HomeDatabankenBedevaarten

Beesd, Heilig Kruis

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Heilig Kruis
Datum: 14 september; 3 mei
Periode: Eerste helft 16e eeuw - ca. 1950
Locatie: Parochiekerk van de H. Kruisverheffing
Adres: Voorstraat 19, 4153 AH Beesd
Gemeente: Geldermalsen
Provincie: Gelderland
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: De verering van de H. Kruisreliek zou zijn oorsprong hebben in de eerste helft van de 16e eeuw. Ook na de reformatie is een zekere verering, min of meer in het verborgene, blijven bestaan. In de tweede helft van de 18e eeuw is de verering weer sterker gestimuleerd. Sinds de Tweede Wereldoorlog is er geen sprake meer van een toeloop van vereerders van buiten de parochie. Het is niet duidelijk in hoeverre dat voorheen wel het geval geweest is.
Auteur: Ester Vink
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De kerk van de H. Petrus was gelegen in het centrum, aan de noordzijde van de Dorpsstraat, van het dorp Beesd. Na de reformatie raakte de kerk, waarvan nu nog alleen de toren rest, in protestantse handen.
- Een nieuwe neogotische r.k. kerk van de H. Kruisverheffing is in 1876-1877 gebouwd door architect Alfred Tepe en in 1877 ingezegend. De reliek wordt er bewaard in de 'expositie' op het hoogaltaar in het priesterkoor. Ten tijde van pastoor Vernooij, in 1948, bewaarde men de reliek nog op het H. Kruisaltaar in de H. Kruiskapel achter in de linker zijbeuk van de kerk.
Cultusobject - De reliek van het H. Kruis bestaat uit een klein houten kruisje waaraan een zijarm ontbreekt. De kruisreliek is gevat in een omhulsel van goud of verguld zilver, met pareltjes langs de rand.
- Deze kleine reliekhouder is sinds 1793 achter glas zichtbaar in een groot zilveren kruis (54 x 23,5 cm) met vergulde stralenkrans. Dit kruis is in 1793 vervaardigd door zilversmid J. Snoek uit Utrecht.
- De kerk bevat verder twee houten beelden van Helena (95 cm hoog) en Willibrord (90 cm hoog), beide waarschijnlijk begin 16e-eeuws en nog afkomstig uit de oude St. Petruskerk. Beide heiligen staan in verband met de verering van het H. Kruis. De beelden vormden waarschijnlijk één groep met de H. Kruisreliek en zijn momenteel om die reden bij elkaar op het priesterkoor geplaatst.
Verering Oorsprong
- Mogelijk wijst de stichting van een vicarie van het nieuwe H. Kruis, ergens tussen de jaren 1515 en 1553, op de schenking van de reliek van het H. Kruis aan de parochie van St. Petrus in Beesd. Stichter van de vicarie was de toenmalige heer van het Lage Huis te Beesd, Walraven (II) Pieck, telg uit een in het rivierengebied aanzienlijk geslacht.
Volgens Van der Heijden en Vernooij ontbreken schriftelijke bronnen die opheldering zouden kunnen geven over de schenker en de herkomst van de reliek. Ook over de verdere gang van zaken in de 16e eeuw is niets bekend. Met de komst van de reliek in de kerk van de H. Petrus zal een devotie opgekomen zijn. In hoeverre deze bedevaartgangers aantrok die een tocht naar Beesd ondernamen, is niet duidelijk.
- Een handschrift dat lange tijd in de parochie van Beesd zou zijn bewaard, maar in ieder geval vanaf het pastoraat van Vernooij, eind jaren veertig van de 20e eeuw, was verdwenen, bevatte enkele belangrijke gegevens over de reliek. Het ging om een niet gedateerde 'memorie', geschreven in een 17e-eeuws handschrift. Naar blijkt uit de aantekeningen van Van der Heijden, was het stuk in een Latijnse en een Nederlandse versie aanwezig.
Volgens het bewuste handschrift (het nu volgende verhaal berust op een kopie daarvan door Hofman) was de reliek tijdens de woelige periode van de reformatie door twee priesters in bewaring gegeven bij een vrouw die hen gedurende een jaar verborgen had gehouden. De reliek bleef enige tijd in handen van haar familie. Uit die tijd dateert nog een wonder: daartoe uitgedaagd door sommigen die de reliek bespotten, hadden enkele personen deze in het bijzijn van leden van het gerecht van Beesd in een vuur geworpen. Het stukje hout van het H. Kruis bleef daarop niet alleen op miraculeuze wijze ongedeerd, maar kwam zelfs 'schoonder als te vooren' uit de vlammen te voorschijn.

