Nunhem, H. Servaas (Servatius)

Cultusobject: H. Servaas (Servatius)
Datum: Zondag voor Hemelvaart; zomermaanden
Periode: 18e eeuw - heden
Locatie: St. Servaaskapel en -put behorend tot de parochiekerk van St. Servatius
Adres: Kapel: naast St. Servaasweg 46, 6083 AS Nunhem; kerk: Hoogstraat 31, 6083 AX Nunhem
Gemeente: Haelen
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In het dorp Nunhem wordt de parochiepatroon St. Servaas mogelijk al sinds de 15e eeuw vereerd als (koorts-)heilige. Het water uit de St. Servaasput - volgens de overlevering een bron waaruit de heilige gedoopt zou hebben - wordt heilzaam geacht tegen koortsziekten bij mens en dier. Sinds de 18e eeuw tot heden worden bedevaarten naar Nunhem vermeld. De processie van de parochiekerk naar de St. Servaasput en -kapel in het Leudalbos vond vroeger plaats op de zondag na 13 mei en thans op de zondag voor Hemelvaart. De processiedag groeide na 1848 uit tot het hoofdfeest, maar ook op andere dagen werden kapel en put druk bezocht. In 1998 was er geen sprake meer van een georganiseerde bedevaart; bedevaarten hadden toen uitsluitend nog een particulier karakter. De lokale verering was eind jaren negentig nog levendig.
Auteur: Sef Adams & Arnoud-Jan Bijsterveld
Illustraties:
Topografie St. Servatiuskerk
- De kerk van Nunhem wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde van 24 december 1224, waarin Dirk, heer van Altena, het patronaatsrecht en het personaat van de kerk van Nunhem schonk aan de norbertijnenabdij van Averbode. Abt en convent van Averbode droegen op 1 oktober 1288 het patronaatsrecht van Nunhem over aan het norbertinessenklooster Keizerbosch in Neer (2 km ten noordwesten van Nunhem), dochterklooster van Averbode.
- Volgens het verslag van de visitatie in 1646 van de kerken in het dekenaat Maaseik door Peter de Rosen, was St. Servaas toen de patroon van de kerk van Nunhem. Proost en convent van het norbertinessenklooster Keizerbosch in Neer bezaten toen het collatierecht en het recht op de grote tienden. Tussen 1803 en 1835 maakte Nunhem achtereenvolgens deel uit van de parochies Buggenum en Haelen. In 1835 werd de kleine parochie opnieuw zelfstandig.
- De oude parochiekerk, waarin plaats was voor zo'n 120 mensen, werd in mei 1893 gesloopt, waarna een nieuwe kerk werd gebouwd naar ontwerp van (en grotendeels op kosten van) de uit Nunhem afkomstige architect J.H.H. van Groenendael. De nieuwe kerk werd op 30 oktober 1893 ingezegend door deken P. Corten van Roermond en op 29 oktober 1894 geconsacreerd door mgr. F. Boermans, bisschop van Roermond. Alleen de mogelijk 13e- of 14e-eeuwse, in mergelsteen opgetrokken toren van de oude kerk bleef bewaard. Deze werd gerestaureerd in 1924-1925, in 1991 en na de aardbeving die Midden-Limburg op 13 april 1992 trof.

Kapel
- De bedevaartkapel, met de St. Servaasput daarachter, ligt nog geen 1500 meter ten noordoosten van de dorpskom, op een heuvel in het Leudalbos, niet ver van de Haelense beek. De locatie werd vroeger 'op den Berg' en wordt thans 'St. Servaasberg' genoemd. St. Servaas zelf zou de bron, die 15 meter boven de waterspiegel van de Leubeek ligt, hebben laten ontspringen en het water eruit gebruikt hebben om de eerste christenen in de streek te dopen. Bij Maastricht (Biesland, ⟶ Maastricht, Servatius) en in België bevinden zich eveneens St. Servaasbronnen. In Noord-Limburg (onder meer in ⟶ Geijsteren, ⟶ Meijel en mogelijk in Stramproy) en in het aangrenzende Noord-Brabant (onder meer in ⟶ Diessen, dl. 2 en ⟶ Oss, dl. 2) worden thans nog wel St. Willibrordputten aangetroffen, waarvan eveneens het verhaal wordt verteld dat de heilige daar gedoopt zou hebben.
- De St. Servaaskapel staat aangegegeven op een kaart van Roermond en omgeving uit 1744, vervaardigd door E.H. Prick. In een gespecificeerde opmeting d.d. 30 oktober 1796 van de tot nationaal domeingoed verklaarde percelen van het voormalige tertiarissenklooster Mariaschoot (in 1732 vanuit ⟶ Ommel, dl. 2, naar Nunhem verplaatst) vermeldt de landmeter W. van de Bercken de St. Servaaskapel als volgt: 'Nog den bosch op de heijde ende neffens de beeke ende ronts om Sinte Servaeshusken, reijngenoot noortwaers de Beeke, oostw. Neerder jurisdictie, suijtw. C.J. Wagemans als ook westw., is groot bevonden 17 b., 3 v., 76 r.' Ook is hierin sprake van land in 'Sinte Servaes Kamp' te Nunhem. Volgens Van Beurden (1897) lag 'kort bij het kapelletje (...) de St. Servaaskamp, met hout begroeid'.
- In 1877 behoefde de oude St. Servaaskapel reparatie. Op 13 oktober 1891, onder pastoor Petrus Stassen (1891-1900), werd begonnen met de afbraak ervan. Op 19 oktober begon men met de bouw van de nieuwe, grotere kapel, naar ontwerp van de architect en aannemer J.H.H. van Groenendael uit Amsterdam, zoon van J. van Groenendael, 'de grote weldoener der parochie'. De kapel werd geschonken door deze architect en door Joachim Franssen uit Nunhem, die onder meer de versieringen in de kapel bekostigde. De nieuwe kapel werd op 16 mei 1892 ingewijd door deken P. Corten van Roermond. Van Beurden beschrijft het in 1897 als een 'achtkant gebouwtje, waarnaast een put ligt'.
- In de kapelmuur is rechts naast de ingang een blauwstenen plaquette ingemetseld met de volgende tekst:

'Hier doopte Sint Servaas / In donk'ren heidennacht, / En heeft met Christus' leer / Ons volk het heil gebracht. / Sinds wordt Hij vroom vereerd / Door 't dankbaar nageslacht, / Dat herwaarts komt en bidt / Vertrouwend op Zijn macht, / Dat drinkt aan de oude bron / En heengaat rijk bedacht / Met schat van zegening / En frissche zielkracht.'

