Mariahout, O.L. Vrouw van Lourdes

Cultusobject: O.L. Vrouw van Lourdes
Datum: Twee laatste zondagen van mei; 15 augustus
Periode: 1933 - ca. 1965
Locatie: Lourdesgrot binnen de parochie van O.L. Vrouw van Lourdes
Adres: Mariastraat 27, 5738 AH Mariahout
Gemeente: Laarbeek
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: De parochie van Mariahout is gesticht in 1933. Bouwpastoor J.R.A. van Eijndhoven liet bij de kerk een Lourdesgrot bouwen en een processiepark aanleggen. In de jaren dertig en veertig was Mariahout een 'Lourdes in het klein'. Eerst twee, later vier maal per jaar werd het dorp druk bezocht door gezonde en bedlegerige bedevaartgangers. In de jaren vijftig ging het snel bergafwaarts met de verering en de bedevaart; later raakte ook de grot in verval. In 1998-1999 werd de grot door de lokale gemeenschap herbouwd.
Auteur: Ottie Thiers; Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie - De geschiedenis van Mariahout, gelegen in oostelijk Noord-Brabant tussen Veghel en Helmond, is voor een belangrijk deel de geschiedenis van parochie en kerk, die begon in 1932. Bouwpastoor J.R.A. van Eijndhoven besloot 'zijn' kerk neer te zetten in het midden van de nieuwe parochie, een stuk heide op Ginderdoor. De ontginningskernen Ginderdoor, Hei-eind, Rooyse Hei en Broek groeiden vervolgens onder de vleugels van de kerk aaneen tot een dorpsgemeenschap. Er werd ook een nieuwe naam gekozen: Mariahout, samengesteld uit Maria, de parochiepatrones, en de gemeentenaam Lieshout, waar de moederkerk stond.
- De doorgaande weg van Lieshout naar Sint-Oedenrode, waaraan Mariahout ligt, draagt in de dorpskom de naam Mariastraat. Langs deze straat ligt een groot terrein, waarop vrijwel het hele religieuze, culturele en maatschappelijk leven van het dorp geconcentreerd is. Het geheel wordt verder omsloten door de Bernadettestraat, die in een halve lus eromheen loopt, beginnend en eindigend in de Mariastraat. Beide straten hebben hun huidige namen pas na de Tweede Wereldoorlog gekregen. Langs de Mariastraat liggen, gerekend vanuit de richting St. Oedenrode: de Bernadetteschool, het zusterklooster Mariënhof, de toegang tot het openluchttheater, en een deel van het processiepark. Verderop volgen de pastorie, de kerk en naast de kerk op de hoek Mariastraat-Bernadettestraat het plein met de tot ruïne vervallen grot en preekstoel, waarvan de traptreden zijn ingestort en overwoekerd. Op de andere hoek ligt het in 1933 gebouwde café 'De Vijf Eiken', dat tot 1995 'Pelgrimsrust' heette. Naast de grot en achter de kerk ligt het kerkhof met in het midden het graf van pastoor van Eijndhoven. Achter de grot en rondom kerkhof en kerk strekt zich het processiepark uit, dat sinds de jaren zestig is verwilderd.

Kerk
- De eenbeukige kruiskerk met zuidwesttoren en stenen gewelven is gebouwd in 1932-1933 naar een ontwerp van Philip Donders uit Eindhoven. Achterin de kerk naast de ingang was de Lourdeskapel ingericht; een glas-in-loodraampje uit 1950 (hoogte 85 cm; vervaardigd door M. Roestenburg) met een voorstelling van een knielende Bernadette herinnert hieraan. Het zandstenen beeld van O.L. Vrouw van Lourdes staat sinds 1970 op het Maria-altaar. In het rechtertransept staat hoog in een nis de H. Bernadette. De biechtstoel is in 1997 omgebouwd tot een vitrine waarin een schaalmodel van de processie, gemaakt door de dames van de werkgroep M[issie], O[ontwikkeling] en V[rede], is opgesteld tegen een geschilderd achtergronddecor van grot, kerk en pastorie. De offerketel uit de grot werd anno 1997 als doopvont gebruikt.

