HomeDatabankenBedevaarten

Ravenstein, H. Lucia

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Lucia
Datum: 13 december (zondag voorafgaande + octaaf
Periode: 17e eeuw - begin 20e eeuw
Locatie: Parochiekerk van St. Lucia
Adres: St. Luciastraat 3, 5371 AS Ravenstein
Gemeente: Ravenstein
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Hoewel de devotie tot St. Lucia al in de 17e eeuw in Ravenstein aanwijsbaar is, ligt de bloeiperiode van haar verering, gepaard met bedevaarten uit omliggende dorpen, duidelijk in de 18e eeuw, toen de regio werd geteisterd door dysenterie-epidemieën. De bedevaarten zijn mogelijk doorgegaan tot in de 20e eeuw, terwijl de heilige anno 1997 uitsluitend ter plaatse als patrones van de parochie wordt geëerd.
Auteur: Richard de Beer
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De verering van de H. Lucia vindt plaats in de aan haar toegewijde parochiekerk van Ravenstein, gelegen op de hoek van de Marktstraat en de St. Luciastraat. Het betreft een in Duitse barokstijl opgetrokken bakstenen gebouw, bestaande uit een schip met een vierkant grondplan en afgeschuinde hoeken (gedekt door een koepelgewelf van stuc) en een driezijdig gesloten koor, waartegen een achthoekige toren is gebouwd. Het gebouw kwam in 1735 tot stand en werd bekostigd uit de opbrengsten van een loterij.
- In het barokke hoofdaltaar uit circa 1735 staan, aan weerszijden van de centrale Calvariegroep, neobarokke beelden van Lucia (links) en Barbara (rechts), beide in 1871 vervaardigd door Derk van Schadewijk (Neerlangel). Lucia houdt in haar linkerhand een palmtak en heeft in haar rechterhand een op de grond rustend zwaard.
- Daarnaast bezit de kerk een neobarok gepolychromeerd houten beeld (hoogte 94 cm, daterend uit circa 1860) van een in lang gewaad geklede vrouwelijke heilige die een palmtak in de rechterhand houdt. Volgens de traditie moet het beeld de H. Lucia voorstellen.
- De uit de middeleeuwen daterende voorganger van deze kerk lag aan de overzijde van de St. Luciastraat op een terrein grenzend aan de slotgracht van het kasteel van de heren van Ravenstein (nu staat op die plaats de gereconstrueerde en als gemeentehuis dienstdoende voormalige Latijnse school; in de 19e eeuw lag daar ook het kerkhof). De kapel was bij de bouw van het kasteel in de tweede helft van de 14e eeuw door Walraven van Valkenburg gesticht, en werd bediend door de parochie van St. Johannes de Doper in het nabijgelegen Neerlangel. Waarschijnlijk is de kapel in de 16e eeuw tot zelfstandige parochiekerk verheven. Bij de grote stadsbrand van 1606 bleef ook de kerk niet gespaard. Nadien werd het gebouw provisorisch hersteld.
Cultusobject - St. Lucia (†304) stierf de marteldood tijdens de vervolgingen onder de Romeinse keizer Diocletianus. Tijdens haar heilige leven zou zij met haar moeder, die aan bloedvloeiing leed, een bezoek hebben gebracht aan het graf van de H. Agatha, waarna de moeder genas. Vanwege deze episode uit haar legende werd Lucia aangeroepen bij de zogenaamde rode loop, een besmettelijke vorm van dysenterie. Lucia wordt vaak afgebeeld met twee ogen op een schaal, verwijzend naar een ander motief uit haar vita waarin zij haar beide ogen verloor maar haar gezichtsvermogen op miraculeuze wijze terugkreeg.
- De kerk bezit een Luciareliek. De theca van de reliek is centraal in een barokke reliekhouder (hoogte 87 cm) geplaatst. Deze houder is door Petrus Verhoeven uit Uden gemaakt van wit en goud gepolychromeerd hout in 1760-1770 en staat in het zijaltaar. Rond het baldakijn zijn een stralenkrans en bladvoluten te vinden. Het ostensorium heeft een voetstuk van symmetrisch geplaatste bladvoluten met daartussen een bakje voor offergaven. De bekroning van het geheel is een borstbeeld van St. Lucia met een zwaard door de hals en met een zilveren kroontje op het hoofd. De houder is omstreeks 1980 gerestaureerd.
