HomeDatabankenBedevaarten

Oud Gastel, H. Quirinus van Neuss

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Quirinus van Neuss
Datum: Onbekend
Periode: 15e eeuw - begin 179e eeuw
Locatie: St. Quirinuskapel en -put
Adres: -
Gemeente: Halderberge
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: Breda
Samenvatting: De Gastelse Quirinusput- en kapel schijnen sinds de 15e eeuw een aantrekkingskracht te hebben uitgeoefend op personen die voor genezing de heilige aanriepen en het Quirinuswater gebruikten. Mondelinge bronnen spreken van een dergelijke bedevaartpraxis in de 19e eeuw.
Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De stichting van de St. Laurentius- of O.L. Vrouweparochie van Gastel wordt rond 1270 gesitueerd.
- De Quirinuskapel wordt voor het eerst genoemd in een post in een domeinrekening van 1478 waarin de heer van Bergen op Zoom een betaling doet aan Janne van Steenwinckel in verband met werkzaamheden aan het gebouwtje. Afgaande op de formulering lijkt er een (bezits-)relatie met de heren van Bergen op Zoom te hebben bestaan. Gronden nabij de kapel waren in bezit van de Bernardusabdij te Bornem (B). In 1740 wordt de kapel nog eenmaal vermeld; enige tijd later is zij gesloopt.
- Binnen het Markiezaat van Bergen op Zoom lagen drie Quirinusputten: in ⟶ Halsteren, Wouw en, ten noorden van Roosendaal, bij Gastel. De put in de buurt van het dorp Gastel was gelegen bij de gelijknamige kapel in de buurt van het gehucht Kuivezand (tussen Oud Gastel en Oudenbosch) aan de weg naar Zegge. De 'put' had de verschijningsvorm van een 'weeltje' of poel. Mogelijk herinnert de Vijverstraat nog aan de poel die met zekerheid tot 1930 heeft bestaan.
Cultusobject - Quirinus van Neuss (30 maart), volgens de legende een Romeinse tribuun, is omstreeks het jaar 130 de marteldood gestorven. Volgens de legende kreeg hij de opdracht om paus Alexander I te arresteren, maar in plaats daarvan liet hij zich bekeren.Van oudsher geldt Quirinus als beschermer tegen allerlei keel- en kropziekten, dit omdat zijn dochter Balbina op zijn verzoek door paus Alexander van een keelgezwel werd bevrijd. Quirinus wordt ook aangeroepen tegen pokken, open zweren en het Quirinuseuvel, een soort fistel. Zijn verering begon in de 11e eeuw vanuit het Rijnland (Neuss). Als een van de zogenaamde 'Vier Heilige Maarschalken', werd hij aangeroepen bij grote rampen, zoals de pest.
- De put had een sacrale betekenis en fungeerde als zodanig als object van verering. Of er als cultusobject ooit een Quirinusbeeld in de kapel heeft gestaan, is niet bekend.
Verering - Over een eventuele bedevaartpraxis naar de put en de kapel gedurende de middeleeuwen bestaan geen eigentijdse bronnen. Na het in onbruik en vervolgens vervallen raken van de kapel aan het einde van de 16e eeuw, is 'naar verluidt' de waterbron nog geruime tijd in gebruik gebleven bij mensen uit de omgeving die er het Quirinuswater bleven putten tegen allerlei kwalen.
- Een dergelijke devotiepraktijk is uit mondelinge getuigenissen door Krüger opgetekend met betrekking tot de eerste helft van de 19e eeuw. Hij had van oude lieden vernomen dat in vroeger jaren 'velen van heinde en verre water kwamen scheppen, om van gezwellen en zweren genezen te worden'.

Bronnen en literatuur Archivalia: In de oudst aanwezige rekeningen (1695-1716) van het parochiearchief van Oud Gastel (Zevenbergen, regionaal archief West-Brabant) is tevergeefs naar reminiscenties aan de Quirinusverering gezocht.
Literatuur: J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het bisdom van Breda, dl. 3 (Roosendaal: Van Leeuwen, 1876) p. 376; J.W.A. Gommers, 'Folkloristische kalender voor westelijk Noord-Brabant', in: Sinte Geertruydtsbronne 7 (1930) p. 17-18, kapel in 1740 en put in 1930; Jacques R.W. Sinninghe, 'Brabants heilige putten', in: Brabants heem 2 (1950) p. 58, naar Krüger en Gommers; A. Delahaye e.a., Gastel land van abten en markiezen. Gedenkboek bij gelegenheid van het 700-jarig bestaan van de gemeente Oud en Nieuw Gastel (Oud en Nieuw Gastel: gemeentebestuur, 1975) p. 151-155, over de Quirinuskapel; K.A.H.W. Leenders, Van Turnhoutervoorde tot Strienemond. Ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van het noordwesten van het Maas-Schelde-Demergebied (400-1350) (Zutphen: Walburg Pers, 1996) p. 236-238, over allodia in Gastel, 295-296, over de parochiestichting.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Oud Gastel; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<