HomeDatabankenBedevaarten

Sint Pieter, H. Lambertus

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Lambertus
Datum: 17 september (zondag na)
Periode: 8e eeuw / 1749 - na 1857
Locatie: St. Lambertuskapel
Adres: Lage Kanaaldijk-Kapelweg, 6212 AJ Sint Pieter-Maastricht
Gemeente: Maastricht
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Na zijn marteldood omstreeks 705 werd Lambertus begraven te Sint Pieter. Van meet af aan kwamen vereerders uit Maastricht en van elders naar zijn graf. Ook nadat Lambertus' lichaam omstreeks 718 (ook 721 wordt vaak genoemd, in ieder geval 13 jaar na Lambertus' dood) was overgebracht naar Luik, bleven vereerders zijn voormalige graf bezoeken. De instandhouding van zijn grafkapel is een aanwijzing voor een langdurig bestaan van deze cultus, ofschoon expliciete gegevens over bedevaarten ontbreken met betrekking tot de periode van de 9e tot in de 18e eeuw. In de 20e eeuw ontstond te Maastricht opnieuw een verering van St. Lambertus in de kerk van de in 1911 gestichte St. Lambertusparochie. Ofschoon deze verering enkele stimuli kreeg - onder meer door het verwerven van een Lambertusreliek in 1938, het oprichten van een dragersgilde in 1985 en de oprichting van een speciale broederschap in 1992 - is ze nooit meer geweest dan een parochieel gebeuren.
Auteur: Charles Caspers & Hub. G.P. Reumkens
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie Te Sint Pieter
- De kapel staat in de parochie Sint Pieter Beneden, die vanaf 1996 is samengevoegd met Sint Pieter Boven.
- Na zijn marteldood, omstreeks 705, werd Lambertus' lichaam overgebracht naar een begraafplaats te Sint Pieter, nabij Maastricht, waar in een stenen sarcofaag ook het lichaam van zijn vader, Aper, rustte. Volgens Chapeaville (1612) lag de grafkapel eenzaam aan de oever van de Maas, tegen de oostelijke helling van de heuvel die door de bewoners 'fort' werd genoemd. Deze locatie werd door de Jeker, 'als door een grensrivier', van Maastricht gescheiden.
- In 1632, tijdens een beleg van Maastricht, werd de parochiekerk van Sint Pieter door de Spanjaarden in de as gelegd, maar de kapel bleef gespaard.
- Terwijl in 1748 de inmiddels herbouwde kerk weer werd afgebroken door het garnizoen van de vesting Maastricht, werd reeds in 1749 boven het oude graf opnieuw een kapel gebouwd die bekend bleef onder de benaming 'graf of kapel van St. Lambertus'.
- Deze 18e-eeuwse kapel werd in 1847 weer afgebroken vanwege de aanleg van het kanaal van Luik naar Maastricht. Bij de werkzaamheden werden een aantal sarcofagen met menselijke resten en een aantal voorwerpen ontdekt. Hieronder bevonden zich de sarcofagen van St. Lambertus en zijn ouders in nagenoeg dezelfde toestand als zij in 1624 waren gezien en toegedekt. In hetzelfde jaar nog werd, met toestemming van koning Willem II, aan de Lage Kanaaldijk, op 13 meter ten westen van de voormalige grafplaats de huidige kapel gebouwd, met het volgende chronogram dat het jaar 1847 weergeeft: 'StrUCtUra CanaLIs eVanUI, pIetate DenUo sVrreXI honorI beatI LaMbertI' ('Door de aanleg van het kanaal ben ik verdwenen, door vroomheid ben ik opnieuw opgerezen ter ere van de H. Lambertus'). Volgens W. Heijnen, destijds pastoor te Sint Pieter, werden tien van de gevonden sarcofagen geborgen in de kelder van de nieuwe kapel. De beenderen van de ouders van Lambertus, werden door Heijnen in een houten kist gelegd en buiten, bij de ingang van de kapel begraven. De deksteen draagt het opschrift: 'Hier ligt begraven de graaf Aper, en zijn echtgenoote de gravin Herisplindis, vader en moeder van den heiligen Lambertus.'
