Meerveldhoven, O.L. Vrouw ter Eik

Cultusobject: O.L. Vrouw ter Eik
Datum: Mei; gehele jaar
Periode: Tweede helft 15e eeuw - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Lambertus
Adres: Kapelstraat-Zuid 18, 5503 CW Veldhoven
Gemeente: Veldhoven
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Meerveldhoven groeide in de late middeleeuwen uit tot een van de voornaamste Mariabedevaartplaatsen van Brabant, met name van de Kempen. Vanaf de 15e eeuw heeft de verering ononderbroken plaatsgevonden, hoewel gedurende de Republiek de vorm, omvang en uitstraling beperkt bleef. Ten tijde van de katholieke herleving in de tweede helft van de 19e eeuw behoefden aan de devotie nauwelijks impulsen gegeven te worden: Meerveldhoven werd voor de tweede maal een bedevaartoord van grote regionale betekenis. Anno 1998 is de verering van O.L. Vrouw ter Eik nog steeds omvangrijk: gedurende het jaar bezoeken tussen de 20.000 en 30.000 bedevaartgangers de kapel. Vooral in mei en tijdens de lichtprocessie in augustus neemt de toeloop van pelgrims, zowel op individuele basis als in een georganiseerd verband, een hoge vlucht.
Auteur: Paul van Geest
Illustraties:
Topografie Middeleeuwen
- Het kerkdorp Meerveldhoven ligt enkele kilometers ten zuidwesten van Eindhoven. Het wordt reeds genoemd in de 13e eeuw. In het Cartularium van de kerk van St. Lambertus te Luik is een akte van 28 september 1306 opgenomen waarin gesproken wordt over een afzonderlijke parochie Mirfelt of Merefelt. Wanneer de kerk precies tot parochiekerk is verheven, is onbekend. Het patronaatsrecht voor Meerveldhoven viel het domkapittel van de Lambertuskerk te Luik ten deel, evenals het bezit van de tienden. Niet verwonderlijk is dan ook dat de parochiekerk van Meerveldhoven steeds toegewijd is aan St. Lambertus. Deze eerste kerk heeft in het centrum van het dorp aan de huidige Polkestraat gestaan: in 1975 werden de fundamenten van de kerk daar opgegraven en als zodanig geïdentificeerd. In de parochiekerk bevond zich een altaar dat toegewijd was aan Maria en waaraan een beneficie verbonden was. Dit altaar stond los van de Mariadevotie zoals deze te Meerveldhoven groeide.
- De O.L. Vrouwekapel van Meerveldhoven wordt in de pouillés van de parochies van het bisdom Luik in 1473 gekarakteriseerd als 'noviter erecta' ('onlangs opgericht'); in 1497 wordt een kapel 'nova Ter Eijcken' genoemd en in 1510 wordt de locatie van het beeld 'in quercu' ('in de eik') vermeld. De kapel was gebouwd op de plaats waar nu de huidige parochiekerk staat. De aanwezigheid van een eikenboom in de kapel, behangen met ex-voto's, wordt voor het eerst door Wichmans (1632) geattesteerd.
- De grote toeloop van gelovigen in de late middeleeuwen verklaart mogelijk de aanleg en de naamgeving van de voormalige O.L. Vrouwedijk naar Waalre en de O.L. Vrouwebrug over de Dommel.

Tijdens de Republiek
- Toen na de Vrede van Munster (1648) de Meierij aan de Republiek toekwam, werd de openbare uitoefening van de katholieke godsdienst verboden. De kerk en de O.L. Vrouwekapel van Meerveldhoven werden onttrokken aan de r.k. eredienst. Het beeldje van Maria werd ondergebracht in de kapel van het slot te Blaarthem en daar ter verering uitgesteld. De voormalige Mariakapel werd het woonverblijf van twee protestantse kosters.
- In 1672 werd de parochie Meerveldhoven opgeheven en bij Zeelst ingelijfd. In datzelfde jaar werd het Mariabeeldje van het slot te Blaarthem naar een woning in Meerveldhoven gebracht, waar het opnieuw ter verering werd uitgesteld. Vanaf 1674 kwamen de katholieken daar ook op zon- en feestdagen samen voor de mis. In 1683 werd een eerste schuurkerk opgericht. Deze werd echter spoedig gesloopt en er werd een tweede gebouwd, dit keer op het goed van de heer van Wamel op de plaats waar thans het klooster Mariaoord, tegenover de huidige parochiekerk, staat. Ook in deze schuurkerk, die tot 1796 in gebruik is geweest, werd het beeldje van O.L. Vrouw ter Eik vereerd.
- In 1721 is de oude kapel gesloopt door de inwoners van Meerveldhoven. De stenen werden gebruikt voor de bouw van een huis te Waalre en een stal voor de predikanten te Veldhoven. Op de kapeldries bleven slechts de fundamenten te zien. Men noemde de plaats 'verworpen' en blijkens een schepenprotocol van Oerle-Meerveldhoven heeft niemand van de achtereenvolgende bezitters van het stukje grond er durven bouwen. Het koorgedeelte is tot 1860 als ruïne blijven staan.
- Op 29 September 1796 werd de parochiekerk aan de katholieken van Meerveldhoven teruggegeven. De herfststorm van 9 november 1800 verwoestte de toren van het vervallen kerkje.

19e eeuw en 20e eeuw
- In 1803 werd op een gedeelte van het perceel met de ruïne van de Mariakapel een nieuwe kapel gebouwd, die werd toegewijd aan de patroon van de voormalige parochie, St. Lambertus. Door kapelaan Andreas van de Weyer waren giften voor de bouw verzameld in Nederland en België. De beden van de kapelaan werden aanmerkelijk vergemakkelijkt door de bekendheid van de kapel als bedevaartkerk.
- Vanaf 1803 werd ook het beeldje van O.L. Vrouw ter Eik in de nieuwe kapel vereerd. Voor de ingang lagen nog enige muurresten van de oude kapel. Deze werden weggeruimd in opdracht van pastoor Adriaan van Sleeuwen (1859-1872). Vlak voor de voltooiing van de kapel in 1803, had men voor een omgezaagde eikenboom gezorgd die met het Mariabeeldje in de kapel werd geplaatst. In korte tijd raakte deze boom behangen met ex-voto's en krukken.
- In 1859 werd Meerveldhoven weer een zelfstandige parochie. Dankzij een gift van ?23.000,- van het echtpaar H.J. van Lanschot-Van der Kun, kon pastoor P. van Schendel (1872-1899) een nieuwe kerk laten bouwen. Deze kwam in 1889 gereed en stond naast het oude kerkgebouw, dat werd gesloopt. Op 29 juli 1889 werd de door architect L. Hezenmans ontworpen neogotische kerk door bisschop A. Godschalk van 's-Hertogenbosch geconsacreerd. Deze kerk was, behalve aan Lambertus, toegewijd aan O.L. Vrouw Visitatie.
- Omstreeks 1890 is naast de kerk een processiepark aangelegd met daarin langs de processieroute zeven kapelletjes met voorstellingen van de Zeven Smarten van Maria en een rustaltaar.
- In 1911 besloot het kerkbestuur de kerk te vergroten. De verbouwing bestond uit de afbraak van het priesterkoor en de constructie van een dwarsbeuk op die plaats; het nieuwe priesterkoor kwam daardoor meer naar achteren te liggen. Materialen uit het oude priesterkoor werden gebruikt voor de constructie van het rustaltaar in het processiepark, dat zich rechtsachter het kerkgebouw bevond. Het Mariabeeldje zou hierin een eigen kapel krijgen.
- In 1953 werd de kerk door een ruimere vervangen (architect Clement), die 1000 zitplaatsen bevat. Ook deze kerk werd gebouwd naast haar voorganger, die vervolgens werd afgebroken. Op de plaats van de oude kerk is de nieuwe Mariakapel gebouwd, die zich in de rechterzijbeuk van de huidige kerk bevindt. De nieuwe kerk werd op 4 oktober 1953 door W. Mutsaerts, de bisschop van 's-Hertogenbosch, geconsacreerd.