- Pastoor Alphons Th.A.G. Meijer (1915-1924; ⟶ Haelen, Apollonia), die eerder assistent was in de St. Servaaskerk in Maastricht, ontplooide alras na zijn aantreden een reeks van activiteiten ter promotie van de St. Servaasverering en ter verfraaiing van het bedevaartpark. Voor het herstel van de put, 'een monument van katholiek Nederland', werd geld ingezameld, onder meer door de verkoop van ansichtkaarten. In 1916-1917 werd de kapel vergroot en werd boven de St. Servaasbron een witstenen overkapping aangebracht. Op het bovenfront daarvan is te lezen: 'H. Servatius, bid voor ons en voor de voortplanting des geloofs'. Achter de St. Servaasput werd een plaquette in hoogreliëf aangebracht met een afbeelding van een staande St. Servaas met in zijn linkerhand de bisschopsstaf; met zijn rechterhand doopt hij een knielende man aan zijn rechterzijde (dus aan de linkerkant van het reliëf). De dopeling laat zijn handen rusten op een staand kruis. Links van St. Servaas (rechts in het reliëf) is nog een knielende man afgebeeld, die met beide handen een speer omklemd houdt. De tekst (van pastoor Pascal Schmeits) onder het reliëf luidt: 'Hier doopte Sint Servaas uwe eerste Christen voorouders'. In de nabijheid van de put bevond zich 'een practisch aangelegd pompje voor het "Sint-Servaaswater" '.
- Pastoor Meijer en zijn parochianen wilden de St. Servaasberg tevens verfraaien met kruiswegkapellen om de bedevaart aantrekkelijker te maken 'voor de talrijke vereerders van Sint Servaas die vooral in de zomer de kapel in het bos en de eeuwenoude St. Servatiusput bezoeken'. In februari 1917 werd begonnen met de aanleg, maar het plan met kruiswegkapellen werd nooit voltooid. Wel werd op 15 augustus 1917 de door pastoor Meijer aangelegde Calvarieberg bij de St. Servaaskapel ingewijd door de deken van Roermond. Nog in 1920 schrijft pastoor Meijer dat de put 'dringend herstel behoeft'.
- In het najaar van 1971 werd een grote restauratie van de St. Servaaskapel ter hand genomen. Deze restauratie werd op de avond van 13 mei 1972 besloten met een processie, geleid door mgr. J.M. Gijsen, bisschop van Roermond.
- Begin 1994 werden de St. Servaaskapel en haar omgeving opnieuw gerestaureerd. Bij de ingang naar de St. Servaasberg werd een nieuw beeld van St. Servaas geplaatst, van de hand van T. Bertjens. Op 8 mei 1994 ging mgr. F. Wiertz, bisschop van Roermond, voor in de processie en zegende hij het nieuwe beeld in.
- In de vroege avond van 4 juli 1994 werd Midden-Limburg getroffen door een zware windhoos, die de St. Servaaskapel en het processiepark ernstig beschadigde doordat veel bomen ontworteld raakten. In het plafond van de kapel kwam een scheur van anderhalve meter. Ook viel er een boom over de St. Servaasput. Opnieuw werd de kapel gerestaureerd en het dak vernieuwd. In het omringende bos werden nieuwe bomen aangeplant. Op 7 december 1994 was de vierde grote restauratie van de kapel in de 20e eeuw voltooid.
- De bakstenen, georiënteerde kapel bezit een dakruiter. Het oorspronkelijk exterieur van bakstenen, afgewisseld met witte banden, is anno 1998 op de plint na geheel witgeschilderd. In de kapel hangen 19e-eeuwse kaarsenstandaards en staan processiekaarsen uit voorgaande jaren. Rechts naast het altaar in de kapel hangt anno 1998 de tekst van een gebed tot St. Servaas; links is als votiefgeschenk een marmeren plaquette ingemetseld met de tekst 'Reconnaissance à St. Servais pour une faveur obtenue'.

Openluchtkapel
- In 1933 werd op de St. Servaasberg een openluchtkapel aangelegd, met onder meer een preekstoel tegen een dode dennenboom aan. 'Onder schaduwrijke berken, eiken, acacia's en sparren' stonden sindsdien 'amphitheatergewijs banken gereed' voor de wekelijkse openluchtgodsdienstoefening op zondagnamiddag. Anno 1998 staat op de heuvel, hoger dan de kapel, een eenvoudige bakstenen openluchtkapel die gebouwd lijkt in de jaren zestig of zeventig. Onder het dak staan de beelden van de Calvarieberg. Voor deze kapel staan houten banken.

Servaashuis
- In 1939 werd de kunstzinnige Jean (J.H.) Adams pastoor van Nunhem (1939-1952). In 1940 bouwde de St. Servaasbroederschap een parochiehuis 'ter behartiging van de geestelijke en culturele belangen van dorp en streek', dat Servaashuis werd gedoopt. In het voorjaar van 1941 werd het door pastoor Adams zelf gemodelleerde en gekapte St. Servaasbeeld op de gevel aangebracht. Het Servaashuis fungeerde tijdens zijn pastoraat vooral als tentoonstellingsruimte voor moderne Limburgse kunst en als centrum voor culturele activiteiten. Enige jaren geleden is dit Servaashuis, dat eigendom was van de parochie, afgebroken en is de grond verkocht aan de gemeente. Het St. Servaasbeeld van Adams kreeg een plaats nabij de parochiekerk.
Cultusobject - Zie voor St. Servaas ⟶ Maastricht.

Relieken
- In 1835 is sprake van 'de reliquieën van het H. Kruis en St. Servatius'. In 1891 behoorden tot de inventaris van de St. Servaaskapel 'twee reliquaires met reliquien doch zonder bewijzen'. Van Beurden vond in 1897 in de kapel op het altaar 'een beeld van den H. Servaas en terzijde van het altaar twee reliquikassen, die gevuld zijn met groote reliquiën en die waarschijnlijk uit een der Nunhemsche kloosters stammen'.
- De parochie bezit thans twee staande reliekhouders, één met een reliek van St. Servaas en één met een H.-Kruisreliek. Een derde, met groene en rode (half)edelstenen versierde ovale reliekhouder bevat relieken van Margaretha Maria Alacoque. De reliekhouder van St. Servaas is een eenvoudige zilverkleurige, circa 40 cm hoge reliekenmonstrans, mogelijk daterend van omstreeks 1900. In een ovale oculus met een diameter van circa 5 à 7 cm, is een botpartikel op rode stof genaaid met daaroverheen een cedula die de reliek identificeert als van 'S. Servatii'. Deze eenvoudig versierde oculus is in een (jongere?) monstrans geplaatst met rondom de oculus een stralenkrans.

Beeld
- In 1891 bevond zich in de kapel een groot houten St. Servaasbeeld. In 1998 staat op het altaar in de kapel een beeld van St. Servaas dat circa 80 cm hoog is. Het is een kleinere versie van het St. Servaasbeeld dat in 1919 door beeldhouwer J. Geelen te Roermond werd vervaardigd en in hetzelfde jaar door het kerkbestuur aan pastoor Meijer werd geschonken bij diens zilveren priesterfeest. Dit neogotische gepolychromeerd houten beeld (hoogte 108 cm) werd naar aanwijzingen van de pastoor vervaardigd. Het stelt een staande St. Servaas voor, in bisschoppelijk ornaat, die in zijn linkerhand de staf houdt en met zijn rechterhand het doopsel toedient aan een voor hem knielende 'heiden te Nunhem aan de bron', die een bijl in zijn gordel draagt. Deze 'bron' ontspringt bij de rechtervoet van St. Servaas. De attributen van de heilige - staf, sleutel en borstkruis - zijn nagemaakt naar die in de schatkamer van St. Servaaskerk in Maastricht, terwijl zijn bisschopsgewaad hetzelfde patroon heeft als het in Maastricht bewaarde fragment. Dit beeld, dat gewoonlijk in de parochiekerk staat, wordt meegedragen in de jaarlijkse St. Servaasprocessie.

