Ommel, O.L. Vrouw, O.L. Vrouw Toevlucht in elke Nood

Cultusobject: O.L. Vrouw, O.L. Vrouw Toevlucht in elke Nood
Datum: Mei; 15 augustus; gehele jaar
Periode: Ca. 1450 - 1699 / 1796 - heden
Locatie: Parochiekerk van O.L. Vrouw Presentatie
Adres: Marialaan 35, 5724 AB Ommel
Gemeente: Asten
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: De cultus rond het Mariabeeld in Ommel is waarschijnlijk omstreeks 1400 ontstaan. Vanaf het begin van de verering zouden dankzij O.L. Vrouw van Ommel tal van wonderen zijn geschied. Het beeld heeft sinds de 15e eeuw een aantrekkingskracht gehad op grote aantallen bedevaartgangers, onder anderen afkomstig uit Duitsland en België. Na 1699 blijkt niets meer van openbare godsdienstoefeningen, processies of ommegangen in Ommel. Waarschijnlijk werden zij na klachten van de classis in 1698 door de Staten-Generaal verboden. In 1722 kwam de Mariakapel in handen van de hervormden. Het Mariabeeld verbleef in de periode 1732-1839 in het Limburgse Nunhem. In 1796 kregen de katholieken de Mariakapel terug, waarna Maria voor de bouwvallige kapel werd vereerd. Het in 1813 teruggekeerde beeld werd in 1840 in de herbouwde kapel geplaatst, waarna de bedevaarten naar Ommel weer op gang kwamen. Tegenwoordig worden in de maand mei tussen de 55.000 en 60.000 hosties uitgereikt aan bezoekers die Maria komen vereren.
Auteur: Marcel Portegies & Toine Maas
Illustraties:
Topografie - In 1444 werd een altaar, gewijd aan O.L. Vrouw, gesticht in de nieuwe Mariakapel (ca. 1440) van Ommel. In deze kapel werd wekelijks op dinsdag en donderdag een mis opgedragen. De kapel herbergde het miraculeuze Mariabeeld, dat volgens een 17e-eeuwse legende voordien op dezelfde plaats op een paal van een afrastering zou hebben gestaan.
- Nauw verweven met de verering van O.L. Vrouw in Ommel is het klooster Mariaschoot. De franciscanessen die zich vanuit Hoogstraten (B) in dit in 1539 gestichte convent vestigden, hadden sinds het bisschoppelijk decreet van 27 november 1598 het bestuur over de O.L. Vrouwekapel. Voordien berustte het bestuur bij de inwoners van Ommel. Nadat de nonnen in november 1731 door de schout uit hun klooster waren gezet, verhuisden zij, met meeneming van het beeld, in januari 1732 van Ommel naar Neer. Via Nunhem kwamen de zusters met het beeld in maart 1798 in Haelen terecht. Daar besloten de laatste twee nonnen dat het Mariabeeld weer naar Ommel moest worden overgebracht. Bij hun vertrek uit Ommel in 1732 hadden de nonnen dit namelijk schriftelijk beloofd. Het beeld werd omstreeks 1813 afgehaald en in de parochiekerk van Asten geplaatst, omdat de kapel van Ommel te bouwvallig was geworden.
In 1922 werden de laatste resten van het voormalige nonnenklooster te Ommel door een brand verwoest.
- Op 5 maart 1840 werd het beeld weer in de inmiddels herbouwde kapel gezet, die op 1 maart 1843 door pastoor B. Kemps van Asten werd gewijd. Op 10 november 1882 werd de kapel tot parochiekerk verheven. In 1897 werd de Mariakapel verbouwd tot parochiekerk.
- Tegenover de kerk werd in 1913 het processiepark 'Mariaoord' aangelegd. In dit park werden in 1914 een beeld van de Moeder der Smarten en beeldengroepen van de geschiedenis van het Mariabeeld geplaatst. Rondom het terrein werden kruiswegstaties in stenen nissen gemetseld. In 1934 werd in Mariaoord een Lour-desgrot gebouwd. Boven deze grot werden in dat jaar beelden van Maria Onbevlekt Ontvangen en van de H. Bernadette geplaatst. In dat jaar werd ook een nieuw kruis met een wit-metalen corpus op de calvarie geplaatst. Voor het kruis staat een offerblok met het opschrift: 'Gij pelgrims die dit oord betreedt; Wie gij ook zijt en hoe gij heet; Gij allen vroom van zinnen; Blijft steeds Maria minnen; En geeft uw gift met milde hand; Zo blijft Mariaoord in stand'. Het processiepark is anno 1998 nog min of meer intact. De bedevaartmis in Mariaoord wordt tegenwoordig onder een speciale houten luifel gehouden.
Een ring van zes stenen nissen uit circa 1925 (J. Custers, Eindhoven) geeft de geschiedenis van O.L. Vrouw van Ommel weer: 1 'Vinding van 't Genadebeeld door Ommels bevolking'; 2 'Jan van Haven op zee belooft te Ommel een kerk te bouwen'; 3 'Maria van Ghoor biddende voor 't kruisbeeld'; 4 'Maria Troosteres in elken nood geneest de kranken'; 5 'Vlucht der zusters met het beeldjen in 1732'; 6 'Herstel van 't beeldjen op den troon in 1840'.
- Tijdens de bevrijding in september 1944 werd de kerk zo zwaar beschadigd dat deze moest worden afgebroken. Het Mariabeeld verhuisde daarom naar het als noodkerk ingerichte magazijn van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond. In 1962 werd het van de noodkerk naar de nieuwe, moderne parochiekerk (architect J. Geenen) overgebracht.
- Ongeveer halverwege Asten en Ommel ligt langs de weg een kleine heuvel waarop vroeger drie linden stonden. Anno 1998 stond er een linde die een aantal jaren daarvoor ter herinnering was geplant. Volgens de overlevering zou het Mariabeeldje onder de linden hebben gerust, toen het tot driemaal toe van Asten naar Ommel terugkeerde (zie Verering, Legenden). De linde die er nu staat wordt 'de keskensboom' genoemd. Deze boom was in 1998 voorzien van het opschrift 'Keskesboom' met erboven een stenen Mariabeeld naar het voorbeeld van het cultusbeeld. Volgens weer een andere legende zou het Mariabeeld in een kastje hebben gestaan dat aan een voorganger van deze boom was bevestigd. Dominee Hanewinkel schreef in 1798 dat vereerders vaak onder deze boom baden en er op de knieën omheen kropen.
- Schuin tegenover de kerk, in de Dionysiusstraat, staat een wegkapelletje met in een nis een Mariabeeld. Boven de nis staan in smeedwerk de woorden 'Ons moeder'. De kapel is uit dank opgericht omstreeks 1945.
