Baarlo, H. Odilia van Keulen ; H. Odilia van de Elzas

Cultusobject: H. Odilia van Keulen ; H. Odilia van de Elzas
Datum: Derde en vierde zondag in juli
Periode: Ca. 1850 - heden
Locatie: St. Odiliakapel in de parochiekerk van St. Petrus
Adres: Markt 3, 5991 AT Baarlo (pastorie)
Gemeente: Peel en Maas
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Na de opheffing in 1797 van zijn klooster te Venlo vestigde de kruisheer P.J. Geusen zich in Baarlo, met medeneming van een reliek van het H. Kruis en een reliek van St. Odilia van Keulen. Het bezit van deze reliekenschat leidde spoedig tot het ontstaan van een bedevaart naar Baarlo ter ere van Odilia, die vooral werd aangeroepen als beschermheilige tegen oogkwalen. Dit patronaat komt echter feitelijk toe aan St. Odilia van Hohenburg: reeds in de eerste helft van de 19e eeuw werden in Baarlo beide Odilia's verwisseld of gecombineerd. Tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog kwamen er veel pelgrims uit Duitsland en België.
Auteur: Eugène Coehorst
Illustraties:
Topografie - Op de plaats waar de huidige St. Petruskerk staat, midden in het dorp op een lichte verhoging, werd reeds in de 14e eeuw (?) een romaanse kerk gebouwd. Deze werd in 1878 afgebroken en vervangen door een grotere neogotische kerk (ontwerp P. Cuypers uit Roermond). Deze kerk werd in 1935 nog vergroot door architect ir. Jos. Franssen; tien jaar later, in 1945, werd ze door de Duitsers opgeblazen. De huidige kerk werd in 1950 gebouwd in basilicastijl (architectenbureau Swinkels & Salemans te Maastricht).
- In de noordelijke zijbeuk van de kerk bevindt zich een open Odiliakapel met daarin een sober altaar waarop het cultusbeeld staat. Vóór 1945, in de neogotische kerk, stond dit beeld in de noordelijke kruisbeuk op een altaar dat was ontworpen door de firma Brom te Utrecht en vervaardigd door de beeldhouwer Jos Thissen uit Roermond.
- In de Odiliakapel zijn drie glas-in-loodramen aangebracht die zijn ontworpen door Joep Nicolas; afgebeeld worden de H. Odilia van Keulen, een processie van blinden en de H. Ursula in een boot met acht gezellinnen.
Cultusobject St. Odilia van Keulen
- St. Odilia van Keulen zou een van de gezellinnen van de H. Ursula zijn geweest, die volgens de legende in gezelschap van 11.000 maagden de Rijn opvoer om vervolgens omstreeks 400 bij Keulen door een Hunnenleger te worden vermoord. Odilia wordt te Keulen vereerd in de St. Gereonkerk; omstreeks 1500 bereikte zij de status van patrones van de orde der kruisheren. Haar feestdag is 18 juli (⟶ Sint Agatha; ⟶ Uden). Opmerkelijk is dat ook Odilia van Keulen te hulp werd geroepen bij oogziekten; vermoedelijk is dit ontleend aan Odilia van Hohenburg (zie hierna). Beide Odilia's zijn in het verleden vaak met elkaar verward.
- De kerk heeft beschikt over een reliek van St. Odilia van Keulen die in 1797 door de kruisheer P.J. Geusen uit Venlo was meegenomen naar Baarlo. De reliek is echter sinds een onbekend tijdstip verdwenen; een beschrijving van de reliek ontbreekt eveneens.
- Thans beschikt de kerk nog wel over een reliek van het H. Kruis, die eveneens door Geusen werd bezorgd. Deze reliek, een blokje hout (ca. 4 x 4 cm) dat in zilver is gevat, heeft een toegevoegde functie in de Odiliacultus (zie bij Verering).
- Het belangrijkste cultusobject is thans een eikenhouten Odiliabeeld (hoogte 1,37 m) dat in 1853 werd vervaardigd in het atelier van P. Cuypers-Stolzenberg te Roermond; in 1897 werd dit beeld gepolychromeerd. Odilia wordt staande weergegeven met op haar hoofd de martelaarskroon; aan haar voeten staat een model van de St. Gereonkerk te Keulen.

