HomeDatabankenBedevaarten

Oisterwijk, Maria Vreugderijke, O.L. Vrouw ter Linde

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Maria Vreugderijke, O.L. Vrouw ter Linde
Datum: Zaterdag na Hemelvaart; gehele jaar
Periode: 16e eeuw - 1648 / 1910 - heden
Locatie: Kapel van Maria Vreugderijke in de parochiekerk van St. Petrus
Adres: Kerkplein 1, 5061 EB Oisterwijk
Gemeente: Oisterwijk
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: De verering van het Mariabeeld dateert waarschijnlijk uit de late middeleeuwen. Aan het einde van de 16e eeuw werden aan het beeld miraculeuze eigenschappen toegeschreven. Nadat de katholieken in 1648 de Mariakapel kwijtraakten, werd het beeld bewaard door particulieren. De verering liep terug, maar herleefde nadat de Mariakapel van de St. Petruskerk in 1910 in gebruik was genomen. De devotie beleefde van omstreeks 1920 tot 1940 haar bloeiperiode.
Auteur: Esther Vink
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De kapel van Maria Vreugderijke maakt deel uit van de kerk van de H. Petrus in Oisterwijk, even buiten het centrum, aan het Kerkplein. Vroeger stond er een aparte Mariakapel aan het Lindeind, in het centrum van het dorp, waarin het beeld was geplaatst. Deze kapel zou uit de 15e eeuw dateren en werd omstreeks 1600 volgens de Oirschotse kroniekschrijver Lambrecht van den Hoevel de kapel van 'Onze Lieve Vrouw van mirakel' genoemd, ook wel 'Onze Lieve Vrouw aan het Lind eijndt'. Een andere benaming was 'Onse Lieve Vrouwe van mirakelen aende Linde'.
- Na de Vrede van Munster in 1648 werd de kapel gesloten voor de eredienst. Het gebouw werd in 1727 als raadhuis ingericht. Daarbij bleef het grootste deel van de voormalige kapel gehandhaafd. Dit raadhuis werd in 1899 afgebroken.
- Voor het huidige raadhuis staat een linde: ook voor de voorganger van dit gebouw, de kapel van O.L. Vrouw ter Linde, stond een linde die al in 1388 werd vermeld. De Lieve Vrouw heeft er waarschijnlijk haar naam aan te danken, maar voor zover bekend is het beeld nimmer aan de boom bevestigd geweest. De huidige boom is in de 19e eeuw als jonge spruit gegroeid in de vermolmde kern van de oorspronkelijke boom.
- Na zo'n tweeëneenhalve eeuw in niet-kerkelijke ruimten te hebben vertoefd, is het beeld in 1910 in een speciaal daarvoor ingerichte kapel van de St. Petruskerk te Oisterwijk geplaatst. Deze kerk werd ontworpen door P.J. Cuypers naar het voorbeeld van de vroeggotische O.L. Vrouwebasiliek te Trier. De kerk werd in 1897 ingewijd. Ook de inrichting van de kapel kwam voor rekening van Cuypers. De kerk is tussen 1992 en 1995 geheel gerestaureerd.
- De Mariakapel waarin het beeld tegenwoordig staat, is rijk gedecoreerd. Cuypers' decoratie in neogotische stijl is in 1935 vervangen door een modernere stijl. Het hek dat de kapel afsluit, is uitgevoerd in hout en koper. Verder zijn drie gebrandschilderde ramen in de kapel aangebracht, met voorstellingen uit het leven van Maria. Deze ramen zijn van Charles Eyck, evenals de vier tegeltableaux aan de muren, voorstellende de hoogtepunten in de geschiedenis van de Mariaverering in Oisterwijk met verwijzingen naar de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders die zich hiervoor hebben ingespannen.
Cultusobject - Het Mariabeeld is 1,12 meter hoog en afkomstig uit het atelier van de Brabantse Meester van Koudewater (1470-1480). Het stelt een staande Maria voor, met het kind op de arm. De gekroonde Maria is van notenhout, het eveneens gekroonde kind van perenhout. Vermoedelijk dateert het kind uit circa 1604 en verving het een voorganger die in 1587 zwaar beschadigd raakte. Het Mariabeeld had toen te lijden van een brand in de kapel die door de 'geusii' ('geuzen') was aangestoken. De vervanging van het kind zou verband houden met de hierna te noemen gelofte van Leonard Laurensz.
- Het beeld had omstreeks 1550 een kostbare mantel om. Het is waarschijnlijk dat het beeld omstreeks die tijd werd voorzien van een nieuwe polychromie. Ook omstreeks 1900 was het Mariabeeld nog gekleed in een 'lossen manteltooi'. De bevestiging bleek toen enige sporen te hebben achtergelaten op het beeld.
- In 1910 werd het beeld in het atelier van Cuypers grondig gerestaureerd. De mantel werd toen verwijderd. Daarbij werd het beeld voorzien van een nieuwe kroon, handen, voeten en onderkant. Ook de scepter in haar rechterhand is vernieuwd. De ontbrekende handen en de druiventros van het kind Jezus werden toegevoegd en de gekantelde houding waarin het was beland, gecorrigeerd. Het voetstuk heeft men aangevuld. Het beeld is in 1910 tevens opnieuw gepolychromeerd en versierd met edelstenen.
- Maria en kind zijn in 1960 vanwege hun ouderdom en de voortdurende verering door bisschop Bekkers van Den Bosch gekroond.
Verering Oorsprong

