HomeDatabankenBedevaarten

Sittard, O.L. Vrouw van het H. Hart

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van het H. Hart
Datum: 31 mei (zondag voor); gehele jaar
Periode: 1866 - heden
Locatie: Basiliek van O.L. Vrouw van het H. Hart
Adres: Oude Markt 3, 6131 EN Sittard
Gemeente: Sittard
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De verering van O.L. Vrouw van het H. Hart in Sittard ontstond in 1866 in het klooster van de zusters ursulinen. Na een miraculeuze genezing nam de devotie een hoge vlucht. De ursulinen stimuleerden de verering, daarbij gesteund door de kerkelijke overheid. Belangrijke instrumenten bij de verspreiding van deze combinatie van een mariale en de H. Hartdevotie was de in 1867 opgerichte broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart met zijn grote netwerk van zelateurs en zelatricen. De broederschap groeide uit tot 12 miljoen leden. Om het groeiende aantal groepsbedevaarten op te kunnen vangen werd tussen 1875 en 1877 een speciale bedevaartkerk bij het ursulinenklooster gebouwd. Het hoogtepunt van de verering lag in de periode 1873-1914. Terwijl gedurende de jaren 1914-1960 de bedevaart betrekkelijk constant is gebleven, liep in de jaren zestig van de 20e eeuw de verering terug. Na het vertrek van de ursulinen uit Sittard in 1977 heeft de congregatie van de dochters van O. L. Vrouw van het H. Hart de verzorging van de bedevaartcultus overgenomen. De bedevaartgangers zijn afkomstig uit geheel Nederland, België, Duitsland en Frankrijk.
Auteur: Peer Boselie & Jo Kreukels
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie Algemeen
- In 1843 vestigden zich, op uitnodiging van pastoor-deken P.M. Vrancken, zes zusters ursulinen uit het Belgische Tildonk in Sittard om in de binnenstad aldaar, aan de Oude Markt, een klooster te stichten (zie voor een kaartje ⟶ Sittard, O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken). Vrancken zocht naar mogelijkheden het katholiek (meisjes-)onderwijs in Sittard te verbeteren. Na aankomst openden de zusters een lagere meisjesschool en een pensionaat voor interne leerlingen. Na (financiële) problemen lukte het de zusters om in en rond het huis 'Op den Berg' (het restant van het mottekasteel van de toenmalige heren van Sittard) aan de Oude Markt een kloostercomplex met school en pensionaat te realiseren, 'Saint Calvaire' geheten. In 1857 telde het internaat 64 meisjes en bestond de communiteit uit 36 zusters. Vanuit Sittard werden vervolgens kloosters gesticht in Nederland, België, Duitsland, Engeland, Nederlands-Indië en (Zuid)-Afrika.
- Aan het klooster was een huiskapel verbonden. Nadat in deze kapel een beeld van O.L. Vrouw van het Heilig Hart was geplaatst en daar omheen ook een buiten-communautaire verering was ontstaan, kwam het besloten karakter van deze kapel op gespannen voet te staan met de groeiende toestroom pelgrims. Daarom werd besloten een grotere bedevaartkerk te bouwen die ook buiten het klooster om voor bedevaartgangers bereikbaar was. Pas nadat de oude huiskapel in 1874 was afgebroken kon men op dezelfde plaats met de bouw van de nieuwe bedevaartkerk beginnen. Gedurende de bouwtijd, 1875-1879, werden het altaar en het beeld van O.L. Vrouw van het H. Hart tijdelijk elders ondergebracht. Het is niet bekend welke locatie dat precies in het kloostercomplex was. De verering ging in die periode evenwel grotendeels door.
- Omstreeks 1868 is het eerste cultusbeeld van O.L. Vrouw van het H. Hart (zie onder Cultusobject) vanuit de kapel naar een console bij de hoofdingang van het klooster verplaatst. Het heeft daar waarschijnlijk tot 1977 gestaan.
- In 1977 verlieten de ursulinen het kloostercomplex, dat sindsdien de bestemming van lerarenopleiding heeft. De cultusleiding ligt vanaf dat jaar in handen van de dochters van O.L. Vrouw van het H. Hart, die aan de overzijde van de straat op nummer 18, naast het Mariapark, hun domicilie hebben.

Basiliek O.L. Vrouw van het H. Hart
- De basiliek van O.L. Vrouw van het H. Hart is een romano-gotische, bakstenen kruiskerk, ontworpen door architect Johan Kayser. De uit Sittard afkomstige pastoor-deken van Maastricht, Franciscus Xaverius Rutten (⟶ Maastricht, Servaas) - wiens zuster, Marie Thérèse, moeder-overste van het klooster was - werd gevraagd Kayser te assisteren. Aangezien het bouwterrein relatief klein was, kreeg de kerk geen fronttoren, maar een vieringstoren. De zijbeuken zijn voorzien van tribunes om meer bedevaartgangers plaats te bieden. De vormgeving van de vieringstoren en de tribunes zijn ontleend aan de kathedraal van Laon (F) en de Roermondse Munsterkerk. Aangezien de bedevaarten vergezeld werden door priesters, die dagelijks een mis dienden op te dragen, werden achter het koor vijf straalkapellen gebouwd. Links van de kerk verrees het kantoor van de aartsbroederschap, annex sacristie. Dit huis vormde tevens de verbinding tussen het klooster en de kerk. Op 2 juni 1875 legde bisschop Paredis uit naam van paus Pius IX de eerste steen voor de kerk, een blok marmer dat afkomstig was uit de catacomben van Calixtus. De pauselijke steen werd, tesamen met 19 andere votiefstenen die geschonken waren door onder anderen het Nederlands episcopaat, de missiebisschoppen van Curaçao en Batavia en de (aarts-) bisschoppen van Keulen, Mechelen en Luik, in twee kruisvormen ingemetseld in de kapel achter het hoofdaltaar. Bisschop Paredis celebreerde op 4 juni 1876 de eerste mis in de bedevaartkerk. Op 5 juni 1879 consacreerde hij de kerk.
- Rutten speelde ook een belangrijke rol bij de inrichting van de kerk. Hij ontwierp het triomfkruis en het slechts ten dele uitgevoerde iconografisch programma van de glas-in-loodramen, waarin de hoofdgedachte was Maria's macht en invloed op het hart van Jezus. Uitgevoerd zijn enkel de vensters in het koor en het transept, waarin een uitgebreide Mariasymboliek is verwerkt. De ramen in het priesterkoor bevatten 17 voorstellingen uit het aardse leven van Maria. Deze voorstellingen zijn gekoppeld aan gebeurtenissen uit het Oude Testament. De transeptvensters hebben voorstellingen van acht mannen (linkerraam) en acht vrouwen (rechterraam) die Maria's komst op aarde voorspelden en aanduidden. Het rechtervenster heeft als onderschrift 'Notre Dame du Sacré Coeur benisse Mgr. F.X. Rutten chanoine-doijen à Maestricht'.
- Een van de meest kenmerkende elementen van de basiliek, en in mindere mate ook van het tegenoverliggende Mariapark, is het grote aantal ingemetselde votiefstenen. Een groot deel van de wanden van de kerk is bezet met circa 1400 geglazuurde votieftegels met dankspreuken, wensen en intenties, waarvan de schenkers hoopten dat ze op voorspraak van O.L. Vrouw van het H. Hart zouden worden vervuld. Enige jaren geleden is men opnieuw begonnen met de verkoop van votiefstenen, mede om fondsen te verwerven voor de restauratie van de kerk. In 1999 waren er zo'n vijftig verkocht (à 500 gulden); er is ruimte voor nog eens vijftig stenen. Intenties en dankbetuigingen zijn verder ook geschilderd op onder meer de zuilen en gekapt in de basementen en vensterdorpels.
- Het koor wordt gedomineerd door het ruim zes meter hoge Maria-altaar, waarin het beeld van O.L. Vrouw van het H. Hart zijn plaats heeft. De stipes en de mensa zijn vervaardigd uit witmarmer. Op het altaarblad, een geschenk van pastoor J. Masker uit Zwaag, staat het tabernakel dat bekroond wordt door een baldakijn dat de vorm heeft van een gotische kapel. Achter het altaar rijst een door twee vierkante pijlers gedragen, verguld houten en koperen spitsboog op, die rijk versierd is met gestileerde bladmotieven. Op deze triomfboog staat, wederom onder een baldakijn, het genadebeeld van O.L. Vrouw van het H. Hart met het Jezuskind voor zich. De vleugels ter linker- en rechterzijde tonen in totaal 24 aartsengelen, apostelen, evangelisten en heiligen. De schilder heeft willen uitdrukken dat Maria de koningin is van engelen en heiligen. Op basis van stijlkenmerken zijn deze, ongesigneerde, schilderingen aan F.A.C. Martin uit Roermond toe te schrijven.

Mariapark
- Door de grote toeloop van bedevaartgangers raakte ook de basiliek weer te klein en werd het op hoogtijdagen lastig om iedereen adequaat op te vangen. Tegenover de basiliek lag een stoommolen die door de aartsbroederschap werd aangekocht. Architect Kayser, wederom met medewerking van Rutten, ontwierp vervolgens het 'Mariapark'. Het initiatief om het park aan te leggen ging uit van mère Antoine Nijs, de belangrijke stimulatrice van de Sittardse H. Hartdevotie. De naam Mariapark is misleidend, want in werkelijkheid is het een pandhof in welks gangen een uit steen gekapte kruisweg en een altaar zijn opgesteld. De staties en het altaar werden ontworpen door het Haagse atelier van Te Poel en Stoltefuss, en uitgevoerd door de Sittardse beeldhouwers Kasteleyn en Kühnen. In de pandtuin staat een witmarmeren beeld van de Moeder van Smarten. In een van de staties is het portret van mère Nijs verwerkt.
- Het aan de straatzijde gelegen deel van het Mariapark is feitelijk een grote zaal, die gebruikt wordt voor de opvang van de pelgrims. Tevens kan men, aangezien de vloer van het Mariapark op hetzelfde niveau ligt als de vloer van de basiliek, de diensten in de kerk enigszins volgen. Aan de straatzijde is het Mariapark versierd met een open torentje, dat gedragen wordt door een gehurkte mannenfiguur. Daaronder is de volgende tekst aangebracht: 'O.L. Vrouw van het H. Hart zegen de douairière J.V.S.A. die U ter eere tot lafenis der zielen harer dierbare overledenen het kapwerk van deze toren gaf.'. Het Mariapark dat een devotioneel geheel met de basiliek vormt, werd uiteindelijk pas geheel voltooid in 1903. In 1999 werd overwogen het Mariapark, dat een kostbare restauratie moet ondergaan, over te dragen aan de gemeente.
