Panningen, O.L. Vrouw van Zeven Smarten of van Kapel

Cultusobject: O.L. Vrouw van Zeven Smarten of van Kapel
Datum: Mei, 15 augustus, oktober; gehele jaar
Periode: Na 1638 - heden
Locatie: Mariakapel in de parochiekerk van O.L. Vrouw van Zeven Smarten
Adres: Schoolstraat 3, 5981 AH Panningen
Gemeente: Helden
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De oorsprong van de Mariaverering in Panningen is terug te voeren tot 1636, toen een met pest besmette man, Derick van Oeijen, een bedrag van vijftig gulden legateerde voor de bouw van een Mariakapel. Kort na 1638 werd de kapel gerealiseerd en binnen korte tijd werd ze vanwege de vele miraculeuze genezingen een belangrijk bedevaartoord, in de 18e eeuw in een adem genoemd met plaatsen als Kevelaer en Roermond. Het cultusbeeld bevindt zich vandaag de dag in een kerk die in 1930 werd gebouwd.
Auteur: Willemijn van den Bos & Frank van der Ploeg
Illustraties:
Topografie De kapel
- De kapel van Panningen is in of kort na 1638 gebouwd en was afhankelijk van de moederkerk in Helden. Daarom werd de kapel in de 17e en de 18e eeuw ook wel de kapel van Helden genoemd. Sinds de kapel op 26 augustus 1830 onder pastoor P.F. Buijs ((1820)1830-1841) onafhankelijk was geworden en de parochie van O.L. Vrouw van Zeven Smarten te Panningen werd gevormd, staat het heiligdom onder deze laatste plaatsnaam te boek.
- De kapel werd in 1643, vanwege de grote toeloop van vereerders, al weer uitgebreid en in het jaar daarop, op 17 april, opnieuw ingewijd. Op 22 mei 1644 wees de vicaris-generaal van het bisdom Roermond het collatierecht van de kapel toe aan de pastoor van Helden en de schepenen en gezworenen van Helden. In 1679 mocht ook het schooltje het gebouw gebruiken; de schoolmeester was in de regel tegelijk koster en kapelmeester. Aan het begin van de 18e eeuw schonk J.A. baron Bouwens van der Boye, heer van Venray en Helden, de kapel een 'horologiewerck'. In 1798 werd de kapel voor de tweede keer vergroot, waaraan nog een gevelsteen herinnert. In 1834-1835 werden zijbeuken aan de kapel, die inmiddels tot kerk was verheven, gebouwd. In 1850 volgde nog een verbouwing, met nieuwbouw van een toren. In 1853 werd de kerk verrijkt met diverse altaren, waarvan het altaar aan de linkerzijde van het koor het Mariabeeld bevatte. Aan het begin van de 20e eeuw was de kerk door de groei van het aantal parochianen opnieuw te klein en vormde ze een belemmering voor het 'moderne' verkeer, zodat zij uiteindelijk in 1931 werd gesloopt.
- Een afbeelding van de oude kerk is te zien op een gebrandschilderd raam in de zogenoemde meisjeskapel in de huidige kerk.

Nieuwe kerk met kapel
- In 1930-1931 werd op enkele meters van de oude kerk de huidige bakstenen kerk (architect H. Valk) gebouwd. In 1944 werd de toren van deze kerk opgeblazen.
- Het houten hoogaltaar uit de oude kerk werd in de nieuwe kerk geplaatst. Midden op de kroonlijst is een zuilennis waarin, sinds 1931, het beeld van de Moeder der Smarten werd geplaatst. In 1935 werd ?750,- geschonken ten behoeve van de aanschaf van een nieuw altaar omgeven door de statie van O.L. Vrouw van Zeven Smarten. Later is het beeld op het nieuwe altaar in een van de kapellen geplaatst.