Grot
- In 1935 werd de grot opgeleverd door Kunst-ateliers 'St. Lucas' van P. Verbraak en Znn. uit Tilburg. Voorafgaand had pater Hieronymus Coolen s.s.c.c. uit Sint-Oedenrode tien dagen doorgebracht in Lourdes om foto's te maken en metingen te verrichten. In het vlakke Brabantse land verrees een getrouwe kopie van gewapend beton met daarover stucadoorsgaas, dat bestreken werd met cement. In de grot, die 10,5 meter hoog en 25 meter breed was, werd een betonnen altaar geplaatst met marmerbeschildering, een betonnen kaarsenhouder en een koperen offerketel. In een nis op ruim vier meter hoogte stond het beeld van O.L. Vrouw, met onder haar voeten de woorden die Maria, in het Baskisch, tot Bernadette zou hebben gesproken: 'Que soy era immaculada councepciou' ('Ik ben de onbevlekte ontvangenis'). Voor de grot kwam, van rechts naar links, de preekstoel, een hekwerk en een muurtje met koperen kranen en een marmeren plaat met het opschrift 'Allez boire à la fontaine et vous y laver' ('komt U drinken en wassen aan de fontein'). In de grot was de verhoging nagemaakt die in Lourdes de leidingen aan het oog onttrok. Onder het beeld was een steentje uit de echte grot bevestigd, ter grootte van een kooltje.
- De constructie, die van het begin af aan gebreken vertoonde, bleek niet opgewassen tegen langdurige weersinvloeden. In de jaren zestig bracht een storm grote schade toe aan de grot, die daardoor verder in verval raakte. Na een conservatie in 1982 bleef de grot in sterk verkleinde vorm behouden, totdat dit restant in 1995 na een hevige regenbui bezweek. Hoewel in 1991 al door het parochiebestuur was besloten tot herbouw van de grot, kwam het plan vanwege de moeilijke constructie en navenante kosten niet tot uitvoering. Dit bracht in 1997 een lokale ondernemer er toe om met behulp van vrijwilligers en de materiële steun van ondernemers in het dorp de zaak te klaren. Met behulp van 60 vrijwilligers werd in februari 1998 met het project begonnen. Eerst werd de ruïne van de oude grot geruimd en op precies hetzelfde grondplan de nieuwe weer opgebouwd. De afronding van het project vond plaats op 30 mei 1999 met de kerkelijke inzegening van de nieuwe grot. Het succes van het project geeft aan hoe groot de religieuze en emotionele betekenis van de grot was en is voor de lokale gemeenschap.

Processiepark
- Het processiepark werd tegelijk met de kerk in 1933 in gebruik genomen. De pastoor had het ontwerp, een park dat kerk, pastorie en kerkhof moest omsluiten, opgedaan in Lennisheuvel. In mei 1934 kwam het betonnen rustaltaar gereed, dat inmiddels is verdwenen. In hetzelfde jaar liet de pastoor op de 'heiplak' bij het rustaltaar een hertenkamp aanleggen. In 1935 volgde de aanleg van een luidsprekerinstallatie door het park. In 1936 werd een 'electrische schel-installatie' aangelegd van de preekstoel naar het rustaltaar ter ondersteuning van de regie van de plechtigheid. Na de oorlog werd deze installatie in elk geval niet meer gebruikt. In mei 1942 werd het processiepark verrijkt met het 'Monument van de gekroonde Maagd', een verkleinde imitatie van het beeld van de Esplanade te Lourdes (vgl. ⟶ Sint Willebrord). Het beeld is gemaakt uit Franse zandsteen door de gebroeders van Eck uit Eindhoven (hoogte 1,70 m). Het ijzeren loofwerk rond het beeld is van de firma Munsters uit Dinther, naar ontwerp van architect Donders. Eveneens in 1942 werd een nieuw rustaltaar gebouwd, dat nog deels aanwezig is (ontwerp Ph. Donders; uitvoering Leo Arts). In 1945 werd een stuk van het hertenkamp bij het rustaltaarplein getrokken, dat te klein was geworden voor de toestromende menigten. De inrichting van het plein had de pastoor overgenomen van het processiepark van de Petrusparochie in Boxtel (⟶ Boxtel, H. Bloed). Ligusterhagen vormden een natuurlijk dranghek, zodat de processie keurig in volgorde bleef. Enkele jaren later, omstreeks 1950, werd het rustaltaar voorzien van muurschilderingen van Martin Roestenburg, die engelen voorstelden. Een vrijwel geheel begroeide muur is al wat ervan rest. Tenslotte is in het park een beeld van St. Bernadette uit waarschijnlijk dezelfde tijd aanwezig (gebroeders van Eck).