- De oorsprong van de verering is niet te dateren op basis van de bekende gegevens. Betrouwbare bronnen over het ontstaan zijn niet overgeleverd. Men heeft daarom wel zijn toevlucht tot de fantasie genomen. Tekenend voor de sfeer waarin de verering aan het begin van deze eeuw werd getrokken, is een romantisch verhaal van J.A. Alberdingk Thijm over de wonderbaarlijke genezing van de teruggekeerde kruisvaarder Aernout van Berkele op voorspraak van Maria. Alberdingk Thijm raadpleegde hiervoor een obscure kroniek van het geslacht van Berkel.
- Vast staat de aanwezigheid van een kapel aan het Lindeind in de late middeleeuwen. Of daarin van aanvang af het Mariabeeld aanwezig was, is niet duidelijk. Het is mogelijk dat in Oisterwijk reeds voor de 15e eeuw een Mariaverering bloeide die verbonden was met een ouder cultusobject. In 1389 wordt namelijk al een broederschap van O.L. Vrouw te Oisterwijk genoemd. In de kerk te Oisterwijk was een altaar aanwezig dat aan Maria was gewijd. Volgens Huybers was de broederschap al voor 1400 verbonden met dit altaar.
Op grond van de datering van het beeld, in de tweede helft van de 15e eeuw, zou men kunnen veronderstellen dat het in de laatste decennia van de 15e eeuw in de kapel stond. Wellicht werden er toen al wonderdoende eigenschappen aan toegeschreven. In de overlevering wordt hierover niets meegedeeld. Vanaf het einde van de 16e eeuw stond het beeld als miraculeus bekend. Toen werd de kapel dan ook de kapel van 'Onze Lieve Vrouw van mirakel' genoemd. Een andere benaming was 'Onse Lieve Vrouwe van mirakelen aende Linde'. Ook Gramaye vermeldt in 1610 dat deze kapel naam had verworven vanwege de wonderen die te danken waren aan Maria's tussenkomst.

Wonderen

- Enige tijd na de door de protestanten aangestoken brand van de kapel (1587), zouden twee wonderen zijn geschied die Wichmans beschrijft in 1632. Zij werden indertijd op schrift gesteld en bevestigd door een schepen van Oisterwijk en de secretaris, tevens kroniekschrijver van deze plaats, Lambert van den Hoevel. Het eerste wonder vond plaats in 1604, toen Leonard Laurensz, echtgenoot van een door een pes-tilente ziekte op de rand van de dood verkerende vrouw, de gelofte deed een nieuw Mariabeeld in de kapel te plaatsen als de zieke zou genezen. Nauwelijks had hij de gelofte gedaan of zijn vrouw was genezen. In 1626 beloofde een 60-jarige man met verlamde voeten, die sinds vier jaar alleen met behulp van krukken van zijn bed naar het haardvuur kon schuifelen, dat hij zich op drie opeenvolgende vrijdagen naar de kapel zou slepen, om daar een mis voor zijn genezing bij te wonen. Deze Claas Judocus de Beer werd op de tweede vrijdag verhoord en kon op eigen kracht naar het altaar gaan. Hij was volledig genezen. De kruk die de genezene aan het Mariabeeld had geschonken, werd daar later (voor 1632) nog door Wichmans gezien. Claas was 15 dagen na het wonder zelfs in staat naar Den Bosch gaan om er de jubilé-aflaat te verdienen.

