Maastricht, H. Servaas (Servatius)

Cultusobject: H. Servaas (Servatius)
Datum: 13 mei (week voor, + octaaf), gehele jaar; 9-23 juli (heiligdomsvaart-zevenjaarlijks)
Periode: 6e eeuw - heden
Locatie: Parochiekerk van de H. Servatius (Basiliek)
Adres: Keizer Karelplein 3, 6211 TC Maastricht
Gemeente: Maastricht
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De heilige Servaas, bisschop 'van de Tongeren', stierf te Maastricht in de vierde of vijfde eeuw en werd begraven op het Romeinse kerkhof, gelegen ter hoogte van het huidige Servaascomplex. De oudste berichten van pelgrimage naar zijn graf dateren uit de zesde eeuw. Omstreeks 1160 werd zijn gebeente bijgezet in de 'noodkist'. In de late middeleeuwen kwamen pelgrims van Scandinavië tot Italië, van Engeland tot Hongarije naar Maastricht. Van 1391 is de eerste Maastrichtse heiligdomsvaart bekend. Bij deze zevenjaarlijkse vaarten toonde men relieken aan de pelgrims. Dit geschiedde vanaf de dwerggalerij van de St. Servaaskerk. De heiligdomsvaart van 1496 trok naar schatting 100.000 pelgrims. Nadat in 1632 het tweeherige Maastricht deels onder Staats gezag was gekomen, bleef Maastricht voorlopig nog als bedevaartplaats functioneren. De relieken werden in de 18e eeuw alleen nog in de kerk getoond; de heiligdomsvaarten verdwenen. In de 19e eeuw brak een nieuwe bloeiperiode aan. Sinds 1874 zijn de heiligdomsvaarten in ere hersteld. De relieken worden sindsdien in de kerk getoond en meegedragen in een grote ommegang. Sinds de jaren dertig is de bekendheid de provincie Limburg en het aangrenzende buitenland ontstegen. De meest recente heiligdomsvaart, die van 3 juli 2011 trok tegen de 175.000 deelnemers en bezoekers.
Auteur: Ottie Thiers & Jurjen Vis
Illustraties:
Topografie Graf en kerk
- De St. Servaaskerk ligt in het centrum van Maastricht, met de oostzijde aan het Vrijthof, de noordzijde met pandtuin omgeven door een kruisgang aan het Keizer Karelplein, de westzijde aan het Servaasklooster en de zuidzijde aan het Hendrik van Veldekeplein en een straatje met de naam het Vagevuur, dat naar het Vrijthof leidt. Naast de Servaaskerk, aan de overzijde van het Vagevuur, staat de voormalige parochiekerk van St. Jan, die na de verovering van Maastricht in 1632 door Frederik Hendrik aan de protestanten is gegeven.
De georiënteerde kruiskerk heeft een oost- en een westkoor. Het priesterkoor ligt hoger dan het schip en loopt door onder de viering; vroeger bevond zich hier het kanunnikenkoor. Onder dit verhoogde priesterkoor (en toegankelijk vanaf de noord- en zuidzijde hiervan) bevindt zich de grote crypte. Deze geeft aan de westzijde toegang tot achtereenvolgens de kleine crypte en de grafkamer.
- Servaas, bisschop van de Tongeren in de (vierde of) vijfde eeuw, overleed in Maastricht, waar hij werd begraven 'naast de heirbaan': ten zuiden van de weg naar Tongeren, in een laat-Romeins grafveld (vierde en vijfde eeuw), waar nu het Servaascomplex ligt. Boven zijn graf zou aanvankelijk een houten gedachteniskerkje zijn opgetrokken. Opgravingen in de jaren tachtig van de 20e eeuw hebben veel nieuwe gegevens opgeleverd over de vroegste bouwgeschiedenis van de kerk. Zo zijn onder de huidige grafkamer de restanten aangetroffen van een laat-antieke stenen grafkapel (4,30 x 3,90 m) met een ernaast gelegen waterbassin, dat wellicht als doopbekken is gebruikt. Kort na 549 liet bisschop Monulphus Servaas' lichaam opgraven en overbrengen naar een door hem gebouwd en aan Sint Pieter gewijd 'magnum templum', de oudste voorganger in steen van de huidige Servaaskerk. Deze kerk (ca. 15 m breed) lag ter plaatse van de huidige vieringscrypte, onmiddellijk ten oosten van de genoemde grafkapel. In de zevende eeuw werd de kerk uitgebreid met een driedelig westkoor, waarin de grafkapel werd opgenomen.
Bij deze grafkerk hoorde een 'monasterium', de voorloper van het reeds in de 11e eeuw bestaande kapittel. Ook een aantal van Servaas' opvolgers (allen heiligen) werd in de kerk begraven. Waarschijnlijk was de O.L. Vrouwekerk (⟶ Maastricht, O.L.Vrouw; heiligdomsvaart) tot circa 700 de bisschopskerk.
- De grond waarop de gebouwen stonden, behoorde waarschijnlijk tot het kroondomein van de merovingische koningen. Omstreeks 700 vestigde de laatste Maastrichtse bisschop, Lambertus (⟶ St. Pieter, Lambertus), zich om onbekende redenen in Luik. Deze verplaatsing van de bisschopszetel viel samen met de usurpatie van de macht door de Pepiniden. Voor de nieuwe Karolingische dynastie droeg het bezit van het graf van Servaas bij aan de sacraliteit van hun koningschap.
In de eerste helft van de achtste eeuw werd de bestaande kerk afgebroken en vervangen door een iets westelijker gelegen drieschepige basilica (38 x 20 m), met een onder het koor gelegen crypte. Het uit schriftelijke bronnen bekende Salvatoraltaar stond waarschijnlijk bij de ingang van het priesterkoor, boven de grafkamer van Servaas, op de plaats van de westbouw van de afgebroken kerk. Later (in de 10e eeuw?) werd de kerk onder meer uitgebreid met een westkoor. Ook werd tien meter ten westen van Servaas' grafkamer de grafplaats aangelegd van de heilige bisschoppen Monulphus en Gondulphus, waarboven eveneens een altaar werd geplaatst.
De vaak geuite veronderstelling dat Einhard, 'abt' van het 'monasterium' van St. Servaas en biograaf van Karel de Grote, de kerk in het begin van de negende eeuw ingrijpend liet verbouwen, wordt door de jongste opgravingen niet gesteund. In die tijd werd Servaas als medepatroon van de kerk genoemd, naast Sint Pieter. Karel van Lotharingen, een der laatste Karolingers, liet zich omstreeks 1000 in de St. Servaaskerk begraven. Zijn sarcofaag bevindt zich in de kleine crypte.
- Bij de Duitse koningen en keizers van de 11e en 12e eeuw stond de St. Servaaskerk bijzonder in aanzien. De hoge status van Servaas als heilige en de legen-darische overhandiging van de sleutel door Petrus aan Servaas versterkten de positie van Frederik Barbarossa in zijn conflict met de paus. Het huidige kerkgebouw kwam grotendeels tot stand in deze periode. In het begin van de 11e eeuw werd de tweede kerk afgebroken, en vervangen door een grotere drieschepige kruiskerk met een halfrond gesloten oostkoor. In de polygonaal gesloten transeptarmen bevonden zich omgangen, die toegang gaven tot een onder het koor gelegen oostcrypte. De benedenbouw van het westwerk dateert uit deze bouwfase. Ook de huidige grafkamer en kleine crypte zijn toen gebouwd. Deze derde kerk werd gewijd op 12 augustus 1039, in het bijzijn van keizer Hendrik III.
- In de tweede helft van de 11e eeuw liet proost Humbertus belangrijke verbouwingen uitvoeren. Een nieuwe vieringscrypte gaf toegang tot het graf van hertog Karel en de grafkamer van Servaas. De kerk (85 x 34 m) kreeg rechtgesloten transeptarmen (breedte in transept 42,5 m) zonder omgangen, maar met portalen aan weerszijden van de absis, die dienst deden als in- en uitgang bij processies en waarschijnlijk ook door de pelgrims gebruikt werden. Humbertus liet boven het Servaasaltaar een baldakijn aanbrengen en versieren en plaatste een cenotaaf boven het graf van Monulphus en Gondulphus.
- In de tweede helft van de 12e eeuw verrees de huidige absis, met dwerggalerij en koortorens, gemodelleerd naar de absis van de dom van Spiers. De oostcrypte werd toen volgestort. Met zekerheid vanaf de 15e eeuw deed de dwerggalerij aan de buitenzijde van de absis tijdens de heiligdomsvaarten dienst bij reliekentoningen, zodat hiervan een groot aantal pelgrims getuige kon zijn. De muur die het Vrijthof scheidde van de omringende straten werd bij die gelegenheden op kosten van de stad afgebroken en na afloop weer opgebouwd. De westbouw, evenals de absis voltooid in de late 12e eeuw, is een rechthoekige aanbouw van meerdere verdiepingen; een daarvan is de zogenaamde keizerzaal. De monumentale westbouw is een uitdrukking van de belangrijke positie van de St. Servaas als keizerlijke kerk. Na de 12e-eeuwse verbouwing diende het noordoostportaal van het schip waarschijnlijk als hoofdingang voor de pelgrims. Het tympaanreliëf boven deze ingang toont Christus als leraar en rechter, omringd door de symbolen der vier evangelisten. De randtekst luidt (vertaald): 'Dit is een huis om te bidden, een huis om de zonden af te wassen. Deze drempel moet gij, mens, overschrijden, indien gij de schuld wilt uitwissen. Binnen biedt de bron van erbarming een reinigingsbad voor de zonden.' In de stiftskapel, vlakbij dit portaal gelegen aan het noordelijk transept, bevond (en bevindt) zich de schatkamer.
- In 1204 ontving de hertog van Brabant de keizerlijke rechten over Maastricht in leen en nam het politieke belang van kerk en kapittel langzaam af. In de 13e eeuw werd aan de zuidwestzijde van het schip het Bergportaal gebouwd (gelegen aan een 'berg'), rijk voorzien van vroeggotisch beeldhouwwerk. De binnenste boog boven de deur toont de stamboom van Christus en St. Servaas.
- De gotische koningskapel aan de noordzijde naast het koor (afgebroken in 1806) is gebouwd in opdracht van de Franse koning Lodewijk XI (1423-1483) (zie onder Cultusobject).
- Vanaf het midden van de 15e eeuw werd het schip van de St. Servaaskerk in gotische stijl verbouwd. Op de begane grond ('de aarde'), waren de pijlers en wanden donker, daarboven (in de 'hemelkoepel'), gepleisterd, met schilderingen op een lichte ondergrond. Aan de zijbeuken verrezen kapellen; de huidige kruisgang om de pandhof verving een houten voorganger. Een aantal kapitelen in de oostelijke gang beeldt engelen uit die relieken van St. Servaas tonen (sleutel, hemelse doeken, hoofd en mijter). Deze voorstellingen markeerden voor de pelgrim de weg naar de aan de gang gelegen schatkamer. De gang voert uiteindelijk naar het bovenbeschreven noordoostportaal, waardoor men vervolgens de kerk betrad.
- Midden voor het doxaal (begin 14e eeuw) stond, vrijwel boven de grafkamer, het Servaasaltaar, waarboven op een console aan het doxaal, onder een gepolychromeerd natuurstenen baldakijn, het houten beeld (ca. 1300) van de heilige stond. Het doxaal was verfraaid met sculpturen die scènes uit het leven van Servaas uitbeeldden: Attila bedreigt de slapende Servaas; Servaas doopt Attila; Servaas ontvangt de drinkbeker en doodt de draak; de dood van Servaas. De noodkist stond op het priesterkoor ten oosten van het hoogaltaar, gedeeltelijk op een achter het altaar geplaatste schrijnonderbouw. Alleen de voorgevel van de noodkist was aan de koorzijde zichtbaar.
- In 1632 traden de Staten-Generaal in de rechten van de hertogen van Brabant (in casu de koning van Spanje). De bisschop van Luik bleef medesoeverein van Maastricht, zodat de katholieken hun godsdienst mochten blijven uitoefenen, zij het met beperkingen.
- In de 17e en 18e eeuw betroffen de veranderingen aan de kerk voornamelijk het interieur. De altaren die aan elk van de twaalf pijlers van het schip stonden, werden in 1609 afgebroken. Het altaar van de bisschoppen Monulphus en Gondulphus, in het middenschip, werd in 1628 verwijderd; de cenotaaf begroef men ter plekke.
- Deken Lipsen schonk bij testament in 1693 vier niet meer bestaande afbeeldingen voor de noord- en zuidwand van het koorgestoelte. Deze toonden vier aan Servaas toegeschreven wonderen: zijn graf dat sneeuwvrij blijft; de bevrijding van veertig gevangenen in Goslar in de 11e eeuw; wonderen tijdens de reis van het schrijn naar Aken in de 11e eeuw; een opwekking uit de dood in Frankrijk in de 15e eeuw.
- In de 18e eeuw werd de kerk ingericht in barokstijl en gewit. Het koor werd vernieuwd, waarbij het doxaal werd afgebroken (1731). Boven de grafkamer werd een nieuw barok tombe-altaar opgericht, waarop het oude beeld geplaatst werd. Boven het koorgestoelte werd een nieuwe beeldcyclus aangebracht, bestaande uit zwart marmeren reliëfs, waarvan slechts een deel van de voorstellingen bekend is: Noormannen die tevergeefs proberen de kerk in brand te steken en een schrijnprocessie. Op het westwerk verrezen in 1767 barokke torens, ontworpen door de Luikse architect Faën.
- De beide Maastrichtse kapittels, van de O.L. Vrouwe- en van de St. Servaaskerk, zijn in 1797 opgeheven. In de Franse Tijd gebruikten militairen de kerk als paardenstal en hooiopslagplaats. Vanaf 1804 moest de kerk, die van binnen en van buiten grote schade had geleden, worden ingericht als parochiekerk. Men brak het ten opzichte van het schip hooggelegen kanunnikenkoor af en verlaagde de vloer ten koste van de daaronder gelegen crypten. Ook het hoogaltaar met de schrijnonderbouw voor de noodkist werd afgebroken. De noodkist werd in de eerste zijkapel van het schip, aan de zuidoostzijde, geplaatst en het barokke Servaasaltaar met het gotische beeld aan de oostwand van het noordelijk transept. In het zuidelijk transept plaatste men een altaar met een beeld van St. Lambertus, de laatste in Maastricht zetelende bisschop.
- In de tweede helft van de 19e eeuw (met name van 1868 tot 1893) onderging de kerk een ingrijpende restauratie onder leiding van architect P. Cuypers. Als gevolg van de toegenomen waardering voor geschiedenis en kunst werd gepoogd de 'historische' toestand te herstellen en te vervolmaken. Het koor werd weer verhoogd en de crypten gereconstrueerd. Deken F.X. Rutten ontwierp een iconografisch programma voor de hele kerk, met als voornaamste leidraad het thema van 'de Lijdende, de Strijdende en de Triomferende kerk'. Dit werd in horizontale zin gerealiseerd in de pandhof, het schip en de oostpartij, en in verticale zin in de onderkerk, op de begane grond (schip en koor), en in de gewelven. Een rijke Servaassymboliek was met dit thema vervlochten, zowel in de uitvoering en plaatsing van kerkmeubilair als in de talrijke wandschilderingen. Het houten Servaasbeeld werd in 1884 geplaatst aan de noordelijke vieringspijler, aan de zuidelijke pijler kwam een neogotisch beeld van St. Lambertus. In de absis, achter het nieuwe hoogaltaar, bouwde men in 1895 een marmeren stellage voor de cenotaaf van Monulphus en Gondulphus, de noodkist, en kopieën van vier medio 19e eeuw verkochte gevelvormige reliekhouders, die bij de noodkist behoorden. Pelgrims konden ter verering onder de stellage door lopen.
Cuypers richtte een nieuwe schatkamer/kapel in ten westen van de pandhofgang (de voormalige kapittelrefter), met een museale presentatie van de kerkschat. De iconografie was gebaseerd op het officie van het feest van Allerheiligen.
De barokke torenhelmen van de westbouw werden vervangen door neoromaanse. Tussen deze twee torentjes verrees een hoge neogotische toren, die in 1955 afbrandde.
- In 1929 verhuisde de noodkist van de absis naar een aparte kapel in het zuidelijk transept, waar men haar beter kon zien en vereren. Na nog enkele verplaatsingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werd de kist begin jaren zestig gerestaureerd. Tegenwoordig staat de schrijn in de in de jaren tachtig vernieuwde schatkamer.
- Van 1980 tot 1990 vond opnieuw een grote restauratie plaats, die de bestaande bouwkundige structuur niet aantastte. Na een felle polemiek over het werkplan werd in een deel van de kerk de 15e-eeuwse polychromie hersteld; waar dat niet mogelijk was handhaafde men de 19e-eeuwse beschildering. De dichtgemetselde toegangen aan weerszijden van de absis werden weer opengebroken en van bronzen deuren voorzien. De schatkamer werd weer op de oorspronkelijke plaats ondergebracht; de vrijgekomen ruimte werd in gebruik genomen als Servatiusdagkapel. Achterin de kapel staat een nieuw vervaardigd beeld van de heilige; tevens ligt er een intentieboek.
- In 1985 verhief paus Johannes Paulus II de St. Servaaskerk tot basiliek.

Servaasbron en -fontein
- In 1496 liet het stadsbestuur een put slaan op het Vrijthof, die een geplande St. Servaasfontein van water zou moeten voorzien. Het plan mislukte omdat de put te weinig water gaf. Omstreeks 1600 werd het plan alsnog verwezenlijkt (vgl. ⟶ Houthem, Gerlach). Bij een bron in het toenmalige Servaasbroek, even buiten Maastricht, werd een verzamelbekken gemetseld, waarvandaan een houten pijpleiding werd aangelegd naar het Vrijthof. Midden op het plein werd een verdiept gelegen ronde fontein aangelegd met in het midden een hardstenen fonteinvaas met een bronzen deksel, waarop een beeldje stond van een zegenende Servaas. Op de marmeren balustrade rond het bassin stond in het Latijn de tekst: 'Reiziger vereer deze bron, die ge hier ziet, want ze is heilig, en hetzij ge dorst, hetzij ge koorts hebt, drink ervan, leef, vaarwel. Daartoe vermaant u de vertrouwde naam van St. Servatius'. Ten behoeve van de pelgrims werden bij de fontein aardewerk bekers geplaatst. De watertoevoer bleef een voortdurende bron van zorg. Kort na 1670 werd de fonteinbak met aarde gevuld; in 1733 werden de laatste resten ervan opgeruimd.
- In de 19e eeuw was de bron die de fontein van water had voorzien niet meer dan een drassig veld. In 1886-1888 werd op deze plaats, nabij het gehucht Biesland, tussen de Cannerweg en het riviertje de Jeker (voor een situatieschets ⟶ Sint Pieter, Lambertus), een ronde stenen put gemetseld. Boven de put kwam een Servaasbeeld onder een smeedijzeren baldakijn. Op de rand van de put stond het opschrift 'Eer Pelgrim deze heilige bron, en hetzij dorst of koorts u kwelle, drink tot lafenis en genezing, zoo helpe u de H. Servatius.' In 1888 werd het geheel ingezegend. De put is gerestaureerd in de jaren vijftig en in 1997. Bovenvermeld opschrift staat sinds 1997 gebeiteld in een steen in het plaveisel onder de toegangspoort. De bron wordt, in elk geval sinds 1840, in verband gebracht met een passage in de Servaaslegende van Heinric van Veldeke, waarin de heilige op de terugtocht van Rome naar Tongeren gekweld werd door dorst, met zijn staf een kruis tekende in de aarde en bad, waarop een bron ontsprong. Het water, gedronken uit de door een engel overhandigde beker, leste zijn dorst en genas een koortslijdende vrouw. In de 15e eeuw verbond men in Maastricht deze passage nog met een plaats in de Elzas.
- In 1934 werd, ter gelegenheid van de 1550e sterfdag van Servaas, midden op het Vrijthof een nieuwe fontein aangelegd naar ontwerp van Charles Vos. Vanwege de bouw van een parkeergarage onder het Vrijthof werd de fontein in 1992 verplaatst naar het Keizer Karelplein. Boven de fontein staat een beeld van Servaas met staf en sleutel. Op de rand van het achthoekige bassin tonen drie reliëfs de volgende voorstellingen: een engel overhandigt de op het altaar liggende staf aan Servaas; een engel geeft Servaas de sleutel; drie figuren dragen de noodkist en de bisschopsstaf.
- De oudste brug over de Maas is in 1932 naar de patroonheilige vernoemd. Op een van de pijlers staat zijn beeld.
Cultusobject St. Servaas
- Volgens de legende kwam Servaas uit de stad Paenestia, tussen Armenië en Perzië. Hij was een bloedverwant van Jezus Christus in de vierde graad. Een zuster van Anna, moeder van de Maagd Maria, was Esmeria. Haar kleinzoon Emiu, die dus een achterneef was van Jezus, huwde Memelia; zij waren de ouders van Servaas. Servaas verbleef in Jeruzalem bij het H. Graf toen een engel hem naar Tongeren zond om bisschop Valentinus op te volgen. Hiervandaan maakte hij een pelgrimsreis naar Rome om bij Petrus' graf de redding van zijn door de Hunnen bedreigde stad af te smeken. Daar ontving hij in een visioen van Petrus een hemelsleutel. Omdat Tongeren toch verwoest zou worden, moest hij de bisschopszetel verplaatsen naar Maastricht, waar hij enige tijd later stierf aan koorts.
- Door zijn veronderstelde verwantschap met Christus beschouwden velen Servaas als een machtige voorspreker bij God. Deze voorstelling werd nog versterkt door het bezit van de hemelsleutel, die hem zeggenschap verleende over de toelating tot de hemel. Behalve als machtig voorspreker geldt Servaas als beschermer tegen reuma en jicht, tegen koorts en besmettelijke ziekten bij mens en dier, en als bezorger van goed weer. Ook wordt hij beschouwd als behoeder ('servare': 'bewaren') van onder meer het geloof. Hij is een van de vier ijsheiligen; op zijn feestdag kan het zeer koud zijn. In Bretagne wordt hij vereerd als beschermer op zee en in de Elzas als drakendoder. In Maastricht vereert men Servaas vooral als eerste bisschop en als patroonheilige van de stad.
- De basis van de in de middeleeuwen ontstane legende rond St. Servaas is gelegd door Gregorius van Tours in de late zesde eeuw, op grond van mondelinge overlevering (zie onder Verering, Legende). Gregorius plaatst Servaas in het midden van de vijfde eeuw.
In de 16e eeuw werden klassieke schrijvers herontdekt, onder wie Athanasius van Alexandrië (295?-373) en Sulpicius Severus (370-420). Zij vermelden een Gallische bisschop Servatius of Sarbatios (een enkele maal expliciet 'Tungrorum episcopus' genoemd) die in de periode 343-359 aanwezig was bij enkele concilies en deel uitmaakte van een gezantschap van de tegenkeizer Magnentius naar keizer Constantius II. Een reeds in de middeleeuwen bekende bron betreffende het concilie van Keulen in 346, waarvan de authenticiteit betwijfeld wordt, levert soortgelijke gegevens. In de 17e eeuw 'berekenden' diverse auteurs Servaas' sterfjaar; er kwamen diverse jaartallen uit de bus, waaronder 384. Dit jaartal werd vanaf de 19e eeuw algemeen geaccepteerd. Servaas' feestdag, 13 mei, was al in de achtste eeuw gebruikelijk.
De la Haye (1994) voert goede argumenten aan ten gunste van de opvatting van Gregorius van Tours dat Servaas in de vijfde eeuw leefde, maar het probleem van het bestaan van een oudere, vierde-eeuwse bisschop Servaas lost hij niet op.

Graf
- In de vroege middeleeuwen vereerde men St. Servaas bij zijn graf, dat vanaf de zesde eeuw deel uitmaakte van de kerk. De huidige grafkamer, uit de 11e eeuw, ligt boven zijn vroeg-middeleeuwse voorganger.

De reliekencollectie
- In de loop der eeuwen raakte de schatkamer van de St. Servaaskerk, evenals die van de ⟶ O.L. Vrouwekerk, gevuld met tal van belangrijke relieken. De uit het graf verheven overblijfselen van St. Servaas vormen de kern van de reliekenschat, waartoe echter ook relieken van Christus, Maria, een reeks heilige bisschoppen van Maastricht en vele andere heiligen behoren. In het begin van de negende eeuw schonk Einhard relieken van HH. Petrus en Marcellinus aan de kerk, waarbij ook genezingen geschiedden.
- De grote politieke omwentelingen, de Nederlandse Opstand en de Franse Revolutie, hebben de kerkschat niet ongemoeid gelaten. In 1579 zijn Servaas' 'hemelse doeken' verdwenen en raakte zijn reliekbuste zwaar beschadigd (zie hieronder). Van 1634 tot 1654 waren de relieken en kostbaarheden van St. Servaas in veiligheid gebracht in de schatkamer van de St. Lambertuskerk in Luik.
- Toen in 1797-1798 het kapittel werd opgeheven is een deel van de voorwerpen in veiligheid gebracht bij de kanunniken thuis. In het begin van de 19e eeuw is een deel ervan weer in bezit van de kerk gekomen. Sommige voorwerpen zijn echter spoorloos verdwenen, andere worden nu elders bewaard. Vooral vanaf 1868 is de kerkschat ten dele in haar oude glorie hersteld. Veel reliekhouders zijn gerestaureerd of gereconstrueerd.