- Het processiepark is na de vervanging van de kerk gehandhaafd maar heeft omstreeks 1960 zijn functie verloren, waarna het is verkocht aan de gemeente die de kapelletjes en het rustaltaar heeft laten slopen. Sinds een aantal jaren wordt het nu openbare park op 15 augustus gebruikt voor de lichtprocessie.

Interieur kerk
- De ontwikkeling in het interieur van de achtereenvolgende bedevaartkerken van Meerveldhoven valt aan de hand van een gravure en een reeks ansichtkaarten tamelijk goed te volgen. Een staalgravure, onder meer opgenomen in Maria's Heiligdommen in Nederland en België (1881) toont het neoclassicistische interieur van de 19e-eeuwse kerk (1803-1889). De boom met het miraculeuze beeldje is rechts voor het hoofdaltaar geplaatst. De stam van de eikenboom is omheind; voor de omheining bevindt zich een offerblok. Onderaan de stam is een kandelaar bevestigd die een kaars met een lengte van ongeveer een meter draagt. Boven de kandelaar hangen circa 20 hartvormige ex-voto's. In de kruin van de eik ondersteunt een tweetal cherubijntjes het miraculeuze beeldje, dat onder een glazen stolp staat.
- In de neogotische parochiekerk (1889-1953) bevond de eik zich eerst achterin de kerk; het Mariabeeld was toen zonder stolp tussen de takken geplaatst en de takken waren behangen met ex-voto's in de vorm van zilveren of gouden harten, kruisjes, medailles, handen, benen en armen. Toen de boom daar op een gegeven moment dreigde om te vallen, werd besloten uit te kijken naar een nieuwe eik. Deze boom werd geschonken door de firma Van Veldhoven uit Zeelst, uitbaters van het café 'de Rijsende Man'. In 1901 werd de boom voorin de kerk even voor de communiebanken geplaatst in een blok beton van 25 centimeter dikte, 80 centimeter diep onder de kerkvloer. Een foto uit het begin van de 20e eeuw toont de nieuwe eik voor het neogotische hoofdaltaar, voorin de kerk. Op een ansichtkaart van na 1908 staat de eik echter weer in een zijkapel, omgeven door bloemen en geflankeerd door twee boompjes. De takken zijn omhangen met zilveren ex-voto's; het beeldje bevindt zich in de kruin onder een neogotisch baldakijn. Rechts is tegen een pilaar een offerblok bevestigd. Aan twee wanden van de kapel hangt een bord waarop in neogotische letters is geschilderd: 'Tot meerdere eer en glorie van O.L.V. ter Eijk'. De borden onder deze woorden bevatten waarschijnlijk de namen van weldoeners.
- In de huidige parochiekerk bevindt zich de Mariakapel aan het einde van de rechterzijbeuk, parallel aan het hoofdaltaar. Het is een eenvoudige kapel, die de vorm heeft van een opengewerkte octogoon. Vlak voor de kapel is aan de rechterwand een tableau neergehangen waarop de geschiedenis van de verering van O.L. Vrouw ter Eik is beschreven. Aan de laatste rondboog voor de kapel is een spotje bevestigd dat gericht is op het pijpaarden Mariabeeldje in de eik. Links voor de kapel, aan de kant van het priesterkoor, is een klapper op een standaard geposteerd, waarin intenties kunnen worden neergeschreven. De kaarsenstandaard, waarop votiefkaarsen met een beeltenis van O.L. Vrouw ter Eik, votiefkaarsen met een afbeelding van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand en devotielichtjes kunnen worden geplaatst, staat links daarvan.
- De drie ramen (1957) in de Mariakapel zijn afkomstig uit het Haarlemse atelier van K. Trautwein (vgl. ⟶ Haarlem, O.L. Vrouw, dl. 1). In het rechterraam is het bezoek van Maria aan Elisabeth afgebeeld, het middenraam toont een allegorie van Christus als levensbron met zeven stromen en het linkerraam geeft de boodschap aan Maria door de aartsengel Gabriël weer (Luc. 1, 26-38). Aan weerszijden van de eik is een schilderij gehangen waarop een engel is afgebeeld die een banderol vasthoudt met een tekst over Maria: 'tota pulchra es' ('gij zijt geheel schoon'; links); 'et macula originalis non est in te' ('gij zijt zonder erfzonde'; rechts).
- Hoewel het interieur van deze kapel de afgelopen decennia aan kleine veranderingen onderhevig is geweest, heeft de eik steeds achter het altaar gestaan. Het altaar is vervaardigd van steen in het atelier van Uyterwaal (Utrecht, 1952) en toont aan weerszijden van het tabernakel in twee reliëfs de ontstaanslegende: rechts is de boer afgebeeld die het beeldje meeneemt en - uiteindelijk - toch vereert in de eik; links wordt O.L. Vrouw ter Eik door een schare pelgrims vereerd. Op de voorzijde van het altaarblad is geschilderd: 'Onze Lieve Vrouw ter Eijk Bid voor ons'. Anno 1998 zijn zowel op het tabernakel als op het altaarblad vazen met bloemen neergezet. Naast het altaar zijn de gietijzeren hekken geplaatst die de Mariakapel in de vorige kerk reeds sierden.
- De kapel wordt bijna geheel in beslag genomen door de eik. In de kruin is het Mariabeeldje geplaatst onder het neogotische baldakijn waarin een kroontje is bevestigd dat precies boven het beeld hangt. Aan een stralenkrans achter het beeld, in het baldakijn, zijn kleine lampjes aangebracht. Onder het baldakijn is een van koper vervaardigd mariaal embleem bevestigd, dat door twee geknielde engelen met flambouwen als een wapenschild wordt vastgehouden. Op een banderol onder dit embleem is de tekst aangebracht: 'O.L. Vrouw ter Eik B.V.O.' Aan twee binnentakken, aan weerszijden van het baldakijn, zijn twee hangende kaarsenhouders bevestigd. In de takken van de boom hangen tientallen zilveren ex-voto's.

Cultusobject - Het beeldje (38 cm hoog) stelt de gekroonde moeder Maria voor. Op haar rechterarm draagt zij het Christuskind dat gedeeltelijk in haar kleed is gewikkeld; met haar linkerhand houdt zij het rechtervoetje van het kind vast. Het beeldje is vervaardigd van pijpaarde in een onbekend atelier. Het voorste en het achterste deel zijn afzonderlijk gebakken en daarna samengevoegd. Op het voetstuk van het beeld is een drietal nissen aangebracht met daarin reliëfs van een monnik met een opengeslagen boek, een gekroonde figuur en een figuur met een banderol in handen. De verklaring van de borstbeelden als allegorieën van Christus als priester, koning en profeet ligt voor de hand maar is niet door iedereen aanvaard.
- Het beeldje moet in de 15e eeuw zijn vervaardigd, waarschijnlijk te Luik. Het vertoont qua vorm een sterke gelijkenis met het pijpaarden beeldje van O.L. Vrouw van Foy (⟶ Breda, ⟶ Oudewater, dl. 1, ⟶ Haastrecht, dl. 1, ⟶ Rotterdam, dl. 1). In een handschrift in het kerkarchief van Meerveldhoven wordt opgetekend dat het beeldje Maria als Moeder van Barmhartigheid voorstelt; in het vierde deel van het Memoriale van de parochie wordt ze door pastoor A.H.M. Goossens omstreeks 1900 echter als 'Salus infirmorum' ('Heil der kranken') gekarakteriseerd.
- Omstreeks 1888 was het beeldje tussen de takken van de eik onder een glazen stolp geplaatst, omgeven door een krans van witte rozen tussen gouden bladeren. Het beeldje was toen omhangen met een smal, blauw zijden lintje, waaraan een vlammend gouden hart was bevestigd. Aan het begin van deze eeuw is het beeldje geplaatst onder een neogotisch baldakijn.
- Van secundair belang is de 1,20 meter hoge gepolychromeerde houten kopie van het pijpaarden beeldje. Dit beeld werd in 1901 vervaardigd door J. Custers en was een geschenk van Antonia van Nuenen en haar ouders.
