Oldenzaal, H. Plechelmus

Cultusobject: H. Plechelmus
Datum: 15 juli (een weekend begin van zomer)
Periode: (10e eeuw?)15e eeuw - ca. 1633 / begin 19e eeuw - heden
Locatie: Basiliek van St. Plechelmus
Adres: Gasthuisstraat 10, 7571 CC Oldenzaal
Gemeente: Oldenzaal
Provincie: Overijssel
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: In 954 verkreeg het kapittel van Oldenzaal het hoofd en enkele kleinere relieken van St. Plechelmus
(†731/732). Met zekerheid is bekend dat in het midden van de 15e eeuw pelgrims naar Oldenzaal trokken om er op 15 juli en het feest van de kerkwijding deel te nemen aan de Plechelmusprocessie. Tijdens de reformatie werden relieken naar veiliger oorden overgebracht. In de 20e eeuw onderging de cultus allerlei wijzigingen. In 1996 was het feest van Plechelmus voornamelijk nog een parochiefeest.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
Topografie - Het eerste houten kerkje van Oldenzaal is gesticht door Marcellinus en was gewijd aan Silvester, die volgens de overlevering Oldenzaal heeft gesticht. De verering voor Plechelmus te Oldenzaal moet zich eerst hebben afgespeeld in en om de stenen Plechelmuskerk (10e-11e eeuw) die stond op de plaats van de huidige basiliek. Met de bouw van de gewelfde kruisvormige pijlerkerk werd begonnen tussen 1150-1180. Voor de bouw van de kerk werd zandsteen gebruikt uit groeven in het naburig gelegen graafschap Bentheim. De kerk is een goed bewaard voorbeeld van de Westfaals-romaanse bouwstijl.
- Van 1480 (inscriptie buitenmuur) tot 1484 werden een aantal delen van de kerk, zuiderzijbeuk en koorabsis, vervangen door een nieuwere, gotische aanbouw. Nieuwere delen werden aangebouwd in 1525.
- In 1633 kwam de Plechelmuskerk in protestantse handen en waren de katholieken (met uitzondering van de korte periode 1672-1674) genoodzaakt hun geloof in schuurkerken uit te oefenen (o.m. het schuurkerkje in Glane). In 1810 kregen de katholieken de oude parochiekerk terug in hun bezit. In 1930 werd een nieuwe sacristie aan de kerk aangebouwd.
- In 1950 verhief paus Pius XII (1939-58) de St. Plechelmuskerk tot basiliek. Het wapen van de Plechelmusbasiliek stelt Plechelmus voor die het geloof brengt (kruis) aan stad (H. Maarten, patroon van de bisschopsstad Utrecht) en land (korenschoof). Voor de kerk staat een bronzen Plechelmusbeeld van C. Stauthamer, in 1955 opgericht uit dank voor de bescherming die de heilige gedurende de oorlog de stad heeft geboden ('St. Plechelmus †875. Uit dank 1940-1945').
- In de schatkamer van de basiliek, gevestigd in de voormalige sacristie, wordt een groot aantal kerkelijke voorwerpen bewaard, zoals koorkappen en paramenten, een monstrans, een vroeg 14e-eeuws calendarium en de zilveren reliekhouder van Plechelmus uit 1480.
Cultusobject - Plechelmus (15 juli) werd rond het jaar 650 in Schotland geboren en trok naar de Nederlanden om er de Friezen te bekeren. Tezamen met zijn metgezellen Wiro en Odger verkreeg hij enige goederen en gronden bij Roermond. Op de Pietersberg bij St. Odiliënberg stichtten zij vervolgens een klooster. In 693 of 695 werden Plechelmus en Wiro door de paus te Rome tot bisschop gewijd, weliswaar zonder een vast omschreven bisdom. Als missionarissen trokken zij door de Maasstreek en de gebieden rond Keulen. Plechelmus stierf op 15 juli 713. Hij werd begraven bij zijn eigen klooster op de Pietersberg. Bisschop Hungerus, voor de invallen van de Noormannen gevlucht uit Utrecht, nam in rustiger tijden de relieken van Plechelmus, Wiro en Odger mee naar Utrecht en vervolgens naar Deventer, zijn tijdelijke residentie. Baldericus van Kleef (918-75), bisschop van Utrecht, verdreef met behulp van zijn vader definitief de Noormannen en verhief Plechelmus, Wiro en Otger tot heiligen.
- Op 4 augustus 954 verkreeg de oude kerk van Oldenzaal, in datzelfde jaar door Baldericus van Kleef aan Plechelmus gewijd, het hoofd en het grootste gedeelte van het lichaam van St. Plechelmus (behalve de linkerarm). In dat jaar werd door Baldericus ook een kapittel van zestien kanunniken opgericht dat was toegewijd St. Plechelmus. De grafsteen van Baldericus is thans ingemetseld in een van de kerkmuren. Hij draagt de volgende tekst: 'Anno domini MCCCLXXXI recondita sunt hic cuncta ossa Balderici de Clivis quondam episcopi Trajectensis ac fundatoris hujus collegij cujus anima requiescat in pace amen'.
