HomeDatabankenBedevaarten

Hoorn, O.L. Vrouw

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw
Datum: Onbekend
Periode: 1426 - 1572
Locatie: Parochiekerk van O.L. Vrouw (Noorderkerk; thans N.H. )
Adres: Kleine Noord 32, 1621 JG Hoorn
Gemeente: Hoorn
Provincie: Noord-Holland
Bisdom: Haarlem
Samenvatting: Een Mariaverschijning vormde in 1426 de aanleiding tot de bouw van een kerk ter ere van O.L. Vrouw. De kerk was nog niet voltooid, of de Maria uit de verschijning werd herkend in een beeld dat zich op een schip bevond dat ondanks herhaalde pogingen de haven van Hoorn niet kon verlaten. Het beeld werd daarop voor de kerk aangekocht, waarna het verschillende wonderen zou hebben bewerkstelligd. Over de cultus is verder niets bekend dan een strafbedevaart uit Amsterdam (1525). De cultus zal niet meer dan een regionale uitstraling hebben gehad en met de reformatie ten einde zijn gelopen. Het beeld is sindsdien spoorloos, al heeft men in het pietàbeeld in de huidige parochiekerk het beeld uit de Noorderkerk willen zien.
Auteur: Tim Graas
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De O.L. Vrouwe- of Mariakerk, na de reformatie ook Noorderkerk geheten, is gelegen aan de noordzijde van het historisch centrum van Hoorn, tussen de Kleine Noord en het vroegere water het Waaitje (in circa 1882 gedempt; sindsdien: Veemarkt).
Deze laatgotische, driebeukige hallenkerk is ontstaan door de verbouwing van een eenbeukige houten kerk. Dit eerste kerkje moet in 1426 gesticht zijn naar aanleiding van een Mariaverschijning. Het houten schip werd in 1441 beginnend vanaf de westzijde in steen herbouwd. In 1450 of 1454 volgden transept en vijfzijdig gesloten koor en in 1462 kon de kerk worden gewijd. De noordbeuk schijnt in 1506 tot stand te zijn gekomen, terwijl de zuidbeuk na drie jaar bouwen in 1509 of 1519 werd voltooid. De relatieve grootte van het koor is misschien te verklaren uit de plaats van het Mariabeeld op het hoogaltaar. De oudste bronnen zeggen in het hoogaltaar, hetgeen de opstelling in een retabel doet vermoeden.
- Het gebouw heeft, sinds het in 1572 werd ingericht voor de protestantse eredienst, weinig ingrijpende veranderingen meer ondergaan, zodat het goeddeels zijn oorspronkelijke aanzien heeft behouden, althans het exterieur. In het interieur herinnert thans niets meer aan de vroegere devotie. Het gebouw valt sinds de jaren tachtig van de 20e eeuw onder beheer van de Stichting Noorderkerk, die activiteiten als tentoonstellingen organiseert.
- In de straatnaamgeving leeft de herinnering aan de cultus voort in de Claes Molenaersgang (zie onder Verering), die aan de noordzijde van de kerk ligt.
Cultusobject - Het Mariabeeld is vermoedelijk verloren gegaan in 1572, het jaar waarin te Hoorn de beelden werden gestormd. Hoe het er heeft uitgezien is pas in 1996 door de publicatie van twee recentelijk ontdekte bronnen, de Chronicon en de Origo, duidelijk geworden. Beide bronnen hebben het over een beeld van Maria, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en het Kind in haar armen. Maria was dus verschenen als de Vrouw uit de Apocalyps (hoofdstuk 12,1). Toen het Hoornse beeld in 1426 in de kerk werd geplaatst, was dit type Mariavoorstelling betrekkelijk nieuw. Andere vroege voorbeelden van dit type, dat ook wel 'Maria in sole' wordt genoemd, zijn in de beeldhouwkunst nauwelijks aanwijsbaar.
Verering Oorsprong
- De bronnen over het ontstaan van de cultus stemmen goeddeels overeen. Het verhaal begint met de stichting van een nieuwe kerk ter ere van Maria, de huidige Noorderkerk, waarschijnlijk in de herfst van 1426. Aanleiding tot de bouw was de verschijning, in 1424 of 1425 volgens de Origo, van Maria aan een zekere Claes (Geraerdts?), een molenaar, en zijn vrouw, Vrouken genaamd, toen zij 's nachts uit hun molen naar buiten keken. Maria verscheen in de lucht, boven het huis van Claes Doedesz. De buurt nu wilde op de plaats van de verschijning een kerk bouwen en verzocht Claes Doedesz. derhalve zijn huis te schenken. Deze weigerde, maar stierf kort daarna aan de pest. Zijn vrouw, hierdoor bang geworden, schonk daarop het huis, waarna op kosten van de buurt een houten kerkje werd gebouwd. Toen nu de kerk bijkans voltooid was, lag er een schip in de haven dat een Mariabeeld naar Friesland moest vervoeren. De schipper had tot driemaal toe gepoogd de haven te verlaten maar werd door de weersomstandigheden telkens gedwongen terug te keren. Dit werd gezien als een teken van boven. Het gerucht verspreidde zich en ook Claes de molenaar (over wie eerder was gezegd dat hij al was gestorven) kwam kijken. Hij herkende het beeld uit de verschijning, waarna het voor de kerk werd aangekocht en op het hoogaltaar geplaatst. Naderhand gebeurden er 'grote miraculen ende tyckenen', te veel om hier te vermelden, aldus de Origo.
- Dat Maria verscheen in de gedaante van de vrouw uit de Apocalyps is niet zonder betekenis. Het was voor Hoorn een tijd vol onheil en partijstrijd, bovendien heerste de pest. De episode in het wonderverhaal dat het schip niet naar Friesland kon uitvaren om het Mariabeeld te verkopen is politiek te duiden. Hoorn had in 1426 de zijde van Philips van Bourgondië gekozen, waarmee een einde kwam aan de machtspositie van de oude (Friese) adel. Ter beveiliging van de stad werd nu een omwalling aangelegd, die pal langs de plaats van de verschijning liep. Men mag aannemen dat de nieuwe machthebbers de gebeurtenis met het schip hebben opgevat als weigering van Maria om zich aan de zijde der Friezen te scharen en als teken van boven ter bevestiging van hun pas verworven positie.
- De verschijning had ook een theologische kant. Het thema van Maria als de Apocalyptische vrouw diende in die tijd om de Onbevlekte Ontvangenis uit te beelden, toen een controversiële leer, die, reeds lang voor de officiële dogmaverklaring in 1854, op het schismatieke concilie van Basel in 1438 tot dogma werd verheven (maar niet werd bekrachtigd door paus Eugenius IV).
- Over de cultus is een bericht in de Amsterdamse stadskroniek van Wagenaar opgenomen. Een zekere Marike Meinouwe werd op 18 oktober 1525 door het gerecht van Amsterdam veroordeeld tot een bedevaart naar O.L. Vrouw te Hoorn, omdat zij enige lieden voor ketters had uitgescholden. Boomgaard vond voor de periode van ca. 1500 tot ca. 1550 diverse door de Amsterdamse schepenbank opgelegde bedevaarten. Dit geldt als een bewijs dat de Hoornse devotie meer was dan een lokale aangelegenheid.
- Met de reformatie had ook het wonderverhaal een groot deel van zijn geloofwaardigheid verloren. 'Van dit verhael mach een yeder gelooven dat hem goetdunckt', zo verwoordde de doopsgezinde Velius zijn scepsis. Centen was een eeuw later in zijn commentaar op Velius uitgesproken kritisch: 'Door zulke bedriegelyke verschynsels wierd het bygelovig volk meermalen bewogen om kerken en godshuizen te stichten'. Hij trok daarbij vergelijkingen met de wonderverhalen over de Mariabeelden te Hanswijk (B), ⟶ Schiedam, en vooral ⟶ Delft, O.L. Vrouw ter Nood, die 'op een getouw schynen geweven te zyn [sic]'.