Cultusobject - De devotie tot O.L. Vrouw van het H. Hart ontstond in het Franse Issoudun, waar de priester Jules Chevalier (1824-1907) in 1854 de congregatie van de missionarissen van het H. Hart oprichtte. In 1882 stichtte hij samen met Maria-Louise Hartzer de congregatie van de dochters van O.L. Vrouw van het H. Hart. Chevalier beschouwde het als zijn missie de invloed van Maria op haar Zoon in een nieuwe titel uit te drukken en te verkondigen. De devotie tot O.L. Vrouw van het H. Hart ontstond in de context van de door paus Pius IX gestimuleerde Mariadevotie, de Mariaverschijningen in Lourdes en de daarmee gepaard gaande verering van O.L. Vrouw van Lourdes, de uitvaardiging van het dogma van Maria's Onbevlekte Ontvangenis in 1854 en de instelling van het H. Hartfeest in 1856. Mariadevotie en H. Hartdevotie moesten het katholieke 'volk' de mogelijkheid bieden het geloof op een meer persoonlijke en gevoelsmatige wijze te beleven, waardoor een betrokkenheid bij de kerk van Rome kon worden versterkt. Ook de missionarissen van het H. Hart (1854) en de dochters van O.L. Vrouw van het H. Hart (1874) zouden deze devoties verspreiden.
- Pierre Cuypers vervaardigde begin 1867 voor de ursulinen een beeld van O.L. Vrouw van het H. Hart, dat op 13 april werd ingezegend. Waarschijnlijk omdat het niet een exacte replica van het beeld in Issoudun (F) was, werd het ruim een jaar later, op 6 december 1868, al weer vervangen door een beter gelijkend beeld. Het Cuypersbeeld werd in het klooster zelf, bij de hoofdingang, geplaatst.
- Het tweede cultusbeeld werd in 1868 vervaardigd door de Parijse kunstenaar F. Raffle en is een redelijk exacte kopie van het originele beeld in Issoudun, dat is ontworpen door pater J. Chevalier. Het beeld toont Maria staande met Jezus voor zich. Maria strekt haar handen uit naar de aarde, terwijl Jezus met zijn linkerhand omhoog wijst naar zijn moeder. Het beeld werd op 11 december 1873 door bisschop Paredis met twee gouden, met diamanten bezette kronen gekroond, een geschenk van de stad Sittard.
- Over de iconografische uitbeelding van het beeld heeft in de jaren 1875-1905 een strijd gewoed in verband met het al dan niet geoorloofd zijn van de plaatsing van Jezus voor Maria. In 1875 verklaarde paus Pius IX dat het ongeoorloofd was, dat Jezus voor Maria werd geplaatst als ongeveer 12-jarig kind. Hij zou op de arm moeten worden gedragen. Dit plaatste Issoudun en Sittard, dat inmiddels al bijna even populair was geworden als Issoudun zelf, voor problemen van religieuze, morele en financiële aard. In Rotterdam bijvoorbeeld, van waaruit een grote processie ieder jaar naar Sittard trok, had men reeds voor vijfduizend gulden een replicabeeld laten maken dat tijdens de processie werd meegedragen. Uiteindelijk werd in 1905 door de paus beslist, dat Sittard de bestaande toestand mocht handhaven. Problematisch was echter dat in Issoudun inmiddels reeds lang Jezus op de arm was geplaatst. In Sittard zijn in de loop der jaren echter beide voorstellingen gebruikt, waarbij de nadruk is blijven liggen op de eerste uitbeelding van Jezus, staande voor Maria.
Verering Oorsprong
- In 1866 werden Luik, maar ook andere delen van België evenals plaatsen in Nederland en Duitsland geteisterd door een cholera-epidemie. Mevrouw J. Demarteau-Lochmans uit Luik stuurde haar drie dochters, die bij de ursulinen te Sittard in pensionaat waren, een medaille van O.L. Vrouw van het H. Hart om hen te beschermen tegen de cholera. Op de medailles stonden afbeeldingen van het H. Hart van Jezus en van Maria met Kind, alsmede de bede: 'Notre Dame du Sacré Coeur, priez pour nous'. Deze tot dan toe vrij onbekende aanroeping werd door de ursulinen en hun pensionaires na enige terughoudendheid overgenomen. Een van de pensionaires, Marie Verheggen, slikte korte tijd later tijdens naaiwerkzaamheden een naald in. Alle pogingen om de naald te verwijderen mislukten. Ten einde raad hing men het meisje de medaille van O.L. Vrouw van het H. Hart om de hals en riep Maria's bijstand in en nadat men 33 maal 'Notre Dame du Sacré Coeur priez pour nous' had gebeden, gaf Marie de naald op en werd 'genezen' bevonden.
- Vanwege deze gebeurtenissen wensten de zusters de oorsprong van de mariale devotie te achterhalen. Via een medezuster, op bezoek uit Engeland, kregen ze te horen dat de verering van O.L. Vrouw van het H. Hart was ontstaan in de Franse plaats Issoudun. De Sittardse ursulinen namen daarop contact op met de missionarissen van het H. Hart in die plaats, hetgeen ertoe leidde dat op 6 januari 1867 moeder-overste Marie Thérèse Rutten de zusters en leerlingen kon inschrijven als leden van de broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus te Issoudun.
- Het verhaal van het wonder met de naald verspreidde zich ondertussen, zodat spoedig vereerders het klooster in Sittard kwamen bezoeken. Daarom hingen de zusters een lithografie (of schilderij?) van het genadebeeld van Issoudun in de recreatiezaal van het klooster. De pensionaires brandden er kaarsen bij en versierden het met bloemen. Het eerste genadebeeld uit 1867 van Cuypers werd eind 1868 vervangen door het nieuwe beeld van Raffle. Dit beeld werd even-eens opgesteld in de huiskapel, de voorganger van de huidige bedevaartkerk, waar sedert 8 mei 1868 een speciaal altaar voor het cultusbeeld stond. In 1869-1879 werden aan dit altaar 25.410 missen gelezen.
- De devotie werd sterk gestimuleerd door deken Rutten die hoofdzelateur was. Naar verluidt was hij een van de eerste Nederlanders die in 1868 naar Issoudun pelgrimeerden. Bij de zusters ursulinen was mère Antoine Nijs belast met de bevordering van de verering. Bisschop Paredis stimuleerde de nieuwe cultus eveneens; hij beval haar onder meer aan in een herderlijke brief in 1873. Op 11 december 1873 kroonde hij, in naam van paus Pius IX, het Sittardse genadebeeld. Vanaf 1.00 uur 's nachts lazen priesters continu missen aan de drie altaren van de kloosterkapel. De hoogmis werd om 10.00 uur (andere bronnen zeggen 11.00 uur) opgedragen. Deken Rutten was de hoofdcelebrant en pater Jules Chevalier, generale-overste van de missionarissen van het H. Hart, hield de feestpredikatie. De kroning vond onder grote publieke belangstelling plaats in de namiddag om 15.00 uur tijdens het lof, waarbij tevens bekend werd gemaakt dat er een bedevaartkerk zou worden gebouwd. Ruim vijftig priesters waren bij de plechtigheid aanwezig.
- De bekendheid van de devotie werd behalve door het Maandschrift ook verbreid door de Katholieke Illustratie, die in 1875 begon met propaganda voor de verering en replicabeelden verlootte. De Katholieke Illustratie en de daaraan gelieerde krant Het Huisgezin publiceerden ook lijsten van de binnengekomen giften voor de nieuwe bedevaartkerk.
- Het mirakel van de opgehoeste naald werd in de loop der jaren door een reeks andere wonderen en gebedsverhoringen gevolgd. Zo genas Zuster Chrysostoma Korst, in het klooster St. Anna te uit Oudenbosch, op 4 augustus 1872 van 'beeneter' (bot-tuberculose) in de ruggegraat nadat haar medezusters een noveen hadden gehouden ter ere van O.L. Vrouw van het H. Hart. Haar familie schonk een beeld van O.L. Vrouw van het H. Hart aan de kapel van de zusters en zuster Chrysostoma overleed pas in 1916. In Sittard zelf, bij gelegenheid van de wijding van de bedevaartkerk in 1879, meldde weduwe J. van Wesel dat haar bedlegerige zoon na drie jaar was genezen, na te hebben gebeden voor O.L. Vrouw van het H. Hart. In 1880 vonden twee opmerkelijke genezingen plaats. In Boorsheim ging een 20-jarig verlamd meisje op de laatste dag van de noveen weer lopen. Op 8 juni van dat jaar, tijdens de onthulling van het genadebeeld op het nieuwe altaar, genas het verbrijzelde oog van de negenjarige Jan Bustinx uit Overhoven bij Sittard, tegen de diagnose van dokter Collaes in. Vele van dit soort gebedsverhoringen en wonderen werden gepubliceerd in het Maandschrift en vestigden zodoende de reputatie van Sittard als bijzonder genadeoord. Jacques Schreurs geeft het hagiografisch getoonzette verhaal dat Louis Tijssen - de latere 'heilige' deken van Sittard (? Sittard, Tijssen) - in zijn jeugd met zijn moeder ter bedevaart naar Sittard ging om O.L. Vrouw van het H. Hart te bedanken voor genezing van een ziekte. Toen zijn moeder verslag ging doen bij de overste van de ursulinen, mère Maria Scholastique, zou deze laatste hebben voorspeld dat Tijssen ooit deken van Sittard zou worden en dan bij de ursulinen de mis zou opdragen.
