Schalkhaar, O.L. Vrouw van Frieswijk

Cultusobject: O.L. Vrouw van Frieswijk
Datum: Tweede zondag van september (in 2014: eerste zondag)
Periode: 1953 - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Nicolaas
Adres: Timmermansweg 32, 7433 BL Schalkhaar
Gemeente: Diepenveen
Provincie: Overijssel
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: Sinds de tweede helft van de 18e eeuw kende het huidige Schalkhaar een bijzondere Mariaverering, die van meet af aan deelnemers uit de hele provincie Overijssel aantrok. In 1953 kreeg de Mariaverering een nieuwe impuls en ontstond zelfs een heuse bedevaart. De pastoor liet tijdens een plechtige viering een oud Mariabeeldje achter in de kerk plaatsen. Sindsdien werd er tot in de jaren zeventig een lichtprocessie gehouden in het voor de kerk gelegen processiepark. In 1954 is het beeldje gekroond. De laatste jaren is de belangstelling afgenomen en vinden processie, lof en bloemenhulde in de kerk plaats.
Auteur: Louis van Tongeren
Illustraties:
Topografie - Het huidige dorp Schalkhaar, dat pas sinds het begin van de 20e eeuw als zodanig te boek staat, valt grotendeels samen met het oude buurtschap Riele of Rele. Met nog acht andere buurtschappen vormde het de organisatorische en bestuurlijke eenheid Gooijer Marke. Deze Gooijer Marke maakte deel uit van een groter rechtsgebied, het Schoutambt Colmschate, waarvan de grenzen overeenkomen met die van de in 1811 gevormde gemeente Diepenveen. In dit gebied richtte de apostolisch vicaris Joannes van Neercassel op 8 november 1693 de statie Colmschate op. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland volgde op 20 maart 1855 de canonieke oprichting van de parochie van de heilige Nicolaas in plaats van de statie Colmschate.
- Het eerste kerkgebouw in de statie Colmschate dateert uit 1810. Vóór die tijd kwamen de gelovigen voor de zondagse mis bijeen in een van de vier boerderijen die als schuilkerk dienst deden. Mede met steun van Lodewijk Napoleon kon pastoor A. van de Vondervoort een kerk laten bouwen op de plaats van de huidige kerk in wat nu Schalkhaar heet. De inwijding vond plaats op 14 november 1810. Deze op het westen georiënteerde neoclassisistische kerk werd in 1835 vergroot. De huidige neogotische kerk van de Deventer architect G. te Riele is op 13 november 1895 geconsacreerd. In 1933 werd begonnen met de uitbreiding van de kerk door architect J. Haket uit Deventer. Absis en priesterkoor werden verder naar het westen verplaatst, en tevens werden twee transepten aangelegd. In de zuidoosthoek achter in de kerk liet pastoor D. van Wijk in 1953 een nis aanbrengen voor het beeldje van Maria van Frieswijk. De nis werd ontworpen door architect A. Vosman en vervaardigd door J. Goldenbelt; de bijbehorende kaarsenbak en het hekje zijn vervaardigd door de gebroeders Verwoolde uit Schalkhaar. In 1989 is tegen de zuidzijde van de kerk een vredeskapel met mortuarium gebouwd, waarvan de inwijding plaats vond op 16 september 1990. De kapel heeft een tweeledige functie: ze doet dienst als dagkapel en tevens als condoléanceruimte.
- Tegenover de ingang van de kerk ligt het kerkhof, met daaromheen het pastoorsbos dat later ook processiepark werd genoemd. Vanaf 1921 werden hier tot in de jaren zeventig sacramentsprocessies gehouden. Op zondag 27 september 1953 vond de eerste lichtprocessie plaats in het park, waarbij het beeldje van Maria van Frieswijk werd meegedragen.