Put
- Al in de 12e-eeuwse Servaaslegende van Henric van Veldeke wordt vermeld dat 'die van febres sieck sijn ende onghesont' te Maastricht uit de beker van St. Servaas kwamen drinken om van de koorts genezen te worden. St. Servaas is dus van oudsher een 'wonderlijke geneesheer van koortsen'. A.F. van Beurden (1857-1934) schreef in 1897 in het Limburg's Jaarboek het volgende: '[naast de kapel ligt] een put [...], die zoo zuiver en helder water levert, dat men uren in de rondte de wedergade niet vindt. [...] Tot op den huidigen dag is het water zoo helder, dat men 't kleinste kiezelsteentje op den bodem kan zien glinsteren. In den zomer is het bij de grootste warmte steeds frisch en koel en zou met recht den naam van geneeskrachtig water kunnen dragen.'
Deze put ligt aan de oostzijde van de kapel, in het verlengde van het koor. Het water van de St. Servaasput zou (aldus het pelgrimsboekje uit 1921) ontspringen 'op eene berg, eene hoogte van zeker wel veertig voet boven den waterspiegel van een beek, (Leubeek) die op eenigen afstand vloeit'. Sedert mensenheugenis, 'zelfs niet bij de meest brandenden droogte (als in de maand Juli 1921)', zou de bron niet 'zonder overvloed van water' geweest zijn. Vrancken spreekt van 'de onloochenbaar wondere geneeskracht van de waterbron'.
Verering De eerste eeuwen
- In het norbertinessenklooster Keizerbosch, dat zoals gezegd sinds 1288 het patronaatsrecht van Nunhem bezat, werd St. Servaas bijzonder vereerd. Uit oorkonden uit 1290, 1304 en 1334 weten we dat de kloosterzusters 'ten halven meie op sente Servaesdach' dankzij milde gevers iets extra's op tafel konden verwachten.
- Een St. Servaasverering in Nunhem zelf gaat met zekerheid terug tot 1492, toen een kerkklok aan hem werd toegewijd. In dat jaar werden door Johannes en Gerard van Venlo twee klokken gegoten. De grootste, de oude banklok, draagt het opschrift 'sante servaes'; de andere, de gemeentelijke klok, draagt het opschrift 'ego vocor ihs maria' ('ik heet Jezus Maria').
- In het bekendste, in 1748 of 1749 gesitueerde wonderverhaal van ⟶ O.L. Vrouw van Weert is ook sprake van bedevaarten naar Nunhem. Toen de op 16 september 1737 in de buurt van Weert geboren Hendrina Maes op elfjarige leeftijd nog stom bleek te zijn, trokken de ouders met het kind eerst driemaal tevergeefs te voet naar Kevelaer. De moeder ging toen alleen naar Scherpenheuvel en daarna weer in gezelschap driemaal naar Nunhem, maar het kind bleef stom. Vervolgens werd het kind op voorspraak van O.L. Vrouw van Weert genezen.

19e eeuw
- Pastoor Petrus van de Laak (1835-1855) noteerde in 1835:

'De kapel van Sint Servatius is gelegen op enen afstand van tien minuten van de kerk van Nunhem tussen de bossen van Nunhem en eigendommen van de heren erfgenamen Waegemans. Deze kapel, geplaatst op enen hoge berg waar nevens enen put ligt, schijnt sedert onheugelijke jaren door godvruchtige lieden daargesteld te zijn en is bijzonder toegewijd aan den heilige Servatius, bisschop van Tongeren. Ook wordt dezelfde bijna dagelijks door een menigte volks bezocht, welke alsdaar hunnen toevlucht tot de heilige nemen om door zijn voorspraak van de koorts te worden bevrijd en genezen. Jaarlijks op de zondag volgende op 13 mei trekt de processie van de kerk naar de kapel van Sint Servatius, welke processie alsdan door een zeer grote menigte gelovigen wordt bijgewoond.'

- In 1848 werd er in de parochie Nunhem, blijkens een opgave aan het bisdom, op de feestdag van St. Servaas (13 mei) - of op de zondag erna - een processie gehouden vanaf de kerk door de Dorpstraat naar de kapel, waarbij een preek werd gehouden. In de processie werden het Allerheiligste, een kruis en een vaandel meegedragen. Onderweg was er kerkzang en werd verscheidene malen de zegen gegeven. De priesters waren daarbij gekleed in kerkgewaad. Overigens werden er toen - naast processies over het kerkhof rondom de kerk - ook op de drie Kruisdagen voor Hemelvaart, op St. Marcusdag (25 april) en op zondag na Sacramentsdag processies buiten kerk en kerkhof gehouden. Het ging hier om 'overoude' gebruiken waarvan de oorsprong onbekend was.
- In juni 1874 noteerde de Nunhemse kerkmeester J. Jeuken ten behoeve van H. Welters' Limburgsche Legenden:

'De Sint Servatiuskapel te Nunhem. De godsvrucht van den godsdienstigen Limburger jegens den H. Servatius, die zich zoo schoon en treffend in diens aloude bisschopsstad Maastricht openbaart, vindt ook te Nunhem hare ontboezeming. Op een zachtglooienden heuvel onder een lommerrijk geboomte verscholen, ligt in dit dorpje een van oudsher bekende kapel, toegewijd aan den H. Servatius. Sinds onheuglijke tijden wordt zij door vrome personen van allen rang en stand druk bezocht, om er den H. Servatius te danken voor het licht des geloofs aan onze voorouders verkondigd, om zijn bescherming over Limburg's kerk af te smeeken, doch vooral om er genezing van koorts en andere ziekten te verwerven. Naast de kapel ontspringt eene bron van het zoetste en helderste water, dat in een put samenvloeit. Nimmer zal de pelgrim verzuimen zich met een dronk van dit heilzaam water te laven of er zijn fleschje voor een dierbaren zieke mee te vullen. Heil den geloovigen lijder, die er St. Servatius met vertrouwen aanroept; en al gelooft hij in zijn eenvoud St. Servatius' hulpe met een zilverstuk te koop, zoo zal toch zijne goede meening zijne hoop niet beschamen. Wee hem echter, die zich over den vrome pelgrim durft vroolijk te maken of St. Servatius' gunsten veracht! Hij heeft het lot te duchten van een spotter, die een loopje met eenige trouwe vereerders van St. Servatius willende nemen, hen schertsenderwijze toeriep, "dat de heilige man niet thuis was, maar in het bosch hout sprokkelde". Op hetzelfde oogenblik gevoelde hij eene rilling door zijne leden en werd door de koude koorts aangetast.'

