HomeDatabankenBedevaarten

Den Haag, H. Antonius van Padua

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Antonius van Padua
Datum: 13 juni; de negen dinsdagen voorafgaand aan 13 juni)
Periode: Ca. 1840 - heden
Locatie: St. Antoniuskapel in de parochiekerk van St. Antonius van Padua (Boskantkerk)
Adres: Korte Koediefstraat 25, 2511 CE Den haag
Gemeente: Den Haag
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: Sinds 1768 is Antonius van Padua patroon van de door franciscanen bediende 'Boskantkerk' te Den Haag. Vooral vanaf 1840 is er een tot op heden niet aflatende verering naar Antonius uitgegaan door gelovigen uit Den Haag en van ver daarbuiten. De bedevaart heeft steeds een individueel karakter gehouden en is vooral ingegeven door het besef dat de heilige als patroon voor verloren mensen en zaken geldt.
Auteur: Paul van Geest
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - In 1713 betrok de ambassadeur van de Franse koning te Den Haag het in 1682 gebouwde huis van Maurits Lodewijk van Nassau, dat gelegen was aan de Prinsessegracht op de hoek van de Casuariestraat. Zijn op extraterritoriale grond gebouwde kapel achter dit huis stelde hij onmiddellijk open voor de Haagse rooms-katholieken. De kapel werd spoedig te klein; in 1763 moest zij vergroot worden. Aan het zicht bleef deze schuilkerk echter onttrokken, totdat een brand in 1782 het ambassadegebouw verwoestte en de kapel vanaf de straat waarneembaar werd. Toen de aan de kapel verbonden jezuïeten in 1767 op last van de ambassadeur moesten vertrekken, werden zij in oktober 1768 opgevolgd door franciscanen. Tot aan het emeritaat van pastoor J. C. Hendriks o.f.m. in 1996 zouden zij aan de kerk verbonden blijven en de devotie tot Antonius bewust trachten te bevorderen.
- Na de brand vertrok de ambassadeur naar het Korte Voorhout en werd de kapel gesloten. Omstreeks 1800 mocht de kapel worden gehuurd, waarna zij in een volgend stadium als statie werd geopend. In 1840 kwam men overeen dat op de grond van de afgebrande ambassade een waterstaatskerk mocht worden gebouwd. Deze werd ontworpen door T.F. Suys, die rond deze tijd ook de bouwtekeningen van de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam vervaardigde. Ten tijde van bouwpastoor Lochman werd de kerk gesteld onder de bescherming van Antonius van Padua; omdat er steeds banden met de ambassade bleven bestaan, werd Lodewijk de Heilige hieraan toegevoegd. De eerste steen werd op 13 juni 1843, de feestdag van H. Antonius, gelegd door nuntius Ferrieri. Toen de bisschoppelijke hiërarchie was hersteld, werd de Boskantkerk een van de vier Haagse parochiekerken.
- In mei 1897 werd het priesterkoor van de eerste parochiekerk achterwaarts uitgebouwd en in 1914 werd het verrijkt met een door de Haagse firma Te Poel en Stoltefus vervaardigd neorenaissance altaar van marmer, verfraaid met verguld koper en gedreven zilver. Het kerkinterieur en de rijke kerkschat waren aanleiding tot scherpe kritiek van Kalf in zijn De katholieke kerken in Nederland. Hij achtte vooral het interieur van de kerk tegengesteld aan het armoede-ideaal van Franciscus van Assisië. De Antoniuskapel, vanuit de kerk bezien rechts van het hoofdaltaar, was daarentegen voorzien van een sobere mozaïek door A. Molkenboer.
- Op 3 maart 1945 werden Bezuidenhout en Korte Voorhout door een bombardement getroffen. De Boskantkerk werd geheel verwoest. Al spoedig werd een noodkerk betrokken, die gelegen was aan de Fluwelen Burgwal, op de hoek van de Korte Houtstraat. De kerk, in drie maanden gebouwd met stenen die uit de puinhopen waren verzameld, werd op 18 augustus 1946 ingezegend door deken Pompe. In de verwachting dat de kerk slechts een viertal jaren dienst zou doen, vervaardigde parochiaan en kunstschilder Hugo Brouwer enige provisorische muurschilderingen rond het hoofdaltaar en de kruiswegstaties. Het door hem uitgevoerde beeld van Antonius bevond zich vanuit de kerk bezien eveneens rechts van het hoofdaltaar.