- Het amfitheater is in 1945 gebouwd door de R.K. Jonge Boerenstand, op initiatief en naar ontwerp van pastoor Van Eijndhoven, die een hartstochtelijk toneelliefhebber was. Het bouwmateriaal bestond uit betonblokken die in de oorlog gediend hadden als noodlandingsbaan op vliegveld Welschap. In de loop van de jaren zestig raakte het theatergebeuren los van de parochie; sinds 1971 is de leiding in handen van de zelfstandige Stichting Openluchttheater Mariahout.
Cultusobject - Zie voor deze verering ⟶ Katwijk aan de Maas.
- De beelden in de kerk van O.L. Vrouw van Lourdes en van de H. Bernadette, zijn in 1933 vervaardigd uit Franse zandsteen door M. van Bokhoven en Jonkers. Maria, 1,20 meter hoog, is staande afgebeeld, de handen gevouwen en het hoofd, bedekt met een neerhangende doek, ten hemel geheven. Aan haar linkerarm hangt een rozenkrans; er liggen rozen aan haar voeten. Bernadette, 1,15 meter hoog, is staande afgebeeld, op klompen. Zij heeft de ogen gesloten en houdt een rozenkrans in haar gevouwen handen.
- Het Mariabeeld dat in 1935 voor de grot werd gemaakt door de gebroeders Van Eck uit Eindhoven is een kopie, 1,80 meter hoog, naar het origineel uit Lourdes. Het is beschilderd volgens de aanwijzingen van Bernadette: een zilveren rozenkrans met gouden schakels en gouden rozen op de blote voeten. Na de instorting van de grot in 1995 is het beeld tijdelijk tegen de kerk geplaatst. In 1998 is de grot op basis van een nieuw ontwerp herbouwd.
- In 1935 werd een steentje aangebracht in de grot, geschonken door bisschop Gerlier van Lourdes en afkomstig uit de echte grot (vgl. ⟶ Katwijk aan de Maas en ⟶ Sint Willebrord). Het werd beschermd door een bolvormig glas met zilveren rand. De steen en het glas zijn later, toen de grot in verval was, verdwenen.
Verering De initiator: pastoor Van Eijndhoven
- Het ontstaan en de voornaamste bloeiperiode van de verering voor O.L. Vrouw van Lourdes in Mariahout is nauw verbonden met het pastoraat van Van Eijndhoven. Hij was een groot Mariavereerder die in 1930 een bedevaart naar Lourdes had ondernomen. Daar deed hij een gelofte: als hij in de gelegenheid gesteld zou worden een nieuwe kerk te bouwen, dan zou hij deze wijden aan O.L. Vrouw van Lourdes en er de Lourdesdevotie uitdragen. Met zijn benoeming in 1932 - hij was toen de jongste bouwpastoor van het bisdom - ging deze wens in vervulling, waarna hij voortvarend begon met de inlossing van zijn schuld. Met zijn passie voor toneel creëerde hij de imitatiegrot en het processiepark als een imposant decor voor de religieuze plechtigheden: theaterstukken met de pastoor als regisseur, hoofdrolspeler, scenarioschrijver, manager, p.r.-medewerker en producer. Een andere hobby, het fokken van herten, wierp ook vruchten af; het hertenkamp, in 1934 aangelegd op een onnutte 'heiplak' in het processiepark, was een extra attractie voor de pelgrims.
- Zijn parochiememoriaal leest als een gedetailleerde handleiding voor het exploiteren van een bedevaartoord. Velen, zo schrijft hij in de voor Mariahout succesvolle jaren veertig, maken de fout een bedevaart als zodanig te willen trekken, maar men pelgrimeert in deze tijd van goede verkeersmiddelen graag op eigen gelegenheid. Een pastoor moet dus eenvoudig 'data vaststellen voor de groote processie en op de groote trom slaan'. Dit deed hij vakkundig; hij adverteerde in tal van bladen, vooral plaatselijke kranten, en bestelde een royaal assortiment propagandamateriaal en souvenirs. Minutieus tekende hij op hoe zijn organisatie werkte, welke taken en beloningen zijn vele medewerkers toebedeeld kregen, hoe de processie precies moest lopen en met welke stembuigingen de ziekenzegening moest worden uitgesproken.