- De 19e-eeuwse kapel is achthoekig en heeft een rond dak. In de kapel is door pastoor Heijnen in 1847 de oude grafsteen geplaatst met de tekst: 'Anno 696 hoc in loco in sepulchro paterno corpus Sancti Lamberti episcopi Leodiensis multis in dies coruscans miraculis sepultum iacuit usque annum 709' ('In het jaar 696 werd op deze plaats in het graf van zijn vader bijgezet het lichaam van de heilige Lambertus, bisschop van Luik; het lag hier, in die dagen schitterend door vele wonderen, tot het jaar 709'). Het interieur van de kapel is sober. Het kleine altaar stamt mogelijk uit de St. Servaaskerk, wellicht uit het atelier van architect Cuypers. Op het altaar staat een beeld van de heilige, dat in 1879 in plechtige processie naar de kapel werd gebracht. Op de steen onder de altaartafel is door de Maastrichtse kunstenaar Fons Olterdissen een schildering aangebracht. Het stelt een heilige met pelgrimsstaf in priesterkleding voor met daarboven twee engelen die een kroon boven hem houden; in een boog boven de voorstelling staat 'haec nostris manibus dat vobis premis Xrs' ('Moge Christus u door onze handen deze gunsten verlenen'). Olterdissen bracht ook een beschildering op de muren aan, maar deze is overgeschilderd. Het heiligdom biedt aan ongeveer 25 personen plaats.
- Dat met de aanleg van het kanaal niet alle sporen waren uitgewist, blijkt onder meer uit opgravingen die in 1980 zijn verricht. In dat jaar werden bij een reconstructie van de kanaaldijk 19 graven onderzocht van het zevende-, begin-achtste-eeuwse merovingische grafveld.

Te Maastricht
- De Lambertusparochie is in 1911 opgericht na opsplitsing van de St. Servaasparochie. De nieuwe parochiegemeenschap omvatte de bevolking ten westen van de oude stad. Het uit Kunrader steen opgetrokken kerkgebouw, in de vorm van een Byzantijns kruis, is ontworpen door architect J.H.H. van Groenendael uit 's-Hertogenbosch, een leerling van P. Cuypers. De bouw, die in mei 1914 begon, werd vertraagd door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en door bouwkundige problemen rond de fundering van de koepel. In december 1916 werd de kerk door pastoor M. Souren ingezegend; bijna dertien jaar later, in september 1929 werd de kerk door mgr. L. Schrijnen geconsacreerd. De Lambertuskerk werd in 1985 (voorlopig?) gesloten. De parochie moet zich sindsdien behelpen met de oude noodkerk, een kapel aan de Victor de Stuersstraat nr. 17. In 1996 werden de parochies van St. Lambertus en St. Anna samengevoegd.
- De voornaamste glas-in-loodramen van de Lambertuskerk dateren uit de tweede helft van de jaren twintig en zijn vervaardigd door het atelier A. Nicolas & Zonen te Roermond. De vijf ramen in de St. Lambertuskapel in deze kerk geven het leven van deze Maastrichtse heilige weer. Parochiaan W. van Hoorn heeft in 1942 boven de ingang van de kerk beeltenissen aangebracht van Servatius, Lambertus en Hubertus. De benedictijn François Mes schilderde in 1948 het gewelf met voorstellingen uit de bijbel als 'biblia pauperum'.
- Volgens een overlevering die pas uit de 17e eeuw dateert en vooral door toedoen van de Maastrichtse jezuïeten bekendheid heeft gekregen, stond het geboortehuis van Lambertus op de hoek van de Hoenstraat (thans Hondstraat). Ter staving van deze bewering werd bij de restauratie van dit huis een beeld van Lambertus op de gevel geplaatst, en werden, als muurankers, de letters D.S.L.R. ('Domus Sancti Lamberti Reaedificata'; 'Het herbouwde huis van de H. Lambertus') en het jaartal 1688 aangebracht. Ofschoon dit zogenaamde geboortehuis niet meer bestaat, wordt het pand op de hoek van de Bredestraat en de Hondstraat nog steeds 'Lambertushuis' genoemd, en wordt deze overlevering levend gehouden door een beeldje van de Maastrichtse heilige.
- Op 26 oktober 1952 werden in Maastricht (op het kruispunt van de Wilhelminasingel en de Stationsstraat, aan de voet van de 'Mariazuil') door mgr. Hanssen, de latere bisschop van Roermond, de standbeelden van vier Maastrichtse bisschoppen gewijd: Servatius, Monulfus, Lambertus en Hubertus.