Servaasrelieken
- De overblijfselen van het gebeente en de kleding van de heilige worden bewaard in de Servatiusschrijn (de Noodkist, zo genoemd omdat het schrijn vanaf de late middeleeuwen in tijden van nood door de stad werd gedragen) en verschillende reliekhouders. Fragmenten hiervan zijn verspreid over tal van andere kerken en kloosters. Zo zijn enkele partikels van het gebeente in 936 in opdracht van koningin Mathilda, na het overlijden van haar man koning Hendrik I, vanuit Maastricht overgebracht naar het Duitse Quedlinburg (Harz). Keizer Hendrik III verwierf in 1050 voor zijn kerk in Goslar Servaas' onderkaak. In 1996 werd een Servaasreliek geschonken aan een honderd jaar bestaande Servaasparochie bij Jakarta (Indonesië).
- Noodkist: De 12e-eeuwse Noodkist van hout en verguld koper (lengte 1,75 m, 49 breed, hoogte 64 cm; 200 kg) bevat een deel van Servaas' gebeente en overblijfselen van zijn kleding. Ook relieken van andere (veronderstelde) bisschoppen van Tongeren/Maastricht, te weten Martinus, Valentinus, Candidus, Monulphus en Gondulphus worden erin bewaard. De zogenoemde voorgevel verbeeldt Servaas, de andere gevel toont Christus; de zijpanden verbeelden elk zes apostelen; op de daken zijn de rechtvaardigen en de zondaars te zien. De verering was al in de middeleeuwen vooral gericht op het graf van St. Servaas en de Noodkist, meer dan op het hoofd van de heilige. De Noodkist werd niet getoond vanaf de dwerggalerij. In de late middeleeuwen werd zij uitsluitend in processie door de stad gedragen wanneer deze in nood verkeerde. De vier gevelstukken die vroeger naast het schrijn in het altaar stonden opgesteld, zijn in 1843 verkocht en bevinden zich momenteel in Brussel (Koninklijke Musea voor Geschiedenis en Kunst)
- Reliekbuste/borstbeeld: Dit holle borstbeeld van St. Servaas (verguld koper, hoogte 65 cm, breedte 51 cm) bevat de schedel van de heilige, met uitzondering van gedeelten van zijn onderkaak. Alexander Farnese, prins van Parma, schonk de buste in 1580. Het was een vergoeding voor een rijker borstbeeld van de heilige, een geschenk van hertog Hendrik van Beieren uit 1403, dat bij het beleg van Maastricht in 1579 verloren was gegaan. De schedel zelf en het voetstuk van de oude buste waren behouden gebleven. Ook de buste uit 1403 heeft waarschijnlijk een voorganger gehad. Het borstbeeld werd in de noodprocessies meegevoerd, voorafgaand aan de Noodkist. In 1567 besliste het kapittel van de Servaaskerk dat het borstbeeld voortaan alleen nog in de twee belangrijkste processies, van Servaasdag (13 mei) en Sacramentsdag, zou meegaan. Bij grote drukte werd het borstbeeld op het Servaasaltaar gezet. In 1908 werd een nieuw voetstuk vervaardigd, versierd met acht reliëfs, nabootsingen van de reliëfs van het oorspronkelijke voetstuk uit 1403 (bewaard te Hamburg), die de oudste duidelijke en nauwkeurige afbeeldingen vormen van de meeste heiligdommen van Servaas. Op de originele zilveren reliëfs (gedreven en geciseleerd zilver, restanten verguldsel en polychromie, 14 x 10,7 cm) worden achtereenvolgens afgebeeld: Servaas wordt benoemd tot bisschop; een engel overhandigt hem de kromstaf en zet hem een mijter op het hoofd; Petrus overhandigt Servaas de sleutel; terwijl Servaas rust, biedt een adelaar hem schaduw en wuift hem koelte toe, welk wonder wordt gadegeslagen door Attila; Servaas doodt met zijn pelgrimsstaf een draak; Servaas laat met zijn pelgrimsstaf een bron ontspringen en een engel overhandigt hem de drinkbeker; Servaas schenkt vergiffenis aan de jongens die druiven stelen uit de wijngaard van het Servaaskapittel; twee engelen leggen een doek over het ontzielde lichaam van Servaas.

Aan Servaas toegeschreven voorwerpen
- Naast de eigenlijke overblijfselen van St. Servaas (gebeente en kleding) is, aanwijsbaar vanaf de 11e eeuw, tot ver in de 17e eeuw een groot aantal voorwerpen toegeschreven aan de heilige. Zij zouden in zijn graf gevonden zijn. Enerzijds zijn dit bisschoppelijke en priesterlijke waardigheidstekenen die hem zouden hebben toebehoord, zoals een kromstaf, borstkruis, een hanger met kruisreliek (monile), draagaltaar en zegel, een grote pontificale kelk en een reiskelk; anderzijds betreft het voorwerpen waarvan de herkomst wordt verklaard door de legende: de staf die hij op zijn (pelgrims-)reizen bij zich had, de reliekenhoorn die hij meebracht uit Jeruzalem, de sleutel die hij in Rome bij het graf van Petrus ontving, de drinkbeker die hem onderweg door een engel werd aangereikt en de drie 'hemelse doeken' die door engelen over zijn ontzielde lichaam werden gelegd. De laatste toeschrijving (eind 17e eeuw) was een gevelvormige reliekhouder. Behalve de drinkbeker, die dateert uit de eerste eeuw na Christus en waarschijnlijk een bodemvondst is, kan geen van de voorwerpen aan de heilige hebben toebehoord, daar ze alle vervaardigd zijn tussen 800 en kort na 1600.
- Monile: de monile van Sint Servaas was een gouden reliekenhanger met daarin een ovale kristal. Dit borstsieraad bevatte behalve een partikel van het Heilig Kruis en enkele relieken, tevens een klein zilveren crucifix dat door de evangelist Lucas zou zijn vervaardigd. De moeder Gods zou de hanger op haar borst hebben gedragen en de patriarch van Jeruzalem zou hem aan Servaas - die immers een bloedverwant was - geschonken hebben. Jocundus maakt er als eerste melding van. De monile werd getoond vanaf de dwerggalerij. Hij werd meegevoerd in grotere processies en op hoogtijdagen in de koningskapel uitgesteld. De hanger is omstreeks 1800 verloren gegaan.
- Bisschops- en pelgrimsstaf: de beide staven van Servaas werden bij de heiligdomsvaarten getoond en in de grote processies meegevoerd. De bisschopsstaf zou volgens de legende hebben toebehoord aan Servaas' voorganger Valentinus, en gaf hem de macht ziekten te verlichten en zonden weg te nemen. De staf (lengte 1,75 m) is vervaardigd uit hout, met een ivoren krul. Op de vergulde rand onder de knop is te lezen: 'Baculus sancti Servatii' ('staf van Sint Servaas'). De staf is in de 12e eeuw door het kapittel verworven ter vervanging van een oudere kromstaf van Servaas, die aan Hendrik de Vogelaar ten geschenke was gegeven voor zijn klooster in Quedlinburg. De pelgrimsstaf (lengte 1,14 m) is een taustaf, bestaande uit een houten stok met een ivoren handgreep. De staf is hem aanvankelijk toebedeeld omdat hij die als pelgrim bij zich gehad zou moeten hebben. Later (aantoonbaar vanaf de 13e eeuw) nam men aan dat Servaas met deze staf op de terugreis uit Rome ergens een bron heeft doen ontspringen en een draak heeft gedood. De staf heeft mogelijk toebehoord aan een van de negende-eeuwse abten van de St. Servaas.
- Drinkbeker: de drinkbeker van Servaas is een Romeinse geribde kom van paars-wit gemarmerd millifiori-glas uit de eerste eeuw (hoogte 5 cm, diameter 11 cm). In de 17e eeuw is voor de kom een zilveren houder op een voet gemaakt, de zogenaamde 'ananasbokaal'. De beker is pas omstreeks 1400 aan Servaas toegeschreven, maar speelde een belangrijke rol in het volksgeloof, omdat het drinken eruit koorts en ziekte zou genezen. Op hoogtijdagen (en op verzoek) kon men in de kerk uit de beker drinken. In 1630 werd de jezuïet Marcus van den Tympel van een hardnekkige koorts bevrijd, nadat hij er verschillende malen uit had gedronken (vgl. ⟶ Susteren, Amelberga c.s.). Sinds het herstel van de kerkschat in de 19e eeuw wordt de beker in processies meegevoerd. In 1918, tijdens de Spaanse-griepepidemie, wilden velen eruit drinken.
- Servaassleutel: De rijkbewerkte Servaassleutel van gegoten zilver met restanten verguldsel (hoogte 29 cm) is, sinds zijn eerste vermelding in de 11e eeuw door Jocundus, het voornaamste attribuut van de heilige geworden. De van oorsprong Karolingische sleutel (een 'clavis David', symbool van het koning-priesterschap van Karel de Grote) is waarschijnlijk in het begin van de negende eeuw in Aken gemaakt. De iconografie van de sleutel verwijst naar Christus. In de 12e eeuw werd voor het eerst verhaald dat Maastrichtse priesters deze sleutel gebruikten om de akkers te reinigen van veldmuizen, ratten en wormen, niet alleen in de buurt van Maastricht, maar ook in de Haspengouw, Taxandrië en zelfs Saksen. De sleutel werd meegevoerd in verschillende processies. In de late middeleeuwen zat rond 13 mei een geestelijke met de sleutel in de kerk voor het Servaasbeeld, waarschijnlijk om de bezoekers ermee te zegenen. Op Goede Vrijdag werd met de sleutel en een kruisreliek water gewijd voor uitdeling aan de gelovigen.
- Hemelse doeken: De drie 'hemelse doeken' (de witte zweetdoek, de rode lijkwade en de witte grafdoek), werden uitsluitend tijdens de heiligdomsvaarten getoond. Zij werden al in het derde kwart van de 11e eeuw in de St. Servaaskerk bewaard. Ze zijn in 1579 bij het beleg van Maastricht verloren gegaan.
- Borstkruis (gouden borstkruisje): Het borstkruis met het ivoren corpus Christi (Trier, tweede kwart 11e eeuw; 16,2 x 11,2 cm), is gemaakt uit kersenhout, dat is bedekt met edelmetalen platen en gedecoreerd met een rand van emails en (half-)edelstenen. Boven het corpus, waarvan de voeten ontbreken, is waarschijnlijk een ouder gouden borstkruisje gemonteerd geweest, dat is verdwenen. In een holte bevinden zich partikels van het Heilig Kruis en relieken van verschillende heiligen. Het borstkruis is vermoedelijk in 1039 door keizer Hendrik III geschonken. In 1403 schreef hertog Hendrik van Beieren zijn wonderbaarlijke genezing toe aan dit kruis. Op het moment dat hij genas van podagra (jicht in de voet) zouden de voeten van het Christuscorpus gevallen zijn. Ter ere hiervan zou de Franse koning Lodewijk XI, een verwant van de hertog, de koningskapel naast het koor van de Servaaskerk hebben laten bouwen. Het kruisje hing waarschijnlijk aan het borstbeeld van Servaas. Vanaf het eind van de 15e eeuw kon het op hoogtijdagen vereerd worden in de koningskapel.
- Reliekenhoorn: De hoorn van St. Servaas is oorspronkelijk een blaas- of jachthoorn (Sicilië, 12e eeuw), gemaakt van een uitgeholde olifantstand, die later gevuld werd met diverse relieken. Op 10 augustus 1628 werd de hoorn meegedragen in een processie om beter weer. Het voorwerp is omstreeks 1800 verdwenen uit de kerkschat en bevindt zich sinds 1861 te Brussel (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis).

Servaasbeelden
- Jocundus noemt in zijn vita een met goud beslagen Servaasbeeld, dat in de tiende en elfde eeuw aanwezig moet zijn geweest, en waarschijnlijk ouder was.
- Een levensgroot gepolychromeerd, houten, met stenen versierd beeld van St. Servaas (Keulen, circa 1300) toont de heilige als bisschop met in zijn rechterhand de sleutel, in de linker een kromstaf en aan zijn voeten een draak. Dit beeld heeft de iconografie van de heilige grotendeels bepaald. Volgens een 15e-eeuwse afbeelding was het beeld voorzien van een natuurgetrouwe bonte polychromie. Kort na 1600 werd het verguld. Van circa 1743 tot 1858 was het beeld beschilderd in wit en goud. In 1858 voorzag P.J.H. Cuypers het beeld van een neogotische polychromie.
- Achterin de Servatiusdagkapel staat een manshoog ongepolychromeerd houten beeld van St. Servaas (ingezegend in 1990); het werd gemaakt naar voorbeeld van het fonteinbeeld van Charles Vos uit 1934 door diens leerling Jef Eymael.

Reliekentoning tijdens heiligdomsvaart
- Bij de zevenjaarlijkse laatmiddeleeuwse heiligdomsvaarten werden vanaf de dwerggalerij van de St. Servaaskerk de volgende relieken van Servaas getoond: de drie 'hemelse doeken', het borstbeeld van de heilige, de monile, de bisschopsstaf, de pelgrimsstaf en de grote kelk met pateen. Als laatste toonde men de rechterarm van de H. Thomas, waarmee deze de wonden van Christus had aangeraakt. Na de toningen konden de pelgrims in de kerk andere relieken en voorwerpen vereren, zowel van Servaas als van andere heiligen. Deze stonden waarschijnlijk uitgesteld op de vele altaren.
- Ook aan de sinds 1874 herstelde heiligdomsvaarten zijn reliekentoningen verbonden. Een groot deel van de reliekenschat wordt getoond, zowel in als buiten de kerk. De toningen in de openlucht geschieden in processievorm en niet meer vanaf de dwerggalerij.
Verering Legende
- De Servatiushagiografie was tot in het laatste kwart van de 11e eeuw uitsluitend gebaseerd op de Historia Francorum (II, 5) en het Liber miraculorum (caput 72) van Gregorius van Tours (†594). Gregorius vertelt hierin over Aravatius, bisschop van Tongeren, zijn pelgrimage naar het graf van Petrus in Rome, het visioen, zijn terugkeer in Tongeren en vertrek naar Maastricht. Daar aangekomen sterft hij aan koorts en wordt begraven. Als het sneeuwt blijft zijn graf onbedekt (de heilige 'leeft voort'). Bisschop Monulphus laat een 'magnum templum' bouwen voor de stoffelijke resten van Servaas.
- In het laatste kwart van de achtste eeuw kwam de Vita antiquissima Sancti Servatii tot stand, waarin het verhaal enigszins werd uitgebreid: Servaas vernam van Petrus dat de stad Metz niet verwoest zou worden. De Gesta Antiquiora Sancti Servatii, een waarschijnlijk in de eerste helft van de negende eeuw te Maastricht samengestelde vervolmaking van de Vita antiquissima, vormde meer dan tot dan toe een zelfstandig heiligenleven. Tot de late 11e eeuw was dit werk de enige Servatiusvita, die vooral bekend was in de Nederlanden en het Rijnland. De schrijver vermeldt het bestaan van een mirakelboek. Bisschop Radbod (eind negende eeuw) wijdde een van zijn preken aan St. Servaas. Hij baseerde zich op de Gesta ('een boekje') en de mondelinge overlevering. Nog voor 980 stelde Heriger van Lobbes zijn Gesta episcoporum Tungrensium, Traiectensium et de Leodensium samen. Servaas' leven is hierin al veel gedetailleerder beschreven dan in oudere werken. Ook meldt Heriger de veronderstelde verwantschap van Servaas met Christus, waar hij zelf niet in gelooft, maar welk verhaal kennelijk in de tiende eeuw al circuleerde.
- In de 11e en 12e eeuw werden veel nieuwe gegevens aan de tot dan bestaande Servaaslegende toegevoegd. De Noord-Franse benedictijner monnik Jocundus schreef tussen 1066 en 1088 in opdracht van het Servaaskapittel een nieuwe, uitgebreide vita, waarvoor hij de oudere legenden gebruikte en het in zijn tijd nog bestaande mirakelboek. Daarnaast ontleende hij waarschijnlijk veel aan de mondelinge overlevering. Deze Actus Sancti Servatii bestaat uit twee gedeelten: een Vita Sancti Servatii en de Translatio et Miracula. Jocundus schildert Servaas als evenknie van Christus en Mozes. Citaten uit het Servaasofficie maken de Vita tevens een waardevolle bron voor onderzoek naar de liturgie van de heilige. Het officie - gezangen en antifonen ter ere van St. Servaas - moet volgens De la Haye (1997) dateren uit de tiende eeuw. Omstreeks 1130 werd het werk van Jocundus herschreven tot de verkorte en gepopulariseerde Gesta Sancti Servatii; deze versie kende een grote verspreiding en is lange tijd in gebruik gebleven.
- In de late 12e eeuw ontstonden de eerste Servaasvitae in de volkstaal. De Sint Servaes legende van Heinric van Veldeke (ca. 1170) is een van de oudste monumenten van de Nederlandse taal. De schrijver droeg het werk op aan Agnes, gravin van Loon, en aan Hessel, schatbewaarder van de schatkamer van de St. Servaaskerk te Maastricht. Hij baseert zich op het werk van Jocundus en maakt hieruit een selectie. Heinric van Veldekes versie is slechts in één relatief laat handschrift overgeleverd.
De dochter van bovengenoemde gravin van Loon stimuleerde na haar huwelijk met Otto van Wittelsbach de verering van Servaas met succes in Indersdorf (Beieren), waar rond 1180-1190 de eerste Servaaslegende in het Duits verscheen.
- In de loop van de 15e eeuw ontstonden, gebaseerd op het werk van Jocundus, steeds meer versies van de legende, zowel in het Latijn als in de volkstalen, aanvankelijk geschreven, later gedrukt. Omstreeks 1460 verscheen het Blokboek van Sint Servaas, dat 24 houtsneden bevat, die met de hand zijn ingekleurd en voorzien van een geschreven tekst (zie onder devotioneel drukwerk).
- De Servaaslegende werd vanaf ongeveer 1600 steeds kritischer benaderd. Zo werden Servaas' veronderstelde verwantschap met Christus en diens uitzonderlijk hoge leeftijd betwijfeld. Ook werd de vraag opgeworpen of Gregorius' bisschop Aravatius, zoals tot dan was aangenomen, wel identiek was met Servaas. Katholieke schrijvers van buiten Maastricht konden doorgaans meer afstand nemen dan direct betrokkenen. De laatsten voegden wel nieuw ontdekte historische feiten (uit de geschriften van Athanasius en Sulpicius Severus, zie bij Cultusobject, St. Servaas) toe aan de oude verhalen. Een vrome vita van de hand van de Maastrichtse kanunnik Andreas Bouwens (1662) werd onderwerp van een spotschrift geschreven door de felle Maastrichtse predikant Johan van Hamerstede (1667); in hetzelfde jaar werd deze vita van contrareformatorische zijde verdedigd door de jezuïet Cornelius Hazart.
- In de 19e en 20e eeuw zijn tal van uitgaven, vertalingen, bewerkingen van en beschouwingen over de Servaaslegende verschenen, deels met een devotioneel doel, maar in toenemende mate vanuit een wetenschappelijke invalshoek (letterkunde en geschiedenis).

Verspreiding van de verering en vormen van pelgrimage in de middeleeuwen
- De verering van St. Servaas strekt zich in tijd uit over een lange periode: aantoonbaar vanaf de zesde eeuw tot heden. Vanuit Maastricht heeft de verering zich verspreid over West-Europa. Tal van kerken zijn aan de heilige gewijd, soms gesticht door vorsten (zoals Quedlinburg) of door missionerende ordegeestelijken (Lwow/Lemberg). Sommige daarvan werden zelf middelpunt van een lokale of regionale cultus. De vele kapel- en altaarstichtingen duiden op een levendige volksverering.
Vanaf de vroege middeleeuwen trokken vereerders uit de regio, 'vreemdelingen en armen', naar het graf van St. Servaas om diens voorspraak te verkrijgen. Een georganiseerde vorm van verering waren de jaarlijkse bankruisprocessies van de dochterkerken van de St. Servaaskerk op 13 mei, die op zijn laatst in de Karolingische tijd zijn ontstaan. De verbouwingen van de kerk in de 11e en 12e eeuw hingen ongetwijfeld samen met de toegenomen aantallen pelgrims, die in die tijd van heinde en verre naar Maastricht kwamen. Volgens Jocundus 'reikte tot de grenzen van Spanje de luister van heiligheid van deze zeer gelukzalige man'. Hij vermeldt expliciet de komst van pelgrims uit Lombardije. Tot ver in de 16e eeuw kwamen pelgrims uit de huidige Benelux, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Engeland speciaal naar Maastricht of maakten een gecombineerde reis naar Maastricht, Aken, Kornelimünster en andere plaatsen in de regio. De 12e-eeuwse ⟶ H. Gerlach van Houthem liep, volgens een 13e-eeuwse vita, dagelijks van Houthem naar Maastricht om het graf van Servaas te bezoeken. In de eerste helft van de 12e eeuw werd voor de opvang van behoeftige pelgrims bij het Vrijthof (tussen Platielstraat en Bredestraat) een speciaal gasthuis gesticht, het Servaashospitaal, dat in de eerste helft van de 17e eeuw nog druk bezocht werd en tot in de tweede helft van de 18e eeuw nog pelgrims opnam.
- Met name van de 12e tot en met de 14e eeuw, maar ook wel later, was Maastricht een halteplaats voor pelgrims op doorreis naar Santiago, Rome of Jeruzalem. Zij waren vooral afkomstig uit de Nederlanden, Noord-Duitsland en Scandinavië. Onder supervisie van het kapittel van St. Servaas werd in de 13e eeuw aan de zuidoostzijde van het Vrijthof bij de Jacobskapel het gasthuis van St. Jacob ingericht voor Santiago-pelgrims. Toen steeds minder Santiagogangers Maastricht bezochten besloot het kapittel het Jacobshospitaal te sluiten.
- Pelgrimsinsignes met afbeeldingen van St. Servaas uit de 12e tot en met de vroege 16e eeuw zijn niet alleen in de Nederlanden gevonden, maar ook in Noorwegen en Zweden, Hongarije, Slovenië, Bohemen, Noord-Frankrijk, Normandië en Bretagne. Pelgrims uit deze streken hebben de insignes als souvenir mee naar huis genomen.
- In Bretagne is de figuur van St. Servaas samengevloeid met de keltische St. Servan. Bretonse zeelieden beschouwden een bedevaart naar het graf in Maastricht als noodzakelijk voor de verwerving van de zaligheid. In Saint-Servais bij Escoublac verzamelden zich gewoonlijk de Bretonse pelgrims. Negen dorpen in Bretagne dragen de naam van de heilige.
- Onder de pelgrims naar St. Servaas waren er ook die door schepenbanken veroordeeld waren tot een strafbedevaart. De oudste bekende strafbedevaart naar Maastricht dateert van 1114. Vooral vanuit de Zuidelijke Nederlanden werden wetsovertreders tot ver in de 16e eeuw voor 'correctie' naar Maastricht gestuurd. Deze pelgrims moesten bij terugkeer een bewijs kunnen tonen dat zij de bedevaart volbracht hadden: een op naam gestelde handgeschreven, later voorgedrukte en verder ingevulde verklaring.