- Vanwege de grote religieuze uitstraling van het genadeoord besloot paus Leo XIII in mei 1883 de kerk van O.L. Vrouw van het H. Hart als eerste godshuis in Nederland te verheffen tot basilica minor. Aan de verheffing tot basiliek herinnert een witmarmeren plaat met Latijnse inscriptie boven de hoofdingang. Sedert 1883 heet de bedevaartkerk in de volksmond 'de basiliek'. De broederschap (zie hieronder) werd bij die gelegenheid verheven tot aartsbroederschap. Het pauselijk besluit werd op 5 juni tijdens het jaarfeest bekend gemaakt. Aan de verheffing waren zeven aflaten verbonden: 1 een volle aflaat op elke dag van het jaar onder vervulling van de normale voorwaarden voor de pelgrims die de basiliek bezoeken en bidden tot de intenties van de paus; 2 een volle aflaat voor de leden van de aartsbroederschap op de dag van hun toetreding; 3 een volle aflaat voor de leden in het doodsuur; 4 een volle aflaat op het jaarfeest van O.L. Vrouw en gedurende het octaaf; 5 elke maand een volle aflaat op een dag naar keuze; 6 een aflaat van zeven jaar en zeven quadragenen aan hen die de hoogmis ter ere van O.L. Vrouw bijwonen die elke donderdag in de basiliek wordt opgedragen; 7 een aflaat van 100 dagen voor hen die in de basiliek een onzevader en een weesgegroet bidden.
- Voor de weldoeners van de basiliek werden door het bestuur van de aartsbroederschap in 1887 speciale relieken van de H. Antonius van Padua beschikbaar gesteld. Het betrof stukjes van zijn cel, de plaats waar Christus aan hem was verschenen, en van zijn graf.
- De 25-jarige herdenking van de introductie van de devotie en van de oprichting van de broederschap werd in 1893 groots gevierd op 6 en 25 januari en op 12 en 13 juni. De toenmalige overste was mère Maria, een dochter van de genoemde mevrouw Demarteau uit Luik, door wier toedoen in 1866 de devotie in Sittard bekend was geraakt. Op 23 januari van dat jaar begaf het gemeentebestuur zich in processie naar de basiliek en het klooster, waar de burgemeester mère Antoine Nijs bedankte voor haar toewijding aan de devotie. 's Avonds waren er een lof en een fakkeltocht. Het hoogtepunt van het jubileum viel op 12 en 13 juni. De Sittardse straten waren versierd en op de Markt was een lichtkroon aangebracht. Op het ursulinenklooster stond in verlichte letters te lezen 'Ave Maria'. Naar verluidt waren er 15.000 bezoekers in Sittard. Om 24.00 uur kondigden saluutschoten het feest aan en vanaf 2.00 uur werden er in de basiliek doorlopend missen gelezen. 's Ochtends waren er reeds meer dan 60 missen gecelebreerd. Bisschop Boermans droeg om 9.00 uur de hoogmis op en maakte toen bekend dat paus Leo XIII aan iedereen die in het jubeljaar de basiliek bezocht, automatisch de apostolische zegen en een volle aflaat verleende. Om 14.30 uur werd het jubelfeest gesloten, waarna een grote processie vanuit de Petruskerk via de Oude Markt, Markt, Limbrichterstraat, Steenweg naar het station trok. Daar keerde men om, om via de Steenweg, Limbrichterstraat, Molenbeek, Nieuwstraat, Plakstraat, Putstraat en Paardestraat terug te keren op de Markt, alwaar de twee begeleidende harmonieën, Franciscus Xaverius en de Philharmonie, concerten gaven.

De (aarts-)broederschap
- De ursulinen richtten op 23 januari 1867 te Sittard een eigen, vooralsnog aan Issoudun onderhorige 'Vereniging van O.L. Vrouw van het H. Hart' op. Pater Chevalier hechtte hieraan op 11 februari 1867 zijn goedkeuring, omdat hij in de Sittardse broederschap het middel zag om de verering van O.L. Vrouw van het H. Hart ook in Nederland en Duitsland te verspreiden. In de eerste acht maanden werden 7.000 leden ingeschreven. Eind 1867 was dit aantal gegroeid tot 15.000. In 1868 steeg het aantal leden tot 20.000, vooral door inschrijvingen uit Limburg en Brabant. In het jaar 1870 breidde het aantal inschrijvingen zich uit tot 250.000 met veel nieuwe leden uit de provincie Overijssel, uit België en Duitsland. De Nederlandse bisschoppen en de aartsbisschoppen van Utrecht, Mechelen en Keulen, alsmede de pauselijke internuntius in Den Haag, A. Bianchi, waren allen lid geworden. Menten vermeldt op 8 september 1873 reeds 3.600.000 leden.
- Vanaf 1873 startte de broederschap in Sittard met een eigen register, aangezien het te omslachtig was om alle gegevens naar Issoudun te blijven doorsturen. Volgens het Maandschrift uit 1872 kon het hoge aantal leden overigens mede bereikt worden, doordat ook overledenen als lid konden worden ingeschreven. In 1876 zou het aantal leden zijn gegroeid tot 6.940.000. In 1879 - er waren toen ongeveer 3000 zelateurs en zelatrices actief - telde de broederschap 8.100.000 leden en bleef de groei doorgaan tot het getal van 12 miljoen (Nederlandse en buitenlandse) leden. Voor de kinderen was er een apart ledenregister: de 'Kinderkrans'. Sittard werd vervolgens in juni 1878 de officiële hoofdzetel van de broederschap in Nederland. Op 10 mei 1883 werd de broederschap verheven tot aartsbroederschap, hetgeen betekende dat overal in Nederland filiaalbroederschappen van O.L. Vrouw van het H. Hart konden worden opgericht, die zich konden aansluiten bij Sittard.

Bedevaarten
- De eerste grote bedevaart naar Sittard arriveerde op 27 juli (juni?) 1873 vanuit Aken. De Kulturkampf speelde daarbij ook een rol, gezien de teksten die de pelgrims op twee votiefkaarsen voor O.L. Vrouw van het H. Hart, de Hoop der Hopelozen, lieten aanbrengen: de wens om de paus te beschermen en om het katholieke geloof in Aken en Duitsland te behouden. Behalve O.L. Vrouw van het H. Hart vereerden de Akense pelgrims ook de ⟶ H. Rosa; dit gebruik zou later ook door andere bedevaartgroepen worden overgenomen. De Akense bedevaart vond navolging. In eerste instantie vanuit Limburg, Noord-Brabant (o.m. Bergen op Zoom) en Zeeland. Na korte tijd trokken echter ook grote processies vanuit het noorden des lands naar Sittard. Pastoor Masker uit het Noord-Hollandse Zwaag, een belangrijke persoon in verband met de verspreiding van de devotie, organiseerde de eerste Noord-Hollandse bedevaart naar Sittard op 18 augustus 1875. Op 16 juni 1876 kwam de eerste Rotterdamse bedevaart. De eerste bedevaart uit Nederhorst den Berg arriveerde per boot en trein op 15 juni 1880 in het 'Limburgs Bethlehem', zoals Sittard in Nederhorst den Berg genoemd werd. In die jaren werden extra treinen ingezet om de vele honderden pelgrims uit het noorden in Sittard te krijgen.
- De Kulturkampf en een kritische naleving van het Nederlandse processieverbod belemmerden in die jaren de groei van het aantal bedevaarten. De organisatoren van de bedevaarten dienden rekening te houden met justitie, die streng lette op de naleving van het processieverbod. Kapelaan D. Janssen uit Aken werd op 29 augustus 1875 geverbaliseerd, omdat hij de processiebedevaart uit die stad leidde. Pastoor J.A.H. Boesten uit Beek en pastoor Hub. Tholen uit Grevenbicht werden in dat jaar voor dezelfde overtreding vervolgd. De burgemeester van Wijnandsrade vroeg in 1876 aan gedeputeerde staten van Limburg een vergunning ten behoeve van de pelgrimstocht naar het ursulinenklooster.
- De bedevaartgroepen hadden vaak een intensief liturgisch-devotioneel programma over verschillende dagen. De Rotterdamse bedevaart ondernam bijvoorbeeld in 1882 per trein een vierdaagse bedevaart. Het programma was als volgt:

Zaterdag 10 juni: samenkomst om 7.30 uur in de kerk van de H. Antonius van Padua te Rotterdam en een mis. Om 9.00 uur vertrek uit Rotterdam en aankomst te Sittard om ongeveer 16.00 uur met muziek van de St. Franciscus Xaveriusvereniging en bruidjes. Bijeenkomst in de kerk van O. L. Vrouw met deken Linders. Om 19.00 uur plechtig lof.
Zondag 11 juni: om 6.00 uur mis in O. L. Vrouwekerk en de hoogmis om 9.00 uur in de kerk aan de Oude Markt. Om 15.00 uur dankdienst in de St. Michielskerk. Vanuit deze kerk naar de St. Petruskerk waar aan het Maria-altaar kaarsen werden gebrand. Aansluitend kruisweg voor overleden leden der processie. Om 19.00 uur lof in de kerk van O. L. Vrouw van het H. Hart, met preek door kapelaan Herben van Sittard gevolgd door avondgebed.
Maandag 12 juni: om 6.00 uur ochtendgebed, gevolgd door een mis in de O. L. Vrouwekerk; vervolgens hoogmis om 9.00 uur door deken Linders met preek door de pater-gardiaan van de minderbroeders uit Maastricht, aansluitend processie door de kerk. Om 15.00 uur bijeenkomst in de kerk aan de Oude Markt, waarna een tocht naar de St. Rosakapel op de Kollenberg; vandaar weer naar het klooster van de zusters van Liefde (St. Agnetenberg), met afsluiting in de kapel. Lof in de kerk van O. L. Vrouw om 19.00 uur met aansluitend avondgebed.
Dinsdag 13 juni: om 5.15 uur morgengebed in de kerk van O. L. Vrouw met aansluitend mis en om 6.30 uur een slotbijeenkomst. Om 7.15 uur verrtrok men weer uit Sittard. Onderweg werd een bezoek gebracht aan Roermond en de kapel van O. L. Vrouw in 't Zand. Daarna ging het per trein weer verder naar Rotterdam, alwaar om ongeveer 16.00 uur de bedevaart met een lof in de kerk van de H. Antonius van Padua werd afgesloten.
- In 1882 kwamen er ongeveer 300 bedevaartgangers per trein vanuit Nederhorst den Berg, circa 900 te voet vanuit de regio Klimmen/Valkenburg, 420 leden van de congregatie van de zalige Petrus Canisius uit Maastricht per trein en 800 Maastrichtse parochianen per trein. In dat jaar verscheen overigens een speciale publicatie over de bedevaarten die in 1882 naar Sittard gingen. Het was een geschenk voor de intekenaars op het Maandschrift.