17e-19e eeuw

- Wichmans vermeldt dat prelaat Lodewijk van Eynatten van de abdij St. Geertrui te Leuven in de eerste helft van de 17e eeuw (voor 1632) een mantel en een kostbaar gebrandschilderd glas-in-loodvenster, voorstellende Maria en het kindje Jezus, aan de kapel had geschonken. Of de verering van het Mariabeeld in deze tijd openbare vormen aannam, vermelden de bronnen niet.
- Na de Vrede van Munster (1648) werd het beeld bewaard bij particulieren thuis. Dat zou in een huis schuin tegenover de voormalige Mariakapel zijn geweest, thans het 'Wapen van Oisterwijk' genaamd. In de 19e eeuw woonde hier de familie van Roessel, die een speciaal 'lieve-vrouwe-kamerke' had ingeruimd. Het is onduidelijk of er in die periode ook een cultus bestond. Tijdens de inkwartieringen in verband met de Belgische Opstand werd het beeld in een zolderkast opgeborgen. Toch bleef de Mariaverering bestaan. Maria gold als steun voor de stervenden en kraamvrouwen, wier gebeden zij verhoorde. Zo werd op 1 augustus 1857 de vrouw van Cornelis van Selst die door haar dokter al was opgegeven, uit barens-nood gered.
- Sinds 1870 stond het beeld in een gangetje bij de werkplaats in een huis waarin herberg werd gehouden. Van devotie was toen geen sprake meer. Na 1908 verhuisde het naar een bovenkamertje.

Herleving

- Op de bovenkamer werd het Mariabeeld door de Bossche oudheidkundige X. Smits 'ontdekt'. Vervolgens stond de familie Kluytmans-Van Roessel in 1910 het beeld af aan de kerk. Na restauratie in het atelier van de bekende architect Cuypers in Roermond is het beeld ten troon verheven op 31 juli 1910 in de kapel van 'Maria Vreugderijcke' van de St. Petruskerk.
- De troonverheffing zou gepaard zijn gegaan met een gebedsverhoring: op diezelfde 31e juli bad een moeder om genezing voor haar kind dat sinds een jaar ziek was, en werd verhoord.
Met de intronisatie van het Mariabeeld in de St. Pe-trus-kerk kwam een meer massale vorm van openbare Mariadevotie op gang. De plaatselijke geestelijkheid spande zich in voor het houden van jaarlijkse processies, waarbij het beeld vanaf de locatie van de vroegere Mariakapel aan het Lindeind werd meegedragen. Bij een van die processies, gehouden op 24 september 1917, werden volgens Huybers circa 5000 pelgrims geteld, die ten dele vanuit de omliggende gemeenten waren toegestroomd.
- De meeste processies vonden plaats op het Oisterwijkse jaarfeest van Maria, de zaterdag na Hemelvaart. Met name de processies ter gelegenheid van de jubilea van de intronisatie werden groots opgezet. Hoogtepunt vormden de Mariafeesten op 3 en 4 augustus 1935. Kerkelijke en wereldlijke autoriteiten en een groot aantal r.k. verenigingen waren op 4 augustus in een grote 'ommegang' vertegenwoordigd. Gekostumeerde figuren verwezen naar de historische wortels van de Mariaverering. De plaatselijke fraters droegen het Mariabeeld in de processie. Die dag werd ook door 150 Oisterwijkers het openluchtspel 'Die sevenste bliscap onser Vrouwen' uitgevoerd. De Mariaprocessies waren in de jaren tot de Tweede Wereldoorlog evenementen die veel belangstelling trokken. Afgezien van de grote Mariafeesten, waren de aantallen bezoekers aan het Mariaheiligdom echter relatief klein. Zij kwamen vooral uit Oisterwijk en omgeving.
- In de loop van de jaren vijftig werd ook hier een duidelijke teruggang van het religieuze leven voelbaar. Sinds het midden van de jaren zestig kent Oisterwijk geen Mariaprocessies meer. Anno 1995 is de kapel van Maria Vreugderijke in Oisterwijk, zoals de huidige pastor het uitdrukte, een min of meer 'slapende' bedevaartplaats. Gebleven is de privédevotie voor het Mariabeeld in de St. Petruskerk, die op de laatste zondag van mei wordt aangevuld met een speciale viering van Maria Vreugderijke. Een enkele keer komt men nog groepsgewijs, zoals de honderd bedevaartgangers uit Moergestel op 27 mei 1998. Tijdens die bedevaartmis brandde de hoofdtoren van de kerk geheel uit.
Materiële cultuur - Replica: in de periode 1920-1940 waren er diverse gepolychromeerde gipsen replica's van het beeld in omloop; ex. in Museum Religieuze Kunst Uden, nr. MRK 339. In de jaren zeventig zijn deze wederom in kleine oplage op de markt gebracht.
- Medailles: 1 bronzen medaille met ophangoog met afbeelding van het beeld en de tekst 'O.L. Vrouw van Mirakelen ter Linde te Oisterwijk', coll. Noordbrabants Museum nr. 7677; 2 legpenning met O.L. Vrouw en het randschrift in gotische letters 'O.L. Vrouw van Mirakelen ter Linde Oisterwijk'; ca. midden 20e eeuw; Ø 10 cm; coll. Museum Religieuze Kunst Uden.