Onderduiken
- In 1672 vestigde zich weer een pastoor in Beesd, Jacobus van Hove. Hij hernieuwde volgens de boven vermelde 'memorie' de verering en moedigde deze sterk aan. Zelfs werd door hem de plaatselijke geloofsgemeenschap, die in een stal kerkte, niet meer gesteld onder het patronaat van de H. Petrus, maar onder de titel van de H. Kruisverheffing. Op de feestdagen van de H. Kruisvinding (3 mei) en van de H. Kruisverheffing (14 september), was sinds die tijd met de verering van de reliek een volle aflaat te verdienen.
Aan deze openlijke verering van de reliek kwam een einde toen begin 18e eeuw het klimaat ongunstiger werd voor de katholieken. De reliek moest toen weer worden verborgen.
Waarschijnlijk heeft men, zodra de situatie dat toeliet, de reliek ondergebracht in de beide katholieke kerkjes die aan het einde van de 18e eeuw en in het begin van de 19e eeuw achtereenvolgens in gebruik waren.

Verering sinds de 18e eeuw
- Vanaf 1759 probeerde de toenmalige pastoor van Beesd, Du Caju, de openbare verering van de reliek weer in te voeren. Uit die tijd dateert een beschrijving van de reliekhouder, die bestond uit een kruis (1767), dat was vervaardigd van verguld zilver met fijne pareltjes. In 1767 werd de publieke verering van de reliek toegestaan door de nuntius, die door Du Caju was overtuigd van de authenticiteit van de reliek. Men kon hiermee, zoals voorheen, een aflaat verdienen. De aflaat werd, evenals ten tijde van Van Hove, voor telkens 10 jaar verleend.
- Het lijkt erop dat vanaf het einde van de 18e eeuw pogingen werden ondernomen om de cultus opnieuw tot leven te wekken. Continuïteit met een 16e-eeuwse verering, als deze al bestond, werd toen blijkbaar niet aangetroffen. Het blijft onduidelijk of er sprake was van een verering van de reliek die het puur lokale niveau ontsteeg. We lezen nergens over wonderbaarlijke genezingen, gebedsverhoringen e.d. die gewoonlijk tot een grootschaliger verering aanleiding gaven.
- Op 14 september 1793 werd een reliekhouder plechtig in gebruik genomen, die bestond uit een groot zilveren kruis waarin het oudere kruisje paste. Men had kennelijk vertrouwen in de reliek, want vanaf 1801 was de periode om de aflaat te verlenen verlengd van tien jaar tot onbeperkte tijd. Sindsdien werd op elke vrijdag de reliek uitgesteld en vereerd, schreef Hofman in 1887. Later (onbekend is vanaf wanneer) bleef de toning beperkt tot het feest van de Kruisverheffing op 14 september. Bij die gelegenheid stond de pastoor voorin de kerk en bood ieder die dat wilde de reliek ten kus aan. Omstreeks het einde van de jaren tachtig is aan deze praktijk een einde gekomen. Hetzelfde geldt voor de processie die volgens een zegsvrouw ter plaatse tot na de Tweede Wereldoorlog voorafgaand aan het lof op 14 september werd gehouden.
Tot voor enkele jaren geleden werd aan Kruisverheffing nog speciale aandacht besteed tijdens de lezing op de zondag voorafgaande aan of volgend op 14 september. De veertiende september zelf wordt al lang niet meer als een zondag (rustdag) gevierd, aldus de voormalige kosteres van de kerk. Dat was al zo in de tijd toen Vernooij schreef omstreeks 1949. De belangstelling is sindsdien teruggelopen. De viering ter gelegenheid van het feit dat de zilveren reliekhouder 200 jaar eerder in gebruik was genomen trok in 1993 dan ook niet veel gelovigen.
- Het feit dat de geschiedenis van de reliek van het H. Kruis aan het einde van de 19e en in de eerste helft van de 20e eeuw zo nadrukkelijk onder de aandacht werd gebracht door de geestelijken Hofman, Van der Heijden en Vernooij, had waarschijnlijk te maken met de wens een in bredere kring uitgedragen verering te zien ontstaan.
Hun pogingen hebben maar beperkt weerklank gevonden. Sinds de Tweede Wereldoorlog werden uitsluitend de kruisfeesten van 14 september op een steeds bescheidener wijze gevierd, binnen een slinkende kring van gelovigen uit de eigen parochie.

Bronnen en literatuur Archivalia: Geldermalsen, archief parochies Lingestreek: inv. nr. 50, registrum memoriale van de parochie van de H. Kruisverheffing te Beesd (1942-1977) en nr. 78: 'feestmap' van dezelfde parochie (1977). Utrecht, Rijksarchief in Utrecht: collectie Rijsenburg, inv.nrs. 1104, 1701 en 1711, aantekeningen en geschriften van J.H. Hofman en L.J. van der Heijden met betrekking tot Beesd.
Literatuur: J.H. Hofman, 'Het Heilig Kruis te Beesd', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 17 (1889) p. 1-44; L.J. van der Heijden, bewerker J.A. Vernooij, De parochie van Heilig Kruisverheffing te Beesd (Leerdam: Ter Haar en Schuijt, [1949]); R.F.P. de Beaufort en Herma M. van den Berg, De Betuwe ('s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1968) p. 20-26.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Beesd; Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland map Beesd

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<