Cultusobject - De herkomst van het beeld van O.L. Vrouw van Frieswijk is niet meer te achterhalen. Het dateert uit circa 1500 en is ongeveer 40 centimeter hoog. Het beeld stelt een staande Maria voor. In haar rechterarm houdt zij het kindje Jezus vast dat een druiventros in zijn handen heeft; van het kind ontbreken het linker onderbeen en de rechtervoet. Het eikenhouten beeld was oorspronkelijk gepolychromeerd. Maria droeg een rode mantel en een goud gekleurd kroontje terwijl het front wit was. Toen het beeldje in 1922 in het bezit van de parochie kwam, heeft pastoor J. Van den Burg het in Amsterdam laten restaureren waar het ook geloogd is, zodat het van zijn kleuren werd ontdaan.
- Onder pastoor D. van Wijk werd het beeldje op 15 augustus 1953 na een plechtig Marialof door Malachias Muller, abt van het nabijgelegen cisterciënzerklooster Sion, in een nis achter in de kerk geplaatst.
- De Utrechtse edelsmid Jan Eloy Brom vervaardigde een kroontje voor het beeld van puur goud, bezet met briljanten. Het sterretje met de grootste briljant die de voorste punt bekroont, is in de loop van de jaren verloren gegaan. Volgens mondelinge getuigen offerden parochianen en andere vereerders bij gebedsverhoring goud. Het kroontje zou hiervan gemaakt zijn. In een groots opgezette viering werd het beeld in aanwezigheid van zevenduizend gelovigen in 1954 gekroond met dit gouden kroontje.
Verering - De verering van Maria van Frieswijk kan historisch gefundeerd worden aangetoond sinds 1953. Sindsdien worden er processies gehouden waaraan veel parochianen deelnemen. Aanvankelijk heeft de verering ook een grote regionale uitstraling gekend, hetgeen mede tot uitdrukking komt in de titel waarmee Maria van Frieswijk wordt aangesproken: koningin en moeder van Overijssel.
- Uit de periode tussen 1922, toen de plaatselijke huisarts het beeldje in een boerderij aantraf, waarna het in bezit kwam van de parochie, en 1953 is geen bijzondere aandacht voor Maria van Frieswijk bekend. Het opgeknapte beeldje had toen een plaats in de pastorie.
- Tot 1922 bevond het beeldje zich in de boerderij 'De Tempel', die gelegen was in Averlo (Kanaaldijk West 31), een naburige marke die eveneens deel uitmaakte van het Schoutambt Colmschate. Deze boerderij was een van de vier locaties die in de 18e eeuw functioneerden als schuilkerk. Vanaf wanneer het beeldje zich in deze boerderij bevond, is niet bekend, en ook zijn er geen gegevens beschikbaar die zouden kunnen wijzen op een speciale cultus rond het beeldje in de periode dat het zich in de boerderij 'De Tempel' bevond.
- Men heeft gedacht dat het beeldje in een verder verleden een belangrijk devotiebeeld is geweest, en het in verband gebracht met een oude legende, die reeds in de 14e eeuw bekend was. Deze legende speelt zich af bij het voormalige kasteel Wezenberg, in het grensgebied van de nabij gelegen gemeenten Olst, Wijhe en Raalte. Bij het kasteel stond een kapelletje, of een boom waaraan een kapelletje was opgehangen, met daarin een heiligenbeeld. Op deze plaats 'zoude eene dienstmaagd van den huisbode geschoffeert en om hals gebragt zijn'. Om zijn onschuld aan te tonen, stak de knecht een spaak van een wagenwiel in de grond en zwoer dat hij net zo onschuldig was als dat er uit die houten spaak nooit meer een boom zou opgroeien. Hij was nog niet uitgesproken of groene twijgen schoten op uit de spaak en groeiden uit tot een grote eikenboom. Nagenoeg dezelfde legende treffen we aan bij de geschiedschrijvers Lindeborn en Van Heussen over de oorsprong van de cultus bij ⟶ Wijhe.
- In de handelingen van de Deventer Classis uit de 17e eeuw wordt een aantal keren melding gemaakt van 'groote affgoderij, die bedreven wort te Wije bij Jonker Vriesenhuys op den Wesenberch omtrent een hilligen huijsken en eenen eijkenboom' (⟶ Wijhe, heilige boom). Later heeft men de gegevens uit deze legende verstaan als de heilige boom bij Frieswijk, en het beeld met deze boom in verband gebracht. Er kan echter geen historisch verband aangetoond worden tussen het beeldje van Maria van Frieswijk en de bedevaart naar de H. Eik bij het huis van jonker Vriesen. De legende geeft een mogelijke verklaring voor de naam Maria van Frieswijk. Het is echter niet uitgesloten dat de naam verband houdt met een vlakbij de boerderij 'De Tempel' gelegen landgoed en havezate Frieswijk of Vrieswijk (oud: Vresenweyck of Vriezewijck).

