HomeDatabankenBedevaarten

Rotterdam, O.L. Vrouw, Moeder van Smarten

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw, Moeder van Smarten
Datum: Geen specifieke datum
Periode: 1949 - ca. 1965
Locatie: Woningen aan de 1e Stampioendwarsstraat en aan de Oldegaarde te Rotterdam; een voormalige tuinderswoning in Naaldwijk
Adres: -
Gemeente: Rotterdam
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: Deze verering is in 1949 ontstaan naar aanleiding van vermeende verschijningen van Maria aan de fabrieksarbeider Jan S., ook bekend als 'ome Jan'. Voornamelijk traditionele katholieken uit Naaldwijk, het Brabantse dorpje Zeeland en een Limburgs vrouwenklooster werden door deze verschijningen gefascineerd en vormden rond ome Jan een vaste kring van 'getuigen'. In 1961 verplaatste de cultus zich voor enkele jaren naar Naaldwijk. Ome Jan werd in 1965 beschuldigd van oplichting en bedrog, waarna er een einde aan de cultus kwam.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Plaats van handeling in Rotterdam waren twee woonhuizen van de constructiewerker Jan S. aan de 1e Stampioendwarsstraat (nr. 10b, 1949-1960) en de Oldegaarde (1960-1961). In het woonhuis in de 1e Stampioendwarsstraat was een bidvertrek ingericht waar een schilderij hing van O.L. Vrouw Moeder van Smarten. Of in de woning aan de Oldegaarde eveneens een bidplaats was ingericht, is niet bekend. Gedurende enkele jaren (1961-64/65) woonde Jan S. in Naaldwijk in een voormalige tuinderswoning van de familie V. Ook in dit huis bevond zich in één der vertrekken een provisorische Mariakapel met het schilderij van O.L. Vrouw.
Cultusobject - Vereerd werd O.L. Vrouw Moeder van Smarten. Het betrof een levensgroot schilderij, tussen 1950 en 1960 volgens de aanwijzingen van Jan S. vervaardigd door een protestants meisje dat later katholiek is geworden. Welke bestemming het schilderij na 1965 heeft gekregen, is niet bekend.
Verering - In 1949 lag Jan S. op sterven in zijn huis aan de 1e Stampioendwarsstraat te Rotterdam, na te zijn opgegeven door zijn huisarts dokter B. Op 21 oktober van dat jaar ontving hij, naar eigen zeggen, op zijn ziekbed een visioen van O.L. Vrouw. De verschijning herhaalde zich dat jaar meermalen op 22, 23 en 24 oktober, 19, 20, 24 november, op 9 december en op 7 en 10 januari 1950. Jan S., bij zijn volgelingen en in de pers bekend geworden als 'ome Jan' en 'Dienstknecht des Heren', genas op onverklaarbare wijze en stelde de artsen voor een raadsel. De pastoor van de voormalige O.L. Vrouw van Lourdes/Martelaren van Gorcumparochie aan het Stieltjesplein wilde met al deze merkwaardige zaken niets te maken hebben en wees de familie van ome Jan dan ook prompt de deur toen zij hem de verschijningen van Maria kwamen melden.
- Volgens een verslag van 6 februari 1958 van pater Stanislaus, provinciaal van de passionisten, dat hij in opdracht van de bisschop van Roermond, mgr. Lemmens, schreef over de nieuwe Mariacultus in Rotterdam, zou O.L. Vrouw aan ome Jan zijn verschenen in verschillende kledij, 'maar steeds als de Moeder van Smarten'. De vermeende visioenen begonnen steeds met de verschijning van de aartsengel Michaël die de komst van Maria aankondigde. Pater Stanislaus schrijft: 'Tijdens deze verschijningen zou O.L. Vrouw hem de volgende intenties hebben aanbevolen: 1) Eerherstel brengen aan de goddelijke Drieëenheid; 2) De beide harten van Jezus en Maria troosten; 3) Veel lijden voor de priesters; en voor de jeugd opdat zij rein mag blijven; 4) Bidden voor de stervende zondaars in Rusland en Nederland'. Hij vervolgt: 'J. S. schijnt boodschappen van Maria te ontvangen die bestemd zijn voor priesters, maar deze deelt hij niet mede aan leken. Op zijn bezwaar dat men niet geloven zou in de verschijning, zou O.L. Vrouw geantwoord hebben: 'Ik zal U een teken geven'. Dit heeft dan plaats gevonden bij de 7-de verschijning, toen zeven bloeddruppels zichtbaar werden op het behang. Deze vlekken zijn nog te zien'.
