Staveren, O.L. Vrouw

Cultusobject: O.L. Vrouw
Datum: Vier mariale feestdagen
Periode: Voor 1284 - tweede helft 16e eeuw
Locatie: Kerk van de voormalige St. Odulphusabdij
Adres: -
Gemeente: Nijefurd
Provincie: Friesland
Bisdom: Groningen
Samenvatting: Ofschoon er over de Mariaverering in Staveren slechts weinig gegevens bekend zijn, heeft deze cultus - getuige de verspreiding over verschillende vereringscentra - een grote uitstraling gehad.
Auteur: Johannes Mol
Illustraties:
Topografie - Het cultusoord was tot 1415 de kerk van de aan Maria en Odulphus gewijde benedictijnerabdij buiten Staveren; na 1415 de kerk van het in dat jaar in Staveren gevestigde klooster waarheen de abdijgemeenschap was verhuisd (⟶ Staveren, H. Bloed en ⟶ Staveren, Odulphus). Ook na het vertrek in 1495 van de Staverse monniken naar Hemelum, zette de cultus in hun voormalige klooster, dat in hun bezit bleef als uithof, zich voort. Aan deze situatie kwam uiterlijk in 1580 een einde, toen de benedictijnen voorgoed uit Staveren werden verdreven.
- Naast de O.L. Vrouwecultus in de opeenvolgende kloosterkerken bestonden er in de (nabije) omgeving nog enkele Mariaculten die mogelijk op de een of andere wijze afhankelijk waren van de cultus in de Maria- en Odulphusabdij. Het gaat hier achtereenvolgens om: (1) de uit de tweede helft van de 12e eeuw daterende en blijkens een vermelding uit 1243 aan Maria gewijde parochiekerk aan de noordzijde van Staveren; (2) het oorspronkelijk met de St. Odulphusabdij juridisch en economisch een geheel vormende vrouwenklooster te Hemelum, dat blijkens een oorkonde uit 1320 beschikte over een reliek van de H. Maagd, en dat in het midden van de 15e eeuw in een mannenklooster veranderd blijkt te zijn waarmee de St. Odulphusabdij in 1495 niet alleen juridisch maar ook de facto werd verenigd; (3) een uithof van de abdij te Rijs, die in de 14e eeuw tot onderkomen diende van de gewezen abt Folkert toen deze als wijbisschop van de bisschop van Utrecht actief was. Tot het uithofcomplex zou een aan Maria gewijde kapel ('formaria') hebben behoord, welke op het eind van de 15e eeuw door een tegenstander van de toenmalige abt werd verwoest. De Proeliarius, een vroeg 16e-eeuwse kloosterkroniek, vermeldt dat er grote groepen mensen plachten te komen in de tijd dat 'de abten' er nog verblijf hielden.
Cultusobject - Het oudste bericht over het object van verering dateert van september 1284 en komt voor in een aflaatlicentie van wijbisschop Hendrik, bisschop van Pomesanië, voor de broeders en zusters van Staveren. Hiermee zijn ongetwijfeld de broeders van Staveren en de zusters van Hemelum bedoeld. In de oorkonde wordt gesproken van relieken van de melk van de Moeder Gods, gevat in een beeld.
- Ervan uitgaande dat dit beeld hetzelfde is als het beeld dat in de 16e eeuw nog in Staveren werd vereerd, dan was dit beeld, in ieder geval in later tijd, gekleed. Van dit laatste getuigt de vermelding van Schotanus (zie onder Verering) dat het beeld een 'hulzel' droeg als een Friese vrouw.
Verering - Mogelijk bestond er in Staveren al kort na de stichting van de Odulphusabdij, in de 9e eeuw, een bijzondere verering van Maria; een verering die wellicht een nieuwe stimulans heeft gekregen na de bouw in de 12e eeuw van de aan Maria gewijde parochiekerk.
- De oudst bekende gegevens over de cultus van de moedermelk van Maria in de abdijkerk biedt de genoemde oorkonde uit 1284. Hierin wordt vermeld dat in de nabijheid van het beeld, door toedoen van Christus, in de aanwezigheid van een menigte mensen een aantal opvallende en belangrijke wonderen zouden zijn geschied, hetgeen volgens de uitvaardiger bevestigd was door enkele minderbroeders uit Groningen die ooggetuigen waren geweest.
- In een pausoorkonde van mei 1285 uit het cartularium van de vrouwenabdij te Hemelum wordt gesproken over zeelieden die in wanhoop tijdens zware stormen Maria in het klooster van Staveren aanriepen en na het doen van een gelofte aan alle gevaar ontsnapten.
- In aflaatoorkonden uit de 14e eeuw worden geen mededelingen gedaan over de Mariadevotie, behalve dan dat de gelovigen aflaten konden verwerven op onder meer de vier voornaamste mariale feestdagen.
- In twee door verschillende kardinalen te Konstanz uitgevaardigde oorkonden, respectievelijk van 1 april en 5 mei 1418 (dus kort na de verhuizing van de monniken van buiten naar binnen Staveren), is sprake van een grote menigte gelovigen die zich op de feesten van Maria bij het 'nieuwe' klooster met bijbehorende kapel verzamelt. Uit deze gegevens wordt duidelijk dat de benedictijnen ook op hun nieuwe woonlocatie de toeloop van gelovigen wilden aanmoedigen om met de te verwachten inkomsten de verdere uitbouw van hun kloostercomplex te kunnen bekostigen (vgl. ook ⟶ Staveren, H. Bloed).
- Met betrekking tot de latere tijd zijn nauwelijks gegevens over de verering van Maria te Staveren overgeleverd. Dat deze cultus zich heeft voortgezet tot in de tweede helft van de 16e eeuw wordt in ieder geval duidelijk uit een bericht dat we vinden bij de geschiedschrijver Schotanus (1664) en dat steeds door andere auteurs is overgenomen. Schotanus vermeldt dat er 40 jaar tevoren nog mensen in Staveren leefden die in het St. Odulphusklooster de mis hadden gehoord en in de kerk een beeld van O.L. Vrouw hadden gezien, 'hebbende een hulzel op als een Friese Vrouw'. Omdat daarbij vermeld wordt dat het klooster in het zuiden van de stad lag, kan het bericht alleen maar slaan op het bovengenoemde 'nieuwe' kloostercomplex van 1415.