Heiligdomsvaarten 14e eeuw-1629
- In de middeleeuwen (vanaf circa 1000) onderging de westerse christenheid een ontwikkeling waarbij het aanschouwen van relieken van heiligen (na 1200 ook van de hostie) steeds belangrijker werd. Van het zien van relieken en heiligdommen verwachtte men een heilswerking. Zo ontwikkelden zich in Maastricht en andere plaatsen grote feesten waarop de relieken aan het volk werden getoond. Deze droegen achtereenvolgens verschillende benamingen: heiligdomsfeest, heiligdomskermis (wanneer het feest tegelijk met de kerkwijding werd gevierd) en tot slot heiligdomsvaart. Na 1440 was de laatste benaming het meest gebruikelijk. Een heiligdomsvaart vond (en vindt) plaats in een jubel- of genadejaar, dat met vaste regelmaat (turnus) terugkeert. In het hertogdom Lotharingen, waarvan Maastricht deel uitmaakte, was een zevenjaarlijkse turnus gebruikelijk.
Vanaf de 14e eeuw ontwikkelden de jaarlijkse heiligdomsfeesten zich in een aantal plaatsen tot een zevenjaarlijkse vaart. Mogelijk gebeurde dit het eerst in Aken (sinds 1349) en hebben andere plaatsen het voorbeeld gevolgd. 1391 is het eerste jaar waarvan vaststaat dat er in Maastricht een heiligdomsvaart werd gehouden. De volgende vaart vond volgens schema plaats in 1398.
De zogenoemde aflaat- of genadetijd (de periode waarin de aflaten verdiend konden worden) van de Maastrichtse heiligdomsvaart is al tot stand gekomen in de 13e eeuw, op grond van pauselijke en bisschoppelijke bullen uit 1249 en 1289 (zie onder aflaten). Zij liep van 9 tot 23 juli en gold aanvankelijk ieder jaar.
- De heiligdomsvaart naar Aken, die duurde van 10 tot 24 juli met als kern het kerkwijdingsfeest, was de belangrijkste in het hertogdom. In Aken toonde men vanaf de Dom aan bedevaartgangers het kleed van Maria, de luiers van Jezus, het doek dat het hoofd van Johannes de Doper had omvangen en de lendendoek van Christus aan het kruis. In Kornelimünster toonde men de schort die Jezus droeg tijdens het Laatste Avondmaal, zijn grafdoek en zijn zweetdoek, en het hoofd en de rechterarm van de H. Cornelius. Het in de tijd vrijwel samenvallen van de heiligdomsvaarten van Maastricht, Aken en Kornelimünster bracht extra grote groepen pelgrims op de been. Pelgrims combineerden de bezoeken; de genadetijden waren daartoe op elkaar afgestemd. Bovendien waren tal van plaatsen onderling verbonden door een statiesysteem, dat zo ontworpen was dat men te voet in een week zeven staties kon doen. De Akense statieorde omvatte zeven verplichte staties in de stad zelf, en zeven daarbuiten, te kiezen uit Aldeneik, Düren, Düsseldorf, Gladbach, Gräfrath, Kapellen (bij Bonn), Keulen, Kornelimünster, Luik, Maastricht, St. Truiden, ⟶ Susteren, Tongeren en Trier. Zo was Maastricht een (niet-verplichte) statie in de bedevaart naar Aken, die vooral door pelgrims uit Frankrijk en de Nederlanden werd gekozen, en, in mindere mate, door pelgrims uit Centraal-Europa. Aldeneik, Luik, St. Truiden, Susteren en Tongeren waren staties van zowel Aken als Maastricht. De heiligdomsvaart naar Maastricht was zozeer gekoppeld aan die van Aken dat zij zelfs wel als 'Aexsche Vaert' werd aangeduid. De hechte verbondenheid blijkt tevens uit boekjes, toningsformulieren en souvenirs die voor meerdere plaatsen tegelijk golden.
- Tijdens de heiligdomsvaarten toonde men in Maastricht een tiental relieken en reliekhouders die, op een na, alle met Servaas in verband werden gebracht. Het toningsritueel was gelijk aan dat in Aken. De relieken werden - voorzover bekend elke dag eenmaal - vanaf de zogenoemde dwerggalerij aan de buitenkant van de absis van de Servaaskerk door drie kanunniken aan de pelgrims getoond, in vier gangen. Elke gang werd aangekondigd met de woorden 'Men sall uch thoenen ...', waarna een opsomming met korte uitleg volgde. Eerst vertoonde men Servaas' effen witte lijkwade en zijn T-vormige pelgrimsstaf, vervolgens het bewerkte rood-zijden kleed (de grafdoek) en de kromstaf van de heilige, daarna de bewerkte witte doek die engelen bij Servaas' verheffing om zijn lichaam zouden hebben gehouden, samen met zijn kelk en pateen, en tenslotte, in de vierde gang, het borstbeeld van Servaas met zijn schedelreliek, de rechterarm van de apostel Thomas en de monile. Bij de toningen werden de klokken geluid, de stadsblazers bliezen op hun instrumenten en de verzamelde pelgrims op hun hoorns.
- In 1496 telde men in Aken nog 142.000 pelgrims. Op grond hiervan schat Boeren (1962) het aantal pelgrims in Maastricht dat jaar, rekening houdend met het statiesysteem, op ruwweg 100.000. In de loop van de 16e eeuw nam de belangstelling voor de heiligdomsvaarten af. Ongetwijfeld zal ook hier de Reformatie haar invloed hebben doen gelden. In 1552, 1580 en 1587 werden de heiligdomsvaarten afgelast, waarschijnlijk in verband met de politiek onrustige situatie van die dagen. Van 1594 tot 1629 werden de vaarten weer volgens schema gehouden. In 1594 werden volgens Kroos (1985) de relikwieën voor het laatst vanaf de dwerggalerij getoond, nadien waarschijnlijk in de kerk. Aan de heiligdomsvaart van 1601 namen slechts 6.000 pelgrims deel, maar in 1608 telde men 13.000 bezoekers.

Rivaliserende kapittels
- De verhouding tussen de beide Maastrichtse kapittels was in het verleden meer dan eens koel. Een van de geschilpunten betrof de reliekentoningen in de openlucht tijdens de heiligdomsvaarten. Ook het O.L. Vrouwekapittel (⟶ Maastricht, O.L. Vrouw, heiligdomsvaart) had immers een eerbiedwaardige reliekenschat te tonen. Ter bevordering van een goede verstandhouding en om te voorkomen dat de kapittels van de St. Servaaskerk ('Servatiani') en de O.L. Vrouwekerk ('Mariani') met het aantrekken van pelgrims in elkaars vaarwater zouden komen kwam in 1354 een Broederschapsverdrag tot stand. Tijdens de heiligdomsvaart van 1440 werd dit zwaar op de proef gesteld toen de 'Mariani' hun relieken op hetzelfde tijdstip, in de openlucht en onder klokkengelui, toonden als de 'Servatiani'. In 1445 kwam er een nieuw verdrag, maar in het begin van de 16e eeuw werden alle verdragen opgezegd. De definitieve uitspraak van 1521 herstelde de toestand van vóór 1440. De politieke druk van oorlog en Reformatie dreef de kapittels in de 17e eeuw weer in elkaars armen; in 1633 omhelsden zij het oude verdrag van 1354.

Aflaten in de middeleeuwen
- In de middeleeuwen bestond de overtuiging dat in Maastricht volledige absolutie (vergeving van zonden) en bijgevolg de eeuwige zaligheid verkregen kon worden, rechtstreeks door tussenkomst van St. Servaas, op grond van diens bloedverwantschap met Christus. Kerkelijke gezagsdragers speelden in deze voorstelling noch als aflaatverleners noch als biechthoorders een rol. Na 1215 konden dergelijke grote aflaten alleen door de paus verleend worden. Deze was hier aanvankelijk zuinig in, vooral ten aanzien van het gebied benoorden de Alpen. Daar bleef men dan ook vasthouden aan gewoonterechtelijke aflaten (voor 1215 schriftelijk of mondeling door bisschoppen verleend) en, in het geval van Maastricht, aan de absolutiemacht van St. Servaas. Dit geloof bestond onverminderd nog in het midden van de 15e eeuw. In 1433 beschreef een pelgrim uit Geraardsbergen (B) een biechtpraktijk in de kerk van Servatius, waar zich 'sijn tombe' bevond, 'daer die liede up ligghen metten ansichte ende biechten haer sonden': met het gezicht op de tombe wendden zij zich rechtstreeks tot de heilige.
- Het kapittel van St. Servaas mocht op grond van een aantal pauselijke en bisschoppelijke bullen aflaten verlenen, te verdienen na een vroom bezoek aan de St. Servaaskerk. Paus Innocentius IV verleende in 1249 een aflaat van 40 dagen, geldig voor de feestdagen met octaaf van de Zeven Heilige Broeders Martelaren (10 juli), van de H. Maagd, van St. Servaas, van de HH. Monulphus en Gondulphus (16 juli) en met Pasen. Met de uitbreiding die wijbisschop Bonaventura van Luik in 1289 gaf, creëerden deze aflaten reeds de genadetijd van de latere heiligdomsvaart. Voorts verkreeg het kapittel nog aflaten en bevestigingen van paus Nicolaas IV (1291), bisschop Adolf de la Marck van Luik (1325), paus Nicolaas V (1450) en paus Julius II (1509 en 1511). Waren de aflaten aanvankelijk klein, de bullen van 1450, 1509 en 1511 legaliseerden min of meer de oude gewoonterechtelijke volledige absolutie, die de pelgrims nog steeds meenden te ontvangen van St. Servaas. In 1450 en 1489 werd pauselijke absolutiemacht toegekend aan enkele speciaal aangestelde biechtvaders, om bij de gelovigen de voorstelling weg te nemen dat zij zich hiervoor rechtstreeks in verbinding met de heilige konden stellen. Sinds 1509 en 1511 was in Maastricht dezelfde quasi-volle aflaat te verdienen als in Rome.

Servaasfeestdagen en -processies
- Het jaarlijkse grote Servaasfeest, dat ook door veel pelgrims werd bezocht, duurde van de week voor tot de week na 13 mei (een 'festum triplex'), en ging gepaard met een kermis. De 'vrijheid' ging in op het moment van uitstelling van de relikwieën, dat werd aangekondigd door het luiden van de vrijklok. Men kon dan niet gearresteerd worden wegens schulden noch werd er beslag gelegd op bezittingen. De maatregel diende om de handel in de stad te bevorderen, en schijnt ook van kracht te zijn geweest tijdens de heiligdomsvaarten. Tevens mocht iedereen dan spijs en drank verkopen. In de processie werd het hoofd van de heilige meegevoerd.
- Op 7 juni werd in Maastricht (met zekerheid sinds de 11e eeuw) het feest van de Translatio Sancti Servatii gevierd, eveneens een 'festum triplex', een feest van de hoogste rang. Op die dag herdacht men de verheffing van Servaas' overblijfselen in een zilveren schrijn, die men in de middeleeuwen toeschreef aan Karel de Grote, later aan Karel Martel. Volgens Jocundus herdacht men tevens dat de Maastrichtenaren omstreeks 950 erin geslaagd waren, het gebeente van Servaas, dat enkele jaren eerder naar Quedlinburg was overgebracht, terug te halen. Dit feest is in 1963 afgeschaft.
- Het 'festum triplex' van de Visio Sancti Servatii (de verschijning van Petrus aan Servaas) is ontstaan in de 14e eeuw. Het werd aanvankelijk gevierd op 25 maart, maar spoedig verplaatst naar de zondag na Beloken Pasen). Op deze dag liep de deken met de sleutel vooraan in de processie rond het Vrijthof. In de Franse Tijd is het feest afgeschaft.
- In de 14e eeuw werd door de magistraat een feestdag (4 juli) vastgesteld ter herinnering aan de in 1327 behaalde overwinning op Reinald van Valkenburg. Het feest staat bekend onder de namen 'Triumphus S. Servatii', 'Triumphus Traiectensis, 'Festum oppidi', of 'Festum civitatis'. Het kapittel van de O.L. Vrouwekerk prefereerde de namen zonder verwijzing naar St. Servaas. In het begin van de 19e eeuw is dit feest van de Maastrichtse kalender verdwenen.
- De kruisdagenprocessies werden gehouden vanuit de St. Servaaskerk. Op een der kruisdagen trok de processie met de Servaassleutel door de Linderkruispoort, waar deze volgens de legende na een diefstal zou zijn teruggevonden.

Noodprocessies in de 15e en 16e eeuw
- De politiek-religieuze onrust in de 16e eeuw, die de neergang van de heiligdomsvaarten veroorzaakte, deed het aantal noodprocessies toenemen. De noodprocessies werden georganiseerd op uitnodiging van de stedelijke magistraat bij rampen als oorlog(-sdreiging), epidemieën en hongersnood. Alle geestelijken dienden eraan deel te nemen. Bij deze processies werden, anders dan bij de heiligdomsvaarten, gevangenen vrijgelaten. In de 15e en 16e eeuw zijn noodprocessies gehouden in de jaren 1409, 1468, 1475, 1488, 1509, 1529, 1543, 1580 en 1587.
- Drie dagen voor de geplande processie werd de noodkist van het hoogaltaar naar het koor verplaatst, later naar het altaar van Monulphus en Gondulphus in het schip. Er zijn twee verschillende routes overgeleverd, een grote en een kleine. De kleine route, overeenkomstig de grootste van twee routes die in zwang waren voor de meer gebruikelijke stedelijke ommegangen, was als volgt: men verliet de kerk via het portaal aan de noordzijde, trok langs de noordzijde van het Vrijthof, dan door de Grote Staat, Kleine Staat, Wolfstraat, Bredestraat en over de zuidzijde van het Vrijthof, waarna men de kerk weer betrad.
De grote route voerde langs de kerken, kapellen en kloosters van de stad. Afgezien van een uitstapje langs de antonieten ten noorden van de oude binnenstad bleef de processie binnen de eerste omwalling. Men verliet de kerk aan de zuidkant en volgde de route: Vrijthof, Grote Staat, Spilstraat tot aan de gevangenpoort, Boschstraat, St. Antoniusstraat, Veerlingspoort bij de ingang van de Kleine Gracht (schuldenaarsgevang), Oude Gracht, Bedelaarsgracht, Muntstraat tot aan Jodenstraat, tot de Maasbrug, Kersenmarkt, Steenenbrug, Pieterstraat, Witmakerstraat, Kapoenstraat, Lenculenstraat, Bouillonstraat, St. Servaaskerk.
- In 1587, toen de heiligdomsvaart voor de tweede achtereenvolgende keer werd afgelast, werd op 16 juli, het feest van Monulphus en Gondulphus en de kerndag van de heiligdomsvaart, de schrijn in het koor geplaatst. Op 19 juli trok de noodprocessie uit, waarin behalve de noodkist en het borstbeeld ook de kelken, de beide staven en de sleutel van St. Servaas werden meegedragen. Hierbij zouden circa 10.000 vreemdelingen aanwezig zijn geweest.

17e en 18e eeuw: 'Twee heren, twee confessies'
- In de eerste decennia van de 17e eeuw werd het katholicisme in Maastricht voortvarend versterkt in contrareformatorische geest. Deze zorg strekte zich ook uit over de pelgrims, die in het gasthuis door een pater jezuïet werden voorbereid op de biecht en onderwezen in de christelijke leer. Dit gebeurde met name in de 14 dagen rond 13 mei en in de twee weken van de heiligdomsvaart.
- Uit de 17e eeuw zijn nog enkele wonderbaarlijke genezingen overgeleverd, die men aan de tussenkomst van Servaas toeschreef. In 1625 genas een Maastrichtenaar van een lam been, in 1630 werd een jezuïet bevrijd van koorts (zie cultusobjecten, drinkbeker) en in mei 1661 genas een door de bliksem getroffen vrouw uit Charleville (F) wonderbaarlijk nadat zij een bedevaart naar Maastricht had beloofd.
- De inname van Maastricht in 1632 door Frederik Hendrik had tot gevolg dat de stad tot de Franse Revolutie met korte onderbrekingen (1673-1678 en 1748) werd bestuurd door de Staten-Generaal en de prins-bisschop van Luik. Omdat de Staten-Generaal ervoor kozen de rechten van de prins-bisschop zorgvuldig te respecteren, bleef de stad tweeherig, bestuurd door een Luikse én een 'Brabantse' (= Staatse) raad. Dit had tot gevolg dat de katholieken hun godsdienst mochten blijven uitoefenen, terwijl daarnaast een gereformeerde gemeente werd opgericht. De stad bleef echter in overgrote meerderheid katholiek. Hoewel volledige godsdienstvrijheid bij de capitulatie overeengekomen was, maakte de aanwezigheid van een deels gereformeerd garnizoen en - vooral in de 17e eeuw - enkele felle predikanten, dat uitingen van katholicisme in de publieke ruimte toch beperkt werden.
- De nieuwe regels en verhoudingen verhinderden een herstel van de bedevaartcultuur, zoals in omringende katholieke landen in de 17e eeuw wel plaatsvond. In verschillende reis- en plaatsbeschrijvingen werd het jaarlijks aantal bedevaartgangers dat uit Frankrijk naar de Servaaskerk kwam geschat, in 1615 op meer dan 20.000, in 1665 op 2à 3000. In 1661 waren tijdens het octaaf alleen voor de Franse pelgrims al vier biechtvaders nodig. Ook in het begin van de 18e eeuw werd de Servaaskerk nog veel bezocht door 'Normandiërs en Picardiërs'.

17e eeuw: voorlopig einde van de heiligdomsvaarten
- Twee jaar na de val van Maastricht, in 1634, werden de relieken van de Servaaskerk in veiligheid gebracht in Luik, waar zij tot 1654 verbleven. De heiligdomsvaarten van Aken met haar staties waren als gevolg van de godsdienstoorlogen gestaakt. Na de Vrede van Münster in 1648 herstelde Trier zich het eerst. Onder leiding van de aartsbisschop van Trier hervatten verschillende plaatsen de heiligdomsvaarten in 1655, met een verschoven zevenjarige turnus en volgens een nieuw tijdschema, waarin Maastricht niet werd genoemd. Waarschijnlijk waren de politiek-religieuze verhoudingen hier op dat moment nog te onzeker. De stad deed voorzichtig mee in de vorm van een reliekentoning binnen de kerk. Het succes van Trier - zo'n 200.000 pelgrims uit heel West-Europa - was in Maastricht niet meer haalbaar. Hoewel men ook hier in 1662 nog sprak van een heiligdomsvaart heeft de herleving in Maastricht niet doorgezet.

Servaasdag in de 17e en 18e eeuw
- De Maastrichtse predikant Van Hamerstede beschreef in 1667 de gebruiken op Servaasdag: '... vele Afgodische plichten van ommegangen, kniebuygingen, omdraginge van haare Brood-God, rookingen van reuckwerck, aanstekingen van wasse kaarssen, Bedevaarden, kruypingen door de Kerk, kussingen der genaamde Heylichdommen, geluydt van Musijck en Orgels, Bassen ende Veloncen, schellen en bellen, klokken en klepels; met eene besondere Kerkmisse, uytsetr[=t]inge van allerhande kramerijen, tuysbankken [dobbelgelegenheden], rijfeltafels [speeltafels] der handelaars, rijffelaars, looters, tuysschers en vloekers in de panden, ingangen ende voorhoven der Kercke ...'. Zijn beschrijving sluit aan bij een bericht uit de vroege 17e eeuw, toen pelgrims drie-, vijf- of meermaal rond het Servaasaltaar kropen, waarvan ze de stenen en de tralies kusten, en zich plat op de grond wierpen.
- De jaarlijkse Servaasprocessie trok, volgens verschillende getuigenissen uit de 17e en 18e eeuw, veel bezoekers van buiten de stad. Zij bleef echter binnen de grenzen van de kapittelimmuniteit en moest het stellen zonder de voltallige stadsraad, waarvan de helft gereformeerd was.
Adam van Broeckhuysen, een hervormd garnizoensofficier, gaf een uitgebreide beschrijving van de processie zoals die omstreeks 1730 gehouden werd. Aan de processie namen niet alleen geestelijken, broederschappen, ambachtsgilden en 'meenigten van volk' deel, maar ook katholieke vertegenwoordigers van het wereldlijk bestuur als raden, schepenen en burgemeesters. De kanunniken droegen hun koorkappen, men voerde een kruis, vaandels en onder een baldakijn het sacrament mee, zong en musiceerde, en de grond was door de buren met groen bestrooid. Er werden geen Servaasrelieken meer meegevoerd. De processie trok via de zuiddeur naar buiten, langs de westzijde om de kerk en aan de noordkant weer naar binnen.
- Jaarlijks werden tijdens het Servaasfeest in de kerk relieken getoond, maar op welke wijze dit geschiedde is niet bekend. Daarnaast kregen kleine groepen pelgrims of anderszins belangstellenden, onder wie verschillende stadhouders, tsaar Peter de Grote (1717) en leden van de gereformeerde synode (1753), de relieken op verzoek ook te zien. In de 18e eeuw werden de relieken (of reliekhouders) in toenemende mate - met meer of minder respect - als kunstvoorwerpen of curiosa beschreven.

De Noodkist in de 17e en 18e eeuw
- Processies met de Noodkist zijn in de 17e eeuw nog enkele malen gehouden, maar alleen in jaren zonder Staats gezag. In augustus 1628 hield men een processie om beter weer, met zeer eensgezinde kapittels en onder meevoering van meerdere Servaasrelieken. Op 29 juni 1632 volgde een noodprocessie vanwege de belegering van de stad door Frederik Hendrik. In 1676 vormde een tweede Staatse belegering aanleiding voor de magistraat om het kapittel te verzoeken een noodprocessie te houden. De kanunniken besloten echter, vanwege het gevaar van beschietingen, tot uitstelling van de Noodkist in de crypte. In januari 1677 trok de noodprocessie wel uit, maar volgde wegens extreme koude de kleine route. De processievolgorde was ingrijpend gewijzigd, met het volk voor en achter het borstbeeld en de Noodkist van Servaas.
- In de jaren onder Staats medegezag is men nooit met de Noodkist uitgetrokken. Wanneer de nood aan de man kwam, hield men een bidprocessie, bidmis of veertig-uren-gebed, een enkele keer in combinatie met uitstelling van de schrijn in de kerk. In mei 1740 bestudeerde het kapittel de archiefstukken betreffende noodprocessies. De aanleiding was waarschijnlijk aanhoudende koude en de hoge prijs van levensmiddelen. De Noodkist werd toen een aantal dagen ter verering uitgesteld op het pas verbouwde Servaasaltaar. Vanuit de omliggende dorpen stroomden de mensen toe, volgens contemporaine waarnemers gedreven door een mengeling van godsdienstzin en nieuwsgierigheid. In 1746 volgde een soortgelijke uitstelling en wellicht ook in 1756, naar aanleiding van een aardbeving.

19e en 20e eeuw: een nieuw tijdperk
- De Franse Revolutie, die een nieuw tijdperk inluidde, betekende ook voor de Servaaskerk een keerpunt in de geschiedenis. De gevolgen ervan waren voor de kerk ingrijpend: het kapittel werd in 1797 opgeheven, de kas werd geleegd, een groot deel van het archief verbrand of geroofd en een deel van de kerkschat omgesmolten of verkocht. Het kerkgebouw dat de nieuwe St. Servaasparochie in 1804 ter beschikking kreeg, was, met zijn langgerekte verhoogde kanunnikenkoor, niet ingericht als parochiekerk en verkeerde na enkele jaren militair gebruik in desolate toestand. Tegenover deze tegenslagen stond het gunstige vooruitzicht van volledige godsdienstvrijheid, die aanvankelijk werd gegarandeerd bij de start van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden in 1815. De 19e en het begin van de 20e eeuw stonden dan ook in het teken van herstel en katholieke emancipatie. Deze ontwikkeling werd gesteund door een groeiend (kunst-)historisch besef, gericht op het middeleeuwse, katholieke verleden. De materiële herstelwerkzaamheden aan het kerkgebouw en de kerkschat gingen hand in hand met een opleving van de bedevaartcultuur.
- De gehele 19e en 20e eeuw zijn bedevaartgangers voor Servaas naar Maastricht gekomen. De feestelijkheden rond 13 mei hadden in deze periode een bovenlokale tot regionale uitstraling. De laatste decennia van de 20e eeuw was de viering van Servaasdag vooral een stadsfeest. De in 1874 herstelde heiligdomsvaarten trokken aanvankelijk, tot circa 1930, vooral bedevaartgangers uit de provincie Limburg en het aangrenzende buitenland. Nadien heeft de heiligdomsvaart ook een nationale aantrekkingskracht gekregen, met behoud van en dankzij de eigen Limburgse cultuur. De meeste bezoekers van de heiligdomsvaarten komen uit een gebied met een straal van ongeveer 100 kilometer rond Maastricht. De heiligdomsvaart van 1997 trok circa 100.000 belangstellenden. Servaas wordt het hele jaar door vereerd, vooral door Maastrichtenaren. Ook komen met name in de zomermaanden wel bedevaartgangers van elders, onder andere uit Belgische en Duitse Servaasparochies.

Servaasdag in de 19e en 20e eeuw
- In het begin van de 19e eeuw herstelde men de kerkelijke vieringen in grote lijnen zoals zij voor de komst van de Fransen gebruikelijk waren geweest. Zeker vanaf 1808 werden weer processies gehouden op Servaas- en Sacramentsdag, waarschijnlijk over het Vrijthof. Na 1815 lijken deze, afgaande op de aankondigingen in de Maastrichter almanak, toch weer enige jaren in de kerk te zijn gehouden. De eerste pogingen in de richting van een herstel van de heiligdomsvaarten werden gedaan door kapelaan P. Nijst in de jaren twintig en dertig van de 19e eeuw. Voorlopig kwam het, evenals in de Staatse periode, niet verder dan reliekentoningen in de kerk tijdens het Servaasfeest. De bisschop van Luik gaf hiervoor slechts aarzelend toestemming, met het oog op de twijfelachtige authenticiteit van sommige relieken en de aanzwellende kritiek van onder meer protestantse zijde. Volgens de almanakken (vanaf 1829) en een devotieboekje uit 1837 (waarschijnlijk een herdruk gezien de goedkeuring uit 1826) toonde men toen driemaal: na het middaglof op 13 en 20 mei en op de zondag in het octaaf. Op deze zondag trok ook de 'solemneele processie' over het Vrijthof. De noodkist werd op 12 mei om 16.00 uur plechtig omgedragen en bleef gedurende het octaaf ter verering uitgesteld. De toning van 1829 werd aanschouwd door ruim 8.000 mensen.
Paus Leo XII (1823-1829) steunde de wederopbloei met de verlening in 1823 van een volle aflaat, die onder meer gold vanaf de eerste vespers op 12 mei tot zonsondergang op de laatste dag van het octaaf.
- In de jaren veertig van de 19e eeuw werden de processies van 13 mei langer en uitbundiger. Zo werden het borstbeeld van Servaas en het beeld van ⟶ O.L. Vrouw Sterre der Zee meegedragen, dat sinds 1837 in de gerestaureerde O.L. Vrouwekerk stond. Een krantenbericht uit 1862 geeft een indicatie van de populariteit van de bedevaart: op 18 mei trok Maastricht 1.700 bedevaartgangers uit Luik die in treinen arriveerden plus een aantal dat met een boot over de Maas reisde. Daarnaast kwamen 900 pelgrims uit Aken en veel belangstellenden uit de omstreken. In verband met de St. Servaasviering trok op 13 en 19 mei 1867 een historische optocht door Maastricht met als thema overheersers en belegeringen vanaf de Eburonen tot en met de Franse Revolutie.
- Vanaf circa 1870 is de Servaasprocessie voortdurend in omvang toegenomen; het aantal deelnemende groepen steeg van circa 30 tot 94 in 1959.
- De (halve) eeuwfeesten in 1884, 1934 en 1984 werden met extra luister gevierd. Ook 1985 was een bijzonder jaar, vanwege het bezoek van paus Johannes Paulus II op 14 mei aan Maastricht. Bij die gelegenheid werd de Servaaskerk verheven tot basiliek.
- Het Servaasfeest in mei verliep in de jaren negentig van de 20e eeuw volgens een vast programma. Op de zondag voor 13 mei houden de Maastrichtse parochies een bidtocht naar de Servaasbron in Biesland, gevolgd door een eucharistieviering. Omstreeks 13 mei is er een dekenale viering met de bisschop voor degenen die zich als vrijwilliger inzetten in de parochies. Zondag na 13 mei is er een pontificale hoogmis, die wordt bijgewoond door de burgemeester en wethouders van Maastricht en de gouverneur. In de processie worden het H. Sacrament en de vier cultusbeelden van de stadsdevoties meegedragen. Naast St. Servaas zijn dit ⟶ O.L. Vrouw Sterre der Zee (replica), de Zwarte Christus (replica) van ⟶ Wyck en St. Lambertus (⟶ Sint Pieter). De Noodkist wordt niet meer meegedragen. Op de zondag na 13 mei wordt ook de kermis ingezegend.