Cultusobject - Volgens zijn oudste vita (achtste eeuw), die op naam staat van Godescalc, was Lambertus een geboren en getogen Maastrichtenaar van adellijke afkomst; hij werd opgeleid onder toezicht van achtereenvolgens bisschop Remaclus en bisschop Theodardus welke laatste hij omstreeks 670 op 30-jarige leeftijd zou opvolgen als bisschop van Maastricht. Reeds spoedig genoot hij een bijzondere faam, vooral nadat hem omstreeks 670 in een visioen werd onthuld dat de H. Landrada haar grafplaats zou vinden in Wintershoven (B). In 675 werd Lambertus uit zijn ambt gezet en trok hij zich als monnik terug in het klooster Stavelot (B) voor een periode van zeven jaar. Omstreeks 682 werd Lambertus in zijn ambt hersteld en keerde hij voor korte tijd terug naar Maastricht. Daarop verplaatste hij zijn residentie naar de 'belangrijkere' stad Luik, waar hij omstreeks 705, na een episcopaat van bijna 40 jaar, tersluiks werd vermoord (op 17 september) toen hij zich in zijn slaapkamer had begeven. Nadat zijn lichaam per boot via de Maas was overgebracht naar Maastricht vond de uitvaartdienst plaats in de St. Servaaskerk, waarna hij werd begraven te Sint Pieter, in het merovingisch graf waar ook zijn vader, Aper (graaf van Osterne, later Loon genoemd), lag.
- Lambertus wordt als martelaar beschouwd omdat hij volgens zijn vita als bisschop niet anders kon dan het concubinaat van koning Pepijn II en Alpaïs (of Chalpaïda) herhaaldelijk te veroordelen. De climax in deze affaire werd bereikt met de excommunicatie van de beide echtbrekers door Lambertus, waarna de bisschop, in opdracht van Alpaïs, werd vermoord. Behalve als martelaar wordt Lambertus tevens geroemd als missionaris vanwege zijn vele missiepreken in onder meer Brabant en Zeeland. Deze activiteit zou (volgens een latere vita) niet alleen hebben geleid tot een hartelijke ontmoeting tussen Lambertus en Willibrord, maar aan de eerstgenoemde tevens de titel 'Apostel van Taxandrië' hebben bezorgd. Lambertus is de enige Maastrichtenaar die tot de eer van de altaren is verheven. In de kunst wordt hij vaak voorgesteld als (jonge, baardloze) bisschop met staf en evangelieboek, soms als martelaar terwijl hij doorstoken wordt met een lans of een zwaard.
- In 718 (721) werd zijn lichaam overgebracht naar Luik, waar het werd bijgezet in de kerk - de latere St. Lambertuskathedraal - die reeds in 714 op de plaats van de marteldood was gebouwd door St. Hubertus, Lambertus' opvolger als bisschop van Luik. Volgens enkele vitae bleven in de eerste graftombe wel de kleren achter die Lambertus tijdens zijn marteldood droeg en die door St. Hubertus bijeengebonden en verzegeld waren. In de loop van de tijd werden er vanuit Luik Lambertusrelieken verspreid naar Rome (reeds voor 828, onder meer naar de St. Pieter en naar Santa Maria dell'Anima), naar de St. Servaaskerk te Maastricht en naar kerken in het Duitse Rijk en in Frankrijk. De volkskundige Zender heeft meer dan 800 plaatsen kunnen aanwijzen, waar Lambertus in de middeleeuwen is vereerd of waar zijn naam als patrocinium aan een kerk of kapel is verbonden.
- In 1938 verkreeg de Maastrichtse St. Lambertusparochie uit de schatkamer van de kathedraal van Luik een reliek van de H. Lambertus, zijn dijbeen. Het atelier van de Gebroeders Brom uit Utrecht maakte in 1940 hiervoor een schrijn in de vorm van een buste van de heilige. De schrijn bevat 20 kg zilver en is 110 cm hoog. Met uitzondering van het aangezicht is het geheel verguld en zijn mijter en gewaad rijk versierd met edelstenen, medaillons en emailcloissoné.
- Naast de kerk van de HH. Anna en Lambertus beschikken ook de schatkamer van de St. Servaaskerk te Maastricht (⟶ Maastricht, Servaas) en de schatkamer van de St. Pauluskathedraal te Luik, over een reliekschrijn van St. Lambertus in de vorm van een borstbeeld. De Luikse kathedraal is tevens in het bezit van een groot 19e-eeuws reliekschrijn van Lambertus (atelier Wilmotte, Luik).
