HomeDatabankenBedevaarten

Steenbergen, H. Ontcommer (Wilgefortis)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Ontcommer (Wilgefortis)
Datum: 20 juli
Periode: 15e eeuw - ca. 1590
Locatie: Parochiekerk van St. Jacobus de Meerdere
Adres: -
Gemeente: Steenbergen
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: Breda
Samenvatting: De cultus van Ontcommer te Steenbergen is vermoedelijk in de 14e eeuw ontstaan en verdween nadat Steenbergen in 1590 in Staatse handen was gevallen.
Auteur: Willem van Ham
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Steenbergen ontwikkelde zich omstreeks 1350 van plattelandsplaats tot havenstad, waarvan het belang echter vanaf circa 1450 weer sterk verminderde. Een deel van de inwoners vond in de internationale vrachtvaart zijn beroep. In 1482 wordt voor het eerst het bestaan van een St. Ontcommeraltaar in de parochiekerk vermeld. Het altaar was geplaatst in een afzonderlij-ke kapel, vermoede-lijk aan de zuidzijde van het kerkschip, in een hoek van de transeptarm. Er was een eigen kosteres aan verbonden die de offergaven in ontvangst nam en het beeld bij hoogtijdagen kleedde.
- De voormalige kerk was toegewijd aan St. Jacobus de Meerdere. Anthonis Keldermans uit Mechelen, bouwmeester in de stijl van de Brabantse gotiek, leidde in de jaren 1505-1510 werkzaamheden aan de kerk die door zijn zoon Rombout omstreeks 1526 voltooid werden. Hierbij werd ook de Ontcommerkapel veranderd of nieuw gebouwd.
- Het altaar van Ontcommer wordt nog in 1590 vermeld; in dat jaar eindigde echter de openbare uitoefening van de r.k. eredienst in het middeleeuwse kerkgebouw, dat in gereformeerde handen overging. De kerk is in 1832 afgebroken om plaats te maken voor de huidige N.H. kerk.
Cultusobject - Zie voor St. Ontcommer ⟶ Alphen.
- Het toneel van de marteling en de dood van deze legendarische heilige en haar begraafplaats werden zowel in Portugal gesitueerd als te Steenbergen, waar op haar (vermeende) graf talrijke wonderen gebeurden. Portugal is ook geïnterpreteerd als het in Zuid-Holland gelegen dorp (vroeger heerlijkheid) Poortugaal. Buiten de Nederlanden wordt steeds 'Holland' als het toneel van de gebeurtenissen aangewezen: de naam Steenbergen wordt dan verbasterd tot 'Stainber', 'Stouberg' en dergelijke.
- Behalve het graf en het (kruis-)beeld van Ontcommer, waarvoor in 1481 een kroon werd betaald, was er een door Jan Mertens, schilder van Antwerpen, vervaardigde 'tafele' op doek of paneel, in 1486 voor het altaar van de heilige geleverd. Volgens de predikant Baselis uit Bergen op Zoom is het Ontcommerbeeld omstreeks 1580 verbrand. Hoe het kruisbeeld en de beschilderde altaartafel er hebben uitgezien, kan slechts aan de hand van afbeeldingen van cultusobjecten in andere plaatsen gereconstrueerd worden.
Verering - Door de vroegere positie van Steenbergen als havenplaats zou de kerk aldaar, als gevolg van de han-dels-betrekkingen met o.a. Noord-Italië, een replica hebben bezeten van het 'Volto Santo'-beeld in Lucca (It). Dit beeld van de gekruisigde Christus, gekleed in een lang gewaad, zou abusievelijk tot de verering van de vermeende martelares hebben geleid. Omdat in Steenbergen een speciale H. Kruisverering bestond (reeds in 1399 was er een beneficie met mis, in 1457 een gilde ter ere van het H. Kruis), die werd onderscheiden van die voor St. Ontcommer en daar geheel los van stond, is het onwaarschijnlijk dat de verwisseling van de Volto Santo met Ontcommer in Steenbergen is ontstaan.

