HomeDatabankenBedevaarten

Huisseling, H. Eligius (Eloy)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Eligius (Eloy)
Datum: Zondag na 24 juni (St. Jan; + octaaf)
Periode: 18e eeuw (?) - begin 20e eeuw
Locatie: Parochiekerk van St. Lambertus
Adres: Hamstraat 1, 5371 NR Huisseling
Gemeente: Ravenstein
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: St. Eligius werd in Huisseling sinds de late middeleeuwen vereerd. Bedevaarten, die regionaal van karakter moeten zijn geweest, trokken met zekerheid in de 19e eeuw en waarschijnlijk al eerder naar Huisseling. Eligius werd er tegen gezwellen bij mens en dier en tegen koningszeer aangeroepen. De bedevaarten duurden tot het begin van de 20e eeuw.
Auteur: Richard de Beer
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - St. Eligius werd sinds de late middeleeuwen in de parochiekerk van St. Lambertus vereerd. De middeleeuwse kerk, waarover nadere details ontbreken, stond op de Schaafdries in de nabijheid van het stadje Ravenstein. Op bevel van de Staten-Generaal, die in Ravenstein een garnizoen legerden en Ravenstein tot vesting wilden uitbouwen, werd deze kerk, die in de weg stond, in 1621 afgebroken.
- In 1626 verrees op de huidige locatie aan de Hamstraat een nieuwe kerk, die in 1852 werd hersteld en vergroot. Een foto van de kerk uit het begin van de 20e eeuw toont een eenvoudige eenbeukige dorpskerk (of mogelijk driebeukig onder een dak) met toren. Gelet op het kleurverschil tussen de leien voor- en achteraan op het dak, behelsde de vergroting van 1852 waarschijnlijk een verlenging van de kerk.
- Vanwege de groeiende bevolking en het toenemend verval van het gebouw werd nieuwbouw noodzakelijk. In 1911-1912 kwam de huidige eenbeukige laat-neogotische kruiskerk tot stand naar ontwerp van architect C. Franssen uit Roermond.
Cultusobject - De H. Eligius of Eloy (ca. 590-660) zou hoefsmid, later goudsmid en muntmeester onder de merovingische koningen Clotharius II en Dagobert I zijn geweest. Hij eindigde zijn leven als bisschop van Doornik/Noyon. St. Eligius werd de patroon van de hoef- en goudsmeden. In Huisseling riep men zijn hulp in tegen gezwellen bij mensen en dieren in het algemeen en tegen het zogenaamde koningszeer (scrofulose), een klierziekte aan hals en hoofd, in het bijzonder (vgl. ⟶ Dorst).
- De kerk bezit een laatgotisch, gepolychromeerd houten beeld van Eligius (hoogte 1,10 m), in het eerste kwart van de 16e eeuw vervaardigd, mogelijk in het atelier van de Meester van Elsloo. De heilige is weergegeven als bisschop, met mijter, gekleed in bisschoppelijk gewaad. Op de linkerhand draagt hij een aambeeld met daarop een hamer. De staf in de rechterhand ontbreekt. De polychromie is van recente datum. Het beeld van Eligius heeft op dit moment een plaats tegen de epistelzijde van de triomfboog. De locatie van het beeld in beide voorgaande kerken (bijvoorbeeld op een Eligiusaltaar) is onbekend.
Verering - De gegevens over de verering van St. Eligius en de bedevaarten naar hem in Huisseling zijn uiterst summier. Een vroegste bewijs van devotie zou het 16e-eeuwse cultusbeeld kunnen zijn. Schutjes en Elemans geven respectievelijk pas in 1873 en 1958 schriftelijke getuigenis van de Eligiusverering.