- De kerkingang en de toren worden geflankeerd door twee zeshoekige kapellen (ca. 5 x 6 m) met puntdaken. De rechterkapel is de Mariakapel. In de toegangsdeur tot die kapel is een gekleurd glas-in-loodraam aangebracht met afbeeldingen van het beeld, de kerk en de pastorie. In de kapel zelf zijn drie hoge smalle glas-in-loodramen aangebracht van de hand van Eugène Laudy (1954). Op een raam zijn drie engelen met een kaars afgebeeld, op de twee andere respectievelijk een processie en scènes uit de ontstaansgeschiedenis van de verering van deze Maria. Verder zijn in de wanden religieuze reliëfs aangebracht. Er staan enkele banken. Centraal in de kapel staat een stenen piëdestal waarop een taps toelopende metalen behuizing is aangebracht die aan de voorzijde is afgesloten door een raam, waarachter het Mariabeeld is geplaatst. Deze houder (ca. 1950?) heeft de vorm van een mantel, met kraag en kroon zoals die vroeger bij Mariabeelden werden omgehangen. Met dit ontwerp is, uit het oogpunt van beveiliging, een functioneel-esthetische combinatie gevonden. Het beeld wordt van binnenuit de behuizing verlicht.
- Voor het beeld staan kaarsenstandaards en in de ruimte bevinden zich een bakje met fotokaarten van het beeld, een offerblok, gewone kaarsen en een ingelijste toelichtende tekst 'Pelgrimage naar Onze Lieve Vrouw van Kapel'. Verder hangt in een hoek van de kapel een 'Gebed tot O.L. Vrouw van Kapel'. Op een ronde standaard kunnen noveenkaarsen worden gekocht en gebrand.
Cultusobject - De verering van de zeven weeën of smarten van Maria is omstreeks 1300 in Duitsland ontstaan (⟶ Abbenbroek, dl. 1). De latere secretaris van keizer Karel V, Jan van Coudenberghe, introduceerde de verering aan het einde van de 15e eeuw in enkele plaatsen waar hij een kerkelijke functie had. Later, in de 17e eeuw, hebben de franciscanen zich sterk gemaakt voor de verbreiding. De zeven smarten zijn: 1 de voorspelling van Simeon; 2 de vlucht naar Egypte; 3 het verlies van de twaalfjarige Jezus in de tempel; 4 de ontmoeting op de kruisweg; 5 de kruisiging; 6 de kruisafneming; 7 de graflegging. Maria wordt doorgaans afgebeeld met een zwaard in de borst gestoken of omringd door zeven zwaarden, die haar smarten symboliseren.
- Het houten Mariabeeld is 78 cm hoog en is voorzien van een moderne polychromie. Maria houdt het Christuskind met wereldbol op de linkerarm. Beiden dragen een moderne beugelkroon ter vervanging van gestolen kroontjes. Het beeld staat in een metalen mantelbehuizing op een sokkel. Het beeld lijkt niet op een typische 'Maria-van-Zeven-Smarten' of 'bedroefde Moeder'. Omstreeks 1970 werd naar aanleiding van een genezing een zilveren zwaard aan Maria geschonken (inmiddels gestolen). Hierdoor werd de iconografische bepaling van het beeld in de richting van de 'Zeven-Smarten' getrokken. J.J.M. Timmers dateerde het beeld in de vroege 17e eeuw. Het beeld is gekroond en omhangen met een rozenkrans.
- In een parochie-inventaris uit 1727 worden twee kroontjes genoemd, waaruit valt op te maken dat het cultusbeeld in die tijd reeds was gekroond: 'Twee silver kroonen een van onse L. Vrouw, een van het Kindeken Jezus. Eenen silveren Scepter met een kleen bolleken van de werelt. Eenen silvere ketten overgult, omtrent acht voet lanck met twee aanhangende knobben'. In een inventaris uit 1836 wordt het beeld als volgt beschreven: 'Het altaar van onze lieve vrouw van 1765, met een mirakeleus lieve vrouwe beeld, onder hetzelve een koperen luchter'. Op 18 mei 1845 zijn sieraden van het Mariabeeld uit de kerk gestolen: twee zilveren kronen, een scepter en een wereldbol. Na een diefstal in 1869 kreeg het beeld dat jaar het nieuwe kroontje 'met toebehoor'. De inventaris in een register uit 1878 wijkt niet sterk af van de inventaris uit 1859. De vermelding van het zilver (vanwege de diefstal?) is iets minder uitgebreid en bij het gedeelte over kleding blijkt een tweetal gewaden bijgekomen: 'Een rood zijden fluweele mantel met goud geborduurd; een met zijde ...'
