede Pinksterdag trok de bedevaart op de terugweg weer door Gilze en werd ze door de kinderen uit dit dorp een gedeelte van de weg vanaf Gilze vergezeld. De tocht was voor de bedevaartgangers minstens 30 kilometer lang. Botermans besluit: 'En al noemden wij ze dan lelijke mensen, St. Bernardus zal het wel genoegen gedaan hebben, dat zoveel eenvoudige mannen zo veel keren Maria gegroet hebben, voor wie hij zelf zoveel devotie had'.
- Uit het begin van de 20e eeuw dateren bedevaarten uit Bergen op Zoom en omgeving en uit Steenbergen en omgeving. Over de Bergense bedevaart zijn we goed ingelicht dankzij de getuigenis van de Huijbergenaar Josephus of Sjef Hellemons uit 1985. Diens ouders, Adrianus Hellemons en Maria Dekkers, hadden allebei veel last van reumatiek. Op aanraden van de priester A.A. van Eekelen, die geestelijk adviseur was van de bedevaart van de parochie van O.L. Vrouw van Lourdes te Bergen op Zoom en vanaf 1921 daar pastoor was, namen zij sinds augustus 1916 deel aan de bedevaart naar St. Bernardus, die immers de patroon was tegen jicht en reumatiek. Omdat zij de eerste pelgrims naar Ulicoten uit Huijbergen waren, werd vader Hellemons regent of processievader en als zodanig propageerde hij de bedevaart in Huijbergen. De bedevaart van Bergen op Zoom kwam op de zondag na 20 augustus naar Ulicoten. Reeds in 1916 reisde deze bedevaart per bus. Met zekerheid vanaf 1927 combineerde de organiserende broederschap van de parochie van O.L. Vrouw van Lourdes de bedevaart naar Ulicoten met een bedevaart naar Meersel-Dreef (B), waar in het Mariapark van het capucijnenklooster O.L. Vrouw van Lourdes vereerd wordt.
- Over de Steenbergense bedevaart hebben we de getuigenis van de jubilerende deelnemer G. van de Male uit 1981. Volgens hem waren er in 1927 circa 300 deelnemers; ze kwamen met 10 bussen en brachten eigen bruidjes mee. De jubilaris Van de Male ging toen voor het eerst mee. Hij had reumatiek en werd als zieke met bed en al vervoerd, maar het jaar daarop was hij genezen. Later werd hij een der organisatoren van de bedevaart. In de oorlog kon hij, met toestemming van de bezetter, met zijn vrachtwagen en 30 deelnemers op bedevaart gaan. De bedevaart uit Steenbergen kwam op de maandag na 20 augustus naar Ulicoten, omdat het op de feestdag en de zondag te druk was.

Het hoogtepunt van de Ulicotense bedevaarten in de tijd omstreeks de Tweede Wereldoorlog

- Volgens de Baarlese geschiedschrijver rector J.P.H. van den Broek en andere auteurs uit het interbellum en de eerste naoorlogse jaren werd de H. Bernardus in de 20e eeuw te Ulicoten nog altijd vereerd 'als patroon tegen jicht en rheumatiek en als beschermheilige tegen ziekten onder het vee'.
- Terwijl in de tijd van pastoor Van Herdegom 'de princepaelste dach van de beganckenisse' de tweede of derde Paasdag was, is die in de loop van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw heel duidelijk 20 augustus of de zondag daarna geworden.
- Door het gemakkelijker verkeer per auto nam het aantal bedevaartgangers sterk toe. De broederschappen organiseerden bedevaarten per bus. Nadat de Drunense broederschap er in 1927 toe was overgegaan met de autobus naar Ulicoten te trekken, zijn er geen duidelijke aanwijzingen meer dat nog voetbedevaarten naar Ulicoten georganiseerd werden.
- In 1930 zouden er volgens het bisdomblad van Breda naar schatting 2500 pelgrims in Ulicoten geweest zijn; daarvan kwamen er 2000 onder het octaaf, waarvan dan weer de helft op de zondag onder het octaaf.
- In de naoorlogse periode kwamen er op een St. Bernarduszondag (de zondag onder het octaaf) soms wel 70 bussen met pelgrims naar Ulicoten. We kunnen dan het aantal pelgrims op 2500 schatten.
- Afgezien van de processiebedevaarten werd er in Ulicoten zelf ook een processie gehouden. Tot 1938 deed deze processie alleen een rondgang over het kerkhof. Pastoor Van Steen zette er zich voor in om de processie door de straten van het dorp te kunnen laten trekken. Na overleg met de autoriteiten kon men vanaf 1938 op de bedevaartdagen te Ulicoten een openbare processie in de straten houden (evenals te Baarle-Nassau de processie naar de St. Salvatorkapel; ? Nijhoven). Er werd geoordeeld dat, wanneer een openbare eredienst op enige dag in een gemeente wettelijk was, processies op alle dagen wettelijk waren in heel de gemeente, zolang men de openbare orde en rust en het algemeen welzijn in acht nam; de politie verleende haar medewerking. Aangezien de Drunense bedevaartprocessie naar Ulicoten wettelijk was, waren in de gemeente Baarle-Nassau godsdienstige manifestaties buiten kerk en kerkhof toegelaten. Op tweede Pinksterdag 1938 trok voor het eerst sinds vele jaren een openbare processie met het H. Sacrament door Ulicoten. De Drunense bedevaart (per bus) nam nog altijd met 40 broedermeesters deel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mochten er echter geen openbare processies door de straten trekken.
