HomeDatabankenBedevaarten

Reimerswaal, O.L. Vrouw van Zeven Smarten

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Zeven Smarten
Datum: Onbekend
Periode: Ca. 1492 - begin 16e eeuw
Locatie: Parochiekerk van de HH. Petrus en Paulus
Adres: -
Gemeente: Tholen
Provincie: Zeeland
Bisdom: Breda
Samenvatting: Reimerswaal was de eerste plaats binnen het gebied van de westerse christenheid waar een cultus ter ere van O.L. Vrouw van Zeven Smarten werd geïnitieerd, door schenking van een Mariaportret en de oprichting van een broederschap. Of de plaats de status van bedevaartoord heeft bereikt, zoals in recente literatuur wordt aangenomen, is echter nog de vraag. Reimerswaal had voor het ontstaan van deze cultus reeds de status van Mariabedevaartoord. Beide devoties zijn niet altijd goed van elkaar te onderscheiden (⟶ Reimerswaal, O.L.Vrouw Kinderbedde).
Auteur: Tim Graas
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Zie voor de topografische gegevens ⟶ Reimerswaal, O.L.Vrouw Kinderbedde.
Cultusobject - Zie tevens ⟶ Abbenbroek, O.L. Vrouw van Zeven Smarten.
- Omstreeks 1491-1492 liet deken Jan van Coudenberghe een schilderij in de kerk hangen en een broederschap oprichten ter ere van O.L.Vrouw van Zeven Smarten. Het schilderij was het eerste in een reeks van drie, waarvan de andere twee in de kerken van Brugge en Abbenbroek geplaatst werden.
- Een brief uit 1492 en een prentje in het in datzelfde jaar verschenen devotieboekje Devote gedenckenisse van de VII weeden leren ons dat de beeltenis te Reimerswaal een kopie was van het nog bestaande schilderij in de kerk van Santa Maria in Ara Coeli, in feite een vermoedelijk 11e-eeuwse icoon. De voorstelling wordt in het boekje beschreven als de Moeder Gods 'juyst soe als sy onder den cruce stont al bedrueft', terwijl het in feite gaat om het Bijzantijnse type van Maria als voorspreekster. Volgens de brief was de beeltenis rondom kunstig versierd met goud, zilver en andere kostbaarheden, terwijl er in sierlijke letters een twaalfregelig, latijns vers was bijgeschreven met een aansporing tot overdenking van Maria's zeven smarten; dit met de woorden 'Disce, salutator, nostros meminisse dolores septenos' ('Jij die mij groet, leer om mijn zeven smarten te overdenken') beginnende vers, dat ook bij het Abbenbroekse en het Brugse schilderij te lezen was, heeft Van Coudenberghe vermoedelijk ontleend aan een in 1477 gedrukte bundel met Mariagedichten van de Dalmatiër Georgius Sisgoreus.
- Het Reimerswaalse schilderij, dat sinds de 16e eeuw spoorloos is, is te beschouwen als het prototype van de Mariavoorstellingen die door de verschillende vestigingen van de broederschap van O.L. Vrouw van Zeven Smarten vereerd werden. Dit blijkt uit een verdedigingsgeschrift Quodlibetica waarin staat dat het voor arme broederschappen geen vereiste is om een beeltenis van Maria naar dat van Lucas aan te schaffen. Bovendien is ook het in de Brugse Salvatorskerk aanwezige schilderij, dat met enige reserve te identificeren is met het door Van Coudenberghe ca. 1494 aan deze kerk geschonken exemplaar, van het Ara Coelitype. Een andere kopie van dit type, van onbekende herkomst en waarschijnlijk net iets te jong om voor identificatie met het verdwenen Reimerswaalse paneel in aanmerking te komen, bevindt zich in de Alte Pinakothek te München en wordt toegeschreven aan de Meester van de Mansi-Magdalena, een noodnaam voor een kort na 1500 te Antwerpen werkzame schilder uit de omgeving van Quinten Matsys. Het principe van een authentiek Mariaportret werd echter al spoedig verlaten en vervangen door het geijkte zeven zwaardenmotief.
- Afgezien van het prentje - dat in feite een afbeelding is van de Ara Coeli-icoon - in de vroegste Zeven Smartenpropagandaliteratuur, komt het Reimerswaalse type incidenteel voor in miniatuurvorm, zoals in een handschrift van ca. 1500 uit de Gents-Brugse school dat zich bevindt in Neuchâtel, Bibliothèque Publique et Universitaire (ms.A.F.A.28, fol. 176r) waarin Reimerswaal echter niet met name wordt genoemd.
Verering - Zie voor de verering van O.L.Vrouw van Zeven Smarten (Weeën, Weedommen), zoals die werd bevorderd door Jan van Coudenberghe en de bijbehorende broederschap ? Abbenbroek.