De regionale broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart uit Nederhorst den Berg was een van de grootste in Nederland en telde leden in geheel noordwest Nederland (Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, met 'uitwaaiers' in Gelderland en Noord-Brabant). Tegen het einde van de 19e eeuw telde de broederschap zo'n 14.000 leden in 90 plaatsen, waarvan overigens maar een relatief klein deel de bedevaart daadwerkelijk elk jaar gemeenschappelijk uitvoerde. In de periode 1905-1926 schommelde het ledental rond de 9.000.

- In het jaar 1885 arriveerden 36 grote processiebedevaarten in Sittard. Het grote aantal pelgrims hield onder meer verband met de ijver van enkele promotoren van de devotie, zoals de genoemde pastoor Masker. Zij zorgden voor de continuïteit in de stroom pelgrims. De aantallen georganiseerde pelgrimsgroepen bleven vele tientallen jaren ongeveer gelijk, met een gemiddelde van rond de 25 processies per jaar. Per processie kon het aantal deelnemers sterk verschillen, van enige tientallen tot ongeveer duizend deelnemers. Exacte cijfers ontbreken in de regel; wel zijn er voor elk jaar overzichten van groepsbedevaarten.
- De pelgrimages konden ook in het teken staan van een speciale intentie. Zo trokken Vlaamse arbeiders die in de Luikse staalindustrie werkzaam waren, in 1891 naar Sittard om niet door staking, zoals hun meer militante Waalse collega's probeerden, maar door gebed verbetering te krijgen in hun levensomstandigheden. De processie van Dilsen-Stokkem (B) ging in 1892 ter bedevaart met de aansporing van bisschop Doutreloux van Luik om te bidden voor een goede verkiezingsuitslag.

De verering in de eerste helft van de 20e eeuw
- Werd in 1893 het 25-jarig bestaan van de broederschap nog uitbundig gevierd, in 1918, bij het gouden jubileum, tijdens de Eerste Wereldoorlog kon hiervan geen sprake zijn. Toch gingen de bedevaarten door want '...meer dan ooit is er reden tot die éene, gemeenschappelijke bede tot Haar, die de Hoop blijft in alle hopelooze zaken. Maar een plechtig feest; het kan niet, we staan voor beletselen, die niet kunnen worden weggeruimd'. De sluiting van de grenzen tussen 1914 en 1918 met Duitsland en België had echter wel tot gevolg dat veel georganiseerde bedevaarten daarvandaan na 1918 niet meer werden hervat.
- De redacteur van het Maandschrift trok gedurende de crisisjaren in het Interbellum meermalen een parallel tussen de economische malaise en het geestelijk verval. Op 11 juni 1934 kwam voor de 51e keer de processie vanuit Bergen op Zoom in Sittard aan. Pastoor Kuypers, directeur van de bedevaart, leidde dit bezoek en hield te Sittard de predikatie. Hij vroeg wat men aan Maria te vragen had en stelde toen:

'Daar hoeven we wel niet lang over na te denken. Ieder voor zich heeft genoeg te vragen voor zichzelf, voor zijn bloedverwanten en vrienden. Doch in dezen tijd moeten wij ook bidden voor geheel de samenleving. Het ziet er zoo treurig uit in de maatschappij op elk gebied. Materieel heerscht er veel kommer en ellende, groote werkeloosheid. Maar ook op geestelijk gebied heeft de maatschappij veel geleden. In meerdere landen worden alle pogingen in het werk gesteld, om God en godsdienst uit de harten te verdringen. Alles wordt gedaan, om de menschen zedelijk te bederven. Zelfs in ons land, door aanstoot gevende kleederdracht, door openbare badgelegenheden, enz. Waar er zooveel ellende en verderf heerscht, daar moeten wij bidden voor die arme wereld; maar ook voor ons zelf, dat wij niet meegaan met dat bederf. Wanneer gij, beminde pelgrims, zooals andere jaren met ingetogenheid deze dagen doorbrengt, zult gij met genade overladen terugkeeren van O. L. Vrouw van het H. Hart.'

- Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de processies op last van de Duitse bezetter verboden. De basiliek werd evenwel druk bezocht door kleinere groepen en individuen. Het Maandschrift kreeg een publicatieverbod vanwege de 'papierschaarste'. In 1943 werd de basiliek beroofd van haar klokken. Na de bevrijding, in september 1944, lag Sittard tot 18 januari 1945 in de frontlinie. Om de stad te beschermen, droegen enige zusters een replicabeeld van O.L. Vrouw van het H. Hart naar het dak van het ursulinenklooster en draaiden het in oostelijke richting, vanwaar de dreiging kwam. Duitse granaten richtten niettemin veel schade aan in Sittard en kostten aan circa 100 mensen het leven, maar de basiliek bleef gespaard. De eerste naoorlogse processie kwam vanuit het nabijgelegen Stadbroek. De oorlog had ook nog een andere nasleep. In 1947 ging de processie vanuit Breda naar het Duitse Kevelaer niet door. In plaats van Kevelaer koos de organisatie voor Sittard. Het bleef bij dit ene bezoek, sinds 1948 wordt de Bredase bedevaart niet meer vermeld.
- In 1950 trokken jaarlijks nog zo'n 25 bedevaarten naar de Sittardse basiliek: Bergen op Zoom en omstreken, Bunde, Rotterdam en omliggende plaatsen, Nederhorst den Berg, Munstergeleen, Wijnandsrade, Broeksittard, Sweikhuizen, Holtum, Stein, Puth, Heer, Limbricht, Einighausen, Urmond, Eindhoven, Veghel en de Sittardse wijken Overhoven en Ophoven. Dat jaar werden ongeveer 4.000 missen opgedragen in de basiliek.
- In 1951 werd na een intensieve schriftelijke propaganda door de ursulinen bij pastoors in en buiten Nederland, weer een aantal van 34 bedevaarten geteld. In dat jaar is van Nederhorst den Berg bekend dat er ongeveer 200 pelgrims naar Sittard trokken. Deze waren overigens niet (meer) allemaal uit Nederhorst den Berg zelf afkomstig, maar ook uit de rest van Noord-Holland. Via Amsterdam, Weesp, Nederhorst den Berg en Breukelen reed men naar Utrecht vanwaar men gezamenlijk naar Den Bosch ging. Daar sloten de Zeeuwse pelgrims zich aan. Hoewel Sittard het hoofddoel was, werd het feitelijk een driedaags religieus festijn, dat begon in 's-Hertogenbosch. In de Bossche St. Jan, bij de ⟶ Zoete Lieve Vrouw (dl. 2), werd de hoogmis bijgewoond. Dezelfde avond arriveerde men in Sittard, waar men ook de hele volgende dag verbleef. De derde dag reed men via Roermond terug naar huis. In Roermond werd de hoogmis bijgewoond in de ⟶ Roermondse Kapel in 't Zand, waar in de kloostertuin processie werd gehouden.
- In 1955 kwam voor het eerst sinds 1914 weer een georganiseerde bedevaart uit Aken en op 9 oktober van dat jaar bezochten de Limburgse wielrenners op de racefiets eveneens de basiliek. Daar zegende bisschop Lemmens hun fietsen, waarna de deelnemers een medaille ontvingen van O.L. Vrouw van het H. Hart, die zij aan hun fiets konden bevestigen.
- In Sittard werd overnacht in een van de hotels, zoals het schuin tegenover de basiliek gelegen 'Hotel du Notre Dame'. Ook werd logies geboden door particulieren, maar tevens door de bekende lunchroom Schrage aan de Markt, waar de beschikbare zes kamers aan niet minder dan 65 personen slaapgelegenheid schenen te bieden.

De jaren zestig - heden
- In de loop van de jaren zestig van de 20e eeuw zette een kentering in. Het Maandschrift schreef in 1963 nog dat de bidtochten naar de basiliek geen 'vrouwenprocessies' waren geworden, aangezien het mannelijk element nog sterk vertegenwoordigd was. De redactie constateerde echter wel dat het gedurende de nachtmis tijdens het jaarfeest van O.L. Vrouw van het H. Hart veel minder druk was dan in voorgaande jaren. Gaandeweg nam ook het aantal voetprocessies af. Deels had dat te maken met het toegenomen verkeer, maar de animo om deel te nemen verminderde eveneens. De processie van de stadsparochie van Sittard die traditiegetrouw het bedevaartseizoen opende, werd in 1964 door het Maandschrift als 'schamel' getypeerd.
- De organisatoren van de bedevaart uit Nederhorst den Berg poogden de bedevaart naar Sittard aantrekkelijker te maken door het programma wat te verlichten. In 1962 vertrok de bedevaart-nieuwe-stijl naar O.L. Vrouw van het H. Hart. Het aantal weesgegroeten dat gebeden moest worden, was gereduceerd en er was meer afwisseling in gebeden, liedjes en lezingen. De Bossche Zoete Lieve Vrouw werd niet meer bezocht en daarvoor in de plaats kwamen meer toeristische sites, zoals de abdijkerk van Thorn. De jongere pelgrims liepen vervolgens met een gespreksopdracht via Susteren naar Sittard. In Sittard woonde men het lof bij in de basiliek, waarna men 's avonds traditiegetrouw de processie naar de Rosakapel hield. De volgende dag stond een rondrit door Zuid-Limburg op het programma. De jongere pelgrims reageerden volgens de pastoor enthousiast op deze vorm van bedevaart, maar het mocht niet baten. In 1965 vertrok de 86e, en naar zou blijken laatste, bedevaart - 'cultureel-geestelijk reisweekend' geheten - naar Sittard.
- Op het jaarfeest van 1967 was er weliswaar nog om 24.00 uur een nachtmis, maar de nachtelijke openstelling van de basiliek bleef achterwege. Ook het totale aantal gelezen missen daalde van 4.000 in 1950 tot rond de 2.500 in 1969. Er kwamen overigens nog altijd relatief veel Duitse, Belgische en Franse pelgrims. De neergang van de devotie kwam ook tot uitdrukking in de geringe belangstelling voor het rozenkransgebed tijdens de oktobermaand. Slechts 25 à 30 mensen namen er nog aan deel. 'Het is inderdaad ongelooflijk, hoe een krachtige devotie op zeer korte tijd zo kan vervallen', schreef de redactie van het Blauwe Boekje in 1971.
