HomeDatabankenBedevaarten

Fleringen, Kroezeboom

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Kroezeboom
Datum: Geen specifieke datum
Periode: 16e/17e eeuw (?) - 1730 / 1909 - heden
Locatie: Veldkapel bij de Kroezeboom op de Fleringer Es
Adres: -
Gemeente: Tubbergen
Provincie: Overijssel
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: Tot in de 17e eeuw stond bij de Kroezeboom op de Fleringer Es een veldkapelletje. Het is onbekend welke heilige hier werd vereerd. De plek met de boom bleef ook na de sloop van de kapel een heilige plaats voor katholieken uit de omgeving, die er tot circa 1730 de mis bijwoonden. In 1909 bouwde men een nieuwe kapel bij de boom die was gewijd aan het H. Hart van Christus. Sinds 1970 wordt de kapel bezocht door groepen die zich beijveren voor geloofsversterking en de vrede.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Aan de noordkant van de Fleringer Es staat midden in het veld de Kroezeboom (kruisboom). De Kroezeboom is het oudst geregistreerde exemplaar van een zomereik (quercus robur) in Nederland. De eik had in 1990 een omtrek van 680 cm en was toen zestien meter hoog. De oude eik wordt nu al langere tijd verzorgd door boomchirurgen. De Kroezeboom staat langs de Lansinksweg. Aan de ene zijde van de boom liggen landbouwgronden: de Fleringer Es; aan de andere zijde ligt een veld.
- De 'duizendjarige' Kroezeboom is tussen 1500 en 1600 waarschijnlijk als 'loakboom' of markeboom in het Twentse landschap aangeplant. In de middeleeuwen waren de gronden op de es gemeenschappelijke gronden. Met de markeboom als uitgangspunt konden de akkers op een eerlijke manier onder de boeren worden verdeeld. 'Kroes' (= krullend) betekent een mooi gevormde kroon van de boom, maar er kan ook een relatie liggen met het begrip (veld-)kruis; vgl. het artikel van Daan uit 1990. Deze naamsaanduiding voor eiken is op meerdere plaatsen in Nederland bekend. Dergelijke bomen konden verschillende functie hebben: als rechtsplaats, heilige plaats of grensmarkering.
- In de 17e eeuw stond er (nabij de boom?) een 'hilligen huesken' waar het kerkvolk nog steeds naar toe trok. Het kapelletje moet in de loop van de 17e eeuw zijn afgebroken. Onder de Kroezeboom is omstreeks 1909 wederom een heilig huisje opgericht. Het betrof een kleine neogotische bakstenen H. Hartkapel. Achter een hek in de kapel stond een H. Hartbeeld. Voor de kapel werd later een bidstoel geplaatst.
In 1944 werd deze veldkapel vervangen door een nieuwe kapel met rustaltaar. De nieuwe kapel zou aanvankelijk ontworpen worden door de Almelose architect Jan Jans, de regionale de specialist op het terrein van de landelijke bouwkunst. Omdat Jans echter niet katholiek was, werd de opdracht in 1943 aan de Bossche architect Hendrik W. Valk gegund. Het open gebouwtje is opgetrokken van hout en voorzien van lage muren in vakwerkstijl. Aan de voorzijde van het altaar is onder het jaartal 1944 een vis met broodkorf afgebeeld. Op het tafelvlak is een vierkante uitholling van enkele centimeters diep uitgebeiteld waarin de altaarsteen kan worden aangebracht als in de kapel een eucharistieviering wordt gehouden. De altaarsteen wordt bewaard op de pastorie van de Pancratiusparochie te Tubbergen.
- Van 1910 tot 1944 stond in de kapel een H. Hartbeeld. Dit beeld werd in 1910 geschonken door pater Von Bönninghausen s.j. Het beeld, dat 1,50 meter hoog is, werd in april 1910 vervaardigd van harde Savonnièresteen en geprepareerd door het atelier W. Mengelberg voor een bedrag van ⨍150,-. Sinds 1971 staat het H. Hartbeeld in de parochiekerk Onbevlekt Hart van Maria te Fleringen. Het is niet bekend of dit beeld enige bijzondere verering geniet.