- Een inventaris van kerkelijke goederen van de Plechelmuskerk uit 1629, opgemaakt door de kanunniken Van Beveren, Brunius en Burchardus, vermeldt onder meer de volgende relieken op:

'1. Een zilveren basis (voetstuk) met uitgewerkte randen, waarop het corpus S. Plechelmi geplaatst werd. 2. Een zilveren vergulde omsluiting van het lichaam van den H. Plechelmus van schouders tot borst. De vingers van beide handen waren versierd met zes ringen met blinkende steentjes ingewerkt. 3. Eene voortreffelijke omvatting van zilver verguld, waarin het hoofd van den H. Plechelmus besloten is. Het schijnt, uit de voortreffelijke ornamenten, omtrent 1400 vervaardigd te zijn'.

De historieschrijver van het bisdom Deventer Johannes Lindeborn schreef in 1670 over de relieken van Plechelmus het volgende (in de vertaling van Hugo van Heussen):

'Wat de reliquien van onzen patroon belangt; bynaar het gansche lichaam van den H. Plechelmus is tot nu toe in zekere kas bewaart, die daar toe gemaakt was: welke kas ook op den dag van den patroon, en op het jaarlijksch wyfeest der kerke omgedragen word. Wy hebben ook het geheele hoofd van den H. Plechelmus, 't welk in zilver beslagen is; en noch eenige reliquien die in een zilveren kruys met een stukje van het hout des H. Kruys opgesloten zijn'.

- Nadat Oldenzaal in 1626 in Staatse handen was gekomen, bracht het kapittel van Plechelmus de relieken in twee houten kisten in veiligheid. Het verdrag dat de Republiek en Spanje in 1628 sloten (het Interim van Rozendaal) bepaalde dat de Plechelmuskerk werd teruggegeven aan de katholieke eredienst, maar dit leidde niet tot de terugkeer van de relieken.
- Het bekken van Plechelmus is door kapitteldeken Henricus Vordenus tussen 1628 en 1629 aan de aartshertogen Albert en Isabella, bestuurders van de Zuidelijke Nederlanden, geschonken. De reliek is in Brussel verloren gegaan.
De overige relieken verkeerden in 1629 bij de aartspriester Jacobus Eijlers in Lingen. In 1636 werden zij ondergebracht in het franciscaner observantenklooster te Münster. Later werden de relieken in bewaring gegeven aan Christoph Bernard van Galen (1651-78), prins-bisschop van Münster. Die had toestemming gevraagd aan het Oldenzaals kapittel om de relieken te mogen overbrengen naar zijn eigen bisschoppelijke kapel te Coesfeld. Tijdens de jaren 1672-74 waarin de stad Oldenzaal een korte tijd ingenomen was door de troepen van de bisschoppen van Münster en Keulen, verbleven de relieken van Plechelmus weer in Oldenzaal. Aan het einde van de 17e eeuw bevond het hoofd van Plechelmus zich bij de familie Blom in Oldenzaal. In 1750 keerden de overige relieken definitief terug naar de stad.
- Rond 1795 zag men zich genoodzaakt de relieken opnieuw te verbergen; ditmaal in een kelder bij de Oldenzaalse familie Essink die het huis bewoonde van de eerder genoemde familie Blom. In een manuscript van mevrouw Essink uit 1883 staat een aantekening dat in 1795 Engelse troepen haar woning plunderden op zoek naar het zilveren borstbeeld van Plechelmus. Als door een wonder konden de soldaten de deur van de kelder echter niet openen ofschoon deze niet afgesloten was. Er staat letterlijk:

“Het borstbeeld van den H. Phleghelmus alsook de H. overblijfsels, waren in ons huis aan hem toevertrouwd, deze werden in den kelder in dezelfde kast, die er thans nog is, jaren, en jaren ingeborge. (...) In de Engelsche tijden, ik meen in 1795 hebben de soldaten in ons huis zoo geblunderd, eene inwoonder Karmerrood zeide men, dat het aangebracht had, dat het beeld daar ruste, veel hebben ze medegenomen, doch als een wonder, hebben ze het beeld laten staan, den kelder was niet geslooten, en toch heeft hem geen rovers los kunnen doen, het word hier steeds nog als eene mirakel beschouwd. (...) Het beeld bleef nog jaren bewaard in ons huis, moeder die eene kleindochter van Derk Blom is geweest, vertelde aan ons dikwijls, als er soms geestelijken, of anderen Phleghelmus wenschen te zien, dat zij dat altijd gedaan had, in den kelder, en toen de tijden rustiger waren, is het beeld na de pastorij gebracht...”

