Uden, Wonderkruis

Cultusobject: Wonderkruis
Datum: Geen specifieke datum
Periode: 1517 - 1629 / 1697 - 1905 / 1939 - ca. 1960
Locatie: Kapel van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen (kruisherenkapel)
Adres: Lieve Vrouwenplein 2, 5401 AS Uden
Gemeente: Uden
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Het Wonderkruis - zo genoemd naar de wonderbaarlijke wijze waarop het zou zijn ontstaan - kwam kort na de vestiging van de kruisheren te 's-Hertogenbosch (1468) in hun bezit en werd daar waarschijnlijk het doel van bedevaarten. In 1636 werd het kruis meegenomen naar het nieuwe klooster te Uden, waar de kruisheren al spoedig een cultus trachtten te lanceren. Maar de devotie heeft in Uden waarschijnlijk nooit veel aanhang gehad buiten de kloostergemeenschap zelf.
Auteur: Marc Wingens
Illustraties:
Topografie - Plattegrond ⟶ Uden, O.L. Vrouw.
- Het Wonderkruis bevindt zich in de kloosterkapel van de kruisheren (⟶ Uden, O.L. Vrouw). Dit klooster is gesitueerd aan de noordrand van het centrum van Uden. Het kruis is naar alle waarschijnlijkheid in of kort voor 1702 door de kruisheren overgebracht naar de middeleeuwse voorganger van deze kapel, een bedevaartkapel ter ere van O.L. Vrouw ter Linde die zij in dat jaar als kloosterkerk in gebruik namen. Tijdens de voorafgaande jaren hadden de kruisheren, als beheerders van de Mariacultus, een klooster naast deze kapel laten bouwen. De dominerende rol van de verering voor O.L. Vrouw zal de kruisheren er echter na verloop van tijd toe hebben gebracht het Wonderkruis in hun klooster onder te brengen. Het kruis bevond zich tenminste niet tussen de verschillende cultusobjecten die werden overgebracht naar de nieuwe neogotische kapel die in de jaren 1904-1905 op de plaats van de oude verrees. Pas in 1939 kreeg het Wonderkruis een definitieve plaats in deze kapel. Het staat sinds dat jaar in een met glas afgesloten nis links van de hoofdingang tegen de noordwand, geflankeerd door twee kleinere nissen met relieken.
Cultusobject - Het Wonderkruis is circa 25 centimeter hoog en van houtachtig materiaal. Het laat een gekruisigde Christus zien die een uiterst gebrekkige vorm heeft. Aan de boven- en onderzijde van het beeld zijn twee lakzegels bevestigd waarin het wapen van de Bossche kruisheren is gedrukt. Over het kruis is de aannemelijke hypothese geopperd dat het uit een wortel zou zijn vervaardigd. Aan (kunstmatig bewerkte) wortels met een menselijke gedaante werd vroeger magische kracht toegekend. In de late middeleeuwen zijn verschillende culten ontstaan rond hosties die op miraculeuze wijze zouden zijn veranderd in een kruis, zoals in het Duitse Kranenburg (1308), in het Belgische Asse (1335) en in ⟶ Enkhuizen (1515; dl. 1).
- Het kruis bevindt zich tegen een achtergrond van geborduurde moirézijde die in 1903 is aangebracht, in een kruisvormig, houten schrijn dat beslagen is met bewerkt zilver en rust op een zwart gelakte voet waarop de lijdensattributen (gemaakt van zilver) zijn bevestigd. Het schrijn vertoont barokke stijlkenmerken en doet enigszins denken aan een stralenmonstrans. Het is waarschijnlijk omstreeks 1700 vervaardigd, toen het kruis werd overgebracht naar de kapel van O.L. Vrouw.
Verering Legende
- Omstreeks 1500 zou een meisje een hostie hebben uitgebraakt in de kloosterkerk van de in 1468 te 's-Hertogenbosch gestichte gemeenschap van kruisheren. Het meisje schoof het braaksel onder een plavuis. Toen de kerkvloer enkele jaren later werd vernieuwd, ontdekte men een eigenaardig beeldje van een gekruisigde Christus. Op zoek naar een verklaring, kwamen de kruisheren terecht bij een vrouw die bekende ooit een hostie te hebben uitgespuwd op de plaats van de ontdekking.
- De legende van het wonderbaarlijke ontstaan zoals zij - in hoofdlijnen - in het bovenstaande is weergegeven, kan worden afgeleid uit enkele 20e-eeuwse aantekeningen over de overlevering binnen de Udense kloostergemeenschap. De kern van het verhaal - een hostie verandert op miraculeuze wijze in de gekruisigde Christus - is in 1686 genoteerd door de geschiedschrijver van de orde Hertzworms. Een aflaatakte uit 1517 spreekt al over een kruis dat 'door God alleen' gemaakt kan zijn. Gedurende het verblijf van de kruisheren in 's-Hertogenbosch zou het Wonderkruis voortdurend zijn gegroeid. Dit wonder hield op na het vertrek uit de stad in 1629.