- Op het hoofdaltaar staat een reliekhouder in Lodewijk-XIV-stijl van gedreven en deels verguld zilver op een houten kern, vervaardigd in 1743. De houder heeft de vorm van een stralenmonstrans, bekroond door een beugelkroon. Deze houder bevat geen Luciareliek maar bevatte wellicht de eerder genoemde reliek op hoogtijdagen (eenzelfde reliekhouder in de kerk is bestemd voor relieken van de H. Aloysius Gonzaga).
- In de kerk staat een neogotisch Luciabeeld van beschilderd gips (hoogte 83 cm), daterend uit circa 1910. Lucia, met kroontje en nimbus, heeft een zwaard door haar hals. In haar linkerhand houdt zij een palmtak, in haar rechterhand houdt zij een kruis tegen de borst. Dit beeld komt het meest in aanmerking voor het predikaat - laatste - 'cultusbeeld'.
Verering - Diverse voorstellingen van de H. Lucia op het 17e-eeuwse kerkzilver van de parochiekerk te Ravenstein zijn de eerste getuigen van de devotie tot de H. Lucia ter plaatse. Blijkens een 19e-eeuws handschrift in het parochiearchief van Ravenstein, heersten er in 1666 in Ravenstein en omliggende plaatsen de rode loop en met koortsen gepaard gaande epidemieën. Mogelijk werd toen reeds een beroep gedaan op de voorspraak van St. Lucia.
- Toen het Land van Ravenstein tussen 1702 en 1714 door de Fransen en hun bondgenoten was omgeven en er rondom Ravenstein besmettelijke ziekten uitbraken, trokken de pastoors en de vereerders uit de omliggende dorpen processiegewijs naar Ravenstein om 'door de voorspraak van de H. Lucia verlossing of bevrijding daarvan te bekomen'. In deze periode van dreigende rampspoed richtte men in 1718 een Luciabroederschap op. Het Luciagilde, dat in dezelfde tijd ontstond, was aanvankelijk wellicht identiek aan de broederschap, die tot het begin van 20e eeuw is blijven bestaan.
- De in de eerste helft van de 18e eeuw sterk toegenomen verering van de heilige is er vermoedelijk de oorzaak van geweest dat de nieuwe parochiekerk, die in 1735 werd gebouwd, aan haar werd toegewijd. De vorige parochiekerk en slotkapel waren namelijk gewijd aan O.L. Vrouw Geboorte. Maria schoof in de nieuwe kerk naar de tweede plaats: de kerk werd aan Lucia gewijd; het hoofdaltaar aan O.L. Vrouw Geboorte en Lucia. Twee aflaten, verleend in 1748 en 1796, zullen tenslotte de aantrekkingskracht van de bedevaarten naar Ravenstein alleen maar hebben versterkt.
- Uit de 19e eeuw en 20e eeuw is geen duidelijke informatie over bedevaarten naar Lucia in Ravenstein bekend. Wel lijken de teksten op een devotieprentje uit 1866 (zie afbeelding) en een vaandel uit 1912 erop te wijzen dat de heilige nog steeds belangstelling uit de omgeving genoot. Uit een gebedenboekje uit 1833 en een handgeschreven register in het parochiearchief, waarin intenties en missen vanaf 1859 zijn bijgehouden, blijkt dat nog steeds het octaaf van de H. Lucia werd gevierd (de zondag voor 13 december en de zeven daaropvolgende dagen) en dat gedurende het octaaf de volle aflaat kon worden verdiend. De eigenlijke feestdag kreeg de status van een zondag, te beginnen met een plechtige mis, gevolgd door een preek en het Te Deum. 's Middags volgden om 15.00 uur de vespers. In het jaar 1859 werden zowel de mis van het Luciagilde als het plechtige jaargetijde voor de overleden broeders en zusters van de broederschap van de H. Lucia op de woensdag binnen het octaaf gehouden. Gedurende het octaaf was er iedere dag om 16.30 uur een lof. Op de laatste dag van het octaaf werd in de middag ter afsluiting wederom het Te Deum gezongen. Ongeveer hetzelfde programma werd in 1860 en 1861 aangehouden, waarbij in 1861 op de eigenlijke feestdag (13 december) na de vespers van 15.00 uur de reliek van de H. Lucia werd vereerd. De reliek stond gedurende het octaaf en elke woensdag van het jaar ter verering uitgesteld. Tenslotte was het gebruikelijk om op elke eerste woensdag van de maand de H. Lucia tijdens een mis te vereren, waarbij een volle aflaat kon worden verdiend.