Pas in 1983 zou de noodkerk afgebroken worden. De nieuwe Boskantkerk, ontworpen door A. van Kranendonk en gebouwd door aannemer F.H. Geerts, werd op 7 juli 1984 door bisschop R. Ph. Bär ingewijd. De huidige parochiekerk van de H. Antonius van Padua bevindt zich nabij de Fluwelen Burgwal op de hoek Korte Koediefstraat in het centrum van Den Haag. Hoewel ietwat verscholen in het ambtenarenkwartier en uitgaanscentrum van Den Haag, weten velen de citykerk te vinden voor een middagdienst. Juist voor niet-parochianen en passanten blijkt de kerk een plaats van stilte, meditatie en van Antoniusverering.
- Het interieur van de huidige kerk wordt bepaald door een wisselwerking tussen het oude altaar en het bijbehorende zilverwerk enerzijds en de moderne architectuur anderzijds. Er werd een speciale kapel voor Antonius vervaardigd, die via een buitendeur bezocht kan worden als de kapeldeur aan de kerkkant afgesloten is. De kapel bevindt zich vanaf het hoofdaltaar gezien rechtsachter in de kerk, hierin is het Antoniusbeeld van H. Brouwer geplaatst. Het interieur is sober: de muren zijn onbeschilderd en er is een klein offerblok aangebracht met het opschrift 'Antonius-brood'. Vóór het beeld, dat op een sobere console is geplaatst, is een kaarsenstandaard opgesteld.
Cultusobject - In 1195 te Lissabon uit voorname ouders geboren, ontving Antonius zijn wetenschappelijke en spirituele vorming in de studiehuizen van de augustijner koorheren, totdat hij in 1220 overging naar de nog jonge orde van Franciscus van Assisië. Gegrepen door het ideaal van de eerste franciscaanse missionarissen-martelaren, vertrok ook hij naar Marokko om bekeringswerk te verrichten. Hij werd echter ziek en keert in 1221 terug naar Portugal. Na een jaar van kluizenaarschap werd hij in 1222 priester gewijd. De gelegenheidstoespraak die hij hierbij hield, betekende het begin van zijn leven als grootste predikant van zijn tijd. Hij trok rond in het noorden van Italië, van 1224 tot 1227 in het zuiden van Frankrijk, de perioden van prediking afwisselend met tijden van stilte. Sinds 1228 woonachtig in het klooster te Padua, werd hem door Franciscus de opdracht gegeven medebroeders te onderrichten in de theologie, hetgeen hij, evenals de prediking, placht te doen tot aan zijn dood op 36-jarige leeftijd. Eenmaal heilig verklaard, dankte Antonius zijn populariteit aan het feit dat hij als patroon van verloren zaken en mensen vereerd ging worden, wellicht naar aanleiding van het voor zijn feestdag door Bonaventura geschreven responsorie (beurtzang) 'Si quaeris (miracula)' (Als je (wonderen) zoekt).
- Het is niet een bepaald beeld van Antonius geweest dat de heilige concreet en voorstelbaar heeft gehouden of dat specifiek object van verering was. Zo heeft het lindehouten Antoniusbeeld uit de 17e eeuw (h. 63 cm.) in de opeenvolgende kerken nooit een vaste plaats gekend. Dit beeldje stelt Antonius voor met het Christuskind op de linkerarm en een broodje (vóór 1890: een lelietak) in de rechterhand. Het is eigendom van de Nederlandse Provincie van de Minderbroeders Franciscanen, die het in bruikleen heeft gegeven aan het Gemeentemuseum Weert (Museum Jacob van Horne). Het gipsen beeld in de parochiekerk, die tot 1945 dienst deed, gaf de heilige weer die in zijn rechterhand een lelietak en op zijn linkerarm het Christuskind houdt. Het beeld, dat het bombardement overleefde, is in 1945 geschonken aan het Antoniushuis te Wassenaar, een tehuis voor zwerfkinderen, waar het uiteindelijk is gesneuveld.
- Het door H. Brouwer voor de huidige kapel vervaardigde stenen beeld toont de heilige op levensechte grootte met op zijn rechterarm het Jezuskind. Het kind heeft een rijksappel in de hand. Antonius heft zijn linkerarm in een zegenend gebaar.
- Een ronde theca met daarin vier relikwieën (Antonius, Franciscus, Joseph en Maria), gevat in een zilveren reliekhouder (ca. 15 cm) met handgreep, werd gebruikt voor het reliekvereren.
