HomeDatabankenBedevaarten

Susteren, H. Amelberga en andere 'Susterense' heiligen (Heiligdomsvaart)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Amelberga en andere 'Susterense' heiligen (Heiligdomsvaart)
Datum: Zevenjaarlijks van 12 tot 22 juli; vanaf 1993 op andere data
Periode: 14e eeuw (?) - 16e eeuw / 1888 - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Amelberga
Adres: Relindisstraat 1, 6141 HB Susteren
Gemeente: Susteren
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Nadat de abdij van Susteren volgens een 18e-eeuwse bron omstreeks 882 was verwoest door de noormannen, werd ze herbouwd en bevolkt door monialen. Volgens de overlevering was Amelberga de eerste abdis na de herbouw. In 1174 wordt de eerste keer expliciet melding gemaakt van reliekhouders en meer in het bijzonder van relieken van Amelberga, Albricus en Gregorius. In 1447 wordt vermeld dat in Susteren om de zeven jaar een reliekentoning bestaat. Deze heiligdomsvaart is in de loop van de 16e eeuw teloorgegaan. Vanaf 1863 groeide een nieuwe interesse voor de relieken van Susteren. Mgr. Snickers en mgr. Boermans verhieven de relieken van Susteren in 1886, waarna pastoor Hillen in 1888 de heiligdomsvaart herstelde. Sedertdien wordt in de regel elke zeven jaar de heiligdomsvaart gehouden. Ofschoon de heiligdomsvaart nog steeds duizenden bezoekers trekt is het bedevaartkarakter sedert de jaren zestig grotendeels verdwenen.
Auteur: Annie Schreuders-Derks & Antoine Jacobs
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie Middeleeuwse abdij
- Op 2 maart 714 ontving de missionaris en bisschop Willibrordus uit handen van de Frankische hofmeier Pepijn II van Herstal en diens vrouw Plectrudis het landgoed 'Suestra'. Op het landgoed stond een kleine hoeve en een kloostertje, dat voorzien was van een gebedsruimte. Het kloostertje werd van de grond af herbouwd. Tevens verrees een nieuwe kerk die toegewijd werd aan de H. Verlosser (Sanctus Salvator) en de HH. Petrus en Paulus. De abdij - waarschijnlijk niet meer dan enige losse houten gebouwen en een stenen zaalkerkje - werd aan Willibrord, die tevens de eerste abt werd, weliswaar in eigendom overhandigd, maar hij en de volgende abten waren wel gehoorzaamheid verschuldigd aan Pepijn en zijn nakomelingen. Susteren mag derhalve een karolingisch 'familieklooster' genoemd worden. Diverse familieleden van Plectrudis werden in Susteren begraven: Vastradis, de echtgenote van Plectrudis' neef Alberik (Albricus, Albericus), haar zoon abt Gregorius en haar kleinzoon bisschop Alberik van Utrecht. De abdij was bestemd voor de opvang van rondreizende missionarissen. De ligging halverwege Echternach en Utrecht was gunstig, omdat zo de missiegebieden Eifel en Friesland met elkaar verbonden werden. Voor de missionering van de Maasgouw en Toxandri� moet Susteren eveneens van grote betekenis geweest zijn. Willibrord zelf verbleef enige malen in de abdij. De route die Willibrord bij een van zijn terugreizen van Susteren naar Echternach ondernam, zou bekend blijven als de Willibrordusweg. Nog niet geheel duidelijk is of het oudste Susteren een mannenabdij was of dat er sprake is geweest van een dubbelklooster volgens de Ierse traditie. De meeste geleerden pleiten voor een dubbelklooster. Opgravingen op het Salvatorplein naast de stiftskerk hebben de resten van houten bouwwerken uit de achtste eeuw aan het licht gebracht, die het bestaan van een vestiging ten tijde van Willibrord aantonen.
- Waarschijnlijk is de abdij nadien geleidelijk uitgebreid. Volgens de 17e-eeuwse kerkhistoricus Knippenbergh werd Susteren in 882 door de noormannen verwoest. Expliciete gegevens hierover ontbreken echter. Het is geenszins uitgesloten dat de overgang van een mannenabdij naar een abdij van monialen samenhing met deze verwoesting. In 891 schonk keizer Arnulf van Karinthi� Susteren, dat dan een abdij van benedictijner monialen blijkt te zijn, aan de kunstenaar-monnik Siginand van Pr�m (D). Enkele jaren later schonk Siginand op zijn beurt Susteren aan de abdij van Pr�m. Koning Zwentibold bevestigde deze schenking in 895, waarna Karel de Eenvoudige de schenking in 916 nogmaals bevestigde. Tot 1312 zijn er geen geschreven bronnen meer van en over de abdij voorhanden, met uitzondering van een in 1174 opgestelde reliekeninventaris. In de pachtakte van 29 december 1312 heet het dat de dekanes en het convent een stuk land verpachten aan een zekere Egidius Meys-cen. De titel 'dekanes' geeft aan dat Susteren niet langer meer een abdij van monialen is, maar een stift van kanunnikessen. Tot 1794 bevolkten adellijke stiftsdames de abdij. Zij vluchtten bij de komst der Fransen. Op 19 juni 1802 werd het kapittel bij arrest van de Franse overheid opgeheven.
- Vanwege het geringe aantal geschreven bronnen is Susterens oudste geschiedenis moeilijk te reconstrueren. Naast de formele geschiedschrijving zijn sedert 1980 enige amateur-historici actief (zie onder Bronnen: 'Literatuur uit de lokaal-Susterense "school"') om met behulp van discutabele onderzoeksmethoden een 'eigen' of 'alternatieve' geschiedenis van Susteren te schrijven. Mede daarom wordt Susterens oudste geschiedenis hier nog eens apart behandeld.
Stiftskerk en parochiekerk
- Van de middeleeuwse abdij resteert alleen nog de kerk, die in de dorpskern van Susteren ligt. Sedert de tijd van Willibrord was zij toegewijd aan Salvator en Petrus en Paulus. Deze titel bleef de kerk houden tot 1794. De kerk zelf stamt uit de 10e of 11e eeuw en is gebouwd in ottoonse stijl. Qua opbouw en stijl vertoont zij grote overeenkomst met het munster van Essen (D) en de (abdij-)kerken van Heiningen en Werden (D). In de jaren 1889-1893 en 1896-1899 is zij door architect Lambert von Fisenne 'stijlzuiver' gerestaureerd. Het westwerk, in zijn huidige gedaante met twee torens, is het resultaat van die restauratiecampagne.
- Naast de stiftskerk lag ter plaatse van het huidige kerkhof de aan O.L. Vrouw toegewijde parochiekerk. Buiten de muren van Susteren lag een aan Willibrordus gewijde kapel, die 'papenmunster' genoemd werd. Na 1543 was de Willibrorduskapel zo vervallen, dat het Willibrordbeneficie overgebracht werd naar de O.L. Vrouwekerk, die vervolgens op haar beurt in de volksmond 'papenmunster' ging heten. Omstreeks 1780 werd ook de parochiekerk gesloopt. Sedert die tijd fungeerde de stiftskerk tevens als parochiekerk. In de 19e eeuw heeft de stiftskerk de titel Amelberga aangenomen. Waarom en wanneer dat precies gebeurd is, is niet bekend.
- In 1944 werd de stiftskerk beschadigd en na 1945 hersteld. In de jaren 1971-1972 werd de kerk door architect ir. Satijn gerestaureerd. Bij die gelegenheid werd het interieur ontdaan van zijn neoromaanse decoratie.
De schatkamer
- De Amelbergakerk te Susteren is een van de weinige kerken in Limburg die over een schatkamer beschikt. Sedert de restauratie in de jaren tachtig van de 19e eeuw was deze ruimte, waarin alle relieken en overige kostbaarheden van de kerk ondergebracht waren, gesitueerd in de zuidelijke toren, vlak bij de ingang van de kerk. Tot 1971 bleef de schatkamer daar gevestigd. Daarna verhuisde zij naar een op de eerste verdieping gelegen kamer in de noordelijke toren. Sedert 1997 is zij ondergebracht in parochiehuis ''t Stift', dat aan de oostkant van het Amelbergaplein ligt. Bisschop Wiertz van Roermond opende de nieuwe schatkamer, een moderne museale ruimte die gelegen is in het souterrain, op 3 mei 1997. De reliekhouders, textilia en overige kunstvoorwerpen worden er in vitrines tentoongesteld. In een aparte videoruimte wordt de bezoeker de geschiedenis van Susteren en zijn stift verteld.
Cultusobject De relieken