- Over de persoon van ome Jan merkt de secretaris van de bisschop van Roermond bij het verslag van pater Stanislaus in een noot op: 'Telefonisch heeft pastoor op 15.1.1959 meegedeeld (op mijn verzoek) dat de man zelf sympathiek is, geregeld gewoon te biechten gaat en verder tegenover de geestelijkheid zelf zegt, dat hij best kan begrijpen, dat zij niet geloven in de verschijningen. De geestelijkheid lacht over de 'verschijningen''.
- De Mariaverschijningen van ome Jan raakten, door toedoen van zijn directe omgeving, ook bij anderen bekend en al spoedig kwamen de eerste belangstellenden naar de woning om ziener ome Jan in levenden lijve te kunnen zien. Overeenkomstig de gegevens in het verslag van pater Stanislaus was in dit huis een slaapkamer als bidplaats ingericht: 'Afgaande op de beschrijvingen van J. Stoop heeft een protestants meisje, dat daarna katholiek is geworden, een schilderij gemaakt van de Moeder van Smarten. Dit schilderij bevindt zich nu in zijn slaapvertrek dat in een bidvertrek is veranderd en door vele bedevaartgangers wordt bezocht. Van dit schilderij zijn veel foto's in omloop'. De boodschappen van Maria werden door ome Jan op een bandrecorder vastgelegd en voor belangstellenden afgedraaid.
- De Haagsche Courant van 25 november 1965 schreef, naar aanleiding van de ontmaskering van ome Jan, over de cultus: 'Honderden zijn intussen geweest, autobussen vol. Buurman J. Van Houten: 'Het was soms vreselijk druk, het leek soms de Hoogstraat van vóór de oorlog''. Ofschoon veel kijklustigen maar een keer kwamen, groepeerde zich rond de Dienstknecht des Heren een aantal traditionele katholieken, afkomstig uit Rotterdam, Naaldwijk, het Brabantse dorp Zeeland en een Limburgs vrouwenklooster, ook wel de zogenaamde 'getuigen' geheten. De aanhang uit het plaatsje Zeeland werd ome Jan bezorgd door de Zeelandse pater H., die bekend stond als een 'overtuigd discipel'. Er is verder ook nog sprake van pater A.K., wiens rol hierin bestond dat hij brieven aan de 'getuigen' schreef.
- Volgens een begeleidend briefje namens de bisschop van Roermond bij een kopie van het verslag van pater Stanislaus dat aan de Rotterdamse bisschop Jansen werd gestuurd, was het Limburgse klooster 'een haard van verering en een centrum van verspreiding'. Op een onbekend tijdstip (ca. 1958) heeft pater Stanislaus 'de zaak in opdracht van de bisschop stil gelegd'. De secretaris van de bisschop van Roermond schreef aan diens Rotterdamse confrater: 'Gaarne laat ik het aan uw beleid over wat te doen. Naar myn mening is voorkomen beter dan genezen. Voor ons is het direct van belang, dat de invloed op het Limburgs klooster ophoudt. Hoe sterk deze zaak speelt, moge hieruit blyken dat mgr. Lemmens weer een twede bezoek heeft gehad van iemand die Monseigneur wilde overtuigen. Mgr. wil er echter niets van weten experientia doctus [door ervaring wijzer geworden]!' Deze laatste opmerking is waarschijnlijk een toespeling op de betrokkenheid van mgr. Lemmens bij een eerdere geruchtmakende affaire rond de zieneres Janske Gorrisen en de Mariaverschijningen in het Noordbrabantse ⟶ Welberg (dl. 2).