- De verzorging van groepen pelgrims werd in Sittard gaandeweg steeds lastiger. Hotels en pensions die vroeger waren ingesteld op bedevaartgangers, sloten hun deuren of schakelden om, zodat het voor de groepsbedevaarten die nog wel kwamen, moeilijker werd om logies te vinden.
- Een belangrijke cesuur was ook het vertrek van de ursulinen uit Sittard in augustus 1977. Zij droegen het beheer van de basiliek en het Mariapark, de organisatie van de bedevaarten, de redactie van het Blauwe Boekje en de verkoop van devotionalia over aan de dochters van O.L. Vrouw van het H. Hart, die een kloostertje inrichtten tegenover de basiliek en aanpalend aan het Mariapark. Een missionaris van het H. Hart is als rector verbonden aan de basiliek.
- Sinds 1982 is het aantal bedevaarten nagenoeg gelijk gebleven. In 1997 kwamen 17 bedevaarten naar de basiliek: hieronder bevonden zich drie groepen uit België en drie groepen uit Frankrijk. De Nederlandse pelgrimsgroepen waren afkomstig uit: Wijnandsrade, Sweikhuizen, Veghel, Tilburg, Utrecht en de Sittardse wijken en kerkdorpen Baandert, Overhoven, Broeksittard (de bediening van deze twee laatste parochies is in handen van de missionarissen van het H. Hart) en Einighausen. Ook 300 Nederlandse ursulinen hielden in 1997 een gezamenlijke pelgrimage - twintig jaar na hun vertrek uit Sittard - naar de basiliek. Terwijl de oude bedevaart uit Bergen op Zoom sedert enige jaren niet meer naar Sittard komt, trok in 1998 Broeksittard nog voor de 100e keer te voet naar de basiliek. De bedevaart vanuit Nederhorst den Berg is gedurende enige jaren gestopt, maar met ingang van 2003 gaat deze weer met twee touringcars naar Sittard. In 1999 was het aantal leden van de aartsbroederschap, in combinatie met de abonnees van het Blauwe Boekje, ongeveer 1.350 personen.
- De overdracht van de cultusleiding in 1977 aan de dochters van O. L. Vrouw van het H. Hart ging niet zonder een duidelijk 'rouwproces' aan de kant van de ursulinen, die door O.L. Vrouw van het H. Hart voor haar apostolaat zouden zijn uitverkoren. Uit een brief uit die periode blijkt dat vooral oudere ursulinen de vele toegezonden brieven van vereerders behandelden. Zij werden door hun rijpheid en in het leven opgedane wijsheid daarvoor bij uitstek geschikt geacht; dat was ook hun hoofdtaak, het schenken van meer Godsvertrouwen, levensmoed en levensvreugde. Vooral vrouwen bleken hun toevlucht tot O.L. Vrouw te nemen: 'Zij zouden zo graag eens hun hart willen uitstorten, maar waar? Bij een vriendin? Dan is haar leed vaak vlug overal bekend. Bij een priester? Die heeft meestal geen tijd. Bij ons kunnen ze wel terecht.' De aan de zusters gerichte brieven werden allen genummerd en bijgeschreven in het dagboek. Na beantwoording werden ze verbrand. Bij de antwoorden werden noveenblaadjes, langs het genadebeeld aangestreken linnen en Agni Dei toegevoegd.

Het Maandschrift en het Blauwe Boekje
- Eind 1868 waren de ursulinen in Sittard begonnen met de uitgave van een tijdschrift dat met name bedoeld was voor de leden van de broederschap. Het verscheen maandelijks en heette dan ook Maand-schrift. Hoewel er een duidelijke parallel was tussen het tijdschrift dat in Issoudun werd uitgegeven onder de naam Annales de Notre Dame du Sacré Coeur en het maandschrift, was het er geen Nederlandse vertaling van. De redactie beijverde zich de 'lezers lectuur te verschaffen, die hen, nevens stichting, genoegen en uitspanning geven zal; zij moeten verlangen naar het verschijnen van eene volgende aflevering, die gretig ter hand nemen, daarin immer iets vinden wat de belangstelling prikkelt'.
- In het begin waren de bijdragen vooral apologetisch van karakter. Er stonden veel bekeringsverhalen in van 'lauwe' katholieken en ook de grote en kleinere wonderen werden van alle kanten belicht onder titels als (in 1873): 'Aan een verharden zondaar'; 'O.L.Vr. van het H. Hart heeft mijn zoon voor den eeuwigen dood behoed'; 'Twee merkwaardige bekeeringen'; 'Een dankbetuiging uit Calcutta'. Ook werd regelmatig teruggekoppeld naar plaatsen waar de aartsbroederschap veel actieve zelateurs en zelatrices had. Dankbetuigingen werden en worden veelvuldig gepubliceerd. Verder werden voortdurend oproepen gedaan voor het behoud of (in de beginfase) de uitbreiding van gebouwen en inventaris.
- In de loop van de 20e eeuw richtte het tijdschrift zich steeds meer op de innerlijke devotie. In de jaren vijftig en zestig werden nog de dankbetuigingen opgenomen van vereerders. In 1954 werd nog een brief gepubliceerd die een veteraan van het vreemdelingenlegioen schreef aan de overste van de ursulinen. Hij was tot bekering gekomen na een bezoek aan de basiliek. Het Maandschrift werd officieus al lange tijd 'het blauwe boekje' genoemd vanwege de - mariale - kleur van de kaft. Vanaf 1960/1961 heet het Maandschrift officieel Het Blauwe Boekje. Sedert 1969 is het Blauwe Boekje een tweemaandelijkse uitgave. Het tijdschrift bestond in 1999 nog steeds en is daarmee één van de oudste nog bestaande religieuze tijdschriften in Nederland. Er was toen een (afnemend) aantal van ongeveer 1.350 abonnees in binnen- en buitenland die tevens lid waren van de aartsbroederschap. Het tijdschrift bevat thans ook meer historisch getinte artikelen over de devotie en de basiliek.
Materiële cultuur - Ex-voto's: 1 op de linker- en de rechtergalerij van de kruising zijn 67 zilveren en vergulde ex-voto's, bevestigd aan twee standaards. Aan de linkerstandaard hangen 33 ex-voto's: vlammende harten, benen en rechthoekige platen met inscripties. Aan de rechterstandaard hangen 34 ex-voto's: vlammende harten, benen en een grote rozenkrans.
- Votieftegels: de achterwand, de wanden van de zijbeuken en het transept zijn bezet met crèmekleurige votieftegels met bruinrode opschriften in het Nederlands, Duits, Frans of Latijn (ca. 20 x 20 cm). Er konden anno 1999 nog steeds votieftegels worden besteld (kosten ⨍500,-).
- Replica's: 1 gepolychromeerde kunsthars replica van het Sittardse genadebeeld (25 cm hoog; in dezelfde uitvoering ook 16 cm hoog). Van het kleinere beeld bestaat ook een ongepolychromeerde versie; 2 wit gipsen replica van het moderne beeld van O.L. Vrouw van het H. Hart te Issoudun (20 en 25 cm hoog); 3 biscuit porseleinen beeldje uit Andenne uit het vierde kwart van de 19e eeuw (h. 26 cm); 4 geglazuurd porseleinen beeldje uit ca. 1900 met in de sokkel de tekst: 'Genadebeeld Maria Sittard' (collectie Museum voor religieuze kunst 'Jacob van Horne' Weert); 5 biscuit porseleinen beeld uit de eerste helft van de 20e eeuw (h. 28 cm; collectie Gemeente Weert); 6 beschilderd gipsen beeld uit de eerste helft van de 20e eeuw (h. 43 cm; collectie redemptoristen Roermond); 7 aluminium beeldje in een koperen huls uit de 20e eeuw (3,5 cm; collectie Museum voor religieuze kunst 'Jacob van Horne' Weert).
- Schilderijen: 1 olieverfschilderij op glas (47 x 40 cm) met een voorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart. Het schilderij komt uit Issoudun en stamt uit het derde kwart van de 19e eeuw; 2 olieverfschilderij op linnen (53 x 25 cm) met een voorstelling van het genadebeeld van O.L. Vrouw van het H. Hart te Issoudun. Dit schilderij arriveerde op 6 januari 1867 in Sittard en werd toen in de refter gehangen.
- Medailles, medaillons en hangers: 1 ovale messing medaille (4,5 x 3,3 cm) met op de ene zijde een afbeelding van O.L. Vrouw van het H. Hart en de tekst: 'notre dame du S.e coeur priez pour nous' en op de andere zijde een hart met de tekst: 'fili praebe cor tuum, Roma'. De medaille is vervaardigd in Frankrijk in het midden van de 19e eeuw en kan gelijk zijn aan de medaille die de pensionaire droeg in 1866; 2 witmetalen ovale medaille (1,6 x 1,1 cm) met een afbeelding van de basiliek en het opschrift: 'Basiliek v. O.L. Vrouw v.h. H. Hart v. Jezus Sittard' en een afbeelding van het genadebeeld met het opschrift: 'O.L.Vrouw v.h. H. Hart v. Jezus BVO'; 3 ronde witmetalen medaille (⊘1,6 cm) met een voorstelling in hoogrelëf van Christus die op zijn hart wijst met de inscriptie: 'Cor + Jesus + Sacratissimum' en een voorstelling van het genadebeeld met het opschrift: 'O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus B.V.O. Sittard'; 4 ronde witmetalen medaille (⊘ 0,9 cm) met voorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart en het H. Hart van Jezus; 5 ronde gouden medaille (⊘1,5, cm) met een moderne voorstelling van O.L.Vrouw van het H. Hart (Frankrijk: fa. J. Balme); 6 ronde gouden medaille (⊘1,3 cm) met een moderne voorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart en de inscriptie 'Notre Dame du Sacré Coeur' (Frankrijk: fa. J. Balme); 7 rond witmetalen medaillon in een houder (⊘ 7 cm) met een voorstelling van het genadebeeld en het randschrift: 'O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus Sittard'; 8 rond geelmetalen medaillon in een witte plastic houder (⊘ 5 cm) met een voorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart met het Jezuskind op haar arm. Aan de houder zit een ring om het medaillon op te hangen (boven een kinderbedje) (Frankrijk: fa. J. Balme); 9 druppelvormige zilveren hanger met een ajourvoorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart (1,6 x 0,7 cm; Frankrijk: fa. J. Balme).
