Middelburg, Heilig Sacrament

Cultusobject: Heilig Sacrament
Datum: Onbekend
Periode: 1374 - 1574 (?)
Locatie: Augustijnenklooster
Adres: -
Gemeente: Middelburg
Provincie: Zeeland
Bisdom: Breda
Samenvatting: In 1374 zou in Middelburg een hostie zijn veranderd in een stuk vlees dat vervolgens ging bloeden.
Dit wonder gaf aanleiding tot een cultus, een zogenaamd 'Sacrament van Mirakel', in het augustijnenklooster te Middelburg en korte tijd later ook tot eucharistische culten in Keulen en Leuven.
Auteur: Charles Caspers & Peter Sijnke
Illustraties:
Topografie - In 1308 wordt voor het eerst een augustijnenklooster vermeld in Middelburg. Het klooster lag vrijwel tegen de rand van de stad, tussen de Seispoort en de Langevillepoort. Na de reformatie is het klooster overgegaan aan de St. Sebastiaans- of Handboogdoelen. De kloostergebouwen waren tot 1587 aan het einde van de Vlasmarkt gelegen ter plekke van het huidige Schuttershof.
Cultusobject - De in vlees veranderde hostie werd al in 1374 buiten Middelburg gebracht.
- De St. Jacobskerk in Leuven beschikt over een fragment van de communiedoek, waarop in 1374 een druppel bloed van de in vlees veranderde hostie was gevallen. Voordat dit fragment in 1803 samen met het vleesklompje naar de St. Jacobskerk werd overgebracht, werd het bewaard in het Leuvense augustijnenklooster in een kleine vergulde zilveren ciborie. Mogelijk is dit textielfragment reeds in 1380 vanuit het Middelburgse augustijnenklooster in Leuven terecht gekomen, mogelijk pas na 1574.
- Een klein stukje bruingekleurd vlees (het vlees waarin de hostie in 1374 zou zijn veranderd) ter grootte van een erwt werd eveneens bewaard in de Leuvense St. Jacobskerk. In het begin van de 19e eeuw werden deze reliek en het kleine laat-14e-eeuwse reliekhoudertje gevat in een nieuwe grotere reliekhouder. Tijdens uitstellingen op het altaar en tijdens processies werd in deze reliekhouder, achter de reliek, een pas geconsacreerde hostie bevestigd. Deze reliek is een deel van de mirakelhostie welke in 1374 (te Middelburg) in vlees veranderde en in 1380 (te Keulen) op miraculeuze wijze in twee gelijke delen werd gesplitst. Nog in 1380 werd deze reliek (de helft van de mirakelhostie) overgebracht naar het augustijnenklooster te Leuven vanwaar het, na enige omzwervingen, in 1803 in de Leuvense St. Jacobskerk terecht kwam. De St. Jacobskerk is sedert enkele decennia gesloten en verkeert in bouwvallige staat. De reliekhouder met het - voorheen Middelburgse, thans Leuvense - 'Sacrament van Mirakel' is tijdelijk in bruikleen bij Museum Van der Kelen-Mertens, eveneens in Leuven.
- In de Keulse St. Albanskerk werd tot de Tweede Wereldoorlog het andere deel van de mirakelhostie vereerd, tijdens uitstellingen eveneens vergezeld van een pas geconsacreerde hostie. Deze mirakelhostie werd, tussen 1374 en 1380 ongedeeld en vanaf 1380 tot 1803 gedeeld, bewaard in het augustijnenklooster in Keulen.
Verering - Volgens de ontstaanslegende leefde in 1374 in Middelburg een vrome edelvrouw, die erop stond dat al haar huisgenoten waardig zouden communiceren op de eerste zondag van de vasten. Een van hen, Jan, afkomstig uit Keulen, ging zonder gebiecht te hebben en zonder berouw te communie. Nauwelijks had hij de hostie ontvangen of hij werd door blindheid getroffen; bovendien veranderde de hostie in zijn mond in een stuk vlees. Toen hij er in beet sprongen drie druppels bloed uit zijn mond op de communiedoek. De priester die de communie uitdeelde schrok en nam het vlees uit Jans mond om het vervolgens veilig weg te bergen. Jan smeekte publiekelijk om Gods genade, waarna hij door een nieuw wonder van zijn blindheid werd genezen. Voortaan leidde hij een voorbeeldig leven. De in vlees veranderde hostie en de communiedoek werden vervolgens als relieken bewaard. Dit wonder (en vele andere eucharistische wonderen, zoals dat van ⟶ Boxtel (dl. 2) uit 1380) kan worden getypeerd als een 'bloed- of bestraffingswonder': door het onwaardig optreden van een communicant of een celebrant gaat het sacrament bloeden (soms verandert de miswijn in bloed, soms gaat de hostie bloeden of verandert zelfs geheel in bloedend vlees zoals in Middelburg) waardoor de overtreders gewezen worden op hun onwaardigheid en zowel zijzelf als de andere aanwezigen overtuigd raken van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament.
- Nadat de aartsbisschop van Keulen, Frederik III, van het wonder had vernomen, liet hij nog in 1374 het Sacrament van Mirakel overbrengen naar de dom van Keulen. Korte tijd later werd de reliek overgebracht naar de augustijnenkerk van Keulen, alwaar het werd uitgesteld ter aanbidding door de gelovigen. In 1380 verzochten de augustijnen uit Leuven om een deel van de reliek. Na drie dagen van intensief en collectief gebed ontdekte men dat de mirakelhostie zich in twee delen had gesplitst: zo kon een deel in Keulen blijven (waar het later in de St. Albanskerk terecht kwam), het andere deel werd naar Leuven overgebracht. In Leuven onstond een rijke cultus, waaraan onder meer een broederschap (vanaf 1426) en ettelijke aflaten werden verbonden. Op 15 juni 1435 werd door de bisschop van Luik, Jan van Heinsberg, goegekeurd dat jaarlijks op de eerste zondag na Pinksteren in Leuven een processie werd gehouden ter ere van het Sacrament van Mirakel. Nadat de augustijnen, tijdens de Franse overheersing die volgde op de Franse Revolutie, Leuven hadden verlaten, werd de cultus overgebracht naar de St. Jacobskerk.
