Tiel, H. Walburg (Walburgis, Walburga)

Cultusobject: H. Walburg (Walburgis, Walburga)
Datum: 25 februari; 1 mei (?)
Periode: 11e eeuw (?) - 12e eeuw (?)
Locatie: De Kloosterkerk van St. Walburg
Adres: -
Gemeente: Tiel
Provincie: Gelderland
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: Over deze waarschijnlijk in de 11e eeuw ontstane cultus van St. Walburg zijn maar weinig gegevens bekend. Het is niet duidelijk of de cultus de 12e-eeuwse stadsbrand heeft overleefd.
Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie - De Walburgkerk werd gesticht in het midden van de 10e eeuw als kerk van een nonnenklooster. In 1015 stichtte bisschop Adelbold van Utrecht een kapittel van seculiere kanunniken in de kerk. Het klooster was toen al verdwenen. In 1136 zijn de Walburgkerk en een groot deel van de stad afgebrand. De kanunniken vertrokken in 1328 naar ⟶ Arnhem, waarna de kerk met alle bijbehorende rechten en goederen werd gekocht door de commanderij van de Duitse orde te Ophemert. In 1346 (of 1354?) brandde de kerk opnieuw af. Zij werd pas in 1403 na herbouw weer in gebruik genomen. De Walburgkerk is in 1679 afgebroken.
- De huidige St. Dominicuskerk (uit 1938) aan het St. Walburgkerkpad staat op de plaats van de vroegere kloosterkerk. Interieur noch liturgie verwijzen naar Walburg. De gedachtenis aan de heilige leeft momenteel alleen nog voort in de straatnaamgeving.
Cultusobject - Zie voor deze heilige ⟶ Arnhem, H. Walburg.
- Een reliek van Walburg was in de kerk aanwezig, deze was afkomstig uit Eichstätt die op zijn beurt Walburgrelieken uit Heidenheim (het klooster waar Walburg abdis is geweest) had ontvangen.
Verering - Van de Tielse cultus is niet méér bekend dan dat omstreeks 1022 vier wonderen zouden zijn geschied, en tussen 1024 en 1027 nog één wonder. Personen uit Engeland, Duitsland en de Nederlanden werden voor het altaar van St. Walburg genezen van geestesziekten (duivelse bezetenheid), bloedingen of verstijving. Een boetepelgrim raakte er van zijn ijzeren ketenen verlost, die als ex-voto aan de muur van de kerk werden opgehangen. De eerste vier mirakelen zijn door de koster van de kerk beschreven in een geschrift (1022-1026) dat is opgedragen aan bisschop Adelbold van Utrecht.
- Het is de vraag of de verering de stadsbranden in de 12e en de 14e eeuw heeft kunnen overleven. Er bestaan geen latere gegevens over een cultus dan de mirakelen uit 1022-1027.

Bronnen en literatuur Archivalia: Brussel, Koninklijke Bibliotheek: Miracula sanctae Waldburgae Tielensia (15e eeuw) hs. 7917, f.108r-110r.
Tekstedities: Bovengenoemd hs. is uitgegeven in: S. Muller Fz. en A.C. Bouman, Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301, dl. 1 (Utrecht: A. Oosthoek, 1920) p. 164-168. Het betreft het verslag en de brief van de koster van Tiel; M. Carasso-Kok, Repertorium van verhalende historische bronnen uit de middeleeuwen (Den Haag: M. Nijhoff, 1981) p. 111-112.
Literatuur: De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Gelderland, afl. 2 [Tielerwaard] (Den Haag: Alg. Landsdrukkerij, 1946) p. 361-447; A. Bang-Kaup, 'Walburga', in: Lexikon für Theologie und Kirche, dl. 10 (Freiburg: Herder, 1965) k. 928; Atlas zur Kirchengeschichte. Die christlichen Kirchen in geschichte und Gegenwart (Freiburg: Herder, 1970) p. 24-25, vermelding reliek Eichstätt; H. van Rij en A. Sapir Abulafia ed., Alpertus van Metz, Gebeurtenissen van deze tijd & Een fragment over bisschop Diederik I van Metz (Amsterdam: Verloren, 1980) p. XV-XVI.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Tiel.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<