Cultusobject - Het ivoren Mariabeeld is 24 centimeter hoog en 5 millimeter dik. De achterkant van het beeld is geheel onbewerkt. Maria zit op een vijfhoekige troon; op haar rechterknie draagt zij Jezus, die zegenend de hand opheft. In de linkerhand houdt zij een appel. In rechte plooien daalt het kleed van de schouders tot op de voeten. Moeder en kind zien strak voor zich uit.
- Waarschijnlijk is het beeld in Byzantium of onder Byzantijnse invloed (in het productiecentrum van ivoren kunstvoorwerpen Keulen?) gesneden. De kunsthistoricus W. Vogelsang dacht omstreeks 1960 dat het tussen 1150 en 1200 vervaardigd was. J. Leeuwenberg van het Rijksmuseum schatte in dezelfde tijd dat het beeld omstreeks het jaar 1000 was gemaakt. Mogelijk is het in de periode van de kruistochten vanuit het Midden-Oosten naar Brabant meegenomen, en heeft het oorspronkelijk de voorplaat van een handschrift gesierd. In latere tijd is de mantel van het beeld beschilderd met gotisch loofwerk en leliebloemen. Van de schildering zijn nu nog sporen over.
- In het midden van de 18e eeuw was Jezus geheel onder de mantel en het kleed van zijn moeder verscholen. Om deze kleren goed te laten vallen, werden het hoofdje en een handje van het kindje afgesneden. Later sneed men een houten kinderkopje en liet dat uit een opening van het opperkleed te voorschijn komen. Om de mantel nog breder te laten uithangen, liet men door een timmerman een houten blok snijden, ter hoogte en breedte van het beeldwerk, en werd daaraan het ivoren beeld met nagels vastgemaakt.
- In de nacht van 10 op 11 april 1847 werd de kast waarin het Mariabeeld stond opengebroken. Het beeld met 13 sieraden, waaronder de kroon en een gouden ketting van het kindje, werd gestolen. Het beeld werd in de vroege morgen van 11 april bij de Beekerloop, een beek tussen Ommel en Asten, teruggevonden. De rest van het gestolene bleef onvindbaar.
- In het begin van de 20e eeuw werd het beeld door P.J.H. Cuypers gerestaureerd. Het werd tegen een stenen plaat geplaatst die in Byzantijnse stijl was besneden. Drie vliegende engelen flankeerden aan weerszijden het beeld. Zij hielden een gordijn op boven de troon waarop het beeldje zit. Hieronder was koning David te zien. Tegenwoordig staat het beeldje links voorin de kerk in een modern metalen schrijn achter een glazen ruitje. De omlijsting en het deurtje van het schrijn zijn, evenals de plaat waartegen het beeld is geplaatst, versierd met stukjes glas en edelstenen.
- In de nacht van 9 op 10 maart 1985 werd het hoofd van het Mariabeeld afgebroken en, samen met diverse edelstenen, meegenomen. Na een oproep van pastoor H. Keunen in de streekpers, werden het hoofdje en de juwelen op 19 maart door een postbode bij de zusters terugbezorgd. Op de avond van diezelfde dag werd een plechtig danklof gehouden.
Verering Legenden
- De oudste geschreven legende over de oorsprong van de verering dateert uit 1541. Volgens deze legende werd het beeld na de vondst langs een weg in Ommel driemaal naar de kerk te Asten gebracht. Het Mariabeeld zou echter steeds meteen op eigen kracht weer naar de vindplaats zijn teruggegaan (vergelijk bijvoorbeeld ⟶ Meerveldhoven en ⟶ Oirschot, O.L. Vrouw). Later zou een schipper, Jan van der Haven, uit gelofte een kapel hebben gesticht voor O.L. Vrouw van Ommel nadat hij op zee door haar gered was.
- Sinds zij voor de eerste maal werd opgeschreven, heeft de legende talrijke versies gekend. Vaak voegde een auteur aspecten aan de overlevering toe. Andere auteurs veranderden iets aan de versie waarop zij zich baseerden. De eerste die de legende uit 1541 uitbreidde en er iets aan veranderde was de rector van het klooster Mariaschoot, Dierick van den Zeylberch. Volgens de rector (1612) stond het Mariabeeld bij de vondst op een 'Yndpost'. Waarschijnlijk zal hij hiermee een afsluitpaal van een hek hebben bedoeld. Nadat het beeld 's nachts voor de tweede keer van Asten naar Ommel was teruggegaan, zou het nog een laatste maal op het altaar in de Astense kerk gezet zijn. Hierna sloot de pastoor van Asten de kerk af en bewaarde de sleutels 's nachts onder zijn kussen. Toch stond het Mariabeeld de volgende ochtend, op tweede Paasdag, weer op de paal in Ommel. F.D. Mudzaert (eveneens in 1612) schreef dat het Mariabeeld op 'Een hecken oft Eynd Post' stond. Nadat de pastoor de kerk had afgesloten maar het beeld de volgende ochtend toch weer in Ommel stond, kwamen de 'nabueren' volgens Mudzaert tot de conclusie dat Maria op die plek vereerd wilde worden. Zij maakten een kastje op de paal en zetten het beeld hierin.
- De meest afwijkende versie van de legenden van 1541 en 1612 is tevens de meest recente. In 1994 schreef H. Beex dat het Mariabeeld gevonden werd op een hoekpaal van een damhek. De pastoor van Asten liet het beeld naar zijn kerk brengen, maar de volgende dag stond het weer op de hoekpaal. Hierop zette de pastoor het beeld 's avonds in het tabernakel en ging in de biechtstoel zitten kijken naar wie zou opdagen om het beeldje weg te halen. Toen het steeds later werd, kreeg hij slaap en besloot hij het beeld mee te nemen naar zijn slaapkamer. Maar toen hij het tabernakel open maakte, was het beeldje alweer terug naar zijn weipaal.
- In 1889 voegde de pastoor van Ommel, D. Koolen, een extra motief toe aan de legende. Toen de zusters van Mariaschoot in 1732 Ommel verlieten, bleef - aldus Koolen - volgens een overlevering de kar met het Mariabeeld en de rector van het klooster voor het laatste huis van het dorp staan. Hoe de voerman het paard ook aanspoorde en sloeg, de kar kwam niet meer in beweging. De nonnen vatten dit op als een teken van Maria dat zij in Ommel vereerd wilde worden. Vandaar dat de zusters beloofden dat wanneer de omstandigheden dit toelieten, zij het beeld naar Ommel zouden terugbrengen. Nauwelijks was de belofte gedaan, of het paard begon uit eigen beweging weer te trekken. Na 1889 volgden vrijwel alle auteurs de versie van Koolen.
- Minder bekend in Brabant is dat de legende ook in Limburg verder is verrijkt. Zo vermeldt Lemmens (in 1947) dat in 1813, toen het beeldje werd teruggebracht naar Brabant (Asten), het tot tweemaal toe op eigen kracht terugkeerde naar Nunhem, waar het 's morgens nog geheel vochtig van de dauw werd teruggevonden op de haag van de kloostertuin. Pas toen het voor een derde maal vanuit Ommel werd afgehaald, ditmaal in processie, bleef het in Brabant.