- De mariale reliek - een fragment uit het onderkleed ('ex subucula') van Maria - die zich in de kluis van het parochiearchief bevindt, is slechts beperkt object van verering geweest. Het authenticiteitscertificaat is op 25 juli 1866 getekend door prior Josephus Maria van de Achelse Kluis. De reliek was ter beschikking gesteld door de pauselijke sacrista en titulair bisschop van Porphyrio, J.B. Menochio o.s.a., die op 22 juni 1816 voor de echtheid van de reliek instond. De reliek werd de gelovigen op bepaalde momenten ter verering aangeboden.
Verering Legende
- Volgens een 19e-eeuwse overlevering zou de Mariaverering in Meerveldhoven ontstaan zijn in 1264 of 1296. Een boer die naar zijn land aan het riviertje de Gender ging, trof een beeldje aan tussen de takken van een eik. Hij nam het mee naar zijn woning om het te bewaren en te vereren, maar tot driemaal toe verdween het beeldje uit zijn huis en vond de man het terug in de eik waar hij het beeldje uit had verwijderd (vergelijk ⟶ Oirschot, O.L. Vrouw en ⟶ Ommel). In de legende is voorts opgetekend dat de kleden van Maria omzoomd waren met slijk; een teken dat zij zelf de weg terug was gegaan. Dit wonderbaarlijke voorval werd beschouwd als een aanwijzing dat Maria op die plaats vereerd wilde worden. Er werd een eenvoudige kapel rondom de eik gebouwd waarvan men de laagste takken afzaagde om de omvang van de kapel te beperken.
- De eerste historische aanwijzing voor een Mariaverering in Meerveldhoven is de vermelding van de nieuw gebouwde O.L. Vrouwekapel in 1473. De eerste overgeleverde bedevaart naar Meerveldhoven dateert van twee decennia later: op 2 maart 1495 testeerde Reinaer Reinerszoon te Vlijmen twee koeien aan zijn vrouw onder de voorwaarde dat 'daarvoer sal sij doen een bevart met enen perde tot Merefelt', waarna zij onder andere ook naar ⟶ O.L. Vrouw van 's-Hertogenbosch en ⟶ Elshout en naar Quirinus te ⟶ Ammerzoden (dl. 1) dient te gaan.
- Uit een notitie van Gramaye valt af te leiden dat ook groepen bedevaartgangers, in elk geval tot 1609, massaal naar Meerveldhoven trokken, vooral op het feest van O.L. Vrouw Visitatie (2 juli). Om de gedachte hieraan levend te houden, werd de voorlaatste parochiekerk op 29 juli 1889 door bisschop A. Godschalk van Den Bosch ook toegewijd aan O.L. Vrouw Visitatie. In de 15e eeuw zouden voor honderden pelgrims tenten zijn opgeslagen op het plein voor de kapel.
- In 1603 berichtten een kapelaan van Postel en de landdeken van Peelland dat zij nergens zoveel devotie tot Maria hadden aangetroffen en zulk een menigte bijeen hadden gezien als te Meerveldhoven. De pastoors van Meerveldhoven en Zeelst, Hendrik Borchouts (1608-1612) en Huijbert van Laarhoven (1616-1636) spreken bovendien over - overigens niet nader verklaarde - 'vele schoone mirakelen'. Wichmans stelt in zijn Brabantia Mariana (1632) dat in de Mariakapel te Meerveldhoven achter het altaar een eik was geplaatst waarin zich een beeld van Maria bevond met vele ex-voto's ('tropheae'). Voorts bericht hij dat de toeloop van gelovigen vaak zo groot was dat de percelen rond de kapel inclusief het kerkhof te klein waren.
- Omstreeks 1600 richtten de inwoners van de dorpen Zeelst en Meerveldhoven een gezamenlijk O.L. Vrouwegilde op. Uit de Caarte, ordinantie en de regelement van de gulde van onse lieve Vrouwe van Zeelst en Meerveldhoven valt op te maken dat het gilde vooral diende ter opluistering van de kapel van O.L. Vrouw ter Eik en dat de leden de plechtigheden reguleerden. Op de feestdag van Maria Geboorte (8 september) hadden alle gildebroeders dan ook de plicht in processie naar de kerk te trekken, daar de mis bij te wonen en een kwart stuiver, vier penningen (Hollands) of acht duiten te offeren. Bleef een gildebroeder in dit opzicht in gebreke, dan diende hij vijf stuivers boete te betalen. Na de plechtigheid werd 'nae de papegaei geschoten met een roer of voetboge'. In 1888 werd gemeld dat de gildebroeders ieder jaar in de maand mei met slaande trom en vliegend vaandel van Zeelst, waar zich de gildekamer bevond, naar Meerveldhoven togen om de mis te horen voor de zielenrust van de overleden gildebroeders. Het gilde bestaat overigens nog steeds en voltrekt de activiteiten conform de doelstelling.
- Tussen 1632 en 1648 heeft de kerk veel onder plunderingen geleden en werd zij onttrokken aan de katholieke eredienst en als woning toegewezen aan twee hervormde kosters. Zij verwijderden alles wat met de Mariadevotie te maken had; de eik en een karrenvracht aan banden en krukken, die in de kapel waren opgehangen als bewijzen van genezing op voorspraak van Maria, werden door hen verbrand. Na de inval van de Fransen in 1672 kwamen de inwoners van Meerveldhoven samen op de grasvlakte voor de kapel om de mis bij te wonen. Het beeldje, dat in de kapel van het slot te Blaarthem ter verering was uitgesteld, werd naar het huis van de kinderen van Huijbert Jans gebracht. Daar werd het onder bewaking ter verering uitgesteld in de huiskamer. In 1682 wilden de inwoners van Zeelst het beeld van O.L. Vrouw ter Eik naar de Zeelstse schuurkerk overbrengen. Meerveldhoven viel vanaf 1672 namelijk onder de parochie Zeelst. Toen de burgers van Zeelst hun voornemen met geweld dreigden uit te voeren, kwam de pastoor van Zeelst tussenbeide. Het beeldje bleef in Meerveldhoven, waar in 1683 een eigen schuurkerk werd gebouwd op het landgoed van de Heer van Wamel. Daar bloeide de bedevaart weer op, zoals blijkt uit de acta van de gereformeerde kerk. Op ieder Mariafeest kwamen er 'duijsende van menschen uijt alle omliggende dorpen in de Meierije'. In 1691 werd 'met het L. Vrouwebeelt openbaer processie [ge]houden, ende aller hande grouwelijke superstitie daarmee sijn plegende, niet anders als off het midden in Italien, ofte in Spanjes was, ende dat met sulken grooten insolentie ende stoutheijdt, dat sij de luijden van de gereformeerde religie, die sulx met verwonderinge, ende in alle modestie ende stilheijdt maar aansien, met drek ende alle vijligheidt nogh durven smijten, ende leelijk affronteren'. Ook in 1712 'wierd [...] de lieve vrouwe dag [2 juli?] gevierd door een bedevaart'.

Na de teruggave van de kerk
- Nadat in 1796 de voormalige parochiekerk was teruggegeven aan de katholieken van Meerveldhoven, werd de schuilkerk verlaten en plaatste men het beeldje in de middeleeuwse kerk. De ruïneuze toestand van de kerk na de hevige novemberstorm van 1800 was voor de apostolisch vicaris van het bisdom Den Bosch, Antonius van Alphen, aanleiding om de katholieken van Meerveldhoven te bewegen naar de kerk van Zeelst te gaan, die tenslotte ook hun parochiekerk was. Dat de kerk te Meerveldhoven een bedevaartkerk was, was voor de vicaris van geen enkel belang als het ging om het herstel van de oude of de bouw van een nieuwe kerk. Integendeel: in een schrijven uit 1803 wordt duidelijk dat Van Alphen een zeer lage dunk had van de bedevaart naar Meerveldhoven. Waarschijnlijk was hij tot dit bevinden gekomen door het rapport van een kapelaan die hem had bericht dat de devotiedagen eerder kermisdagen waren en dat de vele mensen in de drie plaatselijke herbergen zoveel lawaai maakten dat de bedevaartgangers in de kapel onmogelijk konden bidden. Het kerkbestuur kreeg van Van Alphen te horen dat het de godsdienst aan hebzuchtig eigenbelang had opgeofferd en de devotie en bedevaart tot Maria lieten uitmonden in vrolijkheid, uitgelatenheid en moreel bederf van bedevaartgangers uit de regio.