Cultusobject - Het is onbekend welke heilige werd vereerd in het kapelletje dat tot in de 17e eeuw bij de Kroezeboom stond.
- Of de Kroezeboom op enigerleiwijze bij een cultus was betrokken, is eveneens onduidelijk.
Verering De 17e en 18e eeuw
- In een 17e-eeuwse bron wordt de kapel van Fleringen, het 'hilligen huesken', in één adem met de bedevaartkapel van ⟶ Enter genoemd. De kapel, die in de loop van de 17e eeuw is afgebroken, stond in de buurt van de Kroezeboom. Ondanks de afbraak bleef het kerkvolk de plaats bezoeken en werden er bij de boom erediensten gehouden. Het is, zoals gezegd, niet bekend welke heilige in de kapel werd vereerd.
Priesters van over de grens kwamen naar de Kroezeboom om, vóórdat de zon opkwam, in het geheim eucharistievieringen te houden. De rondtrekkende priester Henricus Smithuis wordt steeds met de katholieke bijeenkomsten bij de Kroezeboom in verband gebracht. De wagen waarop het altaar en de priester naar de plaats van de Kroezeboom werden vervoerd, diende als preekstoel. Katholieken uit onder andere Tubbergen trokken naar de Kroezeboom. Rond 1730 zou aan de bijeenkomsten van de katholieken bij de Kroezeboom een einde zijn gekomen.

De 20e eeuw
- Bij de viering op 15 juli 1909 van het eeuwfeest van de teruggave van de Pancratiuskerk trokken de katholieken van Tubbergen na de eucharistieviering in processie naar de Kroezeboom waar een mis werd opgedragen door pater Von Bönninghausen s.j. De gezangen werden verzorgd door het St. Pancratiuskoor.
- In 1916 werd, na een lang juridisch gevecht over de nalatenschap van Lodi E.F.J. baron von Bönninghausen (1828-1910) en diens weduwe J.Th.F. Charlotte van Meyden (1824-1907), notarieel bepaald dat de Kroezeboom en een stuk grond met een straal van 20 meter, gemeten uit het hart van de boom, geschonken werd aan de St. Pancratiusparochie te Tubbergen. Gesprekken en onderhandelingen hierover waren al in 1909 begonnen.
- Tot aan de Tweede Wereldoorlog droeg men ieder jaar in de zomer een mis op bij de Kroezeboom. De gelovigen gingen dan te voet vanaf de Pancratiuskerk van Tubbergen onder begeleiding van het muziekkorps naar het kasteel Herinckhave waar vele anderen zich bij de stoet aansloten om vervolgens samen verder te gaan naar de Kroezeboom.
- Op 20 december 1970, de vierde zondag van de advent, werd op instigatie van de zgn. 'Groep Kroezeboom', een onafhankelijke groep katholieken die bezorgd waren om de achteruitgang van het katholieke geloof, een stille tocht gehouden naar de veldkapel bij de Kroezeboom. Aan de tocht, waaraan een korte gebedsdienst vooraf ging, namen enkele honderden belangstellenden deel uit Fleringen en omgeving, begeleid door een aantal jongeren met fakkels. Deken H.J.B. Mulders droeg het Allerheiligste in de processie mee. Tijdens het lopen klonk vanaf de putten bij boerderijen in de omgeving het geluid van midwinterhoorns. Aangekomen bij de Kroezeboom werd een dienst gehouden. Er werden advents- en kerstliederen gezongen met het Tubbergens mannenkoor en vier koperblazers. Kapelaan Rigter hield een preek en besloot deze als volgt: 'Katholieken van Twente; staar u niet langer blind op dingen die fout gaan in de kerk en in de wereld. De vleze Christus is hier, en in ons midden'. Het gevaar zou niet van buiten komen, maar de kracht van het geloof zou in de eigen gelederen ernstig zijn aangetast. Speciaal het geloof in de 'waarachtige tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie' zou ernstig hebben geleden.