Verbeelding in de literatuur
- De herinnering aan het mirakel is steeds levendig gebleven, vooral omdat de kerk die er zijn bestaan aan te danken heeft is blijven staan.
- In de letterkunde figureert het mirakelverhaal in twee historische romans, waarin het verweven is met personen en gebeurtenissen uit de voor Hoorn zo veelbewogen jaren rond 1426. Truydeman en zijn wijf van Jacob Honig Jsz. uit 1852 (herdrukt in 1920) gaat over de bekende weldoener en diens echtgenote. De titel van de roman is een oud Hoorns gezegde voor: de man is niet alleen de baas, de vrouw heeft ook wat te zeggen. Honig laat het echtpaar de bouw van de Noorderkerk financieren en nogmaals in de buidel tasten wanneer de molenaar op het schip het beeld herkent, dat volgens Honig in Vlaanderen was vervaardigd. M.W. Maclaine Pont's De poorterszoon van Hoorn verscheen voor het eerst in 1894 in feuilletonvorm in het protestantse familieweekblad Eigen Haard en het jaar daarop in boekvorm. De kern van deze roman - over burgemeesterszoon Jan Lambertsz. Cruyf (de poorterszoon), aanhanger van Jacoba van Beieren maar door haar verraden en onthoofd, waardoor Hoorn van Hoeks Kabeljauws (de zijde van Philips van Bourgondië) werd - is gebaseerd op historische bronnen. Gefingeerd is de episode van de jonge Cruyf die aan het begin van een belangrijke missie de O.L. Vrouwekerk bezoekt om bij het wonderbeeld Maria's hulp af te smeken; dit moment is tevens afgebeeld in een van de illustraties die Charles Rochussen voor de roman verzorgde.