De rozenkransbroederschap
- De verering van Maria van Frieswijk bouwt voort op een in Schalkhaar reeds lang bestaande Mariadevotie. De eerste aanwijzingen gaan terug tot de tweede helft van de 18e eeuw, wanneer op 4 oktober 1761, Rozenkranszondag, de Broederschap van de heilige Rozenkrans wordt opgericht. Het is de eerste, en gedurende 125 jaar, enige broederschap van dit soort in Overijssel, zodat ook leden van buiten het Schoutambt Colmschate toetraden. Vanwege het ontbreken van een oprichtingsbrief werd de broederschap op 14 september 1899 vernieuwd, dat wil zeggen opnieuw opgericht. In 1921 werden de laatste nieuwe leden in de broederschap ingeschreven. Later heeft men Maria van Frieswijk ook expliciet verbonden met de oude rozenkranstraditie in de parochie door haar tevens te betitelen als Koningin van de H. Rozenkrans.
- De afkondiging van het dogma van Maria ten Hemelopneming (15 augustus) in 1950 door paus Pius XII en de viering van het Mariajaar in 1954 ter herinnering aan de afkondiging van het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria in 1854, zullen mede hebben bijgedragen aan de aandacht voor de jaarlijkse viering van de O.L. Vrouw van Frieswijk. Op Hemelvaartsdag 27 mei 1954 was er een jongerenbedevaart vanuit 23 omliggende dorpen, waar 2000 jongeren aan meededen. In de middag werden ze in de openlucht door Montfortaan Lambert Terstroet over de betekenis van Maria toegesproken. Het beeld werd later in dat herdenkingsjaar, op 12 september 1954, gekroond door aartsbisschop B.J. Alfrink tijdens een plechtige viering in het processiepark.
Een van de initiatieven die sinds 1953 genomen werden om de Mariaverering te stimuleren, was de oprichting van de Vereerderskring van O.L. Vrouw van Frieswijk. In 1956 veranderde aartsbisschop B. Alfrink deze vereerderskring in een broederschap.
Sinds 1954 vindt er in het park jaarlijks een processie met lof plaats, aanvankelijk op de eerste, en later op de tweede zondag van september. In de zeventiger jaren nam de belangstelling voor de processie af, en werd de viering verplaatst naar de kerk. Het processiepark is sinds die tijd verwaarloosd. Jaarlijks kwamen er nog wel 'honderden' (1977) gelovigen uit Salland en Twente.
- Op de eerste Pinksterdag 1987 opende kardinaal Simonis in de kerk van Schalkhaar het door paus Johannes Paulus II afgekondigde Mariajaar. Sindsdien worden er in het heiligdom mariale gebedsdagen en ook specifieke Fatima- en Medjugorjedagen (vgl. ⟶ Heiloo, O.L. Vrouw van Medjugorje) gehouden die vereerders uit het gehele land trekken.
- Lokaal is de betekenis van de Lieve Vrouw sterk aan het afbrokkelen. Uit een in 1990 gehouden enquête onder de parochianen van Schalkhaar (bijna 2000 enquêtes uitgezet, waarvan er 528 werden ingevuld) kwam naar voren dat nog maar voor 35 parochianen boven de 50 jaar O.L. Vrouw van Frieswijk 'heel dierbaar' is, terwijl voor hen die jonger dan 50 zijn dat er slechts 17 waren.
Materiële cultuur - Enkele decennia geleden werden er rozenkransen en Mariabeeldjes verkocht, evenals tegeltjes en speciale kaarsen met een afbeelding van Maria van Frieswijk.