- In 1945 verleende J.E. kardinaal Van Roey, aartsbisschop van Mechelen, onder wie Meerle ressorteerde waar na de oorlog de St. Bernarduskapel gebouwd was, een privilege aan de Ulicotense pastoor Van Steen om jaarlijks op de feestdag van St. Bernardus in deze kapel een mis te lezen.
- Op grond van getuigenissen van bedevaartgangers en inwoners van Ulicoten in de literatuur kan het volgende beeld geschetst worden van een St. Bernarduszondag in de periode dat de processie door de Ulicotense straten trok (1938-1968), meer bepaald de tijd na de oorlog toen ook de St. Bernarduskapel in De Bollekens bij de cultus betrokken was. Deze periode kan beschouwd worden als de glorietijd van de Ulicotense bedevaart.
De bussen met bedevaartgangers parkeerden op de toegangswegen naar Ulicoten, de pelgrims stelden zich in processie op en trokken onder het luiden van de grote klok achter het vaandel met de naam van de plaats van herkomst naar de kerk. De vaandels werden in de kerk opgesteld. Onder begeleiding van de plaatselijke harmonie werden de liederen ter ere van de H. Bernardus gezongen, waarvan de tekst geschreven was door rector J.P.H. van den Broek. Na de mis gingen de echte bedevaartgangers naar de kapel in De Bollekens om daar de kruisweg te doen. In de namiddag was er lof met Bernarduspreek, processie en verering van de in 1875 gekregen reliek. In de processie liepen drie misdienaars voorop, van wie de middelste het kruis droeg. Hierachter volgden de Ulicotense jeugdverenigingen, bruidjes en een muziekkorps. Ook het mirakelbeeld van de H. Bernardus werd in de processie meegedragen. Onmiddellijk achter het beeld liep de regent van de broederschap van Bergen op Zoom die het grote vaandel droeg. Vervolgens kwamen de parochianen, de broedermeesters en de andere bedevaartgangers met hun vaandels; daartussen liepen jongens met kleine vaantjes en bruidjes. Hierachter volgden de zangers en de engelen. Achteraan in de processie, onder een baldakijn en vergezeld van de kerkmeesters met lantaarns, liep de pastoor die het H. Sacrament droeg. De processie werd besloten door de harmonie van Ulicoten. Na de terugkeer van de processie in de kerk, waar ze ontbonden werd, was er een plechtig lof. Tijdens het lof werden de voorwerpen gewijd die de pelgrims uit Ulicoten wilden meenemen: Bernardusbeeldjes, medailles, bidprentjes, ringen en armbanden tegen reumatiek en zand waarmee (zieke) dieren werden ingewreven.
De Volkskunde-Atlas (1965) vermeldt dat de pastoor met behulp van een formule van de cisterciënzers ringen (soms 'krampringen' genoemd) wijdde die gedragen werden tegen reumatische kwalen.
- Op tweede Pinksterdag ging de processie naar de kapel op De Bollekens; dit was ook het geval als 20 augustus op een zondag viel en bijgevolg de feestdag van St. Bernardus samenviel met Bernarduszondag. Op andere Bernarduszondagen trok de processie eerst door de Dorpsstraat naar een rustaltaar aan het einde van het dorp (Wilhelminastraat), waar het 'Tantum ergo' werd gezongen en de zegen met het H. Sacrament werd gegeven; vervolgens maakte de processie rechtsomkeer (of ging ze verder door de Wilhelminastraat terug voor de kerk langs) en trok ze voorbij de kerk naar het rustaltaar aan het andere einde van het dorp (bij de splitsing Dorpsstraat, Molenstraat, Bosstraat en Meerleseweg) waar hetzelfde ritueel plaatsvond. De processie ging vervolgens terug naar de kerk.
- In het Bernardusoctaaf was er iedere dag na de middag een lof. Elke dag na het lof begon de kermis, ook en vooral op zondag, de grote bedevaartdag, zodat de bedevaartgangers te Ulicoten ook een meer werelds vertier konden vinden.
De broederschappen en de bedevaarten omstreeks de Tweede Wereldoorlog

- In 1930 was er een broederschap van St. Bernardus in minstens 40 Noord-Brabantse parochies. Volgens een getuigenis uit dit jaar in het bisdomblad van Breda kwam de broederschap van Drunen en omgeving overeenkomstig haar statuten twee keer per jaar naar Ulicoten, namelijk op eerste Pinksterdag en op de zaterdag na 20 augustus of, als 20 augustus op een zondag viel, op zaterdag 19 augustus. Dit geldt vermoedelijk echter voor de voetbedevaart, die immers twee dagen onderweg was; hoe de regeling was met betrekking tot de busbedevaart is niet duidelijk. Met Pinksteren kwamen de parochies die ten westen van Drunen liggen, zoals Geertruidenberg, Waspik, Raamsdonkveer en Oosterhout. Dit is blijkbaar de oude Wagenbergse processie, die inderdaad met Pinksteren naar Ulicoten trok. Goirle en Tilburg kwamen ter bedevaart op 20 augustus. Volgens het bis-domblad uit 1930 en volgens rector Van den Broek kwamen er naar alle waarschijnlijkheid in het octaaf georganiseerde bedevaarten uit Roosendaal, Steenbergen, Bergen op Zoom, Halsteren en Lepelstraat, Hoeven, Oudenbosch en Chaam (uit de laatstgenoemde plaats waarschijnlijk de congregatie van de H. Familie). Ook uit de onmiddellijke omgeving en uit België togen vereerders van Bernardus naar Ulicoten.