- Alhoewel het schriftelijke bewijs hiervoor ontbreekt, lijkt deze praktijk zich tot in de jaren vijftig van de 20e eeuw door te zetten, waarbij de verschillende rituelen geleidelijk in aantal verminderden en steeds meer tot 13 december werden beperkt. Pastoor P.A.J.M. van Heijst vroeg op 2 december 1957 bisschop Mutsaers van 's-Hertogenbosch verlof om het patroonsfeest voortaan op de dag zelf met een avondmis te mogen vieren, omdat 'de daarop volgende Advent-Zondag [...] voor de kerkelijke viering permanent als beletsel [komt]'. Op dat moment was het feest van de H. Lucia eigenlijk geworden tot een regulier patroonsfeest voor de parochie, dat ook nu nog wordt gevierd, bijvoorbeeld door het zingen van een speciaal lied ter ere van de patrones.

Aflaten
- Paus Benedictus XIV verleende op 15 november 1748 een volle aflaat aan allen die de kerk van Ravenstein op de zondag voor het feest van de H. Lucia (13 december) en de daaropvolgende zeven dagen bezochten en daar voor hun heil baden, na te hebben gebiecht en te communie te zijn gegaan.
- Paus Pius VI verleende op 16 februari 1796 een volle aflaat aan allen die tussen de zondag voor de feestdag van de H. Lucia en de daaropvolgende zondag een tijdlang baden tot intentie van de r.k. kerk, na te hebben gebiecht en te communie te zijn gegaan. Verder verleende de paus een volle aflaat aan degenen, die op alle eerste woensdagen van de maand, na te hebben gebiecht en gecommuniceerd, baden tot intentie van de r.k. kerk voor het H. Sacrament, dat in de missen van 7.30 uur en 9.00 uur moest worden uitgesteld. Een aflaat van zeven jaar en zeven quadragenen (40 dagen) gold voor alle andere woensdagen. Deze laatste aflaten werden verleend omdat, naar de woorden van de pastoor Arnoldus Voet s.j., de devotie tot de H. Lucia, patrones van de stad en patrones tegen besmettelijke ziekten, dagelijks toenam.
Materiële cultuur - 1 Verguld zilveren cilindermonstrans (70 cm, Ø voet 24,5 cm) in renaissancestijl, in 1668 vervaardigd door Jacob Poos ('s-Hertogenbosch). Op de zeslobbige voet gedreven medaillons, waarin voorstellingen van respectievelijk Maria, Jozef, Lucia, Barbara en Ignatius van Loyola. In 1967 gerestaureerd; 2 zilveren ovale schaal (29 x 23,5 cm), in 1639 vervaardigd door Jan Eemens ('s-Hertogenbosch). Op de schaal een gravering in renaissancestijl van Maria met kind, omgeven door bloemen, vruchten en vogels. Op de rand, temidden van bladranken met engelenkopjes, vier ovale medaillons, waarin een Christusmonogram ('IHS'), een Maria-monogram ('MAR'), een voorstelling van Johannes de Doper (driekwart zichtbaar) en een voorstelling van Lucia (driekwart zichtbaar) met een zwaard door haar hals en een palmtak in de linkerhand; 3 zilveren barokke kandelaars (hoogte 62 cm), in 1697 vervaardigd door Andreas Somers ('s-Hertogenbosch). Op de zijden van de voet drie medaillons, waarin voorstellingen van respectievelijk een Christusmonogram ('IHS'), Lucia en Barbara; 4 zilveren (neo-)barokke kandelaars (hoogte 64 cm), in 1847 naar het voorbeeld van de kandelaars van Andreas Somers (zie hierboven) vervaardigd door J.N. Tillemans (Grave); 5 antependium (h. 103 cm, b. 246 cm.) van rood fluweel, vermoedelijk in 1866 geleverd door de Fa. Stoltzenberg te Roermond. In een ovale cartouche een voorstelling van de H. Lucia met zwaard door de hals, staande, omringd door vlammen; 6 vaandel uit 1912 met op de voorzijde een voorstelling van de H. Lucia en op de achterzijde de patroonheiligen van de nabijgelegen dorpen Deursen, Huisseling, Dennenburg, Neerloon en Niftrik; 7 gebrandschilderd glas-in-loodraam aan de evangeliezijde van het schip, in 1930 vervaardigd naar ontwerp van C. Bellot o.s.b. Op het raam een voorstelling van de H. Lucia, staande in vlammen. Voor haar borst een duif in een stralenkrans. Op de voorgrond de beul, die de vlammen aanwakkert. Rechts een zwaard.
