Oost-Souburg, O.L. Vrouw van den Toren

Cultusobject: O.L. Vrouw van den Toren
Datum: Onbekend
Periode: 14e/15e eeuw (?) - 1566
Locatie: Parochie van O.L. Vrouw (thans N.H.)
Adres: Oranjeplein 8, 4388 AH Oost-Souburg - tel.: 01184-63144
Gemeente: Vlissingen
Provincie: Zeeland
Bisdom: Breda
Samenvatting: Hoogstwaarschijnlijk was Oost-Souburg de eerste plaats op Walcheren met een aan Maria gewijde kerk. Over een eventuele verering van de H. Maagd voor 1400 is nagenoeg niets bekend. In de 15e en 16e eeuw was het object van devotie een stenen Mariabeeld dat in een nis in de gevel van de toren was geplaatst. Het stond in de volksmond bekend als O.L. Vrouw van den Toren.
Auteur: Huub de Jonge
Illustraties:
Topografie - De voormalige parochie Oost-Souburg was een afsplitsing van de parochie West-Souburg, een van de vijf moederparochies van Walcheren (de andere waren Westmonster en Noordmonster te Middelburg, Westkapelle en Oostkapelle). Als stichtingsdatum van de nieuwe kerk wordt 1250 aangehouden. Uit een bisschoppelijk charter uit 1247 blijkt dat het dorp al voor die tijd een kerk of kapel bezat. De ligging daarvan is onbekend. De nieuwe kerk, die Maria als patrones kreeg, werd ten noorden van de uit de tweede helft van de 9e eeuw daterende burg (Souburg is een verbastering van Zuidburg) gebouwd. De kerk bezat na verloop van tijd twee kapellen, een gewijd aan St. Nicolaas en een aan Maria. De laatste was in 1346 gesticht.
- Het huidige N.H. kerkgebouw bestaat uit een 14e-eeuwse toren en een 15e-eeuws schip.
Cultusobject - In de toren zat vroeger een nis waarin het vereerde stenen beeld van Maria, O.L. Vrouw van den Toren, stond. De nis is tijdens het herstel van de kerk na de beeldenstorm dichtgemetseld.
Verering - Hoewel Oost-Souburg eeuwenlang een bedevaartplaats van betekenis is geweest, zijn er weinig details over de Mariaverering bewaard gebleven. In de 15e eeuw, en waarschijnlijk al eerder, kwamen pelgrims uit het hele land en baden ze bij het beeld dat 'heette wonderen te doen' vooral om genezing van ziekten. Volgens Kronenburg (1909) werd het beeld van O.L. Vrouw van den Toren al spoedig wijd en zijd beroemd: 'tal van pelgrims trokken er heen, en door vele wonderen toonde Maria, hoe welgevallig die vereering haar was'. In 1466 schonk Adriaan van Borselen, heer van Brigdamme, Duiveland en andere heerlijkheden, bij testament jaarlijks 20 nobels aan de parochie om ter ere van O.L. Vrouw van den Toren voor altijd een lamp te laten branden. In 1566 brachten beeldenstormers onder aanvoering van de plaatselijke schout Adriaan de Deckere en zijn vrouw Petronella Pieters van Turnhout ernstige vernielingen in de kerk aan. Ze haalden ook het beeld van Maria naar beneden en sloegen het in stukken. In 1569 veroordeelde een Spaansgezinde rechtbank in Middelburg het echtpaar hiervoor tot de strop. Hun dienstmeisje, dat zich ook niet onbetuigd had gelaten, werd een jaar eerder veroordeeld tot het in lijnwaad meelopen in de eerstvolgende processie en het offeren van een penning en kaars aan O.L. Vrouw van den Polder (⟶ Middelburg).
- In 1575 ging de kerk over in protestantse handen en kwam er definitief een eind aan de bedevaartpraktijken in Oost-Souburg. Van Heussen vermeldt nog, in zijn Oudheden en gestichten van Zeeland (1722): 'In deze kerk wierd O.L. Vrouw van ouds zeer hoogstatelijk geviert, en haar beeld stond in den tooren uytgehouwen'.
- In het dorp herinnert niets meer aan de vroegere Mariaverering, of het moeten de straatnamen zijn waarmee de veroordeelde beeldenstormers zijn bedacht (De Deckerestraat en Van Turnhoutstraat).

Bronnen en literatuur Archivalia: Middelburg, Rijksarchief in Zeeland: archief O.L. Vrouw Abdij (1147-1574) inv. nr. 27; collectie Zelandia Illustrata en collectie Cornelissen.
Literatuur: H.F. van Heussen, Oudheden en gestichten van Zeeland, dl. 1 (Leiden: Christiaan Vermey, 1722) p. 241-249; Jacob Marcus, Sententien en indagingen van den Hertog van Alba, uitgesproken en geslagen in zynen bloedraedt [...] van den jaere 1567 tot 1572 (Amsterdam: Hendrik Vieroor, 1735) p. 360-362; Antonius Matthaeus, Veteris aevi analecta, seu, vetera monumenta hactenus nondum visa, dl. 2 ('s-Gravenhage: Gerardus Block, 1738) p. 291; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 10 (Gorinchem: Jacobus Noorduyn, 1847) p. 584-585; De gemeente Oost-en West-Souburg. Eene statische bijdrage tot de plaatsbeschrijving van Zeeland (Middelburg: J.C. & W Altorffer, 1860); J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, 8 dln. (Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1904-1914) dl. 1 p. 340, dl. 4, p. 404-405, dl. 5, 482-483, dl. 6, p. 38, 424-425; L. van Wallenburg, 'Mariaverering in Zeeland', in: De hoeksteen 3 (1974) nr. 1, p. 9-14; J. A.M. Tabbers, De hervormde gemeente van Oost-Souburg (1583-1983) (Vlissingen: ADZ, 1983); A.M.J. Schutijser, De Lieve Vrouwtjes van Zeeland (Koudekerke: Schutijser, 1988) p. 75-80; P.S.J. Beekhof-Koole, 'Over pelgrimstochten en oude Zeeuwse Maria-oorden', in: Bulletin Stichting Oude Zeeuwse Kerken (1989) 22/23, p. 4-12; G.J. Lepoeter, 'De Ned. Herv. Kerk te Oost-Souburg', in: Bulletin Stichting Oude Zeeuwse Kerken 24 (1990) p. 3-15.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Oost-Souburg

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<