Rijsbergen, Heilig Kruis

Cultusobject: Heilig Kruis
Datum: Vrijdag; zondag en belangrijke feestdagen
Periode: 1418 - 19e eeuw
Locatie: Parochiekerk van St. Bavo
Adres: St. Bavostraat 7, 4891 CG Rijsbergen
Gemeente: Rijsbergen
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: Breda
Samenvatting: Afgaande op een stichting in Rijsbergen van een mis ter ere van het H. Kruis in 1418 bestond hiervoor in dat jaar een speciale cultus. Ofschoon het cultusobject (een reliek of een kruisbeeld) reeds aan het begin van de Nederlandse Opstand verdween uit de parochie, bleven pelgrims naar Rijsbergen komen om het H. Kruis te vereren. In de 18e eeuw werd de verering opnieuw van een cultusobject voorzien en werd aan bezoekers de mogelijkheid geboden een aflaat te verdienen. In de 19e eeuw kwam geruisloos een einde aan deze cultus, waarbij ook de groeiende populariteit van de verering van St. Bavo, in dezelfde parochie, een rol zal hebben gespeeld.
Auteur: Chr. Buiks
Illustraties:
Topografie - Rijsbergen (etymologie: zandhoogten met veel rijshout) ligt op een plaats waar in een ver verleden reeds nederzettingen gevestigd waren; van dit laatste getuigen onder meer de resten van een Romeinse tempel en vondsten van Germaanse grafurnen en van (vermoedelijk) Frankisch aardewerk. Het dorp Rijsbergen was een bezit van de St. Baafsabdij te Gent en wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde van 1158. In de late middeleeuwen ressorteerde Rijsbergen onder het Hof van Sombeke, een proosdij van de St. Baafsabdij. In 1523 stond de abdij de heerlijkheid af aan de heer van Breda, Hendrik graaf van Nassau.
- Het collatierecht van de parochie te Rijsbergen, ontstaan rond het midden van de 13e eeuw (quarta capella), was, met zekerheid tot 1628, in handen van de abt (na 1559 van de bisschop van Gent als opvolger van de abt).
- De middeleeuwse St. Bavokerk was een kruiskerk met rechthoekig gesloten koor, waarvan het bouwjaar niet bekend is. Een visitatieverslag uit 1594 vermeldt drie altaren en een nieuw gebouwde kapel ter ere van het H. Sacrament. De kerk werd in 1648 aan de protestanten afgestaan. Omstreeks 1740 was het gebouw vervallen, waarna het werd verkleind. In 1797 kwam de kerk weer in handen van de katholieken die vanaf 1648 hadden gekerkt in een in het dorp gelegen schuurkerk (⟶ Rijsbergen, Bavo). In 1810 bouwden dezen een nieuwe kerk tegen de oude, vermoedelijk 15e-eeuwse toren. Deze kerk werd later vervangen door de huidige, tussen 1916 en 1918 gebouwde kerk (architectenbureau Groenendael).
- De afgebroken kerken waren, net als de nog bestaande parochiekerk, gelegen op dicht bij elkaar gelegen locaties, op een hoogte in het centrum van het dorp.
Cultusobject - In de kerk werd waarschijnlijk een reliek van het H. Kruis vereerd. Van deze reliek is geen spoor overgebleven, zelfs een beschrijving ervan, of van de reliekhouder, ontbreekt.
- In een lokale oorsprongslegende wordt niet gesproken van een reliek, maar van een kruisbeeld (zie onder Verering). Wichmans (1632) spreekt van het 'miraculeuze kruis van Rijsbergen' ('miraculosa Crux Rysbergana'); deze term kan zowel betrekking hebben op een reliek in een kruisvormige houder als op een kruisbeeld.
Verering - Mogelijk is de cultus begonnen na de instelling in 1418 van een vrijdagse mis ter ere van het H. Kruis, waarbij ook de reliek werd vereerd. In 1447 werd in de kerk een vicarie voor het H. Kruis opgericht en werd een veertigdaagse aflaat toegestaan aan allen die op vrijdag te Rijsbergen het H. Kruis kwamen vereren. Voor de volledigheid dient hier gezegd te worden dat deze door de historicus van het bisdom Breda, Krüger, gegeven informatie later niet meer kon worden bevestigd, en zelfs in twijfel werd getrokken door de regionale historicus Juten. Opmerkelijk is dat in geen van de opgaven van het aantal altaren na 1447 een H. Kruisaltaar wordt genoemd.
- Sinninghe vermeldt dat in zijn tijd (1933) te Rijsbergen nog een legende leefde over een boer die (aan het einde van Ticheltsestraat) een kruisbeeld in een eikenboom ontdekte. Daar hij het ondanks herhaalde pogingen niet kon grijpen, ontstond er, volgens deze legende, een verering voor dit beeld hetgeen er toe leidde dat er elke vrijdag een processie naar deze Kruiseik trok. Juten vermoedt dat deze legende betrekking heeft op de oude processie tijdens de Kruisdagen, die trok tot aan deze eik, op de grens tussen de parochies Rijsbergen en Klein-Zundert.