Mirakelen
- Er zijn drie mirakelbundels in druk uitgegeven, waarin miraculeuze gebeurtenissen staan opgetekend die verband houden met de zeven smartencultus in de verschillende plaatsen waar een broederschap was opgericht, dit om evident propagandistische redenen. De eerste, in 1496 verschenen bundel bevat geen mirakelen uit Reimerswaal, de tweede en derde, die respectievelijk in 1510 en 1519 verschenen, welgeteld twee mirakelen. Deze zijn opgetekend door Jacobus Rogiers, onderpastoor van Reimerswaal, in een brief gedateerd 'den lesten Mey' 1506. De Reimerswaalse wonderen zijn beide geschied niet aan pelgrims maar aan inwonenden der stad. Het eerste wonder overkwam op 28 juli 1501 een zekere Huybrecht, die tijdens een geweldig onweer op de Schelde met zijn boot omsloeg. Als bij ingeving kwamen hem Maria's zeven smarten in gedachten, waarna hij door een ander schip gered werd. 'Soo dan terstont besoeckende het beelt van de Heylighe Maghet hebben haer dit gheluck toegeschreven'. Het tweede wonder, 'luttel jaren' geleden geschied, behelsde de genezing in een nacht van een grote wrat aan de hand van een slager, die vreesde dat hij daardoor zijn ambacht niet meer zou kunnen uitoefenen. Die nacht had hij in zijn nood tot Maria gebeden en haar beloofd een wassen hand als ex-voto te schenken.

Evaluatie
- Reimerswaal wordt weliswaar algemeen erkend als de eerste plaats waar een cultus tot de Zeven Smarten in het leven werd geroepen, maar blijft in belang verre achter bij Van Coudenberghe's andere stichtingen te Abbenbroek en Brugge en bij iets latere vestigingen als ⟶ Delft. Het bedevaartkarakter van de Reimerswaalse cultus is aanvechtbaar en is in ieder geval beperkt geweest. Zo blijkt niets van bedevaarten, al dan niet opgelegd, van buiten de stad, evenmin van speciale processies of hoogtijdagen. Afgezien van wat er in de contemporaine propagandaliteratuur over de devotie in zijn algemeenheid wordt geschreven, zijn er over de situatie in Reimerswaal geen gegevens voorhanden. Er zijn slechts twee mirakelen aangetekend, vergeleken met 48 in Abbenbroek waar de eerste wonderen ook reeds in 1494 vermeld worden, en 178 in Delft.
- In archiefstukken van de stad (die helaas in 1940 verloren zijn gegaan maar waar toch het een en ander uit gepubliceerd is) en in de oudere literatuur over Reimerswaal wordt niet gerept over de zeven smartencultus. De gegevens over de Mariadevotie blijken het best toepasbaar op het oudere cultusbeeld van O.L. Vrouw Kinderbedde. Het enig bekende (bedevaart-)insigne vertoont niet de zeven smartenicoon maar een ander Mariatype. Er zijn geen indicaties dat het schilderij het oudere cultusbeeld heeft vervangen of dat er een versmelting van de twee locale Mariaculten heeft plaatsgevonden, hoewel beide een zelfde doelgroep kenden: O.L. Vrouw in het Kinderbed werd speciaal vereerd door kraamvrouwen, O.L. Vrouw van Zeven Weeën was de 'patroonesse der bevruchte vrouwen', zoals blijkt uit de ondertitel van een over de Brusselse broederschap verschenen boekje.
- Al met al lijkt het op een kunstmatige, niet echt geslaagde poging om een nieuw cultusoord te creeëren. De vergelijking dringt zich op met de meer succesvolle cultus van Notre-Dame-de-Grâce te Kamerijk, die Van Coudenberghe ongetwijfeld gekend en misschien als voorbeeld voor ogen gehad heeft. Deze cultus was enige decennia eerder ook door schenking van een 'authentieke' door Lucas geschilderde Mariabeeltenis in het leven geroepen ter vervanging van een ouder cultusbeeld; ook hier werd een broederschap opgericht en propaganda gevoerd, die zorgde voor extra inkomsten. Men krijgt de indruk dat de Reimerswaalse cultus reeds spoedig is ingezakt, misschien reeds voor het overlijden van Jan van Coudenberghe (1521) en zijn vicepastoor Jacob Rogiers. Van Coudenberghe kon trouwens te weinig in Reimerswaal aanwezig zijn om de zaak te stimuleren; in een brief van omtrent 1511 schrijft hij sedert een jaar of zes wegens ziekte niet meer in staat te zijn tot reizen. Het is de vraag of de propaganda ten gunste van de Bourgondisch-Habsburgse machthebbers die uit de devotieliteratuur spreekt niet eerder ten nadele van de populariteit zal hebben gewerkt in de steden, waar een sterke weerstand bestond tegen het centrale gezag. In ieder geval zullen de algemene terugval in devotionele praktijken na het optreden van Luther in 1517 en de kritiek van mensen als Erasmus op de zeven smartendevotie ook op deze cultus een negatieve invloed hebben gehad. Mogelijk is de cultus voortijdig beëindigd ten gevolge van de overstromingen en branden (⟶ Reimerswaal, O.L. Vrouw Kinderbedde, topografie). In zijn in 1622 te Antwerpen uitgegeven mirakel- en getijdenboek ter ere van O.L. Vrouw van Zeven Weeën, noemt Jacobus Stratius s.j. Abbenbroek, Reimerswaal, Delft en Den Haag gelijkelijk als plaatsen waar wonderen waren gebeurd.