De bedevaart
- Direct nadat het Mariabeeld was gevonden zouden veel mensen het beeld hebben bezocht. Na de stichting van de kapel omstreeks 1440 zou de toeloop zo groot zijn geweest dat elke dag een mis in de kapel werd gehouden. Zaterdag, wanneer ook lieden van ver met karren naar het Mariabeeld reisden en missen bestelden, was de drukste dag. De bedevaartgangers kwamen alleen, in kleine of grote groepen of in processies. In ieder geval omstreeks 1541 werd het Mariabeeld iedere zaterdag in de kapel op een versierde plaats gezet. Dit werd gedaan vanwege de drukte op die dag. Iedereen kon het daar goed zien.
- Nauw betrokken bij de verering te Ommel waren de franciscanessen van Mariaschoot. Aan de stichteres, Mariken Joosten, dochter van Joost van den Ghoor, zou in een visioen (1539) zijn geopenbaard dat zij een klooster in Ommel moest oprichten om daar Maria te dienen.

De bedevaart in de 17e eeuw
- In 1598 kwam het beheer van de kapel in handen van de franciscanessen. Blijkbaar kweten zij zich goed van hun taak, want na zijn visitatie aan de kapel op 7 oktober 1608 noteerde bisschop Gijsbertus Masius dat hij alle altaren zo mooi versierd had aangetroffen dat deze zelfs een ongelovige tot godsdienstigheid zouden kunnen bewegen. De zusters werden vaak bijgestaan door (orde-)geestelijken. Zo assisteerden in 1617 jezuïeten uit Roermond, die onder meer de biecht afnamen. In 1679 assisteerden minderbroeders op de voornaamste mariale feestdagen.
- De verering kende in de 17e eeuw haar grootste bloei tijdens de eerste decennia; kort na 1629, toen de Meierij na de verovering van 's-Hertogenbosch door Frederik Hendrik werd bezet, liepen de bedevaarten sterk terug. Vanaf 1648, toen de Meierij bij de Vrede van Munster werd toegewezen aan de Nederlandse Republiek, waren bedevaarten officieel verboden.
- Een belangrijk motief voor de bedevaarten was het afsmeken van genezing. Het Mariabeeld kreeg de naam 'Troosteres in elke nood'. Dankzij het ingrijpen van O.L. Vrouw van Ommel werden in de periode 1556-1585 vier personen van hun kwaal genezen, tijdens of vlak na hun bedevaart. In de jaren 1597-1630 genazen maar liefst 117 pelgrims. De meeste genezingen betroffen breuken bij kinderen. Twee pelgrims genazen in 1625 en in 1630 thuis van hun ziekte nadat zij hadden beloofd op bedevaart naar Ommel te gaan. Een ander motief om naar Ommel op bedevaart te gaan, was het verkrijgen van aflaten. Hiervan was sprake in de periode 1624/25-1628. Toen trokken jaarlijks op 15 augustus, het feest van Maria Hemelvaart, ruim 1400 personen naar Ommel om de volle aflaat te verdienen die paus Urbanus bekrachtigd had.
- Vanwege de grote bezoekersaantallen ontstond vlakbij de Mariakapel een soort markt. Om deze profane activiteit tegen te gaan, verbood de kerkelijke overheid op 9 augustus 1618 om daags voor Maria Hemelvaart koopwaren uit te stallen. De oorsprongslegende waarin werd verteld dat het Mariabeeld na de overbrenging naar de kerk van Asten in de nacht van eerste op tweede Paasdag naar Ommel zou zijn teruggekeerd, was voor de pastoor van Asten aanleiding om jaarlijks op tweede Paasdag het beeld in processie naar de kerk van Asten te dragen en weer terug naar Ommel. Dit ritueel, dat de band tussen de kapel en de moederkerk symboliseerde, zien we ook in andere bedevaartplaatsen, zoals het Mariaoord ⟶ Handel. In 1632 wordt vermeld dat dit onder grote toeloop gebeurde.
- De uitstraling van de cultus was groot tijdens de laatste jaren van de 16e en de eerste decennia van de 17e eeuw. Volgens pastoor J. Bueckelius in 1614 kwamen in 1599 dagelijks veel pelgrims uit de Meierij van 's-Hertogenbosch naar het Mariabeeld in Ommel. Uit de 117 wonderen die tussen 1597 en 1632 zijn opgetekend, blijkt dat de aantrekkingskracht van Ommel het grootst was bij inwoners van Westfalen, met name uit het land van Geldern. Dit was vooral het geval tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), toen in Ommel en omgeving op het vlak van oorlogsvoering betrekkelijke rust heerste. Ook kwamen toen veel pelgrims uit de noordelijke helft van Limburg en de streek rond Ommel zelf. In tijden dat de pest heerste, trokken bedevaartgangers uit plaatsen als Helmond, Nederweert en Weert met 300 tot 500 personen tegelijk naar Ommel. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) verbleven ingezetenen uit Roermond, vergezeld door hun bisschop en magistraat, drie dagen in Ommel om Maria te danken voor het feit dat zij van de pest gevrijwaard waren gebleven. In 1628 schreef pater Van den Boomen over grote menigten pelgrims die vanuit Peelland, Holland, Kleef en de streek van Gulik naar Ommel kwamen. Bisschop Michael Ophovius kwam in 1630 driemaal naar het Mariabeeld en droeg aan het altaar een mis op. Omstreeks 1632 waren er dagen dat 5000 à 6000 pelgrims naar Ommel kwamen.
- Als gevolg van de Staatse bezetting in 1629 en het calvinistische bestuur dat de bedevaart vanaf 1648 verbood, namen de bedevaarten snel in omvang af, maar zij verdwenen vooralsnog niet. Nog in 1671 klaagden predikanten over druk bezochte bedevaarten in Ommel. Met name was dit het geval op de kapelwijdingsdag; in de 17e eeuw werd deze jaarlijkse herdenking gehouden op de zondag voor 15 augustus. Aanvankelijk hadden de klachten der predikanten weinig uitwerking; zo arriveerde bijvoorbeeld in 1674 nog een grote bedevaart uit Eindhoven en Helmond. Na 1699 blijkt echter niets meer van het houden van openbare godsdienstoefeningen, processies of ommegangen. Waarschijnlijk hebben de klachten van de classis van Peel- en Kempenland in april 1698 wel effect gehad.
