HomeDatabankenBedevaarten

Mesch, H. Pancratius

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Pancratius
Datum: Voorlaatste zondag van augustus (+ octaaf)
Periode: 19e eeuw (?) - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Pancratius
Adres: Kerkplein 1, 6245 JN Mesch
Gemeente: Eijsden
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Reeds in de 19e eeuw trokken pelgrims uit het Belgische grensgebied en de omgeving van Mesch naar de aldaar gelegen Pancratiuskerk om Pancratius' hulp in te roepen tegen kinderziektes, eczeem, huiduitslag en jicht. De bedevaart heeft zich op kleine schaal tot op heden gehandhaafd.
Auteur: Antoine Jacobs
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De Pancratiuskerk ligt in de kern van het dorpje Mesch. De oudste resten van de kerk dateren uit de 9e eeuw en maakten deel uit van een zaalkerkje. Het gotische koor dateert uit de eerste helft van de 15e eeuw. Nadat in 1875 de toren was ingestort, werd de kerk in 1888 door architect Johan Kayser gerestaureerd. Hij verlengde de kerk met een travee en bouwde een nieuwe toren. In 1968-1969 werd de Pancratiuskerk gerestaureerd door architect ir. P. Satijn.
- De eenbeukige kerk heeft geen aparte devotiekapellen. De heiligenbeelden zijn op sokkels tegen de zijmuren geplaatst.
Cultusobject - Pancratius (12 mei) was afkomstig uit Phrygië en vertrok in 304 naar Rome waar hij door paus Cornelius werd gedoopt en onderricht in de beginselen van het christelijk geloof. Pancratius werd omwille van zijn geloof omstreeks 305 op 14-jarige leeftijd ter dood veroordeeld en onthoofd. Voor de ridders van de late middeleeuwen was Pancratius de patroon van het eens gegeven woord. Pancratius wordt gerekend tot de veertien noodhelpers. Hij wordt sinds de 13e eeuw afgebeeld met zwaard en palmtak en sinds de 15e eeuw als Romeins soldaat of als ridder.
- De 26,5 cm hoge, zilveren reliekhouder stamt uit 1773. De theca bevat een botreliek van Pancratius.
- Het grote gepolychromeerd houten Pancratiusbeeld (152 cm hoog) is gemaakt in de late 14e eeuw. Het is vervaardigd in het Maasland. Het beeld toont Pancratius staande, gekleed als ridder met schild, zwaard en lans. In de borst is een opening aangebracht voor een reliek (niet meer aanwezig). Op het voetstuk staat: 'S. Pancratius'. Het beeld staat halverwege de noordwand van het schip op een achthoekige, 16e-eeuwse zuil van Naamse steen.
- Het kleinere gepolychromeerde houten Pancratiusbeeld (102 cm hoog) dateert uit de tweede helft van de 17e eeuw. Het toont Pancratius staande in een korte wapenrok met helm en laarzen. In zijn rechterhand houdt hij een lans, in zijn linkerhand een kort zwaard. In de borst is een opening aangebracht voor een reliek (ook niet meer aanwezig). Het beeld staat op een console achteraan in het schip tegen de zuidwand.
Verering - Wanneer de verering en de bedevaart naar Pancratius in Mesch ontstaan zijn, is niet bekend. Vanwege de ouderdom van de kerk, de beide Pancratiusbeelden en ook de reliek spreekt men lokaal over een 'eeuwenoude verering', maar concrete gegevens over een eventuele devotiepraktijk zijn niet gevonden.
- In 1875 bestond er in ieder geval wel een bedevaartgebonden Pancratiusverering. Nadat ten tijde van het pastoraat van J.B.H. Borckelmans op 11 augustus 1875 een deel van de kerk was ingestort, maakte namelijk iemand de volgende notitie: 'Op dien dag zijnde eenen zaterdag, daags voor de kerkmis te Mesch hebben de parochianen met den burgemeester Petrus Theunissen aan het hoofd den ingang geruimd om de parochianen en de vreemden een toegang te maken tot de kerk om Zondags de Reliquien van den H. Pancratius patroon der kerk te kunnen vereren'. De komst van 'vreemden' maakt duidelijk er van een bedevaart sprake is.
- In de 20e eeuw was Mesch gedurende de bedevaartdagen druk bezocht. De bedevaartgangers kwamen uit de omgeving van Mesch (Gronsveld, Rijckholt, Eysden), het Belgische grensgebied - met name de Voerstreek - en de omgeving van Eupen. In Nederlands-Limburg stond de bedevaart naar Mesch bekend als de 'Meschergaank' (de bedevaartgang naar Mesch). De bedevaartgangers kwamen meestal op eigen gelegenheid. Georganiseerde processies kwamen niet voor. Op 12 juli 1912 bezocht de priester-historicus en latere rijksarchivaris in Limburg, W. Goossens, de kerk van Mesch. Hij maakte een interessante aantekening over het beeld en de rituelen die er bij plaatsvonden:

