HomeDatabankenBedevaarten

Sprundel, Wonderkruis + Heilig Kruis

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Wonderkruis + Heilig Kruis
Datum: 24 juni (zondag na; + octaaf)
Periode: Ca. 1445 - einde 17e eeuw / ca. 1804 - ca. 1950
Locatie: Parochiekerk van St. Johannes de Doper
Adres: Kerk, Hertogstraat; pastorie, St. Janstraat 62, 4714 EH Sprundel
Gemeente: Rucphen
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: Breda
Samenvatting: Sprundel was in de late middeleeuwen een bedevaartplaats met als trekpleisters een wonderkruis en een kruisreliek. Tot 1648 werd het feest jaarlijks met een grote processie gevierd. Aan het begin van de 19e eeuw werd de verering weer gestimuleerd, waarna tot in de eerste helft van de 20e eeuw opnieuw bedevaarten werden gehouden, ditmaal slechts naar de kruisreliek van Sprundel, aangezien het wonderkruis in 1639 was zoekgeraakt.
Auteur: Ad Schrauwen
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De kerk van Sprundel ligt in het midden van het dorp, evenwijdig en ten zuiden van de doorgaande oost-westverbinding (Hertogstraat/St. Janstraat). De huidige kerk dateert uit 1922 en verving een eenbeukige kruiskerk die waarschijnlijk uit het begin van de 16e eeuw stamde. De Utrechtse architect Wolter te Riele maakte het ontwerp. Alleen de 15e-eeuwse 'Kempische' kerktoren (baksteen) is nog van de oude kerk over. Op 14 mei 1923 werd de nieuwe bakstenen kerk door bisschop P. Hopmans van Breda gewijd. Deze kerk heeft, evenals haar voorgangers, een H. Kruisaltaar.
- In de kerk bevinden zich vier gebrandschilderde glas-in-loodramen en schilderingen naar het ontwerp van de benedictijn Jacobus van der Meij met afbeeldingen van de H. Kruisverering. De ramen, drie enkele en een dubbele, zijn geplaatst in de H. Kruiskapel. Ze zijn gemaakt door Conrad Martiner Bildhamer in Noord-Italië en hebben de volgende voorstellingen: 1) de H. Helena, moeder van keizer Constantijn de Grote, vindt het H. Kruis bij Jeruzalem (volgens de overlevering in 324); 2) Keizer Constantijn brengt persoonlijk in een plechtige optocht het H. Kruis naar Jeruzalem; 3) de kruisvinding in Sprundel; 4) de H. Kruisprocessie.
- In Sprundel herinnert de Omgangstraat nog aan de middeleeuwse Kruisprocessie.
Cultusobject - Het Sprundelse wonderkruis, dat geen corpus droeg, zou in het midden van de 15e eeuw zijn gevonden in de bodem ten noorden van de parochiekerk. Het raakte zoek kort voor 1639, aan de vooravond van een kerkelijk onderzoek naar zijn wonderbaarlijke aard op last van de bisschop van Antwerpen (vgl. ⟶ Rijsbergen, H. Kruis). Het reliekschrijn bleef echter bewaard en werd meegenomen naar de schuurkerk. Later is het verloren gegaan. Op het reliekschrijn stonden de lijdenswerktuigen afgebeeld.
- De kruisreliek, een kleine splinter, zou afkomstig zijn van het kruis waarop Christus heeft geleden of zou daarmee in aanraking zijn gebracht. Van de reliek is een echtheidscertificaat bewaard dat is gedateerd op 31 januari 1730. De splinter zit achter een ovaal glas en is gevat in een kruisje van ongeslepen bergkristal. Dit kruisje zit weer in het hart van een verguld zilveren, kruisvormige houder uit de tweede helft van de 15e eeuw. De vier uiteinden van de kruishouder zijn aan de voor- en achterkant gegraveerd. Op de voorkant links staat Christus die zijn kruis draagt; boven Christus aan het kruis met daaronder, bij het kruis staande, Maria en Johannes; rechts de kruisafneming; onder de graflegging. Op de achterkant staan in elk van de vier kruisarmen de symbolen van de evangelisten: de engel, adelaar, leeuw en stier. Omstreeks 1700 is het kruis nog versierd met vier barokke gouden straalhoeken.
