HomeDatabankenBedevaarten

Nijmegen, O.L. Vrouw van Nijmegen

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Nijmegen
Datum: Laatste zondag van mei; gehele jaar
Periode: 1836 - heden
Locatie: Mariakapel aan de kerk Petrus Canisius (Molenstraatkerk) behorend tot de parochie van de Z. Titus Brandsma
Adres: Molenstraat 37, 6511 HA Nijmegen
Gemeente: Nijmegen
Provincie: Gelderland
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Een publieke verering van O.L. Vrouw van Nijmegen is pas na 1836 tot stand gekomen. De verering heeft zich met name in de eerste helft van de 20e eeuw ook verbreid buiten de stad Nijmegen. Vooral tijdens het nationale Mariacongres van 1932 werd het nadrukkelijk gepositioneerd als 'genadebeeld'. Tegen het einde van de 20e eeuw geniet het vooral verering van bedevaartgangers uit de parochies van Nijmegen en de omliggende gemeenten.
Auteur: Augustinus Hollaardt & Peter Jan Margry
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De oude tweebeukige kerk van het middeleeuwse klooster van de regulieren lag in de Molenstraat, aan de zuidzijde van het centrum van Nijmegen. Aan het begin van de 19e eeuw was de kerk weer in katholieke handen gekomen en werd ze door jezuïeten bediend. De kerk kreeg als nieuwe patroon de heilige Ignatius. Het gebouw werd in 1898 gesloopt en vervangen door een grotere kerk van de hand van architect N. Molenaar. Van binnen was de kerk beschilderd door W. Mengelberg (-> Nijmegen, Petrus Canisius). Gedurende de bouwjaren stond het Mariabeeldje tijdelijk in de pastorie, daarna kwam het op een nieuw altaar in een open kapel te staan. In 1925 kreeg de kerk als nieuwe patroon de zojuist heilig verklaarde jezuïet Petrus Canisius. De kerk kende vanaf de bouw al een reliekkapel van deze heilige Nijmegenaar.
- De Canisiuskerk werd bij het bombardement van 22 februari 1944 grotendeels vernietigd.
Tussen 1958 en 1960 werd op dezelfde plaats een nieuwe kerk gebouwd onder architectuur van het bureau Siebers en Van Dael uit Breda. De voorgevel van de kerk in een modernistische (beton met natuursteen) uitvoering, bestaat uit een groots portaal met hoge zuilen in romeinse stijl. Het behouden neogotische koor werd in de nieuwe kerk opgenomen. In de voet van de klokkentoren werd met een eigen ingang aan de straat de Mariakapel ingebouwd.
Boven het altaar in de kapel kwam een abstract-metalen triptiek te hangen, waarin in het midden in een glazen kastje het beeldje werd geplaatst.
Cultusobject - Het beeldje is 20 cm hoog en in renaissancestijl uit donker eikenhout gemaakt. Het beeldje wordt ook wel de 'zwarte Madonna' of 'het zwarte beeldje' genoemd. Maria draagt in de ene hand een scepter, in de andere hand haar kind.
- Mogelijk is dit het kleine Mariabeeld geweest dat aan het einde van de 16e eeuw op de reliekenkast in de St. Stevenskerk stond, de 'die Kleyne Mari op den afflaetbanck' waarvan in een oude inventarislijst sprake is.
In 1836 is door de eigenaar van het beeld gesteld - op basis van een zwakke familieoverlevering - dat dit beeldje hetzelfde beeld zou zijn als dat van de -> Gelderse Lieve Vrouw te Nijmegen dat in 1592 op de Grote Markt werd verbrand.
Verering Ontstaan
- In 1836 vermeldde de jezuïet Mathias Wolff, tussen 1834 en 1846 verbonden aan de toenmalige Ignatiuskerk in de Molenstraat, in zijn dagboek de schenking door Antonius van Verssen (niet: Veerssen) van een klein zwart Mariabeeldje. Hij schonk het beeld om het ter publieke verering uit te stellen. Na een plechtig noveen werd het beeldje in de noorder zijbeuk van de Ignatiuskerk geplaatst, waar het inderdaad een voorwerp van bijzondere verering werd. Het beeldje zou volgens een overleving in de familie van de schenker gered zijn van de brandstapel van 1592. Het werd daarom geplaatst in een houten kastje met een glazen deur waarboven de tekst: 'Dit beeld is uit een heiligschennenden brandstapel der beeldstormers gered'.
- Na het noveen van eerherstel (vanwege de vermeende ontheiliging in 1592), werd het beeldje in processie door de kerk gedragen en op een klein altaar geplaatst tegen een pilaar aan de evangeliezijde. Vanwege de gebedsverhoringen ontstond de benaming 'wonderbeeld'. Gouden en zilveren sieraden, harten en rozenkransen hingen als votiefgeschenken naast het beeld. Eén gift was afkomstig van een olifantenjager die aan het begin van de 20e eeuw in Nederlands-Indië een kudde van zo'n 20 olifanten op zich af zag komen. Hij had vroeger als leerling van het Canisiuscollege de Molenstraatse Maria altijd vereerd. Na een schietgebedje slaagde hij erin in een boom te klimmen. Toen de olifanten waren verdwenen kwam hij alsnog een zieke olifant tegen die hem bedreigde. Na opnieuw een gebed tot Maria te hebben opgezegd, legde hij het dier neer. Uit een van de tanden van het dier heeft hij toen een kruisje laten maken en dat als ex-voto opgehangen bij het beeld.
De mooiste ex-voto's werden op 31 juli 1923 gestolen. Daarop kwam er een gesmede kast om het beeldje zelf beter te beschermen.