- Volgens Jacq. Vrancken (1884) was in Nunhem 'de godsvrucht (...) tot den Heilige sedert onheuglijke tijden zeer levendig' en werd het St. Servaaskapelletje 'jaarlijks door een toevloed van pelgrims bezocht'.
- Mgr. J.A. Paredis, bisschop van Roermond (1853-1886), had de gewoonte om op 13 mei, de feestdag van St. Servaas, naar Nunhem te komen om er de mis te lezen. In mei 1886 liet hij de pastoor weten dat hij dat jaar niet in Nunhem kon zijn. De bisschop overleed datzelfde jaar op 91-jarige leeftijd. Ook zijn opvolger mgr. Boermans bracht jaarlijks een bezoek aan Nunhem.
- In de jaren tachtig van de 19e eeuw was er in Nunhem sprake van een 'Consociatio Sti. Servatii'. Deze broederschap heeft waarschijnlijk geen goed gesternte gehad, dit in tegenstelling tot de broederschap die later, in 1917, zou worden opgericht (zie hieronder). In 1884 wordt in de Maas- en Roerbode verslag gedaan van de St. Servaasfeesten in Nunhem.
- De verering van de St. Servaasreliek wordt vanaf 1884 vermeld. Op 20 april van dat jaar verleende paus Leo XIII, op verzoek van bisschop J.A. Paredis van Roermond, twee volle aflaten, een op het feest van St. Servaas (13 mei) of op een der zeven volgende dagen, en een op de feesten van Kruisvinding (3 mei), Kruisverheffing (14 september) en Beloken Pasen. Paus Pius X verleende op 13 augustus 1913 een volle aflaat en een aflaat van vijf jaar en vijfmaal 40 dagen bij bezoek aan de kapel. Mgr. Laurentius J.A.H. Schrijnen, bisschop van Roermond, verleende op 11 december 1918 nog een aflaat van 50 dagen voor het bidden van een gebed of een schietgebed gericht tot St. Servaas.
- Joachim Franssen uit Nunhem, die in 1892 mede de nieuwe St. Servaaskapel schonk, liet per testament van 9 maart 1894 200 gulden na aan de kerk van Nunhem, waarvan de rente moest dienen voor het laten branden van een kaars ter ere van St. Servaas op elke zon- en feestdag, en voor het schoonhouden van de kapel.

20e eeuw
- Sinds het begin van de 20e eeuw werd St. Servaas op bijzondere wijze vereerd gedurende de hele zomer (vanaf 13 mei tot en met de laatste zondag van september) op iedere zondag om 16.30 uur bij de kapel op de St. Servaasberg. De verering bestond uit een preek, het bidden van de rozenkrans en St. Servaaslitanie, het zingen van een of meer St. Servaasliederen en de verering van de St. Servaasreliek. Deze St. Servaasverering is in de jaren zestig afgeschaft. Elke maandag om 7.30 uur was er bij de St. Servaaskapel ook een mis met communie-uitreiking en reliekverering, zoals in een pelgrimsboekje uit 1921 wordt vermeld. Deze vroegmis is in de jaren zeventig afgeschaft.
- Pastoor Meijer gaf de St. Servaasverering een nieuwe impuls, onder meer door verfraaiing van de St. Servaaskapel en -put in de jaren 1917-1918. Ook zou hij toen devotieboekjes hebben uitgegeven met teksten uit een Pelgrimsboekje dat J. Vrancken al in 1888 had uitgegeven. Bij gelegenheid van de inwijding van de Calvarieberg in 1917 (zie bij Topografie) liet Meijer een speciaal gecomponeerde feestcantate ter ere van St. Servaas en een 'Jubellied' uitvoeren.
- Op 29 maart 1917 werd door mgr. Schrijnen in de parochiekerk van Nunhem de 'Broederschap van de H. Servatius, Bisschop en Belijder' opgericht, met als doel 'den H. Servatius op bijzondere wijze te vereeren'. De oprichtingsakte hing anno 1998 ingelijst in de sacristie van de parochiekerk. Men kon lid worden door jaarlijks in de maand mei 10 cent te betalen; wie in een keer 1 gulden betaalde kon 'ten eeuwigen dage aan de geestelijke voordeelen deelachtig' worden. Tegen het einde van 1917 telde de broederschap ruim 1100 leden; in 1934 waren er 17.000 leden, verspreid over heel Nederland en alle werelddelen, met uitzondering van Australië.
- Op zondag 17 november 1918, kort na het uitbreken van de gevreesde Spaanse griep, werd in Nunhem de eerste 'Bidweg tot afwering van de Spaansche griep' gehouden, die de twee volgende zondagen werd herhaald. De Venloosche Courant van 21 november berichtte onder de titel 'Een heilige voor onze dagen': 'De heerschende ziekte heeft weer de belangstelling opgewekt voor een groot Nederlandsche heilige'. Gelovigen uit Nunhem en uit omliggende plaatsen trokken in groten getale naar de St. Servaaskapel om er 'Servaaswater' te gaan halen.
- In 1920 liet pastoor Meijer de lezers van de Katholieke Illustratie weten dat hij 'niets liever ziet, dan dat de aloude bedevaart wederom door duizenden bezocht wordt, en bij den dag in grooten bloei toeneemt, ter eere van St. Servaas en ter liefde en heil der lijdende menschheid.'
- Uit 1921 dateert het bericht dat de 'annalen van Nunhem' 'vele genezingen en de schoonste gebedsverhooringen door de voorspraak van St. Servaas verkregen' vermelden. In Nunhem werd St. Servaas vooral vereerd als koortsheilige en aangeroepen tegen allerlei vormen van koorts. Het 'heilzaam water' uit de St. Servaasput werd 'algemeen' gebruikt tegen koorts, keelaandoeningen, beenderziekten en in- en uitwendige kwalen van mensen en dieren, in het bijzonder 'febris puerperalis' (kraamvrouwenkoorts) en griep. Het St. Servaaswater uit de put werd ook aan dieren te drinken gegeven; ook werden er 'wondige plekken' mee gewassen of bestreken.
- In 1929 kreeg Nunhem een eigen lagere school, de St. Servatiusschool. In mei 1933 verleende de bisschop van Roermond toestemming om aan de St. Servaasberg en in de St. Servaaskapel de mis te lezen. In 1934 werd de 1550e sterfdag van St. Servaas in Nunhem op grootse wijze gevierd. De jaarlijkse processie op 13 mei werd 'met bijzonderen luister gehouden'. Het St. Servaasgilde van R.K. Universiteitsstudenten was met zijn vaandel gekomen om zijn patroon te eren. Het hoogtepunt werd gevormd door de komst naar Nunhem op 22 juli van mgr. J.H.G. Lemmens, bisschop van Roermond (1932-1958). Vlaggen wapperden van een 50-tal hoge palen, waartussen kleine pavoiseervlaggetjes. Van sparrengroen waren bogen gemaakt en er hingen opschriften, spandoeken en het wapen van 'Vader-Bisschop'. In een stoet haalden ruiters, 'een heele schaar kranige bruidjes', een groep K.J.V. met vaandel, de zangvereniging, de fanfare van Neer, schoolkinderen, mannen en vrouwen de bisschop aan de parochiegrens af en begeleidden hem naar de kerk, waar hij het vormsel toediende aan de kinderen. Vandaar ging het in optocht naar de St. Servaaskapel.

''t Programma vermeldde hier een welkomstlied, een spreekkoor, nog een lied, een cantate, eene aanbieding van bloemen onder 't opzeggen van een gedicht door bruidjes, een zevental zusjes, en een verwelkoming door den Z.Eerw. Heer Pastoor, die er de nadruk op legde, dat we hier hadden den opvolger van den H. Servatius'.