- De Meerveldhovenaren waren het niet eens met de apostolisch vicaris en gingen aan de slag om de O.L. Vrouwekapel te herbouwen. Van Alphen vaardigde toen een interdict uit waardoor het aan priesters verboden was Meerveldhoven te bedienen. Zo'n vaart liep het echter niet. Na de voltooiing van de kapel kondigde van Alphen nog in 1803 een reglement af waarin de verdeling van de inkomsten tussen Zeelst en de kapel van Meerveldhoven wordt beschreven.
- Vlak voor het gereedkomen van de kapel had men voor een eikenboom gezorgd waarin het beeldje werd geplaatst. Hierin werden spoedig ex-voto's en krukken gehangen. Deze werden echter weer verwijderd door kapelaan Johannes Vervoort (1825-1859), 'uit eerbied voor het Huis des Heeren'.
- De verhouding tussen Meerveldhoven en vicaris Van Alphen bleef ondertussen gespannen. In 1823 werd een broederschap, 'De Nieuwe Processie', opgericht om de omvangrijker wordende processies op zon- en feestdagen en vooral op Maria Boodschap (25 maart), Maria Hemelvaart (15 augustus), Maria Geboorte (8 september) en tweede Pinksterdag, meer ingetogen te laten verlopen. Uit de Onderrigting van de Nieuwe Processie blijkt bovendien dat deze broederschap de taak op zich nam om op feestdagen van Maria het beeld zingend en biddend vanuit de moederkerk in Zeelst naar de kapel te dragen. De apostolisch vicaris eiste echter dat de zon- en feestdagen niet werden onteerd door een 'verwijfden zang'; slechts het Gregoriaans was geoorloofd. Van Alphen verbood de 'zo genaamde processie of Broederschap' en 'aal uytwendige teekens van religie buyten de muuren der kerk, zo als het overbrengen [van Meerveldhoven naar Zeelst en vice versa] van het beeld van Maria [...]'.

Sinds het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853
- In 1855 schreef Johannes Vervoort, inmiddels pastoor van Zeelst, een brief aan de onlangs benoemde bisschop, Joannes Zwijsen, waarin hij een aantal redenen opsomde die zouden moeten leiden tot de oprichting van een zelfstandige parochie te Meerveldhoven. Hij schreef onder meer dat de kapel in 1803 was gebouwd als nieuwe parochiekerk maar als zodanig eigenlijk te groot was in verhouding tot het aantal parochianen. De kapel, zo stelde hij, was echter 'mede tot gerief voor den toeloop der pelgrims' zo ruim opgezet. Verder schreef hij de bisschop: 'Wanneer te Mereveldhoven een Pastoor komt die den tijd neemt en zin heeft om de devotie tot de H. Maagd aan te moedigen, dan kan daar een heerlijk bestaan komen, want het volk is er zeer voor genegen'.
- Dat hij met het 'volk' niet alleen zijn parochianen bedoelde, valt op te maken uit de akten van verschillende rechterlijke instanties. Op 15 september 1855 trachtte de toen pas opgerichte processie van Eindhoven onder leiding van de rector van de Latijnse school, A. van Moorsel, en de processiemeesters C. Schampers en C. Harwegh met een grote schare van gelovigen vanuit Eindhoven naar Meerveldhoven te trekken. De politie greep in toen er op het grondgebied van Gestel en Meerveldhoven vaandels werden ontrold en insignes werden getoond, waarmee de stoet de gedaante van een processie aannam. Een rechterlijke uitspraak deed de processie staken omdat in de grondwet van 1848 de bepaling was opgenomen dat een processie, die niet al sinds de 18e eeuw ononderbroken had plaatsgevonden, verboden was. Had de processie op het grondgebied van Meerveldhoven plaatsgevonden, dan was zij - aldus een arrest van de Hoge Raad te Den Haag van 25 April 1856 - wel legitiem geweest. In het arrest wordt immers gemeld dat 'processiën van oudsher althans van 1785, ten allen tijde zonder interruptie zijn gehouden [...] te Meerveldhoven'.
- In 1859, het jaar dat Meerveldhoven weer tot parochie werd verheven, werden, waarschijnlijk zoals de jaren er voor en erna, op de feestdagen van O.L. Vrouw twee missen opgedragen en een lof gehouden nadat men, in elk geval op de eerste zondag van iedere maand, een processie had gehouden. In die tijd groeide ook het aantal georganiseerde bedevaarten naar Meerveldhoven.

De Westerhovense processie
- Een van de belangrijkste bedevaarten was die vanuit de Servatiusparochie te Westerhoven, waarin zich welhaast de hele parochie rond het vaandel van O.L. Vrouw ter Eik en een meegetroond Mariabeeld schaarde. De aanleiding voor de processie van Westerhoven was het uitbreken van cholera: tussen 1866 en 1875 zouden er te Westerhoven 133 mensen aan overlijden. Tijdens het pastoraat van E. van Lieshout werd daarom de belofte gedaan om vanaf 1871, in de meimaand op de vrijdag voor de feestdag van Servatius, 100 jaar lang op bedevaart te gaan naar O.L. Vrouw ter Eik. In de dagboeken van P.N. Panken wordt vermeld dat op 23 mei 1892 een bedevaart naar Meerveldhoven werd ondernomen door parochianen van Westerhoven 'om genezing te mogen erlangen voor hunnen sinds eenige maanden ongestelden herder'.
- De bedevaart van Westerhoven, de 'Westerhovense processie' genoemd, is ook illustratief voor die uit andere plaatsen. Volgens de Regeling (impr. 1896) van deze bedevaart dienden de deelnemers op de bewuste dag om 5.00 uur 's morgens aanwezig te zijn bij de plechtige mis, waarna men vertrok onder het luiden van de klokken van de parochiekerk. Te Riethoven werd een oponthoud gemaakt, waarbij een gezongen gebedsdienst plaatsvond. Na deze dienst gingen de leden van de processie volgens de indeling van de processiemeesters naar Meerveldhoven, waar om 9.00 uur een mis werd opgedragen. Hierna volgde een half uur rust. Na een teken van vertrek nam men dezelfde route terug. In de kerk van Riethoven werden nog enige liederen gezongen voordat de zegen werd gegeven. Eenmaal terug in Westerhoven werd tenslotte in de parochiekerk een lof gezongen. In een ooggetuigeverslag wordt nog medegedeeld dat er een processie werd gehouden in het park rondom de bedevaartkerk waarna iedereen vrij was totdat om 14.00 uur de terugtocht werd aanvaard. De processie legde omstreeks 1945 op de terugtocht aan bij 'De Jood' in Steensel (vergelijk ⟶ Steensel). Overigens was de processie niet alleen toegankelijk voor inwoners van Westerhoven: de lijst van de broedermeesters vermeldt ook namen van mannen uit Bergeijk, Borkel, Schaft, Dommelen, Veldhoven, Meerveldhoven, Zeelst en Riethoven. De Westerhovense bedevaart hield zich aan de in 1871 gedane belofte: op 8 mei 1971 werd het eeuwfeest van de processie onder grote belangstelling met een groot koor te Meerveldhoven gevierd.