Dankzij dit initiatief werd de locatie voor het eerst in haar geschiedenis het doelwit van tochten met een religieuze intentie en een regionaal karakter die met enig recht 'bedevaarten' mogen worden genoemd, al ontbreekt een duidelijk cultusobject.
Het initiatief werd vervolgens overgenomen door kapelaan Rigter van de St. Lambertusparochie te Hengelo en de Twentse afdeling van de Amsterdamse Stille Omgang. Ook de geestelijkheid en de jeugdorganisaties uit Tubbergen wilden aan dit initiatief graag hun medewerking verlenen.
- Tegenstanders van de processie naar de Kroezeboom waren pastoor W.P.A. van Koeverden en kapelaan G.A. Hoitink van Albergen, belast met de zielzorg in Fleringen en Albergen. Vanaf de preekstoel gaven beide geestelijken in een verklaring aan de gelovigen aan waarom zij zich wensten te distantiëren van het initiatief om deze tocht naar de Kroezeboom te houden. De gelovigen konden in de kerk een stencil vinden met de verklaring van de beide priesters. De controverse werd in de regionale kranten nogal breed uitgemeten. Als voornaamste bezwaar tegen de tocht voerden de beide geestelijken aan dat in Nederland nog steeds een processieverbod van kracht was. Bovendien was de wintertijd niet de tijd om een Sacramentsprocessie te houden. De organisatoren van de stille tocht spraken daarop af dat de geestelijken die wel aan de processie deelnamen geen kerkelijke gewaden zouden dragen binnen het publieke domein.
- Sinds een tiental jaren is de Kroezeboom ter afsluiting van de vredesweek tijdens het derde weekend van september een van de verzamelpunten voor de deelnemers aan de vredesfietstochten. Aanvankelijk kwamen de fietsers samen in het openluchttheater van Hertme. In 1985 besloten de vredesgangers uit de regio Tubbergen echter om persoonlijke redenen niet meer aan de festiviteiten in Hertme deel te nemen. In 1986 namen een zestal jongeren uit de regio Tubbergen het initiatief om de vredesweek voortaan op eigen wijze af te sluiten. Essentieel onderdeel van dat initiatief waren de oecumenische samenkomsten bij de Kroezeboom. In de jaren negentig van de 20e eeuw werden de gebedsdiensten verschoven naar vredeszondag. De parochie van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand uit Almelo gaat in de vredesweek 'op bedevaart' naar de Kroezenboom.
Materiële cultuur - Er zijn twee ansichtkaarten op briefkaartformaat in omloop van de Kroezeboom met kapel.

Bronnen en literatuur Archivalia: Zwolle, Rijksarchief in Overijssel: huisarchief Herinckhave, collectie Von Bönninghausen, inv.nr. C804, aantekeningen E.J.M. von Bönninghausen betreffende de havezate Herinckhave en 'Kroezeboom'. Tubbergen, parochiearchief St. Pancratius, liber memorialis.