's Avonds volgde nog een serenade. Later in het jaar werd door studenten uit het St. Servaasgilde nog een St. Servaasspel opgevoerd.
- In 1940 wordt vermeld dat de landbouwers St. Servaas vereren als patroon van hun vee en 'in hunne stallen den bekenden stal-zegen' ophangen. Ook werd het water uit de put 'op aanvrage' toegestuurd.
- Vanwege de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 kon de St. Servaasprocessie op 19 mei geen doorgang vinden. De Sacramentsprocessie kon enkele dagen later wel doorgaan, evenals op 26 mei de 'oefeningen' aan de St. Servaasberg. In 1946 schreef pastoor Adams hierover:

'Iederen Zondag in de zomer is er op den St. Servaasberg een oefening met een preek in de open lucht. De menschen zitten in de schaduw van de boomen. Een hondje kruipt onder banken door. Er staan wat kinderwagens en er huilt ergens een kindje. Ik sta te preeken onder een dorren denneboom op een van ruwe takken geïmproviseerden preekstoel. Tegen den dorren stam hangt een kruis. De menschen zitten stil op de banken en luisteren met zoo'n inspireerende aandacht, dat de priester, die de gave van den gewijden redenaar niet mocht bezitten, ze hier krijgt opgedrongen. De boomen staan in de zon te ruischen, de lucht is blauw of hangt vol wolken. Er is geen schooner kerkinterieur denkbaar. Vogels fluiten, soms slaat een nachtegaal en soms is het de wielewaal. Een boekvinkje is steeds ijverig in zijn deuntje en af en toe schettert de Vlaamsche gaai als een uitbundige kwajongen. Een eekhoorntje komt vlakbij. "Hier doopte Sint Servaas in donkeren heiden-nacht".
Na deze preek komen al deze menschen de relikwie vereeren. Al die Limburgsche koppen trekken aan mij voorbij. Het is de film van het goede eenvoudige geloof, dat voorbij trekt onder de boomen. In iedere kop staat een levensbeschrijving. En in ieder leven speelt St. Servaas zijn rol. Met rimpels en met voren is het leven geteekend, soms scherp gegrift. Trouwe, goede koppen. Modellen voor een Laatste Avondmaal zijn er onder en Madonna-koppen. Zij gaan aan me voorbij in velerlei schakeering, mannen, vrouwen, kinderen, onze jonge mannen en onze meisjes. Soms ontroert mij de gevoeligheid van een jukbeen zooals het staat als een bezorgde wacht voor een rein oog. Soms raakte mij de vastberadenheid van een Limburgsche kin en de kuisheid van een Limburgschen mond en steeds ben ik blij om de verlegen kus van een kindje op de relikwie. Ik weet dan, dat velen na een kaarsje te hebben opgestoken een glaasje gaan drinken in het café en naar huis wandelen of fietsen langs de bosschen en velden. Ik weet dat er weinigen zijn, die hun hart luchten en daarom wordt er maar wat gepraat over het weer, de vruchten, de politiek en het werk. Doch hun hart is vol van onzegbare dingen: van Sint Servaas, van de preek, van hoop en vertrouwen, van het ruischen der boomen boven hunne hoofden, van de merel die floot, van de schetterende schreeuw van den Vlaamsche gaai en van het eekhoorntje, dat in een boom zat. Zie: dat zijn onze Limburgsche mensen van deze streek. "Door de verdiensten en door de tussenkomst van Sint Servaas, schenke de Almachtige U heil en vrede." '

- In de jaren zestig en zeventig is de collectieve bedevaart sterk teruggelopen. De toenmalige pastoor Frans Neuss (1953-1974), tegen zijn zin in Nunhem geplaatst, ontplooide slechts weinig activiteiten. In de plaats van de vroegere massale bedevaart is anno 1998 alleen nog sprake van particuliere St. Servaasverering en -pelgrimage.
- In 1991, tijdens de actie voor de restauratie van de parochiekerk, werd er op 16 juni een St. Servaasmarkt in Nunhem gehouden.
- In 1991 werd er in de zomermaanden van half mei tot half september iedere week op woensdagmorgen om 9.00 uur een mis opgedragen in de St. Servaaskapel, die steeds door zo'n 40 gelovigen werd bijgewoond, een aantal dat net in de kapel paste. Ook in 1998 was dat nog het geval. In 1993 kwamen er pelgrims uit de eigen parochie, uit omliggende dorpen (Buggenum, Neer en Roggel) en uit de regio, namelijk het Leudal en Midden-Limburg. Volgens pastoor J.C.M. Schmeits (1989-heden) is de gehele streek aan St. Servaas toegewijd. Tijdens de bedevaart op de feestdag vindt een processie plaats, maar is er geen relikwieverering meer.

De processie
- De processie naar de de St. Servaaskapel wordt gehouden op de zondag voor Hemelvaart (en na de zondag van de eerste communie); in 1998 was dat op 17 mei. Ze vertrekt rond 9.30 uur vanaf de parochiekerk en trekt via de Kerkstraat en de Servaasweg door het bos naar de St. Servaaskapel, waardoor de processie enigszins het karakter heeft van een natuurwandeling. In de processie worden de drie processievaandels meegevoerd (zie bij 'Materiële cultuur'). Vooraan loopt een vaandeldrager met het vaandel met daarop de geschilderde afbeelding van St. Servaas. Twee misdienaars houden de flossen vast. Daarachter wordt door vier jongens op een draagbaar een houten Lam Gods meegedragen. Dan volgt de eerste van twee harmonieën: de 'Muziekvereniging Nunhem' (met vaandel uit 1981). Daarachter volgen individuele processiegangers. Dan volgt de tweede harmonie: 'De Eendracht' uit Neer (1902), die in afwisseling met de eerste processiemarsen speelt. Daarachter loopt het dames- en herenkerkkoor, gevolgd door vier mannen met een met bloemen versierde draagbaar waarop het St. Servaasbeeld uit 1919 staat. Hierna volgen het vaandel van Margaretha Maria Alacoque en kinderen van de bassischool, als maagden in het wit en lichtblauw gekleed en met een palmtak. Daarachter lopen de eerste communicanten van de voorafgaande zondag mee. Vier verklede jongetjes dragen in een kist de processiekaars. Deze blijft na afloop in de kapel achter, waar de processiekaarsen uit voorgaande jaren bewaard worden. Dan volgen de misdienaars (jongens en meisjes), van wie de oudste het wierookvat draagt en een ander een altaarschel. Onder het door vier mannen gedragen en door vier mannen met flambouwen omgeven baldakijn loopt de pastoor met de monstrans met het H. Sacrament. Achter het baldakijn volgt de vaandeldrager met het vaandel van de broederschap en lopen de burgemeester en andere gezagsdragers. De processie wordt afgesloten door individuele parochianen.
- Op weg naar de kapel houdt de processie stil bij de Magnificatkapel, waar de monstrans op een rustaltaar wordt geplaatst en bewierookt terwijl het 'Tantum ergo' wordt gezongen. De parochianen kennen het gebruik om in de deuropening van hun huis devotiealtaartjes op te richten met een kleed, kaarsen, bloemen en planten, het gipsen beeld van St. Servaas uit 1991 (zie bij 'Materiële cultuur') en eventueel een kruisbeeld. Na aankomst (tussen 10.00 en 10.25 uur) wordt het St. Servaasbeeld bij de kapel geplaatst, waarna in de openluchtkapel de mis wordt opgedragen. In de liturgie zijn twee St. Servaashymnen en twee Nunhemse St. Servaasliederen opgenomen. Na de mis gaat de processie langs een andere route terug door het dorp. Ditmaal wordt stil gehouden bij de uit 1886 daterende St. Jobkapel (bij de ingang van het bedrijf Nunhems Zaden). Ook hier wordt de monstrans met het H. Sacrament op een rustaltaar in het kapelletje geplaatst en het 'Tantum ergo' gezongen. Door de akkers en langs het kerkhof trekt de processie verder om omstreeks 11.45 uur voor de ingang van de kerk te worden afgesloten met een aubade door beide harmonieën aan het wereldlijk gezag. Het merendeel van de deelnemers is dan al zijns of haars weegs gegaan of neergestreken in het café tegenover de kerk, dat - met het oog op de kermis - een orkest heeft ingehuurd. De processie gaat namelijk gepaard met een kermis, die zondagmiddag opent en drie dagen duurt.
- Bij de processie naar de St. Servaaskapel wordt traditioneel een tapijt van bloemen en zand met religieuze motieven gelegd op de ongeveer 40 meter lange zandweg naar de kapel. Op de zaterdag voorafgaand aan de processie komen ook anno 1998 nog leerlingen van de basisschool St. Servatius, geholpen door enkele oud-leerlingen, het tapijt leggen. Om 8.00 uur trekken de jongens het bos in om mos te zoeken, terwijl de meisjes de bloemen op kleur sorteren. De bloemen worden jaarlijks cadeau gedaan door enkele bloemisten en kwekers in de regio. In 1995 duurde het ruim zeven uur om het tapijt te leggen. De motieven (zoals het alziende oog van God, de Heilige Geest in de gedaante van een duif en de kelk met het bloed van Christus) worden ontworpen door Peter Adams, directeur van de basisschool. In 1998 luidde de tekst in het bloemtapijt: 'Servaas geef verhoring aan hen die hun vertrouwen aan u schenken'.
- De gewoonte om na afloop van de processie water uit de bron mee te nemen is in onbruik geraakt, onder meer vanwege mogelijke verontreiniging van het water.