- Volgens kapelaan C. Kramer telde de processie uit Bergen op Zoom begin jaren vijftig gemiddeld 500 personen; die uit Steenbergen, De Heen en Nieuw-Vossemeer eveneens gemiddeld 500 pelgrims en die uit Roosendaal gemiddeld 300. Op de zondag onder het octaaf kwamen er enige honderden bedevaartgangers uit de omgeving van Ulicoten.
- Volgens J. Geerts en E. Ragas (1990), namen in de naoorlogse jaren aan de Ulicotense processie op (St. Bernardus-)zondag ongeveer 500 pelgrims deel uit Drunen, Bergen op Zoom, Esch, Liempde, Haps en Sint-Michielsgestel. Op maandag kwamen de bedevaarten uit Steenbergen, De Heen, Dinteloord, Kruisland, Oud-Vossemeer (met pastoor), Nieuw-Vossemeer en Heerle met alweer ongeveer 500 pelgrims om deel te nemen aan een processie die over het kerkhof ging. Huijbergen, Halsteren (met pastoor) en Lepelstraat worden ook genoemd onder de bedevaarten die op maandag kwamen, maar aangezien deze parochies aansloten bij de Bergense bedevaart moeten we aannemen dat deze vermelding foutief is en dat de genoemde parochies in werkelijkheid op zondag kwamen, om deel te nemen aan de grote processie die dan door de straten van Ulicoten trok (en soms naar de kapel). Op woensdag kwamen bedevaarten uit Roosendaal (met rector Van den Broek), Sprundel en Sint Willebrord met 300 pelgrims. Ook Kaatsheuvel wordt genoemd als vertrekpunt van een georganiseerde bedevaart naar Ulicoten.
- De broederschap van Drunen herzag in 1928 haar statuten. Pastoor Th. Goossens, C. van Dal en C. Koks vormden toen het bestuur. Bij de Drunense processie sloten zich de pelgrims aan uit de plaatsen Elshout, Haarsteeg, Herpt, Heusden, Nieuwkuijk en Vlijmen. Uit het Drunense reglement van 1928 blijkt dat de bedevaartgangers Bernardus' voorspraak kwamen afsmeken om verlossing of verlichting van jicht, reumatiek en andere kwalen te krijgen. Vele boeren die Bernardus' bescherming tegen veeziekten wilden afsmeken, gingen mettertijd niet meer op bedevaart naar Ulicoten, maar naar het dichterbij gelegen ? Kaatsheuvel, zij het dat ze niet in processie gingen. In 1939 werd voor het eerst een alternatieve Bernardusbedevaart naar klooster Mariënkroon te ? Nieuwkuijk georganiseerd. Waarschijnlijk leidde dit tot een afname van de interesse voor de aloude bedevaart van Drunen naar Ulicoten.
- De belangrijkste bedevaart was in de naoorlogse tijd blijkbaar (indien we afgaan op de plaats van het vaandel in de processie) die uit de parochie van O.L. Vrouw van Lourdes te Bergen op Zoom, waarbij zich groepen aansloten uit de omliggende plaatsen zoals Halsteren, Lepelstraat en Huijbergen. In iedere plaats waar deelnemers aan de Bergense bedevaart woonden, was er een regent, processievader of broeder-(schaps-)meester: behalve de bedevaart propageren, moest hij de contributie en het benodigde geld voor de reis ophalen. Het lidmaatschapsgeld van de broederschap, dat een kwartje bedroeg, was bestemd om een mis te laten doen voor de overleden leden, voor de aankoop van een processiekaars en van de bloemen voor de 'bruidjes'. Als het geld voor de reis betaald werd, kreeg men een programma dat gold als plaatsbewijs voor de bus. Op de donderdag voor de bedevaartzondag kwamen de regenten bijeen om vast te stellen hoe groot het aantal bedevaartgangers was en hoeveel kinderen er mee zouden gaan; dit laatste was van belang omdat de jongetjes die meegingen zes kleine vaantjes dienden te dragen, terwijl de meisjes bruidjes moesten zijn die bloemen droegen. Vanuit Bergen op Zoom werd de kist met het grote processievaandel meegenomen; wanneer in het afgelopen jaar een regent gestorven was, werd een zwarte rouwband aan het vaandel bevestigd. De reis verliep volgens een schema dat in de jaren vijftig al verschillende decennia vastlag. De bedevaartdag begon met een mis om 6.30 uur in de parochiekerk te Bergen op Zoom. Om 8.00 uur vertrok de bus op de Grote Markt. In Princenhage hield men halt. Onderweg werden drie rozenhoedjes gebeden voor diverse intenties en werden liederen gezongen zoals, tussen Princenhage en Ulicoten, het lied van de H. Bernardus. Nadat de pelgrims in Ulicoten aan de mis en het lof met processie en reliekverering hadden deelgenomen, ging men nog een tweede bedevaartplaats bezoeken, namelijk Meersel-Dreef (B). Ook op de terugweg werden er rozenkransen gebeden; wanneer de bus voorbij het sanatorium De Klokkenberg ten zuiden van Breda reed, deed men een speciaal gebed voor de patiënten die daar verbleven.