Verwarring
- Kronenburg en vooral Van Marle en Mulder hebben voedsel gegeven aan een verwarring (vereenzelviging) tussen dit Mariabeeld en dat van O.L. Vrouw van Scharwoude dat rond 1395 vanuit het naburige Scharwoude naar de Jan de Doper en Cyriacuskerk van Hoorn was overgebracht. Het was evenals het beeld in de Noorderkerk geplaatst op het hoogaltaar. Men mag aannemen dat het O.L. Vrouw van Scharwoude is, die is afgebeeld op het stadszegel (vanaf 1429) van Hoorn, en niet de Maria in de Noorderkerk zoals Mulder suggereert.
- In de huidige parochiekerk van de HH. Cyriacus- en Franciscus, bevindt zich een 15e-eeuws Mariabeeld dat sinds de herontdekking in 1918 als het beeld uit de Noorderkerk werd beschouwd. Voor dit beeld, eveneens een mirakelbeeld maar een pietà, zie ⟶ Hoorn, O.L. Vrouw ter Nood.

Bronnen en literatuur Archivalia: Londen, British Library: Cotton Library Manuscripts, 16e-eeuws handschrift Chronicon Hoernensis Monasterii et Comitum Hollandiae, Nero A XIII, fol. 44v-45v. Haarlem, Rijksarchief in Noord-Holland: collectie losse aanwinsten, nr. 1540, 16e-eeuws handschrift Origo Civitatis Hornensis, fol. 8V-9v.
Tekstedities: J.P.H. van der Knaap en L.M.W. Veerkamp, Uit de schemer van Hoorns verleden. De jaren 1300-1536 (Hoorn: Vereniging Oud Hoorn, 1996) p. 93-95, 261.
Literatuur: D. Velius, Chronijck van de stadt van Hoorn. Daerin des selven begin opcomen en ghedenckweerdige gheschiedenissen tot op den tegenwoordigen iaere van 1604 (Hoorn: Willem Andriesz., 1604) p. 31-32; D. Velius, Chroniick van Hoorn etc. (Hoorn: Willem Andriesz., 1617) p. 28-29, verhaal verschilt in details van ed. 1617; D. Velius, Chroniick van Hoorn etc. (Hoorn: Isaac Willemsz., 1648) p. 28 (nagenoeg gelijk aan ed. 1617); D. Velius, Chronyck van Hoorn [...] met Aantekeningen vermeerdert door Sebastiaan Centen (Hoorn: Jacob Duyn, 1740), p. 49-50, met kritische noten; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 5 (Gorinchem: Jacobus Noorduyn, 1844) p. 812; 'Onze Lieve Vrouw van Hoorn', in: Volksmissionaris 18 (1897) p. 569-571; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1909) p. 378-380, herziene versie van artikel in Volksmissionaris; voor Scharwoude zie ook deel 5, p. 498; R. van Marle, Hoorn au moyen-age. Son histoire et ses institutions jusqu'au début du 16e siècle ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1910) p. 123, 125, 127; P. Noordeloos, Maria-vereering in de geschiedenis. Een en ander over Onze Lieve Vrouw van Hoorn en andere Maria devoties (Hoorn 1939) p. 7, Scharwoude, 33-35, 39-41; J.C. Kerkmeijer, De historische schoonheid van Hoorn (3e dr., Amsterdam: A. de Lange, 1943) p. 22-31; Herma M. van den Berg, De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst, dl. 8.2 ('s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1955), p. 129-134; T.R. Mulder, 'Hoorns hoorn en de eenhoorn. Zegels en wapen als reflexen van de stadshistorie', in: West-Frieslands Oud en Nieuw 24 (1957) p. 36-37; J. van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten (Assen-Amsterdam: Van Gorcum, 1978) p. 274, 278, 542, noot 22, 546, noot 91; W. Vingerhoed en T. Zaal, Een verhaal over de Noorderkerk (Hoorn: Restauratiecommissie Noorderkerk, 1979); Gerard Weel, De RK parochie Hoorn; verleden, heden en toekomst. Waarom werd en wordt er in Hoorn een parochie in leven gehouden ? (z.p.: uitgave parochie, [ca. 1990]; vouwblad); G. Verhoeven, Devotie en negotie. Delft als bedevaartsplaats in de late middeleeuwen (Amsterdam: VU uitgeverij, 1992) p. 50-51; J.E.A. Boomgaard, Misdaad en Straf in Amsterdam. Een onderzoek naar de strafrechtspleging van de Amsterdamse schepenbank 1490-1552 (Zwolle: Waanders, 1992) p. 156-160; J.P.H. van der Knaap en L.M.W. Veerkamp, Uit de schemer van Hoorns verleden. De jaren 1300-1536 (Hoorn: Vereniging Oud Hoorn, 1996) p. 93-95, 261.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Hoorn-O.L. Vrouw; Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland dossier Hoorn Noorderkerk

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<