De Bossche verering
- De kruisheren stuurden bericht van het wonder naar hun moederklooster te Hoei (Huy) bij Luik, waar de bisschop van Luik, ordinaris van het bisdom waartoe Den Bosch behoorde, op dat moment verbleef. Deze kende de kruisheren op 13 april 1517 een aflaat van 40 dagen toe die, naar hij hoopte, de toestroom van pelgrims zou helpen bevorderen. Dit is waarschijnlijk gelukt. Al in 1533 konden de Bossche kruisheren hun armzalige kerk door een grotere en fraaiere vervangen; de inkomsten uit offergaven voor het Wonderkruis zullen hier zeker aan hebben bijgedragen.
- De jonge, nog arme gemeenschap in Den Bosch speelde met de bekendmaking van het wonder in op de omstreeks 1500 uiterst populaire lijdensdevotie, ter vergroting van hun welstand. Het Wonderkruis verschafte de kruisheren als vereerders van het kruis van Christus tevens een symbolisch aantrekkelijk vererings- en identificatieobject. In tijd van nood kon het miraculeuze kruis dienen als steun en bindmiddel van de kloostergemeenschap.

De Udense verering
- Bij de inname van Den Bosch door Frederik Hendrik in 1629 moesten de kruisheren de stad verlaten. Zij vestigden zich in 1636 in Uden in het Land van Ravenstein, een autonome, katholieke heerlijkheid aan de oostgrens van het Brabantse gebied dat was bezet door de Nederlandse Republiek. Het Wonderkruis gaven zij een plaats in het oratorium dat zij in hun nieuwe onderkomen, Vorstenburg genaamd, hadden laten inrichten.
- Hun moeilijke financiële positie noopte de kruisheren ertoe, nieuwe bronnen van inkomsten te gaan zoeken. Mede daarom lieten zij zich in met de plaatselijke Mariacultus, waarvan zij in 1674 de beheerders werden (⟶ Uden, O.L. Vrouw). Nadat de landsheer, paltsgraaf Jan Willem van Neuburg, de kruisheren in 1696 officieel de bediening van de O.L. Vrouwekapel had toegekend, verzochten zij hem het daaropvolgende jaar om een nieuw klooster bij deze kapel te mogen bouwen. In hun verzoekschrift kondigden de kruisheren aan dat zij het Wonderkruis in dat geval naar de kapel van O.L. Vrouw zouden overbrengen. Zij stelden dat de toevoeging van een tweede vereringsobject aan het reeds aanwezige beeld van O.L. Vrouw ter Linde de bedevaart naar Uden ten zeerste zou bevorderen.
- Blijkens de devotieprenten die de kruisheren in de jaren vanaf 1697 lieten drukken, bevorderden zij beide vereringen aanvankelijk in vrijwel gelijke mate. Het Wonderkruis lijkt voor de grote stroom bedevaartgangers die de reeds gevestigde O.L. Vrouw ter Linde kwam bezoeken, echter altijd een cultusobject van een lagere orde te zijn gebleven. Het succes van de Mariacultus leidde er bovendien toe dat de gemeenschap zich steeds meer met de miraculeuze Lieve Vrouw ging identificeren. Dit is duidelijk zichtbaar op de reeks van priorportretten die tussen 1697 en 1747 is gemaakt. Waar prior Bruyns zich in 1697 nog liet vereeuwigen met het Wonderkruis, is prior Hermes in 1730 afgebeeld met zowel het beeld van O.L. Vrouw als het Wonderkruis terwijl prior Van der Voort zich enkele jaren later nog slechts met het miraculeuze beeld laat schilderen.
- Na verloop van tijd moet het Wonderkruis als object van openbare verering hebben afgedaan. Het werd tenminste niet geplaatst in de nieuwe neogotische kapel die de oude in 1905 verving. Niettemin hebben de kruisheren in 1939 een laatste poging gedaan om de cultus nieuw leven in te blazen. In dat jaar werd het Wonderkruis in de nieuwe kapel in een nis geplaatst. Tegelijkertijd liet men devotieprenten drukken die de cultus bekendheid moesten geven. Of deze onderneming succes heeft gehad, is niet bekend. Tegenwoordig kent het kruis voornamelijk belangstelling als curiositeit.
- Samenvattend kan worden gesteld dat het Wonderkruis in Uden, in tegenstelling tot in 's-Hertogenbosch, nauwelijks nog als zelfstandig cultusobject functioneerde, maar bedevaartgangers trok die in de eerste plaats het beeld van O.L. Vrouw ter Linde kwamen vereren dat elders in het heiligdom (tussen 1712 en 1905 in een aparte kapel) stond opgesteld.
Materiële cultuur - Priorportretten: in het klooster bevindt zich een tweetal portretten van de priors Bruyns en Hermes die zich in 1697, respectievelijk 1730 met het Wonderkruis hebben laten afbeelden.
- Gebrandschilderd glas: in de kruisherenkapel bevindt zich een glas-in-loodvenster, in 1883 vervaardigd door J.B. Capronnier uit Brussel en dus afkomstig uit de oude kapel, waarop de legende is uitgebeeld met erboven het Wonderkruis en eronder de tekst 'Ex amore cordis cruci exuli' ('Uit liefde van het hart voor het kruis ben ik tevoorschijn gekomen'). Rechts van de legende-uitbeelding is het wapen weergegeven van prior M. Smits; links het wapen van regent van der Burgt van het grootseminarie van het aartsbisdom Utrecht te Rijsenburg die uit Uden afkomstig was.

