HomeDatabankenBedevaarten

Meijel, H. Willibrord (Willibrordus)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Willibrord (Willibrordus)
Datum: Geen specifieke datum
Periode: Voor 1700 - eerste helft 19e eeuw
Locatie: Put bij het gehucht Hof te noordwesten van Meijel, binnen de H. Nicolaasparochie
Adres: Keulsebaan, nabij provinciegrens
Gemeente: Meijel
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De oudste vermelding van de St. Willibrordsput dateert uit 1325. De put heeft eeuwenlang een rol gespeeld als grensmarkering. In 1742 wordt gemeld dat de put vroeger algemeen bekend was en bedevaartgangers trok die het water dronken ter genezing van moeraskoorts. Tot in de eerste helft van de 19e eeuw kwam men voor dit doel nog uit de omgeving naar de put. Aan het einde van de 19e eeuw ontstond de overlevering dat St. Willibrord op die plaats heeft gedoopt. Door toedoen van enkele plaatselijke parochieherders kwam een lokale devotie rond de put weer tot leven tussen 1899 en circa 1915, rondom de Tweede Wereldoorlog en van 1953 tot circa 1960.
Auteur: Ottie Thiers & Henk Willems
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Meijel was tot het midden van de 19e eeuw het enige dorp in het uitgestrekte hoogveengebied op de grens van de huidige provincies Noord-Brabant en Limburg. Het dorp is gebouwd op enkele zandbulten op de Peelrandbreuk, en lag aan de verbindingsweg tussen 's-Hertogenbosch en Keulen. Een kleine honderd meter ten oosten van deze weg (de huidige Keulsebaan tussen Neerkant en Meijel) ligt de Willibrordusput op een hoger gelegen stuk grond, vanwaar men vroeger uitzicht had over de Peel.
- Het tussen Brabants en Gelders gebied zo strategisch gelegen Meijel was neutraal; de heren van Ghoor hadden de vrijheerlijkheid rechtstreeks in leen van de keizer. Met het Barrière-tractaat van 1715 kwam Meijel tot 1795 bij het Oostenrijkse Overkwartier van Gelder. De Willibrordsput stond dus in de 18e eeuw op de grens van Oostenrijks en Staats gebied. In 1795 kwam Meijel onder Frans bestuur, vervolgens hoorde het bij het Koninkrijk der Nederlanden. Van 1830 tot 1839 viel het onder België. De put is al eeuwenlang richtpunt voor grensbepalingen en gebiedsbeschrijvingen en grensmarkering tussen het Limburgse Meijel en het Brabantse Deurne.
De oudste vermelding van de put - de eerste in een lange reeks - is bekend uit een verwijzing uit 1464-1465 naar een verloren gegane 'verkrijgbrief' van 1 maart 1325 van hertog Jan III van Brabant. De put is sinds die tijd altijd naar St. Willibrord genoemd geweest.
- In augustus 1549 moest op last van de landvoogdes Maria van Hongarije de grens worden uitgezet tussen het land van Brabant en het land van Weert. Bij de put zelf werd een steen ingegraven. De grensgracht werd uitgediept en de oude stenen werden vervangen. In 1761 plaatste men een nieuwe paal van Naamse hardsteen bij de put, met aan Brabantse zijde het wapen van de Zeven Provinciën en aan Meijelse zijde het wapen van Oostenrijk. In 1993 verving de gemeente de oude, gebarsten paal door een handgemaakte replica. Put en grenssteen zijn rijksmonument.
Cultusobject - Zie voor St. Willibrord ⟶ Geijsteren.
- Over het uiterlijk van de put voor 1899 is weinig bekend. In een geschil uit 1452 werd bepaald dat hij van twee kanten (Meijel en Deurne) toegankelijk moest zijn. In 1749 was de put bijna dichtgegroeid en werden de wanden van onderop weer bezet met russen (biezen); waarschijnlijk was het een trechtervormige kuil, waarvan de wanden met plaggen waren versterkt. In de 16e en waarschijnlijk nog in de 18e eeuw stond bij de put een eikenboom.
In 1899 werd de put opnieuw opgegraven. Men vond 'drie ruwe steenen, (voor den put ingemetseld) in eene meer dan halve cirkelrondte geplaatst en tusschen de twee laatste steenen een dik bijna geheel vermolmd stuk eiken hout, daarbij vele potscherven en hazelnoten'. De put werd nog enige meters uitgediept en in steen opgemetseld boven de teruggevonden heldere bron. Bovengronds bouwde Ties, de zoon van Metsel-Dries Gielen een torenvormig monumentje (ø 1,5 m, hoogte ca. 3 m), waarin een opening met een tralievenster kwam. Via een katrol kon men met een emmertje water putten. Boven het venster werd in een cementen blok de tekst 'St. Wilbersput anno 700-1900' aangebracht. Op het kegelvormige cementen dak werd een borstbeeld van de heilige geplaatst, gemaakt door de beeldhouwer Oor uit Roermond.