- Nieuwe verschijningen van Maria deelde ome Jan alleen nog aan de 'getuigen' mee. Zij werden van de inhoud van de visioenen op de hoogte gesteld: 'Aanvankelijk', zo schrijft pater Stanislaus in zijn verslag, 'waren er 72, maar ze zullen talrijk worden als sterren aan de hemel, had O.L. Vrouw voorspeld. Deze getuigen worden dan ingewijd in de geheimen die zij aan buitenstaanders niet bekend mogen maken'. Ome Jan zou door Maria ook zijn geïnformeerd over allerlei wereldse zaken en de vreselijke gevolgen die de wereld te wachten stond als haar raadgevingen niet werden opgevolgd, 'o.a. zullen steden en dorpen in vlammen opgaan, vreemde ziektes zullen uitbreken, aardbevingen zullen plaatsgrijpen etc.'.
- In 1960 verplaatste de cultus rond ome Jan van de 1e Stampioendwarsstraat zich naar een woning aan de Oldegaarde. De Dienstknecht des Heren kreeg steeds meer vat op de kring van volgelingen, die vooral bestond uit mensen uit Naaldwijk en Zeeland, en profiteerde daar rijkelijk van. Zo schonken zij hem een wasmachine en filmapparatuur. Ome Jan hield seances en had urenlang visioenen. De genoemde filmapparatuur was bedoeld om deze seances op film vast te leggen. Hij voorspelde drie donkere dagen waarin alle zondaars van de aardbodem zouden worden weggevaagd. Hij en zijn volgelingen zouden vanzelfsprekend worden gespaard.
- Ome Jan ging zich ook indringend met privé-aangelegenheden bezighouden. Zo sloot hij huwelijken en liet hij verkeringen verbreken. Hij regelde een huwelijk tussen een zoon en een dochter van twee Naaldwijkse tuindersfamilies, Theo L. en Willy V. De eigenaar van een van beide tuindersbedrijven, Bert V., liet zich zelfs door ome Jan overhalen om zijn tuindersbedrijf te verkopen. 'De dienstknecht zegt: 'Ach jij bent er toch niet voor geschikt'', zo schreef de Haagsche courant op 25 november 1965. Zo ruilden Bert V. en ome Jan in 1961 van woning. Op voorspraak van ome Jan werd de woning in Naaldwijk op kosten van Theo L. ingrijpend gemoderniseerd en werd voor hem ook een auto aangeschaft. Het genoemde artikel in de Haagsche Courant meldt dat ook in het Brabantse Zeeland voor ome Jan een auto klaar stond. Over bezoeken van de Dienstknecht des Heren aan Zeeland is verder niets bekend. Ook in de Naaldwijkse tuinderswoning was een kleine provisorische Mariakapel ingericht waar het schilderij van O.L. Vrouw hing. De Zeelandse pater H. zegende de kapel plechtig in.
- In 1964 verliet ome Jan, na een goddelijke boodschap, zijn tweede vrouw en nam zijn dienstbode Riet van B., afkomstig uit Zeeland, tot zijn nieuwe partner. Ondanks het feit dat pater H. het gedrag van ome Jan nog probeerde goed te praten, begon het vertrouwen in de Dienstknecht des Heren bij zijn volgelingen steeds verder af te nemen. Ook de band met de tuindersfamilie V. werd verbroken. Er werd een advocaat in de arm genomen om de notarieel vastgelegde schenkingen van goedgelovige volgelingen aan ome Jan weer ongedaan te maken. Ome Jan ging terug naar Rotterdam en betrok daar een woning in de Christiaan de Wetstraat. Hij besloot dat zijn tijdelijke roeping nu was 'voltooid'. Enkele van zijn teleurgestelde en gedupeerde volgelingen stapten in augustus 1965 naar de rechter. Die moest bekijken in hoeverre ome Jan oplichting voor anderhalve ton ten laste kon worden gelegd. Het portret van Maria werd als bewijsstuk naar het politiebureau van Naaldwijk overgebracht. De Haagsche Courant van 25 november 1965 schrijft: 'Zestien jaar later, november 1965, genietend van een hechte gezondheid en in nog hechtere welstand, moet Jan opnieuw een blik op zijn leven werpen. Hij zit dan voor Rotterdamse rechercheurs, die pijnlijk nuchtere vragen stellen. Hij zit daar in zijn zich zelf toegemeten kwaliteit van 'Dienstknecht des Heren' en bekent vlot zijn discipelen voor zo'n kleine twee ton te hebben opgelicht. Alles dank zij 'het wonder' op zijn sterfbed'.
