HomeDatabankenBedevaarten

Megen, Everardus Witte

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Everardus Witte
Datum: Gehele jaar
Periode: 1951 - heden
Locatie: Grafkapel behorend tot het franciscanenklooster
Adres: Kloosterstraat 6, Megen
Gemeente: Oss
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Mede omdat Everardus Witte tijdens zijn leven al bekend stond om zijn zachtmoedigheid en om zijn gebedsleven, werd zijn graf reeds spoedig na zijn dood (1950) bezocht door pelgrims om hem om voorspraak te vragen bij hun gebed. Ofschoon zijn zaligverklaringsproces inmiddels is stopgezet, wordt de grafkapel nog dagelijks bezocht door bedevaartgangers uit de regio, maar ook uit verder weggelegen plaatsen in Nederland en België. Het 'heilig bruurke' wordt voor veel zaken aangeroepen, onder meer voor het vinden van een geschikte woning.
Auteur: Charles Caspers
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Plattegrond ⟶ Megen, O.L. Vrouw.
- De grafkapel (gebouwd tussen eind 1953 en mei 1954) ligt in de Kloosterstraat, aan de zuid-oostkant van het franciscanenklooster (⟶ Megen, O.L. Vrouw) waarin Everardus Witte het grootste deel van zijn leven heeft gewoond. De kapel heeft een breedte (langs de straatzijde, waar ook de hoofdingang is) van ongeveer 5,5 meter en een lengte van ongeveer 7,5 meter. In de rechterzijwand (vanaf de ingang) zijn drie vensters aangebracht; in de linkerzijwand slechts een deur die toegang geeft tot het gastenkwartier van het klooster. Achter in de kapel, rechts naast het altaar is een deur die toegang geeft tot een klein vertrek dat dienst doet als museum en objecten bevat over het leven en de persoon van Everardus Witte. Voor de inrichting van deze kapel, zie hieronder bij 'Cultusobject'.
- Tegenover de kapel, aan de overzijde van de Kloosterstraat, ligt het huidige Br. Everardusplein.
- In 1965 werd in het nabije Wijchen (Gld) een nieuwe parochiekerk (Ringlaan 212) gebouwd, die bediend werd door franciscanen en die als patroon de H. Everardus had (de gelijknamige parochie was al enkele jaren eerder, in 1958, door franciscanen gesticht). Strikt genomen gaat het hier om een andere persoon dan de broeder uit Megen; we kunnen er echter van uitgaan dat de naam is gekozen met het oog op de toen verhoopte zaligverklaring van Everardus Witte. Eind jaren tachtig ging deze parochie, samen met enkele andere, op in een grotere districtsparochie, 'de Hoeksteen'. In 1994 werd de Everarduskerk door deze parochie afgestoten. Ter herinnering aan het nauwelijks dertigjarig bestaan van deze kerk werd een kleuren-prent verspreid (F. v.d. Heuvel) waarop een portret van Everardus Witte te zien is. Ook Wijchen beschikt over een Everardus-plein.
- In de St. Laurentiuskerk te Alkmaar is Everardus Witte als tiener te zien op een muurschildering die Alexander Kläsener omstreeks 1880 aanbracht boven de biechtstoel van deken J.H. Ruscheblatt. Deze schildering, die de processie met het H. Bloed uit de tijd voor de komst van de Reformatie voorstelt, toont Witte (links) samen met zijn vriend Evert Rijkenberg (rechts), beide gekleed als misdienaars en zwaaiend met een wierookvat, gevolgd door een priester (met de gelaatstrekken van Ruscheblatt) die een monstrans vasthoudt (⟶ Alkmaar, dl. 1).
Cultusobject - Broeder Everardus werd op 25 juli 1868 in Hoorn geboren als Jan Witte, zoon van Jan Caspar Witte, een welgestelde zeepzieder, en Cornelia Wahlen. In 1878 verhuisde het gezin naar Alkmaar, waar vader Witte directeur werd van een bierbrouwerij. Samen met zijn vriend Evert Rijkenberg bezocht Jan jr. de R.K. Burgerschool in deze stad en beide werden zij misdienaar aan de Alkmaarse St. Laurentiuskerk.