- Een deel van de relieken, waaronder de schedelreliek, keerde na de teruggave van de kerk aan de katholieken (1810) weer terug in de kerk. Dit gebeurde in 1825.
- De basiliek bezit heden ten dage een schedelreliek van Plechelmus, gevat in een zilveren en deels vergulde reliekhouder in de vorm van een borstbeeld van Plechelmus. De reliekhouder, mogelijk stammend uit een atelier in Osnabrück, herbergt het hoofd van de heilige en dateert uit de tweede helft van de 15e eeuw (1480). De schedel is volledig ingesloten in zilver en draagt een kalot. In 1488 werd de buste een vergulde ketting omgehangen van platte schakels waaraan een kruis hangt met het volgende opschrift: 'S. Plechelme ora pro nobis' (H. Plechelmus, bid voor ons). Deze ketting is afkomstig van de Oldenzaalse kanunnik H. van Beesten (†24 november 1488). Om het borstbeeld hangt nog een andere gouden votiefketting waaraan twee medaillons hangen met voorstellingen van O.L. Vrouw en het Lam Gods. Het borstbeeld draagt een zevental ringen aan de vingers: links en rechts drie eenvoudige ringen daterend uit 1629, rechts aan middenvinger een gouden ring met vier parels en het wapen van Oldenzaal. De ring draagt het Oldenzaalse wapen en de tekst 'Bellum 1940' en 'Pax 1945'. Deze ring (firma Brom) werd op 15 juli 1945, uit dankbaarheid voor het gespaard te zijn gebleven voor het oorlogsgeweld, aangeboden door de katholieke inwoners van Oldenzaal. De ring werd het jaar daarop op 15 juli 1946 door kardinaal J. de Jong plechtig aan de rechterhand van het borstbeeld geschoven. De reliek wordt tegenwoordig bewaard in de oude sacristie die als schatkamer is ingericht.
- Onder het houten altaar op het priesterkoor staat in een klein verlicht kastje een zilveren reliekhouder uit de 15e eeuw. De houder bevat een stuk bot van Plechelmus waaromheen perkament (16e eeuw?) is bevestigd met waszegel.
Verering Late middeleeuwen en reformatie
- In het calendarium (ca. 1400) van de Plechelmusbasiliek wordt Plechelmus op 15 juli vermeld in rode inkt.
- In de late middeleeuwen werden te Oldenzaal de relieken van St. Plechelmus op 15 juli, het feest van Plechelmus, en tijdens het feest van de kerkwijding, het octaaf van Pinksteren, in een plechtige processie meegedragen. Tijdens het octaaf van Pinksteren werd ook de jaarmarkt gehouden. 1450 is het eerste jaar waarvan bekend is dat toen pelgrims op de feestdag van Plechelmus en het feest van de kerkwijding naar de kerk van Oldenzaal trokken om er deel te nemen aan de processie waarin het borstbeeld en enkele andere relieken van Plechelmus werden meegedragen.
- Tussen 1455 en 1490 gelastte de Utrechtse bisschop David van Bourgondië (1455-96) zijn geestelijken zelfs, wanneer het kapittel van Oldenzaal daarom zou verzoeken, om in alle kerken in het diocees een aanbeveling voor een bezoek aan de processie van St. Plechelmus te Oldenzaal af te kondigen vanaf de preekstoel.
- In een geschiedenis van het kapittel uit circa 1613, samengesteld door Philippus Rovenius, deken van het Oldenzaals kapittel, wordt eveneens melding gemaakt van een processie in Oldenzaal met relieken - in de stad gedragen door twee kanunniken, buiten de stad door twee vicarissen - tijdens de Kruisdagen. Deze processie trok na de mis tot even buiten de stad waar door de pastoor of kapelaan een preek werd gehouden. Nadat ook het evangelie was gelezen trok de processie met de relieken weer verder, waarna in het veld nogmaals een preek werd gehouden. Of in deze processie ook het borstbeeld en de andere relieken van St. Plechelmus werden meegedragen, is onduidelijk.
- Over de processie op de feestdag van Plechelmus op 15 juli schrijft Rovenius dat het hoofd van Plechelmus voor de metten met de andere relieken plechtig op het hoogaltaar werd uitgesteld. Voor de preek trok men in processie rond het stadhuis en het kerkhof. De jongste kanunniken droegen het borstbeeld van Plechelmus, de twee jongste vicarissen droegen de overige relieken. De kapitteldeken droeg in de processie het Allerheiligste mee. Zodra iedereen weer in de kerk was teruggekeerd, werd de reliekkist in het koor geplaatst, terwijl het borstbeeld voor het hoogaltaar werd uitgesteld. Aan het einde van de eucharistieviering bracht een van de jongste kanunniken de relieken vanuit het koor naar de preekstoel. Vervolgens toonde de priester de relieken aan het volk. Meteen daarop werden de relieken teruggebracht naar het koor. Vanaf de eerste vespers bleven de relieken gedurende het gehele octaaf uitgesteld in het koor.