- De verering kon nog zolang doorgang vinden omdat de beheerders van de cultus, de franciscanessen van Mariaschoot, in 1648 toestemming hadden gekregen om in hun klooster te blijven totdat de communiteit was uitgestorven. Omdat de nonnen nog enige tijd in het geheim novicen bleven aannemen, konden zij hun verblijf in Ommel geruime tijd rekken. In 1722 moesten de franciscanessen de zorg van de Mariakapel echter overdragen aan de hervormde onderwijzer van Asten; in 1731 verlieten de laatste nonnen het klooster om zich vervolgens in Nunhem in de Oostenrijkse Nederlanden te vestigen.

De bedevaart na de teruggave van de kapel in 1796
- Op 8 augustus 1796 kregen de katholieken de kapel terug. De kapel bleek toen ook zonder cultusbeeld nog altijd vereerders aan te trekken. Zo noteert dominee Hanewinkel (in 1798): 'Het domme volk zit hier thans geduurig voor die Kapel te knielen en te kruipen, prevelende intusschen eenige Pater-nosters en Ave-Maria's'. Volgens de predikant bezochten de vereerders ook een boom, 'keskensboom' genoemd, waarbij zij baden en waar zij op de knieën omheen kropen. Volgens een legende zou het beeld ooit in een kastje aan deze boom hebben gehangen. Deze boom stond ongeveer halverwege langs de weg van Asten naar Ommel op een kleine heuvel. Hanewinkel: 'elke Roomsche, die deze heiligen boom voorbijgaat, neemt zijn hoed eerbiedig voor denzelven af'. Nog omstreeks 1925 knielden soms pelgrims bij de 'keskensboom' om enkele weesgegroetjes te bidden. Anno 1998 staat op deze plaats een vervangende linde (zie Topografie).
- Na het herstel van de kapel en de terugkeer van het beeldje naar Ommel (1840) werden er weer bedetochten georganiseerd. De vicaris van 's-Hertogenbosch gelastte dat voortaan op vrijdag de mis in de kapel zou worden opgedragen.
- Volgens pastoor B. Kemps waren er ook in de jaren voor 1843 'wondervolle genezingen door de verering van Maria en de voorspraak van de H. Moeder Gods te Ommel' gebeurd. Na 1843 zouden ook nog gebedsverhoringen hebben plaatsgehad, onder meer in de jaren 1932 en 1933.
- Vanaf 1845 werden er processies uit Helmond en Asten georganiseerd, die op de tweede vrijdag in mei, al zingend en biddend en met medeneming van beelden en vaandels, naar Ommel trokken. Volgens pastoor D. Koolen (in 1889) nam de bedevaart naar Ommel voortdurend in omvang toe. Dagelijks bezochten pelgrims het Mariabeeld, vooral op vrijdag. Zeer druk was het tijdens Mariafeesten en gedurende de gehele meimaand. Nadat openbare processies in 1848 opnieuw verboden waren, beperkten processies zich tot het kerkgebouw. In 1889 werden er vanuit Lierop, Helmond, Heeze, Milheeze, Deurne en Leende bedevaarten naar Ommel georganiseerd. Ook vanuit Nunhem gingen in 1890 nog bedevaartgangers naar Ommel.
- Paus Leo XIII verleende in het jaar 1900 een volle aflaat aan iedere gelovige die in de kerk van Ommel biechtte, de communie ontving en bad voor de verbreiding van het geloof. Bovendien kon iedere gelovige die in deze kerk voor het Mariabeeld bad, eenmaal per dag een aflaat van 300 dagen verdienen.

De 20e eeuw
- Voor pelgrims uit bepaalde plaatsen was in de 20e eeuw een eigen bedevaartdag gereserveerd. De bedevaart vanuit Meijel kwam ieder jaar op 2 juli (O.L. Vrouw Visitatie). Sinds 1913 konden de bedevaartgroepen in processie door processiepark 'Mariaoord' trekken. Omstreeks 1917 en 1925 waren er, net als omstreeks 1632, dagen dat 5000 à 6000 pelgrims Ommel bezochten. Om de plechtigheden meer luister bij te zetten, vooral om de bedevaartgroepen in te halen en uitgeleide te doen, werd door pastoor P. van de Pas aan het begin van de 20e eeuw een fanfare opgericht. In 1932, bij de 50-jarige viering van Ommel als parochie, kreeg pastoor A. van Erven toestemming om in de meimaand en op 15 augustus vanwege de zeer grote belangstelling de mis in de openluchtmis te houden. Op 1 mei 1932 vond de eerste de openlucht in Mariaoord plaats. Zeer veel pelgrims woonden in dat jaar zowel de openluchtmis als de processie bij. In het volgende jaar, 1933, steeg het aantal pelgrims in de meimaand en op 15 augustus (Maria Hemelvaart) tot ongeveer 40.000.
- In het eerste deel van zijn vlak na de Tweede Wereldoorlog verschenen Mariahulde vertelt V. Schrijvers hoe hij, samen met een grote groep mannen, vrouwen en kinderen, tijdens het strijdgeweld in september 1944 was ondergedoken in een kelder van een klooster in Deurne. Gezamenlijk deden zij de gelofte om naar O.L. Vrouw in Ommel te pelgrimeren indien zij het er levend vanaf zouden brengen. Op een zondag in mei 1945 voldeden de keldergenoten aan hun gelofte.

Verval en herleving van de bedevaart
- De jaren zestig vormden, sinds de expansie die begon aan het einde van de 19e eeuw, een dieptepunt in de Mariaverering in Ommel. Vanaf het einde van de jaren zeventig nam het aantal pelgrims echter weer toe. In het begin van de jaren tachtig werden in de maand mei ongeveer 50.000 hosties uitgereikt aan deelnemers aan de missen die bij mooi weer nog steeds in de openlucht worden gehouden. In de tweede helft van de jaren tachtig groeide het aantal bedevaartgangers in mei naar 55.000 à 60.000. Dit aantal heeft zich in de jaren negentig gestabiliseerd. Per weekend (met vier eucharistievieringen op zondag en twee op zaterdag) zijn er in mei 8000 à 10.000 kerkgangers, terwijl de doordeweekse eucharistievieringen (twee per dag) door 300 tot 500 mensen worden bezocht. Deze laatste, doordeweekse groepen komen vooral in georganiseerd verband. Bij aankomst en vertrek wordt een (licht-)processie gehouden. Hoogtepunt van de viering in mei is de grote sacramentsprocessie (waarbij ook beelden en christelijke symbolen worden meegedragen), die op de derde zondag om 15.00 uur begint.
- De bedevaartgangers komen uit heel Nederland, vooral uit Noord-Brabant en het noorden van Limburg, maar ook uit België. De meeste deelnemers zijn vrouwen van de Katholieke Vrouwen Organisatie of het Nederlands Katholiek Vakverbond. Zij komen uit onder meer Budel, Weert en Helmond. Op Maria Hemelvaart (15 augustus) wordt aan vendelzwaaien gedaan.