- In de in 1989 gebouwde vredeskapel hangt een wandkleed met in het midden een afbeelding van Maria van Frieswijk en op de achtergrond de drie locaties waar het beeld volgens de overlevering mee verbonden is: een boom, de boerderij waar het beeld in 1922 door de huisarts werd aangetroffen, en de kerk waar het beeld zich thans bevindt. Dit wandkleed is vervaardigd door parochianen en aangeboden bij de start van de viering van het 300-jarig jubileum van de parochie op 15 november 1992.
- J. Kalf noemt (1906) als grootste bijzonderheid van de St. Nicolaaskerk dat deze in het bezit is van een eind 15e-eeuws kazuifel, waarschijnlijk afkomstig uit de St. Nicolaaskerk te Deventer. Op het kazuifel zijn, behalve enkele heiligen, en een kersttafereel, de H. Maagd met het kind geborduurd.

Devotioneel drukwerk
- Boekjes: 1 Plechtige kroning van Onze Lieve Vrouwe van Frieswijk (Schalkhaar, 12 september 1954; 24 p.); 2 Pelgrimsboekje (z.p.[na 1956]; impr. G. Hartmann; 32 p.), 3 een bundeltje liedteksten voorafgegaan door een korte inleiding over Maria van Frieswijk; op de achterzijde is het 'Gebed tot Onze Lieve Vrouwe van Frieswijk' afgedrukt.
- Devotieprentje e.d.: 1 prentje met op de voorzijde een zwart-wit afbeelding van het beeldje van Maria van Frieswijk en de tekst 'O.L. Vrouw van Frieswijk Koningin en Moeder van Overijsel', en op de achterzijde het Gebed tot Onze Lieve Vrouwe van Frieswijk (impr. G. Hartmann; 10 x 6 cm); 2 ook als ansichtkaart (9 x 14 cm).

Bronnen en literatuur Archivalia: Schalkhaar, parochiearchief St. Nicolaas. Utrecht, Rijksarchief in Utrecht: archief van het aartsbisdom Utrecht, parochiedossier. Zwolle, Rijksarchief in Overijssel: archief Classis Deventer, handelingen van 6 september 1636, art. 11; vgl. ook 7 april 1635, art. 20; 1 april 1663, art. 78.
Literatuur: H. F. van Heussen, Oudheden en gestichten van het bisdom van Deventer etc., 2 dln. (Leiden: S. Luchtmans en D. Haak, 1725) dl. 2, p. 291, de legende van de vermoorde dienstmaagd; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 85; Thomas Snijders, De historische achtergrond van de aloude Maria-verering in de parochie: Colmschate-Schalkhaar (Diepenveen: Abdij Sion, z.j.; getypt rapport uit de vijftiger jaren; 17 p.); Het Madonnabeeldje van Schalkhaar (getypte notitie [ca. 1950; 3 p.); J. Von Pickartz, 'Onze Lieve Vrouwe van Frieswijk. De geschiedenis van een Madonnabeeld in Overijssel', in: De Mars. Maandblad van en voor Overijssel 2 (1954) 9; 'De Madonna met de lieve glimlach', in: Katholieke Illustratie, 28 augustus 1954, p. 1655; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 337; Anton Bouwhuis, Broekland. Van boerschap naar kerkdorp ([Broekland] [1988]) p. 22-26; Thea Beckman, Het wonder van Frieswijck (geïllustreerd door Jan Wesseling) ([Amsterdam]: Lemniscaat / Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 1991) kinderboekenweekgeschenk, dat geïnspireerd is op de legende omtrent Maria van Frieswijk; Corella Slegers-Schaap, Schalkhaar geloof en leven (Schalkhaar: Kerkbestuur R.K. Nicolaas: 1993) p. 112; Ton Groot Koerkamp, Paul Eggermont, Paul Tervoort, Schalkhaar. Zicht op kerk en dorp. Drie eeuwen geschiedenis (Schalkhaar: Bestuur van de parochie van de H. Nicolaas, 1993); Pius jaarboek. Almanak katholiek Nederland (Houten: Bohn etc., 1996) p. 348; Guido Elias en Bert Stienaers, Bedevaarten. Voor pelgrim en toerist (Roeselaere-Baarn: Globe-De Fontein, 1997) p. 140.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Schalkhaar; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 23 (1959), 64a (1993).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<