Gebedsverhoringen, broederschap
- In de jaren 1903-1914 heeft pastoor A.H.M. Goossens met grote nauwkeurigheid gebedsverhoringen en genezingen op voorspraak van Maria, schenkingen, verslagen van pelgrimsdagen en missen uit dankbaarheid opgetekend in het vierde deel van het Memoriale van de parochie. Hetzelfde werd in de jaren 1922-1933 gedaan door pastoor J.J. van Laarhoven. Niet zelden tekent de eerstgenoemde op dat 'tot verbazing van den dokter' bijvoorbeeld een kind van een longontsteking geneest, of een fabrieksmeisje van een oogziekte na de zegen van de pastoor en na vurig gebed van de ouders tot O.L. Vrouw van Meerveldhoven. Curieus is een brief aan Goossens d.d. 3 april 1911 van F. van Wetten o. praem, die weer uit een aan hem gerichte brief van zijn confrater C.J. Kirkfleet van de priorij West-De Pere (Wisconsin) opmaakt dat 12 zieken in een regionaal ziekenhuis zijn genezen nadat ze de medaille van O.L. Vrouw ter Eik van Meerveldhoven aangereikt hadden gekregen. Overigens heeft pastoor Goossens ook de aanzet gegeven tot het totstandkomen van een broederschap van O.L. Vrouw ter Eik die, blijkens het Reglement van de broederschap, is opgericht in de parochiekerk van Meerveldhoven door W. van de Ven, bisschop van Den Bosch op 1 maart 1913. De pastoor van Meerveldhoven werd daarbij aangesteld als directeur van de broederschap; op elke eerste zaterdag van de maand werd er, evenals op de zaterdagen na 15 augustus en 8 december (Maria Onbevlekt Ontvangen), voor levende en overleden leden van de broederschap een gezongen mis opgedragen. De lidmaatschapsgelden (20 cent per jaar of vijf gulden ineens) kwamen ten goede aan de opluistering van beeld en kapel. De leden van de broederschap konden een volle aflaat verdienen op elke eerste zaterdag van de maand als zij iets bijzonders deden ter ere van de onbevlekte ontvangenis van Maria, biechtten en communiceerden en tenslotte baden voor de intentie die de paus had aangegeven. Ook op grote Mariafeesten en tweemaal in de maand mei kon men, onder dezelfde voorwaarden, deze aflaat verdienen. Een aflaat van zeven jaar kon iedere dag worden verdiend als men de kerk van Meerveldhoven bezocht en daar bad voor de voortplanting van het geloof en voor de pauselijke intentie.

Jubileum van 1914
- De omvang van de devotie tot O.L. Vrouw ter Eik wordt voorts duidelijk uit het boekje dat ter gelegenheid van de jubileumviering op 4 mei 1914 werd uitgegeven. Op die dag vierde men dat 650 jaar daarvoor het Mariabeeld in de eik zou zijn gevonden. Extra trams uit Eindhoven en vanaf de grens met België moesten gedurende de hele meimaand worden ingezet om de pelgrims te vervoeren. Er kwamen georganiseerde bedevaarten uit Acht, Bergeijk, Bladel, Gestel, Leende, Nuenen, Reusel, Son, Westerhoven, Woensel, Zeelst en Zijtaart.
- Ook uit Valkenswaard zijn steeds massaal bedevaartgangers gekomen. Uit een krantenbericht, opgenomen in Preces van 15 juni 1931, valt zowel het soort publiek als de omvang van de devotie tot O.L. Vrouw ter Eik af te leiden: 'Daar hebben hedenmorgen gebeden mannen met vereelde handen en door de zon verbrande gezichten; vrouwen, gekromd door den arbeid, in Brabantsche doeken en witte mutsen. Met meer dan 800 personen hebben ze de kerk van Meerveldhoven tot in de uiterste hoeken gevuld'. Na de plechtige mis en het middaglof werd op deze dag een feestoptocht met veertien taferelen gehouden door de parochianen van Meerveldhoven en naburige parochies. Ook vele schoolklassen uit dorp en omstreken gingen, gewoonlijk op woensdagmiddag, in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog op bedevaart naar Meerveldhoven. Een kleuterleidster uit Schijndel vermeldt in de Brabants Heem enquête (1980) dat zij in 1959 met haar muloklas naar Meerveldhoven was gegaan voor het behalen van hun eindexamen. Tegenover de kerk stonden toen op hoogtijdagen vele kramen met religieuze artikelen, vlaggetjes en snoep.

Na Vaticanum II
- Omstreeks 1970 leken de georganiseerde bedevaarten naar O.L. Vrouw ter Eik af te nemen. In die tijd werd echter een tentoonstelling over de bedevaartplaats georganiseerd die de belangstelling weer deed groeien. Het in dezelfde periode begonnen Marialof op de eerste en de laatste zondag in mei om 15.00 uur bleek van meet af aan te worden bezocht door telkens zo'n 1200 mensen. In de jaren zeventig werd in mei op zaterdag om 19.00 uur en op zondag om 7.30, 9.00, 10.00 en 11.00 uur de mis gelezen om de grote toeloop van pelgrims, voornamelijk uit de regio Eindhoven en de Kempen, te kunnen opvangen. Deze tijden bleken anno 1997 nog onverminderd gehandhaafd. Ook omdat de op het feest van Maria Hemelvaart (15 augustus) georganiseerde lichtprocessie door het processiepark in deze jaren veel belangstelling trok, kan eigenlijk nauwelijks gesproken worden van een terugval in devotie tot O.L. Vrouw ter Eik.
- Uit Het Eikeblad, het parochieblad van Meerveldhoven, bijvoorbeeld d.d. 16 mei 1981, is af te leiden welke organisaties sinds de jaren tachtig een bedevaart naar O.L. Vrouw ter Eik hielden en houden: het betreft veelal groepen die zich inzetten voor het welzijn van ouderen. In de jaren tachtig en negentig werd de bedevaartkerk van 19 tot en met 31 mei aangedaan door onder meer de broeders van het St. Catharinagilde te Gestel, het Vrouwengilde uit Eindhoven, De Zonnebloem en bejaarden uit Hilvarenbeek, zieken uit Valkenswaard, de Vrouwenbeweging van het Nederlands Katholiek Vakverbond van Meerveldhoven, een groep van 800 bejaarden uit de Kempen en door zieken uit Meerveldhoven zelf. In de jaren tachtig is ook een bedevaart vanuit Engeland naar Meerveldhoven georganiseerd; waarschijnlijk ontstond het initiatief hiertoe in kringen van oudstrijders. Niet zelden wordt de meimaand geopend of gesloten door een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder: de fotoboeken in het parochiearchief tonen onder meer P.C. van Lierde o.s.a, destijds pauselijk sacrista, die het beeldje huldigt. In 1994 vereerde de bisschop van Den Bosch, J.G. ter Schure, Meerveldhoven met een bezoek.
- Van het jaar 1985 is het draaiboek van zowel de openings- als de sluitingsdag in mei overgeleverd. Op beide dagen werd na de mis begonnen met de processie die werd geopend door een kruisdrager en twee flambouwdragers; hierna volgden een groep van gewone gelovigen, de leden van de harmonie, een door vier bruidjes gedragen bloementoef, waarna het beeldje van O.L. Vrouw ter Eik volgde op een draagbaar, gedragen door vier bruidjes. Hierna volgden acht leden van de Katholieke Bond van Ouderen met vlag, 25 leden van de Katholieke Vrouwen Bond met vlag, een 25-tal oudstrijders, een tweede groep gelovigen en een draagbaar met een beeltenis van het Lam Gods, gedragen door vier bruidjes. De vaandels van de H. Lambertus en van O.L. Vrouw ter Eik, de bruidjes met hoornen des overvloeds, de misdienaars met bellen en scheepjes en de acolieten met wierookvaten gingen vooraf aan het H. Sacrament dat door een priester werd gedragen die onder een door vier mannen gedragen baldakijn meeliep. Vier flambouwdragers omringden het baldakijn. Circa 20 franciscanessen van de Congregatie van Veghel, 25 leden van het Lambertusgilde en een derde groep gelovigen sloten de processie af. Gedurende de processie vanuit en naar de kerk via het processiepark werden de meestal door de harmonie begeleide Marialiederen afgewisseld met het bidden van tien weesgegroeten. Tellingen hebben uitgewezen dat in de jaren tachtig en negentig bij deze plechtigheden telkens zo'n 1500 mensen aanwezig waren.