Devotioneel drukwerk

- Devotieprentjes e.d.: 1 'Onze Lieve Vrouw van Mirakelen ter Linde te Oisterwijk' met een geschilderde kleurenafbeelding van het beeld tegen een achtergrond van pauwenveren (12 x 6 cm; impr. J. Pompen, vicaris-generaal, 's-Hertogenbosch 5 juli 1910) en op de achterzijde een korte geschiedenis; 2 'O.L. Vrouw van Oisterwijk', pentekening van het beeld uit een serie met de signatuur 'J.H. 37' op de tekening en 'E.v.A. 97' onder de prent (11,5 x 7,5 cm; z.p. [1937?]); 3 prent (12 x 7,5 cm) met schildering van het cultusbeeld ter gelegenheid van een eerste mis in 1947; 4 'Onze Lieve Vrouwe van Mirakelen, ter Linde, te Oisterwijk', vouwprent met een geschilderde kleurenafbeelding van het beeld tegen een achtergrond van pauwenveren (11 x 5,5 cm; Oisterwijk: Petrusparochie, 7 sept. 1980; waarschijnlijk een reprint van nr. 1). Op de binnenzijde staan een korte geschiedenis en 'Het lied van Maria Vreugderijke'; 5 idem, maar tweezijdig en met het gewijzigde onderschrift 'Onze Lieve Vrouw van Mirakelen ter Linde te Oisterwijk'; 6 'Maria Vreugderijke van Oisterwijk', vouwprent met een kleurenfoto van het beeld (11 x 7 cm; z.p.: Drukkerij van den Besselaar, z.j.). Op de binnenzijde staan een korte geschiedenis en het lied 'Maria Vreugderijk'; 7 'Dat zij rusten in vrede. Allerzielen 1994', vouwprent met een zwartwitfoto van het beeld en aan de binnen- en achterzijde een opsomming van de 'overledenen 1993-1994 St. Petrusparochie te Oisterwijk' (12,5 x 15,5 cm; Oisterwijk: Vlaminckx, z.j.); 8 'Gebed Onze Lieve Vrouwe ter Linde te Oisterwijk'.
- Ansichtkaarten: 1 het Mariabeeld figureert ook op diverse 20e-eeuwse ansichtkaarten met foto's van het beeld; 2 kaart met een foto van het openluchtaltaar van Maria Vreugderijke bij het R.K. Gasthuis (ca. 1940).
- Programma's: 1 O.L. Vrouw ter Linde Maria vreugderijk, programma Mariafeesten Oisterwijk 1935; 2 Bedetocht ter ere van Maria Vreugderijcke Oisterwijk, programma 30 mei 1965.