De cultus, eind jaren negentig
- Gedurende de zomer opent de eigenaar van het ervoor gelegen café de kapel voor individuele bedevaartgangers. Zij offeren daar kaarsen en roepen de hulp van St. Servaas in 'voor vele zaken'.
- Sinds 1995 loopt een groep Nunhemse jongeren onder de vlag van 'Capella Sti Servatii de Nunhem' mee in de driedaagse Pinksterpelgrimage van de Notre-Dame in Parijs naar de kathedraal van Chartres.
- Anno 1998 leidt de St. Servatiusbroederschap reeds een tiental jaren een slapend bestaan, maar men is bezig met de heroprichting ervan en de nieuwe statuten liggen al klaar. De huidige voorzitter van de broederschap is de directeur van de plaatselijke basisschool. Via het jeugdkoor weet men de jeugd ook na de basisschool bij de St. Servaasverering te betrekken.
- Nog in 1998 komen er bij de pastoor verzoeken binnen van zieken uit de eigen en naburige parochies om de tekst van de St. Servaasnovene. Ook wordt er in de parochie over nagedacht om de reliekverering opnieuw in te voeren.
- De Nunhemse missionaris Frans Meddens stichtte, geïnspireerd door de St. Servaasverering in zijn geboortedorp, een St. Servaasput in Nayagenia in Noord-Ghana. Bij de restauratie van de St. Servaaskapel in 1994 droeg ook de dorpsgemeenschap van Nayagenia haar steentje bij.

Een bedevaart naar St. Elisabeth?
Er zijn enkele aanwijzingen waaruit kan worden opgemaakt dat er misschien in de 17e eeuw, of zelfs al eerder, nog een bedevaart naar Nunhem heeft bestaan. De reeds genoemde Dirk van Altena stichtte in 1240 in Nunhem het klooster St. Elisabethsdal voor monniken van de orde der kaulieten, dat zich in 1435 aansloot bij de congregatie van Windesheim om in 1796 te worden opgeheven. In 1601 meldt men in het klooster als taak het 'met gepaste zorg en eerbied waken over de relieken van St. Elisabeth en de St. Elisabethsput in de hof van het klooster, waarheen vele buiten- en binnenlandse personen, vooral ook teringlijders, ootmoedig pelgrimeerden en ter plaatse offerden met gulle hand, waarbij de kloosterkerk altijd toegankelijk was voor degenen die wilden bidden en danken'. Volgens Van Beurden (1897) bezat het klooster twee miraculeuze beelden, een van Christus en een O.L. Vrouwebeeld. Aan het laatste zou een sage verbonden zijn.
Materiële cultuur - Klokken: een van de twee - in 1492 vervaardigde - klokken in de toren van de parochiekerk is naar St. Servaas is genoemd (zie bij Verering).
- Monstrans: de parochie bezit een laatgotische monstrans van verguld zilver met het jaartal 1629 op de voet en geschonken door jonker Jan de Waes, heer van Nunhem, en zijn echtgenote Margaretha van Nunhem. Het bovenste deel van de monstrans dateert misschien uit het einde van de 15e of het begin van de 16e eeuw. Ter weerszijden van de glazen cilinder zijn onder een baldakijn met pinakels heiligenbeeldjes aangebracht op een voetstuk met pijlertjes, rechts O.L. Vrouw met het Kind Jezus, links St. Servaas met een boek in de linkerhand; de staf in de rechterhand is verdwenen. Deze monstrans wordt door de pastoor onder een baldakijn meegedragen tijdens de jaarlijks processie.
- Beelden: 1 de parochie bezit verder een gepolychromeerd houten St. Servaasbeeld (hoogte 107 cm), dat van omstreeks 1800 zou dateren. De heilige is gekleed als bisschop met rochet en schoudermanteltjes, met in zijn linkerhand een staf en in de rechterhand een geopend boek. Aan deze hand hangt een sleutel. Volgens J. Timmers heeft dit beeld de attributen van St. Lambertus. Op een serie ansichtkaarten uit circa 1920 wordt dit beeld afgebeeld met het onderschrift 'Oud St. Servaasbeeld in de Genadekapel'. Dit beeld staat anno 1998 links achter in de parochiekerk, tegen de koortribune; 2 daarnaast bezat de kerk in 1976 nog twee St. Servaasbeelden. Het eerste, een lindehouten beeld, werd vermoedelijk verworven door pastoor Van de Laak ten behoeve van de door hem in 1849 vernieuwde altaren: het hoofdaltaar dat werd toegewijd aan O.L. Vrouw en St. Servaas en een zijaltaar dat werd toegewijd aan St. Servaas. Het beeld dateert uit de 19e eeuw en beeldt St. Servaas uit als bisschop met hermelijnen schoudermantel, staf en sleutel (hoogte 104 cm; enige polychromie, grijs-wit en goud). Het staat anno 1998 tegen de rechterzijmuur, in het midden. Het tweede beeld dateert uit 1919 en wordt tijdens de processie meegedragen; 3 een kleinere versie van hetzelfde beeld staat anno 1998 in de St. Servaaskapel.
- Vaandels: in de St. Servaasprocessie worden drie processievanen meegedragen. 1 Het eerste is een vaandel van St. Servaas met ovale geschilderde beeltenis van de heilige en de tekst 'H. Servatius b.v.o.' Er is een aantekening uit het begin van de 19e eeuw over de betaling aan de vaandrager bij het St. Ceciliafeest en over de bekostiging van dat vaandel, dat mogelijk dus nog uit de 18e eeuw dateert; 2 Ook de in 1917 opgerichte St. Servaasbroederschap beschikt over een vaandel. Het is een een geborduurd vaandel met in een mandorla de afbeelding van St. Servaas. Het draagt de tekst 'H. Servatius bid voor ons'; op de achterzijde staan de naam van de broederschap en de (foutieve) oprichtingsdatum ('Broederschap van den H. Servatius 27 Maart 1917'). De herkomst is niet duidelijk. Het kan nog uit de 19e eeuw dateren, aangezien er al in de jaren 1880 sprake was van een 'Consociatio Sti. Servatii'. De afbeelding van St. Servaas op de vaan lijkt ouder dan 1917 en zou door pastoor Meijer kunnen zijn meegebracht uit Maastricht; 3 het derde processievaandel is gewijd aan Margaretha Maria Alacoque, van wie de parochie ook een reliek bezit.

