HomeDatabankenBedevaarten

Sloten, H. Pancratius (Pancras)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Pancratius (Pancras)
Datum: 12 mei
Periode: 14e/15e eeuw (?) - 16e eeuw (?)
Locatie: Parochiekerk van St. Pancratius
Adres: Osdorperweg 28, 1066 EL (oude kerk); Sloterweg 1186, 1066 CV (nieuwe kerk) Amsterdam (Oud-Sloten)
Gemeente: Amsterdam
Provincie: Noord-Holland
Bisdom: Haarlem
Samenvatting: Volgens 18e-eeuwse literatuur kwamen er in de late middeleeuwen bedevaartgangers naar de parochiekerk van Sloten om er op 12 mei aanwezig te zijn bij de toning van de schedel van de heilige Pancratius.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Sloten, gelegen vlakbij Amsterdam, was in de middeleeuwen een gecombineerde ambachtsheerlijkheid (Osdorp, Sloterdijk, Sloten en de Vrije Geer) in het bezit van de graven van Holland. De heerlijkheid ressorteerde onder het baljuwschap Kennemerland. Vanwege de verering van Pancratius werd Sloten soms ook St. Pancras genoemd.
- Betreffende de parochie 'Scloten' wordt in een overeenkomst van 28 december 1063 tussen Willem van Utrecht en Regimbertus, abt van Echternach, gesproken van een kapel die nog niet was ingewijd. Deze komt ook voor op een 11e-eeuws lijstje van kerken die toebehoord hebben aan de abdij van Echternach. Na 1156 kwam het patronaatsrecht van de kerk toe aan de abdij van Egmond.
- Tijdens de 15e eeuw stond te Sloten een parochiekerk die aan het begin van de 16e eeuw al grotendeels was vervallen en ingestort. Met de hulp van Karel V is de kerk rond 1545 weer herbouwd, maar in kleiner formaat. Vanaf 1572 werd de kerk van Sloten gebruikt voor de protestantse eredienst.
- De huidige r.k. Kerk te Sloten, gebouwd in de jaren 1900-1901 naar een ontwerp van architect Jan Stuyt, is gewijd aan St. Pancratius en bezit enkele relieken van Pancratius en Fortunatus.
Cultusobject - Zie voor St. Pancratius -> Oostvoorne.
- De parochiekerk van Sloten was in de late middeleeuwen in het bezit van een schedel waarvan werd aangenomen dat die aan Pancratius had toebehoord. Mogelijk is de reliek via bemiddeling van de abdij van Echternach in Sloten terecht gekomen.
Verering - In verschillende 18e-eeuwse boeken (o.m. Schatkamer der Nederlandse Outheden (1711) en De Nederlandsche stad en dorp-beschryver (1796)) wordt beschreven hoe voor de komst van de reformatie de pastoor van Sloten jaarlijks op 12 mei toegestroomde bedevaartgangers de schedel van de heilige Pancratius zou hebben laten zien:

'[...] en werd verhaald, dat zeker Pastoor aldaar, om den volke tot aanbidding des hoofds, en tot devotie te verwekken, met luider stemme uitriep, 'T en is geen ossehoofd, 't en is geen paardehoofd, maar 't is het heilige hoofd van Sinte Pancras!' volgends de Roomsche schrijvers is deeze Pancras onder den Keizer Diocletianus onthalsd, en het ligchaam en hoofd te Romen in de kerk van Lateranen begraven: daarom vraagt men met reden: Hoe is dit hoofd te Sloten gekomen? dan 't staat niet aan ons dit te onderzoeken'.

Het is onduidelijk wat de historische waarde van deze gegevens is. Er zijn geen vermeldingen van voor de 18e eeuw bekend. De tekst suggereert dat zij op mondelinge overlevering zijn gebaseerd.
- De omvang van de middeleeuwse kerk is mogelijk een indicatie voor het herbergen van een cultus en de ontvangst op bepaalde tijden van grotere groepen (bedevaartgangers). Die kerk was volgens Van der Aa 'zeer ruim en buitengemeen hoog', meer dan twee keer zo groot dan de kerk die in 1545 in het dorp is gebouwd.

Bronnen en literatuur Archivalia: Haarlem, bisdomarchief: archief van het kapittel, inv.nr. 58 (1633). Amsterdam, gemeentearchief: burgemeestersarchief Sloten.
Literatuur: L. Smids, Schatkamer der Nederlandse outheden etc. (Amsterdam: P. de Coup, 1711) p. 316; H.F. van Heussen, Oudheden en gestichten van Kennemerland, Amstelland, Noordholland en Westvriesland etc. (Leiden: Christiaan Vermey, 1721) p. 325; H.F. van Heussen, Kerkelijke historie en outheden der Zeven Vereenigde Provincien etc., dl. 4 (Leiden: D. Haak, S. Luchtmans, J.A. Langerak, 1726) p. 83; M. Brouërius van Nidek en I. le Long, Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden etc., dl. 1 (Amsterdam: W. Barents, 1727) p. 10-13, afb. 5; C. Bruins, Noordhollandsche arkadia (Amsterdam: G. Visscher, 1732) p. 288-292; J.F. Foppens, Diplomatum Belgicorum nova collectio sive supplementum ad opera diplomatica Auberti Miraei etc., dl. 4 (Brussel: P. Foppens, 1748) p. 350; L. van Ollefen, De Nederlandsche stad- en dorp-beschryver, dl. 4 (Amsterdam: H.A. Banse, 1796) p. 6, Sloten; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 10 (Gorinchem: J. Noorduyn, 1847) p. 443-444; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 199-200; S. Muller, Geschiedkundige atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart, dl. 1 ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1921) p. 299; C.P.M. Holtkamp, Register op de parochiën, altaren, vicariën en de bedienaars zooals die voorkomen in de middeleeuwsche rekeningen van den officiaal des aartsdiakens van den Utrechtschen dom, dl. 3 (Haarlem: H. Coebergh, 1930) p. 124-125; A.Z. Huisman, Die Verehrung des heiligen Pancratius in West- und Mitteleuropa (Haarlem: H.D. Tjeenk Willink en Zoon, 1938) p. 79 en 83; F.A. van de Burg, De geschiedenis van de parochie van St. Pancratius te Sloten-Osdorp (Haarlem 1941); H.J. Kok, Enige patrocinia in het middeleeuwse bisdom Utrecht (Assen: Van Gorcum en Comp., 1958) p. 141-142; P.M. Verhoofstad, Inventaris der archieven van kerken, kloosters en staties berustend in het archiefdepôt van het bisdom van Haarlem (IJmuiden: Nijko, 1959) p. 40; Bibliotheca sanctorum, dl. 10 (Rome: Città Nuova, 1968) k. 82-90.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Sloten.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<