Bronnen en literatuur Archivalia: Tilburg, gemeentearchief: archief van de Petruskerk te Oisterwijk, inv. nr. 267, jubileumboek t.g.v. het zilveren feest van O.L. Vrouw ter Linde in Oisterwijk 1910-1935, p. 97, 397, 409; documentatie, inv. nr. 0103. 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: parochiedossier H. Petrus te Oisterwijk. 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief Cuypers van Veldhoven, oud inv. nr. 257. Tilburg, Katholieke Universiteit Tilburg: Brabant Collectie.
Literatuur: J.B. Gramaye, Taxandria, in qua antiquitates etc. (Brussel: Rutger Velpius, 1610) p. 135; Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 427-428, 907; J. van Oudenhoven, Beschryvinge der stadt ende meyerye van 's Hertogen-Bossche etc. (Amsterdam: Broer Jansz, 1649) p. 38; S. Hanewinkel, Geschied- en aardrijkskundige beschryving der stad en Meierije van 's Hertogenbossche etc. (Nijmegen: J.C. Vieweg, 1803) p. 479; F.A. Holleman, 'Een merkwaardige boom', in: Katholieke Illustratie 31 (1897-1898) p. 280; F.A. Holleman, De oude lindeboom te Oisterwijk (Oisterwijk 1899); 'Onze Lieve vrouw van Mirakelen aan de Linde te Oisterwijk', in: De Volksmissionaris 22 (1901) p. 376-382; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 329-323; X. Smits, 'Het beeld van Onze-Lieve-Vrouwe van Mirakelen ter Linde, te Oisterwijk', in: Sint Lucas, Nederlandse uitgave van het Bulletin des métiers d'art 3 nr. 5, (1910) p. 156-158; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 414-419; A. Huybers, 'Onze Lieve Vrouwe ter Linde en hare kapel', in: Kerkklokje van Oisterwijk, Haaren en Moergestel, bijvoegsels 11, 13, 15, 17, 19 (Oisterwijk z.j.); A. Huybers, Oud Oisterwijk, 'Tweede gedeelte' (Oisterwijk 1923) p. 81-116; [C.J. Zwijsen], 'O.L. Vrouw van de Mirakelen aan de Linde te Oisterwijk (N.-Br.)', in: Sint-Jansklokken 2 (1924) p. 236-237; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 177; Jehan Kuypers, Lieve Vrouwkes van Brabant of eenen krans van Maria-legenden (Maastricht: Gebr. Van Aelst, 1938) p. 61-68; J. van Sprang, 'Beeld en kapel', in: De Kleine Meijerij 10 (1957) p. 20-23; Willibrord Lampen, 'Maria van Oisterwijk', in: Brabantia 8 (1959) p. 34-42; W. de Bakker, 'Onze Lieve Vrouwe ter Linde te gast in de stad van de Zoete Moeder', in: Kerkklokje van Oisterwijk en omstreken 39 (24 sept. 1971) p. 1-3; P.G. Bins, Prisma toeristengids. Zeeland Brabant Limburg (Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum, [1972]) p. 359; H. Brabers e.a. ed., Onze Lieve Vrouwkes van Brabant (Den Bosch: Provinciaal Genootschap, [1977]) p. 47-48; 'Maria van Mirakelen ter Linde werd Maria van Oisterwijk', in: Brabant Centrum, 19 mei 1982; Ineke Platel & Peter van Zoest, Steek dan voor mij ook een kaarsje op. Onze Lieve Vrouw in het bisdom Den Bosch (Den Bosch: afd. publiciteit bisdom, 1987) p. 104-107; G.R.W. Végh, 'De inrichting van de kapel van "Maria Vreugderijcke" door P.J.H. Cuypers', in: De Kleine Meijerij 39 (1988) p. 1-26; G. de Graaff e.a., Monumentale bomen in Nederland (Amsterdam: Boom, 1991) p. 48-50; A. Toelen, Geloof in gips. Massaproducten van religieuze voorstellingen, 3 dln. (Nijmegen: doctoraalscriptie KUN, 1992), beeldjes van O.L. Vrouw van Oisterwijk; P.J.M. Wuisman, 'Het huis bij de oude linde, de raadhuizen van Oisterwijk door de eeuwen heen', in: De Kleine Meijerij 45 (1994) p. 1-11; J. Schuyf, Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden (Utrecht: Matrijs, 1995) p. 102; C. van Buijtenen, Een kerk met een hart; een kijk- en leesboek bij gelegenheid van 100 jaar St. Petrus' Banden in Oisterwijk (Oisterwijk: Parochiebestuur, 1997).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Oisterwijk; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland: map St. Petruskerk te Oisterwijk; Tilburg, KU Brabant: Brabant-collectie, top. afb. Oisterwijk: nrs. 3641-3643, O.L. Vrouw. collectie devotionalia van mevr. J. van Diessen-van de Braak te Oisterwijk.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<