- Schutjes deelt mee, dat men in de kerk 'bijzonder den H. Eligius [vereert]' en dat 'vooral op zondag na St. Jan's-geboorte (24 junij) en gedurende het octaaf [...] de toevloed naar deze kerk jaarlijks zeer groot [is]'. In de 19e eeuw (en mogelijk al eerder in de 17e of 18e eeuw?) is er dus sprake van een min of meer omvangrijke bedevaart. De datum is afgeleid van het feest van de translatie van St. Eligius, dat op 25 juni valt (zijn eigenlijke feestdag valt op 1 december). Van 'heinde en verre' (Elemans) zou men naar Huisseling zijn gekomen.
- Op het Eligiusfeest te Huisseling was men gewoon speciaal Eligiuswater ('Liezejeswòtter') te wijden, dat door de bedevaartgangers ter bestrijding van de diverse kwalen werd meegenomen.
- De bedevaarten moeten tot het begin van deze eeuw naar Huisseling zijn getrokken. Daarna was er tot kort na de Tweede Wereldoorlog voor de Huisselingse parochianen nog slechts een processie op genoemde feestdag. Op dit moment is er geen sprake meer van een bijzondere verering.
Materiële cultuur - 1 Verguld zilveren neogotische kelk (hoogte 22,5 cm, Ø voet 16,5 cm), in 1883 vervaardigd door H. van Gardinge en T. Manders (Eindhoven). Op de zeslobbige voet medaillons met voorstellingen van respectievelijk Christus aan het kruis, Maria, Jozef, Augustinus, Eligius met aambeeld en monstrans, en Lambertus; 2 zilveren, deels vergulde neogotische monstrans (hoogte 80 cm, Ø voet 20,5 cm), in 1859 vervaardigd door A.P. Hermans (Eindhoven). Aan weerszijden van de lunula gotische baldakijnen, waaronder vergulde beeldjes van Eligius met aambeeld en hamer en van Bonifatius met boek en zwaard; 3 vaandel uit ca. 1900 met een ovaal medaillon (62 x 47 cm) waarop een voorstelling staat van Eligius met staf en hamer en op de achtergrond een aambeeld.

Devotioneel drukwerk
- Houtsnede (1772) met een voorstelling van St. Eligius als smid met de tekst 'Sanctus Alo gratiosissimus patronus honest. opificy fabrorum' ('heilige Eloy, allerdienstvaardigste en achtbare patroon van het ambacht der smeden') van Philippus Lecuyer te Uden. De prent was waarschijnlijk bestemd voor de verering in Huisseling (zie Bronnen B, Van den Berg (1990).
Bronnen en literatuur Archivalia: Ravenstein, parochiearchief Huisseling.
Literatuur: Leven van de voornaemste heyligen en roemweêrdige persoonen der Nederlanden, dl. 4 (Mechelen: Hanicq, 1829) p. 432-460; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch , 5 dln. (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1870-1876) dl. 1, p. 353-354, dl. 4, p. 644-645; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 448-449; Voorloopige Lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, dl. 10. De provincie Noordbrabant (Den Haag 1931) p. 301-302; 'Bedevaartplaatsen in ons Bisdom', in: Sint-Jansklokken 9 februari 1952, vermelding Huisseling; J.P.Bik, Feest- en vierdagen in kerk- en volksgebruiken, dl. 1 (Velsewn: Th.F. Wolfs, 1956) p. 37-40; J.H.A. Elemans, Woord en wereld van de boer; een monografie over het dialect van Huisseling (Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum, 1958) p. 276-277; J.M.J.F.A. Sluijters, Ravenstein in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1971) p. 69; J. Sluijters, Klein historisch prentenboek. De lotgevallen van het Land van Ravenstein en het Graafschap Megen (Uden 1978) p. 59; Arie van den Berg & Gerard Rooijakkers, 'Een prentenmaker zonder pers. De houtsneden van Philippus J. Lecuyer te Uden en 's-Hertogenbosch, 1772-1774', in: Volkskundig bulletin 16 (1990) p. 279, 296, 302.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Huisseling; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland dossier Huisseling.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<