- Nadat de ouders van Sjef Hellemons, die in 1985 uitvoerig over 'zijn' bedevaart vertelt, in 1916 als eersten uit Huijbergen naar Ulicoten op bedevaart waren gegaan, duurde het enige tijd eer er in die parochie andere deelnemers aan de Bergense bedevaart waren, maar omstreeks de Tweede Wereldoorlog waren er dan toch ongeveer 95 pelgrims uit Huijbergen. Zoon Sjef Hellemons werkte sinds 1930 in een melkfabriek, waar hij gevaar liep last te krijgen van reumatiek. Hij kon echter niet deelnemen aan de bedevaart per bus omdat hij op St. Bernarduszondag 's morgens in de melkfabriek moest werken. Toch ging hij die dag op bedevaart. Om 10 uur ging hij naar de mis in zijn parochiekerk. Daarna reed hij per fiets naar Ulicoten om daar na de middag deel te nemen aan de processie. In 1944 volgde hij zijn vader op als regent van de Huijbergse afdeling (men noemde hem ook processievader of voorzitter) en hij bleef dit zolang de bedevaart bestond.

De teloorgang van de processie en van de georganiseerde bedevaarten

- De Ulicotense processie is, in de traditionele vorm, voor het laatst op Bernarduszondag 1968 uitgetrokken. Op Bernarduszondag 1969 was alles in gereedheid gebracht om de processie te laten uittrekken, maar het weer was zo slecht dat ze geen doorgang kon vinden. Volgens sommige zegslieden besliste het parochiebestuur van Ulicoten omstreeks 1970 om de processie met het H. Sacrament op te heffen omdat de belangstelling voor dergelijke manifestaties sterk afgenomen was.
- In de jaren zeventig gingen de schoolkinderen van Ulicoten op 20 augustus om 9.00 uur vanuit de school naar een mis in de kapel.
- Aan het einde van de jaren zeventig ging de bedevaart van Bergen op Zoom teloor. De Huijbergse regent Sjef Hellemons slaagde er echter in om in deze periode vanuit Huijbergen een bedevaart - twee bussen pelgrims - naar Ulicoten te organiseren. De bedevaartattributen, onder meer het grote Bernardusvaandel en de zes vaantjes voor de jongens, werden van de bedevaart van Bergen op Zoom overgenomen. Op het grote vaandel met een afbeelding van St. Bernardus en O.L. Vrouw van Lourdes werd geborduurd: 'Processie Huijbergen en omstreken'.
- Voor zover bedevaartgangers St. Bernardus in de jaren tachtig en negentig nog kwamen vereren in Ulicoten, gebeurde dit vrijwel uitsluitend tijdens het octaaf.
- Begin jaren tachtig opende de viering van het St. Bernardusoctaaf op 20 augustus met twee openluchtmissen bij de kapel (waarschijnlijk een 's morgens en een 's avonds). Wanneer het slecht weer was, werd een half uur van tevoren de grote kerkklok geluid omdat de missen dan niet bij de kapel maar in de kerk werden gehouden. De hele week door waren er missen ter ere van Bernardus. De zondag onder het octaaf was en bleef de belangrijkste bedevaartdag. Er was dan een plechtige eucharistieviering in de parochiekerk. Wanneer de kerk vol zat met zo'n 500 aanwezigen, trok de processie van Huijbergen met het vaandel voorop de kerk binnen terwijl het Bernarduslied gezongen werd. De niet meer gebruikte processievaandels van Drunen, Steenbergen en Rijsbergen stonden achter het altaar opgesteld. Na de eucharistieviering ging de bedevaart uit Bergen op Zoom en omstreken - waarschijnlijk is hier bedoeld de bedevaart uit Huijbergen, waar dan de weinige overblijvende pelgrims uit Bergen op Zoom, evenals die uit Roosendaal, bij aangesloten waren - bij de kapel een tientje van de rozenkrans bidden en vervolgens kaarsen opsteken en de kruisweg doen. Na de middag, om 14.30 uur, was er in de parochiekerk nog een plechtig lof.
- Het beeld van St. Bernardus, dat gewoonlijk tegen de zijmuur van de kerk stond, werd tijdens het octaaf uitgestald in een neogotische ombouw die was overgebleven van het vroegere altaar. De bedevaartgangers kwamen er kaarsen voor branden. Er werd ook gelegenheid gegeven om de reliek te vereren. Bernardus werd nog steeds vereerd tegen reuma en jicht en ziekten van het vee, maar ook tegen geestesziekten. In een winkel schuin tegenover de kerk kon men gekleurde en zwart-wit bidprentjes en noveenbladen met een foto van het beeld kopen. Deze devotieartikelen kon men bij het begin van het lof laten wijden.
- In 1981 kwam er een bus met bedevaartgangers uit Huijbergen, Bergen op Zoom en Roosendaal. Ook kwam er een bus met 44 pelgrims uit Steenbergen, waar de broederschap toen 140 leden telde. De broederschappen uit Boxtel, Esch en Olland telden toen respectievelijk 54, 75 en 39 leden; een aantal van hen was met de auto gekomen. Uit Drunen waren nog enkele individuele bedevaartgangers gekomen. In die tijd kwam er jaarlijks een echtpaar uit Düsseldorf op bedevaart naar Ulicoten.