Verering Legende
- Over de oorsprong van het Mariabeeld bestaat een 'vrome volksoverlevering'. Volgens Knippenbergh (1719) zou het beeldje in 1630 uit de buurt van Ell, Grathem of een andere nabije plaats zijn gekomen. Vanwege het strijdgewoel tussen de Spaanse troepen en die van de Republiek in het Overkwartier wilde men het beeldje toen in veiligheid brengen. Het werd op een kar gelegd en de twee mannen die het wegbrachten spraken af, dat ze het beeld zouden achterlaten op de plaats waar het paard spontaan stil zou blijven staan. Op deze plek bouwde men daarna een kapel. Caspar Lemmens, pastoor van Helden (1875-1889) tekende in 1878 op dat volgens de lokale overlevering enkele inwoners uit Panningen in de buurt van Ell en Grathem waren en daar een mooi Mariabeeld ontdekten. Zij konden dit meenemen en hingen het ter verering in Panningen aan een boom. Kinderen hingen kransen om en rond het beeld. Een rijke man die geld ter beschikking had gesteld voor de bouw van een kapel genas van de pest; het verhaal van zijn wonderbaarlijke genezing deed de ronde en meer zieken baden tot Maria en genazen. Onderzoek heeft de mogelijke naam van deze man (die overigens niet genas), Derick van Oeijen, opgeleverd. In 1636, voor zijn dood, legateerde hij vijftig gulden voor de bouw van de kapel. Als meest waarschijnlijke stichtingsdatum van de kapel wordt het jaar 1638 aangehouden (en niet 1643 zoals Knippenbergh schrijft).
- De stichting van de kapel is bekend via een verklaring die Peter Scherers uit Helden in 1638 onder ede aflegde voor de Heldense schepenen van het gerecht Kessel en Helden. Hij stelde namelijk dat in 1636 Derick van Oeijen te Helden aan de pest leed en vijftig gulden had gelegateerd voor de bouw van een kapel. Als het ware om de uitvoering van zijn wens kracht bij te zetten verscheen Van Oeijen twee jaar na zijn overlijden tot zesmaal toe in een wit doodskleed aan Scherers. De eerste maal op 18 juni 1638, tweemaal op de 19e en tweemaal op de 20e. Op 2 juli (O.L. Vrouw Visitatie) wees de 'geest' de plaats aan waar de kapel gebouwd moest worden; later kwam daar het altaar in de kapel te staan. Op 15 augustus (genoemd O.L. Vrouw kruidwijding) diende de kapel er al te staan en moest men processie houden met het (blijkbaar) reeds in bezit zijnde 'bilt van Ons L. Vrouwe'. De mare van de geestesverschijning werd serieus genomen en na korte tijd werd een kapel gebouwd. Het precieze bouwjaar is niet bekend, maar begin 1640 was dat zeker al het geval. De schepenoorkonde waarin de genoemde verschijningen staan beschreven, dateert uit de periode 27 april - 10 mei 1640 en daarin wordt gesproken over een 'altaer [dat in de kapel] tegenwordich staende is'. Dit lijkt erop te duiden dat de kapel zelf in 1639 of nog in de tweede helft van 1638 is gebouwd.
- Uit die tijd dateren ook nog geldschenkingen aan de kapel: op 14 oktober 1640 vermaakte Elisabet Hoex ⨍200 aan de kapel en uit 1644 dateert een akte van het bisdom Roermond waarin in totaal ⨍700 (inclusief de schenking van Hoex) aan de kapel wordt vermaakt ten behoeve van de stichting van twee wekelijkse missen op dinsdag en zaterdag.