Verering - In elk geval vanaf 1840 heeft de verering van Antonius in de Haagse Boskantkerk een aanvang genomen. Hoewel de eerste broederschappen die van de H. Kruisweg (1847) en het Genootschap van de H. Kindsheid (1852) waren, blijkt uit de kronieken van de parochie van rond de eeuwwisseling een speciale verering voor Antonius. De oprichting van de Broederschap van Antonius van Padua in de Boskantkerk voorzag derhalve in een gevoelde behoefte, waarop zonder al teveel kunstgrepen door de franciscanen werd ingespeeld. Het reglement werd goedgekeurd door de bisschop van Haarlem op 28 februari 1896. De broederschap, die openstond voor mannen, vrouwen en kinderen, heeft een grote bloei gekend tot aan de jaren zeventig. Tot op heden worden er nog een duizendtal brieven ten behoeve van de broederschap rondgestuurd. Hoewel kinderen van overleden leden het betalen van de contributie overnemen, daalt het ledental langzaam maar gestaag.
- Blijkens de akte van lidmaatschap was het doel van de broederschap, op voorspraak van Antonius welzijn te verkrijgen naar ziel en lichaam. Voor levende leden wordt iedere week een mis opgedragen en voor de overledenen jaarlijks een requiemmis. De oude akte van lidmaatschap vermeldt verder dat de leden op drie manieren een volle aflaat kunnen verdienen. Allereerst verkrijgt men deze op de dag dat men lid wordt van de broederschap op voorwaarde dat men na gebiecht te hebben, de communie ontvangt. Ook in het uur van sterven is een aflaat te verdienen onder dezelfde condities en op voorwaarde dat men de naam van Jezus mondeling of inwendig godvruchtig aanroept. De voorwaarden van het biechten en communiceren waren ten slotte ook verbonden aan de aflaat die men kon verwerven bij een bezoek aan de Boskantkerk op de feestdag van Antonius om te bidden tot intentie van de kerk.
- De novene op de 'negen dinsdagen' vóór de feestdag van de heilige hebben aan de Antoniusverering in de wereldkerk sinds 1617 een krachtige impuls gegeven. De dinsdag gold als de Antoniusdag omdat de heilige op een dinsdag begraven is en rond zijn graf toen veel wonderen zijn gebeurd. Deze dinsdagen zijn ook in de Boskantkerk gehouden. In de vijftiger en zestiger jaren werd dan in de kerk onder het pastoraat van pater L. Moeskops de novene ter ere van Antonius gebeden. Voorts was er 's morgens om half acht een gezongen mis en 's avonds om half acht lof met de Antoniuspreek en reliekverering aan het einde van de liturgie. Op de sluitingsavond van de 'grote genadenovene' op het feest van Antonius vond de zegening van de lelies en de zegening en toewijding der kinderen ter ere van Antonius van Padua plaats volgens het franciscaans ritueel. Deze plechtigheden oefenden niet op de laatste plaats ook een aantrekkingskracht uit op talloze gelovigen van ver buiten de parochie, die geen enkele binding (meer) hadden met hun eigen parochie. Ook bij de groepen mensen uit de regio, die wél waren georganiseerd in kerkelijke of parochiële verbanden, heeft de algemene verering steeds een individueel karakter gedragen. Er is nooit sprake geweest van collectieve bedevaarten.
- De intensivering van de verering van Antonius vond echter ook via een andere weg plaats. In het begin van de 20e eeuw groeiden in bepaalde wijken van de parochie de noden op sociaal en godsdienstig gebied. Pater Bulter, pastoor sinds 1918, richtte, naast enige instellingen voor de mannelijke en vrouwelijke jeugd en een kraamvrouwenkliniek, ook een Antoniuskapel op voor de volksmensen uit de wijk, die het gebeuren in en rond de parochiekerk te ver van hun eigen leefwereld ervoeren. In verband hiermee dient vermeld te worden dat de parochiële caritatieve instelling het 'Fonds van Antonius' werd genoemd.