- De gebeurtenissen te Rotterdam en Naaldwijk die plaatsvonden in de periode waarin ook het Tweede Vaticaans Concilie werd gehouden, wekten de argwaan van kerkelijke zijde. Na de ontmaskering van ome Jan als oplichter verweten zijn voormalige 'getuigen' de kerkelijke autoriteiten dat zij tijdiger hadden moeten ingrijpen. De Zeelandse pater H. vertrok voor enkele jaren naar de missie in Afrika en kreeg na terugkeer onderdak in een klooster te Uden.
Materiële cultuur - 1 De verering van O.L. Vrouw Moeder van Smarten werd met foto's van het schilderij van Maria bevorderd; 2 daarnaast verspreidde men een devotioneel vouwprentje. Het heeft het volgende opschrift: Oproep van Maria de Moeder der Smarten tot de wereld. In de tekst (binnenzijde) richt O.L. Vrouw zich tot 'medehelpers om de wereld te redden'. Na dit tekstje volgen zeven weesgegroeten 'ter ere van de smarten van Maria om Jezus voor ons' alsmede een dagelijks gebed. Op de achterzijde wordt Maria om haar voorspraak gevraagd, en tot Jezus onder meer het volgende gebed gericht '[...] strek Uw straffende Hand niet uit over de wereld, maar geef dat door de Moeder van alle volken, allen spoedig komen tot de eenheid in U'; vgl. ⟶ Amsterdam, Vrouwe van alle Volkeren. Het prentje bevat kerkelijke goedkeuring van F. Bedaux m.s.c., Tilburg, 20 december 1952, en F.N.J. Hendrikx, d.d. 25 december 1952. Als illustratie van het prentje volgt een zwart-wit afbeelding met het bekende beeld van Michelangelo. Daaronder de tekst: 'Maria, Moeder van Liefde, Moeder van Smarten en Moeder van Barmhartigheid bid voor!'. Pater Stanislaus meldt hierover in zijn verslag: 'De godsvrucht tot de Moeder van Smarten van Rotterdam wordt echter op bedekte wijze verspreid. Men heeft hiervoor de bekende Pietà van Michel Angelo gekozen en daar een gebed op gedrukt dat de kerkelijke goedkeuring draagt van verschillende Ordinarii. Alleen de ingewijden weten dat in dit gebed het voornaamste vervat ligt wat O.L. Vrouw aan J. S. zou geopenbaard hebben. Deze prentjes worden bij de Broeders in Zeist gedrukt en dan door de getuigen over heel de wereld verspreid, vooral in het buitenland. Duizendtallen zijn reeds verzonden en steeds komen meer aanvragen binnen. De onkosten worden bestreden door vrijwillige bijdragen en door het geld wat in het bidvertrek te Rotterdam door de pelgrims en bezoekers wordt geofferd'; 3 Behalve deze bidprentjes werden er ook medailles en briefkaarten rondgestuurd.
Van de foto van het schilderij van O.L. Vrouw Moeder der Smarten, de medailles en briefkaarten zijn geen exemplaren teruggevonden (evenmin in het Rotterdamse bisdomarchief, waar zich het verslagje uit 1958 bevindt).

Bronnen en literatuur Archivalia: Rotterdam, bisdomarchief, inv.nr. G.60, verslag van pater Stanislaus, Mook, 6 februari 1958, begeleidend briefje van de bisschop van Roermond aan de Rotterdamse bisschop Jansen d.d. 14 februari 1958.
Literatuur: 'De visioenen van ome Jan. Stilte in Naaldwijk, plezier in Zeeland', in: Rotterdamsch nieuwsblad, 25 november 1965, verslag; 'De visioenen van 'ome Jan'. Naaldwijkse families in de ban van 'Dienstknecht des Heren'', in: Haagsche courant, 25 november 1965.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Rotterdam-O.L. Vrouw Moeder van Smarten.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<