- In 1933 was het 75 jaar geleden dat Bernadette haar eerste verschijningen zag; op 10 juli van hetzelfde jaar consacreerde bisschop A.F. Diepen van Den Bosch de kerk van Mariahout en trok de eerste processie door het park met rustaltaar. Twee jaar later, op 30 mei 1935, werd de steen uit Lourdes in de processie vanuit de kerk naar de voltooide grot gebracht.
- Op 29 oktober 1933 is in Mariahout de broederschap van O.L. Vrouw van Lourdes opgericht en op 13 april 1934 geaffilieerd aan de Franse aartsbroederschap; directeur was pastoor Van Eijndhoven. De meeste inwoners van Mariahout, en velen uit de regio, lieten zich inschrijven. In 1942 schreef de pastoor dat de broederschap al 7000 leden telde, terwijl meer dan 100 zelatrices in de wijde omgeving de contributie ophaalden. Hij hoopte het volgende jaar het getal 10.000 te passeren. De pastoor meende dat de werving mede zo goed verliep omdat 'de kwartjes wat losser [zaten] nu ze van zink [waren]'. Op verschillende feestdagen konden de leden een volle aflaat verdienen.
- In korte tijd ontwikkelde het dorp zich tot een druk bezochte bedevaartplaats, die in de jaren veertig haar hoogste bloei bereikte. Vanaf 1936 was er in mei elke zon- en feestdag een lof bij de grot; die kon bovendien voor grote groepen pelgrims ook op andere dagen georganiseerd worden. Vanaf 1939 was er op 15 augustus een plechtige hoogmis bij de grot. Het aantal processies per jaar, aanvankelijk twee, liep in 1943 op tot vier: op de twee laatste zondagen van mei, op Maria Hemelvaart (15 augustus) en op de zondag binnen het octaaf van dat feest.

Processieverloop
- Het programma op deze dagen was, net als de grot, naar het model van Lourdes. Ruim tevoren vergaderden de twaalf processiemeesters over de organisatie, het plaatsen van advertenties en het aantrekken van paters voor de preken. Tevoren moest de hele omgeving versierd worden met geel-witte vlaggetjes; het gaas van het hek rond het rustaltaarplein werd helemaal behangen met geel-witte doeken. Aan de bomen in het park hing men een groot aantal triplex schildjes met litanieteksten. De volgorde van de plechtigheden stond vast. Eerst werd het H. Sacrament plechtig naar de grot gebracht en uitgesteld, waarna het lof buiten werd gevierd. In de begintijd zorgde het harmonium in de kerkingang voor de muzikale begeleiding; het koor bevond zich op het kerkhof, bij de microfoons van de geluidsinstallatie. Later plaatste men microfoons in de kerk, zodat het koor daar kon blijven. De namen van de broederschapsleden en parochianen die het afgelopen jaar waren overleden, werden in hoog tempo voorgelezen, waarna de overleden weldoeners langzaam en luid met titels en onderscheidingen in herinnering werden gebracht. Vervolgens luisterden de gelovigen naar een preek van maximaal 20 minuten. Na het 'Ave Maria' trok de processie naar het rustaltaar. Voorop het kruis met flambouwen, gevolgd door meisjes die bloemen strooiden op het grintpad. Over dit bloementapijt liepen de 'lievevrouwedraagsters' met blauwe sjerpen; op het baartje dat normaal voor kinderuitvaarten werd gebruikt, werd een Mariabeeld geschroefd. Vervolgens kwamen de bruidjes, de misdienaars, het H. Sacrament, de kerk- en processiemeesters en de draagsters van sacramentsemblemen. De pelgrims - vrouwen voor en mannen achter het H. Sacrament - liepen aan weerszijden van het pad biddend en zingend mee: afwisselend werden een tientje van de rozenkrans gebeden en twee strofen 'Rex clementissime' gezongen, waarvan het refrein gezamenlijk. In later jaren zong men tijdens het lopen 'Monstra te esse' en 'Lauda Jerusalem'. Toen tijdens de oorlog geen geluidsinstallatie beschikbaar was, liet men het zingen tijdens de processie achterwege. Processiemeesters, herkenbaar aan hun blauwfluwelen geborduurde sjerpen, stonden toen op stoelen verspreid over het terrein om het bidden van de rozenkrans te coördineren. Daarbij werd voor elk tientje de intentie afgekondigd.