- In de muren van de basiliek van Plechelmus bevinden zich op een aantal plaatsen een groot aantal merkwaardige verticale groeven op rij, 500 in getal, circa 25 centimeter lang en 5 tot 6 centimeter breed. Volgens een, overigens speculatieve, verklaring zijn deze groeven gemaakt door pelgrims die het afschraapsel van de muren van de kerk, aangelengd met water, hebben gebruikt als geneesmiddel (vgl. Kits Nieuwenkamp, 1960). Gregorius van Tours predikte immers al de heilzame werking van het afschraapsel van grafstenen van heiligen. Ook in enkele kerken in het graafschap Bentheim, maar ook elders, wordt dezelfde soort gleuven aangetroffen.
- In het eerste kwart van de 17e eeuw namen ook de Oldenzaalse gilden deel aan de Plechelmusprocessie. Het weversgilde van St. Severinus liep in de processie voor de andere gilden uit: 'Soo hebben ook dese gilden mit ihren staeve und ihren kersen, alrede op St. Pleghelmus dach in die processie ommegang goede voor die andere gilde, als die jongeste gilde [...]'.
- Bij de pogingen van de classis van Deventer in het tweede kwart van de 17e eeuw om de stad definitief te reformeren, speelde het gebruik van de Plechelmuskerk steeds een belangrijke rol. In het zogenaamde Interimakkoord van Rozendaal van 1628, dat de overgang van Twente naar Staatse zijde regelde, werd voorlopig bepaald dat de katholieke geestelijken van Oldenzaal en Twente in hun oude functies moesten worden hersteld. Zo mochten zij hun godsdienst weer in het openbaar belijden en werd hun de Plechelmuskerk en de pastoriegoederen toegewezen. Op 7 juli 1628 werd, negen dagen eerder dan men in Oldenzaal gewoon was, het feest van Plechelmus gevierd. De plechtigheden en de processie, die dit keer provocerend met veel lawaai langs de Gasthuiskerk trok, stonden geheel in het teken van de zege op de calvinisten. Van Alckemade schreef hierover op geërgerde toon:

'Wandt als gisteren als wy onder die predicatie waren hefft die clerisi medt haeren patroon Plechelm haer processie neffens onse kerck henen gedaen, soe vreesselyck brullende ende bulckende, dat ick langen tydt van onse gemeynte niet kunde gehoort worden, al soe dat onsen Goodts dienst vor een lange tyt moste cesseren. [...]. Die schellen die clongen, ende die papen vingen eerst vast voor onse kercke an te singen, ende riepen soe vresselyck dat die kercke daverde. Die burgemeesteren droegen het gehemelte. Veel van die papen, ende het gemene gepopel gaepten al lachende ende spottende in onsen auditorio. Den schimp die wy lyden mosten, soude te lanck vallen te verhalen'.

- Vanwege irritaties bij de predikanten en de provocaties van katholieke zijde werd in december 1632 de uitvoering van het Interimakkoord van Rozendaal door de Staatsen opgezegd. In 1633 werd de parochiekerk van Oldenzaal ingenomen door calvinisten en kon er door katholieken lange tijd niet meer gekerkt worden in de stad. Daarmee kwam een einde aan de processies op het feest van Plechelmus en het feest van de kerkwijding. Vanaf dat moment werd het feest van Plechelmus over de grens in het nabije klooster Glane gevierd.

19e en 20e eeuw
- Nadat de katholieken hun oude parochiekerk in 1810 terug in bezit hadden gekregen, kon ook het feest van Plechelmus weer in oude luister worden hersteld. In 1825 keerden de relieken terug naar de Plechelmuskerk. Het borstbeeld van Plechelmus werd sindsdien in de basiliek tijdens de eucharistieviering uitgesteld op de feestdag van de heilige (15 juli). Er werden 's middags vespers gezongen en de feestdag werd besloten met een plechtig lof.
- In de 20e eeuw nam de verering van Plechelmus weer gestaag toe. Vanaf circa 1914 werd het feest van Plechelmus gevierd met enkele missen, vespervieringen, een kinderlof en een plechtig lof, waarbij steeds een Oldenzaalse geestelijke de preek verzorgde. Tijdens de dertiger jaren van de 20e eeuw werd voorafgaand aan de feestdag van Plechelmus een noveen ter ere van deze heilige gehouden.
- Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd overal in de kerken van Oldenzaal om Plechelmus' voorspraak gebeden voor de bescherming van stad en inwoners. Ook op 15 juli 1944 werd het feest van Plechelmus in de kerk gevierd. Onder het lof, waarbij naar schatting zeker 6000 mensen tegenwoordig waren, werd de feestpredicatie gehouden door pater T. van Kessel.