Literatuur: J. Geerdink, Eenige bijdragen tot de geschiedenis van het archidiaconaat en aartspriesterschap Twenthe en calendarium St. Plechelmi te Oldenzaal (Vianen: De vijfheerenlanden, z.j.) p. 145 en 370; W.G.A.J. Röring, Kerklijk en wereldlijk Twente. Historische schetsen (Oldenzaal, 1909) p. 313-316; 'Het kapelletje onder den 'Kroezenboom' bij Tubbergen', in: Katholieke Illustratie 44 (1909-1910) p. 584; 'Kroezenboom', in: Katholieke Illustratie, 11 juli 1923; A.E. Rientjes, 'Historische inleiding', in: Honderd jaar katholiek Twente 1853-1953 (z.pl. 1953) p. 15; W.H.Th. Knippenberg, 'Hagelkruisen, broodbedelingen, processies 1', in: Brabants heem 9 (1957) p. 36; 'Zorgen over voortbestaan r.-k. geloof. Groep katholieken houdt tocht naar Kroezeboom', in: Twentsche Courant, 7 december 1970, aankondiging; 'Grote belangstelling verwacht voor tocht naar de Kroezeboom', in: Twentsche Courant,12 december 1970, aankondiging; 'Geestelijkheid Fleringen tegen tocht naar de Kroezeboom', in: Twents Dagblad, 14 december 1970; 'Prediking bij Kroezeboom in Fleringen. Omstreden adventstocht trok honderden mensen', in: Tubantia, 21 december 1970', verslag; L. Thien, 'De Kroezenboom op de Fleringer Es', in: Jaarboek Twente 10 (1971) p. 78-81; F. Smit en B. Smithuis, Kerkelijke geschiedenis van Tubbergen. St. Pancratiusparochie (z.p. 1972); H. Greven, Geschiedenis van Tubbergen. Van schaduw tot licht (Enschede: Twents-Gelderse uitg. Witkam, 1978) p. 44-45; A.L. Hulshoff en H. Hulshoff, Herinkhave, havezate in Twente (z.pl. 1978) p. 27-28; Kijk op Nederland (Amsterdam-Brussel: Elsevier, 1980) afb. 282; O. Jong, Het wicht en de dree drieksen. 1280-1980. 700 jaar Tubbergen (z.p. 1980) p. 74; parochieblad Pancratiuskerk Albergen, 21 september 1986, aankondiging; 'Afsluiting vredesweek in openluchttheater Hertme', in: Twentsche courant, 25 september 1986, aankondiging; 'Ontspannen sfeer op vredesdag in Hertme', in: Twentsche courant, 29 september 1986', verslag; T. Hesselink-Van der Riet, De kerkgeschiedenis van Albergen en omstreken. De 11.000 maagden 1372. De H. Pancratius 1955 (Albergen: Stichting Heemkunde Albergen, 1987) p. 12-15; 'Gebedsdienst Kroezeboom: steeds meer een eigen karakter', in: Twentsche courant, 26 september 1988, verslag; Jo Daan, 'Kroezenboom, een kroes kruis', in: J.B. Berns e.a. ed., Feestbundel aangeboden aan prof.dr. D.P. Blok etc. (Hilversum: Verloren, 1990) p.44-50; J.H. Wigger, Inventaris. Huisarchief Herinckhave te Fleringen 1366-1965 waarin opgenomen de collectie Von Bönninghausen 1488-1986 (Zwolle: Rijksarchief in Overijssel, 1989) inv.nr. C804; G. de Graaff, F. Moens, B. Maas en M. Ten Cate-Van Elsland, Monumentale bomen in Nederland (Meppel: Boom, 1991) p. 16, 55-57 (met afbeelding 'Kroezeboom'), 193, nr. 124 (bijlage 1), 230 (bijlage 2); H.E. Niemeijer, 'Reformatie en volkscultuur in het achterland van Deventer 1597-1633', in: Overijsselse historische bijdragen 109 (1994) p. 69; 'Kroezeboom kan nog eeuwen mee', in: Algemeen dagblad, 18 november 1995, verslag; F.G.H. Löwik, 'Gods boaken in de tied', in: Katholiek Nieuwsblad 43 (1995) p. 32; J. Schuyf, Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden (Utrecht: Matrijs: 1995) p. 94-95; 'Majestueuze Kroezeboom op de Fleringer Es blijft ook bij regen een zinnebeeld van toevlucht en bedevaart', in: De roskam. Onafhankelijk weekblad voor Twente 2, 27 september 1996; J.M.M. van der Vaart, Hendrik Willem Valk 1886-1973. Moderne bouwtechniek - neoromantische esthetiek (Rotterdam: Stg. Bonas/NAi, 2007) p. 216.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Fleringen; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993).
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<