- In de jaren negentig zijn de gebedsintenties van de bezoekers velerlei: geluk in het leven, genezing van ziekte, verzoening binnen het gezin of herstel van relaties, dankbaarheid na huwelijksjubilea, en betrekkelijk veel intenties voor agrarische bedrijven. Er worden nog altijd veel gebedsverhoringen gemeld; zo wist de pastoor, J. Even s.m.m., in 1994 te vertellen van een gezin dat uit dankbaarheid een verre voettocht naar Ommel had gemaakt nadat de moeder was genezen van kanker.
Materiële cultuur - Votiefgeschenken: in een oorkonde uit 1541 is sprake van ijzeren en wassen ex-voto's. Bijvoorbeeld 'ijser cleeren'. Hiermee zullen breukbanden en dergelijke bedoeld zijn. In ieder geval in 1612 en 1631 is er sprake van krukken, banden en andere zaken die de pelgrims naar de kapel brachten of daar lieten als dank voor hun beterschap. Sinds de bedevaarten naar Ommel omstreeks 1840 werden hervat, schonken bedevaartgangers zilveren ex-voto's in de vorm van harten, benen, armen, krukken en banden. Pelgrims schenken nog steeds ex-voto's. Anno 1998 hangen zo'n 150 oudere ex-voto's, bestaande uit zilveren lichaamsdelen en harten, rozenkransen en juwelen, in een kast nabij het miraculeuze beeld.
- Devotionalia: in de jaren negentig bestaat nog steeds het gebruik dat de georganiseerde bedevaartgangers soms een grote processiekaars meenemen. De bedevaartgangers kopen in Ommel vooral kaarsen en kaarslichtjes. Verder zijn er replica's van het genadebeeld, ronde aluminium medailles, prentjes met een moderne tekening van O.L. Vrouw van Ommel (1960) en ansichtkaarten van het schrijn te koop.
- Diversen: 1 in de kerk, boven de uitgang, hangt een laat-zestiende-eeuws schilderij met de redding door O.L. Vrouw van Ommel van de schipper Jan van der Haven, de legendarische stichter van de kapel; 2 deze legende was ook uitgebeeld op de buitenzijde van de kapel. In 1798 waren van deze schildering nog restanten te zien; 3 Jan van der Haven zou tevergeefs pogingen hebben ondernomen om het Mariabeeld te laten versieren. Het beeld duldde echter geen kleuren of vergulsel. Vandaar dat hij een ander Mariabeeld liet maken. Dit zette hij, kostbaar versierd, in een kast in de kapel. Aan het begin van de 16e eeuw stond in de kapel nog een beeld waarvan werd gezegd dat het door Van der Haven zou zijn geschonken; 4 eveneens in de eerste helft van de 16e eeuw hing in de kapel een bord met de tekst van de legende van het Mariabeeld; 5 in 1900 liet pastoor Koolen op twee zijaltaren vier schilderijen plaatsen die episodes uit de geschiedenis van het Mariabeeld uitbeeldden. Waarschijnlijk zijn deze in september 1944 verloren gegaan.

Devotioneel drukwerk
- Bedevaartboekjes: 1 in 1607 vervaardigde Th[eodoricus] van den Zeylberch, van 1569 tot 1623 rector van Mariaschoot, zijn Cort(e) verhael van die Myrakelen. Hierin werden 76 wonderen beschreven uit de periode 1556-1607. Van deze druk zijn geen bewaarde exemplaren bekend; 2 in 1612 verscheen hiervan een bijgewerkte herdruk: D[ierick] van den Zeylberch, Corte verhael van die Myrakelen die welcke in dese voorleden Jaeren / door die Intercessie ende voorbidden der heyligher maghet ende moeder godts Maria / zijn gheschiet inder Capellen van Omel / daer langhen tijt die memorie des selfs moeder Godts is gheweest / welcke Capelle is gheleghen in Brabant int quartier van Peelandt / onder die heerlijckheyt ende Prochie van Asten int Bisdom van t'Shertogenbossche ('s-Hertogenbosch: J. Scheffer, 1612; 80 p.). Aan de 76 mirakelen werden 34 wonderen toegevoegd. Voorwoord en besluit werden geschreven door pastoor H. van der Weyden; 3 een bijgewerkte versie van het boekje verscheen in 1631 toen Jacobus van den Boomen, rector van Mariaschoot van 1623 tot 1666, aan de uitgave van 1612 elf wonderen toevoegde: D. van den Zeylberch, Cort verhael van de Mirakelen / Die welcke in deze voorleden Jaeren / door die Intercessie ende voorbidden der h. Maghet ende Moeder Godts Maria zijn gheschiet inde capelle van Omel / daer langhen tijt die memorie der Moeder Godts is gheweest. Welcke Capelle is gheleghen in Brabandt in't quartier van Peelandt, onder die Heerlijckheyt ende Prochie van Asten in't Bischdom van 'Shertogenbossche (Antwerpen: Guilliam Verdussen, 1631) inleiding door C. van Aelst, voorwoord en besluit door H. van der Weyden, bijlage door A. Wichmans. De norbertijn Augustinus Wichmans was onder meer pastoor van het nabije Mierlo geweest; 4 de editie van 1631 is later meermalen herdrukt. In de nieuwe editie van 1843 werd een wonder weggelaten en werden twee nieuwe toegevoegd; het Nederlands is gemoderniseerd: Korte beschijving van de wonderen en mirakelen, welke in vroegere jaren door de afsmeeking en voorspraak der H. Maagd en Moeder Gods MARIA in de Kapel van Ommel geschied zijn, alwaar zeer lang de gedachtenis der Moeder Gods gehouden is op den huidigen dag nog gevierd wordt (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1843); coll. MRK Uden; 5 in 1889 werd het boek door pastoor Koolen geheel herzien: Onze Lieve Vrouw van Ommel onder Asten. Geschiedenis en Handboekje voor de Pelgrims (Tilburg: W. Bergmans, 1889; 236 p.; met kerkelijke goedkeuring; herziene herdr. Tilburg 1912). De latere processieboekjes van Ommel blijven echter min of meer steunen op de uitgave van 1631: 6 Gedenkboekje van het 500-jarig Jubelfeest ter eere van O.L. Vrouw van Ommel tevens bevattende feestgids en mededeelingen over Ommel en omstreken (Asten: Adr. M. Berkers-Kuypers, 1900); 7 F.M. Roeland, De madonna van Ommel (2e dr., Tilburg: P.J. Menne, z.j.); 8 brochure Laat de eeuwen spreken... (z.p. [Ca. 1930]; 4 p.) met foto's; 9 A. van Erven, Onze L. Vrouw van Ommel troosteres in elken nood. Geschiedenis, gebeden en gezangen (1e dr. 1934; 2e verm. dr., z.p. 1938; nihil obstat P. Raymundus o.m.cap., Helmond 5 april 1938); 10 [H. Keunen], Meimaand Ommel, Pelgrimsboekje (Veghel: R.K. Kerkbestuur parochie Ommel, 1986; 43 p.).