Verering Te Sint Pieter: 8e eeuw
- Volgens de 8e-eeuwse vita van Godescalc kwam er spoedig na de bijzetting van het lichaam van Lambertus in het familiegraf te Sint-Pieter 'uit de stad en van allerwegen (...) een ontelbare menigte aangestroomd naar de grafstede, [die] wegens de wonderen , die er voortdurend geschiedden, door allen in hoge ere [werd] gehouden'. In de vita wordt tevens vermeld dat in deze eerste periode dag en nacht stemmen van lofzingende engelen, en soms een stem die leek op die van Lambertus zelf, werden gehoord.
- In 718 (721) werd Lambertus' lichaam zoals gezegd door Hubertus overgebracht naar Luik. In de vita van Hubertus wordt vermeld dat het lichaam van Lambertus bij de opening van het graf te Sint Pieter nog helemaal gaaf was en dat het bloed op zijn kleren nog even rood was als op de dag van de moord. Onderweg naar Luik gebeurden ettelijke wonderen die meer dan eens aanleiding waren om ter plekke een kapel of kerk ter ere van Lambertus op te richten. Overigens zouden (volgens Lambertus' vita) reeds voor de overbrenging ook in Luik, op de plaats van de marteldood, tal van wonderen zijn gebeurd. Zo zou de H. Oda, tijdens een pelgrimage naar deze plek, van haar blindheid zijn genezen waarna zij de in aanbouw zijnde kerk begunstigde (⟶ Venray; ⟶ Sint-Oedenrode, dl. 2).
De dag van de translatie van Maastricht naar Luik werd in beide steden gevierd, tot 1143 op 24 december en na dat jaar op 28 april.
- Volgens Heijnen (1850) bleef de oorspronkelijke grafplaats, ook nadat Lambertus' lichaam in 821 was overgebracht naar Luik, door gelovigen geëerbiedigd. Het voortbestaan van de Lambertuskapel op deze locatie (zie bij Topografie) duidt al op een voortduren van deze cultus. Met betrekking tot de gehele periode van de 9e tot in de 18e eeuw beschikken we niet over expliciete vereringsgegevens.

Te Sint Pieter: 18e-19e eeuw
Heijnen vertelt in zijn boek uit 1850 dat na de herbouw van de Lambertuskapel in 1749 deze met dezelfde godsvrucht werd bezocht als 'vroeger'. Jaarlijks op 17 september of de zondag erna, werd vanuit de parochiekerk een processie naar de kapel gehouden, alsof daar nog steeds het graf was gelegen. Heijnen vermeldt erbij dat de processie ook naar de nieuwe in 1847 gebouwde kapel trok. Tijdens de processie stortten de gelovigen vele smeekbeden uit en op de avonden in de octaafweek knielden veel mensen bij de kapel van Lambertus om zijn voorspraak te vragen.
- In het kader van mogelijke overtredingen van het processieverbod tekende in 1857 de deken van Maastricht nog op over de bijzondere devotie van de vereerders uit Sint Pieter en van daarbuiten: 'Gedurende de octave van den H. Lambertus gaat men dagelijks van uit de kerk biddende luidop na de kapel van dezen heiligen van waar wederom terug'. Jaarlijks was Lambertus dus nog onderwerp van een levendige verering en de cultus leek ook weer een bedevaartkarakter te hebben gekregen. Daarnaast fungeerde de kapel als statie op de routes van verschillende parochiële processies, waaronder een op de feestdag van Lambertus, die binnen de parochie Sint Pieter werden gehouden. De route van die laatste processie was als volgt: vanuit de kerk over 'het veldje', via 'den Deken' naar de St. Lambertuskapel, vandaar weer via de binnendijk van het kanaal, door 'het straatje' terug naar de kerk. Wanneer deze openlijke verering van Lambertus is gestopt is niet bekend. In 1896 vertrok er vanuit de parochie van Sint Pieter een processie naar de St. Servaaskerk in Maastricht om daar Lambertus te vereren ter gelegenheid van diens 12e eeuwfeest. Er zijn geen aanwijzingen dat er in dat jubileumjaar vereerders vanuit Maastricht of andere plaatsen naar Sint Pieter kwamen.