Devotionalia
- Medailles: omstreeks 1920 waren er gewijde medailles verkrijgbaar, waarvan het dragen aan alle gelovigen, maar vooral moeders, werd aanbevolen. In 1921 en 1940 werd het dragen aan moeders aanbevolen 'voor eigen behoud en dat harer kinderen', 'vooral bij koortsgevaar'. Een ovale aluminium medaille (3,5 x 2,1 cm, exclusief oogje) draagt op de voorzijde een afbeelding van St. Servaas met voor hem geknield een 'heiden'. Het randschrift luidt: 'H. Servatius bid v. ons en voor de voortpl. d. geloofs.' De keerzijde draagt de opschriften 'Bewaarder des geloofs', 'Patroon tegen koorts b.v.o.' en 'S. Servatius Broederschap Nunhem'.
- Beeldjes: in 1991 werden 500 gipsen beeldjes (25 cm hoog) van St. Servaas gegoten, naar een oud voorbeeld vervaardigd door Truus Naus-Bertjens uit Nunhem. Ze werden voor ⨍50,- per stuk verkocht ter dekking van onderhoudskosten van de parochiekerk
- Diversen: in 1921 en 1940 waren verkrijgbaar: noveenboekjes van St. Servaas, aanroepingen van St. Servaas, pelgrimsboekjes, medailles en prentjes van St. Servaas, flesjes voor St. Servaaswater, stalzegens en platen met het schietgebed 'H. Servatius, bid voor ons en de voortplanting des geloofs' (zie ook onder 'Devotioneel drukwerk').