- Tegenwoordig gebruiken de bedevaartgangers tijdens de vieringen misboekjes die door de parochie zijn samengesteld. In deze boekjes staan liederen en een beknopte beschrijving van het wonderverhaal van het Mariabeeld. Bijvoorbeeld: Hartelijk welkom! Bij Uw Moeder Maria in Ommel. Onze eucharistieviering in de maand mei (ca. 1970).
- Devotieprentjes: 1 ingekleurd prentje (9 x 6,3 cm) met kopergravure van het cultusbeeld op een staak en daaromheen pelgrims en daaronder de tekst 'Ons Lyve Vrov van Ommel ora pro nobis', 17e eeuw, signatuur: Jacobus de Man le père. Antwerpen, Ruusbroecgenootschap; Breda's Museum; 2 ingekleurd prentje (6,5 x 4,5 cm) met kopergravure van het cultusbeeld waaronder 'Vera effigies B. Mariae in Ommel. Ora pro nobis' ('Ware afbeelding van de Zalige Maria te Ommel. Bid voor ons') en daaronder de tekst 'Melleus hic locus est. Mariano melle redundan. Ut bene sit proprio nomine, dictus. Omel' (woordspelling op de plaatsnaam Ommel, waar 'O mel' ('O honing') van wordt gemaakt); 2a gravure van Maria en kind beide in driehoekige mantels tussen opzij gehouden doeken, met rechtsonder de kapel en de tekst 'Het Lieve Vrouwebeeld van Ommel', begin 19e eeuw, coll. CSSR Roermond; 3 litho met overdruk in rood en goud (15 x 9 cm) met het aangeklede cultusbeeldje in een neogotisch schrijn en daaronder de tekst 'Mirakeleus beeld van O.L. Vrouw van Ommel'. Op de ommezijde een gebed met impr. van O.A. Spitzen (Groningen: Gasparie lith., [ca. 1889]). Coll. D. Gooren; Museum Catharijneconvent; 4 prentje (9 x 6 cm) met foto van het cultusbeeld en de tekst 'O.L. Vrouw van Ommel' en op de ommezijde een gebed (ca. 1925). Coll. D. Gooren; 5 prentje (10 x 7 cm) met foto van het cultusbeeld en de teksten 'O.L. Vrouw van Ommel', 'Byzantijns ivoren beeld van vóór 1400' met op de ommezijde een gebed (ca. 1930); 6 prent met een schildering van het cultusbeeld en de tekst 'O.L. Vrouw van Ommel bid voor ons' (ca. 1930); 7 bruine versie van de pentekening (12 x 8 cm) uit de Brabantse Lieve Vrouwenserie van E.v.A., nr. 98, met het cultusbeeld op een hek, signatuur 'J.H. 37' (ca. 1937). Coll. D. Gooren; Museum Catharijneconvent; 8 prentje (12 x 6,5 cm) met pentekening van het cultusbeeld, enkele scènes uit legenden en onderaan de verwoeste kerk met het onderschrift 'De bedevaartskerk na de oorlogsverwoesting 22 september 1944' (Asten: Schriks, [ca. 1945]). Op de achterzijde een korte geschiedenis en gebed; blauwe en bruine versie. Coll. D. Gooren; 9 prentje (9,5 x 6 cm) met pentekening van het cultusbeeld en op de ommezijde een korte geschiedenis en gebed (Asten: Schriks, [ca. 1950]). Coll. D. Gooren; 10 prentje (10,5 x 6 cm) met foto van het cultusbeeld en de tekst 'O.L. Vrouw van Ommel bid voor ons' (ca. 1950?). Coll. D. Gooren; 11 vouwblaadje (15 x 10 cm) 'Gebeden en gezangen ter ere van O.L. Vrouw van Ommel. Troosteres in elke nood' met een foto van het cultusbeeld op de voorzijde en op p. 3 het gebed bij de wijding van de processiekaars (Asten: Schriks, [ca. 1950]). Coll. D. Gooren.
- Bedevaartvaantjes: 1 Knippenberg (1980) en Van der Linden (1988) vermelden een vaantje uit de 18e eeuw; 2 vaantje (h. 35,8 cm, b. 59 cm) uit 1913 (Lith. Emm. Smeets; Weert 1913) met centraal een afbeelding van het beeld met de zes engelen en koning David en daaronder de tekst 'Troosteres in elken nood bid voor ons', daaromheen kleinere afbeeldingen (in kadertjes) van kerk en pastorie, miraculeus beeld, kerk van binnen, laan Mariaoord, statie kruisweg, genadeoord, pastorie, Molenzicht, en een vliegende engel, bovenaan: '1913. Mariaoord', onderaan over de breedte van het vaantje: 'Genadeoord Ommel sinds het jaar 1400'; 3 Knippenberg (1980) en Van der Linden (1988) vermelden voorts een vaantje uit 1942; 4 vaantje in veelkleurendruk (h. 31 cm, b. 40 cm; Asten: P.J. Schriks, z.j.) met van links naar rechts de tekst: 'Gedachtenis van O.L. Vrouw in allen nood te Ommel'; 5 tweezijdig vaantje in veelkleurendruk (h. 27 cm, b. 44 cm) met op de voorzijde Maria en haar kind gezeten op hun troon, links naast de troon een gestileerde boom, rondom bloemen, langs de schuine zijde: 'O.L. Vrouw van Ommel', rechts onder: 'Troosteres in elke nood bid voor ons'. Op de keerzijde zijn momenten uit de legende afgebeeld: Maria die op een hek staat (omgeven door vier biddende personen, en voorzien van het jaartal 1400), een scheepje op zee en een geknielde schipper (voorzien van het jaartal 1435), de kapel met daarin het Mariabeeld (en het jaartal 1444); 6 tweezijdig vaantje in tweekleurendruk (h. 27 cm, b. 45 cm) op de voorzijde Maria met haar kind gezeten op hun troon, om Maria heen de tekst: 'Troosteres in elke nood', rechts een parochiekerk, molen en kapel, links en langs de gehele onderzijde bloemenkransen, op de voorgrond, voor Maria, vier bijenkorven (een toespeling op Ommel via de Latijnse lofprijzing 'O, mel' = 'O, honing'), op de keerzijde de tekst 'Onze Lieve Vrouw van Ommel bid voor ons' en momenten uit de legende.