- In 1923 werd bij gelegenheid van de Maastrichtse heiligdomsvaart het door Chr. Mertz gecomponeerde 'Spel van Sint Lambertus' opgevoerd.
- De kapel is blijven fungeren als rustaltaar tijdens de sacramentsprocessie van de parochie Sint Pieter. Tevens wordt ze gebruikt voor vieringen met een beperkt aantal deelnemers. Nadat permanente openstelling wegens vandalisme onmogelijk werd, namen parochianen de taak op zich om de kapel dagelijks om 12.00 uur te openen en daar gezamenlijk het rozenhoedje te bidden.

Te Maastricht
- In de huidige St. Anna-St. Lambertusparochie staat de reliekschrijn van St. Lambertus centraal bij de verering van deze Maastrichtse heilige. Oorspronkelijk werd de schrijn tijdens de heiligdomsvaarten en traditionele processies in Maastricht gedragen door de verkennersgroep van de parochie. In 1985, het jaar dat de St. Lambertuskerk gesloten werd, werd hiertoe een dragersgilde met eigen tenue opgericht. In 1992 volgde de installatie van de Broederschap van St. Lambertus. Deze wil dienstbaar zijn aan de katholieke eredienst, religieuze en levensbeschouwelijke activiteiten voor de leden en parochianen organiseren, de devotie tot St. Lambertus bevorderen en behulpzaam zijn bij projecten en activiteiten van de parochie. Hoogtepunt vormt de feestdag van de heilige op 17 september. Vanaf de oprichting van de St. Lambertusparochie in 1911 tot heden heeft de verering van deze heilige slechts een lokaal karakter gekend.
Materiële cultuur - 1 M. Willemsen, Feestrede op den H. Lambertus, Bisschop van Maastricht en Martelaar, Patroon van het Bisdom Luik, gehouden in de Kathedrale Kerk aldaar op het 12de eeuwfeest van dien heilige, den 8 September 1896. Den vromen pelgrims der dekenaten Maastricht en Tongeren ter herinnering (Roermond: J.J. Romen, 1896); 2 Chr. Mertz, Spel van Sint Lambertus in drie bedrijven met proloog (Sittard: missiehuis Leienbroek, 1923; impr. H. Beijersbergen, Maastricht 15 juni 1923; 70 p.); 3 Ad. Welters & Georges Tielens, Legenden van Sint Lambertus (Maastricht: Gebrs. Van Aelst, 1938; impr. H. Beijersbergen, Maastricht, 3 september 1937; 93 p.).

Bronnen en literatuur Archivalia: Maastricht: gemeentearchief: parochiearchief Sint Pieter. Sint Pieter, parochiearchief: modern gedeelte. Maastricht, Rijksarchief in Limburg, bisdomarchief 1840-1940, inv.nr. 39-40, optekening 1857 sub dekenaat St. Servaas.
Tekstedities: Chapeaville, Gesta pontificum Tungrensium, Trajectensium et Leodiensium (1612) p. 408; J. Ghesquierus & I. Thysius, Acta Sanctorum Belgii selecta, dl. 6 (Tongerlo: Abdij, 1794) p. 21-148; Acta Sanctorum, Septembris tomus V (Parijs: V. Palmé, 1866) 549-551, overbrenging van Lambertus' lichaam naar Sint Pieter op de Berg en wonderen aldaar; Godescalk, De H. Lambertus, Bisschop van Maastricht en Martelaar. Zijn leven, werken en sterven. Met aantekeningen van Jac. Vrancken (Roermond: M. Waterreus, 1896) vertaling van de Latijnse vita in de Acta Sanctorum; B. Brusch ed., 'Vita Landiberti episcopi Traiectensis vetustissima', in: Monumenta Germaniae historica. Scriptores rerum Merovingicarum, 6 (1913) 299-429; D.A. Stracke, 'Bijdrage tot het oude officium der H.H. Hubertus en Lambertus', in: Ons geestelijk erf 7 (1933) p. 435-440; Jef Notermans, 'Een middelnederlandsch leven van Sint Lambertus', in: Publications S.H.A. Limbourg 74 (1938) p. 271-288; Isabelle Westeel, 'Quelques remarques sur la Vita Eligii, Vie de saint Éloi', in: Mélanges de science religieuse 56/2 (1999) p. 46-47.