'Oud beeld van den H. Pancratius tegen den noordelijken zijwand op een hardstenen zuil van laat-gothischen vorm. (...) Het beeld schijnt vroeg-gothisch te zijn. Een tweede, maar kleiner 17e-eeuws beeld, van den heiligen Pancratius bevindt zich in het doopkapelletje tegenover den ingang. De H. Pancratius is er eveneens voorgesteld als ridder met hoge kaplaarzen enz. Deze Heilige wordt in Mesch vereerd tegen de jicht. (...) Bij het beeld hangen een paar ijzeren banden die de hulpbehoevende zich om het lijf doet, wanneer hij tot den Heiligen bidt.'

- Tijdens het octaaf stond het kleine Pancratiusbeeld, dat normaal achter in de kerk stond - versierd met bloemen en kaarsen op het koor. Ouders namen hun (kleine) kinderen mee om genezing te vragen van kinderziekten. Hiertoe werden de kinderen ijzeren gordels of banden omgedaan die bij het beeld van Pancratius hingen, waarna tot de heilige werd gebeden. Ook werd Pancratius aangeroepen bij eczeem, huiduitslag en jicht. De Limburger Koerier van 17 augustus 1935 spreekt over de Meschergaank als een van de 'belangrijkste jaarlijksche processies in Limburg'. Het aantal bedevaarders, die na aan hun religieuze plichten voldaan te hebben, zich nog op de Mescher kermis konden vermeien, moet in de duizenden gelopen hebben. In de Gazet van Limburg werd op 14 augustus 1946 een annonce geplaatst waarin het 'Zomerfeest van St. Pancratius' werd aangekondigd, dat gehouden van zondag 18 tot en met zondag 25 augustus. Op de zondagen waren er drie missen en op de overige dagen telkens een mis. Na alle missen was er reliekverering. Zieken en kinderen die de zegen wilden ontvangen, moesten op de biechtbel drukken. Tot in de jaren vijftig werd op de zondag aan het begin van het octaaf elk half uur de zegen met de relikwie gegeven, die vervolgens vereerd werd. Naast de pastoor stond dan een oudere misdienaar in een harnas, die Pancratius uitbeeldde. De mensen raakten zijn zwaard aan of vroegen om met het zwaard de te zegenen plek aan te raken.
- Bij het kleine Pancratiusbeeld hingen tot 1968-1969 ex-voto's, het harnas en de ijzeren gordels. In de jaren zestig en zeventig nam de belangstelling voor de Pancratiusverering af; deze wist zich desondanks te handhaven.
- Mondelinge bronnen spraken in 1998 over een zogenaamde 'driehoeksbedevaart' die eind 19e - begin 20e eeuw zou hebben bestaan tussen Mesch (St. Pancratius), Richelle (B) (St. Fermin) en Visé (B) (St. Hadelinus); lokaal kon echter geen verdere uitleg worden gegeven over wat er met deze 'bedevaart' werd bedoeld. Mogelijk betreft dit een gebruik om de drie plaatsen in één bedevaart aan te doen (vgl. ⟶ Swartbroek, Drie Gezusters).
- In 1997 kwamen er nog steeds bedevaartgangers uit de omgeving van Mesch en het Belgische grensgebied. In dat jaar waren er gedurende het octaaf in totaal ongeveer 500 bezoekers, die vooral op de openingszondag kwamen. Er waren veel ouders met kinderen en oudere mensen. De reliekverering vond plaats op de zaterdagavond voorafgaande aan het octaaf na de avondmis en op de zondag om 12.00, 15.00 en 17.00 uur. De missen in de middag zijn vooral bedoeld voor de vereerders van buiten Mesch, zoals uit Voeren, Rijckholt, Eijsden en Noorbeek. Na de missen wordt ook het noveengebed ter ere van Pancratius gebeden. Het kleine Pancratiusbeeld staat dan op een altaartje aan de linkerzijde op het koor, met daarbij de reliek en vele bloemen en kaarsen. Naar het oordeel van pastoor C.J.R. Buschman in 1997 neemt de belangstelling voor Pancratius sinds 1993 weer enigszins toe. In 1998 wijdde hij de beperkte opkomst aan het vakantieseizoen, waardoor veel ouders en hun kinderen afwezig waren. Ook door het jaar heen komen mensen (vooral uit België) naar Mesch om zich te laten zegenen en de relikwie te vereren. Pastoor Buschman vertelde nog hoe een man uit België die ernstig aan eczeem leed, drie weken nadat hij in Mesch was geweest, terugkwam om te tonen dat het eczeem verdwenen was.
Materiële cultuur - Ex voto's: tot aan de restauratie van 1968-1969 hingen bij het kleine Pancratiusbeeld circa zeven ex-voto's, het Pancratiusharnas en de banden. Tijdens restauratiewerkzaamheden werden zij verwijderd en zijn sindsdien verdwenen.
- Kerkzegel: het zegel (ø 2,75 cm) van de parochiekerk uit 1740 toont Pancratius in ridderlijk gewaad met palmtak en vlammend hart en de tekst 'S. Pancratius Pat. Ecclesiae de Mesch' en '1740'.

