Sittard, O.L. Vrouw, Behoudenis der Kranken

Cultusobject: O.L. Vrouw, Behoudenis der Kranken
Datum: Mei; gehele jaar
Periode: 1649 - begin 20e eeuw
Locatie: Parochiekerk van St. Petrus' Stoel in Antiochië
Adres: Kerkplein, 6131 ES Sittard
Gemeente: Sittard
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken werd eerst vereerd in de kapel van het dominicanessenklooster St. Agnetenberg en sinds 1804, na de opheffing van het klooster door de Fransen, in de St. Petruskerk in de binnenstad.
Auteur: Jo Kreukels
Illustraties:
Topografie - Na hun vestiging te Sittard in 1649 bouwden de dominicanessen een kloostertje aan de Plakstraat, dat zij 'Agnetenberg' noemden ter herinnering aan de H. Agnes van Montepulciano. Bij het klooster werd tussen 1699 en 1702 een eenbeukige, bakstenen kapel gebouwd. De kapel was eveneens gewijd aan de H. Agnes. De dominicanessen verlieten op last van de Franse overheid in 1797 Sittard en de Agnetenberg werd in 1857 het domicilie van de Liefdezusters van het Kostbaar Bloed, die het klooster tot heden bewonen. Waar het beeldje van O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken in de 17e en 18e eeuw stond opgesteld is niet bekend. In 1804 werd het beeldje overgebracht naar de Grote of St. Petruskerk aan het Kerkplein in het centrum van de stad.
- Zie over de kerk van St. Petrus' Stoel in Antiochië ⟶ Sittard, Bernardus.
- J.Chr. Warblings, vicaris-generaal van het bisdom Luik, schonk in 1879 een nieuw altaar voor O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken. Warblings had aan de in Roermond woonachtige Duitse kunstenaar en schilder F.A.C. Martin opdracht gegeven om de voorspelling van Jesaja uit te beelden: 'Een Twijg zal ontspruiten uit Jesse en een Bloem ontluiken uit zijn wortel.' Liggend kijkt de profeet naar de Twijg (Maria), die opschiet uit Davids stam en die de Bloem (Christus) voortbrengt. Het beeldje, gevat in een glazen koker, wordt omringd door de twaalf koningen van Juda uit de stam van David. De boom van Jesse wordt geflankeerd door musicerende engelen en de zijpanelen bevatten voorstellingen van de geboorte van Christus en de aanbidding door de drie Wijzen. Op de buitenzijde van de panelen heeft Martin de Annunciatie afgebeeld. Het resultaat van zijn werk was een neogotisch altaar van hoge kwaliteit geplaatst op een 15e-eeuws voetstuk. Het bovenstuk van dit altaar is rond 1965 verwijderd en opgeruimd. Momenteel bevindt zich boven het altaar tegen de muur een Kruisgroep (eind 16e eeuw).Omstreeks 1965 verdween ook het koperen antependium, dat een geschenk was van deken L. Rutten. Het altaar staat in de Mariakapel, links van het koor.
Cultusobject - Het beeldje van O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken (18 cm hoog) lijkt een nabootsing van het bekende beeld van O.L. Vrouw van Foy en dateert vermoedelijk uit de 17e eeuw. Het is een staande Maria die het kind op beide armen voor de borst houdt. Het hout is vrij sterk aangetast, maar er zijn nog sporen van de oorspronkelijke polychromie en vergulding aanwezig. De gouden kroontjes van Moeder en Kind zijn geschonken door barones De Negri.