- De eerste plechtige viering van het feest van Plechelmus na de oorlog werd op 15 juli 1945 op grootse wijze gevierd. Men trok voor het eerst sinds enkele eeuwen weer in processie rond de kerk. De parochianen brachten uit dankbaarheid geld bij elkaar en lieten de bovengenoemde kostbare gouden ring maken bij de firma Brom. Een aantekening in de notulen van de kerkfabriek van de Plechelmusbasiliek vermeldt over deze feestelijke viering het volgende:

'Het St. Plechelmusfeest werd dit [jaar] met bijzondere luister gevierd in verband met het feit dat tijdens de oorlog volgens ons aller overtuiging Oldenzaal wonderbaar is gespaard gebleven op de voorspraak van St. Plechelmus, onze stadspatroon. Terwijl in onze naaste omgeving de steden Almelo, Hengelo, Enschede en andere plaatsen herhaaldelijk werden gebombardeerd, waarbij telkens vele menschenlevens vielen te betreuren en een vreeselijke verwoesting werd aangericht, bleef Oldenzaal steeds van deze rampen gevrijwaard. Oldenzaal wilde bij deze gelegenheid openlijk dank zeggen aan St. Plechelmus en dit heeft op buitengewone wijze plaatsgehad. Geheel de stad was in vlaggentooi. Onder de H. Missen naderde gansch de parochie tot de H. Tafel. De Hoog-Mis werd op schitterende wijze gezongen door de drie gezamenlijke kerkkoren der stad onder leiding van A. Borghuis. Om 4 uur was er een plechtig lof met feestpredicatie, die gehouden werd door den pastoor der parochie, B.H. Genisse. Muziek, zang en preek werden door de microfoon naar buiten uitgezonden, waar duizenden op het kerkplein aanwezig waren, die in de overvolle kerk geen plaats meer konden vinden. Alles kwam uitstekend tot zijn recht. Na het lof vond het historisch feit plaats dat na zooveel eeuwen weer voor het eerst de plechtige processie met de relieken van St. Plechelmus buiten de kerk in het openbaar werd gehouden. Hiermede was weer een eerbiedwaardige traditie in eere hersteld. Na de processie werd op het kerkplein door deken J. v.d. Berg het goud aangeboden, door de parochianen van de H. Plechelmusparochie geofferd en besteed om daaruit te laten vervaardigen een ex-votoring ter versiering van het borstbeeld. Een machtig Te Deum door duizenden gezongen was het slot van deze onvergetelijke plechtigheid. 15 juli 1945 is werkelijk een historische dag geworden'.

- Tegen de openbare processie werd, vanwege het processieverbod, onmiddellijk krachtig een protest aangetekend bij de aartsbisschop: 'De synode der protestantsche kerken heeft tegen deze processie een aanklacht ingediend bij den aartsbisschop, die deze processie niet kan goedkeuren, omdat wij geen voorbeeld mogen geven van wetsovertreding'. Omdat in Nederland nog steeds een processieverbod gold, verplaatste men in 1946 het Plechelmusfeest en de processie naar het landgoed Broekskotte nabij Oldenzaal (ca. 11.000 deelnemers). Bij de viering op 15 juli schoof kardinaal J. de Jong de gouden ex-votoring om de rechter wijsvinger van het borstbeeld van Plechelmus. In 1947 werd aan de kardinaal tevergeefs toestemming gevraagd om een openbare processie te mogen houden. In verband met het processieverbod moest het feest met ingang van 15 juli 1947 in de kerk worden gevierd. 's Middags was er een kinderlof met processie (2000 kinderen), 's avonds werd er een plechtig lof gehouden (3000 deelnemers). Alle winkels in Oldenzaal waren op die dag gesloten.
- In 1967 werden de plechtigheden ingekort tot een kleine processie op de zaterdagavond. In de jaren zeventig kwamen er toch weer geluiden op om het feest van Plechelmus op een wat grootsere wijze te vieren. Er werd een Plechelmuscommissie gevormd die voortaan de organisatie van het feest van Plechelmus voor haar rekening nam en ook nu nog de vieringen verzorgt. De komst van een jezuïet als pastoor die meer 'feeling' voor de verering had, gaf weer een nieuwe impuls aan het feest.
- Anno 1996 zijn de vereerders van St. Plechelmus met name gelovigen uit de Plechelmusparochie (ca. 500 deelnemers). Het feest van Plechelmus wordt nu niet meer op 15 juli gevierd, maar, in verband met de vakantieperiode, een of meer weken tevoren. Door de viering op zaterdagavond te houden, weet men meer gelovigen aan te trekken. Op die avond trekken geestelijkheid en harmonie dan voor de mis vanuit de sacristie met het borstbeeld van Plechelmus rechts de kerk om om bij de toren weer naar binnen te gaan. Het beeld wordt vervolgens voor het altaar geplaatst. Aansluitend wordt een mis plaats gevierd waarin de gezamenlijke koren optreden. Na de mis is er gelegenheid om het beeld te vereren. De volgende dag, zondag, is er een beperkte viering met een mis en een kleine processie in de kerk. De deelname aan het feest, vrijwel alleen door inwoners van Oldenzaal, is de laatste jaren tanende.