- Bedevaartpenning: penning (5,7 x 3,2 cm) van het einde van de 19e eeuw; Museum Catharijneconvent ABM m01278d).
- Sleutelhangers, magnetische medailles en rozenkransen: 1 sleutelhanger met een ronde witmetalen medaille (⊘ 3,1 cm) met in hoogreliëf een voorstelling van het genadebeeld en het bijschrift: 'O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus B.V.O. Sittard'. Op de achterzijde staat de tekst: 'Kom veilig thuis'; 2 sleutelhanger met een ronde witmetalen medaille (⊘ 2,2 cm) met in hoogreliëf een voorstelling van het genadebeeld en het opschrift: 'O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus B.V.O. Sittard'. Op de achterzijde staat de tekst: 'Ik ben katholiek in levensgevaar verlang ik een priester'; 3 sleutelhanger met een ronde witmetalen medaille (⊘ 3,2 cm) met in hoogreliëf een voorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart met het Jezuskind op haar arm; 4 rechthoekige magneetplaquette (5,3 x 3,5 cm) met daarop twee ronde witmetalen medailles (⊘ 2,3 cm) met een voorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart en het bijschrift 'Notre Dame du Sacré Coeur PPN', en een voorstelling van St. Jozef; 5 rechthoekige magneetplaquette (4,5 x 2,5 cm) met twee ronde witmetalen medailles (⊘1,5 cm) met voorstellingen van O.L. Vrouw van het H. Hart en St. Jozef met het Jezuskind. Bij de mariavoorstelling staat de tekst 'Notre dame du Sacré Coeur'; 6 witte plastic rozenkrans van drie tientjes (33 kralen) met een ovale witmetalen medaille (1,6 x 1,1 cm) met voorstellingen van de basiliek en het genadebeeld en de opschriften: 'Basiliek v. O.L. Vrouw v.h. H. Hart van Jezus Sittard' en 'O.l. Vrouw v.h. H. Hart v. Jezus B.V.O.' Deze rozenkransen worden 'kleine rozenkransen ter ere van O.L. Vrouw van het H. Hart' genoemd, omdat het mirakel van 1866 geschiedde nadat het 33e weesgegroet gebeden was.
- Kaarsen: 1 noveenkaars met een kleurenafbeelding van het genadebeeld en het opschrift 'Basiliek van O.L. Vrouw van het H. Hart Sittard'; 2 kubusvormige kaars (7,5 x 7,5, x 7,5 cm) met daarop een ronde witmetalen plaquette (⊘ 6 cm) met een voorstelling van het genadebeeld en het randschrift: 'O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus Sittard'.
- Paramenten: geel damastzijden kazuifel met borduurwerk in zijde en gouddraad en op de rug een kruis met geborduurde bloemen. In het midden van het kruis is een afbeelding van O.L. Vrouw van het Hart geborduurd. Het kazuifel stamt uit het laatste kwart van de 19e eeuw en is vervaardigd door de firma Janssen en Co te Tilburg.
- Tintinnabulum: het beschilderd houten en bronzen tintinnabulum (belletje; hoogte 222 cm) werd in 1950 vervaardigd. In het tintinnabulum werd een beeldje van O.L. Vrouw van het H. Hart geplaatst.
- Overige: bij de ingang en bij de pietà staan vitrines met objecten die als souvenir verkocht zijn. 1 In de vitrine bij de ingang staat een koffie- annex theeservies (koffiepot, theepot, schaaltje, suikerpot, melkkan) met een afbeelding van de basiliek en twee glazen op voet (ca. 12 cm) met gravures van het Mariapark (inscriptie: 'Gebouw van het Maria-Park te Sittard') en van de basiliek (inscriptie: 'Broederschap Kerk O.L. Vrouw van het heilig Hart Sittard'); 2 in de vitrine bij de pietà ligt een messing wijwaterbakje dat op een houten plaat is gemonteerd. Onder het bakje is een messing medaillon bevestigd met een voorstelling van het genadebeeld en de inscriptie: 'O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus B.V.O.'; 3 biscuit porseleinen wijwaterbakje van rond 1900 (22 x 10,5 cm) met een reliëf van O.L. Vrouw van het H. Hart; 4 rond blikken pillendoosje (⊘ 6,4 cm, diepte 3 cm). Op het deksel staat een afbeelding van de basiliek met de tekst: 'Aandenken aan Sittard. Mariakerk'. In het doosje zit een reliekhouder met steentjes uit het H. Land (lijdensgrot, geboortegrot, plaats der geseling en het graf van Jozef). De echtheidsverklaring draagt het wapen der ursulinen van Sittard en is afgegeven te Jeruzalem door p. Ladislaus Schneider op 11 februari 1879; bisschop Paredis bekrachtigde de echtheid van het formulier in november 1880.

Devotioneel drukwerk
- Bedevaart- en devotieboekjes: 1 Programma der godsdienstoefeningen gedurende de Bedevaart van 1899. Processie-Broederschap ter eere van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart van Jesus, gezeteld te Nederhorst-den-Berg (Alkmaar: A. Kusters, 1899; 16 p.; ex. in KDC) met lijst van 'logementen' in Sittard; 2 Handboek voor de leden der Rotterdamsche processie naar Sittard ter eere van O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus gevestigd in de St. Antoniuskerk te Rotterdam (Rotterdam: P.J. Simons-Van den Broek, 1909, 2e dr.; impr. (1e dr.) Amsterdam, F.T.H. Van Ogtrop, 27 maart 1880; evulg. (2e dr.) Rotterdam, 20 februari 1909; 334 p.) bevatten gebeden, litanieën en gezangen, ook ter ere van devotieheiligen die tijdens de bedevaart een rol konden spelen, zoals Rosa van Lima, Antonius van Padua en O.L. Vrouw in 't Zand; 3 O.L. Vrouw van het H. Hart de hoop der hopelozen (Sittard: Alberts, 1904, 5e dr.; impr. P.J.H. Russel, Roermond 27 maart 1884; 284 p.); 4 Mémoire sur la dévotion à N.D. du Sacré Coeur à Sittard. Diocèse de Ruremonde (Hollande) (Roma: Tipografia Agostiniana, 1904; 13 p.) 5 De hoop der hopelozen of O.L. Vrouw van het Heilig Hart vereerd in hare basiliek te Sittard(Sittard: Aartsbroederschap O.L. Vrouw van het H. Hart; impr. P.Jos. Wetzels s.c.j., Sittard, mei 1950; 255 p.); 6 Jos Poels, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard (Sittard: Aartsbroederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart, z.j.; impr. A. Van Rijen m.s.c., Stein 15 mei 1955; 93 p.); 7 Hoe het groeide. De basiliek van Sittard en de godsvrucht tot O.L. Vrouw van het H. Hart (Sittard: Aartsbroederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart, 1983; 40 p.).
- Broederschapsboekjes: 1 Korte handleiding voor de leden der broederschap van Onze lieve vrouw van het H. Hart bij eene bijzondere vergunning gevestigd in het klooster van de Religieusen Urslinen te Sittard (als hoofdzetel voor Nederland) (Sittard: Alberts, ca. 1870; 24 p.; coll. Museum Catharijneconvent); 2 Bruderschaft von unserer lieben Frau vom h. Herzen Jesu (...) Sittard (Olpe: Th. Wietens, [ca. 1870]; goedgekeurd door de (aarts)bisschoppen van Keulen, Bourges, Mechelen, Utrecht, Den Bosch, Haarlem, Roermond en Luik, 21 p.; coll. Bonnefantenmuseum nr. 1819); 3 Z.H. Paus Leo XIII heeft de broederschap ter eere van O.L. Vrouw van het het H. Hart van Jezus verheven tot Aartsbroederschap voor heel Nederland in de basiliek te Sittard (Sittard: Alberts [ca. 1908]; impr. J.H. Drehmanns episc., Roermond, 14 juni 1908; 54 p); 4 Een uurtje met O.L. Vrouw van het H. Hart (Sittard: ursulinen [ca. 1938]; impr. G. Lemmens episc., 8 maart 1938; 55 p.) de inhoud is vrijwel gelijk aan de uitgave van 1908; Processiebroederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart te Nederhorst-den-Berg ([1948]; collectie D. Gooren); 5 Handboek voor de leden der Rotterdamsche processie naar Sittard ter eere van O.l. Vrouw van het H. Hart van Jezus (Rotterdam: P.J. Simons - van den Broek, z.j. [1909]; impr. Amsterdam, 27 maart 1880 F.T.H. Van Ogtrop/Rotterdam, 20 februari 1909, J.M.J. van Rooij; 334 p.).
- Noveenboekjes: 1 Negendaagsche oefening ter eere van O.L. Vrouw van het Heilig Hart (...) Sittard (Sittard; Alberts, ca. 1870; kerkelijk goedgekeurd door het Nederlands episcopaat en de (aarts)bisschoppen van Bourges, Keulen, Luik, Mechelen en Batavia, 12 p.; coll. Streekarchief Eindhoven, Heemkundekring Kempenland); 2 Noveen tot Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart (impr. Den Bosch, M.A.P.J. Oomens, 16 oktober 1960, [32 p.]).
- Bedevaartvaantjes: 1 O.L. Vrouw zittend op een wolk en engelen met twee banderollen ('O.L. Vrouw van Sittard' en 'Hoop der Hopeloozen'), onderaan: processie en pelgrims en 'Aandenken aan Sittard', gekleurde houtsnede (1876, F. van de Laar; ca. 30 x 47 cm); 2 min of meer vergelijkbare teksten en tekeningen als van 1, maar uitgevoerd als chromolithografie (30 x 36 cm); 3 chromolithografie met groot de kerk en omgeving afgebeeld en daarboven het beeld op een wolk, een steendruk uit 1887 (ca. 30 x 37 cm), tekstbanderollen: 'Hoop en Bystand der hopeloozen', 'Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart' en 'Aandenken aan Sittard'; 4 zwartwit of gekleurd vaantje met tekening van het beeld waar enige pelgrims op af komen en een randtekst langs alle zijden, een uitgave van H. Herkuleijns uit Oosterbeek, nr. 15 (1948; type Th. Elfrink; 22 x 38 cm; Museum Catharijneconvent G01275).