- Omdat Jan Witte jr. priester wilde worden, ging hij in 1881 naar het seminarie Hageveld. Toen deze opleiding te zwaar bleek, probeerde hij het gymnasium te volgen bij de franciscanen te Venray. Nadat ook deze opleiding mislukte, liet zijn vader hem werken als bakkersknecht. Kort daarna, in 1886, werd hij leerling van de genoemde kunstschilder Alexander Kläsener. Zijn roeping tot het geestelijke leven verliet hem echter niet. Op 8 november 1891 trad hij in bij de franciscanen van het klooster Alverna bij Wijchen. De keuze om bij de franciscanen in te treden werd mede ingegeven door de goede herinneringen van Jan Witte sr. aan de vroegere franciscanerstatie in Hoorn, die in 1868 was opgeheven. De nieuwe kloosterling koos als naam Everardus, tevens een blijk van zijn hechte vriendschap met Evert Rijkenberg. Op 22 januari 1899 legde Everardus zijn professie af. In 1899 werd hij overgeplaatst naar het klooster te Megen, waar hij zou werken als portier en huisschilder. Tevens vervaardigde hij schilderijen voor de kloosterkerk aldaar en voor de kerk van de clarissen, eveneens in Megen. In 1902 legde hij zijn professie af. Na korte tijd als portier te hebben gefungeerd in achtereenvolgens een klooster te Woerden en een klooster te Heerlen (waar hij de mensen niet kon verstaan) werd hij weer teruggeplaatst naar het klooster te Megen, waar hij tot aan zijn dood op 22 december 1950 bleef wonen.
- Omdat hij tot 1929 (in dat jaar werd Everardus invalide na een val van een ladder) onder meer de taak van portier had, kwam hij met veel mensen in aanraking die hem vroegen hen bij te staan met zijn gebed. Ook na 1929, toen hij nog slechts licht huishoudelijk werk verrichtte en voortaan door zijn medekloosterlingen 'Evertje' werd genoemd, stond hij bekend om zijn intensief gebedsleven. In zijn laatste levensjaar trachtte hij zijn mystieke ervaringen weer te geven door middel van schilderijen; zijn laatste schilderij toont hem met een engel en de dood (met zeis) in een boot, een uitbeelding van zijn verlangen naar de eeuwigheid. Op 8 december 1950 kreeg hij griep; in de vroege morgen van 22 december overleed hij. Op tweede Kerstdag werd Everardus Witte onder overweldigende belangstelling begraven op het kloosterkerkhof, nadat de provinciaal, Apollinaris van Leeuwen, was voorgegaan in de plechtige uitvaartdienst. Op zijn bidprentje wordt hij als volgt getypeerd: 'Voor zijn medebroeders en voor de mensen die hem kenden, was hij een levend gebed geworden'.
- Vanaf 1954 richt de devotie van de bezoekers zich op de grafplaats binnen de kapel waarnaar het stoffelijk overschot van Everardus Witte op 12 mei van dat jaar was verplaatst. Op 1 juli 1954 werd boven het graf de huidige tombe geplaatst, vervaardigd door de Heumense beeldhouwer Jac. Maris. De tombe (ca. 2 m lang, ca. 70 cm breed, ca. 40 cm hoog, omgeven door een ijzeren hekje) is afgedekt met een keramiek beeld (ca. 1,85 m lang) dat Everardus voorstelt, liggend op zijn sterfbed. Everardus is gekleed in franciscanerpij, met blote voeten in sandalen en de armen op de borst gevouwen. Het beeld is groen geglazuurd; enkele rozen, aan weerszijden van het lichaam, zijn rood geglazuurd. De vloer is bedekt met keramieke tegels in dezelfde groentinten als het beeld.
- Op Witte Donderdag 1955 werden in de drie vensters van de kapel gebrandschilderde glas-in-loodramen geplaatst van de Vughtse glazenier Jan Vaessen. Het eerste raam (vanaf de ingang) toont onderaan Everardus als jonge broeder die net drie mannen een kom soep heeft gegeven; bovenaan staat Maria, met rozenkrans, in een boom. Het tweede raam toont onderaan Everardus die bidt bij een monstrans en een rokend wierookvat; bovenaan Jezus en Everardus die beide een kruis dragen. Het derde raam, dat het dichtst bij het altaar is, toont onderaan Everardus die zijn laatste schilderij aan het afmaken is ('de Engel in de boot') terwijl achter hem een duif komt aanvliegen met een takje in zijn bek; bovenaan staat een priester aan het altaar met Everardus als assistent.