Materiële cultuur - Heiligenbeelden: 1 Boven het portaal bij de ingang van de basiliek prijken naast elkaar drie 19e-eeuwse beelden van Plechelmus, Wiro en Odger; 2 voor de kerk staat op het kerkplein een groot bronzen beeld van Plechelmus dat op 15 juli 1955, ter gelegenheid van het 1000-jarig bestaan van de Plechelmusbasiliek, werd aangeboden door de gezamenlijke katholieke gemeenschap van Oldenzaal. De sculptuur werd vervaardigd door de Amsterdamse beeldhouwer Cephas Stauthamer; 3 gepolychromeerd heiligenbeeld Plechelmus (19e eeuw), in de Plechelmusbasiliek, noordzijde.
- Vaandels: 1 Plechelmusvaandel (ca. 1890), rood fluweel met applicatie, in de Plechelmusbasiliek: hierop het wapen van Oldenzaal en de volgende tekst: 'Oldenzaalsche zangkoor van de H. Plechelmus'; 2 Plechelmusvaandel (ca. 1920), rood fluweel met applicatie, in de Plechelmusbasiliek: hierop Plechelmus en de volgende tekst: 'R.K. bond van PTT-personeel St. Petrus - afd. Oldenzaal en omstreken'; 3 Franciscusvaandel (na 1924), groen-blauwe zijde met applicatie, in de Plechelmusbasiliek: hierop Franciscus afgebeeld als monnik en de volgende tekst: '3e orde St. Franciscus Oldenzaal - afdeling St. Plechelmus'; 4 Plechelmusvaandel (1927), rode en groene zijde met fluweel, in de Plechelmusbasiliek: hierop Plechelmus en de volgende tekst: 'Plechelmus, bid voor ons'. Het vaandel bevat de letters HA-VP (betekenis onbekend).
- Gebrandschilderde ramen: 1 Plechelmusbasiliek, Plechelmusraam: levensverhaal van Plechelmus, Wiro en Odger; 2 Noordertransept Plechelmusbasiliek: Marcellinus, Willibrordus, Otgerus, Wiro en Plechelmus (Zeist: M. Mengelberg, 20e eeuw).
- Overig: 1 conopeum (Oldenzaal: Th. Steinhage, mei 1950) in de Plechelmusbasiliek: hierop een afbeelding van onder andere Plechelmus; 2 tintinnabulum (Oldenzaal: W. Fitzthum, 20e eeuw) in de Plechelmusbasiliek: standaard met belletje, met afbeelding Plechelmus; 3 de oude Plechelmusklok, vijf voet in diameter, werd in het begin van de 16e eeuw kapotgeslagen en in 1513 hergoten door Gerhardus Wou en Johannes Schoneborch. In 1896 werden de oude Annaklok en de Plechelmusklok door Alexander Fritsen samengesmolten tot één nieuwe klok. Op deze klok werd de volgende tekst aangebracht: 'Plechelmus, a sicambro rabie insano fractus, deinde anno MDXIII a Gerhardo Wou socioque Schoneborch Joanne restitutus et sancta Anna, postquam plus tria saecula populum ad sacra vocaverunt anno MDCCCXCVI ab Alexandro Fritsen confusi sunt et alterum genuerunt Plechelmum'.

Devotioneel drukwerk
- 1 Negendaagsche oefening of noveen ter voorbereiding tot het feest van den H. Plechelmus (Oldenzaal: Twentsche Courant, [1936]): inleiding, novenen (6-14 juli), litanie van Plechelmus, diverse gebeden, Plechelmuslied; 2 brochure met een toelichting op kerk- en stadspatroon Plechelmus, het processielied en de tekst van de Plechelmusviering (Plechelmusparochie, ca. 1990; 12 p.); 3 Liederen bij het Plechelmusfeest (Plechelmusparochie, 1996, gestencild; 8 p.); 4 ansichtkaart met een kleurenfoto van de borstbeeld-reliekhouder van Plechelmus;

Bronnen en literatuur Archivalia: Oldenzaal, parochiearchief St. Plechelmusbasiliek: calendarium et necrologium ecclesiae S. Plechelmi in Oldenzalia; notulen van de kerkfabriek; diverse foto's van de Plechelmusprocessie (vieringen ca. 1945-1947). Deventer, gemeentearchief: classis Deventer (N.H.), inv.nr. 67. Rome, Biblioteca Apostolica Vaticana, fonds Barberiniana Latina, hs. 6813, 6815. Oldenzaal, gemeentearchief: verzamelingen. Oldenzaal, Oudheidkamer: inv.nr. 20, acta capituli collegiata ecclesiae Sancti Plechelmi Aldensaliensis; Van Batenborgh Stichting te Groenlo: manuscript uit 1883 van M.H.C. Essink–van Basten Batenburg, getiteld 'Rond Lena van Basten Batenburg en haar man Bernard Essink' (typoscript, 1983).