Geschiedenis
- Het bestaan van de verering voor St. Ontcommer kan reeds in de vroege 15e eeuw worden aangetoond, zodat mag worden verondersteld dat deze in de 14e eeuw is ontstaan. Dat de oudst bewaarde vermelding te Steenbergen uit 1441 dateert, kan te wijten zijn aan het verloren gaan van archivalia en cultusvoorwerpen tijdens de Nederlandse Opstand.
Te Steenbergen bestond in 1441 een St. Ontcommergilde. Een indijking ten westen van Steenbergen, in 1482 ondernomen, kreeg de naam St. Ontcommerpolder. Een bewaard gebleven kerkrekening van Steenbergen uit 1526/1527 maakt melding van een processie op 25 juli, de feestdag van St. Jacobus, ter ere van haar en van de patroonheilige van de kerk. De plechtigheden vonden plaats onder leiding van carmelieten uit Mechelen. De stadsspeellieden uit Bergen op Zoom musiceerden voor het Ontcommerbeeld. In de periode 1491-1505 werd vanuit Antwerpen eenmaal een bedevaart naar Ontcommer opgelegd.
- Een optekening van door Ontcommer bewerkstelligde mirakelen is in een verzamelhandschrift bewaard gebleven. Een zestal 15e-eeuwse wonderen zijn erin genoteerd: een kind werd weer tot leven gebracht nadat een vrouw een bedevaart beloofde; een vrouw uit Holland is na een visioen van Ontcommer genezen van kreupelheid; een kind van een vrouw uit Zeeland werd ziende toen de bedevaart was gedaan; een kreupele vrouw werd na een gebed in de kerk weer gezond; een kreupele man uit Zandvliet, Wouter Wouterss, is na een ziekbed van een jaar op een kar gelegd en naar Steenbergen gereden, na het uitspreken van een gebed stond hij weer op; een man die was gevangen, deed 's nachts een verzoek tot Ontcommer en beloofde 'hem op te doen weghen mit terwen ender silver mit was ende mit vlas', daarop werd hij direct uit de gevangenis verlost.
- Op 31 maart 1531 werd te Turnhout aan Joes Pauwels Woeyts opgelegd een bedevaart te doen naar St. Adriaan in Geraardsbergen (B) en naar St. Ontcommer in Steenbergen. Op beide plaatsen moest devoot de mis worden gevolgd en dienden kaarsen te worden opgestoken.
- Het lof ter ere van Ontcommer werd in 1548 met een legaat bedacht. In de tweede helft van de 16e eeuw nam de verering af: wellicht heeft men van officiële kerkelijke zijde het apocriefe karakter ingezien. In 1579 werd haar beeld niet meer in de processie meegevoerd; misschien was het vernield in 1572, toen de geuzen vermoedelijk tegelijk met de rest van het kerkgebouw ook de kapel plunderden. Volgens de predikant Baselis uit Bergen op Zoom is omstreeks 1580 haar kruisbeeld verbrand.
- Niettemin staat in een waarschijnlijk uit Breda afkomstig testament uit 1594 van een zekere Soetken Cornelisdochter dat zij de belofte heeft gedaan om jaarlijks op bedevaart te gaan naar St. Dymphna te Geel (B), het H. Kruis te ⟶ Sprundel, 'St. Vijve' (St. Wivinna) te ⟶ Woensdrecht en St. Ontcommer te ⟶ Steenbergen.
- Een poging in de jaren twintig van de 20e eeuw van de Steenbergse kapelaan (later bisdomarchivaris en historicus) Cl. Merkelbach van Enkhuizen om de verering nieuw leven in te blazen, onder meer door de stichting van een harmonie onder haar bescherming (1928), liet geen blijvend spoor na.

Uitstralingsgebied
- Ontcommer werd in de 15e eeuw vereerd in het noordwesten van Brabant, Vlaanderen, Holland en het Rijnland (Kleef). In de 16e eeuw en later breidde de verering zich uit naar Noord-Frankrijk, Engeland, zuidelijk Duitsland, Zwitser-land, Oostenrijk en Polen.
