Donk, H. Leonardus (Leendert)

Cultusobject: H. Leonardus (Leendert)
Datum: 28 juli (Donkse kerkwijding); 6 november (St. Leonardus); dinsdagen en vrijdagen; gehele jaar
Periode: 15e eeuw (?) - 1754
Locatie: St. Leendertkapel; schuurkerk
Adres: -
Gemeente: Laarbeek
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: In de 17e en 18e eeuw bestond in Donk een levendige devotie voor St. Leonardus. Deze verering werd in de 18e eeuw sterk gestimuleerd door de pastoors van de parochie Beek en Donk. Pelgrims op weg naar het bedevaartoord Handel deden vaak Donk aan.
Auteur: Henk Roosenboom
Illustraties:
Topografie - De verering van de heilige Leonardus in Donk vond oorspronkelijk plaats in de Leonarduskapel die in 1422 werd gesticht door Gooswijn Model van der Donck, schepen van 's-Hertogenbosch. Gooswijn stichtte deze kapel op zijn eigen grond, het landgoed 'Ter Donck' tegenover of vlakbij het adellijk huis dat hij daar bezat. De kapel werd gewijd aan de H. Maagd Maria, de martelaren Leonardus en Rumoldus alsmede de belijders Antonius en Eligius. Leonardus was na Maria de eerste patroon van de kapel. Na de Vrede van Munster (1648) mocht de kapel niet meer gebruikt worden. Zij raakte vervallen en werd uiteindelijk gesloopt. Wanneer dit gebeurde is echter niet overgeleverd. Nog in 1671 klaagden de gereformeerde predikanten van Peelland over bedevaarten naar 'de Donckse capelle', een formulering die er op kan duiden dat in dat jaar de oorspronkelijke kapel nog gebruikt werd. In de 18e eeuw was de devotie voor Leonardus evenwel geconcentreerd in de Donkse schuurkerk, waarvan de exacte ligging niet bekend is.
- De huidige St. Leonarduskerk in Donk is in de jaren 1896-1897 gebouwd naar een ontwerp van architect C. Franssen.
Cultusobject - De H. Leonardus, ook wel St. Leendert genoemd, werd geboren omstreeks 495 in de omgeving van Orléans uit een adellijke Frankische familie. Aanvankelijk een hoveling aan het Frankische hof, werd hij later kluizenaar in de buurt van Limoges. Van koning Theoderik ontving hij het voorrecht gevangenen te mogen bevrijden, waar hij dat nuttig en nodig vond. Daarnaast stond hij bekend als helper van kraamvrouwen omdat hij koningin Wisigardis eens had geassisteerd bij een bevalling.
St. Leonardus werd in Donk vereerd als genezer van beenziekten, reumatiek, jicht en lamheid.
- Mogelijk waren er relieken van de heilige aanwezig.
- In de 18e eeuw stond in de schuurkerk een beeld van de heilige met 'twee eyseren bresiletten [armbanden]' aan de armen, 'welke de patienten aen haere handen etc. steeken, kruypende ook rontom deselve'. Op hoogtijdagen, zoals op de feestdag van St. Leonardus en op de dag van de kerkwijding ('Donckse Wijing'), werd het beeld rijk versierd en met kleding omhangen.
Verering - In 1632 noemde de norbertijner prelaat en pastoor van Mierlo, Augustinus Wichmans, de kapel 'vermaard door wonderen en bezocht door een grote toeloop van pelgrims'. Hoewel na de Vrede van Munster de kapel officieel niet meer gebruikt mocht worden, bleef de verering doorgaan. In 1671 klaagden de gereformeerde predikanten er over dat 'jaerlijcx [...] eene groote beedevaert van duysende van menschen wert gehouden, koopende ende verkoopende op den dach des Heeren met publijcke kramen, in welcke capelle seer overvloedich wort geoffert tot behoeff van den paep'. In 1699 protesteerde de classis Peel- en Kempenland bij de Staten-Generaal tegen de nog steeds plaatsvindende St. Leonardusbedevaarten.
In 1643 waren twee leden van het St. Leonardusgilde ook kapelmeester van de Leonarduskapel.
- Ook in de 18e eeuw gingen de bedevaarten gewoon door. In een vijftal wonderverslagen uit het naburige Mariaoord ? Handel uit de jaren 1690-1727 blijkt dat de pelgrims die in Handel genezing hadden gevonden, eerder bij St. Leendert in Donk op bezoek waren geweest. Deze pelgrims kwamen uit de dorpen op geringe afstand van Beek en Donk: Schijndel, Gerwen en Mierlo.
- Met name pastoor Johannes Baptist Martens (1732-1751) van Beek en Donk stimuleerde de verering sterk. Volgens een aantal inwoners van Beek, waarmee Donk een parochie vormde, deed de pastoor bijna geen dienst meer in Beek, maar praktisch alleen in Donk bij St. Leendert, waar 'door veele jaaren menigten van bedevaartsluyden' kwamen om verlost te worden van 'siektens, pijn in 't hoofd, aan armen en beenen'. Daartoe had het beeld 'twee eyseren bresiletten' aan zijn armen hangen, waarin de pelgrims hun handen staken. Daarna werden ze door de pastoor 'overleesen' (het uitspreken van een bezwerend gebed) en offerden ze geld, koren, boekweit of eieren. Uiteraard bleef deze devotiepraktijk niet verborgen voor de autoriteiten. Bovendien kwamen er protesten van gereformeerde zijde tegen deze 'paapse stoutigheden' die leidden tot een sluiting van de Donkse schuurkerk in 1735. Vier jaar later bepaalde de Raad van State evenwel dat de kerk weer in gebruik genomen mocht worden, maar verbood tegelijkertijd 'aldaer eenige superstitieuze devotiën van bedevaerten of anderssints te plegen'. Desondanks bleven de bedevaartgangers komen. Zo blijkt uit een drietal verklaringen uit 1746 dat nog altijd veel pelgrims op weg naar ⟶ Handel (O.L. Vrouw) ook St. Leendert aandeden, vooral op dinsdag en vrijdag.