Verering - Het beeldje van O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken zou volgens een legende na de beeldenstorm op het water drijvend in Brugge zijn gevonden. Het werd in 1649 door twee zusters dominicanessen vanuit hun klooster te Brugge naar Sittard overgebracht. De zusters Maria Sibilla Bronckhorst en Ida Agnes Crockx stichtten in hetzelfde jaar in Sittard het klooster St. Agnetenberg in de Plakstraat. Bij het beeldje zouden direct verschillende wonderen geschied zijn, waardoor bedevaarten werden gestimuleerd. Blinden, doven, stommen, lammen en kreupelen vonden er genezing. Ook kon de Lieve Vrouw tegen besmettelijke ziekten worden ingeroepen. De bescherming van de kloosterzusters tijdens een plundering door de Fransen in 1677 zou eveneens aan het beeldje zijn toe te schrijven. Dit zou de devotie dermate hebben bevorderd dat op zaterdagen en Mariafeesten de kloosterkapel volledig gevuld was. Bedevaarten kwamen die jaren onder meer vanuit Schinveld, Stein en Beek. Uit de bronnen blijkt dat in de 17e eeuw ook door stadsbestuurders en geestelijken geld en goederen aan het beeld werden geofferd. Documenten in het kerkarchief wijzen ook op 'mirakelen' in de 18e eeuw. Op 12 september 1730 vroegen de deken van het kapittel van de Petruskerk, alsmede de burgemeester en andere Sittardse magistraten aan de bisschop van Luik aflaten te verlenen aan allen die met een rouwmoedig hart het beeldje gedurende zeven zaterdagen (de zeven smarten van Maria) en de mariale feestdagen en de daaraan verbonden octaven kwamen vereren. Het verzoekschrift maakte melding van veel wonderen ('antehac plurima, et usque dum patrata fuere miracula') en een grote toeloop van vereerders. De suffragaan-bisschop J.B. Gillis honoreerde het verzoek en verleende een aflaat van 40 dagen voor de zaterdagen en alle Mariafeesten. In 1732 verklaarde Joachim Godfried Brack, een officier uit Paltz-Neuburg, dat zijn dochtertje op voorspraak van O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken van blindheid was genezen. Voorts is er een document waarin Hendrik Peusen en N. Dedije verklaren van lamheid genezen te zijn. De uit Bingelrade afkomstige Gertruid Smeets, die leed aan vlagen van waanzin, en haar man Leonard Aelfers bezochten in 1751 de 'begijnelkerke' van Sittard om genezing te verkrijgen.
- Tot 1804 - het convent werd in 1802 door de Fransen gesloten en opgeheven - bevond het beeldje zich eerst in de huiskapel en later in de nieuwgebouwde kapel of kloosterkerk (1699 - 1702). In 1804 liet de toenmalige pastoor H.W. Hons het beeldje naar de Grote of St. Petruskerk overbrengen. De legende verhaalt dat hij verzuimde dit op plechtige wijze te doen en dat het beeldje een paar maal naar de kloosterkerk terugkeerde. Pas nadat de overbrenging plechtig en processiegewijs had plaatsgevonden, bleef het beeldje in de St. Petruskerk. Hons vroeg de pauselijke nuntius te Parijs, kardinaal Caprara, om nieuwe aflaten te verlenen. De oorspronkelijke bullen waren namelijk verloren gegaan. De toeloop naar het beeldje bleef groot en vormde een belangrijke inkomstenbron voor de kerk. Op 30 mei 1804 verleende Caprara de nieuwe aflaten voor de octaven van Maria Geboorte en Maria Hemelvaart en alle zaterdagen voor een termijn van zeven jaar. Vicaris-generaal N.W. Fonck van Aken bevestigde dit nog eens op 6 juni 1804.
- Na de brand van 1857, waarbij vooral de toren grote schade opliep, maar ook een gedeelte van de kerk, bracht deken Roersch het beeldje, dat ongedeerd was gebleven, tijdelijk in veiligheid in de kapel van de zusters ursulinen aan de Oude Markt. De terugkeer van het op een zilveren troon geplaatste beeldje naar de St. Michielskerk vond met een plechtige processie met bisschop Paradis op 24 juni 1861 plaats. In 1881 schreef Menten:

'Niet alleen op de zaterdagen, wanneer de H. Missen steeds druk werden bezocht, maar ook door het geheele jaar, vooral op de feestdagen van Onze Lieve Vrouw, werd dit Beeldje door vele vreemdelingen bezocht. Zelfs kwamen er jaarlijks eenige processieën, zooals die van Schinveld, Stein en Beek. Deze laatste parochie is bijna zonder onderbreking aan dit godvruchtig gebruik getrouw gebleven. Op den 8sten September, het feest van Onze Lieve Vrouwe geboorte, zien we de Beeksche processie, waaraan soms 3000 personen deelnemen, het gezegende stadje in goede orde binnentrekken, thans [= 1881] evenwel met het doel om niet alleen het miraculeus beeldje, maar ook Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te vereeren.'