- In de jaren negentig is de traditioneel aan de meimaand gebonden markt gehandhaafd op de laatste zondag. Deze wordt gehouden op het Mariaplein naast de kerk, in de Schoolstraat en in het park achter de kerk. In 1994 bijvoorbeeld brachten op die dag vanaf 10.00 uur ruim honderd kooplieden en verenigingen hun waar aan de man. De standhouders waren geselecteerd zodat niet meer dan twee kramen met hetzelfde assortiment vertegenwoordigd waren. Maar ook buurtverenigingen waren aanwezig om door de verkoop van bijvoorbeeld tweedehands boeken en platen de clubkas te spekken. Op het Mariaplein werd een draaimolen opgesteld; in de feesttent verzorgde de harmonie en drumband Sub Umbra Quercus ('in de schaduw van de eik') vanaf 13.00 een concert. Het Marialof om 15.00 uur werd opgeluisterd door een deel van de harmonie en na het lof speelde de Obergänder Kapelle in de tent.
- Na 31 mei stopt vrijwel direct de toevloed van bedevaartgangers naar Meerveldhoven. De tussen de 25.000 en 30.000 pelgrims (1981) komen voornamelijk in die maand. Dit neemt niet weg dat ook gedurende het jaar een groot aantal intenties wordt geschreven in het intentieboek dat links voor in de Mariakapel ligt. De intenties laten zien dat er door mensen van alle leeftijden genade wordt afgesmeekt, dankbaarheid wordt geuit en om kracht wordt gevraagd aan O.L. Vrouw ter Eik; sommige intenties zijn in het Engels opgesteld, een enkele in het Spaans. Uit de intenties spreekt een groot vertrouwen in gebedsverhoringen.
Materiële cultuur - Ex-voto's: ter herinnering aan een gebeurtenis op het feest van Maria Hemelvaart in 1881, is later een groot zilveren hart geplaatst; op die dag vierde Gertrudis van de Sande, weduwe van Gerardus Schellen, onder toeloop van vele duizenden mensen haar honderdste verjaardag in Meerveldhoven. Haar kinderen en kleinkinderen hebben met dit hart Maria voor dit heuglijke gebeuren willen vereren.
- Anno 1998 hangen tientallen ex-voto's in de eik, vooral harten in verschillende vormen en maten en rozenkransen. Daarnaast zijn er ex-voto's in de vorm van een eikenblad, de zon of in de vorm van armen en benen. In een enkel geval stellen de ex-voto's een kindje, een kerkgebouw, een soldaat ('uit dankbaarheid voor terugkeer uit Indië, 1949'), een druiventros of een zegekrans voor. Ook zijn een bijtring van een baby en een keramieke herinneringstegeltje van de Zonnebloem geschonken.
- Pelgrimsteken: in 1996 werd in de bouwput aan het Burgemeester Loeffplein in het centrum van Den Bosch een rond insigne (15e eeuw) gevonden afkomstig uit Meerveldhoven. Het midden van de cirkel is een banderol waarop staat geschreven: 'O Maria te Merefelt'. Boven de banderol bevinden zich naar alle waarschijnlijkheid de takken van de eik; eronder is Maria met kind afgebeeld, geflankeerd door twee heiligen.
- Medaille: medaille (geslagen in 1909 bij firma Delaunay et Parmant te Saumur, F., naar een ontwerp van de Eindhovense edelsmid H. van Gardingen) in messing en in aluminium (2,1 x 1,7 cm) met ophangoog, met aan de voorzijde een afbeelding van het Mariabeeldje en de tekst 'O.L. Vrouw ter Eik Bid Voor Ons' en op de achterzijde de kerk met de tekst 'Genadeoord van O.L. Vrouw, Meerveldhoven'. Coll. Noordbrabants Museum, nr. 5740. Deze medaille heeft gedurende decennia een grote verspreiding gehad en raakte door missionarissen en emigranten verspreid over de gehele wereld. In 1944 wordt in een inventaris van de broederschap opgetekend dat de medailles zijn uitverkocht (in eerste aanleg waren er 14.400 geslagen).
- Sieraden voor het beeld: in de inventaris van de broederschap uit 1944 wordt bovendien gemeld dat 'verschillende gouden ringen en gouden versierselen, voor de versiering van het Mariabeeld zijn aangeboden en thans bewaard worden in het kistje waarin de gelden der Broederschap zijn gedeponeerd'. Een taxatierapport uit 1997 vermeldt elf getaxeerde colliers, ringen e.d.
- Replica's: 1 beeld (Fa. Swinkels ?) ca. 1950; coll. Museum Religieuze Kunst Uden, nr. MRK 1128; 2 op de pastorie is anno 1998 een replica van het beeldje van O.L. Vrouw ter Eik te koop dat de helft meet van de ware grootte.
- Afbeeldingen van de 19e-eeuwse kapel: 1 Op de pastorie wordt bovendien een votiefschilderij bewaard van 48 bij 36 cm. Het doek stamt uit 1889 en stelt een vrouw voor met twee kinderen: de kinderen steken munten in het offerblok voor de kerk. Het schilderij draagt het opschrift: 'offer voor de Mariakapel van Meerveldhoven 1889'; 2 daarnaast heeft Jacques Cuypers uit Zeelst een tekening vervaardigd, die bij herhaling op diverse prentjes is afgedrukt. De oorspronkelijk tekening meet 49,5 bij - 36 cm, is gedateerd 7 juli 1888 en toont de kapel en de boom. De tekening draagt als tekst 'Kapel O.L. Vrouw Ter Eyk Meerveldhoven. Boom van het Mirakuleuze beeld der Heilige Maagd Maria'.
- Vaandels: tenslotte bevinden zich in de huidige parochiekerk twee vaandels die refereren aan Meerveldhoven als bedevaartplaats. 1 Op het oudere neogotische vaandel is geborduurd 'O.L.Vrouw ter Eijck bid voor ons'. Maria is hier afgebeeld met het Christuskind en omgeven door een stralenkrans; linksonder is de oude neogotische parochiekerk weergegeven, rechtsonder is het Mariabeeld geborduurd dat zich bevindt in een gestileerde eikenboom; 2 een tweede vaandel van later tijd is een vrijere weergave van Maria ter Eik. Maria is afgebeeld met het Christuskind en omgeven door takken van de eikenboom. Onder deze afbeelding is een boerderij weergegeven. De tekst op het vaandel luidt: 'O.L. Vrouw ter Eyck b.v.o. Oud-strijders Kempenland'; 3 in de parochiekerk van Westerhoven hangt achter in de linkerzijbeuk eveneens een processievaandel uit het einde van de vorige eeuw dat toegewijd is aan O.L. Vrouw ter Eik. Maria is erop afgebeeld in een eik met opengevouwen handen; ze is voorts omhangen met een hart en een kruis.

Devotioneel drukwerk
- Bedevaartboekjes, reglementen: 1 'Voorreden of onderrigting van de nieuwe processie' (15 x 8 cm, z.p. 1823; 4 p.), vouwblad met de doelstellingen van de Meerveldhovense broederschap; 2 Jacques Cuypers: Onze Lieve Vrouw ter Eijk te Meerveldhoven (Eindhoven: Van Piere, 1888), devotioneel gekleurde geschiedenis van de verering, tot stand gekomen bij gelegenheid van de inwijding van de voorlaatste parochiekerk; 3 Jacques Cuijpers, Het feest der kerkwijding te Meerveldhoven op zondag 28 en maandag 29 juli 1889 (Eindhoven: Van Piere, 1889); 4 Regeling en gezangen der processie van Westerhoven naar O.L.Vr. ter Eijk te Meerveldhoven. Opgericht in 1871 (Westerhoven: J. van Deijck, 1896; impr. M.F. de Beer, sup. gen. Tilburg, 8 april 1896) met het reglement van de processie, die dezelfde doelstelling en organisatiestructuur kent als Meerveldhovense broederschap; 5 Jacques Cuijpers, Onze Lieve Vrouw ter Eijk te Meerveldhoven (Eindhoven: De Wereld (A.J.W.P. van Nunen); nihil obstat: A.H.M. Goossens; evulg. J. Pompen, vic. gen. Buscoduci 16 april 1914); 6 'Reglement' (Eindhoven: drukkerij J. Koonings Jz., z.j.), vouwblad met reglement van de Meerveldhovense broederschap; 7 Gebeden en gezangen bij gelegenheid van bedevaarten en andere godsdienstplechtigheden (z.p.: Stichting St. Valentinuskapel Westerhoven; nihil obstat: M.F. Dekkers, libr. cens.; evulg. J. Pompen, vic. gen., Buscoduci, 26 aprilis 1927), dit boekje kende tenminste 5 uitgaven en bevat het lied van O.L. Vrouw ter Eik te Meerveldhoven, p. 115-118; 8 vouwblad, vele malen herdrukt, met een gedicht van drie coupletten waarin wordt verteld hoe een moeder haar kind heeft leren bidden in de kapel te Meerveldhoven, 'tussen al dat eenvoudig volk, in't trillend warme keerskes-licht' (onvindbaar).