Omdracht
- In 1926 werd op initiatief van pastoor de Grood van de Lourdeskerk te Nijmegen een jaarlijkse ommegang met het Mariabeeld ingevoerd. Voortaan sprak men van 'Onze Lieve Vrouw van Nijmegen'. De Grood kreeg daarbij de hulp van de speciaal ingestelde 'Vereniging Onze Lieve Vrouw van Nimwegen'. De omdracht was geïnspireerd op middeleeuwse Mariaprocessie van Nijmegen die door Albertus de Grote, nadat hij in 1273 de St. Stevenskerk had ingewijd, zou zijn gesticht.
De omdracht heeft verschillende routes gehad. In 1939: begin in Mariënburg, Mariënburgsestraat, Hertogstraat, Lange en Korte Burchtstraat, Grote Markt, Stikke en Lange Hezelstraat, Kronenburgersingel, Nassausingel, Keizer Karelplein en eindigend in de St. Josephkerk.
De omdracht groeide uit tot een grote roomse manifestatie met vertegenwoordigingen van alle r.k. geledingen. In 1939 bestond de stoet uit niet minder dan 326 groepen. In 1947 werd de omdracht met 397 groepen gehouden onder de intentie van de gedachtenis aan de 2200 Nijmegenaren die tijdens de oorlog waren omgekomen. De omdracht werd allengs georganiseerd in grotere groepen. In 1957 waren er 41. In dat jaar ontving op zijn verzoek, het klooster van de dominicanen, het Albertinum, 5 cm rib uit het lichaam van Albertus de Grote in de Sankt Andreaskriche in Keulen. Deze reliek werd voortaan meegedragen in de omdracht, als eerbetoon aan de stichter van deze in oorsprong middeleeuwse processie. De laatste omdracht vond in 1963 plaats.
- Na een onderbreking van 24 jaren werd de omdracht in 1987, in het kader van het door paus Johannes Paulus II afgekondigde Mariajaar, hersteld, evenwel niet meer als een opeenvolging van stoeten en groepen, maar als een sobere, stille bidtocht (georganiseerd door 'Contact Rooms Katholieken') waarin een replica van het beeldje wordt meegedragen.
De omdracht volgt een korte route: Hunnerpark, Valkhof, Burchtstraat, Broerstraat (langs de locatie van het voormalige geboortehuis (nr.42/44) van Petrus Canisius), Molenstraat, Canisiuskerk. Bij het beeld van Maria tegen de gevel van het stadhuis wordt kort stilgestaan, er worden kaarsen opgestoken en er wordt gezongen.