- Het in 1174 door abdis Imago van Loon geschonken evangeliarium bevat de oudst bekende relieken-inventaris van Susteren. De kerk bezat toen 17 reliekhouders, die deels van goud en zilver waren. Genoemd worden onder meer een houder voor een H. Kruisreliek, de drinkbeker van Amelberga, de gordel van Gregorius en de tuniek van Alberik. Twee nieuwe inventarissen werden op 6 en 13 november 1688 opgemaakt. Op 24 november van dat jaar werden de relieken, met het oog op dreigend oorlogsgevaar, naar het Roermondse kruisherenklooster overgebracht. De lijsten vermelden met name relieken van Susterense heiligen: een reliekhouder van fijn goud met daarin een reliek van Zwentibold, het hoofd en twee kledingstukken van Zwentibold; in blauwe zijde gewikkelde relieken van Amelberga, haar drinkschaal en een deel van haar schedel; in gekleurde zijde gewikkelde beenderen van Gregorius en Alberik; het hoofd van Gregorius; relieken van Benedicta en Caecilia. Daarnaast worden genoemd: een zilveren kruis met een relikwie van het H. Kruis, een vergulde reliekhouder met zalf waarmee Christus in het huis van Martha gezalfd is, de zalfdoos van Maria Magdalena, een kledingreliek van Johannes de Evangelist en relieken van Walburgis. Een ongedateerde en onvoltooide 18e-eeuwse inventarislijst vermeldt onder meer relieken van Johannes Evangelist, de apostel Matthias, St. Joris, de zalfdoos van Maria Magdalena, de H.Kruisreliek, een vierkante met zilveren plaatjes beklede cassette met veel relikwie�n o.a. van Amelberga, de bokaal van Amelberga en een zilveren doosje met een tand van Zwentibold. Hieronder volgt een overzicht van de relieken der Susterense heiligen die - tenzij anders vermeld - in de schatkamer worden bewaard.
Amelberga

- Amelberga (feestdag 27 november) was abdis van het klooster te Susteren. Volgens de overlevering was zij de opvoedster van Benedicta, Caecilia en Relindis, de drie dochters van koning Zwentibold. Zij moet derhalve rond 900 geleefd hebben. De inventaris uit 1174 maakt melding van haar drinkbeker, die als reliek is bewaard gebleven. In 1383 wordt een Amelberga-altaar genoemd in de stiftskerk. In de iconografie wordt Amelberga afgebeeld als abdis in benedictijns gewaad. Op een reli�f van het 12e-eeuws reliekschrijn is zij afgebeeld met een model van de kerk van Susteren.
- In de schatkamer van Susteren bevindt zich een 12e-eeuws eikenhouten reliekschrijn (52 x 36 x 41 cm) dat de vorm heeft van een huis. Het schrijn was aanvankelijk bekleed met zilveren platen die voorstellingen bevatten van apostelen, de deugden en Christus Salvator. Deze platen zijn op het eind van de 19e eeuw verwerkt in een nieuw schrijn. Een nieuw Amelbergaschrijn werd in 1890 vervaardigd door de Susterense beeldsnijder Arnold Engelbrecht. Het betreft een eikenhouten kist die slechts aan drie zijden bekleed is: een lange zijde en de twee frontons in verguld koper en �mail cloisonn� met applicatie van een aantal zilveren platen die aanvankelijk op het 12e-eeuwse schrijn zaten. De afmeting van dit schrijn is 104 x 32 x 56 cm. Op de frontons staan Christus Salvator (of de Majestas Domini) uit de 12e eeuw en Amelberga (1890) met onder de voet in �mail het opschrift 'sors illorum est'. Op de lange zijde staan Petrus (12e eeuw), Paulus (1890), Andreas (12e eeuw), Jacobus (12e eeuw), Johannes (1890) en Bartolomeus (1890). Op het zadeldak zijn zes allegorie�n van deugden verwerkt. Zij stammen met uitzondering van 'fortitudo' ('moed') alle uit de 12e eeuw.
- De zwaar gepolychromeerde notenhouten reliekbuste van Amelberga (hoogte 52 cm) is vervaardigd door Jan van Steffeswert en stamt uit het eerste kwart van de 16e eeuw. De relieken bevinden zich in het hoofd (onder kristal) en op de borst (in een ronde theca). De buste werd in 1886 gerestaureerd door beeldhouwer Goertz uit Waldfeucht (D).
- Botrelieken van Amelberga, Benedicta, Caecilia en Gregorius bevinden zich ook in een klein schrijn van verguld koper en glas (hoogte 16 cm) dat in de 19e eeuw in Parijs vervaardigd is.
- Een ovaal, koperen reliekhoudertje uit de 19e eeuw (7 x 5,5 cm) bevat relieken van Amelberga en Caecilia.
- De 18e-eeuwse ongedateerde inventarislijst vermeldt verder een grote zilveren bokaal met een vergulde kom. Deze bokaal zou Amelberga hebben toebehoord. Lijders aan keelpijn liet men uit deze bokaal bier drinken. Tot omstreeks 1900 is deze drinkbeker in het bezit van een van de schutterijen geweest; sedertdien is de beker spoorloos.

Benedicta

- Benedicta (Benigna) was volgens de overlevering een van de dochters van koning Zwentibold. Na de dood van haar vader werd zij ondergebracht in het klooster van Susteren, waar zij, samen met haar zusters Caecilia en Relindis, door abdis Amelberga werd opgevoed. Zij zou Amelberga als abdis zijn opgevolgd. Bewijzen hiervoor ontbreken echter. Er bestaat geen specifieke iconografie van Benedicta.
- De schatkamer van Susteren heeft een 52 cm hoge houten reliekbuste die in het eerste kwart van de 16e eeuw door Jan van Steffesweert gesneden is. In de rechthoekige theca in het voetstuk bevinden zich enige botrelieken. In een houten doos (44,5 x 21 x 27,3 cm) die in 1885 gemaakt is, bevinden zich, gewikkeld in gele zijde, de schedel en enige beenderen.

Caecilia

- Caecilia zou volgens de overlevering Benedicta als abdis van Susteren zijn opgevolgd. Ook van haar is geen specifieke iconografie bekend.
- De 52 cm hoge gepolychromeerd houten reliekbuste is door Jan van Steffesweert in het eerste kwart van de 16e eeuw gemaakt. In het voetstuk is een theca aangebracht met daarin enige botrelieken. Een houten doos (44,7 x 21 x 27,5 cm) uit 1885 bevat de in gele zijde gewikkelde schedel van Caecilia.

Gregorius

- Gregorius (feestdag 25 augustus) was een zoon van Alberik en Vastrada en een neef van Plectrudis. Hij werd opgevoed aan het hof van Karel Martel. In 721 sloot hij zich op circa 15-jarige leeftijd aan bij Bonifatius en werd diens naaste medewerker. Hij werd in 748 abt van de St. Salvatorabdij te Utrecht. Na de dood van Bonifatius in 753 nam hij het bestuur op zich van het bisdom Utrecht. Hij werd echter nooit tot bisschop gewijd. Hij overleed in 776. Na zijn dood werd hij in Susteren begraven. Gregorius' leven is beschreven door een van zijn leerlingen, de H. Ludger. Gregorius en zijn neef Alberik viel na hun dood een grote verering ten deel. Zij werden daarom de tweede patroonheiligen van de kerk.
- Een op 13 november 1688 opgestelde inventarislijst vermeldt een zilveren kruis dat met rode stenen versierd is. In de linkerarm van het kruis waren relieken van Gregorius opgenomen. Een in linnen gewikkelde reliek van het hoofd van Gregorius was eveneens aanwezig. In 1885 werd een groot deel van het hoofd van Gregorius bewaard in een korfje op een zijaltaar in de kerk. Een ander deel van het hoofd bevond zich in de reliekbuste.
- In 1998 was in de schatkamer aanwezig: een gepolychromeerd houten reliekbuste van 64 cm hoog die in 1890 door Engelbrecht uit Susteren vervaardigd is. De buste is deels verguld en versierd met gekleurde glasstenen. In het hoofd bevindt zich de schedel van Gregorius. Een houten doos (60 x 17 x 20 cm) uit 1885 bevat eveneens beenderrelieken van Gregorius. Een koperen, zonnevormig reliekostensorium bevat beenderen van Gregorius en Alberik. Het ostensorium werd in 1886 vervaardigd door atelier L. Loven uit Roermond. Een eenvoudig geciseleerd koperen reliekschrijn uit 1898 (55 x 24,5 x 60,5 cm) bevat eveneens botrelieken van hem. Op de achterzijde staat de inscriptie: 'H. Gregorius epis. Ultr.' Op de rand aan de onderkant staat: 'De dankbare oud-leerlingen van 't bissch. college van Roermond op het 25-jarig priesterfeest van pastoor W. Hillen'.