Tekstedities: Acta sanctorum, julii dl. 4, 15 juli (Parijs-Rome: V. Palmé, 1868) p. 50-60, m.n. p. 53; J. de la Torre, 'Relatio seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 11 (1883) p. 209; R.E. Hattink, Acta visitationis dioecesis Daventriensis ab Aegidio de Monte (Zwolle: De Erven J.J. Tuijl, 1888) p. 95-98; J.D.M. Cornelissen, R.R. Post en P. Polman, Romeinsche bronnen voor den kerkelijken toestand der Nederlanden onder de apostolische vicarissen 1592-1727, dl. 1 ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1932) nr. 418 en 430; M. Carrasso-Kok ed., Repertorium van verhalende historische bronnen uit de middeleeuwen ('s-Gravenhage: Nijhoff, 1981) p. 83-85, nr. 73.
Literatuur: J. Molanus, Natales sanctorum Belgii, & eorundem chronica recapitulatio (Douai: P. Borremans, 1616) p. 151-152; Aub. Miraeus, Fasti Belgici et Burgundici (Brussel: J. Peperman, 1622) p. 418-422; J. Lindenborn, Historia sive notitia episcopatus Daventriensis ex ecclesiarium membranis, monasterium tabulis, authenticis annotatis & classicis authoribus (Keulen: J. Metelen, 1670) p. 186; P. Opmeer, Het Nederlands catholyk martelaars boek, dl. 1 (Antwerpen: P. Pratanus, 1700) p. 174; H.F. van Heussen, Batavia sacra of kerkelyke historie en oudheden van Batavia, dl. 1 (Antwerpen: Chr. Vermey, 1715) p. 419-421; H.F. van Heussen, Oudheden en gestichten van het bisdom Deventer (Leiden: S. Luchtmans en D. Haak, 1725) p. 356; H.F. van Heussen, Kerkelyke historie en outheden der Zeven Provincien, dl. 1 en 6 (Leiden: D. Haak, S. Luchtmans en J.A. Langerak, 1726) resp. p. 111-112 en 514; H.F. van Heussen, Historia episcopatuum foederati Belgii etc., dl. 2 (Antwerpen: J.B. Verdussen, 1738) p. 65; J. Geerdink, Eenige bijdragen tot de geschiedenis van het archidiaconaat en aartspriesterschap Twenthe en calendarium St. Plechelmi te Odenzaal (Vianen: De Vijfheerenlanden, z.j.) p. 220-222; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 8 (Gorinchem: J. Noorduyn, 1846) p. 422-425; Dom Pitra, La Hollande catholique (Parijs 1850) p. 21-22; A. Wolters, De heiligen Wiro, Plechelmus en Odgerus en het kapittel van Sint Odiliënberg (Roermond: J.J. Romen, 1861) p. 68, 69, noot 2; L. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, dl. 1 (St. Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1870) p. 397-400, bijlage 11; J. Habets, Geschiedenis van het tegenwoordig bisdom Roermond en van de bisdommen, die het in deze gewesten zijn voorafgegaan, dl. 1 (Roermond: J.J. Romen, [1875?]) p. 230-232; J.H. Hofman, 'De hh. relieken van St. Plechelmus te Oldenzaal', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 2 (1875) p. 395-400; G. Hilhorst, 'Ecclesia collegiata Aldensalensis', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 3 (1876) p. 419-420, 444; G. Hilhorst, 'De fundatore ac patrono ecclesiae collegiatae Aldensalensis ac de reliquis eiusdem', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 4 (1877) p. 216, over de kapittelgeschiedenis van Rovenius; E. Geerdink, 'Calendarium et necrologium ecclesiae S. Plechelmi in Oldenzalia', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 15 (1887) p. 195; B.L. Snelting, Geschiedenis van Oldenzaal (Oldenzaal: E. Bruggemans, 1896) p. 9-11; G. Brom, 'Akten uit de kanselarij onzer middeleeuwsche bisschoppen betreffende het geestelijk bestuur', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 24 (1897) p. 434-435, bijlage 16; J.A.F. Kronenburg, Neerlands heiligen in vroeger eeuwen, dl. 3 (Amsterdam: Bekker, 1898) p. 3-27; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 149-154; L. van der Essen, Étude critique et littéraire sur les vitae des saints mérovingiens (Leuven-Parijs: Bureau du Recueil en Fontemoing, 1907) p. 107-108; W.G.A.J. Röring, Kerklijk en wereldlijk