Devotioneel drukwerk
- Devotieprenten: 1 kopergravure (36 x 23 cm) uit 1697 van Ph. Bouttats jr. te Antwerpen, voorstellende het Wonderkruis op een wolk en onder het Alziend Oog. Over de prent lopen drie banderollen met jaarschriften, voorzien van de teksten: 'VIgeat CrUX IesV patIentIs IesV VIrI DoLorVM'; 'VIr DoLorVM ChrIstVs IesVs trabe iIXVs sanet esVs serpentIs pestIferI'; 'IUstItIa VItaqVe orItVr ex ChrIsto VIro DoLorVM' ('Moge het kruis van de lijdende Christus krachtig zijn, van Jezus de man der smarten; moge de man der smarten Christus Jezus met dit hout de beet der verderfelijke slang genezen; rechtvaardigheid en leven ontstaan uit Christus de man der smarten'). Bovenaan de prent staat de tekst: 'Waere afbeeldinge van het wonderlijck en Miraculeus Crucifix uijt de aerde gewaschen, het welck bewaert ende ge'eert wort bij de E.E.W. Paters Cruijs Broeders Residerende tot Uden, in het Landt van Ravestein'. Onderaan staat de tekst: 'Compt vromen pelgrim leert beminnen een schoon pandt/den gecruijsten Jesum eert, gemaeckt door Godts handt/ah Jesus man der smerten: uw' heijligh bloet en wonden/geneest doch onse herten van alle sware sonden'. Daar weer onder staat een opdracht aan de landsheer, paltsgraaf Jan Willem van Neuburg, namens prior H. Bruins (Uden, Museum voor Religieuze Kunst); 2 ingekleurde kopergravure uit ca. 1700 (9 x 6,3 cm) van J. de Man sr. te Antwerpen. De gravure is - evenals de volgende - een vereenvoudigde versie van de vorige, voorzien van dezelfde teksten, waaraan rechts van het kruis een biddende kruisheer en linksonder de bedevaartkapel met enkele processies zijn toegevoegd (Uden, Museum voor Religieuze Kunst); 3 idem, eerste helft van de 18e eeuw, uitgegeven door S. Verbruggen (Antwerpen, Ruusbroecgenootschap; Uden, Museum voor Religieuze Kunst); 4 twee versies van een sepiakleurige druk (9,7 x 6 cm) uit ca. 1940 waarop een pentekening van het Wonderkruis is afgebeeld met daaronder de tekst 'Wonderkruis bij de Eerw. Kruisheeren te Uden'. Achterop staat een korte geschiedenis (Uden, kruisherenklooster); 5 zwartwitdruk uit 1949 (10 x 6,5 cm) met een foto van het Wonderkruis, waaronder de tekst 'Wonderkruis'. Op de achterzijde staan een korte geschiedenis en een kort gebed (Uden, kruisherenklooster).
Bronnen en literatuur Archivalia: Uden, archief van de kruisheren.
Tekstedities: C.R. Hermans ed., Annales canonicorum regularium S. Augustini ordinis S. Crucis. Ex monumentis authenticis, collegit, disposuit, illustravit, 3 dln. ('s-Hertogenbosch: P. Stokvis, 1858) 1, p. 9, uitgave van de aflaatbrief van E. van Marcka, 13 april 1517, 3, p. 18-19, de vermelding bij Hertzworms.
Literatuur: A.[rnold] H.[ertzworms] P.[rior] M.[osacensis], Religio sanctissimae crucis, seubrevis, ac solida informatio de ortu, progressu, ac statu in praesens. Nec-non de sanctis, ac quibusdam memorabilis viris, gestisque ejusdem religionis, sub lege Aurelij Augustini merentis (Roermond: Ophovius, 1686) p. 25; J.F. Foppens, Historia episcopatus Sylvaeducensis etc. (Brussel: F. Foppens, 1721) p. 299; H. Linnebank, 'Over het "Wonderkruis" van Uden', in: Bossche bijdragen 3 (1919) p. 68-76; 'Het Wonderkruis te Uden', in: H. Josephblad, 27 april 1924; X.Y., 'Het Eucharistisch leven in de Orde van het H. Kruis in vroeger eeuwen', in: Kruistriomph 4 (1924-1925) p. 9-10; L. Heere, ''t Bossche Wonderkruis te Uden', in: Kruistriomf (1936-37) p. 314-320; Charles Caspers, De eucharistische vroomheid en het feest van Sacramentsdag in de Nederlanden tijdens de late middeleeuwen (Leuven: Peeters, 1992) p. 232-233, vermelding van de culten te Kranenburg en Asse.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Uden-Wonderkruis.


  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<