Alberik

- Alberik (Albericus, Albricus; feestdag 14 november) volgde in 776 zijn oom Gregorius op als bestuurder van het bisdom Utrecht. Hij vergezelde Karel de Grote in 776 naar Rome. In 778 werd hij in Keulen tot bisschop gewijd. Uit een gedicht van Alcuinus kan worden afgeleid dat hij goede contacten onderhield met het hof. Hij overleed in 784 en werd in Susteren begraven.
- De inventarislijst van 6 november 1688 vermeldt relieken die in gekleurde zijde gewikkeld waren. In 1885 werden grote en kleine beenderen van Alberik, gewikkeld in kostbaar met naaldwerk versierd linnen, in een mandje bewaard op het zijaltaar. In de schatkamer bevond zich een borstbeeld met in zijde gewikkeld de schedel van Alberik.
- In 1998 waren nog aanwezig een gepolychromeerd houten reliekbuste van 65 cm hoog, die in 1890 door Engelbrecht werd vervaardigd en de schedel van Alberik bevat. De buste is deels verguld en bezet met gekleurde glasstenen. De buste is een pendant van de Gregoriusbuste. Verder bevat een houten doos (60 x 17 x 20 cm) uit 1885 beenderrelieken van Alberik. Het zogenaamde kleed van Alberik is een uit Noord-Duitsland afkomstig stuk (ca. 55 x 35 cm) halfzijde uit de 15e eeuw. De doek is waarschijnlijk gebruikt om er relieken van Albricus in te wikkelen. De doek werd in 1885 teruggevonden in een loden kist met relieken die afkomstig waren uit de in de 18e eeuw verloren gegane reliekschrijn van Alberik. In de 19e eeuw meende men dat het stuk textiel een deel van Alberiks tuniek was. De tuniek werd immers reeds in de inventaris van het evangeliarium uit 1137 genoemd.

Zwentibold

- Zwentibold (Swentibold, Sanderboldus, Sanderbout, Xhenderboldus; feestdag, 13 augustus) was een onwettige zoon van keizer Arnulf van Karinthi�. In 895 werd hij koning van Lotharingen, waarmee het middenrijk van Lotharius werd hersteld. In 897 trouwde hij met Oda, de dochter van hertog Otto de Doorluchtige van Saksen. Zijn korte regering werd gekenmerkt door een reeks conflicten met vazallen. Op 13 augustus 900 sneuvelde hij in een veldslag in de buurt van Susteren (nabij de Maas) tegen opstandige edelen. De overlevering wil dat hij in Susteren werd begraven. Rond Zwentibold ontwikkelden zich vele sagen. De 'schenking van de Graet' aan de 14 dorpen die eraan grensden is de belangrijkste. De Graet was aanvankelijk een bos, dat geleidelijk transformeerde tot een heidegebied. Tot in de 19e eeuw werd in de dorpen rond de Graetheide na de mis gebeden voor de zielenrust van Zwentibold en werd hij er als heilige vereerd. Kronenburg vermeldt: 'In de parochiekerk van Elsloo wordt hij nog heden [1899] ten dage als weldoener der gemeente van de doodenlijst afgekondigd'. Zijn cultus is echter nooit officieel erkend.
- De Acta Sanctorum maken melding van een tand van Zwentibold die opgeborgen was in een zilveren doosje. Mensen die aan kiespijn leden, werden van dit ongemak genezen als Zwentibolds tand tegen de zieke kies werd gehouden. Waarschijnlijk is deze tand later gebruikt als een Apolloniareliek (? Susteren, Apollonia).
- De schedel van Zwentibold wordt bewaard in de schatkamer. De schedel is verpakt in stof en gekroond met een gouden lauwerkrans. Het geheel bevindt zich in een 17e- of 18e-eeuwse witgelakte reliekhouder. Op de voet van de houder staat: 'S. Sanderboldus.' Het zogenaamd kleed van Zwentibold is een 14e of 15e-eeuwse groen fluwelen van enig borduurwerk voorziene wapenrok. Het kleed werd in de 19e eeuw teruggevonden, verknipt als kussenovertrek in de biechtstoel.

Oda

- Oda (Odegundis) was de vrouw van Zwentibold. Uit hun huwelijk zouden drie dochters geboren zijn: Benedicta, Caecilia en Relindis. Relindis zou zich als kluizenares in Flemalle (B) gevestigd hebben. Oda en haar twee andere dochters zouden ook in Susteren begraven zijn.
- De schedel van Oda wordt eveneens bewaard in de schatkamer. Haar reliekhouder is een pendant van die van Zwentibold en draagt het opschrift: 'S. Odegundis.'.
Verering Middeleeuwen

- Kroniekschrijver Egidius van Orval schreef in 1131 dat de bisschoppen van Luik in de loop der tijden alle heiligen van Susteren uit hun graven hadden verheven. Hun stoffelijke resten waren ter verering geplaatst in kassen en vergulde schrijnen. Egidius vermeldt echter niet wie er verheven waren. In het evangeliarium van Susteren uit 1174 is ook een kerkinventaris opgenomen, die 17 reliekhouders vermeldt alsmede relieken van het H. Kruis, Amelberga, Gregorius en Alberik. De oudste vermelding met betrekking tot reliekenverering stamt uit 1447. Op 14 april van dat jaar verleende paus Nicolaas V op 14 april op verzoek van kanunnik Emundis Pollart een aflaat van vier jaar en 160 dagen aan de gelovigen die boetvaardig en door biecht gezuiverd op de kerkwijdingsdag Susteren bezoeken en die tot herstel en instandhouding van de kerk bijdragen. Oudere aflaatbrieven waren door oorlog en brand verloren gegaan. In de brief staat met betrekking tot Aken en Susteren: 'dat in deze kerken ten tijde der reliektoning, die op vastgestelde dagen om de zeven jaren plaats heeft, uit vele plaatsen ter wereld een zeer grote menigte gelovigen pleegt samen te stromen'. Over de ontwikkeling van Susteren als bedevaartoord in de late middeleeuwen en de daaropvolgende eeuwen is niets bekend. Susteren was geen zelfstandige heiligdomsvaart, maar een statie van de vaarten op Aken en ? Maastricht (Servaas). Een statie is een rustplaats tijdens een processie of bedevaart. De staties konden voorgeschreven zijn om een grote aflaat te verdienen. Men kon ook uit eigen overweging een statie houden. De pelgrims van de Akense heiligdomsvaart bezochten in Aken zeven kerken. Op de heen- en terugweg dienden zij nogmaals zeven kerken te bezoeken, die zij zelf mochten uitkiezen. De kerken die frequent door de pelgrims werden bezocht gingen zelf ook reliekentoningen organiseren, waaraan tevens kleine aflaten verbonden waren. Met de teloorgang van de heiligdomsvaarten van Maastricht en Aken in de 17e en 18e eeuw zal het aantal pelgrims dat Susteren bezocht in elk geval zijn afgenomen en waarschijnlijk zelfs tot nul zijn gereduceerd. Een stille getuige van de bedevaart en het vertrouwen dat in de Susterense heiligen gesteld werd, wordt gevormd door de diepe sleuven die uitgekrast zijn in de twee zandstenen middenschippijlers bij het koor. Vermoedelijk krasten gelovigen er poeder uit, dat een geneeskrachtige werking zou hebben (vgl. ? dl. 1, Oldenzaal, Plechelmus).
- Toen de Franse revolutionairen in 1794 Susteren naderden werd een groot deel van het archief verbrand. De stiftsdames zochten een goed heenkomen en namen een deel van de kostbaarheden mee. Het grootste deel van de relieken evenwel bleef in Susteren, waar het in de toren van de stiftskerk werd opgeslagen in een verborgen kast. In tegenspraak met dit gegeven lijkt de opmerking van pastoor Hillen (1886) dat de relieken nog tot in het begin van de 19e eeuw jaarlijks in de processie werden meegedragen.
Vanaf 1886