St. Odilia van Hohenburg
- St. Odilia van de Elzas of van Hohenburg († ca. 720), die veel bekender is dan Odilia van Keulen, was stichteres van twee kloosters; haar leven werd later met tal van legenden omweven. Zij wordt vooral vereerd in Odilienberg (het vroegere Hohenburg; in de Duitse Elzas) als beschermheilige tegen oor-, hoofd- en oogkwalen. Deze laatste specialiteit dankt zij aan een passage uit haar vita (ca. 900), volgens welke zij als jong meisje door haar vader verstoten zou zijn omdat zij blind was; na haar doopsel zou zij weer ziende zijn geworden. Hohenburg was al in de middeleeuwen een belangrijk bedevaartoord. Odilia wordt er vereerd als beschermheilige tegen oog-, oor- en hoofdziekten. Haar feestdag valt op 13 december, merkwaardigerwijs dezelfde dag waarop de vroeg-christelijke martelares Lucia wordt vereerd, eveneens in verband met oogziekten. In de kunst wordt zij meestal voorgesteld als abdis (in wit-zwart habijt) met in haar hand een open boek waarop twee ogen liggen.
- In 1947 werd door pastoor Spee een nieuw beeld (hoogte 1,79 m) gekocht van St. Odilia van Hohenburg. Odilia wordt voorgesteld als abdis die in haar rechterhand een geopend boek houdt met daarop twee ogen, in haar linkerhand houdt zij een staf. Aan haar voeten bevindt zich een gevleugelde draak die een kind aanvalt. Dit beeld staat momenteel in de sacristie.
Verering - De verering van Odilia van Keulen begon reeds spoedig na de komst van de reliek in 1797. De nieuwe cultus dankte haar bestaan voor een groot deel aan het toeval. Tijdens de Franse bezetting aan het einde van de 18e eeuw werden door de overheid de kloosterorden opgeheven. Voor de kruisheren te Venlo hield dit in dat zij op 22 februari 1797 hun klooster moesten verlaten. Een van hen, pater P.J. Geusen (1759-1840), vond - zoals gezegd met medeneming van de twee relieken - onderdak in Baarlo, waar zijn oom pastoor was. Niet bekend is of de nieuwe verering reeds van het begin af aan (1797) ook pelgrims van buiten heeft aangetrokken. We weten niet meer dan dat er in de eerste helft van de 19e eeuw een bedevaart is ontstaan.
- De meeste en duidelijkste informatie over de cultus is afkomstig van pastoor Cremers, parochieherder van 1850 tot 1869, van wie een uitvoerig dagboek bewaard is gebleven. Zo vermeldt hij het feit dat in 1852 via bisschop Paredis bij de paus een aanvraag is ingediend om een volle aflaat te verlenen op de feestdag en in het octaaf van de H. Odilia; dit verzoek werd op 19 januari 1853 ingewilligd. De aanleiding tot dit initiatief werd wellicht gevormd door twee bijzondere genezingen in 1852: in dat jaar genazen op voorspraak van Odilia zowel Gerardus Baccus uit Nieuwkerk als Hendrica Curvers uit Swalmen van blindheid. Hieronder volgen enige passages uit Cremers' memoriaal over de Odiliaverering en -bedevaart:

- 1856: Feest der H. Odilia. Het getal bedevaarders op deze zondag was buitengewoon groot, het werd voor de middag op 8oo en na den middag op 2000 geschat (...). Deze devotie neemt jaarlijks meer toe vooral bij de Pruissen wegens de veelvuldige genezingen der oogenkrankheid aan Odilia's voorspraak.
- Juli 1858: (...). Den eersten zondag begroot men het getal der pelgrims op 1500, den 2den op 400. Circa de meesten uit Pruissen, doch ook zeer veel van de omliggende dorpen (...). Vernomen hebbende, dat verscheidenen van verschillende dorpen door de voorspraak der H. Odilia de genezing van oogziekten bekomen hadden, kondigde ik na de hoogmis op de preekstoel aan, dat degenen, die zulks vermeenden, dit mij zouden komen aanzeggen; daarop hebben de volgenden zich bij mij vertoond en mondeling verklaard (...).