Mirakelen
- Sinds de bouw van de kapel in 1638-1639 was 'Kapel' te Panningen een belangrijk bedevaartoord geworden, waar vele mirakelen gebeurden. Ook na 1640 werd geregeld geld geschonken aan 'Onsser L. Vrouwen Capelle tott Helden'. De bekendheid was enkele jaren later al zodanig dat het officialaat van het bisdom Roermond op 28 maart 1642 een zekere Renchens in een zedenzaak ('fornicatio') strafvermindering bood als hij een bedevaart ondernam naar de kapel van Helden-Panningen (en een vasten op vrijdag en drie 'imperiali' boete). In een dekenaal visitatieverslag van 1668 wordt gesteld dat de verering ongeveer 30 jaar eerder was begonnen ('devotio [...] incipit ab anni circiter 30'), hetgeen met de stichtingsdatum van de kapel overeenkomt. In hetzelfde verslag werd de kapel 'locus magnae devotionis' genoemd, maar, zo stelt de visitator, geen van de wonderen was nog erkend ('nulla tamen certa miracula approbata'). Er stonden twee altaren in de kapel, waarbij aan het hoogaltaar driemaal per week een mis werd opgedragen en gezongen missen op alle Mariafeestdagen. Er was een pauselijke aflaat van zeven jaar verbonden aan een bezoek aan de kapel op het feest van Maria Hemelvaart en een bisschoppelijke aflaat van 40 dagen voor een zaterdags bezoek en het lezen, zingen of horen van de litanie van Loreto. De pastoor, schepenen en gezworenen van Helden waren de 'patroni' van de kapel en hielden de prebenden.
- Het Mariabeeld heeft in de loop der tijd een sterke aantrekkingskracht uitgeoefend vanwege een aantal genezingen. In het parochiearchief is door Reinerus Raets (pastoor te Helden tussen 1652 en 1664) een aantal wonderen opgetekend die zijn voorgevallen tussen 1657 en 1663. In 1657 genas bijvoorbeeld het tweejarige zoontje van Judocus en Johanna Nieles uit Nederweert na een bezoek aan de kapel van een 'maxima hernia'; ook het even oude zoontje van Petrus Verstappen uit Roggel genas op deze wijze van een breuk. Petronella, vrouw van Gerardus Munnicxs, uit Sevenum, genas in 1662 van een zware ziekte na beloofd te hebben om drie zaterdagen op rij een bedevaart te maken naar 'Kapel'. Nog vóór het derde bezoek, had zij haar gezondheid herwonnen.
- Een bijzonder jaar, met maar liefst vijf genezingen, was 1663. Bij pastoor Raets bracht D. Scheers uit Beesel, zoon van Gertrudis en Seger Cordmans, zijn windsels ('fasciaes') als bewijs van genezing. Ook de zoon van Petrus Verstappen liet na genezing van een breuk zijn windsels achter. Zijn vader had hem drie dagen meegenomen naar de kapel en had beloofd een hoeveelheid koren te schenken die overeenkwam met het gewicht van het kind. Het zoontje van Joannes Nabben uit Sevenum genas van zware koorts nadat de ouders met hun kind en een religieuze uit Venlo drie zaterdagen naar de kapel waren gegaan en graan hadden geofferd. Een jaar nadat de belofte was gedaan om een bedevaart naar de kapel te maken genas Willibrordus, het zoontje van Helena Peters en Peter Janssen uit Lijsselt, van een zware breuk na de belofte een bedevaart naar de kapel te maken. Tenslotte genas ook het zoontje van Gerarda, dochter van Thomas Timmermans uit Meijel, van een breuk nadat de moeder beloofd had een bezoek te brengen aan de kapel.
- Door J. Lijnssen, pastoor in Sevenum, werden in 1660 en 1661 nog twee genezingen opgetekend; het waren genezingen van breuken bij respectievelijk de dochter van Jan van Meijel en diens vrouw Willemken, en de zestienjarige Thijs Boogarts, zoon van Henrick Boogarts uit Leuken bij Weert.

De 18e eeuw
- Pastoor J. Knippenberg (in 1662 te Helden geboren en daar van 1697 tot 1749 pastoor) gaf in zijn boek uit 1719 weinig informatie over de aantallen bedevaartgangers naar Helden-Panningen. De bisschop van Roermond, F.L. Sanguessa, berichtte in een brief van 13 augustus 1740 over de grote Mariadevotie in zijn diocees, vooral omstreeks het feest van Maria Geboorte:

'surtout par les concours inexprimables de tant de peuple aux images miraculeuses de notre Dame dans la paroisse de Helden et près de Ruremonde à notre Dame, dite au Sablon, et encore à Kevelaer, ou tant de peuples et processions viennent...'

Deze vergelijking met de twee andere genoemde bedevaartplaatsen, ⟶ O.L. Vrouw in 't Zand en Kevelaer, maakt duidelijk hoe groot de uitstraling van Panningen als bedevaartoord rond het midden van de 18e eeuw was.