Mariacongres
- Tijdens het Nationale Mariacongres (6-8 augustus 1932) speelde de Lieve Vrouw van Nijmegen een belangrijke rol. Op dit grote congres waaraan duizenden deelnamen en dat vergezeld ging van uitvoeringen, tentoonstellingen etc., werd deze Maria herhaaldelijk ter sprake gebracht. Met nadruk werd het als 'genadebeeld' gepositioneerd. De bevestiging daarvan was de pauselijke toestemming om het beeld te kronen: 'zowel om oudheid van verering, als om vele weldaden, die de liefdevolle Moeder voortdurend aan de haar toegewijde gelovigen met de meeste goedertierenheid uitdeelt, door alle gelovigen van Nijmegen en de bewoners der omstreken, met grote eerbied, liefde en vertrouwen vereerd wordt'. Op 7 augustus werd het, na een plechtige omgang door de stad, op het congresterrein aan de Bijleveldsingel door mgr. A.F. Diepen gekroond. Tegelijk kreeg het beeld een nieuwe troon met stralenkrans in de Mariakapel.
- Een van de hoogtepunten van het congres was ook de vernieuwde omdracht. Architect Charles Estourgie was aangetrokken om de stoet vorm te geven. De leidende gedachte van de omdracht was 'Maria als de Moeder der menschen'. Vertegenwoordigingen van geheel katholiek Nederland trokken voorbij aan de tienduizenden bezoekers.

Versterking verering
- Op 10 oktober 1982 werd het gouden kroningsfeest gevierd. Daartoe werd het beeld gereinigd in het Centraal Laboratorium te Amsterdam; aldaar werden er ook replica's van vervaardigd. Ook is er een nieuwe brochure over de Nijmeegse Maria gemaakt.
- Anno 1996 is de kapel dagelijks geopend. De verering wordt er voornamelijk gedragen door personen uit de Nijmeegse parochies en uit omliggende dorpen. Het is tevens een 'inloopkapel' waar velen voor een moment binnengaan.
De omdracht wordt elk jaar eind mei gehouden. Ze wordt in feite onafhankelijk van de parochie georganiseerd, maar de pastores zijn wel bereid het lof na afloop in de Molenstraatkerk te verzorgen. De omdracht is voor een groot deel een echte processie waaraan onder meer de deken van Nijmegen en diverse religieuzen deelnemen. Het processiekruis, twee lantaarndragers en een houten baartje met een replica van het Mariabeeld in plexiglas worden meegedragen. De omdracht begint in het Hunnerpark en trekt door de binnenstad naar de Molenstraatkerk voor een afsluitende mis. Er worden liederen gezongen als: 'Wees gegroet, o sterre', 'God groet u, zuivere bloeme', 'Wij groeten u, o Koningin'. Afhankelijk van de dag zijn er 150-300 deelnemers aan omdracht en lof.
Materiële cultuur - Replica's: 1 gipsen afgietsels van het beeldje (jaren vijftig?); 2 in 1982 zijn nieuwe replica's van kunststof gemaakt die voor 100 gulden te koop zijn.

Devotioneel drukwerk
- Boekjes e.d.: 1 Maria-omdracht 1994 (fotokopie, 1 p.); 2 [gezangen en gebedenboekje] Maria-lof (fotokopie, 12 p.).
- Devotieprentjes e.d.: 1 Devotieprentje met een foto van het beeld en een beschouwende tekst van Petrus Canisius (juli 1928; 7,5 x 12 cm); 2 prentje ter herinnering aan de plechtige kroning op 7 augustus 1932, met op de voorzijde een foto van het beeld en de tekst 'Onze Lieve Vrouw van Nijmegen bid voor ons!'; 4,5 x 9 cm; een exemplaar aanwezig in het Breda's Museum; 3 bedevaartprentje met op de voorzijde een tekening van het beeld met de tekst 'O.L. vrouw van Nijmegen bid voor ons', en op de achterzijde een gebed van zuster M. Josepha voor 'het Zwarte beeldje van Onze Lieve Vrouw van Nijmegen', gedrukt na 1932 maar voor het begin van de Tweede Wereldoorlog; een exemplaar aanwezig in de collectie van het Museum Catharijneconvent te Utrecht; 4 prentje ter herinnering aan het eeuwfeest van O.L. Vrouw van Nijmegen op 21 mei 1936, met op de voorzijde een tekening van het beeld en de tekst 'O.L. Vrouw van Nijmegen Bid voor ons' en op de achterzijde een gebed van zr. M. Josepha (11 x 6 cm; collectie KDC); 5 prentje met een foto van het Mariabeeld, ter herinnering aan de opening van de vernieuwde kerk in de Molenstraat op 18 mei 1960, met een gebed van Petrus Canisius op de achterzijde (10,5 x 7,3 cm; collectie KDC).
- Ansichtkaarten: 1 zwartwitkaart van de kapel uit 1903 in de nieuwe Canisuskerk met de tekst 'St. Canisiuskerk Nijmegen (zwarte beeldje van O.L. Vrouw van Nijmegen)' uit ca. 1950?; 2 twee foto-ansichtkaarten met opnamen van Jan Veldhoven te Nijmegen van het beeldje en detail en een van de kapel met bezoekers (ca. 1965?).
- Bedevaartvaantje: steendruk in kleur met een tekening van het beeld van O.L. Vrouw van Nijmegen en van middeleeuws Nijmegen met de Mariaomdracht van voor 1592; getekend door Th. Elfrink in 1949; 31 x 21 cm