- Gildezilver: 1 een zilveren halskraag met in een medaillon een voorstelling van de H. Lucia. Twee patroonstekens uit 1818; 2 een herdenkingsplaat van het eeuwfeest 'Broederschap St. Lucia den 28 maart 1818'; 3 koningsschilden uit 1842, 1856 en 1918; 4 keizersschilden met drie vogels uit 1870, 1873 en 1876, door Chr. van Gemert ('s-Hertogenbosch) in 1877 vervaardigd.

Devotioneel drukwerk
- 1 19e-eeuws bedevaartprentje met een voorstelling van de H. Lucia in een ovaal medaillon. De heilige (driekwart zichtbaar) is vastgebonden aan een paal en omringd door vlammen. Door haar hals steekt een zwaard. Op de rand van het medaillon het opschrift (drukletters): 'h. lucia. patronesse. van. ravenstein. en omliggende. plaatzen. bid. voor ons'. Onder het medaillon de opschriften (cursief): 'Bezoe Patroe/ voor brand, Kwaade keele/ En Oogen, Roode loop, He-/ ete Koortsen en Andere/ Besmetteleijke Ziektens', en: 'Dit beeltje is gewijd, en aangeraakt aen de reliquien van de h. Lucia'. Mogelijk werd dit prentje, waarvan exemplaren in 1866 te Rotterdam werden verspreid tijdens de choleraepidemie aldaar, gedrukt bij de Ravensteinse drukkers D. Breedenbeek en/of F.A. van den Heuvel (1776-1859); 2 het Catharijneconvent te Utrecht bezit een doodsprentje (D81b02-2601) van pastoor Coffers († 1819) uit De Beemster, met op de voorzijde Lucia te Ravenstein 3 Litanie uit het leven en ter eere van de H. Maagd en Martelares Lucia, etc. ('s-Hertogenbosch: Gebr. Langenhuysen, 1833; 12 p.); 4 Feestlied ter eere van de H. Lucia, patrones tegen besmettelijke ziekten. Woorden van A.N. Huijbers, pr.; muziek van Adr. P. Hamers, pastoor te Deursen (N.-Br.) (nihil obstat nov. 1919).
Bronnen en literatuur Archivalia: Ravenstein, parochiearchief Ravenstein: boek 'Aanteekeningen', aangelegd ca. 1869/1870; 'Intentie- en Missenboek', nr. 53; losse correspondentie.
Literatuur: L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, dl. 5 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1876) p. 512-538; J. Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 449-450; Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, dl. 10. Provincie Noordbrabant (Den Haag 1931) p. 303-304; W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen in de Kempen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 70-73; J.M.J.F.A. Sluijters, Ravenstein in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1971); W.H.Th. Knippenberg, 'Lucia en de "rode loop"', in: Arts en Wereld 17 (1984) nr. 2, p. 2 -30; L.B.C.M. van Liebergen ed., Volksdevotie. Beelden van religieuze volkscultuur in Noord-Brabant (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1990) p. 153, cat. nr. 85; M.F.M. Wingens, 'De verering van pestheiligen in de zeventiende en achttiende eeuw: de autonome heerlijkheden Megen, Ravenstein, Boxmeer en Gemert en de hen omringende gebieden', in: J. Jacobs ed., Sebastiaan, martelaar of mythe (Zwolle: Waanders, 1993) p. 51-59; G. Rooijakkers, Rituele repertoires. Volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559 - 1853 (Nijmegen: Sun, 1994) p. 597; M.F.M. Wingens, Over de grens. De bedevaart van katholieke Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw (Nijmegen: Sun, 1994) p. 55; L.C.B.M. van Liebergen & W.P.C. Prins ed., Sanctus. Met heiligen het jaar rond (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1997) p. 19-20.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Ravenstein; Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland dossier Ravenstein; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<