- De rector van de kapel te Panningen, in 1722 Leonard Boyens, mocht de helft van alle offers zelf behouden, zo stelt een document over de aan de kapel verbonden verplichtingen uit dat jaar. Hiervoor moest hij biechthoren en andere geestelijken betalen die op de Mariafeestdagen hem kwamen assisteren bij de toeloop van vereerders. Verder moest hij de vier gestichte missen opdragen. De inkomsten van de kapel waren in 1722 aanzienlijk: opbrengsten van 3,5 morgen verpacht bouwland (⨍243), renteninkomsten (⨍218), offergelden (⨍360, en offers in natura, wol en koren (⨍88).
- Volgens P. van Straelen, een 18e-eeuwse pastoor te Meijel, hield een hevige dysenterie-epidemie in 1702 in Meijel op na een processie naar de kapel van Panningen. In 1757 brak de ziekte nogmaals uit, opnieuw hield men een bedevaart naar 'Kapel' en offerde een zware kaars, waarna de ziekte aanmerkelijk afnam, zo verklaarde op 2 mei 1757 H. Mannay, kapelaan te Meij-el. Bij een kerkvisitatie in 1722 werd opgetekend dat op Mariafeestdagen 'magnus est ex vicinis pagis concursus' ('de toeloop uit de nabije dorpen groot is').
In 1974 vermeldt Verwoerd over de bedevaart: 'Voorts kwamen er steeds bedevaartgangers, zo zelfs dat "Die Capelle tot Helden" in de XVIIIe eeuw een der meest bezochte pelgrimages van het Hertogdom Gelder was. Regelmatig kwamen er buurtparochies in processie naartoe'.

De 19e eeuw
- In een verzoekschrift uit 1807 wordt vermeld dat nog voor die tijd jaarlijks vier processies vanuit omliggende gemeenten werden georganiseerd. De opsteller, burgemeester Hendrix, vertelt verder dat op de vrijdagen in de vasten, voorafgaand aan het feest van O.L. Vrouw van Zeven Smarten (vrijdag voor Palmzondag), 'heel veel' vreemdelingen naar de kapel kwamen. De kapel werd in die jaren nog steeds door een rector bestierd. Volgens een opgave uit 1804 had hij de volgende taken: mislezen op feestdagen, biechthoren en communie geven aan inwoners en pelgrims, zondags de catechismus aan de jeugd uitleggen, preken en bedieningen.
- Onder Frans bestuur, in 1810-1812, liet de overheid een onderzoek verrichten naar het bestaan van dit rectoraat, de rechtmatigheid ervan en de noodzaak tot samenvoeging met de kerk. Een en ander had echter geen consequenties en de kapel mocht zelfstandig blijven bestaan (vgl. ⟶ Grubbenvorst).
- In 1857 vermeldde de deken van Weert, in een opsomming van processiebedevaarten in de provincie Limburg in verband met het processieverbod, dat veel ingezetenen van zijn dekenaat 'troepsgewijs' trekken naar de bedevaartplaatsen ⟶ Beegden en 'Helden, kapel'. Zo'n 20 jaar later, in 1878, schreef pastoor Lemmens dat volgens de overlevering vanaf de stichting van de kapel jaarlijks bedevaartgangers uit onder meer Meijel, Helden-Dorp, Kessel en Sevenum kwamen. Lemmens wist ook mee te delen dat het Mariabeeld werd aangekleed en dat er onder de preekstoel een grote tobbe stond om koren in te offeren. In de 19e eeuw was er op alle vrijdagen in de vasten die aan het feest van O.L. Vrouw van Zeven Smarten voorafgaan, veel toeloop. Het Mariabeeld werd dan op een troon midden in de kerk geplaatst. Op O.L. Vrouw Hemelvaart werd bovendien een processie gehouden na de hoogmis; tevens hield men iedere eerste zondag van de maand onder de vespers een rozenkransprocessie.
Over de periode van het einde van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw zijn nauwelijks gegevens bekend.

Aflaten
- In 1776 schonk paus Pius VI een volle aflaat op het feest van Maria Hemelvaart en het octaaf daarvan en op de derde zondag na Pasen, de wijdingsdag van de kapel.