Nadat de put in de Tweede Wereldoorlog getroffen was door granaatscherven, werd hij in 1953 hersteld. Sindsdien moest men om water te kunnen putten eerst de sleutel halen bij de beheerder. Een nieuw borstbeeld, gemaakt van gebakken klei door de Meij-else onderwijzeres en kunstenares Gerda Gielen (dochter van Ties Gielen) kwam via een omweg boven de put. Het was aanvankelijk gemaakt voor een replica van de put, die de Kring Helden van de Limburgse land- en Tuinbouwbond op aandringen van de afdeling Meijel had gebouwd voor de landbouwtentoonstelling in Roermond. Omdat dit borstbeeld niet voldoende weerbestendig bleek, liet de gemeente Meijel in 1979 een nieuw maken door Paul Vincken van St. Joris Kleiwarenindustrie te Beesel. In 1999 bleek de put al enkele decennia droog te staan.
- De put werd in vroeger tijden gebruikt als watervoorziening. Daarnaast werd aan het water tot in de 19e eeuw een bijzondere geneeskracht toegekend tegen de moeraskoorts; in de jaren 1950 achtte men het water onder meer heilzaam bij oogkwalen.
Verering - St. Willibrord is nooit patroon van de kerk van Meijel geweest. Wel is hij de patroonheilige van diverse kerken aan de Brabantse kant van de grens, waarvan Bakel, Deurne en Vlierden gebouwd zijn op aan St. Willibrord geschonken goederen, die nadien vervielen aan de abdij van Echternach. In Bakel en Deurne had de abdij nog tot 1648 de zielzorg. In de 19e en 20e eeuw zijn in de naaste omgeving nog de kerken van Helenaveen, Liessel, Neerkant en Zeilberg aan St. Willibrord gewijd.
Zou de Meijelse put zijn naam gekregen kunnen hebben als gevolg van zijn ligging aan de grens van of bij de weg naar het 'land van St. Willibrord'?
- De oudste vermelding van geneeskrachtig gebruik van het putwater is bekend uit een notitie van Emanuel de Croy, zoon van Maria Margaretha Louise de Croy, Vrouwe van Meijel. Op een reis langs de verspreid liggende bezittingen van zijn moeder, bezocht hij in mei 1742 Meijel, waar hem in het bijzijn van de schout en de rentmeester de put werd getoond. Hem werd verteld dat de put vroeger zeer bekend was omdat men er van heinde en ver ter bedevaart kwam om het water te drinken tegen de moeraskoorts. Deze informatie kan in verband gebracht worden met een onuitgevoerd plan van pastoor Spee in 1708 tot ontwikkeling van een bedevaart om in zijn onderhoud te voorzien, waarbij hij misschien aan de Willibrordsput heeft gedacht; de te vereren heilige wordt echter niet genoemd.
- Omstreeks 1840 zal er van verering waarschijnlijk geen sprake meer zijn geweest. Een brief van de districtscommissaris aan de gouverneur van Noord-Brabant uit 1840 maakt duidelijk dat de put toen reeds lang was verdwenen en de benaming ervan op de grenspaal was overgegaan:

'Even op of aan de limietscheiding van Deurne, Liessel en Meijel, staat een steene paal die nog onder de naam van Wilbertsput bekend is, indien er eene put bij die paal bestaan heeft dan moet dit op het territoir van de gemeente Meijel geweest zijn. Voor het overige wist men er mij niets van te zeggen.'

- J.A.H. Wouters, pastoor te Meijel van 1896 tot 1906, liet in het parochiearchief een verslag na van de opgraving op donderdag 6 juli 1899. Wethouder H. van den Steen nam, 'uit ware piëteit voor den Heilige' de leiding en de kosten op zich. Bejaarde bewoners (70 à 80 jaar oud) van het bij het putje gelegen gehucht Hof vertelden de pastoor toen dat hun ouders en velen uit Nederweert en Deurne bij het putje kwamen bidden om door de voorspraak van St. Willibrord te genezen van de 'schudding' (moeraskoorts). De pastoor vermeldt tevens dat volgens de overlevering de heilige bij het putje gepreekt en gedoopt heeft. Dit is de eerste schriftelijke vermelding van de Meijelse put als doopput en waarschijnlijk een inventie van de pastoor zelf.