Verering - In Sprundel zou tussen 1400 en 1450 een wonderbaarlijk kruis gevonden zijn op het kerkhof ten noorden van de kerk. In dezelfde periode verwierf de kerk een reliek van het H. Kruis. De verering in Sprundel richtte zich op beide objecten. Op de plaats waar het wonderkruis was gevonden, werd in de 16e eeuw een kapel gebouwd die werd voorzien van een altaar waarop het wonderkruis werd bewaard in een schrijn. Op de feesten van Kruisvinding (3 mei) en Kruisverheffing (14 september) werden in deze kapel godsdienstoefeningen gehouden.
- Eerder al, op 3 April 1446, had de Sprundelse pastoor Theodericus (Dirk) de Man goedkeuring gekregen voor de oprichting van een altaar ter ere van het H. Kruis in de parochiekerk, met het daaraan verbonden beneficie en de benoeming van een speciale door de pastoor voorgedragen bedienaar. Aan het H. Kruisaltaar moest een mis per week gelezen worden. In 1459 werden de lasten en inkomsten van het H. Kruisaltaar samengevoegd met die van het Drievuldigheidsaltaar en het Maria-altaar. Volgens het dekenale visitatieverslag van 1594 werden inmiddels twee missen aan het H. Kruisaltaar gedaan, maar waren de inkomsten verviervoudigd. Naast deze vaste altaarinkomsten bezorgde de grote toeloop van bedevaartgangers extra inkomsten aan collectegeld.
- In een Breda's testament uit 1594 van een zekere Soetken Cornelisdochter staat dat zij de belofte heeft gedaan om jaarlijks op bedevaart te gaan naar St. Dymphna te Geel (B), St. Ontcommer te ⟶ Steenbergen, 'St. Vijve' (Wivinna) te ⟶ Woensdrecht en '[...] tot Sprundel voor het H. Cruys ende te offeren eenen silveren penninck met een wasschen hoeyken oft cransken van een oortken [koperen munt], ende dese bedevaert heeft sy tweemael gedaen [...]'.
- Toebak vermoedt dat twee offers van graan uit de jaren 1611 en 1619 met het gewicht van een, respectievelijk twee kinderen, geschonken zijn uit dank voor genezing na de verering van het wonderkruis en de kruisreliek.
- Na de Nederlandse Opstand ging de kerk over in handen van de protestanten. De altaren werden alle afgebroken. In de schuurkerk werd een nieuw H. Kruisaltaar geplaatst. Pastoor Cornelis Rombouts kocht omstreeks 1650 voor 400 Rijnsgulden te Antwerpen voor dit altaar een retabel met een voorstelling van de kruisafneming.

De processie
- In Sprundel was tussen circa 1450 en 1648 de viering van het H. Kruisfeest gekoppeld aan het feest (24 juni) van de kerkpatroon, St. Jan de Doper. De bedevaart naar Sprundel op die dag en de navolgende zondag moet aan het begin van de 16e eeuw tenminste regionaal geliefd zijn geweest. In 1525 althans hield de pastoor van het Bergen-op-Zoomse begijnhof, Nicolaas Christi, een felle preek tegen deze 'duvelsvaerden' en de geldklopperij die ermee gepaard ging. Pastoor Christi werd nog in hetzelfde jaar door inquisiteur Nicolaas Coppin gedwongen om zijn woorden terug te nemen. Coppin leidde op verzoek van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk een onderzoek naar Christi wegens vermeende ketterij.
- Over de gang van zaken tijdens de jaarlijkse viering zijn we wat betreft de eerste helft van de 17e eeuw goed geïnformeerd, met name dankzij bewaard gebleven kerkrekeningen. De kerk werd ter gelegenheid van de feestdag grondig schoongemaakt en vervolgens versierd met slingers van groene takken en gekleurde papieren roosjes. Het feest werd opgeluisterd door schietwedstrijden voor schutterijen, ganzenrijders, zangers, goochelaars en dergelijke. Nog drukker bezocht dan het feest zelf, was de zondag na St. Jan vanwege de jaarlijkse Kruisprocessie ('ommegang').
- Enkele weken voor de processiedag werden in Antwerpen 'Begankenis-vaantjes' afgehaald. In 1626 werden deze vaantjes geleverd door de Antwerpse drukker Abraham Verhoeven; ook in 1629 werden 500 'vaentkens van de miraeckelen des heijlichs cruys' uitgedeeld. Op de voor- en achterzijde van de vaantjes stonden afbeeldingen van het wonderkruis van Sprundel. Juten vermoedt dat ze zijn gemaakt naar het voorbeeld van schilderijen die in de kerk hingen. In 1609 werd het Ommegangstraatje, waarlangs de processie leidde, opgeknapt. De gehele nacht van zaterdag op zondag werden door enkele jonge mannen de klokken geluid.