- Eenmaal tot stilstand gekomen tussen de ligusterhaagjes bij het rustaltaar zong men een sacramentshymne en het 'Tantum ergo' en ontving vervolgens de zegen met het H. Sacrament. Op hetzelfde moment klonk bij de grot een elektrische bel, zodat de priester daar de achtergebleven gelovigen op het juiste moment kon laten knielen. Daarna trok de processie vanaf het rustaltaar terug naar de grot. De sacramentsgroep bleef achter in het middenpad van de carré met rustbankjes. De zieken, meestal een stuk of dertig in getal, konden plaatsnemen op de rustbankjes of in ijzeren ligstoelen die aan alle zijden van de carré waren opgesteld. Er stond ook wel eens een wiegje met een baby tussen. Het Rode Kruis stelde dokters, verpleegsters en een transportcolonne ter beschikking. Elke zieke moest voorzien zijn van een nummer en een insigne en de auto's die hen vervoerden hadden een papier met 'ziekenzegening' tegen de voorruit. Zodra de processie weer bij de grot was aangekomen ontvingen de zieken een voor een de zegen, terwijl de priester 'met luider stem en met gevoel de bekende aanroepingen van Lourdes [bad], herhaald door het volk [...] een ontroerende plechtigheid', zo schreef pastoor Van Eijndhoven. Ondertussen bracht het koor de liederen 'Monstra te esse', 'Adoremus in aeternum' en 'Parce Domine' ten gehore. Nadat het H. Sacrament weer in de expositietroon was geplaatst volgde het 'Tantum ergo' en de zegen. Daarna vertrok de sacramentsgroep weer naar de kerk. De priester bad nog enkele aanroepingen en het koor zong 'Laudate Dominum'. Tot slot werd, onder het zingen van 'Te Lourdes op de bergen', de steen uit Lourdes vereerd.
- Ook het beheer van de financiën was bij de pastoor in goede handen. Het werk, dat hij met liefde deed, leverde, zo schreef hij, 'bovendien een flinke, niet te versmaden bron van inkomsten voor de kerk op'. De broederschapsgelden, de verkoop van boekjes in de Lourdeskapel en kaarsen bij de grot, de strategisch geplaatste offerschalen, en de opbrengst van souvenirs vulden de kerkkas. Ook de verkoop van devotionalia was tot in detail geregeld. Zo verkochten drie meisjes steekspeldjes aan de toegangspoort en kon men bij alle fietsenstallinghouders vaantjes aanschaffen voor een dubbeltje per stuk. Er werden, in elk geval omstreeks 1950, zelfs in Lourdes gekochte souvenirs aangeboden.

Verval van verering en bedevaart
- Ondanks alle inspanning en enthousiasme bleef de krukkenholte leeg; een of twee wonderen zouden de neergang wellicht hebben tegen gehouden. In de jaren vijftig nam de belangstelling drastisch af, waarbij ook een rol gespeeld kan hebben dat het echte Lourdes nu voor velen beter bereikbaar werd. Begin jaren zestig stopte men met de processies. Toen pastoor van Eijndhoven in 1970 met emeritaat ging, kwamen nog slechts enkelen uit Mariadevotie naar de grot, die dan ook door de jeugd ongestoord voor andere doeleinden werd gebruikt. Ook de broederschap is inmiddels opgeheven.
- De tweede pastoor, H.B.J. Leemans, voerde jaarlijks tijdens het patroonsfeest op 15 augustus in het openluchttheater een plechtige mis op. De harmonie, het koor en het heropgerichte St. Servatiusgilde uit Lieshout luisterden de vieringen op. Een aantal jaren was het theater, dat duizend plaatsen telt, bij die gelegenheden voor een groot deel gevuld. Langzamerhand echter is ook deze viering verlopen, omdat 15 augustus altijd in de vakantie valt. Wanneer de plannen voor de herbouw van de grot gerealiseerd zijn, wil men in Mariahout met een nieuwe, eigentijdse vorm van verering beginnen.
- Het verval van de Mariaverering liep parallel met het materiële verval van de grot. Toen de grot in jaren 1990 geheel bezweek kon daar van verering geen sprake meer zijn. De realisatie van een nieuwe grot in 1999 betekende een zeker herstel van de lokale Mariadevotie; bedevaarten zijn echter niet meer hernomen.
- Na de Tweede Wereldoorlog is men ook begonnen vanuit Mariahout geregeld met enkele busjes naar Lourdes te reizen. Omstreeks 1990 is deze gewoonte gestopt, maar voor 1998 lagen weer plannen klaar. Naar Canada geëmigreerde Mariahoutenaren zouden dan voor een reünie terugkomen; het programma voorzag ook in een Lourdesreis.