Uit de laatste zin kan men opmaken hoe sinds 1868 de verering geleidelijk aan overvleugeld raakte door de nieuwe devotie en bedevaarten ter ere van ⟶ O.L. Vrouw van het H. Hart, eveneens in Sittard.
- In 1879 gaf mgr. Warblings, vicaris van het bisdom Luik en geboren en getogen in het nabijgelegen Doenrade, opdracht om een nieuw altaar voor het genadebeeldje te vervaardigen ter herinnering aan het feit dat hij als kind het beeldje vereerd had. De inzegening vond plaats op 20 augustus van dat jaar. Warblings werd geassisteerd door zo'n 50 à 60 priesters. De plechtigheden begonnen om 9.00 uur. Het beeldje werd in processie rond de Petruskerk gedragen door congreganisten van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen en omringd door bruidjes. De straten waren ter ere van het feest versierd met guirlandes en vlaggen. Achter het beeldje liepen Warblings en de overige priesters. In de kerk plaatste Warblings het beeldje in het nieuwe, door Martin ontworpen altaar. Daarna beklom hij de preekstoel om aan de stampvolle kerk de geschiedenis van O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken te schetsen. De kranten schatten het aantal bezoekers dat die dag naar Sittard kwam op enige duizenden.
- Jaren later, in 1899, werd het feit herdacht dat het 250 jaar geleden was dat O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken door de zusters dominicanessen vanuit Brugge naar Sittard was overgebracht en ook dat diezelfde zusters zich in Sittard zeer verdienstelijk hadden gemaakt in de sectoren onderwijs, verpleging en armenzorg. Het grote herdenkingsfeest vond plaats op 13 mei 1900. Op zaterdagavond 12 mei werden de festiviteiten aangekondigd met klokgelui en 'kamerschieten' (het ontploffen van carbidbussen). Op zondagmorgen werd om 10.00 uur in de Petruskerk een hoogmis opgedragen. Om 15.30 uur was er lof met een feestpredikatie door pastoor M. Nijssen van Grevenbicht (zie ⟶ Oud-Geleen, Antonius van Padua). Aansluitend trok een religieuze stoet door de straten van Sittard. Het genadebeeldje werd op een praalwagen meegevoerd. De stoet vertrok vanaf het Kloosterplein, Oude Markt, Markt, Putstraat, Plakstraat, Markt, Limbrichterstraat, Brandstraat, Steenweg (tot aan het station), Begijnenhofstraat, Kloosterplein naar het Mariaplein (het huidige Kerkplein). De straten stonden vol met toeschouwers. De optocht bestond uit 35 groepen. De stoet werd afgesloten door de praalwagen met O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken. Het beeldje stond op een zilveren troon. Achter het beeldje stonden twee engelen; ervoor zaten twee dominicanessen geknield. Iets lager zaten een rij jubelende engelen en twee rijen schildknapen. Deze laatsten symboliseerden de bereidheid van de Sittardse burgerij om O.L. Vrouw te beschermen. Op het plein aangekomen onthulden deken L. Rutten en de uit Sittard afkomstige deken van Weert G. Custers om 19.00 uur een Mariazuil met een stenen kopie van O.L.Vrouw Behoudenis der Kranken (totaal 8 m hoog). Na de inzegening werd onder klokgelui en kamerschieten het Te Deum gezongen en gaf mgr. Custers de zegen met het Allerheiligste. Het aantal pelgrims werd die dag geschat op duizenden.
- Het eeuwfeest van de overbrenging van het genadebeeldje van het klooster Agnetenberg naar de Petruskerk werd in 1904 gevierd. Na het lof op 29 mei trokken circa 2000 Sittardenaren met het genadebeeldje in processie door de stad. De stoet trok naar het klooster Agnetenberg in de Plakstraat, vanwaar men weer terugging naar de Petruskerk. Het was een van de laatste grote manifestaties rond deze bedevaartcultus. De massale en succesvolle bedevaart naar O.L. Vrouw van het H. Hart had immers ondertussen de devotie grotendeels weggedrukt.