- Ook het zwarte stenen altaar, dat tegen de achterwand is geplaatst, en het grote donkere kruis daarboven met daaraan de lijdende Christus, dat eveneens aan de achterwand is bevestigd, zijn ontworpen door Jac. Maris.
- Boven de ingang hangen drie schilderijen in een lijst, voorstellende gebeurtenissen uit het leven van Franciscus. Op een doordeweekse dag (1998) branden gewoonlijk enkele waxinelichtjes voor het altaar en is de kapel (vooral rond het altaar) opgeluisterd met een twintigtal boeketten en bloemstukken.
Verering De eerste gebedsverhoringen
- Op dinsdagavond 27 februari 1951 besteedde pater Gilbertus Lohuis in een lijdensmeditatie, die werd uitgezonden door de KRO, uitvoerig aandacht aan Everardus Witte. Lohuis gaf onder meer de volgende typering:

'Als het gebed iets zichtbaars werd, zou het er kunnen uitzien als broeder Everardus. Hij had, evenals al Gods vrienden, zijn grote kring van geestelijke bedelaars. Het waren zijn kennissen in grote omgeving. Nooit zag hij, die bijna nooit óp-zag, zijn vrienden. Maar tallozen schreven hem, omdat zij wisten: Wat hij van God vraagt, krijgt hij altijd...'.

Reeds enkele dagen later werd - naar aanleiding van deze radiouitzending - in Megen de eerste gebedsverhoring gemeld, door een jonge advocaat uit Amsterdam aan de voorspraak van het 'heilig bruurke' - onder deze naam was Everardus reeds tijdens zijn leven bekend buiten de eigen kloosterkring - toegeschreven. Het totale aantal gebedsverhoringen zou in 1951 oplopen tot 183. In 1952 waren het er 397, in 1953 reeds 1297, in 1954 was het aantal gegroeid tot 1463. Deze verhoringen werden per brief of briefkaart in Megen gemeld. Een artikel in de Katholieke Illustratie van 1953 vermeldt: 'Als men de verklaringen omtrent deze gebedsverhoringen leest, valt het op, dat het vooral werklozen en woningzoekenden zijn, die op "voorspraak" van "het heilig bruurke" verhoord worden'. Ook verschenen er dankbetuigingen aan Everardus in de dagbladpers, en werden er gebedsverhoringen gemeld uit België, Frankrijk, Engeland, Canada, Curaçao, Australië, Nieuw-Zeeland, Nederlands Nieuw Guinea en Indonesië (landen waar franciscanenkloosters gevestigd waren).
- Nadat in het juni-juli nummer van Everybody's St. Anthony - tijdschrift voor de verspreiding van de St. Antoniusdevotie in India en Pakistan - een uitvoerige Engelstalige levensschets van Everardus was verschenen, werden gedurende enkele jaren maandelijks gebedsverhoringen in dit blad opgenomen, alle aan zijn voorspraak toegeschreven. Een Nederlandse missionaris in India berichtte: 'Sedert de mensen hier broeder Evert hebben leren kennen, zijn ze gewoon weg van hem'.

Stimulering van de cultus in Megen en daarbuiten
- In deze eerste jaren na Everardus' dood werd zijn devotie ter plaatse vooral gepropageerd door de pastoor van Megen (vanaf 1926 werd de parochie bediend door franciscanen) en enkele notabelen, onder wie burgemeester Van Vlokhoven. Tot de verering buiten Megen droegen vooral bij de sinds 1951 met tienduizenden verspreide bidprentjes en een in datzelfde jaar door Marculphus Heijer vervaardigd boekje (met een levens-schets en noveengebeden) dat een oplage van 35.000 exemplaren kende. Een Engelse vertaling van dit boekje verscheen in India. Voorts verschenen artikelen over Everardus in tijdschriften in Australië, Brazilïë, Ierland en Noorwegen.