- In zijn Brabantia Mariana tripartita (1632) gist de norbertijn Augustinus Wichmans naar de lotgevallen van de reliek. Volgens sommigen, aldus Wichmans, werd deze na het begin van de Opstand overgebracht naar de kapel van het H. Kruis in de O.L. Vrouwekerk te Breda (⟶ Breda, H. Kruis), en vandaar weer, na de 'furie van Haultepenne' (1581), naar 's-Hertogenbosch, om daar bewaard en bewaakt te worden door de kruisheren ('cruciferi') (vgl.? 's-Hertogenbosch, H. Kruis). Wichmans zegt niet te weten of de reliek zich in zijn tijd inderdaad in 's-Hertogenbosch bevond, omdat hij niet af wil gaan op oncontroleerbare geruchten. Wel beaamt hij dat 'ook al is het kruis van Rijsbergen teloorgegaan of naar elders overgebracht, de godsdienstige herdenking ervan en de vrome bedevaart van het volk ter herdenking van het Kruis te Rijsbergen niet zijn opgehouden te bestaan'. De geruchten die Wichmans op deze manier zelf verspreidde waren in 1639 aanleiding voor de landdekens van het bisdom Antwerpen om de bisschop te verzoeken er bij de kruisheren te 's-Hertogenbosch op aan te dringen dat dezen 'de documenten tonen met betrekking tot een gedeelte van het H. Kruis van onze Heer Christus, waarvan vermoed wordt dat dit toebehoort aan de kerk van Rijsbergen'.
- Krüger herneemt niet alleen de informatie die Wichmans geeft, maar gewaagt daarnaast ook van een voorname kruisreliek die mogelijk van Rijsbergen naar ⟶ Sprundel zou zijn overgebracht. Ook Toebak (1995) spreekt dit vermoeden uit.
- Omstreeks 1648 werd de processie van overheidswege verboden. In 1717 werd door de bisschop van Antwerpen een aflaat van 40 dagen verleend aan diegenen, die op een zondag, heiligendag of vrijdag het kruisbeeld in de kerk bezochten en daar een meditatie hielden over het lijden van de Heer. Of met dit kruisbeeld de oorspronkelijke reliek werd bedoeld, die dan na enige omzwervingen weer terug in Rijsbergen zou zijn gekomen, is niet bekend.
- In het jaar 1727 verkregen de katholieken te Rijsbergen een reliek van het H. Kruis, ter gelegenheid waarvan de bisschop van Antwerpen een aflaat van 40 dagen schonk, te verdienen op vrijdag. In 1752 kon men 100 dagen aflaat verdienen als men het gebed uitsprak: 'Ik bedanke U Allerzoetste Jesus, dat Gij voor ons zijt gestorven'.
- In de 19e eeuw moet de verering geleidelijk verdwenen zijn. Waarschijnlijk was de vrijdagse verering van het H. Kruis sinds de 18e eeuw vooral het werk van Rijsbergse ingezetenen. In 1878 schrijft Krüger: '[...] ten huidigen dage bestaat hier evenwel slechts eene bijzondere vereering van den H. Bavo, en weet men niets meer van het H. Kruis' (zie ? Rijsbergen, H. Bavo).
- Met betrekking tot deze cultus zijn geen ex-voto's of miraculeuze genezingen bekend. Een speciale broederschap heeft niet bestaan. Evenmin zijn devotionalia en dergelijke ter ere van het H. Kruis aangetroffen.

Bronnen en literatuur Archivalia: Zevenbergen, streekarchief West-Brabant: parochiearchief Rijsbergen, nr. 201.
Tekstedities: P.F.X. De Ram, Synodicon Belgicum, sive acta omnium ecclesiarum Belgii, dl. 3 (Leuven: Vanlinthout, 1858) p. 249, vergadering van de landdekens in 1639; Monasticon belge, tome 7. Province de Flandre Orientale, dl. 1 (Luik: Centre National de Recherches d'Histoire Religieuse, 1988) p. 65, vermelding van de overdracht van de heerlijkheid Rijsbergen aan de heer van Breda; P.M. Toebak, Kerkelijk-godsdienstig leven in westelijk Noord-Brabant, 1580-1652. Dekenale visitatieverslagen als bron, dl. 2 (Breda: gemeentearchief, 1995) p. 16, visitatieverslag 1628, p. 181, visitatieverslag 1633.
Literatuur: Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 543; Thomas Ernst van Goor, Beschryving der stadt en lande van Breda ('s-Gravenhage: Jacobus vanden Kieboom, 1744) p. 380-382; J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het bisdom van Breda etc., dl. 4, (Roosendaal: Van Leeuwen, 1878) p. 158-169; Jan Kalf, De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Noordbrabant, dl. 1. De monumenten in de voormalige Baronie van Breda (Utrecht: Oosthoek, 1912) p. 298-304; J.W.A. Gommers, 'Folkloristische kalender voor westelijk Noord-Brabant', in: Sint Geertruydtsbronne 8 (1931) nr. 2, p. 76; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 157; G.C.A.Juten, De parochiën in het bisdom Breda, dl. 2. Dekenaat Breda (Bergen-op-Zoom: Gebr. Juten, 1935) p. 105-140, p. 106 en 109 over de oudste benaming van Rijsbergen, p. 121-122 over de, volgens Juten vermeende, Kruisverering; A. Delahaye, Parochie en kerk van Rijsbergen (Zevenbergen: Archivariaat Nassau-Brabant, 1973) p. 77; P.M. Toebak, Kerkelijk-godsdienstig leven in westelijk Noord-Brabant, 1580-1652. Dekenale visitatieverslagen als bron, dl. 1 (Breda: Gemeentearchief, 1995) p. 248, noot 68; Adriaan Verhulst, 'Bezittingen en inkomsten van de Gentse abdijen', in: Ganda & Blandinum. De Gentse abdijen van Sint-Pieters en Sint-Baafs (Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon, 1997) p. 103-114.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Rijsbergen-Kruis.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<