- Het openbare leven van het dorp draagt overal de sporen van de Lourdesdevotie: in 1949 openden de zusters van Barmhartigheid de Bernadetteschool voor meisjes. Ook de rijvereniging is naar haar vernoemd en de plaatselijke afdeling van de Katholieke Vrouwen Organisatie heette vanaf de oprichting in 1946 tot 1966 'R.K. Boerinnenbond St. Bernadette Mariahout'.
Materiële cultuur - Processiebeeld: 1 een beeld van O.L. Vrouw, bewaard in de pastorie, gips, h. 85 cm, met schroefgaten in het voetstuk, door P. Verbraak, Tilburg, 1933.
- Klokken: 1 angelusklokje, inscriptie 'Ave Maria', 1946; 2 luidklok van 500 kg, inscriptie 'Ave Maria A.D. 1950'; 3 luidklok van 286 kg, inscriptie 'Ave Bernadette A.D. 1950'.
- Processievaandels (ca. 0,70 x 1,20 m): 1 rode ondergrond, witte randen, afbeelding van twee bruine herten die zich laven aan de bron (blauw/wit), tekst in blauw 'Zooals het Hert smacht naar de waterbron zoo smacht mijn ziel naar U'; 2 donkerblauwe ondergrond, gele randen, afbeelding van twee witte duiven aan weerszijden van een geel kruis, tekst in lichtblauw en wit 'mijn duiven in de openingen van de steenen verborgen'; 3 gele ondergrond, donkerblauwe en witte randen, afbeelding van een cirkel van donkerblauwe sterren met daarboven en onder in gele kapitalen op een wit vlak de tekst 'ik ben de onb. ontvangenis'; 4 witte ondergrond, gele en lichtblauwe randen, afb. linksboven een rode kroon, diagonaal een zwarte palmtak, in blauwe letters de tekst 'Maria Koningin van den vrede b.v.o.'.
- Devotionalia: 1 vanaf 1942 werden steekspeldjes verkocht, afkomstig van de huisdrukker Geeris Roxs in Helmond; 2 vaantjes, geen exemplaar bekend; 3 niet nader omschreven 'objets religieux' uit Lourdes (circa 1950).
- Diversen: 1 umbrella: parasol met lange houten stok, kap van witte stof met goudkleurige franje; 2 uit hout gesneden reliëfs met sacramentssymbolen voor de processie (ca. 50 x 50 cm): lam Gods, korenaren en druiven, phoenix, hert dat zich laaft aan de bron, pelikaan met aura voedt jongen, tafel met toonbroden, vis en mand met broden, paaslam(?); 3 schildjes met aanroepingen uit de litanie: een groot aantal, gemaakt uit triplex, circa 50 cm hoog, diverse schildvormen, tekst op witte ondergrond, randen en letters in rood, blauw of geel/zwart; 4 maquette van de grot in de pastorie, gemaakt door Louis van Krieken uit Helmond in 1993.

Devotioneel drukwerk
- Broederschapsdrukwerk: 1 lidmaatschapsprentje broederschap, blauw/wit, met op de voorzijde een afbeelding van O.L. Vrouw van Lourdes en op de achterzijde de ruimte voor de inschrijving bij de directeur, pastoor J.R.A. van Eijndhoven ([Helmond]: [Drukkerij van Geeris Roxs], [ca. 1934]; 7 x 11,5 cm); 2 'Reglement der Broederschap van Onze Lieve Vrouw van Lourdes', tevens inschrijfbewijs (impr. 's-Hertogenbosch 29 oct. 1933; ca 10 x 15 cm; 4 p.); 3 'Reglement', als voorgaande met kleine wijzigingen (Druk vlz - Sint-Oedenrode, [ca 1957]).
- Devotieboekjes: 1 boekje, genoemd in memoriaal: Michele Mancini, in het Nederlands bewerkt door G.A.M. van de Kant, Vijftien bezoeken bij O.L. Vrouw van Lourdes ('s-Hertogenbosch: Mosmans, [19xx]), waarschijnlijk de 2e druk (1933) lag permanent ter verkoop bij de Lourdeskapel in de kerk; 2 Marialiederen. Tekstuitgave van de meest voorkomende Maria-liederen voor Mei- en Octobermaand (Hilversum: Gooi en Sticht; impr. I.P.J. Kaarsgaren, Baarn; 12 x 8 cm; 16 p.) begin jaren 1980 nog in gebruik in de kerk.