- In oktober 1920 stelde deken Tijssen (zie ⟶ Sittard, Tijssen) een nieuw gebed op voor O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken en mgr. Schrijnen koppelde een aflaat van 50 dagen aan het gebed voor elke keer dat het werd gebeden. Het gebed van Tijssen staat op de prentjes die in 1931 werden gedrukt.
- De verering van O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken bestond aan het einde van de 20e eeuw nog steeds, maar was lokaal en individueel van aard. De Mariavieringen (missen en rozenkransgebed) binnen de stad hebben zich geconcentreerd in de nabijgelegen basiliek van O.L. Vrouw van het H. Hart.
Materiële cultuur - Mariazuil: op het Kerkplein staat sedert 1900 de zes meter hoge herdenkingszuil. Deze zuil werd vervaardigd in het beeldhouwersatelier van Kasteleyn en Kühnen en bestaat uit drie engelenfiguren met opgeslagen vleugels en wapenschilden in de hand met daarboven een circa twee meter hoge kopie van het originele beeldje.

Devotioneel drukwerk
- Prentjes: 1 chromolithografie met op de voorzijde een tekening van de Petruskerk met daarboven het beeld van Maria in een stralende mandorla, met de tekst '1649-Behoudenis der Kranken b.v.o.-1899'. Onder het prentje staat 'Het oude miraculeuze beeldje van O.L.Vr. in de groote kerk te Sittard'. Op de achterzijde een smeekgebed tot O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken (Mönchen-Gladbach: B. Kühlen, 1899; impr. Roermond 6 mei 1899 dr. P. Mannens; 7 x 11 cm); 2 vouwprentje met foto van het beeld op de voorzijde met de tekst 'Miraculeus Beeldje "O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken" bewaard in de Parochiekerk te Sittard' en middenin een gebed en een tekst over de geschiedenis van het beeldje (Sittard: Alberts, evulg. Roermond 11 mei 1931, L.J.A.H. Schrijnen; 8,6 x 13,7 cm); 3 vouwprentje, herdruk van 2 maar met een nieuwe voorzijde met een montagefoto van het beeld en de kerk tezamen en de tekst 'O.L. Vrouw "Behoudenis der Kranken" Sittard'; 7,6 x 12 cm; ca. 1950? (Sittard: Alberts); 4 combinatieprentje van O.L. Vrouw van het H. Hart en O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken, gepubliceerd in Welters' De Lieve Vrouwkes van Limburg (2e verm. dr.) en zelfstandig verspreid; het toont O.L. Vrouw van het H. Hart met het Jezuskind. Daaronder staat O.L.Vrouw Behoudenis der Kranken afgebeeld in een vierpas. Het prentje is gedrukt bij Ernest van Aelst te Maastricht.
- Boeken: J.G. Linders, Het oude wonderbeeldje van Onze Lieve Vrouw van Sittard (Sittard: J.K. Alberts, 1880, 1e dr. 44 p.; 1880 2e verm. dr. 52 p.).
Bronnen en literatuur Archivalia: Sittard, gemeentearchief: archief van kerk en parochie H. Petrus' Stoel van Antiochië, 1346-1965. Maastricht, Rijksarchief in Limburg: archief van het klooster St. Agnetenberg te Sittard, 1649-1802. Malden, archief provincialaat ursulinen: 'Kroniek van het ursulinenklooster St. Calvaire te Sittard 1843-1955', p. 33-35. Roermond, bisdomarchief: 'Inventaris van het kerkelijk kunstbezit van de parochie H. Petrus' Stoel in Antiochië' (Roermond, 1975).