- 1861: Dit jaar zijn er op den eersten Zondag van 't feest, van de omliggende dorpen, troepen als processies van honderden mannen naar hier gekomen (...). Den eersten zondag der Octaaf kan het getal der bedevaarders ruim 2000 geschat worden (...) het zegenen der oogen had bij de vijf kwartier geduurd (...).
- 1868: Odilia's feest. Smoorend heet in de Octaaf: meer pelgrims dan andere jaren, ten 8.30 uur de hele kerke al vol; 1000 te Steyl over gevaren.

Uit deze notities komt naar voren dat de bedevaart niet alleen in de nabije Limburgse regio, maar ook in Duitsland populair was en dat Odilia vooral werd vereerd als beschermheilige tegen oogkwalen. Niet alleen in 1858 maar ook in andere jaren noemt Cremers het aantal genezingen dat werd toegeschreven aan Odilia's voorspraak, alles tezamen enkele tientallen. Enkele keren is expliciet sprake van twee zondagen, de derde en de vierde zondag van juli. Omdat de derde zondag van deze maand kan vallen tussen 15 en 21 juli, kan de eigenlijke feestdag (18 juli) zowel voor als binnen het feestoctaaf vallen.
- Blijkbaar waren de groepsbedevaarten uit de nabije plaatsen onderling op elkaar afgestemd. Zo lezen we in een krantenbericht uit 1888 dat bij gelegenheid van het octaaf van de H. Odilia te Baarlo (24 juli) de tram goede zaken had gedaan vanwege de vele bezoekers uit Tegelen; op zondag 15 juli werd er ⨍100,- aan tramgeld ontvangen, ook gedurende de daaropvolgende week was het druk, vooral met vereerders uit Venlo.
- Uit andere gegevens blijkt dat er niet alleen veel pelgrims uit (de grensstreken van) Duitsland kwamen, maar ook uit (de grensstreken van) België. Tot ver in de 20e eeuw was het gebruikelijk dat de bedevaartgangers na de mis of het lof te hebben bijgewoond hun boterhammen aten in een van de café's op of nabij het marktplein. Op deze dagen leek dit plein wel op een kermis, waar devotionalia maar ook snoepgoed werden verkocht. Dat er speciale aandacht uitging naar de Duitse pelgrims blijkt onder meer uit de goedkeuring op 10 juli 1892 om ƒ3,60 uit te trekken voor het honorarium voor het houden van twee 'Duitsche preeken' gedurende de octaafweek.
- De verering van Odilia werd aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw door de kruisheren gestimuleerd via de publicatie van verschillende devotieboekjes waarin de wonderdadigheid van de heilige, met name ten aanzien van oogziekten, in zowel Noord-Brabant als Limburg werd aangeprezen.
- Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was het voor de Belgische en de grote groep Duitse Odiliavereerders niet mogelijk om naar Baarlo te komen. Vanaf 1919 herstelde de Duitse bedevaart zich enigermate - er kwamen weer 'hônderde duitsers d'n Berg aaf' -, maar dit herstel ging aan het einde van de jaren dertig weer verloren. In Limburg zelf bleef Baarlo echter bekend als bedevaartoord; uit een dorp als Arcen kwamen ook pelgrims met de fiets.
- Overigens bleven ook in het interbellum, toen de 'bloeiperiode' van de bedevaart reeds voorbij was, meldingen binnenkomen van bijzondere genezingen, zoals deze:

'Asten, 19 Nov 1933. Zeer Eerw. Heer Pastoor, Vol vreugde kunnen wij U berichten dat den blinden waarvoor wij eenigen tijd geleden ter bedevaard waren gekomen ziende uit Utrecht is terug gekomen. O hoe vurig danken wij Onzen Lieven Heer en de H. Odilia voor het groote geluk dat hij nu weer ziende in zijn huisgezin is terug mogen keeren. (...) Ze hadden in Utrecht nog nooit een patiënt onderhande gehad die het oognet zoo erg gescheurd had en nu zoo schitterend is uitgevallen (...).'