Heiligdomsvaarten hersteld
- In 1868 werd F.X. Rutten benoemd tot pastoor-deken van de St. Servaas. Hij begon niet alleen met een grote restauratie van de St. Servaas, maar trachtte ook, geheel in de geest van zijn tijd, het katholicisme een prominentere rol in de samenleving te geven. Tegelijkertijd poogde de landelijke overheid de processievrijheid, die elders al was ingeperkt, ook in Limburg aan banden te leggen, hetgeen op grote weerstand stuitte. Rutten streefde vanaf zijn aantreden naar een herstel van de heiligdomsvaarten; een eerste aanzet daartoe was de invoering in 1869 van het 'vergeten' feest van de HH. Monulphus en Gondulphus in de Servaaskerk, waarbij een volle aflaat verdiend kon worden. Toen op 27 juli 1873 de schatkamer heropend werd, organiseerde Rutten bij wijze van 'proefvaart' een soort translatieprocessie, waarin de relieken over het Vrijthof naar de nieuwe schatkamer werden overgebracht. In 1874 trok een grote heiligdomsprocessie door de binnenstad, die in het licht van de processiekwestie onmiddellijk landelijk de aandacht trok. Ruttens provocaties leidden er uiteindelijk toe dat er beperkingen werden opgelegd die nog strikter waren dan voorheen, zodat de relieken in de eerstvolgende heiligdomsvaarten niet meer processiegewijs konden worden meegevoerd.
- De in 1874 herstelde heiligdomsvaart werd in een aantal opzichten gemodelleerd naar haar middeleeuwse voorbeeld, met een zevenjaarlijkse turnus en de oude genadetijd. Hiertoe verleende paus Pius IX in 1874 een volle aflaat. De turnus is aangehouden tot en met 1937, en, na een onderbreking vanwege de oorlog, hervat in 1948. De genadetijd verschoof in 1909 enigszins, naar de periode van de tweede tot en met de vierde zondag in juli. Vanaf 1969 werd de heiligdomsvaart na de zomervakantie gehouden, in 1997 weer ervoor.

Feestprogramma
- Vanaf circa 1930 kreeg Maastricht als bedevaartplaats opnieuw bekendheid buiten de provincie Limburg en het Duitse en Belgische grensgebied. De heiligdomsvaarten hebben sinds 1948 telkens een intentie of thema meegekregen. Het feestprogramma voorziet onder meer in religieuze optochten, (openlucht-)spelen of, in 1937, een massale volkszang met koren, een kinderbloemenhulde (1930, 1937 en 1948), de bidweg van ⟶ O.L. Vrouw Sterre der Zee, concerten, tentoonstellingen, congressen, vuurwerk, wandelingen naar de grotten en tochten in wisselende vorm naar of van de Servaasbron in Biesland. Aartsbisschoppen, bisschoppen en abten uit Nederland, België en Duitsland geven acte de présence, en groepen uit andere steden nemen, vaak met hun relieken, deel aan de processies. Omgekeerd gebeurt hetzelfde; zo voer op 10 juni 1946 een Maastrichtse processieboot, uitgerust met de noodkist en Servaas' borstbeeld in een waterprocessie (vgl. ⟶ Papenhoven) naar Luik ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Sacramentsdag.
De culten van andere Maastrichtse kerken, zoals rond ⟶ Sterre der Zee, het ⟶ Wyckse Kruis en St. Lambertus (⟶ Sint Pieter), delen in de heiligdomsvaart. Aanvankelijk hadden zij een gastrol in het programma, maar gaandeweg zijn zij erin geïntegreerd.

Reliekentoningen
- De toning van de relieken, traditioneel het hoogtepunt van de heiligdomsvaart, heeft zijn middeleeuwse betekenis grotendeels verloren. In de 19e en 20e eeuw dook de vraag naar de zin- en betekenisgeving ervan dan ook regelmatig op, en is de uitvoering van de toningen aan veranderingen onderhevig geweest. De relieken worden zowel binnenkerks getoond als buiten, in processies. In beide gevallen zijn het er veel: van Servaas, van alle andere aanwezige heiligen en de Christusrelieken. De onderverdeling in groepen is in de loop der tijd enkele malen gewijzigd. Binnen worden alleen de relieken van de Servaaskerk getoond, in de processie gaan ook veel relieken van andere kerken mee.
- Deken Rutten koos in 1874 als vorm voor de reliekentoning in de openlucht, anders dan in de middeleeuwen gebruikelijk was geweest, de processie. Nadat deze opzet was mislukt, organiseerden Rutten en zijn opvolgers tijdens de heiligdomsvaarten historische optochten en openluchtspelen met een religieuze thematiek, om toch te voorzien in de behoefte aan grootse publieke geloofsmanifestaties. Ook werden met ingang van 1881 de bestaande Servaasprocessies op de zondag na 13 mei, die wettelijk wel waren toegestaan, in de heiligdomsvaartjaren uitgebreid tot grote reliekenprocessies.
- Vanaf het Interbellum trekt men niet alleen in mei, maar ook weer tijdens de heiligdomsvaarten met de relieken in processie over het Vrijthof. Na de Tweede Wereldoorlog konden alle processies ongehinderd door de stad trekken. De bij heiligdomsvaarten gebruikelijke religieuze optocht en de nu toegestane liturgische reliekenprocessie vermengden zich met elkaar. Doorgaans trok deze ommegang op twee zondagen uit (1962: drie zondagen; 1997: een zondag). Processieorde, ontwerp, samenstelling, thema en route werden tot op heden telkens opnieuw bepaald.
- De naoorlogse veranderingen in kerk en samenleving weerspiegelden zich in de heiligdomsvaarten. De verering van heiligen en hun relieken werd steeds sterker ervaren als een randverschijnsel. De heiligdomsvaart diende volgens de betrokkenen juist op te roepen tot bezinning op een geloof, waarin Christus centraal stond. Men hoopte dat de relieken, als 'rijkdommen van Christus', hiertoe zouden kunnen bijdragen.
- Men zocht naarstig naar een eigentijdse vormgeving van de toningen, met de relieken als middel in plaats van doel. In 1955 waren de relieken verspreid over onderdelen van de stoet, waar zij deel uitmaakten van een thematische presentatie. Zo figureerden de Noodkist en het borstbeeld op een praalwagen, samen met een acteur die stukken declameerde uit de Servaaslegende van Heinric van Veldeke. Deze ontwikkeling zette ook door in de openluchtspelen, waarin de relieken niet alleen onderwerp waren, maar ook letterlijk een rol hadden, als een bijzonder soort rekwisieten. De laatste maal, in 1990, was dit 'optreden' teruggebracht tot een reliekentoning binnen het spel. Ook in de ommegangen lijkt men het religieus-sacrale weer scherper te willen onderscheiden van de maatschappelijke elementen. De ommegang trok in 1997 slechts eenmaal uit, opdat de reliekentoning een eenmalig hoogtepunt zou zijn. Bovendien waren de relieken niet meer vervlochten met andere, meer wereldse processieonderdelen, maar vormden ze een integraal sluitstuk en hoogtepunt van de stoet.
- De in 1829 herstelde binnenkerkse reliekentoningen werden met ingang van 1873 (de 'proefvaart') verplaatst van het mei-octaaf naar de heiligdomsvaartperiode.
De relieken werden meestal 's ochtends getoond, na de plechtige mis vanaf de drie zijden van het boven de crypte gelegen koor. De rest van de dag waren zij ter verering uitgesteld. Tot en met 1962 werden deze toningen tijdens de heiligdomsvaarten vrijwel dagelijks gehouden. Sinds 1948 verplaatste men op de zondagen de missen met toning ook wel naar het Vrijthof.
De reliekentoningen in de kerk zijn een poos verdwenen uit het programma. In 1969 waren de relieken slechts 'museaal' tentoongesteld in de crypte. In 1983 herstelde de O.L. Vrouwekerk de toningen, de Servaaskerk volgde in 1990. De beide kerken tonen gedurende de heiligdomsvaart tweemaal, gelijktijdig op de zaterdagen. Doel is verdieping en verrijking van het geloof.
In 1997 werden in de Servaaskerk relieken getoond van: 1 HH. Apostelen: Petrus en Paulus, Petrus' Banden, Thomas; 2 HH. Martelaren: Barbara, Blasius, Christoffel, Marcellinus en Petrus, Agatha, Lucia, Agnes; 3 HH. Belijders: Gerlachus, Martinus van Tours, Franciscus van Sales, Nicolaas, Antonius van Padua, Benedictus; 4 HH. Maagden: Benedicta en Caecilia, Amelberga van Susteren, Theresia van Lisieux, Brigitta; 5 HH. Bisschoppen van Tongeren/Maastricht: Maternus, Theodardus, Lambertus, Hubertus en Servaas; 6 H. Maagd Maria; 7 H. Kruis. Vroeger werden veel meer relieken getoond; in 1948 bijvoorbeeld ruim tweemaal zoveel.

Jongste ontwikkelingen
- Parallel aan het tijdelijk verdwijnen van de paraliturgische reliekentoningen in de kerk, daalde ook het aantal andere liturgische plechtigheden tijdens de heiligdomsvaarten en liep het aantal georganiseerde bedevaartgroepen sterk terug. Sinds de heiligdomsvaart van 1983 is op een aantal punten een herstel te zien. Evenals bij de toningen vond men in de liturgie nieuwe vormen, terwijl oude vormen terugkeerden. Zo werden in 1990 en 1997 pontificale eucharistievieringen, (oecumenische) gebedsdiensten en de vespers gehouden. Ook werden de vespers of de eucharistie wel gevierd volgens de orthodoxe ritus. In 1997 kon men bovendien dagelijks deelnemen aan de aanbidding van het H. Sacrament met rozenkransgebed en aan gebedsbijeenkomsten bij de noodkist.
- Vroeger kon de organisatie van de heiligdomsvaart rekenen op talrijke priesters en kloosterlingen, die de schooljeugd bereikten en inschakelden. De decimering van het aantal religieuzen is van invloed geweest op de organisatie van de heiligdomsvaart, die grotendeels in handen is gekomen van leken uit groot-Maastricht. De heiligdomsvaart is, alleen al door de enorme inspanning die telkens verricht moet worden, nog steeds een gemeenschapsgebeuren dat velen bereikt, binnen of buiten de kerk: jongeren en ouderen, zieken en gezonden, Nederlands- Frans- en Duitstaligen, pelgrims en toeristen, religieuzen en niet-katholieken. De stoet van 1997 gaf ook een beeld van de laat-20e-eeuwse samenleving. Zo passeerden behalve de stadsschutterij, harmonieën en scoutinggroepen het norbertijner abdijkoor uit Grimbergen, dat het eigen Servaasbeeld meevoerde op een wagen getrokken door twee Belgische paarden; ook Kongolese, Algerijnse, Armeense en Ahwasi-Maastrichtenaren namen deel aan de stoet. Op het Vrijthof werd de musical 'Jesus Christ Superstar' opgevoerd.
- Voor de periode 1995-2011 loopt een samenwerkingsverband tussen de Limburgse steden Tongeren (B), Hasselt (B) en Maastricht. De Kroningsfeesten van Tongeren (1995, 2002, 2009) grijpen terug op de middeleeuwse heiligdomsvaart; de Virga-Jessefeesten van Hasselt (1996, 2003, 2010) worden gehouden sinds 1862. Evenals de Maastrichtse heiligdomsvaart (2004, 2011, 2018) hebben zij een zevenjarige turnus. De feesten worden gezamenlijk gepromoot en men is elkaars gast.
- Met name de groeiende interesse in het fenomeen bedevaart en religieuze rituelen, maar ook de betekenis van locale cultuur en identiteit hebben ertoe geleid dat het bezoekersaantal van de heiligdomsvaart sterk is toegenomen. In 2004 waren er grof geschat 100.000 bezoekers en in 2011 ongeveer 175.000 (thema: 'Het licht tegemoet'). De 55e vaart heeft van 24 mei-3 juni 2018 plaatsgevonden en had als thema 'Doe goed en zie niet om' (wees goed voor een ander zonder er iets voor terug te verwachten). Er werden twee ommegangen gehouden met respectievelijk zo'n 2000 en 1500 participanten. In totaal schatte de organisatie het bezoekersaantal op rond de 150.000.

De Noodkist in tijden van nood
- In de 19e en 20e eeuw is de omgang met de Noodkist veranderd. Kwam zij in voorafgaande eeuwen uitsluitend in tijden van nood uit het hoogaltaar, in deze periode kon de schrijn meestal het hele jaar door vereerd en bewonderd worden in kerk of schatkamer. Bovendien werd zij regelmatig in processies meegevoerd. Toch is de Noodkist in de 19e en 20e eeuw, evenals in de 17e en 18e eeuw, enkele malen ter verering uitgesteld bij dreigende rampen: misoogst, epidemieën, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog (januari 1945). In 1917 bad H.A. Poels, priester en voorman van de Limburgse katholieke sociale beweging, op het graf van Servaas op de dag dat hij een spraakmakende sociale redevoering hield, de zogenaamde 'Noodkistrede'. Daarin stelde hij de erbarmelijke toestand aan de kaak waarin de Maastrichtse arbeiders verkeerden, als gevolg waarvan deze vervielen tot ongeloof, socialisme en alcoholisme.
- Sinds 1918 zijn nog enkele noodprocessies gehouden, alle zeer sober van uitvoering, om het bid- en boetekarakter te benadrukken. In 1918 hield men een bidweg met de schrijn ter afwending van de Spaanse griep. In 1932 vormde de economische crisis de aanleiding voor een processie met de Noodkist en het borstbeeld. De Tweede Wereldoorlog deed de bevolking driemaal uittrekken met de schrijn en het beeld van ⟶ O.L. Vrouw Sterre der Zee, op 26 augustus 1939, 14 juli 1940 en 16 april 1945, telkens met naar schatting meer dan 10.000 deelnemers. In 1991 hield men nog een noodprocessie bij het uitbreken van de Golfoorlog.

St. Servaasorganisaties
- In 1937 richtte deken J. Wouters de nog steeds bestaande Stichting 'Het Graf van St. Servaas' op, die de heiligdomsvaarten en grotere Servaasfeesten organiseert en de promotie van Maastricht als bedevaartstad ten doel heeft.
- Op 5 januari 1916 is op initiatief van pastoor J. Wouters een broederschap opgericht ter ere van de H. Servatius. Hoewel de inschrijving voor iedereen openstond telt het register slechts 166 leden; sinds de jaren dertig was de broederschap niet meer actief. Vanaf 1953 kwam een kleine groep gelovigen elke eerste maandag van de maand bijeen in de crypte om te bidden voor opgegeven intenties. Deze bijeenkomsten leidden tot een herleving van de broederschap in 1961 in de vorm van een besloten gezelschap. In 1979 zijn drie oude broederschappen (van St. Servaas, van O.L. Vrouw van Bijstand en van het Allerheiligst Sacrament) samengevoegd tot één nieuwe St. Servaasbroederschap, die in 1999 55 leden telde. De broederschap vervult tal van uitvoerende, deels ceremoniële taken in de kerk, waaronder het dragen van de noodkist en het ontvangen van pelgrims.
- Het St. Servaasgilde is opgericht in 1971. Het wordt ook wel het Dragersgilde van St. Servaas genoemd. De leden dragen Servaas' borstbeeld in processies. Het borstbeeld gaat doorgaans mee wanneer de Servaasparochie deelneemt aan plechtigheden elders.
- Ook de lokale muziekbeoefenaars dragen Servaas' naam: de fanfare St. Servatius en de Cappella Sancti Servatii (het koor). Verder was er vroeger nog een Coöperatieve zuivelfabriek St. Servaas en een St. Servatius Bouwvereeniging.
Materiële cultuur - Reliëf: een stenen gebeeldhouwde altaarretabel (12e eeuw) staat in het westkoor, met in het bovendeel een voorstelling van Christus, die Petrus en Servaas kroont.
- Kapitelen: 1 op een kapiteel uit het middenschip zijn (Servaas-) pelgrims uitgebeeld; 2 kapitelen in de oostelijke pandgang zijn uitgevoerd met engelen die relieken tonen.
- Gewelfsleutels: Een deel van de gotische gewelfsleutels in de kerk toont reliëfafbeeldingen met voorstellingen (uit de legende) van St. Servaas: 1 een staande Servaas met sleutel en kromstaf, geflankeerd door twee pelgrims; 2 engel met mijter; 3 engel met bisschopsstaf; 4 engel met pelgrimsstaf; 5 engel met sleutel; 6 adelaar vindt gebroken sleutel; 7 draak, doorstoken met pelgrimsstaf.
- Beelden: 1 St. Servaas als pilaarbeeld in Bergportaal (13e eeuw); 2 houten beeldje, voorstellende Servaas als bisschop met staf, sleutel en draak (Maasstreek, ca. 1525, hoogte ca. 30 cm; Schatkamer; recente aankoop uit kunsthandel); 3 St. Servaas als een van de vier bisschoppen aan de voet van het monument op het kruispunt Wilhelminasingel/ Stationsstraat; 4 St. Servaas zittend op troon met adelaar boven het hoofd (Maastricht: Han van de Wetering, 1981) bij het politiebureau aan de Prins Bisschopsingel.
- Glas-in-loodramen: 1 de ramen in de noordwand van het transept tonen voorstellingen van zeven Maastrichtse bisschoppen, St. Petrus en twee scènes uit het leven van Servaas, het slaan van de bron en zijn kroning in de hemel (geschenk van Petrus Regout in 1872); 2 het raam in de zuidwand van het transept toont de H. Maternus en 14 Maastrichtse bisschoppen, waaronder Servaas (in 1880 geschonken door vier families); 3 de eerste figuur op het eerste (meest zuidelijke) raam in de huidige Servaasdagkapel is St. Servaas (Roermond: Nicolas, 1892).
- Zegelstempel en zegels: 1 zegelstempel van de schatkamer, 1e helft 14e eeuw, brons, (hoogte 4,5 cm) spitsovaal (Maastricht, Rijksarchief: zegelstempelcoll. nr. 79; 2 in de Schatkamer worden verschillende stempels en zegels getoond met Servaasafbeeldingen, waaronder voornoemde.
- Klokken: grote klok, 1515, de 'grameer' (grandmère), van Willem en Caspar Moer, met een afbeelding van St. Servaas en een opschrift, de klok werd na verwijdering in de oorlog herplaatst in 1946, maar bevindt zich nu in de pandhof (kopie in toren).
- Ex-voto's: drie zilveren plaatjes met reliëfvoorstellingen (14e eeuw; hoofden met gesloten ogen) waren bevestigd aan de noodkist en zijn bij de restauratie in 1962 verwijderd.
- Munten: in de Schatkamer worden enkele munten bewaard met een Servaasafbeelding, waaronder een 14e-eeuwse goudgulden.

Devotionalia
- Bij de Servaaskerk werden en worden, vooral gedurende de heiligdomsvaart, devotieartikelen verkocht. Pelgrimsinsignes zijn de oudste bewaard gebleven souvenirs: het vroegste exemplaar dateert vermoedelijk uit de late 12e eeuw.
Het kapittel hield de productie van veel artikelen en drukwerk in eigen beheer. Omstreeks 1600 bestond het assortiment door het kapittel verspreide artikelen onder meer uit medailles, muntjes, toningsformulieren, levensbeschrijvingen van St. Servaas, beeldjes en rozenkransen. De opleving van de bedevaarten naar Maastricht sinds het begin van de 19e eeuw stimuleerde de productie van devotionalia als medailles, penningen, speldjes, bidprentjes, vaantjes etc. Er is slechts een fractie bewaard gebleven van hetgeen in de loop der tijd is verkocht.
- Pelgrimsinsignes: Middeleeuwse pelgrimsinsignes van St. Servaas zijn van de 12e tot het begin van de 16e eeuw in vele varianten vervaardigd. Koldeweij kende in 2000 circa 150 exemplaren. Het oudst bekende exemplaar (tweede helft 12e eeuw) wordt bewaard in Bremen. Uit de periode ca. 1250-1350 zijn enkele insignes bekend met een afbeelding van Servaas met pelgrims voor de kerk. De meeste insignes behoren tot twee hoofdgroepen. De eerste groep toont een staande Servaas (geïnspireerd op het beeld boven het altaar) aanvankelijk alleen met sleutel en kromstaf, op latere insignes doorboort de heilige met zijn staf een draak (ca. 1300-1450). De insignes uit de tweede groep zijn gemaakt naar het Servaasborstbeeld (ca. 1400-1525). Enkele worden bewaard in de Schatkamer. In 1984 werd een replica van het borstbeeldtype uitgegeven door Clavis, Utrecht, in tin-lood, zilver en goud. Nadien is door de schatkamer een replica uitgegeven van een staande Servaas.
- Speldjes en hangertjes: 1 hartvormige hangertjes met een afbeelding van sleutel en kromstaf (ca. 1375-1475); 2 ronde hangertjes met aan een zijde een afbeelding van St. Servaas en aan de andere zijde Maria met Kind en een ster dan wel St. Antonius Abt (ca. 1475-1525); 3 Servaassleutel als broche of als hangertje (te bevestigen aan de horlogeketting), aangestreken aan de echte sleutel (1916); 4 speldje of hangertje Servaassleutel (zilver, 1948); 5 reversspeldje pelgrimsstaf (hoogte 3,5 cm; koperkleurig, vanaf 1990), met toelichting 'De pelgrimsstaf van St. Servaas', uitgave t.g.v. de heiligdomsvaart 1997 (7,9 x 10 cm; 4 p.); 6 reversspeldje Servaassleutel (hoogte 3 cm, zilverkleurig, vanaf 1990) met toelichting 'De sleutel van Sint Servaas', uitgave t.g.v. de heiligdomsvaart 1997 (7,9 x 10 cm; 4 p.).
- Kruikjes en flesjes: 1 steengoed pelgrimsfles, vervaardigd in Raeren (hoogte 17,8 cm), met in reliëf de belangrijkste relieken van Maastricht, Aken en Kornelimünster afgebeeld, sinds ca. 1500 in omloop (Dortmund: Museum für Kunst und Kulturgeschichte, inv.nr. 5442; Londen: British Museum, inv.nr. AF 3183; Birmingham: City Museum and Art Galery, inv.nr. 63239); 2 pijpaarden pelgrimsfles, zelfde als 1, in de 16e eeuw gebakken uit witte en rode klei, gevonden te Leiden (Cothen: coll. H.J.E. van Beuningen); 3 flesjes in de vorm van een staande bisschop, 19e eeuw, niet bewaard gebleven.
- Medailles: 1 medaille (3 x 1,7 cm), spitsovaal, zilver of verguld brons (de laatste met roodwitte strik), op voorz. een staande Servaas met sleutel en kromstaf en jaartal '384-1884', op achterz. 'H. Servatius patroon van Maastricht bid voor ons' (Rijswijk, particuliere collectie); 2 Servaasmedaille (genoemd in 1948).
- Penningen: 1 gedenkpenning 1884, rond (⊘ 4 cm), goud, verguld zilver, zilver of brons, op voorz. een staande Servaas met sleutel, kromstaf en draak, waaromheen in twee banderollen de tekst 'XVde eeuwfeest van den H. Servatius patroon van Maastricht', op achterz. de kerk, waaronder in schilden een vijfpuntige ster en het jaartal 1884 (Schatkamer); 2 Servaasdaalder met afbeelding staande Servaas met sleutel en staf, '1600 jaar', achterzijde? (⊘ ca. 3 cm; grijs metaal; 1984) (Schatkamer); 3 gedenkpenning 'Het Lam Gods', onderdeel van nieuwe bronzen deur (1990).
- Beeldjes: 1 gipsen beeldje (hoogte 41,3 cm), Servatius, staande met staf en sleutel, aan zijn voet een schild met vijfpuntige ster, op de sokkel 'S. Servatius' (Maastricht: Atelier G. Hack-Rutten / ontwerp Charles Vos, 1934) (Schatkamer); 2 replica van Servaasbeeldje (ca. 1525) uit de schatkamer (kunsthars, in 1999 te koop).
- Pijpen: in 1888 zijn in de St. Servaaskerk bedevaartpijpen verkocht. De Weertse pijpenfabriek Trumm-Bergmans maakte met behulp van ijzeren mallen pijpen (ca. 5 cm hoog, 3 cm breed en 14 cm lang) met daarop afgebeeld de St. Servaas, de Servaaskerk en de tekst 'Herinnering Heiligdomsvaart 1888', 'L. Steinebach' en 'Maastricht'.
- Tegel: herinneringstegel (20,5 x 10,3 cm), keramiek, blauwe of groene tekening, voorstelling H. Kruis van Wyck, O.L. Vrouw Sterre der Zee en St. Servaas, beide met kerk, koptekst 'Heiligdomsvaart Maastricht' (Maastricht: N.V. De Sphinx v/h. Petrus Regout & Co., 1937; Schatkamer).
- Noveenkaars: in 1999 waren noveenkaarsen te koop met in bruine opdruk het borstbeeld van Servaas en de tekst 'H. Servatius bid voor ons' (hoogte 17,8 cm; ⊘ 6,5 cm).