- De pastoor hield tijdens de plechtige hoogmis een feestpredikatie over het H. Kruis en de vele in Sprundel gebeurde wonderen, waarvoor het dorpsbestuur hem een speciale uitkering gaf. Na de mis trok de processie uit in traditioneel vastgestelde volgorde. Voorop liepen de schuttersgilden, vervolgens de godsdienstige broederschappen. Beide droegen een beeld van hun patroon of patrones op de schouders met zich mee. Daarachter liep het gelovige volk en vervolgens het zangkoor dat, vaak versterkt met zangers van buiten Sprundel, vlak voor het baldakijn met het H. Sacrament uitliep. Onder en naast het baldakijn liepen de priesters. De lange stoet werd afgesloten door de schouten en schepenen van Etten en Vorenseinde, onder wier bestuur Sprundel viel, en soms ook die van de naburige dorpen Hoeven en Rucphen. De gerechtsdienaars van genoemde plaatsen waren aanwezig voor handhaving van de openbare orde.

Verdere ontwikkeling
- Na 1648 kwam een (voorlopig) einde aan de kruisbedevaart. De pastoor had het inmiddels lege reliekschrijn van het wonderkruis en de kruisreliek waarschijnlijk meegenomen naar de schuurkerk, waar de lokale verering - ook die voor het wonderkruis, maar nu gericht op het schrijn - doorgang vond. Op het einde van de 17e eeuw schrijft Pieter Nuyts nog dat:

'die plegtigheid [van de processie] niet geheel zonder eenige overblijfselen is komen op te houden, want de toeloop van 't bijgeloovige volk, dat 't zelve kruys, alhoewel daer niet meer [is], maer verduisterd ende in 't ongereede geraakt is, van groote wonderen en hooge agting houdt, uit alle aan- en afgelegene oorden jaarlijks aldaar nog met grooten toeloop op dien dag verschijnen en de gewaende heiligheid in hare gedagten konden vieren'.
De verering van het wonderkruis moet in de jaren hierna echter zijn verdwenen.
- Paus Clemens XIII verbond op 9 januari 1762 een volle aflaat aan de kruisreliek, te verdienen op de zondag na St. Jan of op een van de volgende 14 dagen. Op 24 maart 1804 vernieuwde paus Pius VII deze H. Kruisaflaat, die sindsdien verdiend kon worden onder het gehele octaaf van St. Jan, de volgende zondag en alle vrijdagen van het jaar. Op 1 augustus 1841 vernieuwde paus Gregorius XVI op zijn beurt de aflaat.
- Dankzij de 'Sprundelse aflaat' en de oprichting van een kruisweg in 1816 herleefde Sprundel in de 19e eeuw als bedevaartplaats van het H. Kruis. Uit deze tijd is ook een wonder bekend. Op St. Jansdag 1854 raakte een zevenjarig jongetje uit Zundert van zijn kreupelheid genezen. Vooral pastoor C. van Mechelen (1856-1904), die tevens deken van Etten was, spande zich in om het St. Jansfeest en de H. Kruisdevotie weer de oude luister te geven. De tientallen ex-voto's die in Sprundel zijn geschonken uit dankbaarheid voor de gunsten die zijn verkregen dankzij de verering van het H. Kruis, dateren vrijwel allemaal uit de tijd van Van Mechelens pastoraat.
- In een advertentie in het dagblad De Grondwet van 23 juni 1889 maakte de burgemeester van Rucphen en Sprundel bekend 'dat op de aflaatdagen te Sprundel op 24 en 30 juni en 7 juni, alle vreemde liedjeszangers, orgeldraaiers, rijfelaars, enz. streng zullen geweerd worden'.
- Tot 1930 werd 'Het wonderbare kruis van Sprundel' nog massaal vereerd. Daarna is deze verering langzaam minder geliefd geraakt, om na de Tweede Wereldoorlog geheel te verdwijnen ten gunste van die van ⟶ O.L. Vrouw van Fatima. De kruisreliek staat anno 1996 nog uitgesteld bij (grote) kerkelijke feestdagen, waaronder die van St. Jan (24 juni). Normaal wordt de reliekhouder bewaard in een kluis in de sacristie.
