Staveren, Heilig Bloed

Cultusobject: Heilig Bloed
Datum: Onbekend
Periode: 15e eeuw - 16e eeuw (?)
Locatie: Heilig Bloedkapel bij de ruïne van de St. Odulphusabdij
Adres: -
Gemeente: Nijefurd
Provincie: Friesland
Bisdom: Groningen
Samenvatting: De Heilig Bloedverering te Staveren betreft een 15e-eeuwse regionale cultus op de plaats van de toen reeds verlaten St. Odulphusabdij.
Auteur: Johannes Mol
Illustraties:
Topografie - Het gaat om een locatie in of bij de in 1415 verlaten kerk van de benedictijner St. Odulphusabdij, circa 800 m ten noordwesten van de stad. De abdij was sinds de Hollands-Friese oorlogstroebelen van 1396-1414 praktisch geheel verlaten door de monnikengemeenschap, die haar toevlucht in de stad had gezocht en in 1415 toestemming kreeg daar een klooster in te richten in een aan haar behorend hospitaal.
- Het oude abdijcomplex ligt al ruim vier eeuwen onder water. Lange tijd is hier een ondiepte geweest, bij vissers bekend als 'De Stiennen' of 'It Tsjerkhôf'. Soms worden nog losse resten, zoals stenen en botten, opgehaald in vissersnetten.
Cultusobject - Over de herkomst en de aard van het H. Bloed is niets meer bekend. Mogelijk gaat het om een reliek van Christus zelf, zoals in het Vlaamse Brugge; mogelijk om een Sacrament van Mirakel waarvan in de 15e eeuw veel culten bestonden in de Nederlanden.
Verering - Er zijn vier gegevens over de verering van het H. Bloed in Staveren voorhanden. De eerste twee betreffen aflaatverleningen uit 1418. Het gaat respectievelijk om een oorkonde, uitgevaardigd op 1 april door een aantal kardinalen die aanwezig waren op het concilie van Konstanz, en om een aflaatverlening door Martinus V, van 21 april. Ze waren bestemd voor de bezoekers van de tot het St. Odulphusklooster van Staveren behorende kapel van het H. Bloed. Omdat vrijwel gelijktijdig aflaatoorkonden uitgevaardigd werden ten gunste van het aan St. Odulphus en de H. Maria gewijde klooster in Staveren kan worden aangenomen dat het gaat om een locatie in of bij de in 1414 verlaten abdij buiten de stad.
Van de H. Bloedkapel wordt in de oorkonde van Martinus V gemeld dat er veel wonderen bij geschieden aan zowel mannen als vrouwen, en dat het een menigte volk trok. In de aflaatverlening door de kardinalen wordt gemeld dat deze menigte vooral op de dagen van ⟶ St. Odulphus en St. Benedictus in Staveren omvangrijk was.
- In de derde bron, een aflaatverlening van Eugenius IV uit 1431, heet de kapel buiten de muren van de stad te liggen en door oorlog en andere rampen geruïneerd te zijn.
- De vierde en laatste vermelding betreft een legaat 'ad Sanctum Cruorem in Stauria et Virgini Marie ibidem' (aan het H. Bloed in Staveren en de ⟶ H. Maagd in dezelfde plaats), in een testament uit 1451. Omdat het in dit laatste geval gaat om een vermogende testateur die niet in Frieslands Zuidwesthoek woonachtig was of daar enige relaties mee had, kan aangenomen worden dat de cultus een bovenlokale uitstraling bezat en bedevaartgangers van elders trok. De neergang van de cultus zal parallel hebben gelopen met de aantasting van deze locatie door zee en stormvloeden in de tweede helft van de 15e en eerste helft van de 16e eeuw.

Bronnen en literatuur Archivalia: Leeuwarden, Rijksarchief in Friesland: archief van de St. Odulphusabdij te Staveren, inv.nr. 1: cartularium (zie H. Bremer, Inventarissen van kleine kloosterarchieven (onuitgegeven typoscript, Leeuwarden, reg. nr. 5)).
Tekstedities: H. Reimers ed., Friesische Papsturkunden aus dem vatikanischen Archive zu Rom (Leeuwarden: Friesch Genootschap, 1908) p. 36-37, 117; G. Verhoeven en J.A. Mol ed., Friese testamenten tot 1550 (Leeuwarden: Fryske Akademy, 1994) p. 28, nr. 17.
Literatuur: G., 'Oerbliuwsels fan kleaster St. Odulf (Starum) fûn', in: Friesch Dagblad, vrijdag 28 november 1980.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Staveren-H. Bloed

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<