- In 1981 verliep de Huijbergse bedevaart nog grotendeels volgens hetzelfde schema als enkele decennia vroeger die van Bergen op Zoom. Wel hadden de deelnemers toen de gewoonte aangenomen om voor de mis koffie te drinken in het café van Jo Kusters. Daarna stelde de processie zich op en trok ze achter het vaandel de kerk binnen. Na de plechtigheden in Ulicoten, die afsloten met het lof, reed de bus, zoals de Bergen-op-Zoomse bedevaart decennia lang had gedaan, naar Meersel-Dreef om daar in de tuin van het capucijnenklooster een Marialof bij te wonen. Tot enkele jaren voordien was het dan bovendien nog gebruikelijk om daarna naar de dancing Napoleon in Wuustwezel te gaan, teneinde de bedevaart ook voor jongeren aantrekkelijk te houden; pas 's avonds laat reed men naar huis. Begin jaren tachtig was er afgesproken dat er tijdens de terugreis niet zoals tijdens de heenreis gebeden zou worden en geestelijke liederen zouden gezongen worden, maar dat de jongeren dan de dienst mochten uitmaken; dit draaide er meestal op uit dat er een zangwedstrijd werd georganiseerd. Dit alles kon echter niet verhinderen dat de interesse afnam. De Huijbergse bedevaart is in 1982 voor de laatste keer naar Ulicoten gekomen.
- Uit het affiche waarop de viering van het Bernardusoctaaf van 1984 aangekondigd wordt, blijkt dat er in dat jaar op de feestdag van de H. Bernardus in de kapel twee missen waren, een 's morgens om 9.00 uur en een 's avonds om 19.30 uur; op de zondag in het octaaf waren er voor pelgrims uit de omgeving van Ulicoten en die uit Drunen, Huijbergen en Steenbergen en hun omgeving 's morgens twee missen, een hoogmis om 10.30 uur met daarna gelegenheid voor een bezoek aan de kapel en een gebedsdienst met zang om 14.30 uur (maar geen lof).
- Uit een artikel uit 1985 kunnen we afleiden dat er toen geen georganiseerde bedevaarten meer naar Ulicoten kwamen. Al degenen die wilden deelnemen aan de plechtigheden tijdens het Bernardusoctaaf, moesten op eigen gelegenheid naar Ulicoten komen.
- De Bernardusdevotie bleef na het afschaffen van de processie in sterk afgeslankte vorm bestaan tot in het begin van de jaren tachtig. Dit wekt de indruk dat er na de teloorgang van de Huijbergse bedevaart in Ulicoten niet veel meer overbleef van de Bernardusverering en dat er praktisch geen pelgrims meer kwamen.

De herleving van de Ulicotense Bernardusverering in een vernieuwde vorm sinds 1990

- In 1990 werd ter gelegenheid van de 900e verjaardag van Bernardus' geboorte gepoogd om, behalve door de uitgave van een brochure en door een tentoonstelling, ook door speciale diensten in de parochiekerk en in de Bernarduskapel de verering nieuw leven in te blazen.
- Ter gelegenheid van de viering van 550 jaar Ulicoten in 1994 werd opnieuw een Bernardusprocessie gehouden. Deze processie had echter een heel andere vorm dan degene die tot 1968 bestond. Op zaterdag 20 augustus kwamen de gelovigen om 18.45 uur bijeen in de kerk om vandaar een voettocht naar de Bernarduskapel te ondernemen. Om 19.00 uur werd er de eucharistie gevierd. Daarna keerde de processie terug naar de kerk, waar ze werd ontbonden. De processie werd in 1994 voorafgegaan door de Brassband Ulicoten (waarschijnlijk de opvolger van de vroegere harmonie); de Ulicotense jeugdverenigingen zoals de ruitervereniging, de scouts en de voetbalclub liepen mee; het kerkkoor, dat eveneens deelnam, zong het Bernarduslied. Deze processie was het begin van een nieuwe traditie. Sindsdien wordt er jaarlijks op de feestdag van St. Bernardus 's avonds een voettocht naar de kapel gehouden.
- Sinds 1996 zijn er tijdens het octaaf bijzondere liturgische plechtigheden ter ere van Bernardus. De tocht naar de kapel op Bernardus' feestdag werd in 1996 beschouwd als een onderdeel van de eucharistieviering: het samen-onderweg-zijn symboliseert 'de verbondenheid met de bedevaarten en de processies uit het verleden'. Het is vanuit katholiek theologisch standpunt heel duidelijk dat men ook het christelijk leven en het kerk-zijn in zijn totaliteit poogt te symboliseren: volgens het Tweede Vaticaans Concilie is de Kerk immers het Godsvolk op weg. Iedere dag van het octaaf tot en met 27 augustus was er een eucharistieviering hetzij met volkszang, hetzij met medewerking van een koor. Telkens werd een bepaald aspect van Bernardus' leven en werk, bijvoorbeeld Bernardus als vereerder van Maria of als vredestichter, bijzonder belicht. Op de (belangrijkste) traditionele bedevaartdag, de zondag na 20 augustus, was er om 10.30 uur een plechtige hoogmis waarin de Brassband en het parochiekoor optraden.