Twente. Historische schetsen (Oldenzaal 1909) passim, m.n. p. 168-170, met afbeelding van reliekhouder; Lexikon für Theologie und Kirche, dl. 8 (Freiburg: Herder, 1913) k. 559; S. Muller, Geschiedkundige atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart, dl. 1 ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1921) p. 482-483; J.J. van Deinse, 'De gleuven in de Bentheimer steenen van de Plechelmuskerk te Oldenzaal', in: Verslagen en mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch regt en geschiedenis 43 (1926) p. 45-52; J.W.F. van Harten, Oldenzaal 1626 - 1 augustus - 1926 (Oldenzaal [1926?]); P.M. Schmidt, St. Plechelmus (Oldenzaal: J. Verhaag [1938?]) passim; W.J. Formsma, De archivalia van de Oldenzaalsche oudheidkamer (Oldenzaal: J. Verhaag, 1940) p. 8, inv.nr. 20; M. Heslinga, 'De St. Plechelmuskerk te Oldenzaal', in: Historia. Maandschrift voor geschiedenis en kunstgeschiedenis 6 (1940) p. 105-109; Vie des saints et des bienheureux selon l'ordre du calendrier avec l'historique des fêtes, dl. 7 (Parijs: Éditions Letouzey et Ané, 1949) p. 337-338; 'Oldenzaals Sint Plechelmus', in: Katholieke Illustratie, 6 oktober 1949, p. 1284-1285; K. ter Laan, Folkloristisch woordenboek van Nederland en Vlaams België ('s-Gravenhage-Batavia: G.B. van Goor, 1949) p. 118; M.O. Ozinga, De Romaanse kerkelijke bouwkunst (Amsterdam: Contact, 1949) p. 98-100 en afb. 37-39; De katholieke encyclopedie, dl. 20 (Amsterdam-Antwerpen: J. van den Vondel en Standaard Boekhandel, 1954) k. 204; R.R. Post, Kerkgeschiedenis van Nederland in de middeleeuwen, dl. 2 (Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum, 1957) p. 240 en 250; H.W.J.M. Kits Nieuwenkamp, 'Raadselachtige gleuven in oude kerkmuren, oude gebouwen en andere monumenten', in: Oostvlaamsche Zanten 35 (1960) p. 101-114, over de gleuven in de muur van de Plechelmuskerk; H.J.M. Weustink, De rechtsgeschiedenis van de stad Oldenzaal en van de mark Berghuizen tot 1795 (Assen: Van Gorcum en Comp., 1962) p. 23; L.J. Rogier, Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de zestiende en zeventiende eeuw, dl. 4 (Amsterdam-Brussel: Elsevier, 1964) p. 810; Bibliotheca Sanctorum, dl. 10 (Rome: Città Nuova, 1968) k. 965-966; W. Frijhoff, Les pèlerinages dans les provinces-unies ébauche d'inventaire et de problématique de recherches (ongepubl. licentiaatsverhandeling, Univ. de Paris-Sorbonne 1969) inv.nr. D18; A. Stappers-Vürtheim, Twaalf eeuwen Oldenzaal (Oldenzaal 1971); R.R. Post, 'De kerk in het midden; de middeleeuwse kerk', in: Geschiedenis van Overijssel (Zwolle: Waanders, 1979) p. 115, 350, afbeelding reliekhouder; E.H. ter Kuile, De Romaanse kerkbouwkunst in de Nederlanden (Kampen: De Walburg Pers, 1982) p. 142, afb. 119-121; M.H. Breitbarth-Van der Stolk, De Plechelmusbasiliek te Oldenzaal (Hengelo: Twents-Gelderse uitg. Witkam, 1986); H.S.R. de Jong, Hagiografieën: de heiligenlevens van Wiro, Plechelmus en Odger (Rotterdam: Slootweg en Tromp, [1987]); Plechelmusbasiliek Oldenzaal. Handleiding in kort bestek (Oldenzaal: Kerkbestuur H. Plechelmus, 1994); H.E. Niemeijer, 'Reformatie en volkscultuur in het achterland van Deventer 1597-1633', in: Overijsselse historische bijdragen 109 (1994) p. 60-67; Ada van Deijk, Romaans Nederland (Amsterdam: A&N / Zodiaque, 1994) p. 139-144; J. Schuyf, Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden (Utrecht: Matrijs: 1995) p. 85-87; J. Velers, 'Heilige Plechelmus, stadspatroon van Oldenzaal. Jaarlijkse processie, traditie van eeuwen', in: Op tocht 6, 6 (1995) p. 4-5; Ben van de Venn, Plechelmus blijft zijn stad zegenen, in: Katholiek Nieuwsblad 12 november 2010, p. 12-13.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Oldenzaal; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<