- Ansichtkaarten: 1 briefkaart met op de voorzijde de ontwerptekening van kerk en pastorie, op de achterzijde de tekst 'O.L. Vrouw van Lourdes-kerk, Pastoor Jac. van Eijndhoven, giro no 200956 Helmond, Lieshout-Ginderdoor' (ca 1933); 2 ansichtkaart met zwartwitfoto van kerk en pastorie en in een ovale inzet het beeld van O.L. Vrouw van Lourdes, onderschrift 'R.K. Kerk. Mariahout.', kort na de bouw; 3 ansichtkaart, zwartwitfoto van de grot en het plein ervoor, kort na de oplevering, onderschrift 'Lourdesgrot te Mariahout. (N.B.)'; 4 serie ansichtkaarten, met o.a. foto's van Pelgrimsrust, het processiepark, de Lourdesgrot, de 'Mariënhof' en het kerkinterieur (Mariahout: G. v.d. Heuvel-Winkelier).
- Kalender: 1 'Mariahout 50' met vier pentekeningen van Jo Kersjes: kerk en pastorie in 1933, het openluchttheater in 1974, het kerkinterieur in de jaren tachtig en de Lourdesgrot in 1935 (21 x 32 cm).
Bronnen en literatuur Archivalia: Mariahout, parochiearchief: memoriaal; map privézaken. 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: dossier parochie Mariahout, map A parochie en kerkgebouw, stukken i.v.m. bouw grot, Lourdessteentje; map B varia, stukken m.b.t. broederschap, toneelvereniging, processiepark; map B liturgica, stukken openluchtvieringen.
Literatuur: Sint-Jansklokken; De kerkklokken van het dekenaat Helmond, 8 mei 1937, nr. 19, p. 4-5, aankondiging plechtigheden in mei; P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 204-209, 341; J. Lukassen ed., Mariahout 50, 1933-1983 (Mariahout: Stichting Mariahout 50, 1983) dorps- en parochiegeschiedenis, voor bedevaart m.n. p. 41-52; P.Th.A. Dorenbosch, De Boxtelse St.-Petrus, dl. 2 (Boxtel: Stichting Hartje Boxtel, 1986) p. 201, voor ontwerp rustaltaarplein; Ineke Platel & Peter van Zoest, Steek dan voor mij ook een kaarsje op. Onze Lieve Vrouw in het bisdom Den Bosch ('s-Hertogenbosch: Bisdom, 1987) p. 52-61; I. Platel-Van der Ven, 'Lourdesdevotie in Mariahout', in: D'n Effer 4 (1991) nr.5, p. 20-22, deel van het artikel in voorgaande bundel, overgenomen uit het Bisdomblad, 3 april 1987; Cultuurhistorische inventarisatie Noord-Brabant; monumenten inventarisatie project; gemeente Lieshout ('s-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 1990) p. 14, 18-19, 39, fotonrs. 108-115; Jacques Lukassen, 'Herbouw Lourdesgrot Mariahout', in: Aan de grot (Mariahout: parochie, oktober 1995); Th.G.A. Hoogbergen ed., Brabantse monumenten leven; 80 monumenten in 90 foto's (Tilburg: Zuidelijk Historisch Contact, 1996) p. 130-131, plannen tot herstel Lourdesgrot; Parochiegids parochie Onze Lieve Vrouw van Lourdes Mariahout (Mariahout: parochiebestuur, 1997); 'Nederland Lourdesland: Mariahout', in: Lourdes, december 1997, p. 19; W. Meulenkamp & P. De Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (z.p.: Aspekt, 1998) p. 112-115; Peer Verhoeven, 'Maria in Mariahout', in: De Roerom 17,9 (2003) p. 7.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Mariahout; Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum-Klib: bedevaartfoto's Margry (1981); Katholiek Documentatie Centrum: broederschapsprentje en foto grot beeldplaatnr. 1A32589, Lourdesgrot ca. 1935 tijdens bedevaart; Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland-dossier parochie O.L. Vrouw van Lourdes Mariahout; mondelinge mededelingen Jan van den Heuvel; mededelingen en particulier (foto-)archief van Jacques Lukassen uit Mariahout in 1987.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<