- Na de Tweede Wereldoorlog liep de bedevaart langzaam verder terug. Niettemin bleef men water halen ('nao de Mis en de augezaegening woorte de fleskes vol Odilia-water gedaon') en tot in het midden van de jaren vijftig stond er nog een snoepkraam. De gehandicapten, vooral blinden, die bedelend bij de kerkmuur zaten, zijn sindsdien uit het straatbeeld verdwenen. In de jaren zeventig was de bedevaart nagenoeg gereduceerd tot een louter parochieel gebeuren, maar in de jaren tachtig leefde ze weer op.
- In 1993 kwamen de Odiliavereerders behalve uit de eigen parochie ook uit naburige plaatsen, zoals Maasbree, Kessel, Helden, Blerick, Belfeld, Venlo, Tegelen, enz. Ook uit Duitsland kwamen nog steeds pelgrims, onder meer uit Krefeld en Kaldenkirchen. Thans komen jaarlijks nog enkele honderden personen naar Baarlo om hun ogen te laten zegenen op een van de beide zondagen (in de namiddag), of op de daaraan voorafgaande zaterdagavond. Tijdens de viering zegent de priester hun ogen (bij iedere pelgrim persoonlijk) met de reliek van het H. Kruis, terwijl hij zegt: 'Door de verdiensten van het H. Kruis en de voorspraak van de H. Odilia zegene God uw ogen'. Op de woensdag in het octaaf is er een extra ogenzegening voor ouderen, waaraan ook de Zonnebloem medewerking verleent. De bezoekers zijn tevens in de gelegenheid om water, dat gezegend is met de kruisreliek, mee naar huis te nemen.
- Een hagiografische bijzonderheid aan de Odiliaverering te Baarlo en in andere plaatsen is dat hier in naam alleen Odilia van Keulen werd en wordt vereerd, met een specialisme (beschermheilige tegen oogkwalen) dat oorspronkelijk aan Odilia van Hohenburg toekomt. Deze samenvoeging van twee verschillende Odilia's tot één persoon is al veel ouder dan de cultus te Baarlo. Reeds eerder in de geschiedenis deelden beide heiligen het patronaat over blinden en oogleiders. In de kruisherenkerk te Maaseik (B) wordt een reliekschrijn van Odilia bewaard in de vorm van een oog; in het verleden werden de ogen der bedevaartgangers met deze schrijn aangeraakt. Ook in het Noord-Brabantse Sint-Agatha (⟶ deel 2) werd Odilia van Keulen tot ca. 1965 aangeroepen tegen oogkwalen. Dat Odilia van Keulen te Baarlo ook lange tijd werd voorgesteld als Odilia van Hohenburg, is exclusief voor deze cultus. Op een aantal van de bewaard gebleven prentjes is deze combinatie terug te vinden: meer dan eens wordt Odilia hierop afgebeeld als Odilia van Hohenburg (als abdis, met twee ogen op een boek), soms met op de achtergrond een model van de St. Gereonkerk te Keulen waar Odilia van Keulen wordt vereerd.

Devotionalia
- 'Beeldjes': op 10 juli 1898 waren er 20.000 'beeldjes' van de H. Odilia aangekomen uit de devotionaliafabriek van Carl Polläth uit Schrotenhauzen in Ober-Beieren, geleverd tegen 251,50 mark. Met beeldjes worden hier waarschijnlijk prentjes bedoeld.