Literatuur: Horae canonicae dicendae in propriis dioecesis Ruraemundensis festivitatibus. Una cum litaniis eiusdem ecclesiae, et selectis aliquot aliarum ecclesiarum hymnis (Leuven: I. Masius, 1609) p. 109-111, Lambertus (editie 1683, p. 151-153); Petrus Ribadineira & Heribertus Rosweydus, Generale legende der heylighen, dl. 2 (Antwerpen: H. Verdussen, 1686) p.257-258; J. Foullon, Historia Leodiensis (...), dl. 1 (Luik: E. Kints, 1735) p. 100-123; Levens van de voórnaemste heyligen en roemweêrdige persoonen der Nederlanden (Mechelen: Hanicq, 1828-1829) dl. 3, p. 460-470 (Lambertus), dl. 4, p. 423-424 (Oda); W. Heijnen, Levensbeschrijving van den Heiligen Lambertus, bisschop van Maastricht en martelaar, begraven te Sint-Pieter (Maastricht: Burg Lefebvre, 1850) belangrijk voor de verering die ook voortduurde na de overbrenging van zijn graf naar Luik; Alban Butler, Vies des pères, martyrs et autres principaux saints (...). Herzien en aangevuld door P.F.X. de Ram, dl. 5 (Brussel: H. Goemaere, 1854) 136-139; A. Schaepkens, 'Tombeaux chrétiens', in: Annales de l'Académie d'Archéologie de Belgique 7 (1860) p. 408 e.v.; A. Schaepkens, Analectes archéologiques (Antwerpen 1860) p. 16-18, over het 'geboortehuis' van Lambertus; G. Kurth, Etude critique sur St. Lambert et son premier biographe (1876); J. Craandijk, Wandelingen door Nederland, dl. 2 (Haarlem: Tjeenk Willink, 1883; 2e dr.) p. 252; M. Verkest, 'Het kapelleken van St. Lambrecht bij Maastricht', in: Volkskunde 5 (1892) p. 188-191; P. Albers, 'De H. Lambertus, XXe Bisschop van Maastricht', in: Jaarboekje Alberdingk Thijm (1896) p. 3-54; J. Vrancken, Levensschets van den H. Lambertus, Bisschop en Martelaar (Roermond: Henri van der Marck, 1896); J.A.F. Kronenburg, Neerlands heiligen in vroeger eeuwen, dl. 1 (Amsterdam: Bekker, 1898) p. 136-178; J.L. Meuldeners, 'Vie de Saint Lambert, précedé d'un essai historique et ethnographique de l'époque la plus ancienne de la ville de Maestricht et des environs', in: Publications S.H.A. Limbourg 45 (1909) p. 439-494; J. Schaepkens van Riemst, Het leven van St. Lambertus (Maastricht 1914) p. 16-17, over het 'geboortehuis'; 'Sint Lambertus van Maastricht te Rome geëerd', in: De Heraut van het H. Hart 65 (1933) p. 251-252, 286-288, 322-323; Ch. T[hewissen], 'De grafkapel van Sint Lambertus', in: Sint Servaas 1 (1934) p. 18-20; H. Vermeulen, 'Nog iets over St. Oedenrode', in: Ons geestelijk erf 8 (1934) p. 291-299, argumenteert dat de Oda die in Luik Lambertus vereerde dezelfde is als die welke in Sint-Oedenrode wordt vereerd; H. Vermeulen, 'Weten we iets van St. Oda?', in: Ons geestelijk erf 9 (1935) p. 72-75; J.R.W. Sinninghe, Limburgsch Sagenboek (Zutphen: Thieme, 1938) p. 156-160; Marie Koenen, Leg aan de wapenrusting Gods. Het leven van Sint Lambertus, bisschop van Maastricht 636-709 (1946); J. Huysmans, 'Oude kerkpatronen in en om Roermond', in: A. van Rijswijck, M.K.J. Smeets & B.A. Vermaseren ed., Historische opstellen over Roermond en omgeving (Roermond: Bisschoppelijk College, 1951) p. 93-94 M. Bribosia, 'L'iconographie de S. Lambert', in: Bulletin de la Commission Royale des Monuments et des Sites 6 (1955) p. 85-248; Jef Notermans, Sint Lambertus. Bisschop en martelaar, 705 - 17 september 1955 (z.p.: z.n., 1955); J. Sprenger, 'Fundamentresten, een tweetal sacophagen