- Toen J.C. Hendriks, de laatste franciscaanse pastoor, in 1996 met emeritaat ging, betekende dit niet dat elke publieke verering ophield te bestaan. Heden ten dage is de aandacht voor Antonius tweeledig. Enerzijds blijkt de Antoniuskapel nog steeds bezocht te worden en wordt de heilige nog steeds aangeroepen voor het verkrijgen van een gunst. Illustratief voor deze nog immer bestaande volksdevotionele component in de verering van Antonius is de komst van een Antilliaanse jongen naar de kapel in 1993 om bij Antonius te bidden: hij had zijn meisje verloren. Anderzijds hebben pastoor J.C. Hendriks en vooral pastoraal werker J.A.J. Eijken getracht de Antoniusdevotie in eigentijdse banen te leiden. Zo werd op 13-14 juni 1981 de zevenhonderdvijftigste sterfdag van Antonius van Padua herdacht met een speciaal hiervoor vervaardigde liturgie. Bovendien hebben zij op de dinsdagen van de novene de zogenaamde 'Antoniusvespers' ingevoerd. Hierin zijn de psalmen en antifonen steeds afgewisseld met lezingen uit de preken van Antonius of uit een recente biografie. De vespers werden afgesloten met de hymne 'Si quaeris miracula' en de zegen van Franciscus. In zijn overwegingen bij deze vespers heeft de pastoraal werker er steeds blijk van gegeven de actualiteit in het licht van het leven en de werken van Antonius te willen ontsluiten en deze zo van betekenis te voorzien.
Materiële cultuur - Aluminium medailles met de beeldenaar van Antonius en een Antoniuskaars zijn anno 1997 in de kerk verkrijgbaar.

Devotioneel drukwerk
- De Boskantkerk heeft in eigen beheer het volgende devotionele drukwerk uitgegeven: 1 Zegening van de lelies op het feest van St. Antonius van Padua en de zegening en toewijding der kinderen ter ere van St. Antonius van Padua, volgens het Franciscaans ritueel ('s Gravenhage, 21 mei 1941. Evulgetur Isaias Onings o.f.m. Imprimatur Prudentius van Leusden o.f.m., min. prov. Weert, 22 april 1941); 2 Sluitingsavond der grote genadenovene ter ere van Sint Antonius van Padua in de Kerk van de H.H. Antonius en Lodewijk te 's Gravenhage ('s Gravenhage, 14 mei 1953. Goedgekeurd E. Pompen o.f.m.); 3 Novene-gebeden der Negen Dinsdagen ter ere van St. Antonius van Padua in de Kerk van de H. Antonius van Padua aan de Fluw. Burgwal te 's-Gravenhage (Den Haag, 1 maart 1957. Evulgetur L. Moeskops o.f.m.); 4 toen in de tijd van de Antoniusnovene de Antoniusvespers werden gehouden, is hiervoor steeds een apart gedrukte liturgie gedrukt, zoals: 13 juni Patroonsfeest en Inwijdingsfeest (gestencild liturgieboekje, ca. 1985; 20 p.); 5 in de pastorie van de Boskant is voorts een kaart verkrijgbaar waarop het door Donatello vervaardigde beeld van Antonius is afgebeeld, dat het hoofdaltaar in de basiliek te Padua siert. De boeken met betrekking tot Antonius die ter verkoop worden aangeboden zijn: 6 L. Hardick, Antonius van Padua, De leraar van het evangelie (Averbode-Haarlem 1993); 7 L.A.M. Goossens, Bidden met Antonius (Haarlem: Gottmer, 1996).
Bronnen en literatuur Archivalia: Den Haag, gemeentearchief: parochiearchief St. Antonius van Padua. Utrecht, provinciaal archief van de paters franciscanen: persoonlijke archieven van pater J.C. Hendriks o.f.m. en pater dr. L.A.M. Goossens o.f.m.
Literatuur: J. Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 269-270; [beschrijving van het Antoniusaltaar], in: Sint Bavo 1, p. 624; Gedenkboek ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van het R.K. Zangkoor 'Deo et ecclesiae sacrum' (Den Haag: parochie H.H. Antonius en Lodewijk, 1936); Ch. Dumas ed., Waar Hagenaars kerkten. Geschiedenis van de Haagse Kerken gebouwd voor 1900 (Den Haag 1983); L.A.M. Goossens, M.H.M. Marijs, De Boskant. De geschiedenis van de franciscanenkerk in de Haagse binnenstad (Den Haag: parochie H.H. Antonius en Lodewijk, [1984?]); T. van Eck, Geschiedenis van de orgels in de Boskantkerk te 's Gravenhage ('s Gravenhage: parochie H. Antonius van Padua, 1987); T. Graas ed., Verborgen Kerkschatten 1400-2000. Katholieke kunst uit Zuid-Holland (Den Haag: SDU, 1996) p. 246, 313.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Den Haag-Antonius; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, dossier St. Antonius van Padua te Den Haag; mondelinge informatie in maart 1997 van drs. J.A.J. Eijken, pastoraal werker in de Antoniusparochie, J.C. Hendriks o.f.m., em. pastoor en dr. L.A.M. Goossens o.f.m., em. assistent.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<