- Al snel na zijn begrafenis ontstond er een grote toeloop naar het graf van Everardus. Op 22 december 1951 lieten dankbare vereerders een klein monument oprichten op het graf, waarvoor aanhoudend bloemen werden afgegeven aan de kloosterpoort.
- Op aandringen van zijn eerste vereerders en zijn medebroeders werd, zoals gezegd, op 12 mei 1954 zijn stoffelijk overschot van het kloosterkerkhof overgebracht naar de speciaal voor hem gebouwde grafkapel aan de Kloosterstraat, met een eigen, vrije ingang. Deze snelle verplaatsing was zeer gewenst omdat Everardus' eerste rustplaats gelegen was binnen de klooster-clausuur en daarom alleen door mannen mocht worden bezocht. Vrouwen, al waren zij van verre gekomen, werden tot de inrichting van de nieuwe grafplaats voor hun gebed verwezen naar de kloosterkerk.
- In 1958 werd begonnen met het onderzoek dat moest leiden tot het proces van de zaligverklaring. In 1987 werd in het Bossche bisdomblad weliswaar nog een artikel gewijd aan Witte als kandidaat-zalige; in 1993 meldde de carmeliet Emile Gemmeke echter dat het onderzoek inmiddels - op verzoek van de franciscanen - was stopgezet.

De verering na de jaren vijftig tot heden
- De verering tot medio jaren vijftig is goed gedocumenteerd dankzij een boek over Everardus Witte van de hand van Marc. Heijer o.f.m. (1955), dat tevens als een eerste documentatie diende ten behoeve van een toekomstig zaligverklaringsproces. Over de periode tot heden bestaan geen degelijke studies; de franciscanen te Megen beschikken wel over veel materiaal, zoals een collectie gebedsverhoringen, waaruit blijkt dat de verering permanent is blijven bestaan tot op heden. Het is echter moeilijk om zicht te krijgen op eventuele ontwikkelingen die zich in de cultus kunnen hebben voorge-daan. Reeds met de inrichting van de grafkapel in 1954 - met een eigen ingang - hebben de franciscanen de verering namelijk min of meer 'vrijgelaten'. Ook werd niet besloten om een speciale vierdag voor Everardus in te stellen, of om een nieuwsbrief samen te stellen, zoals in ⟶Tilburg is gebeurd met betrekking tot de verering van Frater Andreas.
- Vast staat dat tot op heden de grafkapel dagelijks wordt bezocht door individuele pelgrims en kleine groepjes, uit Nederland en regelmatig ook uit België. Ofschoon zijn voorspraak wordt gevraagd voor velerlei zaken, lijkt een van Everardus' 'specialismen' nog steeds te zijn: hulp bij het zoeken naar een woning (vgl. ⟶ Amsterdam, Roothaan, dl. 1).
- Een van de pelgrimsgebruiken die in de jaren vijftig is ontstaan en die nog steeds bestaat, is het leggen van briefjes met gebedsintenties op het grafbeeld (in een holte bij de handen); op de vensterbank bij een van de ramen liggen gewoonlijk blanco velletjes klaar waarvan de bezoekers gebruik kunnen maken. Deze nemen vaak bloemen mee of stoppen een financiële bijdrage in het offerblok.
- In 1998 wist een van de franciscanen te Megen te vertellen dat zelfs uit Indonesië nog steeds gebedsverhoringen worden gemeld bij het klooster.

Materiële cultuur Materiële cultuur
- In het kleine museum achter de grafkapel staat een drietal vitrinekasten met voorwerpen - onder meer enkele pijen - uit het leven van Broeder Everardus; op de grond staan enkele tientallen door hem vervaardigde schilderijen, de meeste donker maar tevens sprekend van kleur. Een tweetal hiervan, 'het H. Aanschijn' en 'de Engel in de boot', beide uit 1950, zijn enkele malen weergegeven in publicaties over Everardus. Het museum bevat ook enkele portretten en een tweetal archiefkasten, met aantekeningen die Everardus bij leven gemaakt heeft, notities over hem en duizenden briefjes met gebedsverhoringen. Al deze objecten vervullen echter geen rol bij de verering omdat het museum van de kapel is afgesloten en alleen op aanvraag kan worden bezichtigd.