De slag bij Staveren, 1345
- In de literatuur (o.a. door Kronenburg) is vaak een verbinding gelegd tussen de 'Friese Lieve Vrouw' van Schotanus en de Lieve Vrouwe Dag van 26 september, welke door de Friezen ter ere van Maria werd gevierd ter herinnering aan hun overwinning op het Hollandse invasieleger van graaf Willem IV in de slag bij Staveren in 1345. De betrouwbare 16e-eeuwse kroniekschrijver Worp van Thabor maakt melding van dit overwinningsfeest. Zijn mededeling wordt gestaafd door een aantekening uit het gedeeltelijk overgeleverde necrologium van Dronrijp, betreffende een 'memoria Beatae Virginis propter victoriam in Stauria' op 26 september. Of deze huldebetuiging aan Maria - zij komt als schutspatroon voor op het gemeenschappelijk zegel van de Friese landen in de 14e eeuw - in relatie staat met de te Staveren vereerde Lieve Vrouw is moeilijk aan te tonen.
- De paters franciscanen van Bolsward - daartoe mede gestimuleerd door de uiteenzettingen van J. Kronenburg en Titus Brandsma over de Friese Mariaverering in het verleden - slaagden er in de jaren veertig en vijftig van deze eeuw in om de viering van de Friese Lieve Vrouwe te hernieuwen. Ten einde deze viering te propageren richtten zij hun aandacht echter niet op Staveren maar organiseerden zij bedevaarten naar de Maria van ⟶ Bolsward.

Bronnen en literatuur Archivalia: Leeuwarden, Rijksarchief in Friesland, archief van het St. Odulphusklooster van Staveren, inv.nr. 1, cartularium (zie de toegang hierop van H. Bremer, Inventarissen van kleine kloosterarchieven (ongepubliceerd typoscript, Leeuwarden, reg. nr. 5).
Tekstedities: De oorkonde van 1320 is gepubliceerd in: G. Brom, Bullarium Trajectense, dl. 1 ('s-Gravenhage 1892) nr. 747; verschillende van de 13e-eeuwse oorkonden, o.a. de akten van 1243 en 1284, zijn gepubliceerd in A.C Bouman e.a. ed., Oorkondenboek van het Sticht Utrecht, 5 dln. (Utrecht-'s-Gravenhage 1920-1959); regesten van de aflaatverleningen zijn, zij het niet compleet, opgenomen in: G. Colmjon, Register van oorkonden die in het Charterboek van Friesland ontbreken tot het jaar 1400 (Leeuwarden 1884); een volledig overzicht biedt de publicatie van Mol en Van Vliet (zie onder B); Proeliarius of Strijdboek, bevattende de jongste oorlogen in Friesland, beschreven door Paulus Rodolphi van Rixtel, vert. door J.G. Ottema (Leeuwarden: Friesch Genootschap, 1855) p. 11, het bericht over de Mariakapel te Rijs; Chr. Schotanus, Beschrijvinge van de heerlijkheydt van Frieslandt tusschen 't Flie en de Lauwers (Franeker 1664) p. 263-264, de verering van Maria in het Staverse klooster, in het zuiden van de stad; J.G. Ottema ed., Worperi Thaborita, Chronicon Frisiae Libri tres (Leeuwarden 1847) p. 188, berichten over de O.L.V. memorie van de slag bij Staveren; J.G. Ottema ed., Worp van Thabor, Kronijk van Friesland, boek 4 (Leeuwarden 1850) p. 88; P. Winsemius, Chronique ofte historische geschiedenisse van Vrieslant (Franeker 1622) p. 203; Chr. Schotanus, 'Tablinum, dat is: brieven ende documenten dienende tot de Friesche historie', in: P. Winsemius, De geschiedenissen kerckelyck ende wereldtlyck van Friesland Oost ende West (Franeker 1658) p. 21.
Literatuur: J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, 8 dln. (Amsterdam: Bekker, 1904-1914) dl. 1, p. 164, 198, dl. 2, p. 338, dl. 3, p. 46, 50; dl. 4, p. 51; Maria Viola, 'Het votief-tafereel der heeren van Montfoort', in: Katholieke Illustratie 44 (1909-1910) p. 30-32; T. Brandsma, 'De Friese Lieve Vrouw', in: Ons Noorden, oktober 1940; G.R. Groustra, De slach by Starum, 1345 (Bolsward: Het Witte Boekhuis, 1978) p. 85; J.A. Mol en K. van Vliet, 'De oudste oorkonden van de St. Odulfusabdij van Staveren', in: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis 1 (1997) passim.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Staveren-O.L. Vrouw

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<