- Nadat met behulp van de omwonenden de put was uitgediept en opgebouwd, werd op 8 oktober 1899 een Willibrordsborstbeeld 'in eene processie van 900 à 1000 man' (bijna de helft van de Meijelse bevolking) naar de put gebracht. Daar werden beeld en put ingezegend, en werd het gebeuren in een toespraak toegelicht. De opstand van de put werd eigendom van de kerk, de grond zou pas later aangekocht kunnen worden. Volgens een aantekening uit 1939 heeft na de eeuwwisseling de godsvrucht tot de heilige nog enkele jaren bestaan, om uiteindelijk omstreeks 1915 weer in de vergetelheid te geraken. Tot die tijd hadden veel Meijelse gezinnen een flesje putwater in huis.
- Pastoor-deken Wouters stierf in het Willibrordjaar 1939. Hij liet de kerk van Meijel ⨍250,- na voor een te stichten jaarlijkse leesmis op het feest van St. Willibrord (7 november) en voor het onderhoud van de put. Vervolgens trokken dat jaar verschillende processies naar de put.
- In de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog stimuleerde kapelaan van der Sterren verschillende jongerenverenigingen, met name Jong Nederland, tot het houden van processies naar de put; Jong Nederland had St. Willibrord als patroon. In 1948 was er bij het gehavende putje geen sprake meer van (spontane) individuele devotie. Na de restauratie in 1953 werd de put met een 'schone pelgrimage' van zo'n duizend personen weer in gebruik genomen. Buurtbewoner Peter Puts (geen bijnaam) werd aangesteld als onderhoudsman. Op de zondag na 7 november, het feest van St. Willibrord, dat jaar, Daarnaast beheerde hij de daaropvolgende jaren de sleutel en ontving hij de processies, die tot 1960 regelmatig gehouden werden. Ook werd toen weer water geput om te gebruiken tegen oogziekten en andere kwalen. Het bisdomblad Credo meldde in 1955: 'Sinds het herstel [in 1953] gaan weer zeer velen naar de put om te bidden tot St. Willibrord, speciaal mensen die aan een oogziekte lijden'.
- In Meijel heeft de (jonge) schutterij St. Willibrord als patroon. Neerkant heeft een Willibrorduskerk (sinds 1890) en een Willibrordusmonument in de kerk, een Willibrordusschool, -fanfare en -zangkoor.
- Anno 1999 is de put een cultuurhistorisch monument, een beeldmerk van Meijel en, geheel volgens de traditie, ook van Neerkant.
Materiële cultuur Devotionalia
- Processievaantje: de H. Nicolaaskerk bezit een processievaantje (78 x 52 centimeter) uit het tweede kwart van de 19e eeuw met een geborduurde voorstelling van de H. Willibrord, staande, gehuld in kazuifel en met een boek in de hand waarop de domtoren staat.
- Ansichtkaarten: in de loop der tijd zijn in Meijel diverse ansichtkaarten verkocht met een afbeelding van de Willibrordsput; in de coll. D. Gooren bevindt zich een zwartwit kaart met een foto van de put (Arnhem/Meijel: jos-pé/boekhandel Coolen-Pluijm, ca. 1985.

Bronnen en literatuur Archivalia: Meijel, parochiearchief: Aantekeningen van pastoor Wouters, 1899, met aantekening 1939; Register der deliberatiën kerkbestuur 1892-1950, 18 oktober 1939; kopie van kaart 1715 met put en boom. Roermond, gemeentearchief: documentatiecollectie, inv.nr. 121, Meijel. Maastricht, Rijksarchief in Limburg: schepenbankarchief Meijel, reg. 7, deductie 1597, fol. 17d (tol); reg. 11, fol. 186-187 (steenplaatsing 1761); kaartenverzameling, kaart 1597; processtuk ca. 1708. 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief provinciaal bestuur inv.nr. 4410, rapport over H. Putten in Noord-Brabant in 1840. Deurne, streekarchief Peelland: Deurne, doos 3, map 13-18, inv. XV-345, reparaties in 1749. Den Haag, Algemeen Rijksarchief: KP, inv.hs. 329, kaart 1785. Dülmen, archief van de hertogen van Croy (particulier), inv.nr. 4022 fol. 302 en 308, notitie Emanuel de Croy 1742. Düsseldorf, Staatsarchiv: Bestand Geldern Adm. Kolleg nr. 44, fol. 103, kaart 1742.
Tekstedities: Varia Peellandiae Historiae: ex fontibus (Deurne: Streekarchivariaat Peelland, 1964-1974) deel 'Deurne en Liessel', p. 10 (verkrijgbrief Deurne 1464-65/1325, afschrift 1661) en deel 'Asten en Ommelen', p. 9 (charter van Henric van Kuyc 1367, afschrift 1755, in cartularium); H.P.H. Camps ed., Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312. I. De Meierij van 's-Hertogenbosch (met de Heerlijkheid Gemert). Eerste stuk (690-1294) (Den Haag: M. Nijhoff, 1979) p. 11-12, 48-50, 419, 203-204.