Devotioneel drukwerk
- Handboekjes: 1 Blokboek van Sint Servaas (ca. 1460). Dit kleine boekje bevat een serie van 24 met de hand ingekleurde houtsneden (10,5 x 11,5 cm), die scènes verbeelden uit het leven van St. Servaas. De afbeeldingen vertonen overeenkomsten met de zilveren Servaasreliëfs van het voetstuk van de reliekbuste uit 1403 (zie cultusobject) en zijn qua stijl verwant aan de illustraties van de zogenaamde Biblia Pauperum (Armenbijbel) uit dezelfde tijd. Deze bijbel ontstond in Noordwest-Europa. De laatste vier afbeeldingen uit het blokboek laten de vier gangen van de Maastrichtse reliekentoningen zien. Onder de houtsneden is een Franse tekst geschreven. Waarschijnlijk zijn er ook exemplaren geweest met een Nederlandse, en wellicht ook met een Duitse tekst. Het enige bewaard gebleven exemplaar berust te Brussel (Koninklijke Bibliotheek Albert I: Prentenkabinet, ms. 18972; het handschrift is in 1984 in facsimile uitgegeven ⟶ A2); 2 Pelgrimsboekje (Keulen: Arnt von Aich, [waarschijnlijk heiligdomsjaar 1517]; 6,3 x 9,1 cm) met afb. van de belangrijkste relieken van Aken, Keulen, Kornelimünster, Düren, Trier en Maastricht (Aken, Stadtbibliothek); 3 Dit is die legende en dat leven vanden Heylighen ende gloriosen Bisschop Sinte Servatius (Antwerpen: J. van Ghelen voor J. Rogier te Maastricht, 1569) met houtsnede van het visioen van Servaas (Nijmegen, Berchmanianum, 5001 G24); 4 [Jean Halin], La vie de Monsieur Sainct Servais Evesque & Patron de Maestricht (Luik: L. Streel, 1609; herdruk 1609, 1612; herdruk Luik: C. Ouwerx, 1609, 1621); 5 Abrégée de la vie de Monsieur Sainct Servais (Luik: L. Streel, 1610; herdruk 1612, 1621, mogelijk 1629); 6 A. Bouwens, Cort Begryp des Levens van den H. Servatius (Maastricht: P. van Ouwen, 1662); 7 J.L. Dusart, Abrégé de la Vie de Saint Servais, evêque de Tongres & Patron contre la Fièvre & les Maladies Epidémiques (Luik 1772); 8 Kort begrip van den vollen aflaat met octave, vergund door zijne heiligheid Leo den XII, paus van Rome, aan de hoofd-parochiale kerk van den H. Servatius binnen Maastricht, ter gelegenheid van den feestdag van gemelden heiligen; gevolgd door de litanie (Maastricht: A.J. Koymans, 1837; Superioris Permissu 1826; 10 x 16 cm; 16 p.) met aflaat, processie met noodkist, litanie, gebeden en lofzang, op p. 2 afb. devotieprentje en op achterz. kaft de sleutel; 9 M.A.H. Willemsen, Handleiding voor den vereerder van den H. Servatius, bisschop en patroon van Maastricht (Maastricht: Van Osch-America, 1862; 236 p.); 10 De heiligdommen van Maastricht en Aken. Eene feestgave het katholieke volk aangeboden bij gelegenheid der heiligdomsvaart van 1895 (Valkenburg: Jos. Crolla-Falise, 1895; 12 x 16 cm; 16 p.) met beschrijvingen der relikwieën van de St. Servaas-, de O.L. Vrouwe- en de Munsterkerk, en een aflaatgebed; 11 Broederschap van den H. Servatius te Maastricht (Maastricht: Nic. H. Kersemeekers, 1916; impr. H. Beijersbergen, S.J., Libr. Censor. Maastricht, 15 juni 1916; 8,5 x 13 cm; 36 p.); 12 Pelgrimsboekje voor de vereerders van St. Servaas (Heijthuijsen: Beijnsbergen, 1917; 27 p.); zelfde titel (Heijthuijsen: Bongers, 1921; 32 p.).
- Bezoek- en biechtbewijzen: handgeschreven, later voorgedrukt en op naam gesteld attest dat door de schatbewaarder van de St. Servaaskerk werd uitgereikt aan de pelgrims als bewijs van een volbrachte bedevaart; omstreeks 1600 mocht dit attest alleen worden gegeven in ruil voor een 'plumbetum', een loden plaatje, dat de pelgrim ontving als bewijs van gedane biecht. 1 handgeschreven attest uit 1434, voorzien van een waszegel van de schatbewaarder waarop St. Servaas stond afgebeeld (tot de Eerste Wereldoorlog in het archief te Dinant, sindsdien verloren); 2 gedrukt geïllustreerd bedevaart- en biechtbewijs, Latijnse tekst, ongebruikt exemplaar uit de 17e eeuw, centraal een afbeelding van Servaas met staf, sleutel en draak (16,7 x 20,5 cm) (coll. Ruusbroec Genootschap, Antwerpen); 3 gedrukt geïllustreerd biechtbewijs, 17e eeuw, Latijnse tekst, centraal een afbeelding van Servaas met sleutel, kromstaf en draak, eromheen afbeeldingen van de drie hemelse doeken, de noodkist en scènes uit de legende (11,7 x 16,3 cm) (Maastricht: Rijksarchief, kapittelarchief St. Servaas, inv.nr. 1743).
- Gravures en prentjes: 1 de afbeelding, beschreven bij het 17e-eeuwse biechtbewijs (3) is vele malen herdrukt, met verschillende teksten, in de Schatkamer hangen twee devotieprenten met Nederlandse tekst, waarschijnlijk uit de 18e en 19e eeuw; 2 devotieprent met afbeelding van een knielende Servaas (met pelgrimsstaf en draak), die van Petrus de sleutel ontvangt en van een engel de drinkschaal, op de voorgrond liggen zijn bisschopsstaf en mijter, boven het tafereel is een driehoek afgebeeld, het onderschrift luidt 'Glorieux Sainct Servais conservez nous de maladies' (18,5 x 13 cm; ca. 1860) kopie van J.N. Brabant naar origineel van H. Spies uit 1711 (Maastricht: Gemeentearchief, Top. Hist. Atlas nr. 10061); 3 ets van Th. Schaepkens, voorstellend Servaas gedragen door engelen en heiligen, de draak verpletterend (21,8 x 14,6 cm; 1837; Maastricht: Gemeentearchief, Top. Hist. Atlas nr. 440); 4 devotieprent met afbeelding van een staande Servaas (met bisschopsstaf, sleutel en draak), het onderschrift luidt 'S. Servais Evêque de Tongres' (21,6 x 13,6 cm; ca. 1860) kopie van J.N. Brabant naar een devotieprent (Maastricht: Gemeentearchief, Top. Hist. Atlas nr. 10025); 5 herinneringsplaat, met in het midden het borstbeeld, waaromheen een triomfboog met in de top een patriarchaal kruis, dan twee engelen met banderol waarin de tekst 'Plaat der heiligdomsvaart Maastricht', bij het borstbeeld 'sancti' en 'Servati' en 'O.P.N.', en '9-23 juli' '1874', onder het borstbeeld de St. Servaaskerk met (buiten) de reliekenprocessie (Lithografie, afgebeeld in De Maasgouw 100 (1981); 6 prent met afbeelding Servaasbeeld, op sokkel 'S. Servatius Epis', onderschrift 'XIIIe E gerestaureerd door P. Cuypers' (J. Brouwers, Princes Straet, [eind 19e eeuw]; 8 x 21 cm, met of zonder kleur; Schatkamer); 7 prent met staande Servaas met draak, staf en sleutel in de linkerhand, naast hem een engeltje met mijter en sleutel, onderschrift 'Patronus ad Mosam Traiectens. S. Servatius' (I. Toussijn invent. Löffler Junior fecit Gerhardus Altzenbach escrit; zwartwit; ca. 16 x 27 cm; Schatkamer); 8 herinneringsprentje in kleur, met in spitsboog een staande St. Servaas met sleutel en kromstaf en onderschrift 'S. Servatius', in tweede spitsboog de tekst 'Ter gedachtenis van het XV. eeuwfeest van den H. Servatius Patroon van Maastricht 384-1884' (Maastricht: C.W. Kohl, 1884; 10,8 x 7 cm; Schatkamer); 9 kleurenprentje met afbeelding in boog van staande Servaas met sleutel, staf en draak, in banderollen links en rechts van zijn hoofd 'Sanctus' en 'Servatius', achtergrond Maastricht, onderschrift 'S. Servati O.P.N.', achterz. gebed; impr. Mechelen 3 juli 1888 (Anvers: H. Caals & Schneider; 6,8 x 11,2 cm; Schatkamer); 10 prentje met voorstelling in boogkader van staande Servaas met nimbus, sleutel, staf en draak, in banderol aan weerszijden van zijn hoofd 'Sanctus' en 'Servatius' (Antwerpen: Caals en Schneider, va. 1888; Coll. D. Gooren); 11 kleurenprentje met afbeelding staande Servaas met staf, sleutel en draak, achtergrond Maastricht (M.Gladbach: B. Kühler, [z.j.]; 5,7 x 10,3 cm; Schatkamer); 12 kleurenprentje met afbeelding staande Servaas met staf, sleutel en draak, in boogkader, achtergrond Maastricht, onderschrift 'S. Servatius', keerzijde 'Gebed voor het behoud des Geloofs' (Maastricht: v/h Cl. Goffin; 'Imprim.' Laurentius Bisschop van Roermond; 5,9 x 10,4 cm); 13 kleurenprent met, verdeeld over 6 vakken, 22 genummerde relieken (Mönchen Gladbach: Typogr. Apost., [1902]; 14,5 x 12 cm; Schatkamer); 14 kleurenprentje met in vakken binnen boog genummerde relieken, onderschrift 'Het heiligdom van Sint Servaas te Maastricht', keerzijde beschrijving 23 relieken (Mönchen Gladbach: B. Kühler, Typogr. Apost.; 7,3 x 10,8 cm); 15 sepia prent (van Frans Loots) met scène in de kerk van Tongeren, v.l.n.r. engel, St. Servaas met bisschopsstaf, toeschouwers, onderschrift 'H. Servatius (13 mei †384)' en 'De H. Servatius ontvangt den Bisschopsstaf uit de handen van een Engel die hem van Jerusalem naar Tongeren geleidde' (Groningen: O.N.H.; Imprim. Utrecht 11 dec. 1915; 43 x 31 cm); 16 kleurenprentje met voorstelling als vorige, tekst erboven '2e serie Onze Vaderlandsche Heiligen No. 8', onderschrift 'H, Servatius', keerzijde 'De H. Servatius, Eerste Bisschop van Maastricht. Feestdag 13 Mei (†384)' met levensbeschrijving en gebed met aflaat (Groningen: O.N.H.; Imprim. Ultraiecti, 11 dec. 1915; 10 x 6,4 cm); 17 sepia prentje met foto van een beeld van Servaas met staf en sleutel die knielende man doopt, onderschrift 'H. Servatius, Bisschop, †384.', keerzijde gebed 'Ter eere van den H. Servatius', schietgebed en aflaat ('Imprim.' 11 dec. 1918, Laurentius, Bisschop van Roermond; 6 x 10,5 cm); 18 prentje (zwartwit en rood), gesigneerd Hans de Jong, afbeelding van een staande Servaas met staf, sleutel en draak, op de achtergrond vluchtende figuren en vuur, met wapen, in banderol de tekst 'Sanctus Servatius O.P.N.', op keerzijde 'Gebed voor de R.K. Universiteit' (Imprim. Utraiecti, 8 sept. 1921); 19 kleurenlitho 'St. Servatiuslegende', uitgegeven ter gelegendheid van de heiligdomsvaart 1923, in de vorm van een stripverhaal in tien taferelen, met op de achterzijde een St. Servatiuslied (Luik: Ch. Gordinne, 1923; 26,2 x 37,5 cm); 20 gedachtenisprentje, op voorzijde Servaas met nimbus, sleutel, staf en draak, staande in (kerk-)portaal, in de vier hoeken van het kader een ster, tussen de sterren 'Heiligdomsvaart', 'St. Servatiuslied', 'Maastricht in 1923' en 'H. Servatius b.v.o.', op keerzijde[?] Servatiuslied (Maastricht: Drukkerij voorh. Cl. Goffin, [1923]; ontwerp J. Graafland; Coll. H.L. De Boer, Weert); 21 gedrukte (houtskool-?)tekening van de St. Servaaskerk, gemaakt door Henri Jonas (Maastricht: Leiter-Nypels, heiligdomsvaart 1930; 20,5 x 26,8 cm); 22 houtgravure van Jan en Mathieu Hul met de beeltenis van St. Servaas (ten halve) met kromstaf, op de achtergrond de Servaasbrug en -kerk, op de voorgrond de sleutel, onderschrift 'Sint Servatius' (1934; Schatkamer); 23 gekleurde pentekening met afbeelding Servaas (ten halve) met staf, sleutel en nimbus, op de achtergrond de Servaaskerk, een kale boom en een kapel, onderschrift 'St. Servatius' (anoniem, ca. 1940; 20 x 12 cm; Maastricht: Gemeentearchief, Top. Hist. Atlas nr. 5760); 24 devotieprentje met afbeelding van staande Servaas met staf en sleutel, tegen achtergrond van wolken en twee kerken, in banderol 'St. Servaas', onderschrift 'St. Servatius †384 / First Preacher of the Gospel in the Netherlands', in verschillende drukken uitgebracht o.m. in hardroze met Engelse tekst, ter uitreiking aan de bevrijders van Maastricht die de Servaaskerk bezochten (1944; 12 x 6,2 cm; Schatkamer); 25 prentje (donkergroen-wit) met tekening Servaasbeeld van Maastricht, onderschrift 'St. Servatius van Maastricht' (4,6 x 10,6 cm); 26 prentje (bruin-wit), gesigneerd A.P.A, afbeelding van Servaas (ten halve, en profil) die bisschopsstaf krijgt van engel, onderschrift 'H. Servatius' (Leiden A.C. 17; 5,8 x 9,3 cm); 27 drie-kleurenprentje, gesigneerd Marcel Volans, met buste Servaas met adelaar en bisschopsstaf, in banderol 'S. Servatius o.p.n.' (C.K.Z. 404; 7 x 10 cm); 28 prentje (bruin-wit) met tekening van Servaas met staf, sleutel en draak, onderschrift 'Sancte Servati o.p.n.' (E.v.A. 40; 7,2 x 11,1 cm); 29 prentje, gesigneerd Joan Collmar (?), Servaas (ten halve) met staf en sleutel, onderschrift 'H. Servatius / die het ware geloof hebt verdedigd etc.', keerzijde tekst over leven Servaas (Maastricht; 6,2 x 11,3 cm); 30 prentje met foto (W. Martz) van het hoofd van het Servaasbeeld van Maastricht, onderschrift 'St. Servatius, 14de eeuw', keerzijde gebed (zwart-wit; 7,1 x 11,1 cm); 31 prentje met kleurenfoto Servaasbeeld, op keerzijde gebed, naar de toespraak van paus Johannes Paulus II in de Servaasbasiliek op 14 mei 1985 (7,3 x 14,3 cm; verkrijgbaar in 1999); 32 vouwprentje met tegen blauwe achtergrond op voor- en achterzijde foto's van de gevel van de noodkist met Servaasafbeelding, binnenzijde gebed tot Servaas en tot God (Maastricht: Basiliek van St. Servaas/Delnoy Lichtdrukkerij; 7,4 x 13 cm; 4 p.; verkrijgbaar in 1999); 33 pentekening Han Jelinger (vermeld 1990); 34 prentenmap met oude afbeeldingen van de St. Servaas en de O.L. Vrouwekerk (vermeld in 1990).
- Liederen: Servaasliederen bestaan in verschillende versies en bewerkingen, ook worden heiligdomsvaartliederen gemaakt. 1 tekstblaadje met 'St. Servatiuslied' en 'Gebed tot de H. Servatius' (10,3 x 15,5 cm; [1962?]) 2-zijdig bedrukt; 2 heiligdomsvaartlied 'Leven op Gods adem' (1997; A4; parochie).
- Toningsformulieren, programmafolders en -boekjes: De middeleeuwse en vroegmoderne toningsformulieren waren beknopte, rijk geïllustreerde programmablaadjes voor de reliekentoningen, die voor de heiligdomsvaarten in opdracht van het kapittel werden gedrukt. In 1601 was dit de taak van de 'sacristy-meester'. In de 19e en 20e eeuw werden folders en boekjes gedrukt met een vergelijkbaar doel. Aanvankelijk beknopt en zonder illustraties gaven zij slechts de 'orde der plechtigheden' en de toningsvolgorde. In de 20e eeuw verschenen advertenties in de boekjes en veranderde de inhoud: naast het programma meer verhalende informatie over geschiedenis en relieken, met weer meer illustraties. Het strikte toningsprogramma was op den duur niet altijd meer opgenomen. 1 Toningsformulier (Midden-Rijngebied, mogelijk Mainz, ca. 1468; 27,5 x 37,5 cm) op een gekleurde houtsnede worden in drie kolommen naast elkaar de relieken afgebeeld die getoond werden tijdens de heiligdomsvaarten van Maastricht, Aken en Kornelimünster. De tien met Servaas verbonden relieken zijn volledig afgebeeld (München: Staatliche Graphische Sammlung, nr. 118308); 2 Uit de late 17e eeuw dateert een groot vel met genummerde afbeeldingen van relikwieën, dat verloren gegaan is, maar in de 19e eeuw gekopieerd werd door Van Heylerhoff (Schatkamer 5 C 51); 3 'Zevenjarige heiligdomsvaart te Maastricht van 9 tot 24 juli' (Maastricht: Henri Bogaerts, [1881?]; 19 x 26,5 cm; 2 p.) groen, programma plechtigheden en toningen; 4 Officieel Program der kerkelijke plechtigheden, populaire feesten, enz. welke ter gelegenheid van het XVde eeuwgetij des H. Servatius patroon van Maastricht, van 11-18 mei 1884, aldaar zullen gehouden worden (Maastricht: St. Paulus-drukkerij, 1884; 14 x 21,4 cm; 46 p.); 5 'Zevenjarige heiligdomsvaart te Maastricht van 9 tot 23 juli 1888' (Maastricht: Courrier de la Meuse, [1888]; 14,2 x 21,5 cm; 4 p.) programma plechtigheden en toningen; 6 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht van 9 tot 23 juli 1895' (Maastricht: Gebr. Crolla, 1895; 14 x 22 cm; 4 p.) programma plechtigheden en toningen; 7 'Ostension Septennale des Saintes Reliques a Maestricht du 9 au 23 Juillet 1895' (Maastricht: H. Boosten, [1895]; 14 x 22 cm; 4 p.); 8 F. van Looveren, De zevenjarige heiligdomsvaart. Feestrede bij de opening in de Sint-Servaaskerk van Maastricht uitgesproken door F. van Looveren R.K. Pr. 8 juli 1888. Gevolgd door een overzicht van de relieken van den Sint-Servaasschat ('s-Hertogenbosch: Maatschappij De Katholieke Illustratie, 1895; impr. 's-Hertogenbosch, 10 juli 1895 J. Versterren, Rector. ad hoc delegatus; 26 p.); 9 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht van 9 tot 23 juli 1902' (Maastricht: Boosten & Stols; 14,2 x 22 cm; 4 p.) programma plechtigheden en toningen, ook in het Frans; 10 Officieel programma van den historisch-religieusen optocht te Maastricht op 18 en 25 Juli 1909, voorstellend Europa's grootste mannen, van de 4e tot de 16e eeuw, als bedevaartgangers naar St. Servatius' graf ([Maastricht]: Vereeniging 'Maastricht Vooruit', 1909) 45 p.; 11 Feestgids van de kerkelijke plechtigheden. De zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht, 8-23 juli 1916 en van het openluchtspel 'De legende van St. Servaas' hetwelk te dier gelegenheid gegeven wordt op het Vrijthof, den 9en, 16en en 23en juli. Text van Chr. Mertz, Pr.. Muziek van Philip Loots. Leider: A.V. Olterdissen (Maastricht: Cl. Goffin, 1916; 40 p. + advertenties); 12 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht van 8 tot 23 juli 1923' (14 x 22 cm; 4 p.) programma plechtigheden en toningen; 13 Heiligdomsvaart Maastricht juli 1923 (Maastricht: 'De Nedermaas' Limb. geïll. weekblad, 1923; 25 x 32 cm; 50 p.); 14 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht van 12 tot 27 juli 1930' (13,8 x 22 cm; 4 p.) programma plechtigheden en toningen, ook in het Frans; 15 Heiligdomsvaart Maastricht 1930 12 tot en met 27 juli. Programma (Maastricht: Druk Gebr. Van Aelst, 1930; 56 p.); 16 Limburgsche studentenlanddag op donderdag 24 juli 1930 ingericht door de R.K. Studentenclub 'Sanctus Servatius' bij gelegenheid van de Limburgsche studentenbedevaart naar de heiligdomsvaart ... etc. (Maastricht: Drukkerij W. Kohl, 1930; 13,8 x 20 cm, 8 p.) programmaboekje, met vier processies vanaf het station in Wyck voor de deelnemers uit de richtingen Heerlen en Hasselt, Weert en Venlo, vanaf het clublokaal in de Brussselsestraat voor de deelnemers uit de richtingen Maaseik (tram) en Tongeren / St. Truiden (tram); 17 'Volgorde waarin de voornaamste H.H. Relieken in de Groote Processie op 13 Mei bij gelegenheid van de herdenking van de 1550ste sterfdag van St. Servaas gedragen worden' (uitvouwblad, 14,5 x 55 cm; [1934]); 18 'Heiligdomsvaart en Mariafeesten Maastricht 11-25 juli 1937' (uitvouwfolder 10,8/43,2 x 22,5 cm) voor België; 19 'Heiligtumsfahrt Maastricht 1937 11-25 juli (Aachen: Johannes Volk, [1937]; 15,2 x 21,5 cm; 4p.); 20 'Heiligdomsvaart en Mariafeesten 1937' (13,8 x 21,5 cm; 4 p.); 21 'In 1937 naar het Graf van Sint Servaas' (uitvouwfolder 21,5/64,5 x 25 cm) 1e circulaire voor Nederland buiten Limburg; 22 'In 1937 naar het Graf van Sint Servaas' (13,8 x 21,5 cm; 8 p.) 2e circulaire voor Nederland buiten Limburg; 23 'Heiligdomsvaart en Mariafeesten 1937 te Maastricht' (21,8 x 27,6 cm; 4 p.) algemeen inlichtingsblad; 24 Maastricht 11-25 juli 1937. Heiligdomsvaart en Mariafeesten (Maastricht: Hoofdcomité der heiligdomsvaart en Mariafeesten, 1937; 12 p.); 25 Heiligdomsvaart en Mariafeesten 10-25 juli 1937 Maastricht (Maastricht: Druk v.h. Cl. Goffin, 1937; 76 p.); 26 'Volgorde van de grote St. Servaas Processie ... heiligdomsvaartjaar 1948 zondag 16 mei' (Maastricht: Crouzen, [1948]; uitvouwblad 11/33 x 21,8 cm) met foto kerk; 27 'Heiligdomsvaart Maastricht 10 t/m 25 juli 1948' (uitvouwblad 10,8/43,2 x 21 cm) met foto borstbeeld; 28 Officiëel programmaboek van de heiligdomsvaart te Maastricht. Van 10 tm 25 juli 1948 (Maastricht: Comité heiligdomsvaart, 1948; 15,8 x 24 cm; 72 p.); 29 Zevenjaarlijkse heiligdomsvaart Maastricht 10 tm 25 juli 1948 (Maastricht / Heerlen: Comité heiligdomsvaart 1948 / Uitg. Winants, 1948; 29 x 41,5 cm) huis-aan-huis verspreid in heel Limburg; 30 Officieel programma-boek Heiligdomsvaart Maastricht van 9 tot 25 juli 1955 (Maastricht: Comité heiligdomsvaart, 1955; 13,3 x 19,4 cm; 80 p.); 31 'Plechtige toning der relieken Sint Servaaskerk Maastricht' ([z.p.]: Druk S&G, [z.j., 1962?]; 10,6 x 14,9 cm; 4 p.); 32 'Heiligdomsvaart 1962. Reliekentoning St.-Servaaskerk' (uitvouwblad 12,6/37,8 x 21 cm) toningsprogramma en Servaaslied; 33 'Heiligdomsvaart Maastricht 1962, 8-22 juli' (uitvouwblad 3-delig, 2-zijdig bedrukt, 21 x 14,5 cm); 34 Algemeen schema voor de eucharistievieringen tijdens de heiligdomsvaart 1962 (Maastricht: [Stichting 'Het graf van St. Servaas'], 1962; 20 p.); 35 Pater Dr. L. Bosse o.f.m., Werkboek voor de heiligdomsvaart 1962 te Maastricht, als rapport van de theologische commissie (Maastricht: Stichting 'Het graf van St. Servaas', [1962]) ten behoeve van de organisatoren; 36 [Pater Bruno Groen o.f.m. en pater Laurentius Bosse o.f.m.], Heiligdomsvaart Maastricht 1962, 8-22 juli (Maastricht: Commissie heiligdomsvaart 1962; 14,2 x 20,1 cm; 36 p.); 37 'Plechtige liturgie volgens de Armeense Ritus, te vieren op de feestdag van de Heilige Servatius, patroon van de stad Maastricht 13 mei 1964'; 38 Heiligdomsvaart 1969 (Maastricht: Stichting 'Het graf van St. Servaas', 1969; 14,5 x 21,3 cm; 12 p.) programmaboekje 27 - 28 sept.; Servatius, apostel van het Maasland (Maastricht: [Crouzen], 1969) catalogus bij tentoonstelling heiligdomsvaartrelieken 17-27 sept. in de crypte, 4-talig; 39 Heiligdomsvaart 1976 Maastricht (Maastricht: Stichting 'Het graf van St. Servaas, 1976; 15 x 21 cm; 64 p.), programmaboekje 26 aug. - 5 sept.; 40 Terugblik op de heiligdomsvaart 1976 (Maastricht: Stichting 'Het graf van Sint Servaas', 1978; 14,5 x 20,9 cm; 20 p.) zwartwit foto's; 41 'Heiligdomsvaart 1983. Heiligtumfahrt. Fêtes septennales. Pilgrimage. Maastricht 25 aug. - 4 sept.', uitvouwblad 3-delig, 2-zijdig bedrukt, 4-talig (form. opgevouwen 13 x 23,5 cm); 42 Programma. Heiligdomsvaart 1983 Maastricht 25 aug. - 4 sept.; Religieuse stoet, klank- en lichtspel, concerten, exposities (Maastricht: Stichting 'Het graf van Sint Servaas', 1983; 14,8 x 21 cm; 64 p.) 4-talig; 43 Heiligdomsvaart 1983 en eeuwfeest St. Servaas 1984: christen zijn in Europa, christen zijn in Maastricht ([Maastricht: Werkgroep Thematiek], 1983); 44 Samen verantwoordelijk: Heiligdomsvaart 1983, Eeuwfeest St. Servaas 1984 (Maastricht: z.n., 1984); 45 Onderling éên: Heiligdomsvaart 1983; Eeuwfeest St. Servaas 1984 (Maastricht: z.n., 1984); 46 'Eeuwfeest St. Servaas 384-1984' met programma (15 x 21 cm; 4 p.); 47 Heiligdomsvaart Maastricht, 23 aug. - 2 sept.: Hoe blij was ik toen men mij riep: "Kom wij gaan naar het huis van de Heer". Programma. Religieuze ommegang, klank- en lichtspel, concerten, exposities (Maastricht: Stichting 'Het graf van Sint Servaas', 1990; 64 p.) 4-talig; 48 Jaap van Term ed., Hoe blij was ik toen men mij riep: "Kom, we gaan naar het huis van de Heer". Heiligdomsvaart 1990. Maastricht, 23 augustus - 2 september (Maastricht: Commissie pelgrimages, 1990; 36 p.); 49 'Boe bis diech? Heiligdomsvaart Maastricht 5-15 juni 1997' (Maastricht: PR-commissie Heiligdomsvaart, 1997) uitvouwfolder 3-delig, 2-zijdig bedrukt, 6-talig, Nederlands, Frans, Duits, Engels, Latijn en Maastrichts (form. opgevouwen ca. 14 x 30 cm); 50 Programmafolder heiligdomsvaart 1997, in verschillende talen, uitvouwbaar, 4-delig, 2-zijdig bedrukt (form. opgevouwen 10 x 22 cm); 51 Boe bis diech? Heiligdomsvaart Maastricht 5-15 juni 1997 (Maastricht: Stichting 'Het Graf van St. Servaas, PR-commissie Heiligdomsvaart, 1997; 15 x 21 cm; 47 p.); 52 'Ommegang heiligdomsvaart 1997. Overzicht deelnemende groepen. Boe bis diech?' (15 x 21 cm; 4 p.).