Op 30 juni 1935 (de feestdag van het Eucharistisch Hart van Jezus) werd in Leuven op grootse wijze het vijfde eeuwfeest van de processie herdacht als 'de 500e verjaring van het heilig Sacrament van Mirakel te Leuven'.
- In Middelburg zelf bleef de herinnering aan het mirakel nog lang bewaard. Waarschijnlijk was er in het in het augustijnenklooster aldaar - dat misschien in het bezit was gebleven van een deel van de communiedoek - een beperkte cultus blijven bestaan. Toen de augustijnen-heremieten in 1574, na de overgang van Middelburg naar de Nederlandse Opstand, hun klooster en de stad moesten verlaten, was het in ieder geval met deze cultus gedaan. Van Heussen (1722) vermeldt dat de mirakelhostie en de altaardoek ('tafellaken') pas met de komst van de reformatie naar Leuven zijn overgebracht; met betrekking tot (een deel van) de doek kan deze vermelding juist zijn, de hostie bevond zich in 1574 echter al twee eeuwen niet meer in Middelburg.

Bronnen en literatuur Tekstedities: J. de la Torre, 'Relatio seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 11 (1883) p. 167.
Literatuur: Matthias Pauli, Vier Historien van het H. Sacrament van Mirakel etc. (t'Antwerpen: By Geeraerdt van Wolfschaten, 1620) p. 134-147; Aubertus Miraeus, Fasti Belgici et Burgundici (Brussel: apud Ioannem Pepermannum, [1622]); Heribertus Rosweydus, Kerckeliicke Historie van Nederlandt etc. (Antwerpen: By Ian Cnobbaert, 1623) p. 159-160; Historia et miracula sacratissimae hostiae anno 1374, Middelburgi in Zelandia in carnem conversae, inde Coloniam et Lovanium translatae apud PP. Augustinianos asservatae et novo in triseculari jubilaeo exaltatae (Leuven:Adr. de Witte, 1674); Historie ende mirakelen van de alder-heylighste Hostie, in 't jaer 1374 tot Middelburgh in Zeelandt in vleesch verandert, van daer naer Ceulen, ende van Ceulen naer Loven overgebragt (Leuven: Vander Haert, 1718; vert. v.d. publicatie uit 1674) met vermelding van een aantal wonderen toegeschreven aan het Sacrament van Mirakel te Leuven; H.F. van Heussen, Oudheden en gestichten van Zeeland etc., dl. 1 (Leiden: Chr. Vermey, 1722) p. 108; Historia et miracula Sacratissimae Hostiae anno MCCCLXXXV [MCCCLXXIV] Middelburgi in Zelandi in carnem conversae inde Coloniam et Lovanium translatae, et apud PP. Augustinianos honorificentissme asservatae et modo anno jubilaei quinquagesimo supra trecentesimum solemni totius S.P.Q.L. applausi exaltatae (Leuven: Schellekens [1724]); Joannes Libens, Oratio panegyrica de miraculosa Hostia Middelburgi Zelandorum anno 1374 in carnem conversa, apud P.P. Augustinianos Lovani religiose asservata etc. ([Leuven: Schellekens, 1724]); Zeelands Chronyk Almanach, verkort, dl. 3 (Middelburg 1792); 'Wat zijn de protestanten toch ongeloovig!', in: De Protestant 4 (1846) p. 28-32, aldaar 29-30; 'Mirakel van het H. Sacrament te Middelburg in 1374', in: Volksmissionaris 6 (1885) p. 161-164, 306-311; Stephanus Schoutens, Geschiedenis van den Eerdienst van het Allerheiligst Sacrament in België (2e uitgave, Antwerpen: Vanos-Dewolf, 1887) p. 197-203; J. Wils, 'Le S. Sacrament de Miracle de Louvain (1374-1903). Monographie historique et religieuse', in: Le Très Saint Sacrement 29 (1904-1905) p. 183-192, 248-261, 388-399, 533-541, met uitgebreide bronnenopgaven over de cultus in Leuven; J. Wils, Het Sakrament van mirakel berustende in Sint-Jacobskerk te Leuven (Leuven 1905); De Triomf van het H. Sacrament van Mirakel, parochie S. Jacob Leuven (z.p. [1935]); Peter Browe, Die eucharistischen Wunder des Mittelalters (Breslau: Müller & Seiffert, 1938) p. 152-153 (noot 29); P.A. Henderikx, De oudste bedelordekloosters in het graafschap Holland en Zeeland (Dordrecht: Historische Vereniging Holland, 1977); G. Baggerman, 'Ikonografische en bibliografische bijzonderheden in verband met het H. Sacrament van Mirakel te Leuven', in: Meer schoonheid 28 (1981) p. 7-16; A. van Waarden-Koets, 'Van monniken en een beerput met pispotten en een zonnebord', in: Informail (mrt. 1995); Werner Grootaers e.a., Zeven eeuwen augustijnen. Een kloostergemeenschap schrijft geschiedenis (Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon, 1996) p. 163, nr. 31, beschrijving van de reliekhouder van het Sacrament van Mirakel van Leuven.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Middelburg-H. Sacrament.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<