Literatuur: A.J.A. Flament, 'De St. Wilbertsputten in Limburg', in: De Katholiek dl. 157 (1920) p. 275-277; P.C. Boeren, Sint Willibrord, apostel van Brabant (Tilburg: Brabantsch comité voor de St. Willibrordherdenking, 1939) p. 21, 29, 34-41; M.A. Erens, Bij het eeuwfeest. Sint Willibrord, apostel der Nederlanden (Tongerloo: St. Norbertus' Drukkerij, 1939) p. 108, vermelding putje te Meijel; G[erda] G[ielen], 'De Bodsjap in de Pieël', in: Veldeke 23 (1949) p. 59-60, putje verlaten, devotie in dorp verlopen, water niet meer gebruikt ter genezing; Weekbericht voor Meijel, 7 november 1953, herstel put, processies, gebruik water tegen oogziekten; C. Wampach, Sankt Willibrord. Sein Leben und Lebenswerk (Luxemburg: Sankt-Paulus, 1953), met vereringskaart; P.C. Boeren, 'Brabantia Sacra 5. Sint Willibrord apostel der Nederlanden', in: Brabantia (1954) p. 223-234; [foto met bijschrift van put], in: Credo, diocesaan weekblad voor het bisdom Limburg 7 (16 september 1955) nr. 37, p. 145; Peter Vink, 'Ik was bij de Wilbertsput', in: Helmondse Courant, 28 juni 1957, over borstbeeld, Peter Puts; P.G. Bins, Prisma toeristengids Zeeland Barabant Limburg (Utrecht / Antwerpen: Het Spectrum, 1972) p. 233, korte vermelding; G. Gielen & L.J. Lucassen, Meijel in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1971) inleiding, vermelding put als grensmarkering in 1325; De Heilige Willibrordus in de beide Limburgen (Susteren: Stichting ter bescherming van de oudheden van Susteren, 1979) p. 37, herstel put 1899 en gebruik water tegen 'schudding'; Dagblad voor Noord-Limburg, 21 maart 1981, over 1899, 'heldere bron'; [Put in 1899], in: Dagblad voor Noord-Limburg, 21 maart 1981; L. Lucassen e.a., Meijel in beeld 1890-1940 (Meijel: Heemkundevereniging Medelo, 1982) p. 17, korte geschiedenis en foto; M.P.J. van den Brand, Lief en leed in en over de oude Peel (Venray: Rank Xerox, 1982) p. 4, 33, 36, 46, 146, 149, kaarten uit de jaren 1597, 1669, 1682, 1696, 1705, 1715; Leo Janissen ed., 400 jaar rond Willibrordusput en -pad. Zoals verteld over kerk, parochie en patroonheilige (Stramproy: Comité 400 jaar parochie Stramproy, 1983) p. 18, bidden bij put om bescherming tegen moeraskoorts; Dieter R. Duncker & Helmut Weiss, Het hertogdom Brabant in kaart en prent (Tielt / Bussum: Lannoo / Fibula-Van Dishoeck, 1983) p. 81, kaart 1708; Eduard van Ermen e.a, Limburg in kaart en prent. Historisch en cartografisch overzicht van Belgisch en Nederlands Limburg (Tielt / Weesp: Lannoo / Fibula-Van Dishoeck, 1985) p. 54-55, 100, kaarten uit de jaren 1597, 1785; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) nrs. 122, 142, 190; Henk Willems, Meijel; geen paradijs voor vagebonden en lange mannen; 'op verkenning in de achttiende eeuw' (Meijel: Scholengemeenschap Den Doelhof, 1986; gew. herdr. 1994) p. 5, 8, 11, 44-46, grensput, tol, aantekening 1742 over bedevaart; Herman Crompvoets & Jos Pouls ed., Meijel in de jaren vijftig (Heythuysen / Meijel: Beijnsberger / Heemkundevereniging Medelo, 1989) p. 25-26 processie 1953 naar herstelde put; Peter Vermeulen, 'Langs 's-Heren wegen, kleine religieuze monumenten in Deurne', in: Devotionalia 15 (1996) 85, p. 27-29, geschiedenis en foto; Weekbericht voor Meijel, 11 augustus 1999, herstelplan put; J. Renes, Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg (Leeuwarden: Eisma, 1999) p. 233.
Overige bronnen: Meertens Instituut-BiNdossier; Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland: parochiedossier Meijel; mededeling in 1999 van P. Bouten te Meijel, oud-leider Jong Nederland en Gerard Gooden

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<