- Affiches: 1 'Zevenjarige heiligdomsvaart te Maastricht van 9 tot 23 juli 1888' (Maastricht: Courrier de la Meuse, [1888]; 57,5 x 83 cm; zwartwit en rood); 2 'Ostension Septennale des Saintes Reliques a Maestricht du 9 au 23 Juillet 1888' (Maestricht: Courrier de la Meuse, [1888]; 57,5 x 83 cm; zwartwit en rood); 3 'Ostension Septennale des Saintes Reliques a Maestricht du 9 au 23 Juillet 1895' (Maastricht: J.H. van Aelst-Holman, [1895]; 63 x 85 cm; zwartwit en rood); 4 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht in Sint Servaaskerk van 9 tot 23 juli 1902' (Maasricht: Schols, [1902]; 57 x 77 cm; zwartwit en rood); 5 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht, in Sint Servaaskerk van 10 tot 25 juli 1909' (Maastricht: Cl. Goffin & Co., [1909]; 57 x 77 cm; zwartwit en rood); 6 'Stad Maastricht. 18 en 25 juli historisch-religieuse optocht voorstellend Europa's grootste mannen van de 4e tot 16e eeuw als bedevaartgangers naar St. Servatius' graf' ([1909]; 180 x 85 cm) met afbeelding heraut; 7 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart van 8 tot 23 juli 1916. ... Maastricht.' (Maastricht: Boosten & Stols, [1916]; ca. 66 x 98 cm) zwartwit en rood met foto Servaasbeeld; 8 'De legende van St. Servaas. Openluchtspel etc.' (Maastricht: Cl. Goffin [1916]; 62 x 86 cm) zwart op geel; 9 'Zevenjaarlijksche heiligdomsvaart te Maastricht van 8 tm 22 juli 1923' (Maastricht: Boosten & Stols, [1923]; 66 x 100 cm) zwartwit en rood met foto Servaasbeeld; 10 'Heiligdomsvaart Maastricht juli 1923. Spel van St. Lambertus' (Maastricht: Leiter-Nypels, [1923]; 90 x 146 cm) ontwerp Hub. Levigne; 11 'Sint Servatius Maastricht verwacht u ter heiligdomsvaart van 12 tot en met 27 juli 1930' (Maastricht: Gebr. van Aelst, [1930]; 61,5 x 84,5 cm) bruin op geel, met foto borstbeeld; 12 'Heiligdomsvaart Maastricht 12-27 juli a.s.. Limburgers op ter bedevaart naar Maastricht' (Maastricht: Cl. Goffin, [1930]; 61,5 x 84,5 cm) zwart op blauw, speciaal gedrukt voor Belgisch Limburg omdat van het vorige affiche de hele oplage naar 'Holland' verzonden was; 13 'Heiligdomsvaart Maastricht en Mariafeesten 1937 van 11 tot en met 25 juli' (Maastricht: Van Aelst, [1937]; 23 x 31 cm / 50 x 75 cm) ontwerp Hubert Levigne, blauw/geelbruin/ zwart, Servaas met sleutel zittend bij kerk, de beide formaten vertonen kleine verschillen in de afbeelding; 14 'Maastricht. Opening heiligdomsvaart 1948. Pinksterzondag 16 mei etc. ...' (32,5 x 50 cm) zwartwit en rood met foto sleutel; 15 kleurenaffiche 'Heiligdomsvaart Maastricht 10 t/m 25 juli 1948' ([z.p.]: Staar Ateliers, [1948]; 23,8 x 36 cm en 47,6 x 72 cm), vanuit boog kijkt men op Servaasprocessie rond kerk, erboven het Christusbeeld van Wyck, in bovenhoeken O.L. Vrouw en Servaas; 16 'Heiligdomsvaart Maastricht 10 tm 25 juli' (42,8 x 61,2 cm; 1948?); 17 kleurenaffiche 'Heiligdomsvaart 1983, Maastricht 25 aug.-4 sept.' met foto noodkist (63 x 35 cm); 18 kleurenaffiche 'Sint Servaas ? 384 - 1984, 16 eeuwen stadspatroon Maastricht' met foto reliekbuste (62 x 42 cm).
- Periodieken: 1 De[n] opregte[n] Maastricht[schen/er] [Sint Servatius] almanak (Maastricht: Nypels [Vos], 1808-1919); 2 De St.-Servatius-klok. Kerkelijk weekblad voor Maastricht (Maastricht: Meyers, 1869-[1948?]), voortgezet als: De Groete klok. Katholiek weekblad voor Groot-Maastricht (Maastricht: Goffin, 1949-1964); 3 Sint Servaas: maandblad ter bevordering der vereering van den eersten Bisschop der Nederlanden (Maastricht: z.n., 1934-1937) 8 p., in 1937 voortgezet als: De stem van Tricht: Driemaandelijkse uitgave ter bevordering van de vereering van den eersten Bisschop der Nederlanden, Sint Servaas (Maastricht: z.n., 1937-....) 16 p., groter formaat; 4 Parochiële mededelingen St. Servaas (Maastricht: St. Servatiusparochie, 1961-1964), voortgezet als: Mededelingen St. Servaas (Maastricht: Parochie St. Servaas, 1970-...); 5 De Sint Servaas. Tweemaandelijks restauratie-informatiebulletin (Maastricht: Stichting Restauratie de Sint Servaas, 1981-1992); 6 Heiligdomsvaart 1997; Info-bulletin (maart 1995 - juli 1997).
- Toneelstukken / openluchtspelen: 1 B. Heimbachius, Servatius Octavianus sive tungrensis. Drama sacrum exhibens mirabilem sancti Servatii Tungros adventum, eius ibidem vitam et inde discessum Mosae-Traiectum. Exhibitum a iuventute scholarum ad sanctum Servatium anno 1647 (Mosae-Traiecti: ex typographia Ezechielis Bucherii, 1649); 2 Chrétien Mertz, Spel van St. Servaas (Sittard [etc.]: Alberts [etc.], 1916), nogmaals opgevoerd in 1930; 3 Chr. Mertz pr., Het spel van Sint Lambertus in drie bedrijven met proloog (Sittard: Paters van het H. Hart Missiehuis Leienbroek, 1923; impr. H. Beijersbergen S.J. Librorum Censor. Maastricht, 15 juni, 1923); 4 Paul Claudel (vert. Hein Boeken), De boodschap aan Maria (1930) 'middeleeuwsch mysteriespel', openlucht; 5 Paul Haimon, Angelica en St. Servaas (1948) openluchtspel; 6 Loe Maas, Religieus dansspel (1948) stadsschouwburg; 7 Loe Maas, Het wonder van Sint Servaas (1955) openluchtspel Boschstraat; 8 Loe Maas, De gebroken ring (een spel van Sint Lambertus) (1955) openluchtspel, pandhof; 9 Gabriel Beckers, Spel van Sint Servaas (1962), openluchtspel, pandhof; 10 Jef Spuisers, Spel van de heiligdomsvaart. Een reliekentoning omgeven met licht, klokkenspel, muziek, zang en dans, gebracht door ruim duizend Maastrichtenaren, naar een idee van enkele anonieme initiatiefnemers, met medewerking van Br. Sigismund Tagage, de schatbewaarder van de Sint Servaaskerk (1976); 11 Huub Noten, Het gouden huis (1983) klank- en lichtspel over Servaas, relieken, kerk, op het Vrijthof; 12 Sjeng Verheijden, Echo van een pelgrim (1990) spektakelstuk, klank- en lichtspel op Vrijthof; 13 Huub Noten, De Christus van de noot. Een choreografisch gedicht in klank en licht (1997) klank- en lichtspel gebaseerd op de legende van het Zwarte Kruis van Wijck.
- Lesmateriaal: 1 Br. Gregorio, Maastricht en zijn heiligdomsvaart (Maastricht: Boosten en Stols, [1955]; Imprim. Mosaetrajiecti, 14 febr. 1955 L. Rood s.j.) voor jeugd; 2 Maastricht en zijn heiligdomsvaart. Toelichting (Maastricht 1962) voor leerkrachten; 3 Plakvel met foto's uit Maastricht en zijn heiligdomsvaart (1962); 4 serie kleurendia's met geluidsband voor jongeren, te huur in 1962; 5 Jef Bartelet, Heiligdomsvaart 1983 (Maastricht: Stg. Trajectum, 1983; Trajectum 4) leer- en werkboek voor het basisonderwijs, met o.m. legende in stripverhaalvorm.
- Bedevaartvaantje: vaantje (vierkleurendruk, rode rand) randtekst op beide zijden 'Heiligdomsvaart te Maastricht / van 8 tot 23 juli 1923', op de ene zijde een afbeelding van de > O.L. Vrouwekerk en in medaillon Maria met Kind en de randtekst 'Onze Lieve Vrouwe Sterre ter Zee B.V.O.', op de andere zijde de Servaaskerk en in medaillon Servaas met sleutel en staf en de randtekst 'H. Servatius patroon van Maastricht B.V.O.' (Gemeentearchief Maastricht).
- Postzegel en poststempel: in 1955 werd een tijdelijk postagentschap ingericht bij de kerk, dat een speciaal poststempel en speciale plakstroken aanbood ter gelegenheid van de heiligdomsvaart. In 1984 is een speciale Servaaspostzegel uitgegeven ter gelegenheid van de 1600e sterfdag.
Bronnen en literatuur - Het bronnenmateriaal voor de St. Servatiusverering is zo overvloedig dat hieronder niet is gestreefd naar volledigheid. Uitgebreide informatie over de relieken geeft Koldeweij, Der gude Sente Servas (1985). Tevens bevat dit werk een overzicht van reisbeschrijvingen waarin de Servaaskerk wordt besproken (p. 262-282) en een overzicht van handschriften en edities van de Servaaslegende tot het eind van de 18e eeuw (p. 35-54). Deze handschriften c.q. oude drukken worden bewaard in verschillende collecties verspreid in Europa.
Archivalia: Van het kapittelarchief St. Servaas is een groot deel vernietigd of verspreid geraakt tijdens de Franse Revolutie; belangrijke stukken berusten in Parijs, Brussel, Den Haag. Maastricht, Rijksarchief in Limburg: (vgl. E. Nuyens, Inventaris van de archieven van het Kapittel van Sint-Servaas te Maastricht (Maastricht: onuitgegeven, [1969]): inv.nrs. 1-9, resolutieprotocollen; inv.nr. 64, aflaatbrief 1289; inv.nr. 166, ordinarius, fol. 38v-39v Formules reliekentoning 15e eeuw, fol. 43r+v Processie 1488; inv.nrs. 284 t/m 293, 960, relieken en toningen; inv.nr. 1742, ordinarius, processies 1488, 1628, 1677, fol. 49r+v, 73-75, 82-85; inv.nrs. 1743-1745, levensbeschrijvingen van Sint Servaas; inv.nr. 1746, Servaastoneelstuk 1647/1649; inv.nr. 1746a, 'observationes in historiam Sancti Servatii etc.', inv.nr. 1747 (onvolledig), reliekenlijst A. Bouwens 1651, inv.nr. 1754-1761, Variorum Tomi, 18e eeuw; inv.nr. 1761a, A.L.J. Brandts, 'Beschrijving der relieken en historische aantekeningen over de bisschoppen van Tongeren, Maastricht en Luik' (1738-1752); inv.nr. 1762, Memoriale, 18e eeuw; inv.nrs. 1765-1770, G. Pluegmaekers, 'Apotheca liberae imperialis ecclesiae Sancti Servatii etc.' dl. I-VI; inv.nr. 1771 en 1772, afschriften 1818 i.v.m. relieken en toningen, 1818; inv.nr. 1773, Fragment vita 18e eeuw; archief broederschap der kapelanen: inv.nr. 87, afschriften van stukken m.b.t. missen voor pelgrims, d.d. 1607-1614 (18e eeuw); archief St. Servaasgasthuis; prentencollectie, nrs. P 636, P 956, P 2026.
- Maastricht, gemeentearchief: parochiearchief St. Servaas (1797-1964), inv.nrs. 126-138 'De groete Klok'; inv.nrs. 138-140, registrum pastorale; inv.nrs. 468-524, kerk- en reliekenschat; inv.nrs. 545-550, uitgave prentbriefkaarten en boeken 1949-1962; inv.nr. 688, devotionalia 1948-1953; inv.nrs. 1425-1443, processies en heiligdomsvaarten; inv.nrs. 1448, 1449, 1451, 1453, 1461, kerkelijke feesten; inv.nrs. 1462, 1465, aflaten; inv.nrs. 1741-1743, Broederschap H. Servatius; inv.nrs. 1744-1754, restauratie noodkist 1958-1962; parochiearchief St. Servaas II (magazijnlijst, na 1964); archief en collectie A. Welters, inv.nr. 31, stukken m.b.t. de 1550e sterfdag van Servaas (1934); inv.nr. 32, heiligdomsvaarten (1909-1962); archief Nederlandse Hervormde Gemeente (St. Janskerk), notulen kerkeraad, klachten over processies en kermis; prenten en handschriften, bevat een aantal stukken met betreking tot de Servaasverering; Topografisch Historische Atlas, bevat o.m. kaarten en afbeeldingen van het Vrijthof, kerkexterieur en -interieur, van processies en van Servaas.
- Maastricht, Stadsbibliotheek: documentatiecollectie, nr. 394.5 Processies en nr. 264 Openbare eredienst.
- 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: Bedevaarten C5. Roermond, bisdomarchief: parochiedossier St. Servaas, over kerkgebouw.
Tekstedities: P.F.X. de Ram, 'Opuscules de Mathieu Herbenus, concernant les antiquités de Maestricht', in: Compte-Rendu des séances de la Commission Royale d'Histoire ou Receuil de ses Bulletins 12 (Brussel: M. Hayez, 1846) p. 5-44; P. Doppler, 'Schepenbrieven van het Kapittel van St. Servaas te Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 36 (1900) p. 3-130, 37 (1901) p. 192-352, 38 (1902) p. 3-170; A.J.A. Flament ed., 'Beschrijving der stad Maastricht door Adam van Broekhuysen, begonnen in juli 1731': in Publications S.H.A. Limbourg 42 (1906) p. 3-80, p. 21-23 betreffende de relikwieën; B. Kuske ed., Quellen zur Geschichte des Kölner Handels und Verkehrs im Mittelalter 3, Besondere Quellengruppen des späteren Mittelalters (Bonn: Hanstein, 1923; herdruk Düsseldorf: Droste, 1978) p. 245 nr. 80; J. Grauwels, Dagboek van gebeurtenissen opgetekend door Christiaan Munters 1529-1545 (Assen: Van Gorcum, 1972); J.M.B. Tagage ed., De Ordinarius Chori van de collegiale Sint-Servaaskerk te Maastricht, volgens een handschrift uit het vierde kwart van de dertiende eeuw (Leeuwarden: Eisma, 1993);
- Vitae (bewerkingen) en andere bronnen i.v.m. met het leven van Servaas: J. Chapeaville ed., Gesta Pontificum Tungrensium, Traiectensium et Leodiensium (...), 3 dln. (Luik: Christian Ouvverx iunior, 1612) p. 23-52 (Heriger van Lobbes en Aegidius van Orval); G. Henschenius, 'De Sancto Servatio Episcopo Traiecti ad Mosam in Belgio', in: Acta Sanctorum Maii III (Antwerpen: Michael Cnobarus, 1680) p. 209-231; J.D. Mansi, Sacrorum Conciliorum nova et amplissima collectio dl. 2 (Florence: A. Zatta, 1759) k. 1371-1379 (concilie te Keulen in 364) en dl. 3 (Florence: A. Zatta, 1759) k. 67-68 (concilie in Sardinië, 347); J. Ghesquiere, 'De S. Servatio Episcopo', in: Acta Sanctorum Belgii selecta I (Brussel: Lemaire, 1783); J.-P. Migne ed., Patrologiae cursus completus etc. (Parijs: Migne, 1849) waarin opgenomen Sulpicii Severus, Chronica, lib. 2, c. 44, P.L. 20, k. 153-154 en Gregorius van Tours, Historia Francorum, II-5 en Liber de gloria confessorum, 72, Patrologia Latina 71, k. 497-488, 880-881; R. Koepke, 'Herigeri et Anselmi Gesta Episcoporum Tungrensium, Traiectensium et Leodiensium', in: Monumenta Germaniae Historica, Scriptorum VII (Hannover: Hahn, 1846), p. 172-175; J.H. Bormans, 'Heynryck van Veldeken, Sint Servatius' legende, uitgegeven naar een handschrift uit het midden der XVde eeuw', in: Annales de la Société Historique et Archéologique à Maestricht 2 (1856-1858) p. 177-461; R. Koepke, Monumenta Germaniae Historica, Scriptores XII (Hannover: Hahn, 1856) p. 85-126, Jocundus; J. H. Bormans ed., Sinte Servatius Legende van Heynrijck van Veldeken, naar een handschrift uit het midden der XVde eeuw, voor de eerste mael uitgegeven (Maastricht: Leiter-Nypels, 1858); Ch. Ruelens, 'La légende de saint Servais', in: L'Art Universel 1 (1873) p. 151-152, 159-160, 167-168; J. Habets, 'De legende van het leven en de wonderwerken van den H. Servatius, bisschop van Maastricht, uitgegeven naar een middennederlandsch handschrift', in: Publications S.H.A. Limbourg 19 (1882) p. 3-84, ook als afzonderlijke uitgave bij Romen in Roermond); C. de Smeth, 'Sancti Servatii Tungrensis episcopi vitae antiquiores tres', in: Analecta Bollandiana 1 (1882) p. 89-111, Vita antiquissima, Gesta antiquiora, preek van Radbod; J. Vrancken, St. Servatius-Legende uitgegeven naar een latijnsch handschrift uit de XlVe eeuw (Maastricht: St. Paulus-Drukkerij, 1884); O. Greifeld, Servatius, eine oberdeutsche Legende des 12. Jahrhunderts (Berlijn, 1887); Fr. Wilhelm, Sanct Servatius oder wie das erste Reis in deutscher Zunge geimpft wurde (München 1910), 'Gesta Sancti Servatii' en 'Sante Servatien Leben'; Marie Koenen ed., Hendrik van Veldeke's Sint Servatius legende (Bussum: Brand, 1912; latere editie Heerlen: Roosenboom, 1955) bewerking; A. Kempeneers, Hendrik van Veldeke en de Bron van zijn Servatius (Antwerpen: Veritas, 1913), 'Gesta Sancti Servati'; Jan Stormen (ps. van Jef Notermans) ed., Hendrik van Veldeke, De wondere legende van Sint Servaas (Maastricht: Veldeke, 1930) bewerking; J. Notermans, Legende van Sint Servaas, naar een tekst uit de 15e eeuw (Heerlen: Winants, 1948); G.A. van Es, Sint Servaes Legende. In dutschen dichtede dit Heynrijck die van Veldeken was geboren. Naar het Leidse handschrift uitgegeven met medewerking van G.I. Lieftinck & A.F. Mirande (Antwerpen etc.: Standaard, 1950; herdruk Culemborg: Tjeenk Willink / Noorduijn, 1976); H. Hymans, Die Servatius-Legende, ein Niederländisches Blockbuch (Berlin: Cassirer, 1911); Jan M. Szymusiak ed., Athanasios, Apologie à l'empereur Constance c. 9 (Parijs: Cerf, 1958; Sources Chrétiennes 56) p. 97; J. Notermans, Commentaren op Heinric van Veldeken's Sint-Servaaslegende 4 dln. (Maastricht: z.n., 1974-1977); A.M. Koldeweij & P.N.G. Pesch ed., Het Blokboek van Sint Servaas: facsimile met commentaar etc. / Le Livre Xylographique de Saint Servais (Maastricht: Veldeke, 1984); Ludo Jongen & C. Schotel ed., Hendrik van Veldeke, Servaaslegende (Maastricht: Stg. Historische Reeks, 1993).