- In verband met de samenstelling van een nieuwe propriumkalender voor het bisdom Roermond onderzochten kapelaan M.A.H. Willemsen, schatbewaarder van de Servatiuskerk te Maastricht, en P. Russel, professor aan het Roermondse grootseminarie, in 1863 de relieken. Pastoor G.W. van Heukelum, directeur van het Utrechtse 'Bernulphusgilde', bestudeerde de relieken in 1867. In de propriumkalender werden in 1867 opgenomen Gregorius (25 augustus), Alberik (14 november) en Amelberga (26 november). Uiteindelijk vormde een bezoek in 1884 van prof. J.A. de Rijk, docent aan het grootseminarie Hageveld te Haarlem (? Heiloo, O.L. Vrouw van Heiloo, dl. 1), de directe aanleiding om de reliekenschat in ere te herstellen. De in 1885 benoemde pastoor W.H. Hillen (1885-1893) draalde niet lang. Hij spoorde twee 17e-eeuwse inventarissen op, waardoor een onderzoek naar de echtheid van de relieken zinvol werd. Hillen streefde ernaar om in Susteren een zelfstandige heiligdomsvaart te realiseren en de oude bedevaart te revitaliseren. Mogelijk stond het herstel van de Maas-trichtse heiligdomsvaart in 1874 hem daarbij voor ogen. Op 28 september 1885 onderzocht pastoor M.A.H. Willemsen van ? St. Odili�nberg, op verzoek van mgr. Paredis, de relieken opnieuw. Pastoor Hillen, professor De Rijk, pastoor Van Heukelum en kapelaan F.X. Cremers traden hierbij op als getuigen. De relieken van Amelberga, Benedicta, Caecilia, Gregorius, Alberik, Zwentibold en Odegundis, die zich in de kerk en de schatkamer bevonden, werden authentiek verklaard, opnieuw verpakt en verzegeld.
- Op 25 augustus 1886 verhieven aartsbisschop Snickers van Utrecht en bisschop Boermans van Roermond wederom de relieken van Alberik en Gregorius en van Amelberga, Benedicta en Caecilia. Beide bisschoppen arriveerden, vergezeld van vrijwel al hun kanunniken om 8.00 uur op het station van Susteren. Bij de kerk werden zij opgewacht door pastoor Hillen die een welkomstwoord sprak. In processie trok men door de met erebogen, vlaggen, guirlandes en bloemen versierde straten van Susteren om vervolgens in de eveneens versierde kerk te eindigen. Om 9.00 uur droeg mgr. Snickers een pontificale mis op. Professor De Rijk hield de feestpredikatie met als motto 'Hunne lichamen zijn in vrede begraven en hun naam leeft van geslacht tot geslacht' (Eccl. 44:14). Hij verklaarde de betekenis van Susteren voor de kerstening van de regio en legde uit waarom Gregorius en Alberik zo ver van Utrecht in Susteren begraven waren. Tevens wees hij op het belang van de reliekenverheffing. 's Namiddags werd een pontificaal lof gehouden waarbij pastoor Willemsen van Sint Odili�nberg de feestpreek hield. 'Gedurende den geheelen dag was de kerk aanhoudend met geloovigen gevuld, aan welke van na de Hoogmis tot 's avonds voortdurend de reliquie�n vertoond werden', aldus de Maas en Roerbode van 28 augustus 1886. Paus Leo XIII had speciaal voor de gelegenheid van de reliekverheffing een aflaat verleend aan iedereen die tussen 25 augustus en 22 september de kerk van Susteren bezocht. De Limburger Courier van 26 augustus meldde dat zo'n 600 pelgrims vanuit Sittard te voet en per trein naar Susteren vertrokken waren en dat de bedevaartgangers dagelijks om 7.30 en 8.30 de mis konden bijwonen.
- De eerste heiligdomsvaart werd gehouden van 8 tot 22 juli 1888. De data waren gelijk aan die van de Maastrichtse en Akense heiligdomsvaarten. Pastoor Hillen zal gehoopt hebben dat vele pelgrims die naar Maastricht togen op hun heen- of terugweg ook Susteren zouden aandoen. Paus Leo XIII had bij breve van 8 april 1888 het herstel van de oude plechtigheid goedgekeurd en alle gelovigen die de relieken van Susteren bezochten een aflaat verleend. De bisschop van Roermond, mgr. Boermans, opende de heiligdomsvaart op 8 juli om 15.00 uur. De bisschop werd vergezeld door de 450 man sterke Roermondse afdeling van de H. Familie. Boermans arriveerde om 14.30 uur in Susteren. 'Het stadje Susteren was met eerebogen in middeleeuwschen stijl, en tallooze vlaggetjes, netjes en smaakvol versierd'. De bisschop werd begroet door een herdertje en een bruidje, vergezeld van een stoet jongens en bruidjes die op hun schouders de relieken droegen, en van de harmonie van Susteren. In de stampvolle kerk voerde het zangkoor van de H. Familie een 'Ecce sacerdos' op. Pastoor Herben van Lutterade hield de feestpreek, waarin hij het belang van de reliekenverering uiteen zette. Na de preek volgde het lof en werd de zegen met het Allerheiligste gegeven. Om 18.00 uur toonde pastoor Hillen de relieken en gaf tekst en uitleg, waarna opnieuw de zegen gegeven werd. Vervolgens was er op doordeweekse dagen reliekentoning na de missen van 7.00 tot 8.30 uur en de zondagse missen van 7.00 en 9.30 uur. De Katholieke Limburger (21-7-1888) meldt processiebedevaarten uit Dieteren, Roosteren en Pey, alsmede uit het dekenaat Saeffelen (D) en de parochies Havert (D) en Heugen (D). Op de sluitingsdag van de heiligdomsvaart kwamen wederom veel pelgrims. Er kwam een processie uit Sittard die vergezeld werd door de congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis, bruidjes en de harmonie. 's Middags arriveerden 400 � 500 mannen van de H. Familie uit Echt. De deken van Sittard sloot de heiligdomsvaart met lof en Te Deum. In de loop van de heiligdomsvaart kwamen veel pelgrims uit de rest van Nederland, Belgi� en Duitsland.
- Na het succes van 1888 werd de heiligdomsvaart om de zeven jaar georganiseerd tussen 8 en 22 juli (1895, 1902 en 1909). In 1895 drong mgr. Boermans er bij de pastoor van Susteren op aan de heiligdomsvaart ingetogen te houden: niet teveel ruchtbaarheid geven aan de festiviteiten, geen versiering in de straten, geen bisschoppen uitnodigen. Mogelijk vreesde de bisschop concurrentie voor Maastricht. Boermans zelf bezocht Susteren niet, maar ging naar Maastricht. Op de opening waren er slechts enkele bezoekers van buiten Susteren. Toch kwamen er nog processies uit Maaseik (B), Pey, Echt, Papenhoven-Grevenbicht, Roosteren en Sittard. Buiten de heiligdomsvaart kwam ook wel eens een processie naar Susteren. Op 29 september 1897 kwamen 600 leden van de H. Familie uit Echt naar de Amelbergakerk om de relieken te vereren. In 1902 was Susteren uitbundig versierd. Er stonden wel 20 erebogen in de straten. De kerk was versierd door de zusters van de H. Vincentius a Paulo. In tegenstelling tot zijn voorganger kwam bisschop Drehmanns in 1902 en 1909 wel naar Susteren om de relieken te vereren. De krantenberichten uit die tijd maken melding van talrijke pelgrims en processies uit Nederland, Belgi� en Duitsland, zonder exacte aantallen of plaatsen te noemen.
- Vanwege de Eerste Wereldoorlog werd de heiligdomsvaart in 1916 op verzoek van pastoor L. Tijssen (1911-1919) (? Sittard, Tijssen) uitgesteld tot 1917. Doch ook in dat jaar kon de heiligdomsvaart geen doorgang vinden. Tijssen poogde ook de verering van de heiligen van Susteren te vergroten door tijdens zijn pastoraat veel dopelingen naast de door de ouders gekozen namen ook Amelberga, Benedicta, Caecilia, Gregorius, Alberik of Willibrordus te geven. In Luxemburg wist hij een relikwie van deze laatste heilige te verwerven.
- Pas in 1923 was er weer een heiligdomsvaart. De volgende heiligdomsvaarten waren in 1930 en 1937. Tijdens de heiligdomsvaart van 1937 werd voor de eerste keer het door Jacques Schreurs m.s.c. geschreven Spel der Heiligdomsvaart opgevoerd. Kapelaan Packbier had het initiatief genomen om met dit massaspel het rijke verleden van Susteren aan de vergetelheid te ontrukken. Samen met burgemeester Hermans benaderde hij Schreurs om de tekst voor dit spel te schrijven. Schreurs aanvaardde de opdracht. In de oude kapelanie van Susteren schreef hij het toneelstuk, dat aanvankelijk de titel droeg 'Weerlicht der eeuwen'. Schreurs vermengde hierin de sages en legendes met historische feiten. Met de chronologie nam hij het niet zo nauw. Het Spel der heiligdomsvaart bestaat uit twee delen. Het eerste deel speelt zich af omstreeks 700 en heeft Willibrordus als hoofdpersoon. Het tweede deel voert Zwentibold, Amelberga, Benedicta en Caecilia ten tonele en speelt dus rond 900. Schreurs zelf vond het spel een 'ge�igend middel om de oude Heiligen nader te brengen tot de bedevaarders en zoodoende aan hun vereering een vaster en rijker motief te geven'. Het Spel der heiligdomsvaart werd opgevoerd op 11, 14, 18 en 25 juli. De uitvoering van 14 juli werd gehouden voor de schooljeugd van Bocholtz, Brunssum, Echt, Hoensbroek, Maastricht, Roosteren, Rumpen en andere Limburgse plaatsen. De regie werd in 1937, 1951, 1958 en 1973 gevoerd door Jef Baars en sedert 1973 door Evert Zits. De rollen worden vrijwel altijd vervuld door mensen uit Susteren. In 1993 werden voor het eerst enige liedfragmenten aan het spel toegevoegd uit het oratorium 'Koning Swentibold', dat gecomponeerd werd door Herman Strategier op een tekst van Jac. Schreurs. Dit oratorium werd in 1948 geschreven in opdracht van de gemeente Maastricht en de KRO ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van koningin Wilhelmina.
- Een ander memorabel feit van de heiligdomsvaart van 1937 was het bezoek dat de aartsbisschop van Utrecht, mgr. dr. J. de Jong, aan Susteren bracht.