Bronnen en literatuur Archivalia: Nijmegen, parochiearchief St. Ignatius. Nijmegen, gemeentarchief: archief commissie tot regeling van het Mariacongres 1932, archief kroningscomité van het Mariacongres. Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: documentatie.
Literatuur: [O.L. Vrouw van Nijmegen], in: De Volksmissionaris 11 (1890) p. 89-90; C.A. Neyboer, Iets betreffende de vereering van O.L.V. van Nijmegen en het aloude Mariabeeldje in de St. Ignatiuskerk in de Molenstraat (z.p. 1904); M.C. Nieuwbarn, Officieele Kerkgids van Nijmegen, dl. 2 (Nijmegen: J.F. Kloosterman, 1908) p. 223-248; Officieel Programma-boek van het Nationaal Maria-Congres op 6,7 en 8 augustus 1932 (Nijmegen 1932); 'Maria-congres te Nijmegen', in: Katholieke Illustratie, 10 augustus 1932, p. 1190; Gedenkboek van het nationaal Maria-congres gehouden te Nijmegen 6, 7 en 8 augustus 1932 (Den Bosch: G. Mosmans, [1933?]); V. Schrijvers, Mariahulde, dl. 2 (Grave: Le Sage Bibliotheek, 1946) p. 64-67; J. Brinkhoff, Molenstraatskerk, heiligdom van Maria en Canisius (Nijmegen z.j.); H.G.M. de Heiden, O. L. Vrouw van Nijmegen (Nijmegen: parochie Petrus Canisius, 1982); Ineke Plateel en Peter van Zoest, Steek dan voor mij ook een kaarsje op. Onze Lieve Vrouw in het bisdom Den Bosch (Den Bosch: afd. publiciteit bisdom, 1987) p. 116-123; Renaat van der Linden, Maria bedevaartvaantjes. Verering van Onze-Lieve-Vrouw op 1175 vaantjes (Brugge: Tabor, 1988) p. 197-198, met afbeelding vaantje; A.-J. Bijsterveld, M. Timmermans en J. Toebes ed., Een rooms bolwerk? Opkomst en verval van Nijmegen als katholieke stad (Nijmegen: KUN, 1987) p. 88-99; Hans Kooger, 'De zwarte madonna van Nijmegen', in: Devotionalia 15 (1996) nr. 85, p. 32-33; Pius jaarboek. Almanak katholiek Nederland (Houten: Bohn etc., 1996) p. 347; Edward Schillebeeckx, Albertus de Grote. Overdracht van zijn reliekschrijn (Nijmegen: Albertinumgenootschap, 2007).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Nijmegen-O.L. Vrouw van Nijmegen; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); opnames van de processie tijdens het Mariacongres op 7 augustus 1932 voor Hollands Nieuws van Polygoon (NOB beeldbandarchief neg.nr. 32164G; ARPO86 BCN); opnames van de Mariaomdracht op 25 mei 1934 voor Hollands Nieuws van Polygoon (NOB beeldbandarchief, neg.nr. 34097G, ARP100 BCN); Mariaomdracht door verwoest Nijmegen op 16 juni 1946 voor Hollands Nieuws van Polygoon (NOB beeldbandarchief, neg.nr. 46154, ARP 199 BCN).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<