Literatuur: Joannes Placentius, Catalogus omnium antistitum Tungarorum, Traiectensium ac Leodiorum etc. (Antwerpen: Guil. Vorsterman, 1529); A. Bouwens, Cort Begryp des Levens van den H. Servatius (Maastricht: P. van Ouwen, 1662); Jan van Hamerstede, Den H. Servaas, Eerste Op-ziender der Gemeynte Christi tot Maastricht. Ontmaskert / Hervormt / ende in zijne eygene gedaante verthoont (Utrecht: J. Heycoop, 1667), spotschrift op Bouwens (1662); Cornelius Hazart, Den schreeuwende blinden opziender, met naeme Ian van Hamerstede (Antwerpen: J. Verdussen, 1667), contrareformatorische reactie op Van Hamerstede (1667); J.F. Willems, 'Aenteekeningen van eenen pelgrim der XVe eeuw', in: Belgisch Museum voor Nederduitsche Tael- en Letterkunde en de Geschiedenis des Vaderlands III (Gent: Gyselinck, 1839) p. 408-410; Al. Schaepkens, 'Histoire de la chasse de saint Servais, évêque de Tongres et de Maestricht', in: Messager des sciences historiques et archives des arts de Belgique (Gand: Hebbelynck, 1849) p. 133-179; A. Perreau, 'Récherches historiques sur le chapitre imperial de Saint Servais à Maestricht', in: Annales de l'académie d'archéologie de Belgique 7 (1850) p. 294-354; G.D. Franquinet, 'Hospitaliers de St. Servais', in: Annales de la Société Historique et Archéologique à Maestricht 2 (1856-1858) p. 174-176; J.C., 'Clé romane en argent du trésor de Saint-Servais à Maestricht', in: Revue de l'art Chrétien 4 (1860) p. 560; [J. Weale], 'Clefs de la confession de St. Pierre conservées à Maestricht et à Liège', in: Le Beffroi 2 (1864-1865) p. 169-176; M.A.H. Willemsen, 'Inventaire chronologique des chartes et documents de l'eglise de St.-Servais à Maestricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 4 (1867) p. 159-216, 431-470; A. van Soest, 'Oorsprong en Ontwikkeling der parochiën binnen Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 5 (1868) p. 79-96; H.P.H. Eversen, 'De heiligdomsvaart van Maastricht. Pélerinage septennal à Maestricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 7 (1870); G.D. Franquinet, Beredeneerde inventaris der oorkonden en bescheiden van het Kapittel van O.L. Vrouwe Kerk te Maastricht, berustende op het provinciaal archief van Limburg. Eerste deel (Maastricht: Hollman, 1870); Fr. Bock & M. Willemsen, Die mittelalterlichen Kunst- und Reliquienschätze zu Maestricht, aufbewahrt etc. (Köln/Neuss: L. -Schwann, 1872); H.A. Banning, 'Uitstapjes in Nederland, Limburg, Maastricht', in: Katholieke Illustratie (1872-1873) 111-115, 127-128; Fr. Bock & M. Willemsen, Antiquités sacrées conservées dans les anciennes collégiales de S. Servais et de Notre-Dame à Maestricht (Maastricht: Jos. Russel, 1873); W. Braune, 'Untersuchungen über Heinrich von Veldeke', in: Zeitschrift für deutsche Philologie 4 (Stuttgart: z.n., 1873) p. 249-304; K. Frommann, 'Bruchstücke des Gedichtes vom heil. Servatius', in: Germania 18 (Stuttgart 1873) p. 458-459; M.A.H. Willemsen, Het Heiligdom van St. Servaas-kerk te Maastricht opgeluisterd door 54 gravures (Maastricht: Henri Bogaerts, 1874); Eug. van Oppen, De openbare godsdienstoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen volgens art.167 al.2 der Grondwet van 1848: regtsgeding tegen den Z.E.W. heer F.X. Rutten, pastoor-deken der hoofdkerk van St. Servaas te Maastricht, over de wettigheid der in 1873 en 1874 gehouden processiën (Gulpen: Alberts, 1875); H. Welters, Limburgsche legenden, sagen, sprookjes en volksverhalen dl. 1 (Venlo: Uyttenbroek, 1875) p. 58-72; L. Crahay, Coutumes de la ville de Maestricht (Brussel: Fr. Gobbaerts, 1876); Ch. Ruelens, Légende de Saint-Servais (Brussel etc.: Bibliotheque Royale de Belgique, 1877); G.D. Franquinet, 'De vrijheid van St.-Servaasfeest', in: De Maasgouw 4 (1879) p. 73; G.D. Franquinet, De legenden van Sint Servaas: vier gedichten in Maastrichtschen tongval (Maastricht: Leiter-Nypels, 1879); J. Krebs, Zur Geschichte der Heiligthumsfahrten (Köln: Theissing, 1881); H.P.H. Eversen, 'De Zweetende ziekte te Maastricht in 1527 [1529]', in: De Maasgouw 4/5 (1882-1883) p. 821-822, 827, 833-834; 'De St. Servaasmisse te Maastricht in vroegere eeuwen', in: De Maasgouw 5 (1883) p. 863-864; J. Craandijk, Wandelingen door Nederland dl. 2 (Haarlem: Tjeenk Willink, 1883; 2e druk) p. 242; G. Kurth, 'Nouvelles recherches sur Saint Servais', in: Bulletin de la sociétïé d'art et d'histoire du diocïèse de Liège 3 (1883) p. 33-64; R. Corten, De heilige Servatius, eerste bisschop van ons vaderland: eene lezing (Leiden: Van Leeuwen, 1884); Desiderius (pseud.), De reliquienkas nagezien ter gelegenheid van de St.-Servatius-Feesten te Maastricht van 11 tot 18 Mei a.s. (Apeldoorn: z.n., 1884); J. Helbig, 'A quelle époque faut-il rapporter les clefs de la confession de Saint-Pierre, conservées à l'église de Saint-Servais, à Maestricht, et a celle de Sainte Croix à Liege?', in: Revue de l'art Chrétien 27 (1884) p. 59-63; Jacques L.H. Vranken, Korte levensschets van den roemrijken H. Servatius, eerste bisschop en beschermheilige van de stad Maastricht. Omslagtitel: Het St. Servatiusboekje. Feestgeschenk voor het katholieke volk bij gelegenheid van het vijftiende eeuwfeest des Heiligen (Maastricht: Teelen, 1884; herdruk Maastricht: Van Aelst, 1930); A.J. Flament, 'Naamlijsten der kanoniken en beneficianten der collegiale kerken van St. Servaas en O.L. Vrouw te Maastricht bij de opheffing der seculiere kapittels door de wet van 5 Frimaire an Vl - 25 november 1797', in: De Maasgouw 7 (1885) p. 1105-1107, 1109-1111; W. Schmidt, 'Die älteste Holzschnittdarstellung der Heiligtümer von Maastricht, Aachen und Cornelimünster', in: Zeitschrift des Aachener Geschichtsvereins 7 (1885) p. 125; A.J. Flament, 'Een uitstapje op het gebied der epigrafie', in: De Nederlandsche Spectator (1886) p. 178-179; P. Doppler, 'De grootste processie met supplicatie te Maastricht gehouden in 1488', in: De Maasgouw 8 (1886) p. 81-82; M.A.H. Willemsen, 'Inventaire chronologique des chartes et documents de l'eglise de St.-Servais à Maestricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 4 (1867) p. 159-216, 431-470; M.A.H. Willemsen, Het heiligdom van St. Servaas en van O.L. Vrouwekerk te Maastricht (Maastricht: St. Paulusvereeniging, 1888); Neerlandica Catholica of Het katholieke Nederland. Ter herinnering aan het gouden priesterfeest van Z.D. Paus Leo XIII (Utrecht: P.W. van de Weijer, 1888) p. 452, Biesland; A. Prost, 'Saint Servais, Examen d'une correction introduite a son sujet dans les dernières éditions de Grégoire de Tours', in: Mémoires de la Société Nationale des Antiquaires de France V-10 (1889) p. 183-249; [Jos Eversen], 'Kroniek der stad Maastricht van haren oorsprong af tot in juni van het jaar 1862, verzameld, opgesteld en geschreven door Phillipus van Gulpen', in: De Maasgouw 11 (1889) p. 208, Servaasprocessiebedevaart 1862; A.C.J. van der Kemp, 'De bedevaarten onzer landgenooten', in: Studën en bijdragen op het gebied der Historische Theologie (1890) p. 20; B. Schulze, 'Neue Bruchstücke aus Veldekes Servatius', in: Zeitschrift für deutsches Alterthum und deutsche Litteratur 27 (1890) p. 146-157; G. Morin, 'Un saint de Maestricht rendu à l'histoire', in: Revue Benedictine 8 (1891) p. 176-183; P. Doppler, 'Drie verhandelingen van Willem Fexhius, deken van het voormalig kapittel van St. Servaas te Maastricht, over den bisschopszetel, alsmede de oudheid en den oorsprong der St. Servatiuskerk dier stad', in: Publications S.H.A. Limbourg 29 (1892) p. 301-378; P. Doppler, 'Regesta over de St. Servatiuskerk te Maastricht', in: De Maasgouw 17 (1895) p. 1-2, 5-6, 9-10, 14, 18-19, 21-22, 26-27, 29-30, 34; P. Saget, De heiligdommen te Aken, Burtscheid en Cornelimunster, benevens die van St. Servaas en van O.L. Vrouwekerk te Maastricht (Kerkrade: Alberts, 1895); P. Doppler, Nécrologe de la Confrèrie des Chapelains de la ci-devant Collégiale de Saint-Servais à Maestricht (Maestricht: Schols, 1897); L. Scharpé, 'De Hss. van Veldeke's Servatius', in: Leuvensche Bijdragen 3 (1899) p. 5-22; De St. Servatiuskerk en hare schatten te Maastricht (Maastricht: Boosten & Stols, 1900); P. Doppler, 'Korte levensbeschrijving der H. H. Servatius en Hubertus, bisschoppen van Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 38 (1902) p. 171-184; H. Legband, 'Neue Bruchstücke des oberdeutschen Servatius', in: Zeitschrift für deutsches Altertum und deutsche Literatur 46 (1902) p. 305-308; M.A.H. Willemsen, Het heiligdom van St. Servaas te Maastricht (Maastricht: Boosten & Stols, 1902); L. Campion, S. Servatius évêque de Tongres, patron de Saint-Servais (Rennes/Paris, 1904); A.J. Flament, 'Verslagen van het Rijksarchief in Limburg', in: Verslagen van 's Rijks Oude Archieven 27 (1904) p. 99; L. Campion, 'S. Servatius, évêque de Tongres, patron de Saint-Servan', in: Revue du Pays d'Aleth 3 (1906) p. 225-235; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 552-556; P. Doppler, 'Eene levensbeschrijving van den H. Servatius door Bernardus van Heymbach', in: De Maasgouw 29 (1907), p. 35; Victor de Stuers, 'Bijdrage tot de geschiedenis der Schatkamer van St. Servaas te Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 43 (1907) p. 7-21; P. Doppler, Beschrijving der St. Servatiuskerk te Maastricht met eene beknopte levensschets van den H. Servatius en eene lijst der HH. Relieken in die kerk bewaard (Maastricht: Boosten & Stols, 1909); H. Leopold, 'Der Maestrichter Confessio-Petri-Schlüssel', in: Römische Quartalschrift für Christliche Altertumskunde und für Kirchengeschichte 24/25 (1910) p. 131-154; P. Doppler, 'Viering van den feestdag van den H. Servatius te Maastricht in 1493', in: De Maasgouw 36 (1914) p. 13; A.J.A. Flament, 'Over het westelijk gedeelte van den omgang van de Sint Servaaskerk en de gebouwen zich daar bevindende', in: De Maasgouw 36 (1914) p. 17-21; A.J.A. Flament, Chroniek van Maastricht van 70 na Chr. tot 1870 (Maastricht: Maastrichtse Boek- en Handelsdrukerij, 1915); P. Doppler, 'Uitbreiding van het gasthuis van St. Servaas te Maastricht in 1639', in: De Maasgouw 38 (1918) p. 41; E. van Cauwenbergh, Les pèlerinages expiatoires et judiciaires dans le droit communal de la Belgique au moyen-age (Leuven: Bureau de Recueil, 1922); P. Doppler, 'Beknopte geschiedenis der zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart te Maastricht', in: De Maasgouw 43 (1923) p. 37-48; E. Teichmann, 'Zur Heiligthumsfahrt des Philipp von Vigneuiles im Jahre 1510', in: Zeitschrift des Aachener Geschichtsvereins 22 (1924) p. 121-187; A. Welters, 'Een reisbeschrijving van Aken naar Maastricht in 1755', in: De Nedermaas 2 (1924-1925) p. 107-108, 118-120; W. Goossens, 'De Romaansche Retabel in het westelijk deel der S. Servaaskerk te Maastricht', in: De Maasgouw 46 (1926) p. 20-21; G. Simenon, 'Saint-Servais, défenseur de l'orthodoxie', in: Revue ecclesiastique de Liège 19 (1927-1928) p. 339-347; P. Doppler, 'Aanstelling van een goudsmid voor het kapittel van St. Servaas te Maastricht', in: De Maasgouw 49 (1929) p. 10; J. Notermans, ''t Gasthuis van Sint Servaas te Maastricht', in: De Maasgouw 49 (1929) p. 53-54; P. Albers, 'De heiligdomsvaart in de middeleeuwen te Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 66 (1930) p. 53-67; H. Leclercq, 'Maestricht', in: F. Cabrol & H. Leclercq, Dictionnaire d'Archéologie chrétienne et de liturgie 10-1 (Parijs 1931) k. 922-977; P. Doppler, Verzameling van Charters en Bescheiden betrekkelijk het Vrije Rijkskapittel van Sint Servaas te Maastricht (Den Haag: Nijhoff, 1930-1935), ook verschenen in: Publications S.H.A. Limbourg (1930-1935); P. Doppler, 'De boetprocessie met de 'noodkist' van St. Servaas te Maastricht gehouden 6 januari 1677', in: De Maasgouw 52 (1932) p. 37-40; A.J. de Beaufort, Gedenkboek der Nederlandsche Hervormde Gemeente van Maastricht 1632-1932 (Maastricht: z.n., 1932); Gerard Brom, Herleving van de kerkelike kunst in katholiek Nederland (Leiden: Ars Catholica, 1933) p. 285; G.W.A. Panhuysen, Studiën over Maastricht in de dertiende eeuw (Maastricht: Boosten & Stols, 1933); P. Verheyden, 'Boekbanden uit Maastricht', in: Het Boek 22 (1933-1934) p. 138-180; 'Sint Servaes Eeuwfeest Maastricht 384-1934', feestnummer van De Limburger Koerier 9 mei 1934; Fons Tuinstra, St. Servaas legenden (Maastricht: Van Aelst, 1934); [E.O.M. Nispen tot Sevenaer], De Monumenten van Geschiedenis en Kunst in de provincie Limburg. Geïllustreerde beschrijving. De Monumenten in de gemeente Maastricht I-3 (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1935); Dr. Poels, 'De Noodkist', in: Een zestal redevoeringen (Kerkrade: Limb. R.K. Werkliedenbond, [ca. 1935]) p. 101-115; H. Thoma, 'Altdeutsche Fündlein 1, Aus Veldekes Servatius', in: Zeitschrift für deutsches Altertum und deutsche Literatur 72 (1935) p. 193-196; B.H.M. Vlekke, St. Servatius, de eerste Nederlandse bisschop in historie en legende (Maastricht: Boosten & Stols, 1935); P. Doppler, 'Feestviering van den H. Servatius te Maastricht (1493)', in: De Maasgouw 56 (1936) p. 9; P. Doppler, 'Lijst der proosten van het Vrije Rijkskapittel van Sint Servaas te Maastricht (800-1797)', in: Publications S.H.A. Limbourg 72 (1936) p. 141-239); E. Jaspar, Kint geer eur eige stad? (Maastricht: z.n., 1936), p. 233-258; Frans van Oldenburg Ermke [= F.A. Brunklaus], Leven en sterven van Sint Servatius (Maastricht: Boosten & Stols, 1937; Frans van Oldenburg Ermke, 'Het bloeiende graf', in: Thijm-Almanak (1937) p. 27-28; De stem van Tricht. Herinneringsalbum van de heiligdomsvaart en Mariafeesten 1937 (Maastricht: De stem van Tricht, [1937]; 32 p.); W. Bax, Het protestantisme in het bisdom Luik en vooral te Maastricht 1505-1557, 2 dln. (Den Haag: Martinus Nijhoff, 1937/1941) dl. 1, p. 83 en bijlage 3; P. Doppler, 'Bernardus Heymbach', in: De Maasgouw 57 (1937) p. 9-10; P. Doppler, 'Lijst der dekenen van het Vrije Rijkskapittel van St. Servaas te Maastricht (1000-1797)', in: Publications S.H.A. Limbourg 73 (1937) p. 191-274); P. Doppler, 'Lijst der kanunniken van het Vrije Rijkskapittel van Sint Servaas te Maastricht (1050-1795)', in: Publications S.H.A. Limbourg 74 (1938) p. 33-174; M. van Haudenard, 'Les légendes de S. Servais et son culte en Hainaut', in: Le Folklore brabançonne, 56 (1938) p. 203-219; R. Hauglid, 'Pilegrimsferd og pilegrimsmerke', in: Foreningen til Norske Fortidsminnesmerkers Bevaring. Aorsberetning 1936-1937 (1938) p. 122; [E.O.M. Nispen tot Sevenaer], De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Limburg. Geïllustreerde beschrijving. De Monumenten in de gemeente Maastricht I-4 (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1938); J.R.W. Sinninghe, Limburghs sagenboek (Zutphen: Thieme, 1938) p. 129-145; P. Doppler, 'Lijst der kanunniken van het Vrije Rijkskapittel van Sint Servaas te Maastricht (1050-1795)', in: Publications S.H.A. Limbourg 75 (1939) p. 93-300; P.J.M. van Gils, 'Boetebedevaart naar Sint-Servaas te Maastricht', in: De Maasgouw (1939) p. 11-12; Joseph Braun, Die Reliquiare des christlichen Kultes und ihre Entwicklung (Freiburg: Herder, 1940) p. 100, 107, 166, 174, 180; Ch. Thewissen, 'Het Hollandsche tijdperk te Maastricht. De eerste decennia van de medesouvereiniteit der Staten-Generaal', in: Publications S.H.A. Limbourg 76 (1940) p. 167-242; J.B. Gessler, 'Losse aantekeningen over de Boetebedevaarten uit Loonsche en andere bescheiden', in: Publications S.H.A. Limbourg 77 (1941) p. 1-70; S.M. Lejeune, 'De legendarische stamboom van Sint Servaas in de middeleeuwsche kunst en literatuur', in: Publications S.H.A. Limbourg 77 (1941) p. 283-332; J. Stalpart van der Wiele, Gulden jaars feest-dagen 1 januari - 1 juli (Amsterdam: R.K. Boekencentrale, 1941) p. 61-63; F.A. Brunklaus, Servaas van Maastricht (Brugge/Brussel: De Kinkhoren, 1944); T. Frings & G. Schieb, 'Die Servatiusbruchstücke', in: Beiträge zur Geschichte der deutschen Sprache und Literatur 68 (Halle: Lippertsch, 1945-1946) p. 1-75; E. Heynen, 'Maastrichtse drukken (1552-1816), eerste gedeelte (1552-1782)', in: Publications S.H.A. Limbourg 83 (1947) p. 1-175; Weinig bekende kunstwerken uit Limburgse kerken en kloosters. Kloostergang St. Servaas. Heiligdomsvaart Maastricht 10 juli - 10 september 1948 (Maastricht: Tentoonstellingscomité, 1948); Zuidenwind, katholiek cultureel maandblad, 3 (1948) nr. 4, heiligdomsvaartnummer; Serv. M. Lejeune, 'De Heilige Servatius', in: J. Huyben e.a., Met de heiligen het jaar rond dl. 2 (Bussum: Paul Brand, 1949) p. 189-194; Br. Gregorio & Jean Nelissen, Het boek van Sint Servaas (z.p.: z.n., 1950); H. Haupt, 'Frankreich und die Aachener Heiligtumsfahrt', in: Zeitschrift des Aachener Geschichtsvereins 63 (Aachen: Verlag des Aachener Geschichtsvereins, 1950) p. 112-114; J. Notermans, 'Bij een hagiografisch Maastrichts manuscript uit de 15e eeuw', in: Limburg 29 (1950) p. 221-233, 252-256; H.H.E. Wouters, 'Maastricht, ein Ziel der Aachener Heiligtumsfahrt', in: Aachen zum Jahre 1951 (Aken: Rheinischer Verein für Denkmalpflege und Heimatschutz, 1951) p. 198-209; G. Schieb & T. Frings, 'Heinrich von Veldeken XIII, Die neuen Münchener Servatius-bruchstücke', in: Beiträge zur Geschichte der deutschen Sprache und Literatur 74 (Halle: Lippertsch, 1952) p. 1-43; C. Minis, 'Dat prologus van Sint Servaes legenden', in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 72 (Leiden: Brill, 1954) p. 161-183; L. Rood, 'De godsdienstige betekenis der heiligdomsvaart', in: De Bronk 2 (1954-1955) p. 358-363; Ch. Thewissen, 'Heiligdomsvaart 1955', in: De Bronk 2 (1954-1955) p. 365-370; J.J.M. Timmers & Frans Lahaye, De Sint Servaaskerk te Maastricht (Utrecht: Het Spectrum, 1955); J. van Mierlo, 'Werd de proloog van St. Servaes geïnterpoleerd?', in: Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Verslagen en Mededelingen 5 (Gent: Koninklijke Academie, 1955) p. 41-51; Jef Notermans, 'Die Roemsche vaert' of De barrevoetse reis van Sint Servaas naar Rome (Meerssen: Drukkerij De Geulbode, 1955); Jan Braun, 'Bezinning op de heiligdomsvaart', in: De Bronk 3 (1955-1956) p. 266-268; P.C. Boeren, 'Vragen rondom Hendrik van Veldeke', in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 73 (1955) p. 241-261 en 74 (1956) p. 99-116; Charles Thewissen, 'Nabeschouwingen over de heiligdomsvaart 1955', in: De Bronk 3 (1955-1956) nr. 1, p. 16-20; Th. Frings & G. Schieb, Die epischen Werke des Henric van Veldeken, I: Sente Servas, Sanctus Servatius (Halle: Niemeyer, 1956); J.M.B. Tagage, 'De griekse inscriptie op het zgn. zegel van St. Servatius', in: Publications S.H.A. Limbourg 92-93 (1956-1957) p. 115-123; J.P. Bik, Feest- en vierdagen in kerk- en volksgebruik dl. 2 (Velsen: Th.F. Wolfs, 1957) p. 247; Jef Notermans, Sint Servaas, een Europese figuur (Maastricht: z.n., 1957); M.A.F.C. Thewissen & Frans Lahaye, De Sint Servaaskerk te Maastricht: geschiedenis en beschrijving (Maastricht: Van Aelst, 1957); W. Marres, 'Das Westwerk von St. Servatius zu Maastricht', in: Zeitschrift des Aachener Geschichtvereins 69 (1957) p. 5-38; J. Deschamps, 'De herkomst van het Leidse handschrift van de Sint Servatiuslegende van Hendrik van Veldeke', in: Handelingen van de Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en geschiedenis 12 (1958) p. 53-78; M. Zender, Räume und Schichten mittelalterlicher Heiligenverehrung in ihrer Bedeutung für die Volkskunde. Die Heiligen des mittleren Maaslandes und der Rheinlande in Kultgeschichte und Kultverbreitung (Düsseldorf: Rheinland-Verlag, 1959) p. 61-88; H. Frère, 'Monnaies de l'évêque de Liège frappées à Maestricht', in: Revue Belge de Numismatique et de Sigillographie 107 (1961) p. 83-116; P.C. Boeren, 'Maitre Gobert, poète belge du Xlle siecle', in: Archivium Latinitatis Medii Aevi 21 (1961) p. 129-140; P.C. Boeren, 'Een onbekende levensbeschrijving van Sint Servatius: Meester Gobert van Laon', in: De Maasgouw 80 (1961) k. 163-168; Jef Notermans, 'De Sint Servaesbronk in de 17e eeuw in de ogen van Protestanten', in: De Maasgouw 80 (1961) k. 119-123; P. van den Baar, 'De zin van een heiligdomsvaart in 1962', in: Credo. Diocesaan weekblad voor het bisdom Roermond 14 (1962) nr. 27, p. 212-213; P.C. Boeren, Heiligdomsvaart Maastricht. Schets van de geschiedenis der heiligdomsvaarten en andere jubelvaarten (Maastricht: Ernest van Aelst, 1962); H. Hardenberg, 'De Maastrichtse vroenhof', in: Miscellanea Traiectensia (Maastricht: Limburgs geschied- en oudheidkundig genootschap, 1962) p. 29-54; Mengvat 1, gezamenlijke uitgave van de redakties van middelbare schoolbladen in Maastricht t.g.v. de heiligdomsvaart (Maastricht, [1962]); S. Tagage, 'Rond de opheffing van het Kapittel van Sint Servaas en de verkoop van zijn goederen', in: Miscellanea Trajectensia (Maastricht: Limburgs geschied- en oudheidkundig genootschap, 1962) p. 499-523; J.J.M. Timmers, St.