Na de Tweede Wereldoorlog

- Ook in 1944 kon de heiligdomsvaart niet doorgaan vanwege de oorlog. Susteren was frontgebied en werd zwaar geteisterd. In 1949 werd ter compensatie van de heiligdomsvaart wel, en dat voor het eerst, een reliekenstoet gehouden door Susteren. De stoet was een mengeling van een religieuze processie en een historische optocht. De formule sloeg zo goed aan, dat sedertdien de reliekenstoet vast onderdeel is van de heiligdomsvaart.
- De eerste echte naoorlogse heiligdomsvaart werd in 1951 gehouden. Aangezien Maastricht al eerder na de oorlog (1948) met een nieuwe cyclus was begonnen, vielen de heiligdomsvaarten van Maastricht en Susteren niet langer samen. De opening op 6 juli van de heiligdomsvaart van 1958 werd uitgezonden door de KRO.
- De heiligdomsvaart van 1965 was in meer dan een opzicht een cesuur. Het Spel der heiligdomsvaart werd uit het programma geschrapt. Het Heiligdomsvaartcomit� en het kerkbestuur waren van mening dat het Spel reeds te vaak was opgevoerd en derhalve geen aantrekkingskracht meer uitoefende. Weliswaar had men gepoogd een nieuw spel, in een andere vorm te krijgen, maar in die opzet slaagde men niet. Bisdomblad Credo schreef dat de kerkelijke vieringen sober zouden zijn. De pelgrimstochten naar Susteren waren evenals in Maastricht tot een minimum teruggelopen. Sinds de liturgische vernieuwing wisten veel mensen de heiligdomsvaarten met hun reliekentoning, optochten en andere manifestaties niet meer te plaatsen. Deken Deckers drukte zich in het voorwoord van de brochure aldus uit: 'Al is ook de werkelijke zin van de heiligdomsvaart totaal verdwenen, dan is het toch alleszins zinvol om de oude historie van het aloude Su�stra te laten herleven in een historische stoet'. De stoet trok door de Salvatorstraat, Molenlaan, Vincentiuslaan, Marialaan, Feurthstraat, Stationsstraat, Molenlaan en Kloosterstraat.
- De heiligdomsvaart van 1973 - vanwege de restauratie van de kerk met een jaar uitgesteld - werd opnieuw aangekleed met het Spel der heiligdomsvaart en de historische annex reliekenstoet. Elke dag waren er missen, waarbij kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders uit de bisdommen Roermond, Hasselt en Aken acte de pr�sence gaven. Over pelgrims en bedevaartprocessies werd in het geheel niet meer gesproken. Wel trokken de historische stoet en het spel duizenden bezoekers. De conclusie lijkt gerechtvaardigd, dat de heiligdomsvaart vanaf dat jaar een steeds professioneler, maar tevens profaner karakter kreeg. De heiligdomsvaarten van 1979, 1986 en 1993 kenden in grote lijnen allemaal een gelijkaardig verloop. Wel werden, net als in Maastricht (? Maastricht, Servaas) de heiligdomsvaarten van 1986 en 1993 gekoppeld aan een thema. In 1986 was dat 'Christus salvator, bevrijder en heil der mensen' en in 1993 'Ik laat U niet alleen' (Hebr. 13,5). Opmerkelijk is dat de laatste heiligdomsvaart niet meer gehouden werd in de maand juli, maar - met het oog op de vakanties - van 20 augustus tot 5 september. Een andere reden voor de verschuiving naar augustus/september lag in het feit dat het dan al vroeger donker was, zodat meer met lichteffecten gewerkt kon worden. Zeer waarschijnlijk zal vanwege die reden de heiligdomsvaart van 2000 nog later, van 1 tot 17 september, worden georganiseerd. Het verschuiven van de data omwille van toneeltechnische redenen is wederom een indicatie dat de heiligdomsvaart van religieus feest steeds meer evolueert in een folkloristisch festival.
- Het bedevaartkarakter van de heilige plaats Susteren was tegen het einde van de 20e eeuw grotendeels verloren gegaan. Niettemin komen er nog individuele bedevaartgangers op de heiligdomsvaarten af en bezoekt incidenteel, het laatst in september 1984, nog een groepsbedevaart Susteren. Het betrof de parochie Phalzel (bij Trier, D), waar in de 7e eeuw Gregorius geboren was. Aanvankelijk verkeerde men in Phalzel in de veronderstelling dat Gregorius in Utrecht begraven was. Toen bleek dat Gregorius in Susteren was begraven, gaf dat aanleiding om een bedevaart te organiseren. Pfalzel kreeg vervolgens eind september 1984 van Susteren een reliek van Gregorius. Hier zij nog opgemerkt dat zich in de zijabsiden van de basiliek van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus te -> Sint-Odili�nberg nog reliekhouders bevinden met relieken van Gregorius en Alberik.
- De heiligdomsvaart van 2014 kende een historische stoet van ca. 1000 deelnemers verdeeld over 54 groepen, die voorbij trok aan geschat publiek van 20.000 personen. Het was er drukker dan bij de vorige vaart
Materiële cultuur - Prentjes: 1 ingekleurd vouwprentje in de vorm van een gotisch vleugelaltaar (opengeklapt: 14,4 x 11 cm; dichtgeklapt: 8 x 11 cm; impr. Roermond, 27/7/1886, P.J.H. Russel; uitgave Ger Tholen Sittard). De vleugels dragen als opschrift 'Herinnering aan de bedevaart naar Susteren ter verering der heiligen Willibrordus Gregorius Albericus Amelberga Benedicta Caecilia Swentibold Odegundis Walburgis'. De binnenzijde van de vleugels tonen de abdissen Benedicta en Caecilia. Onder Benedicta staat een niet correcte afbeelding van de stiftskerk. Onder Caecilia staat een afbeelding van drie reliekbustes op een altaar. In het middenpaneel staan abt Gregorius, abdis Amelberga en bisschop Albricus. De achterzijde van het prentje bevat gebeden tot Amelberga, Gregorius en Albricus; 2 prentje uitgegeven ter gelegenheid van de heiligdomsvaart van 1937 (7,5 x 11,2 cm; impr. Roermond 29 juni 1937 dr. Fr. Feron; Drukkerij Bern. Claessens Sittard). Op de voorzijde staan Gregorius, Amelberga en Albricus met de onderschriften '? 25 Aug. H. Gregorius b.v.o.', '21 Novb. H. Amelberga b.v.o.' en '? 14 Novb. H. Albricus b.v.o.' De achterzijde bevat gebeden tot de drie heiligen. Het prentje is een vereenvoudigde en zwart-wit uitvoering van het prentje uit 1886.