Devotioneel drukwerk
- Prentje: met op de voorzijde een zwart-witfoto van de Pancratiuskerk; op de binnenzijde wordt informatie verstrekt over de kerk en Pancratius, op de achterzijde staat een gebed tot Pancratius (14,5 x 10,5 cm).
- Lied: Mesch heeft een eigen Pancratiuslied.
Bronnen en literatuur Archivalia: Maastricht, Rijksarchief in Limburg: collectie Goossens; Roermond, bisdomarchief, 'Kerkelijk kunstbezit van de Sint-Pancratiusparochie te Mesch' (Roermond 1978).
Literatuur: C. Caumartin, 'L'église de Mesch', in: Publications S.H.A. Limbourg 3 (1866) p. 176-184; J.M.H. Eversen & J.L Meulleners, 'De Limburgsche gemeentewapens, vergeleken met de oude plaatselijke zegels en beschouwd in het licht der locale geschiedenis, in: Publications S.H.A. Limbourg 35 (1899) p. 335-340; J.S. van Veen & A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550, tevens kloosterkaart, dl. 3 (Den Haag: Nijhoff, 1923) p. 93; Alida Z. Huisman, Die Verehrung des heiligen Pancratius in West- und Mitteleuropa (Haarlem: Tjeenk Willink & Zoon, 1938); [Pancratius te Mesch], in: Credo 13 (18 augustus 1961) p. 133; P.J. Meertens & M. de Meyer, Volkskunde-atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar aflevering II (Antwerpen/Utrecht: Standaard, 1965) p. 40, 90; J.Ch. Warnier, 'Sint Pancratius', in: Uit Eijsdens verleden, 2 (1978) 1, p. 4-5; Mya Maas, 'Jonge heilige uit vroege Christentijd. St. Pancratius 12 mei', in: Katholiek Nieuwsblad, 9 mei 1989; Nico Duykers, 'Eysden in de Limburger Coerier', in: Uit Eysdens verleden 10 (1989) p. 12; J.C.G.M. Janssen ed., Kunst en cultuur in Limburg (Maastricht: Provinciebestuur, 1989) p. 111, Pancratiusbeeld.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Mesch; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 23 (1959) Q 198; Mesch, collectie E.H. Weerts; mondelinge informatie in 1997 van pastoor C.J.R. Buschman (Mesch); P.J.M.A. Jeukens (Mesch); Willy Theunissen sr. (Eijsden); E.H. Weerts (Mesch); mw. J.M.L. Wolfs (Eijsden).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<