- Over het uitstralingsgebied van de Steenbergense cultus worden we geïnformeerd door het al genoemde handschrift uit het midden van de 15e eeuw (waarvan vermoedelijk delen zijn ontleend aan oudere bronnen), afkomstig uit het klooster Oostbroek dat nabij de stad Utrecht was gelegen. In dit handschrift is behalve een versie van de legende een lijst van zes wonderen opgenomen die door toedoen van de heilige in de kerk van Steenbergen zouden zijn gebeurd. In een van deze wonderverslagen wordt verwezen naar de krijgstochten van een van heren van Arkel (Zuid-Holland) die in de 14e of 15e eeuw hebben plaatsgevonden. Verder is sprake van personen uit Zandvliet (ten noorden van Antwerpen), uit Goes en uit andere, niet nader genoemde plaatsen in Holland en Zeeland. Ook uit archivalia blijkt dat tot ver in de 16e eeuw naar Steenbergen werd gepelgrimeerd, onder andere vanuit Antwerpen en Turnhout.

Interpretaties rond Steenbergen
- De kwestie of Steenbergen de plaats van ontstaan van de St. Ontcommerverering was, heeft geleid tot een intensieve historische discussie. Terwijl de Duitse schrijvers Schnürer en Ritz (1934) Steenbergen als plaats van onstaan van de legende en het uitgangspunt van de verering beschouwden, werd dit bestreden door de Leuvense hoogleraar Gessler (1937), die uit de vroege verspreiding in Vlaanderen, met name Gent, meende te kunnen concluderen dat de oorsprong in dat gewest lag en niet te Steenbergen, waarvan de berichten over de verering uit later tijd dateren.
Slootmans (1939 en 1950) kwam, mede aan de hand van Gesslers opinie, tot de conclusie dat Steenbergen niet de bakermat, maar wel een belangrijk uitstralingspunt van de legende was.
Merkelbach van Enkhuizen (1958) meende dat het oudste beeld te Steenbergen geen recht-streekse navolging van de Volto Santo zou zijn geweest, maar afgeleid zou zijn van een ander crucifix, met name de 'Christ de Ste.-Balsamie' (Reims). De Jong (1959) wijt het ontbreken van oudere bronnen over de verering te Steenbergen aan het verloren gaan van de stedelijke archivalia tijdens de Nederlandse Opstand en voert overigens een aantal argumenten aan die aannemelijk kunnen maken dat Steenbergen eerder dan 1441 (toen het St. Ontcommergilde werd opgericht) een cultuscentrum voor St. Ontcommer is geweest.
Materiële cultuur - Pelgrimstekens: uit de 'Voorgeboden' (politieverordening) van Steenbergen, vastgesteld door Hendrik van Nassau (1504), blijkt dat het kerkbestuur het monopolie bezat op de verkoop van offerkaarsen en (pelgrims-)insignes. Een insigne (10,7 x 6,7 cm), vermoedelijk te Steenbergen vervaardigd, is in het Verdronken Land van Zuid-Beveland (Reimerswaal) aangetroffen. Het gaat om een licht beschadigd insigne in tin-loodlegering (tweede helft 15e of begin 16e eeuw) met het gedeeltelijk leesbare inschrift '+ Sente ontcommer + +...an...ven +'. Het stelt de heilige voor, gekleed in een lang gewaad, gebonden aan een kruis, links vergezeld van een geknielde persoon. Het geheel is geplaatst in een gotische nis (of voor een kerkgevel).

Bronnen en literatuur Archivalia: Zevenbergen, regionaal archief West-Brabant: kerkrekeningen in het stadsarchief van Steenbergen tot 1810. Utrecht, Rijksarchief in Utrecht, archieven kleine kloosters en kapittels, inv. nr. 1190 (oud), betreft een lijst van op voorspraak van St. Ontcommer te Steenbergen geschiede mirakelen, 1417-1520, in een necrologium van het benedictinessenklooster te Oostbroek, De Bilt.