- Bedevaartboekjes: 1 [J.H. Hillen], Susteren en zijne heiligen. Handboekje ten dienste der pelgrims (Roermond: Henri van der Marck, 1886; impr. Roermond 12 augustus 1886, P.J.H. Russel, 39 p.); 2 Susteren en zijne heiligen (Sittard: Druk. Bern. Claessens, 1937: impr. Roermond 9 juni 1937, Fr. Feron; 60 p.).
- Programmaboekjes: 1 Historische relieken stoet Susteren op 3 en 10 juli 1949 (Susteren 1949; 63 p.); 2 Programma Heiligdomsvaart Susteren 1965 (Susteren 1965; 32 p.); 3 Programma Heiligdomsvaart Susteren 1973 (Susteren 1973; 20 p.); 4 Heiligdomsvaart Susteren 1979 (Susteren: Druk. �FD�, 1979; 32 p.); 5 Heiligdomsvaart Susteren 1986 (Susteren: Druk. Cachet, 1986; 32 p.); 6 Evert Zits & Jan Mulders, Heiligdomsvaart 1986 Susteren (Susteren 1986; 22 p.); 7 Heiligdomsvaart Susteren 1986 Reliekenstoet (Susteren, 1986; 8 p.); 8 Heiligdomsvaart Susteren 1993 (Susteren 1993; 40 p.).
- Overig drukwerk: 1 Jacques Schreurs, Het spel der heiligdomsvaart (Sittard: in opdracht van de stichting Heiligdomsvaart Susteren / Het Boekhuis, 1937; impr. Roermond 20 mei 1937 Jos. Keulers; 64 p.); 2 Jac. Schreurs, Spel der Heiligdomsvaart (Susteren: G. Delsen, 1951); 3 folder van de heiligdomsvaart van 1958; 4 folder van de heiligdomsvaart van 1993.
Bronnen en literatuur Archivalia: Luik, bisdomarchief. Utrecht, Museum Het Catherijneconvent. Maastricht, Rijksarchief in Limburg: archief van het kapittel van Susteren; collectie Goossens. Sittard, gemeentearchief: parochiearchief H. Amelberga Susteren. Roermond, bisdomarchief: 'Inventaris der voorwerpen van oude kerkelijke kunst, aanwezig in de kerk van H. Amelberga te Susteren' (Roermond 1972).
Tekstedities: Aegidii Aureavallensis gesta episcoporum Leodiensium, II, 38, in: I. Heller, Monumenta Germania Historia, Scriptorum XXV (Hannover 1880) p. 50-51; B. Fisen, Flores ecclesiae leodiensis (Luik 1647) p. 369; J. Knippenbergh, Historia ecclesiastica ducatus Geldriae, (Brussel 1719); 'De S. Vastrada vidua Sustereni in agro Juliacensi', in: Acta sanctorum Julius V (Antwerpen 1727) p. 180; 'De SS. Benedicta et Caecilia virginibus Abbatissis Susterensibus et Relinde reclusa in agro Juliacensi', in: Acta Sanctorum Augustus III (Antwerpen 1737) p. 509; J.B. Sollerius, 'De S. Suentiboldo rege confessore', in: Acta Sanctorum Augustus III (Antwerpen 1737) p. 138-139; 'De S. Gregorio confessore ultrajectinae ecclesiae rectore', in: Acta Sanctorum Augustus V (Antwerpen 1741) p. 240-242.
B Petrus Ribadineira & Heribertus Rosweydus, Generale legende der heylighen, dl. 2 (Antwerpen: H. Verdussen, 1686) p. 198 (Gregorius), p. 479 (Albericus); Levens van de voornaemste heijligen en roemweerdige persoonen der Nederlanden, dl. 3 (Mechelen: Hanicq, 1828) p. 328-332, Gregorius; dl. 4 (Mechelen: Hanicq, 1829) p. 369-371, Albricus; Alban Butler, Vies des p�res, martyrs et autres principaux saints, 7 dln. (Brussel; H. Goemaere, 1854) dl. 4, p. 408-409, Zwentibold en dochters; p. 555, Gregorius van Utrecht; dl. 6, p. 161-162, Alberik; Jos Russel, Geschiedkundige aantekeningen over de voormalige stad Susteren en het adellijk maagden-sticht aldaar (Maastricht: Russel, 1866); J. Habets, 'Bijdrage tot de voormalige stad Susteren en van de adelijke vrouwenabdij Sint-Salvator aldaar', in: Publications S.H.A. Limbourg 6 (1869) p. 441-567; H. Welters, Limburgsche legenden, sagen, sprookjes en volksverhalen (1875; heruitgave: Maasbree: De Lijster, 1982) p. 83-85; L. von Fisenne, L'art monumental du moyen age/Kunstdenkmale des Mittelalters (Aken 1880) p. 10-13; L. von Fisenne, 'Notice sur les inventaires de l'ancienne �glise de Susteren et les fragments de reliquiaires qui y sont conserv�es', in: Revue de l'art chr�tien 4 (1886) p. 483-489; [J.H. Hillen], Susteren en zijne heiligen. Handboekje ten dienste der pelgrims (Roermond: Henri van der Marck, 1886); L. von Fisenne, 'S�steren (Holland) Pfarrkirche', in: Zeitschrift f�r christliche Kunst 1 (1888) p. 113-115; J.A.F. Kronenburg, Neerlands heiligen in de Middeleeuwen, dl. 1 (Amsterdam: Bekker, 1899) p. 114-128, Zwentibold, Benedicta, Caecilia, Relindis, Amelberga; J.A.F. Kronenburg, Neerlands heiligen in vroeger eeuwen, dl. 4 (Amsterdam: Bekker, 1899) p. 158-164, Alberik; J.A.F. Kronenburg, Neerlands heiligen in vroeger eeuwen , dl. 3 (Amsterdam: Bekker, 1898) p. 119-149, Gregorius; 'Susteren', in: Bulletin de la gilde de Saint-Thomas et de saint Luc. Tome XI. Bulletin de la trente-deuxi�me session Limbourg Hollandais 1898 (Lille/Bruges, 1903) p. 56-62; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 575-576; J. Coenen, 'De drie munsters in de Maasgouw: Aldeneyk, Susteren, Sint-Odili�nberg. Susteren', in: Publications S.H.A. Limbourg 57 (1921) p. 21-76; Rie Sinnighe Steenbergen, 'De heiligdomsvaart te Susteren', in: Katholieke Illustratie 69 (1935) p. 921-923; 'Susteren en zijn kerkschatten. Amelberga's stede', in: De Nedermaas 14 (1937) p. 199-200; Jac. Schreurs, 'Suestra', in: Sint-Servaas. Maandblad ter bevordering der verering van den eersten bisschop der Nederlanden 4 (1937) p. 46-49; H. Scheerman, 'De H. Gregorius van Utrecht', in: J. Huyben e.a. ed., Met de heiligen het jaar rond, dl. 3 (Bussum: Paul Brand, 1949) p. 255-259; W. Nolet, 'De H. Alberik', in: J. Huyben e.a. ed., Met de heiligen het jaar rond (Bussum: Paul brand, 1949) p. 197-199; Camille Wampach, Sankt Willibrord. Sein Leben und Lebenswerk (Luxemburg 1953); J.J. Jongen & Ch. Thewissen, 'Susteren', in: Katholieke Encyclopaedie, dl. 22 (Amsterdam: Joost van den Vondel / Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1954) k. 716; J. Linssen, 'De stichting van Susteren', in: De Maasgouw 76 (1957) p. 97-108; Jacques Schreurs, Pastoor-deken Tijssen van Sittard. De man met de rozenkrans (Roermond/Maaseik: Romen, 1957) p. 116-117, 