en een 17e-eeuwse grafsteen gevonden te Sint Pieter, Maastricht', in: De Maasgouw 75 (1956) k. 141-150; J.P. Bik, Feest- en vierdagen in kerk- en volksgebruik, dl. 3 (Velsen: Th.F. Wolfs, 1958) p. 114-119; Matthias Zender, Raüme und Schichten mittelalterlicher Heiligenverehrung in ihrer Bedeutung für die Volkskunde. Die Heiligen des mittleren Maaslandes und der Rheinlande in Kultgeschichte und Kultverbreitung(Düsseldorf: Rheinland Verlag, 1959) p. 27-60; E.I. Strubbe & L. Voet, De chronologie van de middeleeuwen en de moderne tijden in de Nederlanden (Antwerpen/Amsterdam: 1960) p. 279, als mogelijke sterfjaren van Lambertus worden, met bronverwijzing, 698, 700 en 701 genoemd; P.C. Boeren, Heiligdomsvaart Maastricht. Schets van de geschiedenis der heiligdomsvaarten en andere jubelvaarten (Maastricht: Ernest van Aelst, 1962) p. 215; Willibrord Lampen & Caterina Colafranceschi, 'Lamberto di Maastricht', in: Biblioteca sanctorum, dl. 7 (Rome: Città Nuova, 1966) k. 1079-1082; F. van Trigt e.a. ed., Goden en hun heiligen in Limburg (Maastricht/ Utrecht: Catalogus gezamenlijke Limburgse musea, 1969) p. 11, 13; W. Jappe Alberts, Geschiedenis van beide Limburgen, dl. 1 (Assen: Van Gorcum, 1972) p. 27; G. Kiesel, 'Lambert von Maastricht', in: Lexikon der christlichen Ikonographie, dl. 7 (Rome etc.: Herder, 1974) k. 363-369; J. van Term, 'H. Lambertus', in: Kerken van Maastricht (Maastricht: Kerkbestuur van de parochie van de H. Lambertus te Maastricht, 1979) p. 92-95; Saint Lambert. Culte et iconographie (Luik: tentoonst. cat., 1980); J.-L. Kupper, 'Saint Lambert, de l'histoire à la légende', in: Revue d'histoire ecclésiastique 79 (1984) p. 5-41; Régis de la Haye, De bisschoppen van Maastricht (Maastricht: Stg. Historische Reeks Maastricht, 1985) p. 64-78, 85-88, 95-96, 103-104, 117-118; Pierre Riché, 'Lambert et Hubert', in: Pierre Riché ed., Histoire des saints et de la sainteté chrétienne, dl. 4 (Parijs: Hachette, 1986) p. 182-189; H. Silvestre, 'Godescalc', in: Dictionnaire d'histoire et de géographie ecclésiastiques, dl. 21 (Parijs: Letouzey et Ané, 1986) k. 420-421; J.M.A. van Cauteren ed., Limburgse heiligen. Pelgrimstochten naar, verering en relieken van Limburgse heiligen [tentoonstellingscatalogus] (Susteren: Stg. ter bescherming van de oudheden van Susteren, 1986) p. 24-28; R.H.H.L. Bouwens, St. Lambertuskerk (Maastricht: Stg. Historische Reeks Maastricht, 1991); S.E. Minis, 'Sint Lambertuskerk', in: De jonge monumenten van Maastricht (Maastricht: Gemeente Maastricht, Dienst Stadontwikkeling en Grondzaken 1992) p. 27-28; F. Nulens, De H. Lambertus, Apostel der Kempen, Patroon der Luikenaren. Historisch tafereel uit de XIIde eeuw (Antwerpen: Van Os-de Wolf, 1993); Eugène Honée, 'Lambertus, bisschop van Maastricht en martelaar. Zijn leven, dood en patrocinium', in: Trajecta 4 (1995) p. 183-197; L.C.B.M. van Liebergen & W.P.C. Prins ed., Sanctus. Met heiligen het jaar rond (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1997) p. 57-59; Georg Gresser, 'Lambert', in: Lexikon für Theologie und Kirche, dl. 6 (Freiburg etc.: Herder, 1997) k. 617-618; V. Delheij & A. Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 162-164.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Sint Pieter-Lambertus.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<