Materiële cultuur - Gravures: De kruisvinding en de daarop volgende kruisverering in Sprundel zijn te zien op twee vroeg-19e-eeuwse (?) gravures die waarschijnlijk teruggaan op oudere voorbeelden. Juten vermoedt dat deze gravures zijn vervaardigd naar het voorbeeld van de 17e-eeuwse vaantjes. 1 De ene gravure toont vier personen in laat-15e-eeuwse dracht die in een kerk het wonderkruis vereren dat op een altaar staat, terwijl aan de wand diverse votiefgeschenken hangen, zoals krukken. 2 De tweede gravure toont de vinding van het wonderkruis op het Sprundelse kerkhof.
- Ex-voto's: Na 1648 waren ook de ex-voto's tijdig in veiligheid gebracht in de schuurkerk. In 1787 werden hier bij een inbraak enkele zilveren votiefgeschenken gestolen, waaronder een kruis, armpjes, oogjes en beentjes; 2 zilveren en andere metalen ex-voto's, aanwezig in een houten kast met glas bij de sacristie-ingang voor in de kerk, die dateren uit de tweede helft van de 19e eeuw: 17 hoofden, 12 benen, 7 lichamen, 6 handen, 5 runderen, 3 harten, 3 paarden, 1 varken en 1 paar ogen.

Bronnen en literatuur Archivalia: Breda, Bisdomarchief: Afdeling I, doos 150. Rucphen, gemeentearchief: parochiearchief St. Joannes de Doper te Sprundel. Zevenbergen, streekarchief: oud-rechterlijk archief Etten-Leur, inv.nr. 467 (d.d. 27 dec. 1787).
Tekstedities: Paul Fredericq, Corpus documentorum inquisitionis haereticae pravitatis neerlandicae, dl. 5 (Gent: J. Vuylsteke/'s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1902) p. 55, verhoor Nicolaas Christi door Nicolaas Coppin, en p. 69-71, de veroordeling van Christi.
Literatuur: J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het bisdom van Breda etc., dl. 4 (Roosendaal: Van Leeuwen, 1878) p. 215-224; J. Kalf, De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Noordbrabant, dl. 1. De monumenten in de voormalige Baronie van Breda (Utrecht: A. Oosthoek, 1912) p. 328-332; J.W.A. Gommers, 'Folkloristische kalender voor westelijk Noord-Brabant', in: Sinte Geertruydtsbronne 7 (1930) p. 111; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 157; G.C.A. Juten, De parochiën in het bisdom Breda, dl. 2 (Bergen op Zoom: Gebr. Juten, 1935) p. 122, 141-166; L. Heere, 'Het wonderbare kruis van Sprundel', in: Kruistriomf 17 (1937/1938) p. 323-326 en 353-356; [A.J.M. Hezemans], 'Het Heilige Kruis van Sprundel', in: Onder Sprundel's toren (Sprundel: Het parochieel comité van Sprundels jeugd, 1955) p. [2-4]; P.G. Bins, Prisma Toeristengids Zeeland Brabant Limburg (Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum, [1972]) p. 329; Wilma Nijssen e.a. ed., Sprundels Bos. Fatimapark (Sprundel: Projectgroep Sprundels Bos, 1985) p. 9-11; A.J.M. Hezemans, Gemeente Historie 1930-1980 Rucphen, Schijf, Sprundel, St. Willebrord, Zegge, dl. 2 (Rucphen: Gemeentebestuur Rucphen, [1987]) p. 158 en 164; M. van den Maagdenberg, De twee schuurkerken van Sprundel (Sprundel: Heemkundekring 'Onder Baronie en Markiezaat', 1991); M. van den Maagdenberg, 'De kerkelijke beneficies in Sprundel', in: Jaarboek 1991 Onder Baronie en Markiezaat (1991) p. 26-42; M. van den Maagdenberg e.a., De kerk van de H. Johannes de Doper en haar interieur te Sprundel (Sprundel: Heemkundekring 'Onder Baronie en Markiezaat', 1992) p. 15-16, 23-24 en 53; P.M. Toebak, Kerkelijk-godsdienstig leven in westelijk Noord-Brabant, 1580-1652. Dekenale visitatieverslagen als bron, dl. 1 (Breda: Gemeentearchief, 1995) p. 229-256.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN dossier Sprundel-H. Kruis; afbeeldingen van het reliekschrijn van het H. Kruis en van gravures van de kruisvinding en -verering te Sprundel zijn aanwezig in het gemeentearchief van Rucphen en op de Sprundelse pastorie.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<