20e eeuw
- Nadat de Reimerswaalse devotie in de 20e eeuw met name door Kronenburg's Maria's Heerlijkheid aan de vergetelheid was ontrukt, kreeg zij in 1925 een passende verbeelding in de nieuwgebouwde St. Bavokathedraal te Haarlem (Reimerswaal ressorteerde toen onder dat bisdom). In een glas-in-loodraam in de Zeven Smartenkapel schilderde Han Bijvoet het mirakel uit 1501. We zien schipbreuk lijdende vissers in hun nood biddend tot Maria, met onder de voorstelling het wapen van Vlissingen, want het zouden Vlissingse schippers geweest zijn, een niet op historische bronnen gebaseerd gegeven. Het onderwerp zou aangedragen zijn door de toenmalige Haarlemse bisschop A.J. Callier, die zelf uit Vlissingen afkomstig was!
Materiële cultuur - Zie ⟶ Abbenbroek.

Bronnen en literatuur Archivalia: De archieven van de stad zijn in 1940 verloren gegaan.
Literatuur: A. Van de Kerckhove, Geschiedenis van het koninglyke broederschap der zeven weedommen van Maria, etc. (Brugge: Vanhee-Wante, 1860) p. 71-76 en 102-120; [H. Delehaye], 'La vierge aux sept glaives', in: Analecta Bollandiana 12 (1893), p. 333-352; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, 8 dln. (Amsterdam: Bekker, 1904-1914) dl. 2, p. 257-279, dl. 5 (1907) p. 652-653; F. de Ridder, 'De devotie tot O.L.Vrouw van VII Weeën, haar ontstaan', in: Handelingen van het Vlaamsch Maria-Congres te Brussel, 8-11 september 1921, dl. 2 (Brussel: Secretariaat Congres, 1922) p. 87-104; Ad. Duclos, De eerste eeuw van het Broederschap der Zeven Weedommen van Maria in Sint-Salvators, te Brugge (Brugge: De Plancke, 1922); F. de Ridder, 'Brief van Petrus de Manso over de VII Weeën van Maria', in: Mechlinia. Maandschrift voor oudheidkunde, geschiedenis, kunst, taal en volkskunde 2 (juni 1922) p. 23-30; J. Fruytier, 'Jan de Coudenberghe', in: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, dl. 7 (Leiden: A.W. Sijthoff, 1927) p. 333-334; Joh.W.B. Beijk, De nieuwe Sint Bavo te Haarlem (Haarlem: St. Jacobs-Godshuis, 1948) p. 115; J. Stellingwerf, 'Een Vlaamse vredesbeweging uit 1482. Een versleten maar uniek manuscript', in: Het oude en het nieuwe boek. De oude en de nieuwe bibliotheek. Liber amicorum H.D.L. Vervliet (Kapellen: DNB/Pelckmans, 1988) p. 57-74; T. Graas, 'Verloren gegane Lukas-Madonna's te Reimerswaal en Abbenbroek', in: Christelijke iconografie. Opstellen over iconografische aspecten van het Nederlands kerkelijk kunstbezit (Den Haag: SDU, 1990) p. 12-26; Carol M. Schuler, 'The Seven Sorrows of the Virgin: popular culture and cultic imagery in pre-Reformation Europe', in: Simiolus. Netherlandish quarterly for the history of art, 21 (1992) p. 5-28; Gerrit Verhoeven, Devotie en negotie. Delft als bedevaartplaats in de late middeleeuwen (Amsterdam: VU uitgeverij, 1992) p. 225, over Jacobus Stratius; A.M. Vijvers, Het Van Hooffmanuscript. Een Gents-Brugs gebedenboek uit het begin van de zestiende eeuw (Amsterdam, Vrije Universiteit, ms. XV.05502) (doctoraalscriptie middeleeuwse kunstgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam, 1993) p. 26-33, 107-117.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Reimerswaal-O.L. Vrouw van Zeven Smarten

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<