- In 1997 werd het octaaf van Bernardus te Ulicoten gevierd met als motto een uitspraak van de H. Bernardus: 'Onderricht maakt geleerd, liefde maakt wijs'. De viering van het octaaf verliep op ongeveer dezelfde wijze als het jaar tevoren: een voettocht naar de kapel op St. Bernardusdag, dagelijkse eucharistievieringen in het teken van een bepaald aspect van Bernardus' werkzaamheid en een hoogmis op de zondag, de bedevaartdag. Nieuw was een activiteit voor kinderen op de octaafdag, 27 augustus: om 7.00 uur verzamelden de kinderen zich bij de kerk om een voettocht te ondernemen naar de kapel, waar dan een picknick doorging. De liturgische plechtigheid op 20 augustus verliep als volgt: na het openingsgebed van de eucharistieviering gingen de aanwezigen (een 200-tal) processiegewijs naar de kapel terwijl zij onder meer Bernardusliederen zongen; de pastoor die achteraan liep, droeg het H. Sacrament; bij de kapel waren bij de aankomst van de processie reeds een 100-tal gelovigen aanwezig om het vervolg van de eucharistieviering mee te maken; de terugkeer naar de kerk na de eucharistieviering gebeurde niet meer processiegewijs. Het lof, waarin vroeger de processie plaatsvond, of de namiddagdienst op de zondag is blijkbaar nog niet hersteld en er zijn ook geen vervangende riten voor gevonden.
- De organisatie van de Bernardusoctaven is in handen van een Bernarduswerkgroep, waarvan onder anderen de pastoor en een vertegenwoordiger van de heemkundekring deel uitmaken. Deze werkgroep, die in 1997 drie jaar bestond, poogt een eigentijds karakter te geven aan de eeuwenoude Ulicotense Bernardusdevotie.
Materiële cultuur - Devotionalia: 1 enkele decennia geleden nog werden te Ulicoten volgens een van de cisterciënzers afkomstig formulier ringen gewijd die aan de vinger konden worden gedragen tegen reumatische kwalen. In Goirle, vanwaar eveneens een processiebedevaart naar Ulicoten werd gehouden, noemde men deze koperen en zilveren ringen 'krampringen'; 2 toen de pastoors-hulp van Ulicoten een winkel in devotieartikelen hield in de pastorie naast de kerk, kon men daar bidprentjes, noveenbladen, medailles met afbeeldingen van O.L. Vrouw en St. Christoffel ('schabbeliers' of scapuliers) en beeldjes kopen. Boeren hingen een medaille van Bernardus in de stal om ziekten van het vee te weren. De bidprentjes en noveenbladen waren begin jaren tachtig in een winkel tegenover de kerk te koop; 3 andere artikelen die uit Ulicoten meegenomen werden en waarvan we sporen hebben gevonden zijn: armbanden tegen reumatiek, zand waarmee (zieke) dieren werden ingewreven, Bernardusmeel, gewijd water, zout, brood, missaals, kerkboekjes en beeldjes van Bernardus en van St. Christoffel. Tijdens het lof konden pelgrims de artikelen die ze uit Ulicoten wilden meenemen, laten wijden; 4 bedevaartpenning 25 jaar processie Drunen-Ulicoten (47 x 33 mm; 19e eeuw); coll. Catharijneconvent Utrecht nr. ABM m01306.
- Processieattributen: de St. Bernardusbroederschap te Bergen-op-Zoom bezat onder meer: 1 een groot processievaandel (164 cm hoog en 100 cm breed) met de afbeeldingen van H. Bernardus en O.L. Vrouw van Lourdes dat vanaf het einde van de jaren werd gebruikt door de processie van Huijbergen (er werd toen 'Processie Huijbergen en omstreken' op geborduurd); 2 zes kleine vaantjes, met de afbeeldingen van O.L. Vrouw van Lourdes, het Lam Gods, het H. Hart, de H. Jozef, de H. Antonius en de H. Theresia.

Devotioneel drukwerk

- Litanieën: 1 vouwblaadje 'Litanie ter ere van de H. Bernardus te Ulicoten den 20sten augustus plegtig gevierd' (1850); 2 prentje 'Litanie ter eere van den H. Bernardus, die te Ulikoten sinds eeuwen met byzondere godsvrucht vereerd wordt' (13,5 x 9 cm; impr. C. van der Veeken, Hoeven 31 augustus 1881).
- Devotieprentjes: 1 vouwprentje (10 x 7 cm) met een afbeelding van het cultusbeeld en 'Noveen ter ere van den H. Bernardus, sedert eeuwen vereerd in zijn miraculeus 15de eeuws beeld te Ulicoten (1654-1797 in de 'veldcappelle' onder Meerle)' (impr. W. Koenraadt, Breda 25 september 1947; 4 p.); 2 vouwprentje met foto van het hoofd van het cultusbeeld en op de achterzijde 'Bernardusoctaaf Ulicoten' en het motto 'H. Bernardus: "Onderricht maakt geleerd, liefde maakt wijs"' (z.p. z.j.) uitgedeeld tijdens het Bernardusoctaaf van 1997.