Devotioneel drukwerk
- Bedevaartboekjes: 1 Pelgrimsboekje voor de vereerders van St. Servaas (Heijthuijsen: Hub. Bongers (zesde duizendtal); impr. P. Geurts, Roermond 16-12-1921; 32 p.). Inhoud: 'Korte levensschets van den H. Servatius' (p. 3-15), statuten van de Broederschap (p. 16-18), 'Litanie van den H. Servatius (...)' (p. 18-23), 'Vijf St. Servaasliederen' (p. 24-28), 'Aflaten' (p. 28-30), 'Gebed van den Priester bij de vereering der Relikwie' en 'Bij de Zegening van de Medaille' (p. 30-31), 'Bijzondere opmerkingen' (p. 31-32); 2 Vereering van den H. Servatius te Nunhem (L.) (Nunhem: St. Servaasbroederschap; impr. Jos. Keulers, Roermond 18-1-1940; 4 p.). Inhoud: algemene gegevens, 'St. Servaasbroederschap', 'Aflaten', 'Opmerkingen', 'Maandblad "De Bron" '.
- Noveenboekje: Noveen ter eere van den H. Servatius, Bisschop en Belijder, Patroon tegen koorts, griep, keelaandoeningen, keelziekten en andere in- en uitwendige kwalen (Heijthuijsen: Hub. Bongers (derde duizendtal); impr. P. Geurts, Roermond 14-3-1924; 20 p.; prijs 10 cent).
- Bedevaartvaantje: aan een stokje, eerste helft 20e eeuw; 31 x 45 cm; op ondergrond van gekleurde banen (paars, grijs, groen, rood, paars, groen, paars) de tekst 'Sint Servaas Nunhem' en tekeningen van de bedevaartkapel, het beeld van St. Servaas met de 'heiden' en van de put met dooptafereel en de tekst 'Hier doopte Sint Servaas uwe eerste christenvoorouders' (Utrecht, Museum Catharijneconvent, inv. nr. ABM g 1419; Nunhem, Coll. P. Adams; Van der Linden (1986) S8).
- Ansichtkaarten: 1 kaart met afbeeldingen van de put en een St. Servaasbeeld met de tekst op de kapel (Heijthuizen: Hub. Bongers, ca. 1915; Veldhoven, Coll. Maas-Rooijakkers); 2 serie van tien met elkaar verbonden kleine afbeeldingen in mapje (vermoedelijk Asten: P.J. Schriks & Zoon, ca. 1920) met afbeelding van St. Servaasbeeld en de tekst 'St. Servaas Bedevaart te Nunhem bij Roermond'. Afgebeeld zijn: 'St. Servaaskapel met Bron en Preekboom', 'Marmeren Gedenkplaat aan de Genadekapel', 'St. Servaasaltaar in de Genadekapel', 'Bergprediking aan de Wonderbron van St. Servaas', 'Parochiekerk van den H. Servatius te Nunhem', 'Maria-kapel', 'Het Nunhemsch Kasteel', 'Landgoed "St. Elisabeth" (Achterzijde)', 'St. Servaasput met oude kapel en Preekboom', 'Oud St. Servaasbeeld in de Genadekapel' (Nunhem, Coll. P. Adams); 3 ansichtkaart met afbeelding van St. Servaasbeeld en de tekst 'St. Servaas Bedevaart te Nunhem bij Roermond' (Asten: P.J. Schriks & Zoon; Nunhem, Coll. P. Adams); 4 twee ansichtkaarten met liederen ter ere van St. Servaas (impr. Roermond, 25-8-1922): 'Aan St. Servaas. Wijze: Nous voulons Dieu' en 'Ter eere van St. Servaas 13 Mei 384'; deze twee kaarten werden verkocht voor een dubbeltje 'ten bate der restauratie van den Doopput van St. Servaas' (Nunhem, Coll. P. Adams); 5 ansichtkaart met afbeelding van de kapel waarvoor een brevierende pastoor staat (Heijthuizen: Hub. Bongers, ca. 1920; Nunhem, Coll. P. Adams); 6 ansichtkaart met afbeelding van de 'Gerestaureerde put te Nunhen [sic] waar St. Servaas doopte op den Berg en welks water genezing geeft voor koortsen en andere ziekten van mensch en dier' (uitgave: Nels; Nunhem, Coll. P. Adams).
- Prentjes: ('s-Hertogenbosch, Bisschoppelijk Archief, Coll. Dagobert Gooren): 1 foto van barok St. Servaasbeeld (thans in de kerk) met sleutel in de rechter- en staf in de linkerhand. Onderschrift: 'H. Servatius, Patroon tegen de koorts. ? 13 Mei 384'. Achterzijde: 'Voordeelen der S. Servaasbroederschap'. Onderaan is ruimte tot het invullen van de naam van een 'Lid don.(ateur) der S. Servaasbroederschap' (Maastricht: Nic. H. Kersemeekers; ondertekend: 'Laurentius, Episcopus Ruraemundensis, Ruraemundae, 16 Septembris 1917'); 2 de 2e druk van dit prentje toont op de voorzijde een gravure van St. Servaas met sleutel in de rechter- en staf in de linkerhand. De staf steekt in de muil van een onder zijn voeten liggende draak. Links en rechts knielende personen en huisdieren; rechts op de achtergrond een kerk (die van Nunhem?). Onderschrift: 'De koortsheilige en Geloofsbewaarder H. Servatius, Bisschop. †384'. Op de achterzijde wordt informatie gegeven over de verering in Nunhem, de broederschap, de processie en de verkrijgbare devotionalia (Deurne: Em. Lombaerts-Van de Velde; impr. J. Thys, Mechelen, 9-8-1921; ondertekend 'Laurentius, Ep. Ruraemundensis, Rmdae, 16 Spt. 1917'.
Bronnen en literatuur Archivalia: Maastricht, Rijksarchief in Limburg: Klooster Sint-Elisabethsdal, inv. nr. 233 (stukken 1601-1623); Klooster Mariaschoot-Nunhem, inv.nr. 41. Nunhem, parochiearchief H. Servatius: stokregister der titels van de kerkfabriek Nunhem, f. 2; Register der Deliberatiën 1835; Memorabilia in Ecclesia S. Servatii loci Nunhem ab anno 1914. Parijs, Bibliothèque Nationale: Cabinet des Estampes Vc 76 in fol. (kaart 1744). Roermond, Bisschoppelijk Archief: 1840-1940, inv.nr. 39; J. Rouwet, 'Inventaris van het kerkelijk kunstbezit in het bisdom Roermond. De parochie van de H. Servatius te Nunhem' (ongepubliceerd rapport februari 1976).
Tekstedities: Jacq. Vrancken, St. Servatius-Legende uitgegeven naar een Latijnsch handschrift uit de XIVe eeuw en met aanteekeningen voorzien (Maastricht: St. Paulus-Drukkerij, 1884) p. 146-147; P. Dom. de Jong, Onze Lieve Vrouw van Ommel en het klooster Mariaschoot. Bronnenpublicatie (Achelse Kluis, 1960; eerder in: Bijdragen voor de geschiedenis van de Provincie der Ninderbroeders in de Nederlanden. Bundel XXVIII e.v.) p. 310.
Literatuur: H. Welters, Limburgsche Legenden, Sagen, Sprookjes en Volksverhalen, dl. 1 (Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1875) p. 70; Jos. Habets, Geschiedenis van het tegenwoordige bisdom Roermond en van de bisdommen die het in deze gewesten zijn voorafgegaan, dl. 1 (Roermond: J.J. Romen & Zonen, 1875) p. 372-373; H. Welters, Feesten, zeden, gebruiken en spreekwoorden in Limburg (Venlo: Uyttenbroeck, 1877; reprint Maasbree: De Lijster, 1982) p. 39; 'XVe eeuwfeest van den H. Servatius', in: Maas- en Roerbode, 10 mei 1884; [A.F.] van Beurden, 'Wandelingen rondom Roermond', in: Limburg's Jaarboek 5 (1897) p. 101-108; A.J.A. Flament, 'De kerkschat te Nunhem (L.)', in: Publications S.H.A. Limbourg 51 (1915) p. 317-318; RAMO [= Rector Alphons Meijer van Oostrum], 'Van een oude en nieuwe bedevaartplaats', in: Katholieke Illustratie 54 (1919-1920) p. 549-552; A. Meijer, 'De St. Servaasvereering buiten Maastricht', in: De Nedermaas 1 (1922-1923) p. 200-203; P. Schmeits, in: Heiligdomsvaart Maastricht, Juli 1923, p. 42-43; J.H.A. Mialaret, 'Klokopschriften in de Provincie Limburg', in: Publications S.H.A. Limbourg 60 (1924) p. 10; Voorloopige lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Deel VIII. De provincie Limburg (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1926) p. 347-348; Louis baron de Crassier, 'Dictionnaire historique du Limbourg néerlandais de la période féodale à nos jours', in: Publications S.H.A. Limbourg 69 (1924) p. 382-383; [A.] Meijer, 'De oude St. Servaasbron in Nunhem', in: Sint Servaas. Maandblad ter bevordering van de vereering van den eersten bisschop der Nederlanden 1 (1934) nr. 2, p. 13-15; L.L. M[ertens], 'De Sint Servaasherdenking te Nunhem', in: Sint Servaas 1 (1934) nr. 8, p. 79-83; A. Welters, De Lieve Vrouwkes van Limburg (Maastricht / Vroenhoven: Ernest van Aelst, 1937; 2e dr. 1941) p. 131-134; Michael Schoengen, Monasticon Batavum, dl. 2 (Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1941) p. 136, de caulieten in Nunhem; J. Adams, De oude Appelboom (Heerlen: Hub. Leufkens, 1946) p. 5-11; J. Huysmans, 'Oude kerkpatronen in en om Roermond', in: A. van Rijswijck, M.K.J. Smeets & B.A. Vermaseren ed., Historische opstellen over Roermond en omgeving (Roermond: Bisschoppelijk College, 1951) p. 92; Matthias Zender, Räume und Schichten mittelalterlicher Heiligenverehrung in ihrer Bedeutung für die Volkskunde. Die Heiligen des mittleren Maaslandes und der Rheinlande in Kultgeschichte und Kultverbreitung (1e dr. Düsseldorf: Rheinland Verlag, 1959; 2e dr. Keulen / Bonn: Rheinland Verlag, 1973) p. 83 nr. 293; P. Abrahams, 'De kerkschatten van Nunhem', in: Rondom het Leudal 1 (1976) p. 3-8; J.J.M.S. Adams, 'Van onze kerken: Parochiekerk St. Servatius te Nunhem', in: Rondom het Leudal 1/2 (1976) p. 24-25; Bert Adriaens e.a., Wieerter almenak 1977. 'Portret van Wieert'. Deil 1: Kapellen (Weert: Vastenaovundjvereiniging "De Rogstaekers", 1976); J.J.M.S. Adams, Nunhem, een oude Servaasparochie. Vijf opstellen in historisch perspectief (Nunhem: Nunhems Zaden B.V., 1978); J.J.M.S. Adams, 'Over het ontstaan van de parochie Nunhem en de Servaasverering 2', in: Rondom het Leudal 14 (1979) p. 18-21; K. Schutgens, Inventaris der archieven van het klooster Sint-Elisabethsdal te Nunhem 1240-1797. Inventarisreeks 18 (Maastricht: Rijksarchief in Limburg, 1979) p. 5-10; Anton G. Weiler & Noël Geirnaert ed., Monasticon Windeshemense, dl. 3. Niederlande (Brussel: Archief- en bibliotheekwezen, 1980) p. 351-371, over St. Elisabethdal; Renaat van der Linden, Bedevaartvaantjes. Volksdevotie rond 200 heiligen op 1000 vaantjes (Brugge: Tabor, 1986) p. 244-245; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) p. 22, nrs. 5-7, p. 248; 'Nunhem een waar Servaasbolwerk', in: De Sleutel. Informatie-bulletin Bisdom Roermond 19 (1991) nr. 11, p. 21-23; P.J.V. Dekkers, 'Bezitsverwerving door de abdij van Averbode in de middeleeuwen', in: Analecta Praemonstratensia 71 (1995) p. 312-339; Judith Schuyf, Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden (Utrecht: Stichting Matrijs, 1995; 2e dr. 1997) p. 85; Jos Pallandt, 'Onder de vlag van de Sint Servaas van Nunhem', in: De Sleutel, juli 1996; P.J.V. Dekkers, 'De stichting van de abdij van Averbode en het klooster Keizerbos in het graafschap Loon', in: De Maasgouw 116 (1997) p. 219-232; L.C.B.M. van Liebergen & W.P.C. Prins ed., Sanctus. Met heiligen het jaar rond (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1997) p. 35-37; J. Renes, Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg (Leeuwarden: Eisma, 1999) p. 299.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Nunhem; volkskundige vragenlijst 64b; mondelinge informatie in 1998 van J.C.M. Schmeits, pastoor van Nunhem vanaf 1989.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<