- Waterflesjes: plastic fles (15 cm hoogte) met papieren etiket met de tekst 'Odilia-water'.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- Boekjes: 1Handboekje ten dienste der vereerders van de H. Maagd en martelares Odilia, beschermheilige der orde van het H. Kruis, voorafgegaan door eene geschiedkundige schets dezer orde (Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1853) 2 Handbüchlein zur Verehrung der hl. Odilia Jungfrau u. Martyrin (...) für die Pilger nach Baarlo (Steijl: Missiedrukkerij, ca. 1880; 32 p.); 3 op 10 juli 1898 waren er 1000 nieuwe Odiliaboekjes uit de drukkerij van het missiehuis te Steyl met een waarde van 33 gulden aangekomen; 4 L. van Hout, Leven van de heilige maagd en martelares Odilia, patrones der Kruisheerenorde, met gebeden en novenen (Roermond: Roermondsche Stoomdrukkerij, 1902; 48 p.); 5 L. Tummers, Levensbeschrijving en Gebeden ter eere van de H. Maagd en martelares Odilia (Steijl: Missiehuis, 1904 [1e dr. 1895]; impr. Baarlo 8 juni 1904; 31 p.); 6 J. Schäfer, St. Odilia-Büchlein. Kurze Lebensbeschreibung und Gebete zur Verehrung der hl. Jungfrau und Martyrin Odilia (Steyl: Missionsdruckerei, 1909; 32 p.); 7 B. van Opheusden, De Heilige Odilia, de geschiedenis, een lied, gebed (Baarlo: Parochie H. Petrus, z.j.; 8 p.); 8 Levensbeschrijving en Gebeden ter ere van de H. Maagd en martelares Odilia (impr. Venlo 1951; 32 p.) vgl. nr. 3; 9 Gebeden ter eren van de H. Maagd en Martelares Odilia (Baarlo; reprint in fotokopie van oudere uitgave van noveen en gebed in blauw omslag; ca. 1996; 20 p.); 10 Odilia-lof (Baarlo: parochie, 1999; 12 p. in fotokopie met rood omslag).
- Prentjes: 1 prentje (13 x 8 cm) met afbeelding van Odilia als abdis (met nonnenkap), voor zich houdt zij een boek met daarop twee ogen, aan haar rechterzijde staat een tafel met een crucifix, aan haar linkerzijde een boompje in een bloempot, onder haar de tekst 'S. Ottilia'; 2 prentje (12 x 7 cm) met afbeelding van Odilia als abdis, met beide handen houdt zij een kruisbanier vast waarop twee ogen zijn afgebeeld, op de achtergrond is ten dele de Keulse St. Gereonkerk te zien, tekst: 'Sint Odilia van Baarlo'; op de keerzijde 'De H. Odilia Maagd en Martelares, gezellin van de H. Ursula. Haar feest wordt gevierd te Baarlo de 3e Zondag van Juli en gedurende de Octaaf', voorts een drietal gebeden, het laatste: 'H. Odilia, bid voor ons opdat wij van oogziekten bevrijd blijven'; 3 prentje (11,3 x 7 cm) met foto van een Odiliabeeld dat op een voetstuk (met daarin een opening voor een reliek) in een kastje staat, Odilia wordt ook hier voorgesteld als abdis (met nonnenkap), in haar rechter hand houdt zij een boek, in haar linker een kruisstaf (de banier ontbreekt), onder de afbeelding de tekst: 'Heilige Odilia Baarlo'; op de keerzijde weer de vermelding dat haar feest te Baarlo op de 3e zondag van juli en gedurende het octaaf wordt gevierd, en enkele gebeden met toespelingen op haar patronaat; 4 vouwprentje (12 x 8 cm; 4 p.) met op de voorzijde in kleur een afbeelding van een gekroonde Odilia (als martelares), in haar linkerhand een kruisbanier, haar rechterhand wijst naar beneden waar een model staat van de St. Gereonkerk te Keulen, op de achtergrond een gordijn en een sterrenhemel; aan de binnenzijde een 'Litanie ter ere van H. Odilia'; op de achterzijde een gebed waarin Odilia om haar voorspraak wordt gevraagd; dit prentje werd in de jaren negentig van de 20e eeuw nog verspreid.
- Affiche: 'Parochie H. Petrus Baarlo; Odilia-octaaf zaterdag 17 juli tot en met zondag 25 juli 1999. Ogenzegening' (jaarlijks aan de datum aangepast).

Bronnen en literatuur Archivalia: Baarlo, parochiearchief: P. Cremers, 'Kroniek 1850-1869' (in handschrift); inv. nr. 17. Roermond, bisdomarchief.