- Ansichtkaarten: 1 kaart met een foto van het cultusbeeld en het onderschrift 'O.L. Vrouw van Ommel'; op de achterzijde de tekst 'O.L. Vrouw van Ommel. Bijzantijnsch ivoren relief (omstreeks het jaar 1000) Sinds 1400 vereerd in Ommel', Foto Hub. Leufkens (ca. 1930). Coll. D. Gooren; 2 kaart met afbeelding van een reliëftegeltje van het cultusbeeld en op de achterzijde de tekst 'Afgietsel van het Madonna beeldje, sedert 1400 vereerd in de kapel te Ommel N.Br. (Byzantijnsch, ivoor pl. m. 11de eeuw)' (ca. 1935). Coll. D. Gooren; 3 kaart met ets van het cultusbeeldje, gesigneerd 'PA 60' met op de ommezijde een korte geschiedenis van de verering (ca. 1960). Coll. D. Gooren; 4 kaart met foto van het moderne schrijn met het cultusbeeld en op de ommezijde de tekst 'Miraculeus beeldje van O.L. Vrouw van Ommel (Hulp en Troost in alle nood)' (J.P. Offset, ca. 1970). Coll. D. Gooren; 5 kaart met in kleur het miraculeuze beeld voor de vroeg-20e-eeuwse plaat met engelen en op de achterzijde de tekst 'Miraculeus beeldje O.L. Vrouw Troosteres in elke nood. Ommel (N.Br.)'. Foto: Peter van Schalen (ca. 1990); 6 kaart met een kleurenfoto van de kerk en op de achterzijde de tekst 'R.K. Kerk in het genadeoord Ommel'. Foto: P. v. Schalen, Asten (ca. 1990).
- Liederen: 1 vouwblad (20 x 16 cm) met 3 liederen, waaronder 'Een nieuw lied. Tot lof van onze lieve Vrouw van Ommel bij Asten' (Helmond: A. Vos, [ca. 1850]); 2 'Marialiederen Ommel - 1958' met onder meer het lied 'O.L. Vrouw hulp in elke nood' (Asten: Schriks, 1958). Coll. D. Gooren; 3 getypt, losbladig liederenbundeltje, geen specifiek Ommellied (ca. 1965).

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, gemeentearchief: Collectie Provinciaal Genootschap, inv. nr. 201, Registers van zaaken rakende de stadt en meyerey van 's-Hertogenbosch (1525-1795), deel 4, folio 226r en 227r, klachten van predikanten over 'stoutichheden des pausdoms' in Peelland, 7-6-1671.
Tekstedities: D. van den Zeylberch, Cort verhael van die Myrakelen ('s-Hertogenbosch 1612) met de publicatie van de oudste bronnen en 110 mirakelen; D. van den Zeylberch, Cort verhael van de Mirakelen (Antwerpen: Guilliam Verdussen, 1631) met aanvulling van 11 wonderen en een tractaatje van A. Wichmans; J.D.M. Cornelissen, ''Relationes Status' van het bisdom 's-Hertogenbosch in de eerste helft der zeventiende eeuw', in: Bossche bijdragen 9 (1928-1929) p. 162, vermelding uit 1619 van het het nonnenklooster en de bedevaart door bisschop Nicolaas van Zoes; A.M. Frenken, 'Het Dagboek van Michaël Ophovius, 4 augustus 1629 - einde 1631', in: Bossche bijdragen 15 (1937-1938) p. 310-311; D. de Jong, Onze Lieve Vrouw van Ommel en het klooster Mariaschoot. Bronnenpublicatie ([Valkenswaard]: Achelse Kluis, 1960; de publicatie verscheen eerder in afleveringen in: Bijdragen voor de geschiedenis van de provincie der minderbroeders in de Nederlanden 28-34 (1958-1960); A.M. Frenken, 'De latere kerkvisitaties', in: Bossche bijdragen 27 (1963-1964) p. 67-68, bezoek van bisschop Masius aan de kapel in 1608; Jan van Laarhoven ed., Het schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 46-47.
Literatuur: J.B. Gramaye, Taxandria in qua antiquitates etc. (Brussel: R. Velpius, 1610) p. 83; F.D. Mudzaert, De kerckelycke historie van de gheboorte onses heeren Jesu Christi tot het tegenwoordich jaer M.DC. XXII. Inhoudende den Oorspronck, het Veruolgh ende den tegenwoordighen Standt der H.R. Kercke: de Successie der Pausen, den opganck ende val der Ketteren, d'Outheyt des geloofs in onse Nederlanden: midsgaders de Heylighen aldaer, dl. 2 (Antwerpen 1612) tweede stuk, p. 200-201; J. Bueckelius, Historien ende mirakelen gheschiet tot Aerlen by Helmont door het aenroepen van ons L. Vrov. Met schoone disputatien door den Eerw. H. Ioh. Bueckelius van Helmont vergadert, wt laste van onsen Eerweerdichsten Heere Gisbertus Masius ('s-Hertogenbosch: Antoni Scheffer, 1614) p. 104-106; Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632), p. 163-164, 388-398, 899-907, voegt enkele details aan de legende toe; Augustinus Wichmans, Den Saterdach van Onse Lieve Vrouwe (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1633) p. 12-13, in de dedicatie van dit boek wijst Matthaeus Guilielmi van Drunen op de bekendheid van Wichmans met de cultus in Ommel; J. van Oudenhoven, Beschrijvinge der stadt en meyerye van 's Hertogenbosche etc. (Amsterdam 1649) p. 20-22; J. van Oudenhoven, Silva-Ducis curata et renata etc. (2e dr., 's-Hertogenbosch 1670) p. 23; G. Gumppenberg, Marianischer atlass etc. (München: S. Rauch, 1673) dl. 4, p. 105-106; J.F. Foppens, Historia episcopatus Sylvaeducensis etc. (Brussel: Foppens, 1721) p. 321; Groot kerkelyk toneel des Hertogdoms van Brabant etc. ('s Gravenhage: Christiaan van Lom, 1727) p. 204-205; [S.J. Van de Velde, gezegd Honselaer], Oudheden en gestichten van de bisschoppelijke stadt en meyerye van 's Hertogenbosch etc. (Leiden: J.A. Langerak, 1742, 2e dr. 1749) p. 660-666; [S. Hanewinkel], Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in den jaare 1798-1799 (in Brieven), dl. 1 (Amsterdam: A.B. Saakes, 1799-1801; fotogr. herdr., 's-Hertogenbosch: Merlijn, 1973) p. 90-91; J.G. Swaving, Galerij van Roomsche beelden, of Beeldendienst der XIXe eeuw (Dordrecht: Blussé & Van Braam, 1824) p. 168-170; A.C. Brock, Historische beschrijving van de Meierij. Handschrift vervaardigd in de jaren rond 1825 (Schijndel: streekarchief, 1978; facsimile van A.C. Brock, De Stad en Meyerij van 's Hertogenbosch of derzelver beschryving. Tweede Afdeeling) p. 206-209; J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom 's-Hertogenbosch etc., dl. 3 ('s-Hertogenbosch: Demelinne, 1843) p. 302-313; 'Een lofzang op Maria', in: De Fakkel 3 (1850) nr. 37; W. Gumppenberg, 'Atlas Marianus', in: J.J. Bourassé ed., Summa aurea de laudibus Beatissime Virginis Mariae, dl. 12 (Parijs: J.P. Migne, 1862; oorspr. 