- Liederen: vouwblad 'Lied ter eere van den H. Bernardus' met 2 liederen op tekst van J.P.H. van den Broek, het eerste 'O groote God! wij treden dankend nader', 5 strofen op de melodie van 'O God! de zee verheft haar woeste baren', en het tweede 'St. Bernardus' met als beginwoorden 'Op dit vreugdevolle feest', 14 strofen op de melodie van 'Lieve Moeder van den Heer' (impr. J.-M. van Oers, Breda 17 februari 1930; 4 p.).
- Bedevaartboekjes: 1 P.H.H. H. Bernardus van Clairvaux (Venlo: Luissen & Derkx; impr. 1928) met een voorwoord door pastoor Th.J.M. Moord te Ulecoten, 18 mei 1928; 2 'Bernardus-octaaf 20 t/m 27 augustus Ulicoten' met de dagthema's van het Bernardusoctaaf, een orde van dienst van de eucharistieviering, 30 liederen waaronder enkele psalmen en tenslotte drie Bernardusliederen. Deze liederen zijn de twee Bernardusliederen van rector Van den Broek die reeds voorkwamen op het vouwblad uit 1930 en een recenter lied 'O St. Bernardus, hoor ons aan', 4 strofen op de melodie van 'Vernieuwt gij mij'. Dit boekje is waarschijnlijk samengesteld door de Bernarduswerkgroep van Ulicoten bij de invoering van de vernieuwde viering van het Bernardusoctaaf in 1996.
- Affiches ter aankondiging van het Bernardusoctaaf, enkele voorbeelden: 1 'H. Diensten op de feestdag en tijdens het Oktaaf van de H. Bernardus te Ulicoten' (1981) in blauwdruk met opgave van de missen gedurende het octaaf en de missen, hoogmis en gebedsdienst 's namiddags op de zondag tijdens het octaaf); 2 'H. Diensten op de feestdag en tijdens het Octaaf van de H. Bernardus te Ulicoten' (1997) met opgave van de missen gedurende het octaaf, de tocht naar de kapel op de feestdag, de hoogmis op de zondag tijdens het octaaf, de picknick voor de kinderen op de octaafdag en afbeeldingen.
- Programma's: bijvoorbeeld 'Processie Bergen op Zoom - Halsteren en Omstreken naar Ulicoten (H. Bernardus) en Meerselsche Dreef (O.L. Vr. v. Lourdes)' op ... augustus 195...'. Dit programma diende tevens als plaatsbewijs voor de autobus.

Bronnen en literatuur Archivalia: Antwerpen, Rijksarchief in Antwerpen: parochiearchief van de St. Remigiuskerk van Baarle-Hertog (zie: A. Bousse, 'Inventaris van het Kerkarchief van Baarle (Sint-Remigiuskerk)', in: Inventarissen van de kerkelijke archieven - Seculiere geestelijkheid (onuitgegeven, te raadplegen op het Rijksarchief)). Antwerpen, bisdomarchief: fonds Parochialia, omslag Baarle-Hertog, St. Remigius (zie J. van den Nieuwenhuizen, De archieven van het bisdom Antwerpen (1559-1801) in het diocesaan en het kathedraalarchief (Antwerpen 1971) p. 19). Ulicoten, parochiearchief: o.a. Registrum memoriale parochiae, begonnen door pastor van Beijsterveld, tot 1969. 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief Provinciale Representanten, inv.nr. 110, d.d. 27-9-1797, nr. 1+2, toestemming heringebruikname kapel door de katholieken. Breda, bisdomarchief: gedeponeerde archieven van het bisdom Antwerpen, stukken betreffende de parochie Ulicoten (zie W.J.P.M. Brand, Archief van het Bisdom Breda: gedeponeerde archieven, dl. 1: Inventaris van gedeponeerde archivalia betreffende de dekenaten Bergen op Zoom en Breda behorend tot het Bisdom Antwerpen (1420) 1561-1802 (Breda: Persdienst Bisdom Breda, 1983) p. 204-206); hs. Annales en Documenta Pastoratus de Baerle ab anno 1648 usque ad annum 1667.
Tekstedities: G.C.A. Juten, 'Kerkelijke beneficies in het voormalige dekenaat Hilvarenbeek', in: Taxandria 26 (1919) p. 147-151 en 197-200, uitgave van de beneficielijsten van het middeleeuwse dekenaat Hilvarenbeek, parochie Baarle. Op p. 199-200 vindt men de 'Capella de Uliercote'; G. Bannenberg, A. Frenken & H. Hens ed., De oude dekenaten Cuijk, Woensel en Hilvarenbeek in de 15de- en 16de-eeuwse registers van het aartsdiakenaat Kempenland, dl. 2 (Nijmegen: Gebr. Janssen, 1970) p. 332-334, rescripties betreffende Baarle; op p. 333 vindt men de 'Capella s. Marie et Anthonii in Ulecoten', in 1556 'capella s. Bernardi' genoemd, met vermelding van de bedienaren in 1485, 1524, 1541 en 1556; Jan van Laarhoven ed, Het schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 118-119.