167; W. Sangers & A.H. Simonis, De kerk van Susteren. Karolingische familieabdij, adellijk vrouwenstift en parochie (Gulden reeks van Limburgse monumenten, nr. 10, 1958); J.P. Bik, Feest en vierdagen in kerk en volksgebruik, dl. 3 (Velsen: Th.F. Wolfs, 1958) p. 168; G.B. Proja, 'Amelberga di Susteren', in: Bibliotheca sanctorum, dl. 1 (Rome: Citt� Nuova, 1961) p. 913-914; P.C. Boeren, Heiligdomsvaart Maastricht. Schets van de geschiedenis der heiligdomsvaarten en andere jubelvaarten (Maastricht: 'Ernest van Aelst', 1962) p. 154-155; M. Coens, 'Saints et saintes honor�s � l'abbaye de Susteren', in: Analecta Bollandiana 80 (1962) p. 327-344; 'Het gouden concilie der Susterse christenheid', in: Credo 17 (1965) nr. 25, p. 6-7; A.J. Munsters, 'Verkenning van de Middeleeuwse kerk in Limburg', in: E.C.M.A. Batta e.a. ed., Limburgs Verleden, dl. 2 (Maastricht: LGOG, 1967) p. 438-441, 510; P.C. Boeren, 'Frankische Tijd en vroege Middeleeuwen c. 450 - c. 1000', in: E.C.M.A. Batta e.a. ed., Limburgs Verleden, dl. 2 (Maastricht: LGOG, 1967) p. 16; J. Choux, 'Sventiboldo', in: Bibliotheca Sanctorum (Rome: Citt� Nuova, 1969) p. 89-90; J.A.K. Haas, Inventaris van de archieven van het kapittel van Sint-Salvator te Susteren (Maastricht: Rijksarchief in Limburg, 1971); J.J.M. Timmers, De kunst in het Maasland, dl. 1 (Assen: Van Gorcum, 1971); E.H. ter Kuile, De romaanse kerkbouwkunst in de Nederlanden (Zutphen: Walburg Pers, 1975); Louis Pesgens, 'Heiligdomsvaart Susteren', in: Heemklank 1 (1978), nr. 5, p. 15-19; Louis Pesgens, 'Heiligdomsvaart II', in: Heemklank 2 (1979) nr. 2, p. 5-14; 'Heiligdomsvaart in Susteren: 1 t./m. 10 juni. Voor de vijfde maal herleven kerkgeschiedenis en legende', in: Informatiebulletin Roermond 7 (1979) nr. 10, p. 8-11; J. Habets 'Cronijkje van het hertogdom Limburg sedert MDCCCXXX', in: De Maasgouw 98 (1979) p. 22; W. Sangers e.a., De heilige Willibrordus in de beide Limburgen (Susteren: Stg. ter bescherming van de oudheden van Susteren, 1979); J.J.M. Timmers, De kunst in het Maasland, dl. 2 (Assen/Maastricht: Van Gorcum, 1980); F.Th.W. Smeets & P.B.N. van Luyn, 'Kerstening van het land van Zwentibold', in: F.Th.W. Smeets ed., Lemborgh, het kasteel en zijn Sint-Salviuskerk te Limbricht (Assen: Van Gorcum, 1984) p. 7-15; A.M. Koldeweij, 'Reliektoningen, heiligdomsvaarten, reliekenprocessies en ommegangen', in: A.M. Koldeweij & P.M.L. Van Vlijmen ed., Schatkamers uit het Zuiden (Utrecht: Rijksmuseum het Catharijneconvent, 1985) p. 65; Dieter P.J. Wynands, Geschichte der Wallfahrten im Bistum Aachen (Aachen: Einhard Verlag, 1986); 'Susteren maakte geschiedenis met 7de heiligdomsvaart', in: De Sleutel 14 (1986) nr. 15/16, p. 8-9; 'Sint Willibrord', in: De Sleutel 14 (1986) nr. 15/16, p. 44; 'Gregorius en Vastrada', in: De Sleutel 14 (1986) nr. 17, p. 36; 'Albricus', in: De Sleutel 14 (1986) nr. 18, p. 36; 'Amelberga', in: De Sleutel 14 (1986) nr. 19, p. 32; J.M.A. van Cauteren ed., Limburgse heiligen. Pelgrimstochten naar, verering en relieken van Limburgse heiligen [tentoonstellingscatalogus] (Susteren: Stg. ter bescherming van de oudheden van Susteren, 1986) p. 32-42; A.M.P.P. Janssen, Visitationen des Landdekanates Susteren im 17. Jahrhundert. Visitaties in het landdekenaat Susteren in de 17e eeuw. Visitationes decanatus Susterensis (Heinsberg: Schriftenreihe des Kreises Heinsberg 4, 1988); A.G. Weiler, Willibrords missie. Christendom en cultuur in de zevende en achtste eeuw (Hilversum: Gooi en Sticht, 1989); Guus Janssen, 'Het Papenmunster en de parochiekerk van O.L. Vrouw te Susteren', in: Heemklank 14 (1991) nr. 1, p. 18-19; A.M.P.P. Janssen, 'Naar aanleiding van het Papenmunster', in: Heemklank 14 (1991) nr. 3, p. 17, p. 24-26; A.M.P.P. Janssen, 'Naar aanleiding van het papenmunster (deel 2)', in: Heemklank 14 (1991) nr. 3, p. 24-26; W. Peters, 'Pastoor G.H. Hillen trekt ten strijde in 1885', in: Heemklank 14 (1991) nr. 4, p. 33-36; J. Aussems, 'Bidden ter nagedachtenis van koning Sanderbout', in: Becha 5 (1991) 19-21; G. Venner ed., 'Kroniek van de kerk van Susteren 1891-1900', in: De Maasgouw 110 (1991) p. 207-220, 111 (1992) p. 215-222, 267-274, 112 (1993) p. 39-46, 95-104; Wil Schulpen, 'De stiftgebouwen 1806, een rapport', in: Heemklank 15 (1992) nr. 4, p. 7-8; R�gis de La Haye, 'Martinus van Tongeren, een negentiende-eeuwse heilige?', in: P.J. Ubachs e.a. ed., Magister artium. Onderwijs kerk en kunst in Limburg (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 1992) p. 222-227; Louis Pesgens, 'Heiligdomsvaart 1993', in: Heemklank 16 (1993) nr. 1, p. 16-21; Louis Pesgens, 'Heiligdomsvaart 1993 II', in: Heemklank 16 (1993) nr. 2, p. 17-25; A. Schreuders-Derks, 'Pelgrimslied', in: Heemklank 16 (1993) nr. 3, p. 17-18; Louis Pesgens, 'Korrespondentie over relikwie van de H. Amelberga, deel 1', in: Heemklank 16 (1993) nr. 3, p. 19-22; Louis Pesgens, 'Korrespondentie over relikwie van de H. Amelberga, deel 2', in: Heemklank 16 (1993) nr. 4, p. 15-18; F. van Galen, 'Heiligdomsvaart in Susteren', in: De Sleutel 21 (1993) nr. 7, p. 15-17; F. van Galen, 'Susteren in de ban van heiligdomsvaart', in: De Sleutel 21 (1993) nr. 15/16, p. 30-31; F. van Galen, 'Heiligdomsvaart trok veel belangstellenden', in: De Sleutel 21 (1993) nr. 19, p. 16-17; F.H.G. Engelen, 'Terugblik op de opgraving Salvatorplein Susteren', in: Archeologie in Limburg 56 (1993) 28-29; Louis Pesgens, 'Korrespondentie over een relikwie van de H. Amelberga, deel 3 (slot)', in: Heemklank 17 (1994) nr. 1, p. 18-21; H. Stoepker, 'Archeologische kroniek van Limburg over 1991', in: Publications S.H.A. Limbourg 128 (1992) p. 295-301; H. Stoepker, 'Archeologische kroniek van Limburg over 1992 en 1993', in: Publications S.H.A. Limbourg 129 (1993) p. 317-321; John van Cauteren, De kerk en kerkschat van het kapittel van