1672) k. 542-543; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, dl. 3 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1872) p. 157-162; Maria's Heiligdommen in Nederland en België ('s-Hertogenbosch: Katholieke Illustratie, 1881) p. 175-177; 'Nunhem', in: De Nieuwe Koerier, 18 september 1890, over bedevaartgangers van Nunhem naar Ommel; A.B. & L.O., Meimaand der Genade-Oorden, of Maria's grootheden, leven en bevoorrechte heiligdommen ('s-Bosch ... Loreto), in godvruchtige lezingen voor elken dag der maand Mei (Cuijk: J.J. van Lindert, 1896) p. 112-126; W.M. Poulisse, Kroniek van Onze Lieve Vrouw van Ommel, en aandenken aan het 500 jarig Jubilée (Weert: Smeets, 1900); Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 382-383; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 320-344; J. Kronenburg, 'Herschepping', in: Katholieke Illustratie 43 (1909) p. 325-328; P.L. Henckens, 'Onze Lieve Vrouw te Ommel', in: Carmelrozen 6 (1917-1918) p. 256-264, 271-276; Ramo, 'De Zusters van O.l. Vrouw van Ommel te Nunhem', in: Limburg's Jaarboek 27 (1921) p. 3-11; P. van de Pas, 'De Bedevaartsplaats Ommel met het Genadebeeld van O.L. Vrouw 'Troosteres in elken nood'', in: Sint-Jansklokken 2 (1924) p. 592-593, 3 (1925) p. 8, 31-33, 80-81, 129-130, 140-141, 151; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 182-184; Jehan Kuypers, Lieve Vrouwkes van Brabant of eenen krans van Maria-legenden (Maastricht: Gebrs. Van Aelst, 1938) p. 69-75, over de Astense pastoor die het beeld in het tabernakel had weggeborgen; David de Kok, Monasticon Batavum, dl. 1. Supplement (Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1942) p. 125-126; V. Schrijvers, Mariahulde, dl. 1 (Tilburg: R.K. Jongensweeshuis, 1946) p. 13-26, 30-50, 59-65, 79-87; Gerard Lemmens, Maria in Limburg. De legendenkrans voor Maria (Maastricht: Veldeke, 1947) p. 140-141; Jan Bouman, 'Het merckwaerdigste meyn bekent'. Merkwaardigheden in Nederland (z.p.: De Volkskrant, [ca. 1950]) p. 35; P.J. Meertens & M. de Meyer ed., Volkskunde-Atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar Aflevering II (Antwerpen: Standaard, 1965) p. 40; Willem Frijhoff, Les pèlerinages dans les Provinces-Unies. Ébauche d'inventaire et de problématique de recherches (ongepubl. licentiaatsverhandeling univ. de Paris-Sorbonne, 1969) inv. 44, E 9; P.G. Bins, Prisma toeristengids. Zeeland Brabant Limburg (Utrecht-Antwerpen: het Spectrum, [1972]) p. 259; H. Brabers e.a. ed., Onze Lieve Vrouwkes van Brabant ('s-Hertogenbosch: Provinciaal Genootschap, 1977) p. 49-53; W.H.Th. Knippenberg, Devotionalia. Beelden, prentjes, rozenkransen en andere religieuze voorwerpen uit het katholieke leven (Eindhoven: Bura Boeken, 1980) p. 94, 96; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 365-366; P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 237-242; Dieter Pesch, Wallfahrtsfänchen. Religiöse Druckgrafik (Keulen: Rheinland-Verlag, 1983) p. 388-390; Henk F. Gallée, 'Beeldenstorm', in: Katholiek Nieuwsblad, 22 maart 1985; H. Beex, 'Het avontuur van het Ommels Mariabeeldje', in: Bisdomblad, 17 mei 1985, p. 12, verslag van de diefstal in 1985; Brabants goud. Sieraden, goud, zilver en kunstwerken geschonken aan de Lieve Vrouwen van Brabant (Valkenswaard: Museum van Gerwen-Lemmens, 1986) p. 26-29; J.M. Peeters, 'Reeds eeuwen lang vinden mensen troost bij Maria in Ommel', in: Katholiek Nieuwsblad, 3 maart 1987; Ineke Platel & Peter van Zoest, 'Onze Lieve Vrouw in het bisdom Den Bosch, dl. 3', in: Bisdomblad, 20 maart 1987, p. 12; Ineke Platel & Peter van Zoest, Steek dan voor mij ook een kaarsje op. Onze Lieve Vrouw in het bisdom Den Bosch (Den Bosch: afd. publiciteit bisdom, 1987) p. 32-41; Renaat van der Linden, Maria bedevaartvaantjes. Verering van Onze-Lieve-Vrouw op 1175 vaantjes (Brugge: Tabor, 1988) p. 201-203, 308-309, met afb. van drie vaantjes; A.K.L. Thijs, 'Antwerpse "sanctjes". Heiligenprentjes voor Noordbrabantse bedevaartplaatsen (17e-18e eeuw)', in: L.C.B.M. van Liebergen ed., Volksdevotie. Beelden van religieuze volkscultuur in Noord-Brabant (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1990) p. 110; A. Toelen, Geloof in gips. Massaproducten van religieuze voorstellingen, 3 dln. (Nijmegen: doctoraalscriptie KUN, 1992), met in dl. 3 de vermelding van gipsen replica's; Hans Horsten, 'Maria, die de pijn verlicht en tastbare devotie schenkt', in: De Volkskrant, 25 mei 1992; H. Beex, 'De Lieve Vrouwkes van Brabant: niet erg kerks', in: De Roerom 8 (mei 1994) nr. 9, p. 6-7; Henry van Rooij, 'Mariamaand in Ommel brengt ieder jaar zo'n 50.000 bedevaartgangers op de been', in: Bisdomblad, 27 mei 1994, p. 4-5; Marc Wingens, Over de grens. De bedevaart van katholieke Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw (Nijmegen: Sun, 1994) p. 45, 48; J. Schuyf, Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden (Utrecht: Matrijs, 1995) p. 102; 'Ommel op hemelvaartsdag in teken gildeprocessie', in: De Peelbode, 15 mei 1996; A.M. Garritsen ed., Pius jaarboek. Almanak katholiek Nederland (Houten: Bohn/Stafleu/Van Loghum, 1996) p. 347; Jef van de Sande, 'Bedevaart naar Ommel', in: Bisdomblad, 14 november 1997, p. 16; W. Meulenkamp & P. De Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (z.p.: Aspekt, 1998) p. 121-123.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Ommel; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Tilburg, KU Brabant: Brabant-collectie, top. afb. Ommel: nrs. 3684-3685, kapel. Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum-KLiB: bedevaartfoto's Margry (1981).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<