Literatuur: J.G. Linders, Het oude wonderbeeldje van Onze Lieve Vrouw van Sittard (Sittard: J.K. Alberts, 1880); J.E.H. Menten, 'Het oude wonderbeeldje van Onze Lieve Vrouw te Sittard', in: Maria's-Heiligdommen in Nederland en België ('s-Hertogenbosch: De Katholieke Illustratie, 1881) p. 92-95; A.B. & L.O., Mei-maand der Genade-Oorden, of Maria's grootheden, leven en bevoorrechte heiligdommen in godvruchtige lezingen voor elken dag van de maand mei (Cuyk: Jos.J. van Lindert, 1896) p. 208-210; R.A., 'Het oude wonderdadige Beeld van de H. Moeder Gods in de Ste. Agnetenberg te Sittard, thans in de Parochiekerk aldaar, en eenige officieele documenten daarop betrekking hebbend', in: De Maasgouw 20 (1898) p. 1-8; J.M. Nijssen, Het wonderbeeldje van Sinte Agnetenberg of het 250 jarig jubelfeest van Onze Lieve Vrouw: Behoudenis der Kranken, plechtig gevierd te Sittard den 13 mei van het H. jubeljaar 1899 (herdenkingsrede); L. van Miert, 'Eenige aantekeningen betreffende het oude Maria-beeldje in de Parochiekerk te Sittard', in: De Maasgouw 21 (1899) 17, p. 65-66; J.M. Nijssen, Musa sapphica seu trifolium multigenum in quator fasciculos divisum (Sittard: J.K. Alberts, 1902) p. 36, 'De cultu mariano Sittardienso', latijns gedicht over de twee Sittardse Mariavereringen; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 7 (Amsterdam: Bekker, 1911) p. 373-379; F.A. Brunklaus, 'Sittard's wonderdadig beeld van O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken', in: De Nedermaas 5 (1927-1928) p. 126-128; Ad. Welters, De Lieve Vrouwkes van Limburg (Maastricht/Vroenhoven: Ernest van Aelst, 1937) p. 47-48; S. Kentgens, De devoties tot O.L. Vrouw te Sittard. Aloude bedevaarten (Sittard: z.n., [1938]); G. Lemmens, Maria in Limburg. De legendenkrans voor Maria (Maastricht: Veldeke, 1947) p. 95-97; D. Gooren, 'Onze Lieve Vrouw van Foy en Noord-Brabant', in: Brabants Heem 11 (1959) p. 135, noemt een Sittards Foybeeld, waarmee O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken moet zijn bedoeld; A.H. Simonis, 'De kloosters', in: A.H. Simonis e.a., Sittard historie en gestalte (Sittard: Alberts, 1971) p. 230-233; J.J.M. Timmers, 'Sittards oude monumenten', in: A.H. Simonis e.a., Sittard historie en gestalte (Sittard: Alberts, 1971) p. 341, 347-348, 365; Gerard Lemmens & Leo Herberghs, Maria in Limburg. Sprakeloze vertellingen (z.p.: Corrie Zelen, 1978) p. 37; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) nrs. 1, 188, 208; H. Geurts, De Sittardse kroniek van deken Janssen (Sittard: Bern. Claessens, 1989) p. 177; J.M.A. van Cauteren, Maria in Limburg. Vroomheid rond miraculeuze beeltenissen (Weert: Museum voor Religieuze Kunst Jacob van Horne, 1989) p. 33-34; A.P.J. Jacobs, 'Mgr. J.C. Warblings (1814-1888), weldoener en prelaat', in: P.L. Nève e.a. ed., Sittard uit bronnen geput, dl. 2 (Sittard: Stg. Historie Sittard, 1993) p. 550-553; J.M.A. Kreukels, 'Dominicanen en Dominicanessen in Sittard in de zeventiende en achttiende eeuw', in: P.L. Nève e.a. ed., Sittard uit bronnen geput I (Sittard: Stg. Historie Sittard, 1993) p. 341-342 (bijlage II), met een opgave van de belangrijkste literatuur over de dominicanessen in Sittard; Wim Douven, 'Opzienbarend rechtsgeding bij tragisch sterfgeval op hoeve Wiegelrade te Bingelrade', in: Jaarboek 1999 Onderbanken (Onderbanken: heemkundevereniging 'De Veersprunk', 1999) p. 36.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Sittard-O.L. Vrouw Behoudenis der Kranken.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<