- Feestgids: verschenen ter gelegenheid van de viering van het 650-jarig bestaan van de bedevaartplaats: Feestgids voor de plechtige viering van het Dertiende gouden jubilé der vinding van het miraculeus beeld van O.L.V. ter Eijk te Meerveldhoven Meerveldhoven (z.p. 1914).
- Prentjes: 1 prentje (19e eeuw) met een tekening van de 19e-eeuwse kapel en het vaandel van de broederschap; onder deze afbeeldingen staat het gebed tot O.L. Vrouw van de H. Eik, weergegeven als een middeleeuwse oorkonde. Tussen de tekening van de kapel en de gebedstekst bevindt zich een afbeelding van het miraculeuze beeld in de boom. Van deze prent bestaat ook een ansichtkaart; 2 prentje (10,5 x 7,5 cm) met een gestyleerde eik in een omheining met in de eik het beeldje; aan de eik zijn ex-voto's bevestigd; ervoor zijn een drietal kaarsen en een offerblok geplaatst. Het onderschrift luidt: 'O.L.V. ter Eik te Meerveldhoven'. Op de achterkant staan een gebed en een reglement bij de aflaten, verleend in 1896 (Eindhoven: M.F. van Piere en Co.; impr. L. Berkvens, Haaren 25 april 1896). Coll. Maas-Rooijakkers; 3 prentje (11 x 7 cm) met het opschrift: 'Gedachtenis aan Meerveldhoven' met op de voorzijde het cultusbeeld en daaronder de kapel in vogelvlucht, getekend door Jacques Cuijpers. Op de achterkant staat hetzelfde gebed als op nr. 2 (impr. L. Berkvens, Haaren 25 april 1896). Coll. Maas-Rooijakkers. Afbeelding en gebed zijn gebruikt voor diverse andere prentjes; 4/5 twee prentjes met een lithografie van een soortgelijke afbeelding zijn gepubliceerd door de fa. B. Kühlen uit München-Gladbach. Zij dragen de tekst 'Gedachtenis aan Meerveldhoven'. Coll. D. Gooren; 6 broederschapsprentje (12 x 6 cm) met een foto van het cultusbeeld in de eik en de tekst 'Broederschap van O.L. Vrouw ter Eik opgericht in de Parochiekerk te Meerveldhoven door Z.D.H. Mgr. W. v.d. Ven'; op de achterzijde het aflaatreglement met goedkeuring uit 1913 (evulg. vicaris generaal J. Pompen, 's-Hertogenbosch 8 augustus 1927). Coll. D. Gooren; 7 prentje (11 x 7 cm) met het cultusbeeld boven de neogotische parochiekerk en de tekst 'Genadebeeld en kapel van O.L. Vrouw "ter Eik" van Meerveldhoven'. Coll. D. Gooren; 8 prentje (12,5 x 8 cm) met signering 'J.H. 37' en 'E.v.A. 95', met een pentekening van het beeld in een kapelletje en de tekst 'O.L. Vrouw van Meerveldhoven'. Coll. D. Gooren; Utrecht, Museum Catharijneconvent; 9 gestencild prentje (12 x 8,5 cm) met een tekening van een boerengezin met twee kinderen voor het beeldje in de eik en op de achterzijde 'Herinnering aan het vijftiende ziekentriduum [...] 8-9-10 September 1970'. Coll. D. Gooren.
-Ansichtkaarten: zowel het interieur als het exterieur van de respectievelijke parochiekerken en/of Mariakapellen zijn in de afgelopen eeuw op vele ansichtkaarten weergegeven. Uitgevers en drukkers worden nauwelijks vermeld. Ook van het voormalige processiepark bestaat een ansichtkaart met de tekst: 'Meerveldhoven. Genadeoord van O.L.Vr. ter Eik.' Daarnaast bestaan er verschillende kaarten met een foto van het cultusbeeld. Vele van deze kaarten bevinden zich in de coll. D. Gooren.
Bronnen en literatuur Archivalia: Veldhoven, gemeentearchief: stukken betreffende de kapel, schenkingen en processies betreffende de kapel van O.L. Vrouw ter Eik. Veldhoven, parochiearchief St. Lambertus Meerveldhoven: handschriften uit de 19e eeuw; 'Diurnale et memoriale parochiae de Meerveldhoven', dl. 1-4 (1859-begin 20e eeuw); archief van de broederschap van O.L. Vrouw ter Eik; verschillende instructies en verslagen met betrekking tot de kaarsenprocessie; verscheidene programma's van de feestdag; brieven. Zeelst, parochiearchief St. Willibrordus: kerkrekeningen 1803-1822, Meerveldhoven. 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: map St. Lambertusparochie. 's-Hertogenbosch, gemeentearchief: stukken betreffende de kapel, schenkingen en processies betreffende de kapel van O.L. Vrouw ter Eik. 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: arrondissementsrechtbank Eindhoven, acten der processen 1855-1856; gerechtshof 's Hertogenbosch: acten der processen 1855-1856. Den Haag, Algemeen Rijksarchief: Hoge Raad, acten der processen 1855-1856: arrest 25 april 1856. Brussel, archief van het aartsbisdom Mechelen-Brussel: pouillés van de parochies van het bisdom Luik. Luik, archive de l'évêché: pouillés van de parochies van het bisdom Luik. Tongerlo, archief van de abdij van Tongerlo: pouillés van de parochies van het bisdom Luik. Eindhoven, Regioarchief: archief Stichting Brabants Heem, enquête r.k. gebruiken (1980).
Tekstedities: J. van Laarhoven ed., Het schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 50-51; P. Meurkens ed., De dagboeken van P.N. Panken. Memorieboek van een Brabantse schoolmeester, 6 dln. (Eindhoven: Kempen Uitgevers, z.j.) dl. 1, p. 86, dl. 2, p. 21, dl. 3, p. 79, 94 en dl. 5, p. 122.