- Tijdschriften: 1 Maandschrift voor de Broederschap (vanaf 1883 Aartsbroederschap) van O.L. Vrouw van het H. Hart, 1869 - heden. In 1960/1961 veranderde de naam in Het Blauwe Boekje, met ingang van jaargang 94 (1969) wordt het een tweemaandelijks tijdschrift. De inhoud is van oudsher gevarieerd, maar bestaat natuurlijk vooral uit artikelen en andere bijdragen over de devotie tot O.L. Vrouw van het H. Hart, de broederschap / aartsbroederschap, de basiliek, het Mariapark en de bedevaartpraktijk; 2 Sittarder Maria-almanak voor het jaar 1938 (1938); 3 in Tilburg werd vanaf 1882 het tijdschrift Annalen van O.L. Vrouw van het H. Hart door de missionarissen van het H. Hart uitgegeven.
- Ansichtkaarten: 1 kleurenansichtkaart van het genadebeeld (Velp: Jos Pe Print); 2 kleurenansichtkaart van het genadebeeld, detail Maria en Jezus (Velp: Jos Pe Print); 3 zwartwit ansichtkaart met een foto van het genadebeeld. Onderschrift: 'O.L. Vrouwe van het H. Hart, bid voor ons (foto: Hub. Leufkens; collectie D. Gooren); 4 ansichtkaart met een voorstelling van het altaar met het genadebeeld, onderschrift; 'Sittard basiliek van O.L. Vrouw v.h. H. Hart' (Sittard: Drukkerij Missiehuis; 9 x 15,5 cm; collectie D. Gooren); 5 ansichtkaart met foto van het genadebeeld omgeven door een krans van bloemen, onderschrift: 'Genadebeeld O.L. Vr. v.h. H. Hart. Groet uit Sittard' (Sittard: Vroemen-Dormans; 9 x 14 cm; collectie D. Gooren); 6 serie van zes ansichtkaarten van het interieur en exterieur van de basiliek (Arnhem/Velp: Jos Pe Print); 7 twee ansichtkaarten van de details van gebrandschilderde ramen (Sittard: VVV; foto Fr. van Binsbergen); 8 zwartwit ansichtkaarten van de kruisweg in het Mariapark (foto: Hub. Leufkens); 9 exterieuropname van de binnenhof van het Mariapark (Velp: Jos Pe Print); 10 zwartwit ansichtkaart met een foto van het genadebeeld (9 x 14 cm; collectie D. Gooren).
- Folder: 1 vouwfolder met een beknopte kunsthistorische beschrijving van de basiliek; 2 vouwfolder met informatie over de devotie tot O.L. Vrouw van het H. Hart.
- Prentjes: 1 in het archief van de aartsbroederschap bevindt zich een album met prentjes die vanaf 1867 zijn verspreid dan wel uitgegeven door de aartsbroederschap. De oudste prentjes zijn afkomstig uit Issoudun en werden waarschijnlijk te Sittard verspreid. In het album zijn verder opgeborgen jubileumprentjes, prentjes van de Kinderkrans, litanieën, gebeden en een scapulier van O.L. Vrouw van het H. Hart; 2 kleuren vouwprentje in de vorm van een vleugelaltaar. In gesloten toestand staat in gotische letters de tekst: 'Herinnering aan de bedevaart naar O.L. Vrouw van het H. Hart te Sittard'. Op de achterzijde is een akte van toewijding gedrukt. In opengevouwen toestand staan links afbeeldingen van St. Jozef en de basiliek met een processie en rechts St. Rosa en de Rosakapel. De hoofdvoorstelling is een afbeelding van het genadebeeld van Sittard. Boven de voorstellingen op de binnenkant loopt een kartelrand (Sittard: G. Tholen, z.j.; 14,5 x 11 cm; collectie D. Gooren); 3 zwartwit foto van het genadebeeld op zijn altaar in het ursulinenklooster (vóór de bouw van de basiliek). Het genadebeeld staat op een klein neogotisch altaar geflankeerd door bedevaartkaarsen en twee standaards met ex-voto's. Boven het beeld is een baldakijn met het opschrift: 'Venez à moi'. Op de achterzijde van het prentje is een tekst geplakt: 'Aangestreken aan het beeld van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard' ([Sittard] J. Phennings, foto W. Grein-Vonk, 10,2 x 6,2 cm; collectie D. Gooren); 4 prentje met aan de onderzijde een afbeelding van de basiliek met daarboven, staande op een wolk, het genadebeeld, dat omgeven wordt door takken bloeiende lelies. De tekst op de voorzijde luidt: 'Genadebeeld Maria Sittard. Te Sittard heb ik aan u gedacht en dit tot aandenken mee gebracht' (Sittard: J. Pfennings-Dols; 6,5 x 10 cm; collectie D. Gooren); 5 zwartwit prentje met een foto van het genadebeeld en het onderschrift 'O.L. Vrouw van het H. Hart, bid voor ons'. Op de achterzijde staat een gebed in rijmvorm 'Maria schrijf een kruisje' (Sittard: foto Hub. Leufkens; 6,5 x 9,3 cm). Dit prentje is later (jaren zestig?) in een iets grotere versie (7,2 x 11,2 cm) opnieuw gedrukt; 6 chromolithografie met een voorstelling van O.L. Vrouw van het H. Hart met het Jezuskind op haar arm. Het onderschrift luidt: 'O.L. Vrouw van het Heilig Hart van Jezus bid voor ons'. Op de achterzijde staat het memorare van O.L. Vrouw van het H. Hart (Mönchengladbach: B. Kühlen; impr. Ruraemundae, 8 juni 1900, dr. P. Mannens, librorum censor; 7,2 x 13 cm); 7 prentje met een tekening van het genadebeeld staande op de wolken met onder zich de basiliek, waar processies naar toe gaan. Rond het beeld staat de tekst: 'Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Hoop der Hopeloozen'. Op de achterzijde staat het memorare van O.L. Vrouw van het H. Hart (6,5 x 10,5 cm); 8 prentje met een tekening van het genadebeeld staande op een wolk en omgeven door een stralenkrans, lover en lelies. Onder het beeld staat de tekst: 'Genade Beeld Maria Sittard' (Mönchengladbach: B. Kühlen; 6 x 9,5 cm); 9 lithografie op donkerblauwe achtergrond van het genadebeeld staande op een wolk boven de basiliek. Het beeld wordt omgeven door bloemen. Onder het beeld staat de tekst: 'Genade beeld Maria Sittard. Te Sittard heb ik aan u gedacht en dit tot aandenken meegebracht' (7 x 10,3 cm; collectie Breda's Museum). Van dit prentje is ook een lichtblauwe uitvoering gemaakt; 10 prentje met op de voorzijde een zwart kruis en daarin een gedroogd bloemetje. Onder het kruis staat de tekst: 'Plante foulée par les pieds du Divin Sauveur dans les bosquet de Paray-le-Monial (Souvenir de Sittard)'. Op de achterzijde staat: 'aangestreken aan het beeld van O.L. Vrouw van het H. Hart te Sittard' (voor een foto zie Winkler (1991); 11 in de collecties van D. Gooren, het Museum Catharijneconvent en de collectie van de aartsbroederschap bevinden zich reeksen prentjes van O.L. Vrouw van het H. Hart, die zich voor een groot deel ook bevinden in de collectie van de Aartsbroederschap.
- Affiche: bedevaartaffiche uit 1884 van de processiebroederschap van Nederhorst den Berg voor de pelgrimage naar O.L. Vrouw van het H. Hart te Sittard, de Zoete Lieve Vrouw van 's-Hertogenbosch en O.L. Vrouw in 't Zand te Roermond (51,5 x 34,5 cm; 's-Hertogenbosch: J.H. Poell-de Rooij, [1884]; collectie Breda's Museum).
Bronnen en literatuur Archivalia: Malden, provincialaat van de zusters ursulinen: Kroniek van het ursulinenklooster St. Calvaire te Sittard 1843-1955 (Franse en Nederlandse kroniek). Sittard, gemeentearchief: archief van de Aartsbroederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart van Jezus, waarin opgenomen de registers met inschrijvingen van de leden van de aartsbroederschap evenals de registers van de Kinderkrans (opgericht te Sittard op 8 juli 1878 door bisschop Paredis), 1867-heden. Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum, archief nr. 176: Broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart te Nederhorst den Berg. Den Haag, Algemeen Rijksarchief: ministerie van Justitie 1813-1876, inv.nr. 4847. Maastricht, Rijksarchief in Limburg, Provinciaal Archief 1814-1913, inv.nr. 363.