- Het Museum voor Religieuze Kunst te Uden heeft in de collectie (nr. MRK 1981 A-J) tien olieverfdoeken van franciscaanse heiligen (elk 175 x 85 cm) die door Everardus Witte omstreeks 1930 zijn geschilderd ten behoeve van de refter van het franciscanerklooster te Megen.

Devotioneel drukwerk
- Levenschetsen en gebeden: 1 Marculphus Heijer o.f.m., Everardus Witte. Het 'heilig bruurke' van Megen. Levensschets en noveengebeden ('s-Hertogenbosch 1951; 28 p.; derde editie in 1973); 2 Han Lohman, Nu weten we wat bidden is. Everardus Witte, het heilig bruurke van Megen (Woerden: Lohman, 1974; 64 p.); 3 Otho Peeters, Jan Beekman, Een levend gebed. Everardus Witte, 't 'heilig bruurke' van Megen. Levensschets en gebeden (Megen 1979; 59 p.; vierde dr. in 1991).
- Devotieprenten: 1 Vanaf april 1951 (impr. 13/4/1951, Den Bosch, F.N.J. Hendrikx) werd, en wordt nog steeds, een bidprentje (11 x 7 cm) verspreid met het portret van Everardus (bruin) naar een schilderij van J.C. Breen; op de achterzijde een levensschets en een door de kerkelijke overheid goedgekeurd gebed voor de zaligverklaring; op het exemplaar in de coll. Maas-Rooijakkers is aan de voorzijde een stukje kledingstof geplakt; 2 vanaf april 1974 wordt een bid-vouwprentje verspreid met een afbeelding (zwart-wit) van Everardus in pij tot aan zijn middel, naar hetzelfde schilderij; op de binnenzijde een levensschets en een gebed, op de achterzijde een adres om gebedsverhoringen te melden; 3 kleurenprent (32 x 23 cm), verspreid bij gelegenheid van de sluiting van de Everarduskerk te Wijchen, hierop een reproductie van een drietal aquarellen (kerkinterieur, buitenzijde van de kerk, en Mariabeeld in de kerk) en van een zwart-wit krijttekening met portret van Everardus Witte als franciscaan (met onderschrift 'Br. Everardus'), onderaan de prent de tekst 'Everarduskerk 1965-1994' en de naam van de kunstenaar: 'F.v.d.Heuvel '94'.
-Ansichtkaart: in de jaren negentig zijn in de grafkapel ook ansichtkaarten (à ⨍1,- ) verkrijgbaar met een foto van Broeder Everardus die poseert in de Megense kloostertuin op zijn gouden kloosterfeest in 1941.
Bronnen en literatuur Archivalia: Megen, museum achter de grafkapel dat archiefmateriaal met betrekking tot het zaligverklaringsproces en de verering (intenties) bevat.
Literatuur: 'Een snel groeiende roem', in: Katholieke Illustratie 87 (1953) p. 938-939, met o.m. potretten, een afbeelding van een van zijn schilderijen en een foto van zijn eerste graf waarbij drie mannen knielen; Marc Heijer, Everardus Witte. Het 'heilig bruurke' van Megen (Alkmaar: 'Gesto', 1955), het meest complete werk over het leven van Everardus Witte; Th.A.J. Jansen, De pater op de pastorie. Het aandeel van de regulieren in de parochiële zielzorg van Nederland, 1853-1966 (Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1976) p. 72-76; P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 214-218; Otho Peters, 'Broeder Everardus Witte. Een kleine minderbroeder, buitengewoon in 't gewone', in: Bisdomblad, 30 oktober 1987, p. 9; Emile Gemmeke, Vaderlandse vromen. Over Nederlandse heiligen en (kandidaat-) zaligen (Utrecht: Secretariaat van het R.K. Kerkgenootschap in Nederland, 1993) p. 9; Eric Koolen, Paul Spapens en Gerard Rooyakkers, Rijk Rooms Brabant - lezend en fietsend door mystiek Brabant (Den Bosch: Heinen, 2006); Kees van de Wiel, Everardus dichtbij. Het bruurke van Megen van 1868 tot heden (Megen 2014).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Megen-Everardus Witte.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<