Literatuur: J.B. Gramaye, Taxandria in qua antiquitates etc. (Brussel: Rutger Velpius, 1610) p. 100-101; A. Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 164, 416-418; G. van Rijckel, Nomen Mariae Tetragrammaton (Leuven 1635); J. van Oudenhoven, Beschryvinge der stadt en de Meyerye van 's Hertogenbosch (Amsterdam: Broer Jansz, 1649), p. 29; [S. Hanewinkel], Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in den jaare 1798-1799 (in Brieven), dl. 2 (Amsterdam: Saakes, 1799-1800; fotogr. herdr.: Schiedam: Interbook, 1973) p. 221; S. Hanewinkel, Geschied- en aardrijkskundige beschryving der stad en Meierije van 's Hertogenbossche etc. (Nijmegen: J.C. Vieweg, 1803) p. 406; [Antonius van Gils], Katholyk Meyerysch memorieboek ('s-Hertogenbosch: J.J. Arkesteyn, 1819) p. 113; J.G. Swaving, Galerij van Roomsche beelden, of Beeldendienst der XIXe eeuw (Dordrecht: Blussé & Van Braam, 1824) p. 180-181; A.C. Brock, Historische beschrijving van de Meierij. Handschrift vervaardigd in de jaren rond 1825 (Schijndel: streekarchief, 1978; facsimile van A.C. Brock, De Stad en Meyerij van 's Hertogenbosch of derzelver beschryving. Tweede Afdeeling) p. 232; J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom 's Hertogenbosch etc., dl. 3 ('s-Hertogenbosch: J.F. Demelinne, 1843) p. 113; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch, dl. 5 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1876) p. 37-42, 55; 'O.L. Vrouw ter Eik te Meerveldhoven', in: Maria's Heiligdommen in Nederland en België ('s-Hertogenbosch: Katholieke Illustratie, 1882) p. 145-146, met gravure; Neerlandia Catholica of Het Katholieke Nederland. Ter herinnering aan het Gouden priesterfeest van Z.D. Paus Leo XIII (Utrecht: P.W. van de Weijer, 1888) p. 460; [J. Cuijpers], Onze Lieve Vrouw ter Eijk te Meerveldhoven. Met geschiedkundige aanteekeningen door Jacq. Cuijpers (Eindhoven: Van Piere, 1888) p. 6-18; A.B. & L.O., Meimaand der Genade-Oorden, of Maria's grootheden, leven en bevoorrechte heiligdommen ('s-Bosch ... Loreto), in godvruchtige lezingen voor elken dag der maand Mei (Cuijk: J.J. van Lindert, 1896) p. 115-118; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 405-406; X. Smits, De Kathedraal van 's Hertogenbosch (Amsterdam-Brussel 1907) p. 23; J.A.F. Kronenburg, Maria's Heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 426-431; 'Onze Lieve Vrouw van Meerveldhoven', in: Katholieke Illustratie 48 (1914) p. 500-501; 'Pelgrimstochten op Nederlandschen Bodem', in: Katholieke Illustratie, 17 mei 1933; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 178-179; M.V., 'De devotie van Eindhoven voor O.L. Vrouw ter Eik te Meerveldhoven', in: Brabantia Nostra 3 (1937-1938) p. 346; J. Kuypers, Lieve Vrouwkes van Brabant (Maastricht: Gebrs. Van Aelst, 1938) p. 49-54; Meerveldhoven. 29 juli 1889 - 1993 (z.p. [1933]) brochure met informatie over gouden jubileum van de kerk; V. Schrijvers, Mariahulde, dl. 3 (Nijmegen: Gebr. Janssen, 1946) p. 32-45; J. Leeuwenberg, 'De Utrechtse industrie van pijpaarden beeldjes en reliëfs', in: Oud Nederland 4(1950) p. 73-75; 81-84; 189-192; J. Leeuwenberg, 'Die Ausstrahlung Utrechter Tonplastik', in: Studien zur Geschichte Europäischer Plastik. Festschrift für Theodor Müller (München 1965) p. 151-166; W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen in de Kempen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant. (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 32; P.G. Bins, Prisma toeristengids. Zeeland Brabant Limburg (Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum, 1972) p. 229; J.H.C. Biemans, 'Speurtocht naar de oude kapel van Meerveldhoven', in: De Rosdoek 7(1976), p. 25-33; 'Meimaand Meerveldhoven Onze Lieve Vrouw ter Eik', in: Sint-Jansklokken, 30 april 1976; Kempener Koerier, 27 april 1977; H. Brabers e.a. ed., Onze Lieve Vrouwkes van Brabant ('s-Hertogenbosch: Provinciaal Genootschap, [1977]) p. 38-40; A.M.J.G. van Run, 'Historische gegevens over de St. Lambertusparochie en de Mariakapel te Meerveldhoven', in: Campinia 9 (1979) p. 47-54, 104-110, 152-161, 204-212, 10 (1980) p. 1-9, 86-93, 140-151, 11 (1981) p. 18-28; A.M.J.G. van Run, Enige feiten uit de historie van de parochie van St. Lambertus te Meerveldhoven. (Veldhoven 1981); J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 363-364; P. J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 209-214, 341-342; Dieter Pesch, Wallfahrtsfänchen. Religiöse Druckgrafik (Keulen: Rheinland-Verlag, 1983) p. 385-386; W. Roelofs, W. van Nuenen & F. Hoppenbrouwers, Tusse de haai en d'èkker: een greep uit de geschiedenis van Westerhoven (Westerhoven: Stichting Gemeenschapswerk etc., 1986), p. 14-15, 25-27; I. Platel & P. van Zoest, Steek voor mij ook een kaarsje op. Onze Lieve Vrouw in het bisdom Den Bosch ('s-Hertogenbosch: Afdeling Pers & Publiciteit bisdom 's Hertogenbosch, 1987) p. 80-88; A. Toelen, Geloof in gips. Massaproducten van religieuze voorstellingen, 3 dln. (Nijmegen: doctoraalscriptie KUN, 1992) beeldjes van O.L. Vrouw Meerveldhoven; G. Rooijakkers, 'Muizen zonder staart. Heiligheid en gevaar in de Kempen', in: Kroniek van de Kempen 12 (Hapert: Uitgeverij de Kempen, 1993) p. 59; M. Roscam Abbing & E. Vink, '"De dominee, de drossaard en de paapse stoutigheden". Over een richtingenstrijd in Oirschot en Best', in: Noordbrabants historisch jaarboek 10 (1993) p. 104, over de processie in 1691; 'Mariaverering in Meerveldhoven', in: Info Kempenland nr. 495 (27 mei 1994) p. 1; J. Schuyf, Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden (Utrecht: Matrijs, 1995) p. 99-101; H. van Rooij, 'Wim Bazelmans 50 jaar koster in Meerveldhoven: "Zoals het vroeger was, wordt het nooit meer..., maar dat hoeft ook niet"', in: Bisdomblad, 24 maart 1995, p. 4-5; H. van Rooij, 'Meimaand in het bisdom: O.L.V. ter Eik, Meerveldhoven. "Maria is Gods hand bij uitstek"', in: Bisdomblad, 19 mei 1995, p. 4-5; Han van Gessel, 'De magische kracht van drie spijkers in een boom', in: De Volkskrant, 23 september 1995; Herman Strijbos, Kerken van heren en boeren. Bouwhistorisch verkenningen naar de middeleeuwse kerken in het kwartier Kempenland ('s-Hertogenbosch: Stichting Brabants Heem, 1995) p. 92-93, over de kerk; Pius Jaarboek. Almanak Katholiek Nederland 1996 (Houten: Bohn etc., 1996) p. 346; A. van der Kooij, 'Gildebroeders op bedevaart', in: Gestels Strijps Nieuwsblad, 22 mei 1996; W. Hagemans, 'Historische schat in Bosch zand', in: Brabants Dagblad, 6 november 1996; B. Mesters, 'Dank u boom, voor mijn totale genezing', in: De Volkskrant, 27 mei 1997; J. Bijnen, Veldhoven. 4000 jaar geschiedenis van Oerle, Meerveldhoven, Veldhoven en Zeelst (Eindhoven: Stg Historisch Erfgoed Veldhoven, 2006); Jacq Bijnen, In de kruin van de eikenboom Onze-Lieve-Vrouwe ter Eik Meerveldhoven (Meerveldhoven: Stg Historisch Erfgoed Veldhoven, 2007); Jacq, Bijnen, Medaille van Onze-Lieve-Vrouw ter Eik van Meerveldhoven', in: Devotionalia 37 (2018) nr. 219, p. 162.
Overige bronnen: Meertens Instituut BIN-dossier Meerveldhoven; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a + b (1993); bisdom 's-Hertogenbosch: inventaris van het kerkelijk kunstbezit nr. 488, d.d. 25 april 1974, St. Lambertusparochie Veldhoven; Utrecht: Museum Catharijneconvent, ongecatalogiseerde bidprentjes van O.L. Vrouw van Meerveldhoven; Utrecht: Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, parochie St. Lambertus te Veldhoven; Tilburg, KU Brabant: Brabant-collectie, top. afb. Meerveldhoven: nrs. 3370-3372, O.L. Vrouw; Nijmegen Katholiek Documentatie Centrum-KLiB, bedevaartfoto's Margry (1981), Katholiek Documentatie Centrum foto processiepark nr. 1B7000; Veldhoven, archief St. Lambertusparochie: verschillende albums met (ongedateerde) foto's uit de jaren '70-'90; informatie van B. Kranen van Hoof te Waalre in 1981 en van F.M.L. Ouwens, pastoor van de parochie H. Lambertus te Meerveldhoven in april 1998.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<