-Servatius' Noodkist en de Heiligdomsvaart (Maastricht: Crouzen & zoon, 1962); J. Deschamps, 'Legenden van de H. Servatius in middelnederlands proza', in: Bertus Aafjes, Liber Amicorum voor Jef Notermans (Maastricht: z.n., 1964) p. 22-28; L. Delfos, 'Hendrik van Veldeke onder de Brabanders', in: Wetenschappelijke Tijdingen 24 (Gent: Vereniging voor wetenschap, 1965) k. 345-360; M. Gijsseling, 'De Limburgsche teksten in de volkstaal uit de 12de en 13de eeuw', in: Album Dr. M. Bussels (Hasselt: Federatie der geschied- en oudheidkundige kringen van Limburg, 1967) p. 295-301; Jef Notermans, De historische en legendarische figuur van Sint Servaas, patroon van Maastricht en andere plaatsen (Maastricht: z.n., 2e druk 1967); Karel Van den Bergh, 'Servazio', in: Bibliotheca sanctorum, dl. 11 (Rome: Città Nuova, 1968) k. 889-892; P.C. Boeren, Twee Maaslandse dichters in dienst van Karel de Stoute (Den Haag: Martinus Nijhoff, 1968); J. Keunen, 'Servatius (Servatios) bisschop', in: Nationaal biografisch woordenboek dl. 3 (Brussel: Koninklijke Vlaamse Academiën van België, 1968) k. 804-808; J. Notermans, 'Cultus, Vita en Legende van Sint Servaas', in: Limburg 47 (1968) p. 117-128 en 161-183; A. van Euw, 'Der Kelch des heiligen Lambertus im Schnutgen Museum', in: Museen in Köln, Bulletin 8 (1969) p. 791-792; F. van Trigt e.a. ed., Goden en hun heiligen in Limburg (Maastricht/Utrecht: catalogus gezamenlijke Limburgse musea, 1969) p. 10-11, 13, nrs. 36, 38, 42; J. Deeters, Servatiusstift und Stadt Maastricht (Bonn: Röhrscheid, 1970); J.L.J. Leunissen, 'Brieven over Maastricht', in: De Maasgouw 89 (1970) k. 171-180; W. Marguc & R. Peters, 'Zur Kodikologie der Servatius-Fragmente', in: Jahrbuch des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung 93 (Neumünster: Karl Wachholtz, 1970) p. 715; J. Notermans, 'Triptiek met betrekking tot Sint Servaas', in: De Maasgouw 89 (1970) k. 33-42; J.M.G. Notermans, Veldekes visie op de historische-legendarische figuur van Sint Servaas (Maastricht: z.n., 1970); K. Walter, Quellenkritische Untersuchungen zum ersten Teil der Servatiuslegende Heinrichs von Veldeke (Clausthal: Bönecke Druck, 1970); H.H.E. Wouters, Grensland en Bruggehoofd. Historische studies met betrekking tot het Limburgse Maasdal en, meer in het bijzonder, de stad Maastricht (Assen: Van Gorcum, 1970); W. Marguc & R. Peters, 'Zur Kodikologie der Servatius-Fragmente', in: G.A.R. de Smet ed., Heinric van Veldeken: symposion Gent 23-24 oktober 1970. Verslag en lezingen (Antwerpen: Nederlandsche Boekhandel, 1971) p. 35-43; J. Notermans, 'Veldekes Servaaslegende moet berijmd zijn vóór Kerstmis 1165', in: Heinric van Veldeken (Antwerpen: Nederlandsche Boekhandel, 1971) p. 127-133; J.J.M. Timmers, De Kunst van het Maasland (Assen: Van Gorcum, 1971); P.C. Boeren, Jocundus, biographe de Saint Servais (Den Haag: Martinus Nijhoff, 1972); K. Köster, 'Middeleeuwse pelgrimstekens en bedevaartsdevotionalia uit het Rijn- en Maasland', in: Keulen-Brussel 1 (1972) p. 146-160; A. Legner, 'Zur Präsenz der grossen Reliquienscheine in der Ausstellung Rhein und Maas', in: Keulen-Brussel 2 (1973) p. 65-94; J.L.J. Leunissen, 'Brieven uit Maastricht V', in: De Maasgouw 92 (1973) k. 29-32; R. Kroos, 'Jocundus und die Servatius-Liturgie', in: De Maasgouw 93 (1974) p. 181-188; A. Muthesius, 'De zijden stoffen in de Schatkamer van de Sint Servaaskerk te Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 110 (1974) p. 325-360; J.M.B. Tagage, 'Inscripties op de zg. Retabel in de St. Servaas te Maastricht', in: De Maasgouw 93 (1974) k. 55-61; Th.E. Haevernick, 'Die Millefiori-Rippenschale des Hl. Servatius in Maastricht', in: Journal of Glass Studies 17 (1975) p. 71-73; P.J.H. Ubachs, Twee heren, twee confessies. De verhouding van staat en kerk te Maastricht, 1632-1673 (Assen: Van Gorcum, 1975) p. 32, 70-71, 93, 98-100, 387-390; C.J.M. van der Veken, St. Servaaskerk te Maastricht. Rapport over de algemene technische toestand, 2 dln. (Den Haag / Maastricht 1975); Th.E. Haevernick & S. Tagage, 'De geribde millefiori drinkbeker van St. Servaas in Maastricht', in: De Maasgouw 95 (1976) k. 75-80; S. Tagage, Kunstschatten uit de St.-Servaas: heiligdomsvaart jaar 1976 (Maastricht: Eerste Nederlandse Cement Industrie, 1976); J. Notermans, 'Hoe heeft een Beierse monnik de Servaaslegende uit het latijn en het middelnederlands (van ca. 1165) in het zuidduits der 12de eeuw bewerkt?', in: Handelingen. Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis 30 (1976) p. 153-174; C. Squarr, 'Servatius von Tongern', in: Lexikon der christlichen Ikonographie dl. 8 (Rome etc.: Herder, 1976) k. 330-332; S. Tagage, 'De sluitstenen uit de Sint Servaaskerk te Maastricht', in: Heiligdomsvaart 1976 Maastricht (programmabrochure) p. 41-63; E. de Jong e.a., 'Een studie over het bergportaal en de bergpoort van de Sint Servaaskerk te Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 113 (1977) p. 34-192; J.J.M. Timmers, 'Het gouden huis' [de Servaasschrijn]], in: Martin Verjans ed., Synthese. Twaalf facetten van cultuur en natuur in Zuid-Limburg (Heerlen: DSM, 1977) p. 148-171; Jan van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten; een studie over de praktijk van opleggen van bedevaarten (met name in de stedelijke rechtspraak in de Nederlanden gedurende de late Middeleeuwen (ca 1300-ca 1550) (Assen/Amsterdam: Van Gorcum, 1978) p. 697; A.M. Koldeweij, 'Een vroeg zestiende-eeuws beeldje van Sint Servatius, een aanwinst voor de schatkamer van de St.-Servaaskerk te Maastricht', in: De Maasgouw 97 (1978) k. 158-164; I.L. Szenassy, Maastrichts zilver (Maastricht: Bonnefantenmuseum, 1978); J.M.H. Mosmuller, 'De invloed van de Staten-Generaal op de benoeming van proost en kanunniken in het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, in het bijzonder gedurende de achttiende eeuw', in: Publications S.H.A. Limbourg 114 (1978) p. 63-135; Jac. van Term & Jos Nelissen (foto's), Kerken van Maastricht (Maastricht: Kerkbestuur Lambertusparochie, 1979) p. 12-17; I.L. Szenassy, Stad tegen imperium. Maastricht belegerd door Parma 1579 (Maastricht: Bonnefantenmuseum, 1979); J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 366-373; A.J.J. Mekking e.a., 'Bijdragen tot de bouwgeschiedenis van de Sint Servaaskerk te Maastricht I-IIIb', in: Publications S.H.A. Limbourg 115 (1979) p. 7-266, 116-117 (1980-1981) p. 96-253, 118 (1982) p. 87-248, 119 (1983) p. 59-196; J. Gielen, 'Sceau en ivoire de St. Servais à Maestricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 117 (1980) p. 357; A.M. Koldeweij, 'Een aanwinst voor de Schatkamer van de Servaaskerk te Maastricht. Een steendruk uit 1826, waarop Sint Servatius met zijn ouders Memelia en Eliud staat afgebeeld', in: De Maasgouw 99 (1980) k. 72-80; A.M. Koldeweij, 'Servaasverering in Brabant', in: Brabants Heem 32 (1980) p. 159-160; A.M. Koldeweij, 'Woordspelingen en spreekwoorden verbonden met de heilige Servatius, en Servaas als ijsheilige', in: Volkskunde 81 (1980) p. 169-182; J.J.M. Timmers, De Kunst van het Maasland II (Assen: Van Gorcum, 1980); Jef Spuisers, Sint Servaas. Zijn leven, legenden en zijn stad (Maastricht: Gadet, 1980); J.P. Gumbert, 'Eine Notiz zur Kodikologie der Servatius-Fragmente', in: Neophilologus 65 (Groningen: 1981), p. 395-396; A.M. Koldeweij, 'Sint-Servaas te Maastricht als bedevaartplaats', in: De Maasgouw 100 (1981) k. 3-29; A.J.J. Mekking, 'Het "Vera Icon" uit de Sint Servaaskerk te Maastricht teruggevonden', in: Van der Nyersen upwaert. Een bundel opstellen over Limburgse geschiedenis aangeboden aan drs. M. K J. Smeets bij zijn afscheid als Rijksarchivaris in Limburg (Maastricht: LGOG, 1981) p. 95-111; A.J.J. Mekking & F.B.P. Ashmann, 'Het iconografische programma van de schildering tegen het koorgewelf van de Sint-Servaaskerk te Maastricht gereconstrueerd', in: De Maasgouw 100 (1981) k. 74-86; Th.J. van Rensch, St. Servaaskerk I. De kerk en de mensen (Maastricht: Stg. Historische Reeks, 1981); B.C.M. van Hellenberg Hubar, St. Servaaskerk II. De romaanse kerk (Maastricht: Stg. Historische Reeks, 1982); B.C.M. van Hellenberg Hubar, 'Drie verdwenen altaren uit de St. Servaaskerk', in: Campus Liber. Bundel opstellen over de geschiedenis van Maastricht aangeboden aan mr. dr. H.H.E. Wouters (Maastricht: LGOG, 1982) p. 396-413; A.M. Koldeweij, 'St. Servatius: het beeld boven de absis', 'St. Servatius: een nooit uitgevoerde tympaanschildering' en 'St. Servatius: de preekstoel', in: De Sint Servaas. Restauratie-informatie bulletin 1 (1982) p. 25-26, 30-31, 46-47; A.J.J. Mekking, 'Van Centraalbouw tot Dubbelkapel, de geschiedenis van het Mausoleum van het Servaaskapittel te Maastricht', in: Campus Liber (Maastricht: LGOG, 1982) p. 56-85; A.M. Koldeweij & A.J.J. Mekking, 'De kerkschat van de Sint Servaaskerk te Maastricht', in: Spiegel Historiael 17 (1982) p. 139-147; T.A.S.M. Panhuysen, 'Makk. 3, een mijlpaal in het onderzoek van de Sint Servaaskerk', in: Campus Liber, p. 21-55; S. Tagage, 'De laatste jaren van het Onze Lieve Vrouwekapittel te Maastricht', in: Campus Liber, p. 355-369; Antoon Viaene & Lori van Biervliet, Vlaamse pelgrimstochten. Een verzameling opstellen over bedevaarten en bedevaarders vanuit Vlaanderen in de late Middeleeuwen (Brugge: Gidsenbond, 1982); A.J.M. Blijlevens e.a., Ruimte voor liturgie. Opstellen met betrekking tot de restauratie van de Sint-Servaas te Maastricht (Maastricht: Publifan, 1983); A.M. Koldewij, 'St. Servatius: de verheerlijking van Servaas door Theodoor Schaepkens', in: De Sint Servaas. Restauratie-informatie bulletin 2 (1983) p. 73-74; Bèr Dohmen, 'Maastricht gaat weer burcht op Maas bestormen', in: De Sint Servaas nr. 10 (augustus 1983) p. 78-79; Bernadette van Hellenberg Hubar, 'Het omstreden herstel van de heiligdomsvaart in 1874', in: De Sint Servaas nr. 10 (augustus 1983) p. 77-78; A.M. Koldeweij, 'Sint Servatius, een pion in de politiek van Duitse keizers?', in: Andere structuren, andere heiligen. Het veranderende beeld van de heilige in de Middeleeuwen (Utrecht: HES, 1983) p. 217-239; K. Köster, 'Pilgerzeichen und Pilgermuscheln von Mittelalterlichen Santiagostrassen', in: Ausgrabungen in Schleswig. Berichte und Studien 2 (1983) p. 26; Emile Ramakers, 'Processies en processen', in: De Sint Servaas nr. 10 (augustus 1983) p. 79-81; Johan Scholtes, Kerkrade in de schaduw der eeuwen. Vermeldenswaardige feiten en gebeurtenissen van 1500-1900, dl. 4 (Kerkrade: Scholtes, 1983) p. 51; A. Cense & S. Werner, De schatkamer van de Sint-Servaaskerk te Maastricht (Zutphen: De Walburg Pers, 1984); Bernadette van Hellenberg Hubar, '"Eene voorstelling van de eenheid uit het vele" ', in: Bulletin KNOB 83 (1984) p. 119-143; A.M. Koldeweij, 'Het Bergportaal en de Bergpoort van de Sint-Servaaskerk te Maastricht', in: Bulletin KNOB 83 (1984) p. 144-158; A.J. Munsters, 'Sint Servaas in de vierde eeuw', in: De Maasgouw 103 (1984); A.M. Koldeweij, 'St. Servatius: de schildering rond het graf van Sint Servaas' en 'De "heylighe kermesse" ', in: De Sint Servaas. Restauratie-informatie bulletin 3 (1984) p. 112-113 en 121-123; Régis de la Haye, De bisschoppen van Maastricht (Maastricht: Stg. historische reeks, 1985); A.M. Koldeweij, Der gude Sente Servas. De Servatiuslegende en de Servatiana: een onderzoek naar de beeldvorming rond een heilige in de Middeleeuwen (Assen/Maastricht: Van Gorcum, 1985); A.M. Koldeweij, 'Reliekentoningen, heiligdomsvaarten, reliekenprocessies en ommegangen', in: A.M. Koldeweij & P.M.L. van Vlijmen ed., Schatkamers uit het Zuiden (Utrecht: Rijksmuseum Het Catharijneconvent, 1985) p. 57-71; A.M. Koldeweij, 'De reliekenhoorn van Sint-Servatius; een romaanse jachthoorn in de collectie van de Koninklijke Musea', in: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis 56-2 (1985) p. 25-42; Régis Delahaye, 'Willem Heck en zijn schatgraverij in de Sint-Servaas' en 'De verborgen schat van het kapittel', in: De Sint Servaas nr. 22 (augustus 1985) p. 173-176; Renate Kroos, Der Schrein des heiligen Servatius in Maastricht und die vier zugehörigen Reliquiare in Brüssel (München: Zentralinstitut für Kunstgeschichte, 1985); J.M.A. van Cauteren ed., Limburgse heiligen. Pelgrimstochten naar, verering en relieken van Limburgse heiligen [tentoonstellingscatalogus] (Susteren: Stg. ter bescherming van de oudheden van Susteren, 1986) p. 15-31; Renaat Van der Linden, Bedevaartvaantjes. Volksdevotie rond 200 heiligen op 1000 vaantjes (Brugge: Tabor, 1986) p. 244; A.J.J. Mekking, De Sint-Servaaskerk te Maastricht. Bijdragen tot de kennis van de symboliek en de geschiedenis van de bouwdelen en de bouwsculptuur tot ca. 1200 (Utrecht, Clavis, 1986); S. Tagage, De schat van Sint Servatius (Maastricht: Stg. Schatkamer St. Servaas, 1987; vertaald in Duits en Engels); Dieter P.J. Wynands, Geschichte der Wallfahrten im Bistum Aachen (Aken: Einard-Verlag, 1986) p. 23-24, 48, 66, 74, 81-82, 443; R. de La Haye, 'Humbertus' historie herschreven', in: De Sint Servaas. Tweemaandelijks restauratie-informatie bulletin 39-40 (augustus 1988) p. 323-324 en 41-42 (oktober-december 1988) p. 326-328; T. Panhuysen, 'De ontdekking van het graf van Humbertus', in: De Sint Servaas. Tweemaandelijks restauratie-informatie bulletin 39-40 (augustus 1988) p. 313-314; J.H.M. Wieland e.a. ed., Kleine atlas voor de geschiedenis van beide Limburgen (Leeuwarden: Eisma, 1989) p. 44, verspreidingskaart Servaasverering; A.M. Koldeweij, 'Pelgrimages', in: Th.J. van Rensch e.a., Hemelse trektochten (Maastricht: Stg. Historische Reeks, 1990) p. 89-106 en 157-158; A.M. Koldeweij, 'De schatkamer van de Sint-Servaaskerk', in: Th.J. van Rensch e.a., Hemelse trektochten (Maastricht: Stg. Historische Reeks Maastricht, 1990) p. 137-151 en 160-161; R. de La Haye, 'Geschiedenis van de Maastrichtse Heiligdomsvaart', in: Th.J. van Rensch e.a., Hemelse trektochten (Maastricht: Stg. Historische Reeks, 1990) p. 107-122 en 159; Titus A.S.M. Panhuysen, 'De Sint-Servaaskerk te Maastricht in de vroege middeleeuwen. Voorlopig eindverslag van de opgravingen door de dienst Stadsontwikkeling Maastricht in de periode 1981-1989', in: Bulletin KNOB 90 (1991) p. 15-24; Jaap van Term ed., De Sint-Servaasbasiliek. Zestien eeuwen bouwgeschiedenis verbeeld (Maastricht: Broederschap van Sint Servaas, 1991); R. de La Haye, 'Sintervaas en Sinterklaas', in: De Sint Servaas 59 (oktober-november 1991) p. 471-472; Annemarie Stauffer, Die mittelalterlichen Textilien von St. Servatius in Maastricht (Bern: Abegg-Stiftung Riggisberg, 1991); Jos Engelen, 'Een opmerkelijk bedevaartspijpenvorm uit Maastricht', in: Devotionalia 11 (1992) nr. ?, p. 11-12; A.M. Koldeweij, 'Goud- en zilversmeden werkzaam voor het Sint-Servaaskapittel', in: P.M. le Blanc (ed.), Kerkelijk Zilver: negen opstellen over kerkelijke zilversmeedkunst (Den Haag: SDU, 1992) p. 19-43; Elizabeth den Hartog, 'Twee elfde-eeuwse grafmonumenten in de St. Servaaskerk te Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 128 (1992) p. 5-37; A.M. Koldeweij, 'De beeldbepalende Servatius. Opkomst en ontwikkeling van circa 900 tot in de 20e eeuw', in: P.J.H. Ubachs & I.M.E. Evers ed., Magister artium. Onderwijs, kerk en kunst in Limburg. Opstellen Br. Sigismund Tagage aangeboden bij zijn zeventigste verjaardag (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 1992) p. 24-45; C.A.A. Linssen, 'Pastoor M.A.H. Willemsen van Sint Odiliënberg, 1831-1904. Een schets van leven en werken', in: Publications S.H.A. Limbourg 128 (1992) p. 121-184; Renate Kroos, 'Schmuckgaben an Reliquiare, Gnadenbilder und Vasa Sacra', in: Magister artium, p. 47 en 63; H.J.E. van Beuningen & A.M. Koldeweij, Heilig en profaan; 1000 laatmiddeleeuwse insignes (Cothen: Stg. Middeleeuwse Religieuze en Profane Insignes, 1993) p. 192-196; A.M. Koldeweij, 'Servatius-Schlüssel', in: M. Brandt & A. Eggebrecht ed., Bernward von Hildesheim und das Zeitalter der Ottonen: Katalog der Ausstellung Hildesheim 1993 (Hildesheim: Bernward Verlag, 1993) dl. 2, p. 208-210 cat. nr. IV-45; Ineke Pey, Herstel in nieuwe luister. Ideeën en praktijk van overheid, kerk en architecten bij de restauratie van het middeleeuws katholieke kerkgebouw in Zuid-Nederland (1796-1940) (Nijmegen 1993) p. 419-447; Ada van Deijk, Romaans Nederland (Amsterdam: Architectura & Natura, 1994), p. 62-105; Antoine Jacobs, Deken Franciscus Xaverius Rutten (1822-1893) en zijn plaats binnen de neogotiek in Limburg (Utrecht: ongepubliceerde doctoraalscriptie RU, 1994) p. 56-99; A.M. Koldeweij, 'Beeldcycli van de Servatiuslegende en het Blokboek van Sint Servaas als voorbeeld voor een laatgotisch retabel', in: Jos M.M. Hermans & Klaas van der Hoek ed., Boeken in de late Middeleeuwen. Verslag van de Groningse Codicologendagen 1992 (Groningen: Forsten, 1994) p. 65-76; Régis de La Haye, 'In welke eeuw leefde Sint Servaas?', in: Maasgouw 113 (1994) k. 5-28; A.J.C. van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden: P.J.H. Cuypers als restauratiearchitect 1850-1918 (Zwolle: Waanders, 1995) p. 64-85; Servé Minis, De fontein van St. Servaas (Maastricht: Stg. tot restauratie van de Sint Servaas, 1995) informatiefolder; Elizabeth den Hartog, 'Romaans beeldhouwwerk in de Sint-Servaaskerk te Maastricht en de relatie met Noord-Italië', in: Publications S.H.A. Limbourg 132 (1996) p. 47-92; F. van Galen, 'De geest sprak vele talen in die dagen; deken Hanneman blikt terug op de heiligdomsvaart 1997', in: De Sleutel. Informatieblad bisdom Roermond (25 (1997) nr. 9/10, p. 14-17; R. de La Haye, 'De reconstructie van de middeleeuwse Vespers van Sint Servaas te Maastricht', in: Tijdschrift voor Gregoriaans 22 (Berkel-Enschot: Amici Cantus Gregoriani, 1997) p. 2-17; Régis de La Haye, 'Het middeleeuwse officie van het hoogfeest van Sint-Servatius te Maastricht', in: Publications S.H.A. Limbourg 133 (1997) p. 93-140; Sigismund Tagage, Maastricht basiliek Sint Servaas (Regensburg: Verlag Schnell & Steiner, 1997) ook in Frans, Duits en Engels; R. de La Haye, 'Het leven en de wonderen van Sint Servaas door de priester Jocundus', in: Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis 1 (Delft: Eburon, 1998) p. 3-9; Peter Jan Margry, Teedere Quaesties: religieuze rituelen in conflict. Confrontaties tussen katholieken en protestanten rond de processiecultuur in 19e-eeuws Nederland (Hilversum: Verloren, 2000) p. 311-317; Antoine Jacobs, 'Die Wiederbelebung des Heiligtumsfahrten von Maastricht und Susteren im 19. Jahrhundert', in: Geschichte im Bistum Aachen 9 (2007-2008) p. 177-210.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Maastricht-St. Servaas. Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: onder meer LARC 1755, Stukken betreffende de Stichting het Graf van St. Servaas inz. heiligdomsvaarten 1923, 1937, 1948, 1962-1976; Stukken m.b.t. het Limburgs Studenten Gilde van St. Servaas; Coll. afb. op beeldplaat, diverse nummers; Coll. prentjes. Maastricht: mededelingen van pastoor-deken M.J.M. Hanneman en van J. Koldeweij.
- Geluid: Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: Archief KRO, nrs. 4029 en 13.3063, hoorspel 'De laatste tocht van Sint Servaas of de Hemelvaart van Sijmen Isegrim' (uitgezonden in 1952).
- Film en video:algemeen: Frank Holthuizen, Limburg in bewegend beeld 1911-1996. Catalogus van film- en videomateriaal over Nederlands-Limburg (Venlo: Limburgs Film- en Video Archief, 1997) nr. 0234, 0271, 0272, 0315, 0480, 0482, 0489, 0490, 0500, 0501, 0506, 0547; 1 Hilversum NOB beeldbandarchief: Polygoonjournaals van 13 mei 1921 en mei 1924 met Servaasprocessie (nr. 21364; ARP1012 BCN; 24156, ARP013 BCN), mei 1934 van de Servaasfeesten t.g.v. de herdenking van de 1550e sterfdag, en opnamen van de heiligdomsvaarten van 1930, 1955, 1969 en 1976 (nrs. 30280, 55167, 69138 en 76103); 2 Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: Coll. filmstrookjes nr. 850, De St. Servaas en de O.L. Vrouwenkerk te Maastricht (Nijmegen: Projectie Onderwijs Centrale, z.j.); 3 Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: Coll. tekstboekjes bij filmstrookjes nr. 215, Sint Servaasprocessie te Maastricht (Nederlandse Onderwijs Film, 1950); 4 Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: Coll. videobanden, De poorten van de Servaas (KRO, 11 mei 1990); 5 Hans Wijnants & Wim van Baarle (samenstelling), Het jaar van Sint Servaas (Hilversum: KRO, 1990) compilatie van uitzendingen over de nieuwe poorten, de inwijding op 12 mei en de heiligdomsvaart 26 aug. en 12 sept. 1990; 6 P.J.H. Ubachs, I.M.H. Evers & J.P.M. Toonen, Heiligdomsvaarten van Maastricht in historisch perspectief (Maastricht: T36 Film & TV / Gemeentearchief, 1997); 7 Joop Kurris e.a., Boe bis diech? Heiligdomsvaart Maastricht 5-15 juni 1997 (z.p.: z.n., 1997) band t.b.v. hoogste klas basisschool; 8 Hortense Beaumont-Brounts, Theo Bovens & Gerard Schippers, De ommegang: heiligdomsvaart 1997; een volledige reportage van de ommegang op 15 juni 1997 vanuit de Maastrichter Brugstraat (Maastricht: T36 Film & TV, 1997); Collectie 'Servaas' van A.J. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012).
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<