Literatuur: Plegtigheden bij het wijden en leggen van den eersten steen eener te bouwen kerk van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard op den 2 junij 1875 (Roermond 1875); 'O.L. Vrouw van Sittard', in: Katholieke Illustratie 9 (1875-1876) p. 1-3, 275-276, 287-288; J. Rijkers, Discours prononcé à Issoudun le 7 Septb. 1873 (Roermond 1873); J. Rijkers, 'Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard', in: H. Welters, Limburgsche legenden, sagen, sprookjes en volksverhalen, dl. 1 (Venlo: Wed. H. Uyttenbroek, 1875) p. 46-47; Ontwerp der glasschilderingen voor het nieuwe heiligdom van O.L. Vr. Van het H. Hart te Sittard (Roermond z.j.); J.E.H. Menten, 'O.L. Vrouw van het H. Hart te Sittard', in: Maria's heiligdommen in Nederland en België ('s-Hertogenbosch: De Katholieke Illustratie, 1881) p. 57-91; De Maria Zomer te Sittard. Een geschenk voor de inteekenaren op het Maandschrift van O.L. Vrouw van het H. Hart (Roermond: J.J. Romen, 1882-1906?), een soort jaarboek met beschrijvingen van processies en bedevaarten naar O.L. Vrouw van het H. Hart, religieuze artikelen, gebeden, gedichten en liederen; heeft waarschijnlijk een vervolg gekregen in de Sittarder Maria Almanak; Bedevaarten naar Sittard in 1882 (Roermond: J.J. Romen, z.j.); Neerlandia Catholica of Het Katholieke Nederland. Ter herinnering aan het Gouden priesterfeest van Z.D. Paus Leo XIIIKurze Chronik von Sittard von 900 bis 1755, sammt drei Anhängen von 1755 bis 1891 (Sittard: G. Tholen, 1891) p. 79-83, 85-86, 89-93, 95, 100, 104-105; A.B. & L.O., Mei-maand der Genade-Oorden, of Maria's grootheden, leven en bevoorrechte heiligdommen in godvruchtige lezingen voor elken dag van de maand mei (Cuyk: J.J. van Lindert, 1896) p. 208-210, 215-218; Pensionat des Religieuses Ursulines de Sittard (Paris: Levallois, 1897); Mémoire sur la Dévotion à Notre Dame du Sacré Coeur à Sittard, Diocèse de Ruremonde (Hollande) (Rome: Tipografia Agos-tiniana, 1904); [foto O.L. Vrouw van het H. Hartgroep in optocht bij Mariacongres te Maastricht], in: Katholieke Illustratie 46 (1912) p. 749; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 8 (Amsterdam: Bekker, 1914) p. 301, 533-538; V. Kissels, 'O.L. Vrouw van 't Heilig Hart te Sittard', in: Verslagboek Maria-Congres 15-18 Aug. 1912 Maastricht (Maastricht: Boosten & Stols, 1913) p. 321-326; Jos. Timmermans, 'De heilige pastoor van Tildonck' en zijn stiching in Nederland (z.p., 1921) p. 112, 282; Emile H. van Heurck, Les drapelets de pèlerinage en Belgique et dans les pays voisins. Contribution à l'iconographie et à l'histoire des pèlerinages (Antwerpen: J.E. Buschmann, 1922) p. 513-514; Gerlach Schummer [Pater Gerlach] & C. Sloots, Gedenkboek van het honderd jarig bestaan der Congregatie van Penitenten-Recollecttinen te Oudenbosch (klooster Sint Anna) (Tilburg: B. van Eerd en Zonen, 1938) p. 33 (afb. van het genezingswonder in 1872), p. 91-92; A. Welters, De Lieve Vrouwkes van Limburg (Maastricht/Vroenhoven: Uitg. Ernest van Aelst, 1941) p. 85-90; G. Lemmens, Maria in Limburg. De legendenkrans voor Maria (Maastricht: 'Veldeke', 1947) p. 98-99; De hoop der hopelozen of O.L.Vrouw van het Heilig Hart vereerd in hare basiliek te Sittard (Sittard: Aartsbroederschap O.L. Vrouw van het H. Hart, [1950]) p. 11-142, historisch overzicht van de ontwikkeling van de cultus; B. Reith, Honderd jaar kerkbouw in Nederland (Haarlem: De Spaarnestad, 1953); J.J. Jongen, 'Sittard', in: Katholieke Encyclopaedie, dl. 21 (Amsterdam: Joost van den Vondel/Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1954) k. 876; J. Poels, O.L. Vrouw van het Heilig Hart te Sittard (Sittard: Aartsbroederschap, 1955); 'Bedevaart Issoudun 1955', in: Sancta Maria 29 (11 augustus 1955) p. 16, herstelde bedevaart Sittard-Issoudun; Jac. Schreurs, Pastoor-deken Tijssen van Sittard. De man met de rozenkrans (Roermond / Maaseijk: J.J. Romen, 1957) p. 26-27, bedevaart en genezing van Tijssen; Chrétienté et Tourisme. Visitez les centres de pèlerinages églises classées sur les routes de Belgique, Espagne, France, Hollande, Italie, Suisse (Doornik: Agep, ca. 1964) p. 165; J.M. Gijsen, Joannes Augustinus Paredis (1795-1886) bisschop van Roermond en het Limburg van zijn tijd (Assen: Van Gorcum, 1968) p. 444-445; J.L. Offermans, Sittard in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1969) p. 24, 31-33, 103; A.H. Simonis, 'De Kloosters', in: A. Simonis e.a., Sittard historie en gestalte (Sittard: Alberts, 1971) p. 244-252; J.J.M. Timmers, 'Sittards oude monumenten', in: A. Simonis e.a., Sittard historie en gestalte (Sittard: Alberts, 1971) p. 368-371; H.P.R. Rosenberg, De 19de-eeuwse kerkelijke bouwkunst in Nederland (Den Haag: Sdu, 1972) p. 100, 151; Ch. Gelders, Langs de oude Limburgse kerken. Midden- en Noord-Limburg (Baarn: Bosch & Keuning, 1977) p. 11-12; Gerard Lemmens & Leo Herberghs, Maria in Limburg. Sprakeloze vertellingen (z.p.: Corrie Zelen, 1978) p. 38; J.L. Offermans, Sittard in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1980) p. 31-33, 51, 88, 103; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 393-396; Hoe het groeide 1883-1983. De basiliek van Sittard en de godsvrucht tot O.L. Vrouw van het H. Hart (Sittard: Aartsbroederschap, 1983); D. Pesch, Wallfahrtfänchen. Religiöse Druckgrafik (Keulen: Rheinland Verlag, 1983) p. 397-399; NCRV Kerkepadgids 1983 (Hilversum: NCRV, 1983) p. 40; S. ter Kuile, 'Basiliek Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard. Haar plaats binnen de NeoGotiek in Nederland', in: Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold 6 (1985) p. 139-151; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volksundig Instituut, 1986) p. 24, 60, 62; Gé Verheul, Een zwerftocht langs tien jaar kerkepad (Kampen: Kok, 1986) p. 91; Renaat van der Linden, Mariabedevaartvaantjes. Verering van Onze-Lieve-Vrouw op 1175 vaantjes (Brugge: Tabor, 1988) p. 244; J.M.A. van Cauteren, Maria in Limburg. Vroomheid rond miraculeuze beeltenissen (Weert: Museum Jacob van Horne, 1989); p. 46-49; J. Baar, 'De processiebroederschap van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart van Jezus', in: Nu, gij bouwt niet uit weelde. Rond de bouw van de R.K. kerk te Nederhorst den Berg (Nederhorst den Berg: eigen beheer, 1990) p. 187-196; W. Hahn, 'Issoudun', in: Marienlexikon, dl. 3 (St. Ottilien: Eos Verlag, 1991) p. 331-332; L.W. [Lodewijk Winkler], 'Bladwijzer', in: Erasmusplein (1991) nr. 2, p. 10; J.M.E. Vleeshouwers, 'Missionering door Sittardse Ursulinen', in: Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold 13 (1992) p. 81-95; Math Vleeshouwers, Stadsbeelden Sittard (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 1992) p. 86-89; Math Vleeshouwers, Stadsbeelden Sittard, dl. 2 (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 1993) p. 92-95; P.B.N. van Luyn, Stadt Sittardt. Een grensoverschrijdend verleden (Sittard: Stg. Historie Sittard, 1993) p. 174, 182-183, 187; A. Jacobs, Deken Franciscus Xaverius Rutten (1822-1893) en zijn plaats binnen de neogotiek in Limburg (Hoensbroek: onuitgegeven doctoraalscriptie RU Utrecht, 1994) p. 101-109; Pius Jaarboek. Almanak Katholiek Nederland 1996 (Houten: Bohn etc., 1995) p. 349; Herman Andriessen e.a., Kapellen onderweg. Hedendaagse spiritualiteit in Limburgse Maria-legenden (Baarn: Gooi & Sticht, 1996) p. 47-49; A. Stal, Stenen Dank. De Votiefstenen in de Basiliek van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart in Sittard (Geleen: ongepubliceerde scriptie cultuurwetenschappen Open Universiteit, 1996); Th. M. Oberdorf, 'Bedevaarten naar Sittard in 1882', in: Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold 18 (1997) p. 7-20; Guido Elias & Berst Stienaers, Bedevaarten. Voor pelgrim en toerist (Roeselaere/Baarn: Globe/De Fontein, 1997) p. 147; Henk van Doremalen e.a. ed., Godsvrucht en deugdzaamheid. Godsdienst en kerk in Tilburg door de eeuwen heen (Tilburg: Gianotten, 1997) p. 129-131; Frank Holthuizen, Limburg in bewegend beeld 1911-1996. Catalogus van film- en videomateriaal over Nederlands-Limburg (Venlo: Limburgs Film en Video Archief, 1997) nr. 0007; Laurens de Keyzer, Wees gegroet, Maria. Mariaoorden in de Lage Landen (z.p.: Icarus, z.j. [1998?]) p. 47-58; A. Jacobs, 'Jacques Schreurs m.s.c. en Louis Tijssen, de 'heilige' deken van Sittard', in: Historisch jaarboek voor het Land van Zwentibold 19 (1998) p. 25-26; Wim Meulenkamp & Paulina de Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (Nieuwegein: Aspekt, 1998) p. 220; J.M.E. Vleeshouwers, 'Een snel groeiende Mariadevotie in Sittard', in: Peer Boselie & Guus Janssen ed., Netwerken. Opstellen aangeboden aan drs J. Kreukels ter gelegenheid van zijn afscheid als gemeentearchivaris van Sittard (Sittard: Gemeentelijke Archiefdienst e.a., 1999) p. 170-182; Theo Aerts, O.-L.-Vrouw van het H. Hart. Theologische verschuivingen en iconografische variaties (Sittard: Broederschap, 1999); V. Delheij & A. Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 101-105; Peter Jan Margry, Teedere Quaesties: religieuze rituelen in conflict. Confrontaties tussen katholieken en protestanten rond de processiecultuur in 19e-eeuws Nederland (Hilversum: Verloren, 2000) p. 116, 128, 134, 136, 312, 319; Charles Caspers, Wolfgang Cortjaens, Antoine Jacobs (red.), De basiliek van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart te Sittard. Architectuur - devotie - iconografie (Sittard: Aartsbroederschap OLVvhHHart, 2010).
- Maandschrift voor de (Aarts-)Broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart, 1869 - heden (in 1960/1961 verandert de naam in 'Het Blauwe Boekje'.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Sittard-O.L. Vrouw van het H. Hart; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a+b (1993), invullers uit Sittard en Nederhorst den Berg; Collectie 'O.L. Vrouw van het H. Hart' van A.J. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<