Tekstedities: H.H.H. Uyttenbroeck, Bijdragen tot de geschiedenis van Venlo, 4 dln. (Venlo 1908-1914) in dl. 3, p. 65, 143-144, 151, over het begin van de cultus te Baarlo; J.F.H.M. Wijnhoven, Uit een kroniek van een Baarlose pastoor (Baarlo: Stichting Historische Werkgroep De Borcht, 1984).
Literatuur: De legende van Sinte-Odilia, maagd en martelares, beschermheilige van de Kruisheerenorde (Hasselt: Ceysens, 1886); Nieuwe Koerier (woensdag 25 juli 1888); L. van Hout, Leven van de Heilige Maagd en Martelares Odilia, patrones der Kruisheerenorde (Maaseik: J. Hougaerts, 1895 / Roermond: Roermondse stoomdrukkerij, 1902); L. Emond, Kruisheren-missionarissen in de Nederlanden (Cuyk 1933) p. 55v., over het begin van de cultus; M. Barth, Die heilige Odilia, ihr Kult in Volk und Kirche, 2 dln. (Straatsburg 1938); J. Bergmans, 'Van eigen bodem. Ter beevaart naar St. Odilia', in: De Nedermaas 16 (1938-1939) p. 137-139; Henri van Rooijen, Sinte Odilia. Legende of historie? (2e uitg.; Diest: Lichtland, 1946); P. Gerlachus, 'Odilia', in: De katholieke encyclopaedie, dl. 19 (Amsterdam: Joost van den Vondel / Antwerpen: Standaard, 1953) k. 24-25; M. Colson, 'De Kruisheren van Venlo tijdens de Franse Revolutie', in: Clair-lieu 13 (1955) p. 49-79 (p. 59-60 over P.J. Geusen), 14 (1956) p. 3-59; J.P. Bik, Feest- en vierdagen in kerk- en volksgebruik, dl. 3 (Velsen: Th.F. Wolfs, 1958) p. 143-144; Rombaut van Doren & Angelo Maria Raggi, 'Odilia, badessa di Hohenbourg in Alsazia', in: Bibliotheca sanctorum, dl. 9 (Rome: Città Nuova, 1967) k. 1110-1116; Th.W.J. Driessen, Geschiedenis van de St. Urbanusparochie te Belfeld (Belfeld: comit� 400 jaar parochie Belfeld, 1971) p. 263, bedevaarten uit Belfeld; Koschwitz, 'Odilia von Hohenburg', in: Lexikon der christlichen Ikonographie, dl. 8 (Rome: Herder, 1976) p. 76-79; Sjeng Stöffels [= Sjeng van den Eike], Ich kên mich nog good herinnere (Tegelen: De Mercuur, 1976) p. 32-33, beschrijving in dialect van bedevaart vanuit Tegelen; J. Steinmetz, De verering van Odilia in de loop der eeuwen, 3 dln. (Dilsen: Janssen, 1980-1982; Maaslandse sprokkelingen 3/6, 4/6, 5/10); Pierre Houben e.a., Van Barle tot Baarlo. Monumenten uit een rijk verleden (Baarlo: Historische Werkgroep De Borcht, 1984) op p. 97 onder meer enkele miraculeuze genezingen die genoteerd werden door pastoor Cremers; Miep Heines, Wording en ondergang van een kerkgebouw, 1868-1944. De St. Petruskerk te Baarlo en architect P.J.H. Cuypers (Baarlo: De Borcht, 1985; Baarlose sprokkelingen 9/10) p. 25-26; Sef Derkx, Pelgrimstochten. Bedevaarten vanaf de middeleeuwen (Venlo: Goltziusmuseum, 1986) p. 11; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) p. 24 (nr. 23) en p. 45 (nr. 138); 'Odilia-octaaf in Baarlo', in: De Sleutel, juli 1996 en juli 1997; V. Delheij & A. Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 70-72; B. van Oudheusden, De heilige Odilia. De geschiedenis, een lied, gebed (z.p.: z.n., z.j.).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Baarlo; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a+b (1993); Bonn, Volkskundliches Seminar: Fragebogen zur rheinischen Volkskunde 1931, 1934, formulier Walbeck.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<