- In 1751 werd pastoor Martens opgevolgd door Wilhelmus Beekmans, die eveneens de Leendertdevotie zeer stimuleerde, zodat het aantal bedevaartgangers nog meer toenam. Met name op 28 juli (de dag van de 'Donkse Wijing') en 6 november (het feest van de heilige Leonardus) kwamen 'groote meenigten' naar Donk en was er 'een groot concours van personen'. Op andere dagen kwamen gemiddeld zo'n 12 tot 15 bedevaartgangers, die veelal 's avonds in Donk arriveerden. Ze overnachtten vervolgens in een herberg naast de schuurkerk en konden dan de volgende ochtend voor de dienst de kerk in voor devotie. Na de mis gaf de pastoor hun de zegen, waarbij volgens een ooggetuige veel werd geofferd: 'geen duiten, maar groot geld'. Behalve het beeld van Leonardus werden ook relieken vereerd.
- Deze gang van zaken was volstrekt in strijd met de resolutie van de Raad van State uit 1739. Op 26 augustus 1754 werd dan ook, na lang aandringen van drossaard Gijsbert de Jong van Beek en Donk, de Donkse schuurkerk opnieuw, en nu definitief, op last van de advocaat-fiscaal van de Raad van Brabant gesloten (vgl. ⟶ Boerdonk, Cornelius). Pogingen van de pastoor en enkele ingezetenen van Donk bij de Staten-Generaal om de kerk weer geopend te krijgen, mislukten. Opvallend is dat deze pogingen geen steun kregen van de inwoners van Beek, waarmee Donk een parochie vormde. Als inwoners van het hoofddorp voelden zij zich tekort gedaan door de overwegende aandacht van de pastoor voor Donk, waar de schuurkerk stond. De Bekenaren keken bovendien met scheve ogen naar de welvaart die Donk aan de bedevaart ontleende.
- Op 4 oktober 1757 beslisten de Staten-Generaal dat de schuurkerk dicht bleef en dat het beeld van St. Leendert uit de kerk moest worden verwijderd en vernietigd. Of dit het definieve einde van de bedevaart betekende, is niet bekend. Omstreeks 1900 bestond er tenminste lokaal nog enige verering voor Leonardus, blijkens een loflied op deze heilige dat in 1900 kerkelijk is goedgekeurd.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- 1 Vouwblaadje 'Loflied ter eere van den H. Leonardus, Patroon der Parochiekerk van Donk' (12 x 7,5 cm; Helmond: J. De Reijdt; impr. J.H. Selten, Haaren 3 nov. 1900; 4 p.), coll. D. Gooren; 2 prentje van het Leonardusgilde met een afbeelding van de heilige en van de voormalige kapel (ca. 13,5 x 7 cm; ca. 1990?).

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief van de Raad van Brabant, nr. 515 en 535. Inv. nr. 515 bevat stukken over de sluiting van de schuurkerk in 1754, inv. nr. 535 onder meer stukken betreffende de gebeurtenissen in 1735 en 1739, 1746-1748 en aantekeningen en getuigenverklaringen uit de periode 1754-1755; collectie Rijksarchief in Noord-Brabant, inv. nr. 93 en 95, resoluties van de Staten-Generaal, 16-10-1755, 22-3-1756, 20-4-1756, 24-8-1757, 4-10-1757.
Tekstedities:A. Sasse van Ysselt, 'De uitoefening van de katholieke godsdienst in de stad en Meierij van 's-Hertogenbosch in 1671', in Taxandria 45 (1938) p. 115.
Literatuur: Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: Ioannes Cnobbaert, 1632) p. 457; J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom 's-Hertogenbosch etc., dl. 3 ('s-Hertogenbosch: J.F. Demelinne, 1843) p. 319-320; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, dl. 3 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1872) p. 203-204; L.v.M., 'Stichting der kapel op de Donk bij Helmond', in: Taxandria 15 (1908) p. 171-173; J.A. Jolles, De schuttersgilden en schutterijen van Noord-Brabant. Overzicht van hetgeen nog bestaat, dl. 1 ('s-Hertogenbosch: Provinciaal Genootschap, 1933) p. 45-46, St. Leonardusgilde; W.H.Th. Knippenberg, 'Oude kapellen in Noord-Brabant', in: Brabants Heem 15 (1963) p. 12-18; W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 82-83; H.Th.M. Roosenboom, 'Achttiende-eeuwse kerksluitingen in Noord-Brabant', in: Brabants heem 35 (1983) p. 186-188; H.Th.M. Roosenboom, 'Beek en Donk als bedevaartcentrum in de achttiende eeuw. Achtergronden bij de sluiting van de Sint Leendertschuurkerk te Donk in 1754', in: Brabants heem 36 (1984) p. 101-111; Marc Wingens, Over de grens. De bedevaart van katholieke Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw (Nijmegen: Sun, 1994) p. 196-197.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Donk.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<