St. Salvator te Susteren (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 1993); Ada van Deijk, Romaans Nederland, (Amsterdam: Architectura & Natura Pers, 1994) p. 259-261; E.M.F. Koch, De kloosterpoort als sluitpost? Adellijke vrouwen langs Maas en Rijn tussen huwelijk en convent 1200-1600 (Leeuwarden/Mechelen: Eisma bv, 1994) p. 28-29; John M.A. van Cauteren, 'Heil uit steen: pestpoeder', in: Esther Koch e.a. ed., Over kaken, broodbanken en etsstoelen. Sporen van middeleeuws Nederland (Utrecht: Matrijs, 1995) p. 120-121; F. van Galen, 'Dat zijn me schatten, daar in Susteren...', in: De Sleutel 23 (1995) nr. 16/17, p. 5-7; A.M.P.P. Janssen, 'Zwentibold, historie en fictie', in: Historisch jaarboek voor het Land van Zwentibold 18 (1997) p. 70-85, bondige uiteenzetting over Zwentibold en de sagevorming rond zijn persoon; A.M.P.P. Janssen, 'Kanttekeningen over het oudste verleden van Susteren en over Holtum-Wolfrath', in: Heemklank 20 (1997) nr. 1, p. 15-18; A.P.J. Jacobs, 'De naamgeving van dopelingen in Susteren tussen 1911 en 1919', in: Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 26 (1998) p. 15-19; Antoine Jacobs, Louis Tijssen (1865-1929). Biografie van een Limburgse zielzorger (proefschrift KU Nijmegen, te verschijnen in 2000).
- Literatuur uit de lokaal-Susterense 'school' (vgl. hierboven onder Topografie): W. Peters, 'Clemens Willibrordus', in: Heemklank 2 (1979) nr. 2, p. 15-20; W. Peters, 'Statuten van het kapittel van Susteren', in: Heemklank 2 (1979) nr. 4, p. 6-24; W. Peters, 'Statuten van het kapittel Susteren II', in: Heemklank 3 (1980) nr. 1, p. 6-17; W. Peters, 'De drie munsters van Susteren', in: Heemklank 4 (1981) nr. 4, p. 5-11; W. Peters, 'Over de twee verdwenen munsters van Susteren', in: Heemklank 5 (1982) nr. 1, p. 7-11; W. Peters, 'De drie munsters van Susteren', in: Heemklank 5 (1982) nr. 4, p. 22-28; W. Schulpen, 'St. Willibrord in Susteren', in: Heemklank 6 (1983) nr. 4, p. 22-26; W. Schulpen, 'De patroonheiligen', in: Heemklank 7 (1984) nr. 3, p. 40-42; 'De geschiedenis in kort bestek. Susteren en zijn heiligen', in: De Sleutel 14 (1986) nr. 13/14, p. 6-7; W. Schulpen, 'Heette de Amelbergakerk vroeger Salvatorkerk?', in: Heemklank 10 (1987) nr. 1, p. 15-18; W. Peters, 'De Sint Salvator van Susteren', in: Heemklank 10 (1987) nr. 4, p. 12-26; W. Schulpen, 'Toch Amelberga', in: Heemklank 11 (1988) nr. 1, p. 10-13; W. Schulpen, 'Salvatorkerk, Amelbergakerk en Willibrord', in: Heemklank 11 (1988) nr. 2, p. 14-17; W. Peters, 'Een kaarsje voor Sint-Willibrord ter gelegenheid van zijn twaalfhonderdvijftigste jaardienst', in: Heemklank 12 (1989) nr. 3, p. 12-21; W. Peters, 'Het Papenmunster van St. Willibrord in Feurth Susteren', Heemklank 13 (1989) nr. 3, p. 12-21; W. Peters, 'Het tweede papenmunster van Susteren', in: Heemklank 13 (1990) nr. 2, p. 24-30; W. Schulpen, 'Het Papenmunster', in: Heemklank 13 (1990) p. 13-22; W. Peters, 'Het tweede Papenmunster', in: Heemklank 13 (1990) nr. 4, p. 12-21; Wil Schulpen, 'Rondom de Amelbergakerk', in: Heemklank 14 (1991) nr. 1, p. 20-22; Wil Schulpen, 'Opgravingen Salvatorplein', in: Heemklank 14 (1991) nr. 2, p. 20-23; W. Peters, 'Nogmaals het eerste Papenmunster', in: Heemklank 14 (1991) nr. 3, p. 12-16; W. Peters, 'Het 14de-eeuwse Paepenmonster van Susteren', in: Heemklank 14 (1991) nr. 3, p. 18-23; W. Peters, 'Het vreemde verhaal van de pastoor van Holtum', in: Heemklank 14 (1991) nr. 4, p. 28-32; W. Schulpen, 'Altaren in het munster', in: Heemklank, 15 (1992) nr. 1, p. 23-24; W. Peters, 'De geschiedenis van Susteren', in: Heemklank, 15 (1992) nr. 2, p. 16-27; Wil Schulpen, 'Zwentibold en onze streek', in: Heemklank 15 (1992) nr. 4, p. 9-10; Wil Schulpen, 'Hoe de bisschoppen werden afgebeeld', in: Heemklank 16 (1993) nr. 3, p. 10-12; W. Schulpen, 'Salvator', in: Heemklank 17 (1994) nr. 2, p. 15-17; Wil Schulpen, 'Mariakerken in Susteren', in: Heemklank 18 (1995) nr. 2, p. 12-14; Wil Schulpen, 'De Amelbergakerk', in: Heemklank 18 (1995) nr. 3, p. 22-27; Wil Schulpen, 'Sarcofagen', in: Heemklank 18 (1995) nr. 3, p. 28; Wil Schulpen, 'De oudste geschiedenis van Susteren', in: Heemklank 19 (1996) nr. 3, p. 20-22; Wil Schulpen, 'Reactie artikel Guus Janssen', in: Heemklank 20 (1997) nr. 1, p. 19-22; Wil Schulpen, 'Abbatiam Suestra in 870', in: Heemklank 20 (1997) nr. 2, p. 24-25; Wil Schulpen, 'Het z.g.n. graf van Zwentibold', in: Heemklank 20 (1997) nr. 2, p. 28; Wil Schulpen, 'Amelberga en Cecilia of Benedicta en Cecilia', in: Heemklank 20 (1997) nr. 3, p. 22-23; Wil Schulpen, 'De borstbeelden van Jan van Steffeswert', in: Heemklank 20 (1997) nr. 3, p. 24-26; Wil Schulpen, 'Aegidius van Orval en zijn geschiedenis van Susteren eerste helft 13e eeuw', in: Heemklank 20 (1997) nr. 3, p. 27-29; Wil Schulpen, 'Iers-Columbaanse regel', in: Heemklank, 20 (1997) nr. 3, p. 30; Wil Schulpen, 'De Noormannen', in: Heemklank 20 (1997) nr. 3, p. 31-32; Wil Schulpen, 'Een wandeling door de schatkamer', in: Heemklank 21 (1998) nr. 3, p. 29-32; Antoine Jacobs, 'Die Wiederbelebung des Heiligtumsfahrten von Maastricht und Susteren im 19. Jahrhundert', in: Geschichte im Bistum Aachen 9 (2007-2008) p. 177-210; Job Tiems, Van pelgrimage naar regionaal feest, in: Dagblad de Limburger, 5 september 2014, p. B8-B9; Historisch Susteren, in: Dagblad de Limburger, 8 september 2014, p. B6, A10-A11
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Susteren-Amelberga e.a. heiligen; Hilversum, NOB beeldbandarchief: aflevering Van gewest tot gewest van 31 augustus 1993 over de heiligdomsvaart (nr. AR50792 BCN); Susteren, fotocollectie van P. Koolen; mondelinge informatie in 1998 en collectie-heiligdomsvaart van oud-kerkmeester L. Pesgens te Susteren.
Annie Schreuders-Derks & Antoine Jacobs

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<