Literatuur: J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het bisdom van Breda etc. (Roosendaal: Van Leeuwen, 1878) p. 234-254; L.A.J.W. Sloet, De heilige Ontkommer of Wilgeforthis. Een geschiedkundig onderzoek ('s-Gravenhage 1884); H. Levelt, 'Sancta Wilgefortis of Sinte Ontkommer, maagd en martelares', in: Sinte Geertruydtsbronne 4 (1927) p. 73-84; G. Schnürer & J.M. Ritz, Sankt Kümmernis und Volto Santo. Studien und Bilder (Düsseldorf 1934); H. Levelt, 'Sinte Ontcommer in verleden en heden', in: Sinte Geertruydtsbronne 12 (1935) p. 163-164; G.C.A. Juten, De parochiën in het bisdom Breda, dl. 1. Dekenaat Bergen op Zoom (Bergen op Zoom: Gebr. Juten, 1936) p. 64-66; J. Gessler, De Vlaamsche baardheilige Wilgefortis of Ontcommer (Antwerpen 1937); C.J.F. Slootmans, Grepen uit de geschiedenis van Steenbergen vóór 1648 (z.pl. [1939]) p. 10-13; 'Ontkommer', in: Sancta Maria 18 (1941) p. 262-263; C.J.F. Slootmans, 'Uit Steenbergens verleden voor 1648', in: De Ghulden Roos 10 (1950) p. 48-50; Raymond Peeters, 'Kempense zoengedingen en strafbedevaarten tot aan de vooravond van de beeldenstorm', in: Taxandria (...) Antwerpse Kempen nwe. reeks 28 (1956) p. 63-64, 97; L. Merkelbach van Enkhuizen, 'De Sint-Ontkommerpolder en de Steenbergse verering van zijn patrones', in: Uit Stad en Land van Steenbergen (Steenbergen 1958) p. 35-56; A. Delahaye, 'Een kerkelijk jaar in middeleeuws Steenbergen', in: Uit Stad en Land van Steenbergen (Steenbergen 1958) p. 103-105; M.J.G. de Jong, De Duivel op de lijkwagen. Spookgeschiedenissen, legenden en historische sagen uit het westen van de provincie Noord-Brabant etc. (Terneuzen 1959) p. 51-62, 105-109; W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen in de Kempen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 40-44; A. Delahaye, 'Sint Ontkommer in Steenbergen', in: Steenbergen in de middeleeuwen (Steenbergen 1972) p. 306-310; J. van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten (Assen-Amsterdam: Van Gorcum, 1978) p. 701, 708; J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie (Weesp 1978/1985) p. 4-35, nr. 36 en 303, nr. 828; Thuis in de late Middeleeuwen (tent. cat.; Zwolle: Waanders, 1980) p. 183 nr. 323; R.M. van Heeringen, A.M. Koldeweij & A.A.G. Gaalman, Heiligen uit de modder. In Zeeland gevonden pelgrimstekens (Zutphen: Walburgpers, 1987) p. 97-98 nr. 22; H. van Schalkwijk, Kruisen. Een studie over het gebruik van kruistekens in de ontwikkeling van het godsdienstig en maatschappelijk leven (Hilversum 1989); M. van den Maagdenberg, 'De kerkelijke beneficies in Sprundel', in: Jaarboek 1991 Onder Baronie en Markiezaat (1991) p. 26-42; H.J.E. van Beuningen & A.M. Koldeweij, Heilig en profaan. 1000 laatmiddeleeuwse insignes uit de collectie H.J.E. van Beuningen (Cothen: Stichting Pelgrimsinsignes, 1993) p. 137, pelgrimsteken Volto Santo, 183, pelgrimsteken Steenbergen.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Steenbergen. Documentatie over Wilgefortis, uit de collectie J.A. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<