- Paus Pius IX heeft op 4 mei 1856 een volle aflaat verleend voor een bezoek aan de kapel op de zeven vrijdagen voorafgaande aan Palmzondag.
- Gedeeltelijke aflaten waren er ook te verdienen: een zevenjarige aflaat bij bepaalde gebeden op de Mariafeestdagen, eveneens zeven jaar voor hen die met een processiebedevaart de kapel bezochten en een van 100 dagen voor wie op vrijdag de mis in de kapel bijwoonde.

Na de Tweede Wereldoorlog
- In 1944 hebben de Duitsers geprobeerd de kerk van Panningen op te blazen. De toenmalige pastoor Huijben wijdde het aanvankelijk behoud aan de tussenkomst van O.L. Vrouw van Panningen. Onder dwang werd het beeld verwijderd en werden de toren en een tweetal gewelven alsnog opgeblazen.
- In het Mariajaar 1954 gingen op 23 mei vanuit Meijel onder meer leden van de Mariacongregatie, zelatricengroepen, de jongerengemeenschap en voetbalverenigingen op de fiets naar Panningen. Dat jaar werd ook de tentoonstelling 'Maria in mijn Leven' in het parochiehuis in Panningen gehouden, waarop onder andere aflaatbrieven, gebedsverhoringen, kunst en devotionele 'knutselwerkjes' te zien waren. In 1955, in het jaar van het 125-jarig bestaan van de parochie, werd de Nationale Bidweek in Panningen door coadjutor mgr. Hanssen met een grote lichtprocessie op 15 augustus geopend, waarbij voor het eerst 'sinds mensenheugenis' het beeld op een troon werd meegedragen. De processie stond speciaal open voor vereerders van buiten Panningen.
- Tot op heden worden er gebedsverhoringen toegeschreven aan O.L. Vrouw van Panningen. Mensen schrijven brieven om hulp te vragen en/of te bedanken en schenken gouden sieraden bij genezing. Sinds 1998 is de Mariakapel weer permanent opengesteld opdat Mariavereerders en bedevaartgangers 24 uur per dag het beeld kunnen bezoeken.
Materiële cultuur - Vaandels: in de kerk is een aantal processievaandels aanwezig, waaronder zeven met voorstellingen van de Zeven Smarten van Maria. Op twee andere, grotere, vaandels zijn respectievelijk de H. Familie afgebeeld (tekst: 'Jesus Maria Joseph; Wij nemen allen onze toevlucht tot U') en Maria staande op een maansikkel (tekst: 'Ave Maria').
- Ex-voto's: in een kerkinventaris uit 1859 (opgesteld door pastoor G. Klaessen) wordt onder het kopje 'Zilver werk van O.L. Vrouw' het volgende opgesomd: '1 Zilveren kroon van O.L. Vrouw en het kindeke Jezus met scepter; 10 zilveren platen; 1 groote zilveren plaat met het beeltenis van een H. Paus, op de keerzijde Philippus de Bakker, Franciskus Anneessens 1690; 1 sleutel; 2 Zilveren rozenkransen, waarvan een van 15 tientjes en de andere van 5; 32 gouden kruisen met toebehoor; 1 ring met diamanten steentje ingelegd; 10 gouden ringen.' Hier is ook een lijstje van 'Kleederen van O.L. Vrouw' opgenomen: '1 roode vloer; 1 witte zijden met goud geborduurd; 1 blauw met zilver geborduurd; 1 wit zijden damast; 1 geel damast; 1 van tul met bloemen geborduurd; 1 violet.'
- In 1865 is een kroniek van de kapel opgetekend door de toenmalige pastoor F.W. van Roy. Hierin is tevens een inventaris opgenomen van het 'Zilver van O.L.Vr.'. Genoemd worden twee rozenkransen, een van vijftien 'tiendjes', met een reliek en geschonken door Elisabeth Engels, en een van vijf 'tiendjes'. Beide zijn in 1865 verguld. Verder heeft Elisabeth Engels nog een gouden ring met een diamantje geschonken. Ook toen waren Maria en Kind getooid met zilver: 'Een Zilveren Kroon van O.L. Vrouw; idem voor het Kindeke Jesus; 1 zwaar scepter van Zilver voor O.L. Vr.; 1 werelt in Zilver voor het Kindje; 7 Zilveren platen zware en schoone; 19 goude kruisjes en slotjes; 1 sleutel.' Aan het einde van de inventaris staat: 'Voor de platen en gouden kruisjes die oud waren en niet te veel beduidden, is gelijk boven gezegd is, een overgulden zilveren kelk voor gekocht. Ook wordt het oud goud en zilver hetgeen geofferd wordt van tyd tot tyd verkocht, om te dienen voor klederen en sieraden van den Altaar van O.L. Vr. enz.'