Literatuur: J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het bisdom Breda etc. (Roosendaal: Van Leeuwen, 1875-1878) dl. 3, p. 43-54, dl. 4, p. 274-278; P.J. Goetschalckx, 'Baarle-Hertog', in: Bijdragen tot de geschiedenis 7 (1908) p. 581-632, ook in: Geschiedenis van het Bisdom van Antwerpen, dl. 4. Dekenij Hoogstraten (Ekeren-Donk: Drukkerij We Leop. Van Hoeydonck, 1910) p. 11-12, 13-14, 15, 23, 25, 33-37, 44; Jan Kalf, De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Noordbrabant, dl. 1. De monumenten in de voormalige Baronie van Breda (Utrecht: A. Oosthoek, 1912) p. 19; 'St. Bernardus te Ulicoten', in: Sancta Maria 8 (1930-1931) p. 77-78; G.C.A. Juten, De parochiën in het bisdom Breda, dl. 2 (Bergen op Zoom: Gebr. Juten, 1935) p. 227-248; J.P.H. van den Broek, Bijdragen tot de geschiedenis van Baerle (Tilburg: W. Bergmans, 1947) p. 45, 58-59 en 72-85; C. Kramer, Ulicoten 1803-1953 (Baarle-Nassau: Emiel De Jong, [1953]); [Stef], 'St. Bernardusverering in onze streek', in: Met gansen trou, 3 (1953) p. 113-116; Dom. de Jong, Grenskapellen voor de katholieke inwoners der Generaliteitslanden (Tilburg: Henri Bergmans, 1963) p. 78-80 en 114-120; P.J. Meertens & M. de Meyer ed., Volkskunde-Atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar Aflevering II (Antwerpen: Standaard, 1965) p. 85, vermelding als beschermheilige tegen reuma; M. de Meyer, Volkskunde-Atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar bij de kaarten 21-29 Volksgeneeskunde, stuipen, hoofdpijn, beschermheiligen en bedevaarten etc. Aflevering III (Utrecht-Antwerpen: Standaard, 1968) p. 55, 90; W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen in de Kempen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 56-57; P. Polman, Katholiek Nederland in de achttiende eeuw, dl. 3 (Hilversum: P. Brand, 1968) p. 78-79; Ed. Loffeld, Kempisch Baarle. Gids van Baarle-Hertog-Nassau (Baarle-Hertog-Nassau: Streek VVV 'Noorderkempen', 1979) p. 56-57; P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 276-284 en 347; A. Hoogeveen-Van Doorn, 'Zij kunnen ons wat vertellen. Bedevaart naar Ulicoten', in: De Iechtentrekker. Jaarboek 4 (1985) p. 101-121, artikel dat, behalve op literatuur, is gebaseerd op interviews met de pastoor en een inwoner van Ulicoten en vooral met de laatste Huijbergse processievader of regent Sjef Hellemons; W. Knippenberg, 'Bernardus en het reuma', in: Arts en Wereld (april 1985); J. Geerts, m.m.v. E. Ragas, Heilige Bernardus en de kerk van Ulicoten (Baarle-Nassau: Heemkundekring Amalia van Solms, 1990); E. van Autenboer, 'Bedevaartgangers uit Turnhout', in: Taxandria, nieuwe reeks 62 (1990) p. 278; F. Raeijmaekers, 'Baarle in de middeleeuwen', in: Jaarboek Heemkunde-Kring 'Amalia van Solms' Baarle-Hertog / Baarle-Nassau (1991) p. 47-48; J. Jansen & A. van Tuijl ed., Baarle in stukken. Fragmenten uit het verleden van Baarle, Castelre, Ulicoten en Zondereigen (Baarle-Hertog-Nassau: Heemkundekring Amalia van Solms, 1992) p. 20-21, 36-40 en 182; 'Nog eenmaal Bernardusprocessie in Ulicoten', in: De Stem, 17 augustus 1994; 'Beeld van Bernardus kwam in 1555 naar Ulicoten', in: De Stem, 22 augustus 1994; 'Baarle in teken van processies', in: De Stem, 22 augustus 1994; Ron Oosterbaan, 'Processie Ulicoten naar 'Nederlandse' kapel', in: De Stem, 18 augustus 1995; 'Baarle en Ulicoten in teken van processies', in: De Stem, 21 augustus 1995; Peter Vermeulen, Langs 's-Heren wegen. Veldkapellengids voor Noord-Brabant (Eindhoven: Kempen Uitgevers, 1996) p. 142-145; Ron Oosterbaan, 'Bernardus heeft me van mijn jicht afgeholpen', in: De Stem, 20 juni 1997; 'Ulicoten gedenkt zijn H. Bernardus met octaaf', in: De Stem, 7 augustus 1997; 'Viering van Bernardus met voettocht naar de Bernarduskapel', in: Ons Weekend, 8 augustus 1997; W. Meulenkamp & P. de Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (z.p.: Aspekt, 1998) p. 149-150.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Ulicoten; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Tilburg, KU Brabant: Brabant-collectie, top. afb. Ulicoten: nr. 4584, kapel; Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum-KLiB: bedevaartfoto's Margry (1981); pastoor Van Beckhoven uit Dongen heeft in 1949 manifestaties i.v.m. de Bernardusdevotie van Ulicoten vastgelegd op drie 16 millimeter films, die bewaard worden in de kluis van de pastorie van Ulicoten; vaandels, vaantjes, andere attributen en waarschijnlijk archiefmateriaal in de parochies van waaruit een bedevaart naar Ulicoten werd georganiseerd.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<