- Onder pastoor Fr. van Roij (1859-1875) is een groot aantal zilveren armpjes, beentjes en gouden kruisjes gebruikt voor de aankoop van een kelk en een ciborie. Achter in de kapel hingen in die tijd 'een menigte krukken, windsels, breukbanden enz.'.
- In 1869 zijn de zilveren kroontjes en waarschijnlijk ook ex-voto's ontvreemd.
- Nog in de eerste helft van de 20e eeuw hingen als votiefgeschenk achtergelaten krukken in de kerk. In de oude kapel hing een aantal krukken, die bij een wisseling van pastoors omstreeks 1930 zijn verdwenen.
- Kaars: noveenkaarsen (type 'Angela, oleum sanctuarii') met in bruine opdruk een afbeelding van het beeld en de tekst 'Onze Lieve Vrouw v. Zeven Smarten Panningen' (ca. 1995).
- Replica: kopieën van het Mariabeeld waren in 1995 verkrijgbaar.

Devotioneel drukwerk
- Bedevaartboekjes: 1 Iets over het mirakuleus beeld van O.L.V. der Zeven Smarten te Panningen (Roermond: J.J. Romen, 1876; impr. P.J. Hoefnagels, Roermond, 10 augustus 1876); 2 aan het einde van de 20e eeuw is het boekje van C. Verwoerd, Een oude bedevaartplaats van "Die bedroeffde Moeder" uit 1954 (zie onder Bronnen) in fotokopievorm 'herdrukt'.
- Prentjes: 1 devotieprentje met kleurentekening van kapel en beeld, uit de serie van Ernest van Aelst nr. 145, zie de Limburgse Lieve Vrouwkes (1941); 2 fotoprentje met op de voorzijde het beeld van O.L. Vrouw van Panningen en op de achterzijde de tekst: 'U aangeboden als herinnering aan de Lourdesziekendag †Helden-Panningen 15 september 1963 †Namens: het Lourdesziekenfonds en K.A.B. Limburg'; 3 kleurenprentje met het Mariabeeld, ca. 1995.
- Ansichtkaart: kaart met afbeelding van het Mariabeeld (kleurenfoto-print; 9 x 14 cm, ca. 1995?).
Bronnen en literatuur Archivalia: Venlo, gemeentearchief: parochiearchief Panningen, inv.nrs. 175 en 183 (vgl. J.W.A. Fleuren ed., Inventaris der archieven van de parochie O.L. vrouw van Zeven Smarten te Panningen (Helden-Panningen 1980); Plaatsingslijst van het archief van de parochie O.L. Vrouw van Zeven Smarten te Panningen 1901-1986). Roermond, bisdomarchief, archief 1840-1940 inv.nr. 39-40. Maastricht, Rijksarchief in Limburg: schepenbankarchief Helden; archieven van het bisdom Roermond, inv.nrs. 71-72; collectie Goossens, nr. 116. Brussel, Algemeen Rijksarchief: Kaarten en plannen, inv.nr. 960, met de oudste afbeelding van de kapel uit 1685.
Literatuur: Horae canonicae dicendae in propriis dioecesis Ruraemundensis festivitatibus. Una cum litaniis eiusdem ecclesiae, et selectis aliquot aliarum ecclesiarum hymnis (Leuven: I. Masius, 1609) p. 33-44, O.L. Vrouw van Smarten op 3e zondag na Pasen; J. Knippenbergh, Historia Ecclesiastica Ducatus Geldriae (Brussel: Foppens, 1719) p. 228; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 9 (Gorinchem: Noorduyn, 1847) p. 51; Iets over het Mirakeleus Beeld van O.L.V. der Zeven Smarten Te Panningen (Roermond: J.J. Romen, 1876); Jos Habets, Geschiedenis van het tegenwoordig bisdom Roermond (Roermond: J.J. Romen, 1890-1892) dl. 2, p. 370, dl. 3, p. 213-216; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland (Amsterdam: Bekker, 1911-1914) dl. 7, p. 257-258, 278, 301, dl. 8, p. 187; 'Het mirakuleus beeld te Panningen', in: Limburger Koerier 10 november 1932; 'De oude beêvaart naar de "Helden-kapel" ', in: Nieuwe Venlosche Courant 16 mei 1936; A.J. Koenders, Maria in den eeredienst der Katholieke Kerk, dl. 3 (Amsterdam: Van Munster, 1937) p. 111-130, O.L. Vrouw van Zeven Smarten; J.H.A. Mialaret, De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Limburg. Deel V de provincie Limburg, tweede stuk: Noord-Limburg (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1937) p. 84-85, ill. 155; A. Welters, De Lieve Vrouwkes van Limburg (Maastricht/Vroenhoven: E. van Aelst, 1941; 2e dr.) p. 37-42; G. Lemmens, Maria in Limburg. De legendenkrans voor Maria (Maastricht: Veldeke, 1947) p. 147-149; [foto beeld in aankondiging boek Verwoerd], in: Credo, diocesaan weekblad voor het bisdom Roermond 6 (14 mei 1954) p. 77; C. Verwoerd, Een oude bedevaartplaats van "Die bedroeffde Moeder" Thans parochiekerk van O.L. Vrouw van VII Smarten te Panningen (L.) (Roermond 1954); 'Panningen weldra 125 jaar parochie', in: Midden-Limburg, 6, 13 en 20 augustus 1955; 'Lichtprocessie in Panningen', in: Midden-Limburg, 13 augustus 1955; J. Belonje, 'Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Limburg', in: Publications S.H.A. Limbourg 96-97 (1960-1961) p. 231; S. Frencken, 'Legende van twieë eus, die goo werke deeë', in: Veldeke 39 (1964) p. 93-94; P. Polman, Katholiek Nederland in de achttiende eeuw, dl. 3 (Hilversum: P. Brand, 1968) p. 169, 177; H. Oomen, C. Verwoerd & F. van der Steen, Helden als gemeenschap in vroeger eeuwen (Helden-Panningen 1974) p. 89-107; Max de Bruin e.a., Mosalect (Heerlen 1976) p. 61-62, naar Frencken (1964); Gerard Lemmens & Leo Herberghs, Maria in Limburg. Sprakeloze vertellingen (Maasbree: C. Zelen, 1978) p. 147-149, naar Lemmens (1947); H. Smeets, Honderdvijftig jaar bestaan Parochie Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten te Panningen (Panningen: kerkbestuur, 1980) p. 19, 27; J.W.A. Fleuren, 'De stichting van de kapel van O.L. Vrouw te Helden-Panningen', in: De Maasgouw 104 (1985) k. 90-100; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) p. 35, nr. 81, p. 72, nr. 270, p. 79, nr. 304; Sef Derkx, Pelgrimstochten. Bedevaarten vanaf de middeleeuwen (Venlo: Goltziusmuseum, 1986) p. 13; H. Crompvoets & J. Pouls ed., Meijel in de jaren vijftig (Meijel: heemkundevereniging Medelo, 1989) p. 27; Marc Wingens, Over de grens. De bedevaart van katholieke Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw (Nijmegen: Sun, 1994) p. 177, 203; Herman Andriessen e.a., Kapellen onderweg. Hedendaagse spiritualiteit in Limburgse Maria-legenden (Baarn: Gooi & Sticht, 1996) p. 77-81; J.W.A. Fleuren, 'Van kerspel tot heerlijkheid Helden', in: F. van der Steen e.a., Bestuur en bevolking van Helden door de eeuwen heen (Helden: gemeente Helden, 1998) p. 27-29; Volmer Delhey & Antoine Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 20-21.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Panningen; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland: dossier Helden, parochie O.L. Vrouw van Zeven Smarten; mondelinge informatie van de kerkvoogd/voorzitter van het kerkbestuur de heer A. Smits in 1998.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<